CConstaterende datOss
Koppel je AI →
Document · PDF

Uitwerking opinienota omtrent leges en rioolheffing.DOCX

Opiniecommissie Sociaal Bestuurlijk 9 februari 2023, gemeente OssBij agendapunt: Opinienota (on)Mogelijkheden voor tegemoetkoming verenigingen en stichtingen belastingen en leges5.230 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Opinienota “(on)Mogelijkheden voor tegemoetkoming verenigingen en stichtingen belastingen en leges” Inleiding Wethouder Frank den Brok heeft in de adviescommissie van 23 juni 2022 de volgende toezegging gedaan: “De wethouder geeft de BSOB de opdracht om samen met de afdeling VTH en de afdeling financiën te komen met een notitie. In de notitie is uitgewerkt welke voorbeelden en mogelijkheden er zijn om verenigingen tegemoet te komen in de kosten die verenigingen moeten betalen voor de leges omgevingsvergunning. De notitie dient als basis voor een opinienota. Het vraagstuk van de rioolheffing bij verenigingen neemt de wethouder ook mee in de opinienota.” Ook geven we (weer) een update op de motie die de gemeenteraad 13 december 2018 aangenomen heeft om de mogelijkheden te onderzoeken om het OZB-tarief voor woningen toe te passen voor (niet-commerciële) sportverenigingen, scouting, speeltuinverenigingen, dorpshuizen, gilden en andere roerend goed met een sociaal belang.

Uitgewerkte vraagstelling We hebben bovenstaande toezegging als volgt uitgewerkt in deze notitie. Wat zijn de mogelijkheden en onmogelijkheden om verenigingen en stichtingen zonder winstoogmerk tegemoet te komen voor: -

Leges omgevingsvergunning;

-

Rioolheffing;

-

OZB.

Kunnen we dit doen door het opnemen van vrijstellingen in de verordeningen? Kan dit door het vaststellen van een specifieke subsidieregeling? En wat zijn hierbij goede (juridisch houdbare) voorbeelden vanuit andere gemeenten?

Huidige praktijk In het kort is de tariefstelling uit de huidige verordeningen onderstaand weergegeven. •

Leges omgevingsvergunning

Het tarief bedraagt ter zake van het in behandeling nemen van een aanvraag voor het verkrijgen van een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen, als de bouwkosten bedragen: a.

€ 2.250,00 of minder, € 54,00;

b.

€ 2.251,00 tot en met € 4.500,00, € 54,00 vermeerderd met 5,33% van de bouwkosten boven € 2.250,00;

c.

tussen € 4.501,00 tot en met € 22.500,00, € 174,00 vermeerderd met 4,58% van de bouwkosten boven € 4.500,00;

d.

tussen € 22.501,00 tot en met € 45.000,00, € 999,00 vermeerderd met 3,08% van de bouwkosten boven € 22.500,00;

e.

tussen € 45.001,00 tot en met € 225.000,00, € 1.692,00 vermeerderd met 3,05% van de bouwkosten boven € 45.000,00;

f.

tussen € 225.001,00 tot en met € 450.000,00, € 7.182,00 vermeerderd met 2,72% van de bouwkosten boven € 225.000,00;

g.

€ 450.000,00 of meer, 2,96% van de bouwkosten.

Een gemeentelijk dan wel rijksmonument is vrijgesteld van leges en toeslagen als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1, lid 1, onder a van de Wabo, met uitzondering van de toeslag genoemd in artikel 12 van deze verordening.

1

•

Rioolheffing

De rioolheffing voor eigenaar van een niet woning is gebaseerd op de kavelgrootte van het object. Dit geldt dus ook voor verenigingen en stichtingen. Dat is vastgelegd in de verordening op de heffing en invordering van Rioolheffing Oss 2022 (art 6). Art. 6 (verordening voor het jaar 2022): 1.

Het eigenarendeel bedraagt per perceel: a. b.

welke in hoofdzaak worden gebruikt als woning, per jaar € 144,48 welke niet in hoofdzaak worden gebruikt als woning, bij een kavelgrootte: tot 1.000 m2 , per jaar, € 144,48 van 1.000 m2 tot 2.000 m2, per jaar, € 288,96; van 2.000 m2 tot 4.000 m2, per jaar, € 433,44; van 4.000 m2 tot 8.000 m2, per jaar, € 577,92; van 8.000 m2 tot 50.000 m2, per jaar, € 1.155,84; groter dan 50.000 m2, per jaar, € 5.056,80.

2.

Het gebruikersdeel bedraagt per perceel per jaar € 29,04.

Hierop is in de verordening 1 uitzondering gemaakt, namelijk: -

Voor terreinen die in hoofdzaak bestaan uit onverhard oppervlakte en zijn bedoeld voor het uitoefenen van sport in de buitenlucht wordt maximaal het tarief voor terreinen met een oppervlakte tot 50.000 m² in rekening gebracht. Hiermee is het te betalen bedrag voor deze categorie gemaximeerd. Hiermee ontlasten we bijvoorbeeld de sportparken en de motorsport circuits.

Wij hebben destijds voor deze vorm gekozen omdat het leidde tot een maximering die samenhing met de top van de heffing. Dat vraagt niet om een uitgebreide onderbouwing van rechtvaardiging van de speciaal voor deze groep geldende uitzondering. Als het maximum op een veel lagere grondslag wordt gesteld, dan ligt dat uiteraard heel anders. Dan moeten we een te objectiveren rechtvaardiginggrond formuleren die niet het karakter van een subsidie of overheidssteun heeft.

•

OZB

Degene die op 1 januari van het belastingjaar eigenaar is van een onroerende zaak betaalt onroerendezaakbelasting. Onroerende zaken zijn woningen, maar ook niet-woningen (bijvoorbeeld winkels en kantoren). Ook degene die op een januari gebruik maakt van een niet-woning betaalt onroerendezaakbelasting. Verengingen en stichtingen worden in het kader van de WOZ beschouwd als niet-woningen en zij betalen dan ook de tarieven die hierbij horen. Een aantal organisaties is van rechtswege vrijgesteld van het betalen van OZB. Dat zijn kerken, natuurterreinen en landbouwgronden.

2

Juridisch kader Voorgeschiedenis Door Omtzigt is al in 2018 een amendement ingediend dat – vrij vertaald – als doel had om het onder het woningregime van de onroerende zaakbelastingen (OZB) brengen van bepaalde (WOZ-)objecten. Die objecten worden in beginsel als niet-woning gekwalificeerd en vallen daardoor onder het OZB-regime voor nietwoningen. Hierdoor worden de eigenaar en de gebruiker van die objecten beiden belast met een OZB-aanslag en de bij die belastingsoorten behorende tarieven. Het amendement is omgezet in wetgeving en wel in het bepaalde in artikel 220f, lid 2 van de Gemeentewet: “In plaats van de percentages, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a of c, kan het percentage, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, worden toegepast voor sportaccommodaties of dorpshuizen, dan wel voor de onroerende zaken die in eigendom of bezit zijn van overige sociaal belang behartigende instellingen als bedoeld in artikel 2, derde lid, onderdeel o, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen of algemeen nut beogende instellingen als bedoeld in artikel 2, derde lid, onderdeel m, van die wet.” De genoemde instellingen worden aangeduid als ANBI, respectievelijk SBBI. Deze instellingen zijn met de betreffende status gecertificeerd en daarmee wel identificeerbaar.

De bepaling is een zogenaamde kan-bepaling, zodat de gemeenteraad zelfstandig de keuze kan maken tot het wel of niet toepassen van de wettelijke mogelijkheid. Het niet toepassen valt onder de autonome bevoegdheden van de gemeenteraad en is dus geen afdwingbaar recht voor een belastingplichtige. Als de gemeenteraad zou beslissen de door de wet geschapen mogelijkheid toe te passen, zouden de betreffende objecten niet onder het niet-woning-regime van de OZB worden belast, maar onder het woningregime in de heffing worden betrokken. De gebruiker ontvangt dan geen aanslag meer voor de OZB, omdat die belastingsoort is afgeschaft. Dit terwijl de eigenaar een aanslag OZB zal ontvangen met toepassing van het tarief voor (eigenaren van) woningen. Kortom, het OZB tarief voor woningen is financieel aantrekkelijker voor de sociaal belang behartigende instellingen. Direct na het aannemen van het amendement ontstonden er grote vragen bij de praktische uitvoering van de wettelijke mogelijkheid. De grootste vraag betrof die van de redelijkerwijs objectiveerbare rechtvaardigingsgrond die volgens de Hoge Raad noodzakelijk is voor het toelaatbaar aanbrengen van verschillen tussen gelijke situaties bij de heffing van belastingen. Verschillen kunnen in een verordening niet alleen door vrijstellingen worden gecreëerd, maar ook door differentiatie in de tarieven.

Bij gebrek aan die rechtvaardigingsgrond zal een regeling die een verschil creëert onverbindend worden verklaard door de belastingrechter. Daarnaast zijn er grote vragen bij de formulering van de bepaling aangaande de positie van sportaccommodaties en dorpshuizen in relatie tot de eisen aan een ANBI en SBBI.

Advies VNG over OZB tarief voor verenigingen Op 13 december 2018 nam uw raad een motie aan waarin het college de opdracht kreeg om de mogelijkheden te onderzoeken om het OZB-tarief voor woningen toe te passen voor (niet-commerciële) sportverenigingen, scouting, speeltuinverenigingen, dorps- en buurthuizen, gilden en ander onroerend goed met een sociaal belang. Omdat het landelijke amendement van Omtzigt veel onduidelijkheden bevat, probeerde de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) bij het Ministerie van Financiën de afgelopen jaren meer duidelijkheid te krijgen, vooral over de reikwijdte en interpretatie van het amendement. Die duidelijkheid is er nog steeds niet. Dit dossier lijkt landelijk stil te liggen. VNG heeft ondertussen gemeentes afgeraden de motie over te nemen omdat het vanwege alle onduidelijkheid niet (goed) uit te voeren is.

3

Het advies van VNG luidt voor nu nog steeds: “Het toepassen van tariefdifferentiatie brengt financiële risico’s met zich mee en kan leiden tot juridische procedures. Omdat de risico’s niet goed te overzien zijn, adviseert de VNG de gemeentes om te wachten met het toepassen van tariefdifferentiatie tot de gewenste duidelijkheid er is.” Het vorenstaande advies van de VNG wordt overigens – op iets andere gronden – door BSOB (geadviseerd door de Adviesgroep Nederlandse Gemeenten (ANG)) onderschreven. Voor BSOB/ANG weegt de strijdigheid met algemene rechtsbeginselen overigens wat zwaarder dan de onduidelijkheid over de reikwijdte zelf. Doordat de regeling (voor de OZB) met zoveel onzekerheden omkleed was en is (want ondanks gesprekken erover, is er geen verduidelijking gekomen van de Minister), is slechts een enkele gemeente tot toepassing ervan over gegaan. De rest van de gemeenten steunt sport, cultuur en goede doelen op andere wijze (of niet aanvullend). Die andere wijze is overigens veelal een subsidie en soms een vrijstelling. Daarover hieronder meer.

Vrijstellingen Vrijstellingen zijn niet zomaar mogelijk. Bij het opnemen van een vrijstelling geldt dat rekening moet worden gehouden met het gelijkheidsbeginsel en/of meerderheidsbeginsel. Gelijkheidsbeginsel is dat we gelijke gevallen op een gelijke manier moeten behandelen én ongelijke gevallen in gelijke mate ongelijk moeten behandelen. Strijd met een van de algemene rechtsbeginselen leidt onverbiddelijk tot onverbindendheid bij toetsing door de bestuursrechter. Het meerderheidsbeginsel is het beginsel dat in een collectiviteit de meerderheid de hele groep kan binden. Indien deze beginselen worden geschonden, bestaat dat de kans dat de verordening onverbindend wordt verklaard en dat aanslagen worden vernietigd. Over een rioolheffingsvrijstelling voor kerken is landelijk veel te doen geweest. Er lag een advies van de advocaat-generaal dat een dergelijke vrijstelling voor kerken geen objectieve en redelijke rechtvaardigingsgrond is. De Hoge Raad heeft echter geoordeeld dat er in dit geval er geen sprake is van schending van het gelijkheidsbeginsel. Dus in dit geval is een vrijstelling voor kerken toegestaan met als argument dat deze gebouwen openbaar toegankelijk zijn en het gebruik ervan een algemeen belang dient. De Hoge Raad geeft aan dat voor een ongelijke behandeling een objectieve en redelijke rechtvaardiging dient te worden gegeven.

Zo niet, dan zal de Hoge Raad ingrijpen. Daarom dient iedere situatie waarin sprake is van een potentiële schending van het gelijkheidsbeginsel op rechtmatigheid te worden beoordeeld. Het is daarom aan te bevelen om e.e.a. niet te regelen via een vrijstelling. De belastingplicht is gebaseerd op het hebben van een rioolaansluiting en indien aanwezig onderscheid het object zich niet van andere objecten met een rioolaansluiting en is er dus geen grond voor een vrijstelling. De soort/vorm van de gebruiker is ook geen onderdeel van het belastbaar feit. Dat is bij de aanvraag van een vergunning (leges) of het gebruiken van een onroerende zaak (OZB) niet anders. Juridisch lijkt het dan ook niet haalbaar om specifiek voor verenigingen en stichtingen een vrijstelling via de verordening vast te leggen. Een vrijstelling kan alleen op basis van te objectiveren rechtvaardigingsgronden. Door deze specifiek te maken voor één groep, lopen we het risico om de juridische grondslag van de verordening onderuit te halen met een lagere (lees: wegvallende) belastingopbrengst tot het moment van reparatie.

4

Ter illustratie wordt nog gewezen op de toelichting bij de modelverordening leges door de VNG . Vrijstellingen passen in beginsel niet bij de aard van de legesheffing. Dit is namelijk een heffing voor dienstverlening die op verzoek plaatsvindt en dient ter bestrijding van de gemeentelijke kosten. Gemeenten overwegen vrijstelling van leges voor bepaalde vergunningen ten behoeve van maatschappelijk, sociaal of cultureel belang behartigende instellingen. Om de legesheffing ‘zuiver’ te houden, gaat de voorkeur van de VNG uit naar het verlenen van vrijstelling van de vergunningplicht. Hiermee is de aanvraag geheel niet nodig en is er dus ook geen sprake van leges. Dit is vooral praktisch toepasbaar bij leges in het kader van de APV. In het geval van omgevingsvergunning zal dit lastig te realiseren zijn. Volgens de VNG is een vrijstelling van legesheffing voor algemeen nut beogende of sociaal belang behartigende instellingen niet op voorhand onverdedigbaar voor de belastingrechter. Er zijn gelet op de aard van de heffing wel risico’s. De Gemeentewet (artikel 229) maakt immers geen verschil in de persoon van de belastingplichtige. Essentieel voor de vrijstelling voor een bepaalde groep lijkt op grond van de huidige wetgeving en jurisprudentie te zijn dat de gemeente een objectieve rechtvaardigingsgrond voor de verschillende behandeling heeft in het gevoerde gemeentelijke beleid.

Een tweede element is dat de verschillende behandeling niet zodanig mag zijn dat er sprake is van een willekeurige en onredelijke heffing. Geen erg concrete kaders dus en gezien de aard van de heffing (verhaal van gemaakte kosten) ook niet zonder risico bij toetsing door de belastingrechter. De BSOB is van mening (wederom geadviseerd door ANG) dat in beginsel elke vorm van onderscheid – al dan niet door vrijstellingen of tariefdifferentiatie(s) – toelaatbaar kan zijn in de heffing van belastingen en rechten. Dit zolang daarvoor de redelijkerwijs te objectiveren rechtvaardigingsgrond die de Hoge Raad eist aanwezig is. Daarmee is hetgeen de VNG aangeeft niet onjuist, maar welke rechtvaardigingsgrond er is om specifiek ‘verenigingen en stichtingen zonder winstoogmerk’ vrij te stellen van legesheffing blijft in het midden. Het enige voordeel is wellicht dat de kans dat het uitsluiten van een groep van een verplichting tot het aanvragen van een vergunning minder snel tot rechterlijke procedures leidt dan het juist in de heffing betrekken van een bepaalde groep. Desalniettemin kan een vergunningplichtige aanvoeren dat het niet rechtsgelijk is dat een ander voor die vergunning niet hoeft te betalen.

Subsidie Een methode voor een gemeente om een individu of een groep financieel tegemoet te komen of te steunen is van oudsher de subsidie. De subsidie-vorm ligt door de inzet van publieke middelen wel in het publiekrecht, maar ligt buiten het fiscale bestuursrecht. Bij een subsidieregeling heeft een bestuursorgaan veel meer vrijheid en veel minder strikte beperkingen als aan het (als zeer ingrijpend geachte) middel van belastingheffing.

5

Uitwerking voor de leges Omgevingsvergunning Globaal zijn er 2 mogelijkheden om ervoor te zorgen dat verenigingen en stichtingen zonder winstoogmerk geen leges voor omgevingsvergunning betalen: 1.

Beleidsregel vrijstelling leges omgevingsvergunning. Verschillende gemeenten hebben deze beleidsregel, zoals gemeente Moerdijk en Meierijstad. Zie bijlage 1 voor uitwerking zoals deze in Moerdijk is vastgesteld. In bijlage 2 is het voorstel van Meierijstad opgenomen.

2.

Subsidieregeling legeskosten omgevingsvergunning. Zie bijlage 3 voor een subsidieregeling van de gemeente Beesel. Zij subsidiëren 100% van de legeskosten omgevingsvergunning aan organisaties die voldoen aan aantal criteria.

In zijn algemeenheid geldt dat de subsidieregeling raad (opdracht en budget) en college (uitvoering en verantwoording) veel meer vrijheid geeft dan het fiscale bestuursrecht. Subsidies om verschillen tussen groepen te dichten zijn meer gemeengoed. Een specifieke subsidieregeling is dus een optie om verengingen en/of stichtingen tegemoet te komen. Maar de vraag kan gesteld worden: waarom is de dienst rondom de aanvraag van een vergunning voor een sportvereniging gratis of goedkoop en voor een ander niet? Via leges wordt voor de uitvoering van een dienst betaald en daarmee kunnen deze kosten ook beschouwd worden als “regulier” onderdeel van de bouwkosten. Dit onafhankelijk van wie de aanvrager is. Een vrijstelling wordt zoals eerder gemotiveerd juridisch afgeraden. Voor een eventuele subsidieregeling zijn vervolgens diverse beleidskeuzes te maken (zie onderstaand).

Als we dit zouden doen wat zijn hiervan dan de kosten c.q. de gemiste opbrengsten? De hoogte van de leges voor omgevingsvergunning voor verenigingen en stichtingen zonder winstoogmerk kunnen we op dit moment niet uit onze systemen halen omdat ze niet als zodanig geregistreerd worden. In ieder geval moeten we dan wel ruimte in de begroting vinden. Het is namelijk bij een vrijstelling en/of subsidieverlening niet toegestaan om deze kosten ten laste van de heffing te brengen.

6

Uitwerking voor de Rioolheffing en OZB Gezien het juridisch kader en de beschreven kanttekeningen en risico’s zien we voor de heffing van rioolheffing en OZB feitelijk maar één mogelijkheid om verengingen en stichtingen zonder winstoogmerk geen of minder belasting c.q. heffing te laten betalen. Dit zou kunnen in de vorm van een specifieke subsidieregeling. Verschillende gemeenten hebben een subsidieregeling voor OZB en rioolheffing. In bijlage 4 een voorbeeld van de gemeente Rucphen, in bijlage 5 een voorbeeld van de gemeente Roosendaal. Beiden zijn verschillend naar aard, zowel naar inhoud als voor doelgroep (specifiek voor sport of breder). In een subsidieregeling zijn dus verschillende beleidskeuzes te maken, zoals: -

-

Voor welke verenigingen? o

Sportverenigingen?

o

Scoutingsverenigingen?

o

Culturele verengingen?

o

Alle verenigingen heemkunde/ reddingsbrigade/ tuin etc?

Voor welke stichtingen? (bij stichtingen zijn er erg veel stichtingen waarbij vooraf goed gekaderd moet worden voor welke stichtingen de regeling wel of niet geldt. o

Beheerstichting tbv sportaccommodaties?

o

Beheerstichting en –organisatie van een wijk- en dorpsaccommodatie?

o

Stichting scouting?

o

Stichting op het gebied van cultuur, inclusief Lievekamp, Muzelinck, musea, bibliotheek, popcollectief?

o

Stichting kinderopvang ?

o

Stichting dierenopvang ?

o

Stichting kinderboerderij?

o

Stichting Kringloop?

o

Omroepstichting?

o

Diverse stichtingen (religieus, politiek, kindervakantiewerk, speeltuin, openluchttheater, carnaval, hulphond, landschapsbeheer, wereldwinkel, maasveren)?

-

o

Woningbouwstichtingen (gezien de vraagstelling lijkt dit niet de bedoeling)

o

Maatschappelijke opvang (gezien de vraagstelling lijkt dit niet de bedoeling)

o

Onderwijs (gezien de vraagstelling lijkt dit niet de bedoeling)

o

Welzijn (gezien de vraagstelling lijkt dit niet de bedoeling)

o

Zorg (gezien de vraagstelling lijkt dit niet de bedoeling)

o

Beheer onroerend goed (gezien de vraagstelling lijkt dit niet de bedoeling)

Hoogte van het percentage voor compensatie? Gekozen kan worden voor volledige compensatie, maar uiteraard ook voor gedeeltelijke compensatie.

-

Randvoorwaarden

Als we dit zouden doen wat zijn hiervan dan de kosten c.q. de gemiste opbrengsten? Dit is lastig aan te geven omdat dit sterk afhankelijk is van de keuzes die gemaakt worden over doelgroep en hoogte van compensatie. Ruwweg zou het gaan om: -

Verenigingen: jaarlijks gemiddeld € 60.000 voor OZB en € 15.000 voor rioolheffing

-

Stichtingen: jaarlijks gemiddeld € 125.000 voor OZB en € 20.000 voor rioolheffing 1

Voor dit bedrag moet dan ruimte gevonden worden binnen de begroting. Het is namelijk bij een vrijstelling en/of subsidieverlening niet toegestaan om deze kosten ten laste van de heffing te brengen. Uiteraard is het wel mogelijk om de OZB (= algemene belasting) te verhogen als dekking van gemiste OZB inkomsten. Bovengenoemde bedragen staat tot circa 1% verhoging voor het collectief.

1 Kan sterk wisselen afhankelijk van de keuzes over de doelgroep/ bedragen betreft alleen de stichtingen waarvan ingeschat is

dat deze passen bij de vraagstelling.

7

Specifieke aandachtspunten bij de uitvoering In zijn algemeenheid is een heel weloverwogen keuze in het publiekrecht essentieel voor een houdbare regeling. Het wordt steeds duidelijker dat de rechtspraak behoorlijke eisen stelt aan de rechtvaardiging van elk onderscheid. Veel van de lokale belastingen en rechten zijn aan vrij algemene elementen voor een belastbaar feit gekoppeld. Dat alleen al plaatst onderscheid maken in een grijs gebied.

8

Bijlage 1 Beleidsregel Vrijstelling leges omgevingsvergunning Moerdijk Geldend van 07-05-2019 t/m heden Intitulé Beleidsregel Vrijstelling leges omgevingsvergunning Moerdijk Het college van de gemeente Moerdijk, in zijn vergadering van 9 april 2019: gelet op artikel 4:81 Algemene wet bestuursrecht en artikel 4, aanhef en sub e van de legesverordening Moerdijk 2019 , BESLUIT vast te stellen de : “Beleidsregel vrijstelling leges omgevingsvergunning Moerdijk” BELEIDSREGEL Hoofdstuk 1 Artikel 1 Doelgroep Vrijstelling De vrijstellingsbepaling geldt voor een algemeen nut beogende of sociaal belang behartigende vereniging of stichting die zich blijkens haar statuten de uitoefening ten doel stelt van niet-commerciële activiteiten van maatschappelijke, sociale of culturele aard en waarbij deze activiteiten in hoofdzaak worden verricht door vrijwilligers. Artikel 2 Voorwaarden vrijstelling De vrijstelling wordt verleend indien wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:

• • •

a. de activiteiten van de stichting of vereniging geen winstoogmerk hebben; b. het bestuur van de stichting of vereniging uit vrijwilligers bestaat; c. de activiteiten van de vereniging of stichting in overwegende mate gericht zijn op de gemeente of haar ingezetenen en ten goede komen aan de gemeente of haar ingezetenen;

•

d. de vereniging of stichting doelstellingen beoogt of activiteiten ontplooit die niet in strijd zijn met de wet- en regelgeving, het algemeen belang of de openbare orde;

•

e. de vereniging of stichting geen criteria hanteert, waarmee deelnemers op grond van hun ras, sekse, godsdienst, levensbeschouwing, politieke overtuiging en dergelijke geweerd kunnen worden;

•

f. de activiteit niet uitsluitend of in hoofdzaak is gericht op of ten diensten is van een godsdienstige of levensbeschouwelijke instelling, politieke partij of vakorganisatie;

•

g. de vereniging of stichting tijdig alle wettelijk voorgeschreven dan wel door de gemeente gevraagde informatie verstrekt die naar het oordeel van de gemeente nodig is voor de beoordeling of de vrijstelling van toepassing is.

Artikel 3 Procedure

•

a. Bij de aanvraag omgevingsvergunning wordt door de aanvrager aangegeven dat deze aanspraak wil maken op de vrijstelling van artikel 4, lid e van de legesverordening;

•

b. Bij de beslissing op de aanvraag wordt de aanvrager tevens medegedeeld of het beroep op de vrijstelling al dan niet wordt gehonoreerd.

Artikel 4. Inwerkingtreding Deze beleidsregel treedt in werking op de dag na bekendmaking Artikel 5. Citeertitel Deze beleidsregel wordt aangehaald als “Beleidsregel vrijstelling leges omgevingsvergunning Moerdijk” Ondertekening Aldus besloten in de openbare vergadering van het college, gehouden op 9 april 2019

9

De secretaris, ……………………, De burgemeester, …………….

TOELICHTING BELEIDSREGELS VRIJSTELLING LEGES OMGEVINGSVERGUNNING MOERDIJK Vele verenigingen en stichtingen in de gemeente Moerdijk versterken de sociale structuur in de kernen. Het vergroot ook het woonplezier en leven in de kernen. De gemeente Moerdijk wil het verenigingsleven blijven stimuleren. Om in specifieke gevallen vrijstelling te geven van gemeentelijke leges, wordt aangehaakt bij de Legesverordening Moerdijk. De verordening geeft uitvoering aan artikel 219, tweede lid en 229, eerste lid aanhef en onderdeel b, van de Gemeentewet. Deze beleidsregels zijn een nadere uitwerking van artikel 4 sub d van de legesverordening Moerdijk. In de beleidsregels zijn de afwegingen en criteria beschreven om in aanmerking te komen voor vrijstelling van leges omgevingsvergunning.

10

Bijlage 2 Verordening tot eerste wijziging van de Legesverordening Meierijstad 2019 De raad van de gemeente Meierijstad; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 15 januari 2019 gelet op artikel 216 en artikel 229, eerste lid, aanhef onderdeel b. van de Gemeentewet; besluit: vast te stellen de "Verordening tot eerste wijziging van de Legesverordening Meierijstad 2019”

Artikel 1 Vrijstelling legesheffing voor non profit instellingen Artikel 4 (vrijstellingen) van de Legesverordening Meierijstad 2019, op 19 december 2018 door de gemeenteraad van Meierijstad vastgesteld, wordt als volgt gewijzigd en aangevuld met onderdeel f. welke luidt als volgt: f. Leges worden niet geheven voor het in behandeling nemen van een aanvraag als bedoeld in:

•

titel 2 (dienstverlening vallend onder de fysieke leefomgeving/ omgevingsvergunning) uitsluitend en voor zover het gaat om bouwwerken niet zijnde gebouwen, en;

•

titel 3 (dienstverlening vallend onder de Europese dienstenrichtlijn) hoofdstuk 3 (evenementen en markten) van de bij de Legesverordening Meierijstad 2019 behorende legestarieventabel, uitsluitend en voor zover deze aanvraag een vergunning betreft voor een instelling die zich blijkens haar statuten de uitoefening ten doel stelt van activiteiten van maatschappelijke, sociale of culturele aard, waarbij de activiteiten in hoofdzaak worden verricht door vrijwilligers en die voldoet aan door het college van burgemeester en wethouders te stellen voorwaarden, zoals vastgelegd in de Beleidsregels toepassing vrijstelling legesheffing voor non profit instellingen Meierijstad 2019. Deze beleidsregels moeten hier als volledig ingelast worden beschouwd.

Artikel 2 Inwerkingtreding en citeertitel 1.

Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na de bekendmaking.

2.

Aan de toepassing van de verordening wordt terugwerkende kracht verleend tot en met 1 januari 2019

3.

Deze verordening wordt aangehaald als "Verordening tot eerste wijziging van de Legesverordening Meierijstad 2019”.

Aldus besloten in zijn openbare vergadering van 27 februari 2019 De raad voornoemd, De griffier, De voorzitter,

11

Bijlage 3 Subsidieregeling legeskosten omgevingsvergunning Burgemeester en Wethouders van de gemeente Beesel overwegen dat het gewenst is subsidie te verstrekken aan verenigingen die legeskosten moeten betalen voor de omgevingsvergunning. Gelet op artikel 3, 6 en 7 van de Algemene Subsidieverordening gemeente Beesel Besluiten vast te stellen de volgende regeling: Uitvoeringsregel subsidiëren legeskosten omgevingsvergunning Artikel 1 Begripsomschrijvingen In deze regeling verstaan wij onder: a. Algemene subsidieverordening: de Algemene subsidieverordening gemeente Beesel b. Legeskosten: Opgelegde leges omgevingsvergunning. Artikel 2 welke kosten komen in aanmerking voor subsidie? Wij verstrekken subsidie voor leges die we hebben opgelegd voor de omgevingsvergunning. Artikel 3 Doelgroep Subsidie op grond van deze regeling verstrekken wij uitsluitend als een organisaties voldoet aan elk van onderstaande criteria: •

een plaatselijke non profit instelling

•

De instelling heeft maatschappelijke activiteiten tot doel.

•

De activiteiten worden verricht door vrijwilligers.

•

Er is een vrijwillig bestuur.

•

De vrijwilligersorganisatie ontvangt voor haar reguliere taken subsidie op basis van de algemene subsidieverordening gemeente Beesel.

Artikel 4 subsidieaanvraag De aanvrager moet een subsidieaanvraag indienen. Voor leges omgevingsvergunning is de subsidieaanvraag een korte brief met het verzoek om de betaalde leges te subsidiëren. Artikel 5 Berekening van de subsidie De subsidie bedraagt 100 % van de legeskosten. Artikel 6 Wijze van betaling Op basis van de aanvraag, betaalt de gemeente de legeskosten terug aan de organisatie. Artikel 7: hardheidsclausule Het college kan, in bijzondere gevallen, een artikel of artikelen van deze uitvoeringsregel buiten toepassing laten of daarvan afwijken. Dit kan voor zover toepassing van deze artikelen leidt tot onbillijkheid van overwegende aard. Het van toepassing verklaren van dit artikel wordt gemotiveerd in het besluit. Vastgesteld op 22 oktober 2018. Inwerkingtreding: 1 november 2018

12

Bijlage 4 COMPENSATIEREGELING SPORTVERENIGINGEN Geldend van 01-01-2019 t/m heden Intitulé COMPENSATIEREGELING SPORTVERENIGINGEN De raad van de gemeente Rucphen; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 13 november 2018; gelet op artikel 149 van de Gemeentewet en Titel 4.2. Subsidies van de Algemene wet bestuursrecht; gezien het advies van de commissie Algemeen Bestuur en Middelen (ABM) van 29 november 2018; b e s l u i t vast te stellen de: COMPENSATIEREGELING SPORTVERENIGINGEN 2019 Artikel 1 Begripsomschrijvingen In deze regeling wordt verstaan onder een sportvereniging:

•

een vereniging met volledige rechtsbevoegdheid die zich ten doel stelt het in clubverband beoefenen van een sport;

• •

statutair gevestigd is in de gemeente Rucphen; die geen onderneming drijft als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder e van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 en,

Artikel 2 Doel van de regeling De regeling beoogt sportverenigingen met een eigen accommodatie te compenseren in te betalen onroerendezaakbelastingen en rioolheffing. Artikel 3 Subsidieverlening 1. aan een sportvereniging wordt subsidie verleend voor de door deze sportvereniging verschuldigde onroerende-zaakbelastingen en rioolheffing. 2. de hoogte van het subsidiebedrag is gelijk aan het totaalbedrag van de onroerende-zaakbelastingen en rioolheffing die de sportvereniging in het betreffende kalenderjaar aan de gemeente verschuldigd is. 3. het besluit tot verlening van subsidie houdt tevens de vaststelling in. Artikel 4 Subsidieverstrekking Het subsidiebedrag wordt uitgekeerd aan de sportvereniging vóór de vervaldatum van de opgelegde aanslag. Artikel 5 Inwerkingtreding 1. De "Compensatieregeling sportverenigingen Rucphen 2012" van 15 december 2011, wordt ingetrokken met ingang van de in het tweede lid genoemde datum van ingang. 2. Deze regeling treedt in werking op 1 januari 2019. Artikel 6 Citeertitel Deze regeling wordt aangehaald als "Compensatieregeling sportverenigingen Rucphen 2

13

Bijlage 5 Subsidieregeling Compensatie OZB lasten 2022 tot en met 2025 Burgemeester en wethouders van de gemeente Roosendaal; gelet op artikel 2, eerste lid, onder g en h, sport en sociale voorzieningen en maatschappelijke dienstverlening, en tweede lid, van de Algemene subsidieverordening Roosendaal; BESLUITEN vast te stellen de Subsidieregeling Compensatie OZB-lasten 2022 tot en met 2025

Artikel 1 Begripsomschrijvingen In deze subsidieregeling wordt verstaan onder:

a.

jaarlijkse subsidie: subsidie die per (boek)jaar of voor een bepaald aantal boekjaren aan een organisatie voor een periode van maximaal vier jaar wordt verstrekt.

b.

Amateursportverenigingen: verenigingen die ingeschreven staan bij de Kamer van Koophandel als sportverenigingen, gevestigd zijn in de gemeente Roosendaal en waar amateursport beoefend wordt in de gemeente Roosendaal.

c.

Scoutingsverenigingen: verenigingen die ingeschreven staan bij de Kamer van Koophandel als scoutingsverenigingen, gevestigd zijn in de gemeente Roosendaal en waar scoutingsactiviteiten beoefend worden in de gemeente Roosendaal.

d.

beheerstichting: een stichting die hoofdzakelijk belast is met het beheer van de bij een of meer sportverenigingen in gebruik zijnde sportaccommodaties of scouting accommodaties of

e.

beheerstichting en –organisatie van een wijk- en dorpsaccommodatie: een stichting c.q. organisatie die hoofdzakelijk is belast met het beheer van één of meer wijk- en dorpsaccommodaties, zoals vermeld in de subsidieregel wijk en dorpshuizen 2022 tot en met 2025

Artikel 2 Doelstelling subsidieregeling Doelstelling van de regeling is te bevorderen dat inwoners van de gemeente Roosendaal gezond en veerkrachtig zijn. Stimuleren van toegankelijkheid van sport; scouting en wijk- en dorpshuizen. Hiermee wordt bijgedragen aan de volgende subdoelen:

a.

Bevorderen en vergroten van structurele sport- en beweegparticipatie onder de jeugd van de gemeente Roosendaal.

b. c. d.

Bevorderen van een gezonde leefstijl onder inwoners van de gemeente Roosendaal. Bevorderen en vergroten van cultuurparticipatie onder de jeugd. Bevorderen dat inwoners actief deelnemen aan sociaal maatschappelijke activiteiten binnen de eigen wijk of dorp.

Artikel 3 Activiteiten die voor een jaarlijkse subsidie in aanmerking komen Activiteiten die voor een jaarlijkse subsidie in aanmerking komen zijn:

•

Compensatie van de OZB-lasten

Artikel 4 Voorwaarden aan de aanvrager Organisaties die voor subsidie in aanmerking komen voldoen aan de volgende vereisten. Subsidie kan uitsluitend worden aangevraagd door:

• • •

Amateursportverenigingen en beheerstichtingen Scoutingverenigingen en beheerstichtingen Beheerstichtingen en -organisaties van wijk- en dorpsaccommodaties.

Artikel 5 Voorwaarden aan de aanvraag Bij de aanvraag en daarna jaarlijks dient een kopie van de aanslag onroerendzaakbelasting overlegd te worden.

14

Artikel 6 Subsidiabele kosten De door de aanvrager verschuldigde en betaalde onroerendezaakbelasting, die aan hem is opgelegd door de gemeente Roosendaal met een op zijn naam gestelde aanslag. Artikel 7 Subsidieplafond en berekening subsidie Het subsidieplafond bedraagt voor de jaren 2022 tot en met 2025 (onder voorbehoud van jaarlijkse vaststelling van de begroting door de gemeenteraad) jaarlijks: € 55.000 voor artikel 4 lid 1 a en b; € 30.000 voor artikel 4 lid 1 c. De subsidie wordt verdeeld over de subsidieaanvragen. Artikel 8 Aanvraagtermijn subsidieaanvraag

•

In afwijking van artikel 6, eerste lid van de Algemene subsidieverordening dient subsidie aangevraagd te worden binnen 2 maanden na dagtekening van de aanslag.

•

Nieuwe verenigingen en stichtingen kunnen een subsidieaanvraag gedurende de subsidieperiode jaarlijks volgens de eerste bepaling van dit artikel indienen.

Artikel 9 Beoordeling subsidieaanvraag

•

Tijdige en volledige subsidieaanvragen die voldoen aan de voorwaarden van de artikelen 4 en 5 worden komen voor subsidie in aanmerking.

•

Als blijkt dat het subsidieplafond wordt overschreden, wordt het subsidiebedrag per aanvrager met een percentage verlaagd, totdat het subsidieplafond niet meer wordt overschreden.

Artikel 10 Besluitvorming De besluitvorming op de aanvragen op grond van deze subsidieregeling geschiedt volgens de volgende procedure.

• • •

Het college besluit tot afwijzing en verlening van de aangevraagde subsidies. De subsidie wordt verleend voor de periode van vier jaar. Subsidie wordt jaarlijks uitbetaald op basis van de jaarlijkse ingediende aanslag OZB.

Artikel 11 Samenloop van subsidies De aanvraag voor subsidie wordt afgewezen indien voor de activiteiten, als bedoeld in artikel 3, op grond van andere subsidieregels is of wordt aangevraagd. Artikel 12 Inwerkingtreding Deze subsidieregeling treedt in werking op 1 januari 2022 en vervangt hiermee eventuele voorgaande regelingen.

Aldus besloten door burgemeester en wethouders van Roosendaal op 22 juni 2021, de secretaris, de burgemeester,

15

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Oss&id=abd62414-9e45-43a5-ab51-36ec1b84f242