Toelichting+regels bij ontwerp-bestemmingsplan Aalstvoortsestraat 2c Herpen.PDF
Tekst van het document
BESTEMMINGSPLAN Aalstvoortsestraat 2c Herpen - 2022
Toelichting + regels
Gemeente Oss | Raadhuislaan 2 | 5341 GM | Oss | T: 14 0412 | F: 0412 642605 | www.oss.nl |
Aalstvoortsestraat 2c Herpen – 2022, pag. 1 van 77 ontwerp 20 januari 2022
Bestemmingsplan Aalstvoortsestraat 2c Herpen – 2022 ontwerp
Toelichting
Gemeente Oss, 20 januari 2022
Aalstvoortsestraat 2c Herpen – 2022, pag. 2 van 77 ontwerp 20 januari 2022
Aalstvoortsestraat 2c Herpen – 2022, pag. 3 van 77 ontwerp 20 januari 2022
INHOUDSOPGAVE TOELICHTING Hoofdstuk 1 Inleiding ............................................................................................................................. 7 1.1 Aanleiding ........................................................................................................................................ 7 1.2 Plangebied ....................................................................................................................................... 7 1.3 Geldende bestemmingsplannen ...................................................................................................... 8 Hoofdstuk 2 Bestaande situatie .............................................................................................................. 9 Hoofdstuk 3 Beoogde situatie ............................................................................................................... 14 Hoofdstuk 4 Ruimtelijk beleidskader .................................................................................................... 16 4.1 Wettelijk kader ............................................................................................................................... 17 4.2 Rijksbeleid .....................................................................................................................................
19 4.3 Provinciaal beleid .......................................................................................................................... 19 4.4 Gemeentelijk beleid ....................................................................................................................... 23 Hoofdstuk 5 Omgevingsaspecten ......................................................................................................... 26 5.1 Landschap ......................................................................................................................................27 5.2 Natuur ............................................................................................................................................ 30 5.3 Archeologie en Cultuurhistorie ...................................................................................................... 33 5.4 Mobiliteit en parkeren .................................................................................................................... 40 5.5 Water ............................................................................................................................................. 41 5.6 Defensie ........................................................................................................................................
43 5.7 Milieuaspecten............................................................................................................................... 45 5.8 Milieueffectrapportage (M.e.r.) ...................................................................................................... 70 Toelichting op de regels .................................................................................................. 71 Hoofdstuk 6 6.1 Algemeen ...................................................................................................................................... 71 6.2 Regels............................................................................................................................................ 71 Hoofdstuk 7 Handhaving ..................................................................................................................... 73 7.1 Beleidskader .................................................................................................................................. 73 7.2 Professionele handhaving en handhavingsprogramma ................................................................ 73 7.3 Handhaafbaarheid, positief bestemmen, overgangsrecht.............................................................
74 Hoofdstuk 8 Economische uitvoerbaarheid ......................................................................................... 75 Hoofdstuk 9 Overleg en maatschappelijke uitvoerbaarheid ................................................................ 76 9.1 Omgevingsdialoog ......................................................................................................................... 76 9.2 Vooroverleg ................................................................................................................................... 76 9.3 Inspraak ......................................................................................................................................... 77 9.4 Zienswijzen .................................................................................................................................... 77
REGELS VERBEELDING BIJLAGEN zie separaat bijlagenboek Bijlage 1 Quickscan flora en fauna Bijlage 2 Resultaten www.dewatertoets.nl Bijlage 3 Verkennend bodemonderzoek Bijlage 4 Akoestisch onderzoek
Aalstvoortsestraat 2c Herpen – 2022, pag. 4 van 77 ontwerp 20 januari 2022
Bijlage 5 Verslaglegging omgevingsdialoog Bijlage 6 Archeologisch bureau- en booronderzoek Bijlage 7 Selectiebesluit Bijlage 8 Aeriusberekeningen
Aalstvoortsestraat 2c Herpen – 2022, pag. 5 van 77 ontwerp 20 januari 2022
TOELICHTING Bestemmingsplan Aalstvoortsestraat 2c Herpen – 2022
Aalstvoortsestraat 2c Herpen – 2022, pag. 6 van 77 ontwerp 20 januari 2022
Aalstvoortsestraat 2c Herpen – 2022, pag. 7 van 77 ontwerp 20 januari 2022
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
Tussen Aalstvoortsestraat 2B en 4 in Herpen is een perceel gelegen waarop in het vigerende bestemmingsplan een ‘Woon’- en ‘Tuin’-bestemming zijn opgenomen. Er is geen sprake van een bouwvlak. Dat betekent dat er op dit moment geen hoofdgebouw (woning) opgericht kan worden. Omdat het de bedoeling was om op een later tijdstip een bouwvlak toe te voegen is bij het opstellen van het vigerende bestemmingsplan hiervoor een wijzigingsbevoegdheid opgenomen. Een wijzigingsbevoegdheid houdt in dat het college van B&W – binnen de bevoegdheden die de gemeenteraad in het vigerende bestemmingsplan voor het college van B&W heeft opgenomen – het bestemmingsplan mag wijzigen. Nu de eigenaar van de locatie de gemeente heeft verzocht om de procedure tot wijziging van het bestemmingsplan op te starten is een en ander in gang gezet. Het beoogde bouwplan is echter qua maatvoering hoger dan de wijzigingsbevoegdheid toelaat, waardoor een bestemmingsplanprocedure in plaats van een wijzigingsplanprocedure doorlopen moet worden. Met die reden is onderhavig bestemmingsplan opgesteld, waarmee een bouwvlak waarbinnen het beoogde bouwplan kan worden gerealiseerd wordt toegevoegd op het perceel tussen Aalstvoortsestraat 2B en 4 in Herpen
1.2
Plangebied
Het plangebied wordt begrensd door het woonperceel behorende bij Aalstvoortsestraat 2B aan de noordzijde, door de Aalstvoortsestraat aan de oostzijde, het woonperceel behorende bij Aalstvoortsestraat 4 aan de zuidzijde en aan de westzijde door een perceel dat voor agrarische doeleinden in gebruik is. Het perceel is kadastraal bekend gemeente Ravenstein, sectie G, nummer 1166 en kent een grootte van circa 1026 m2. Hieronder is het plangebied met een blauwe arcering op de luchtfoto met kadastrale ondergrond weergegeven.
Aalstvoortsestraat 2c Herpen – 2022, pag. 8 van 77 ontwerp 20 januari 2022
1.3
Geldende bestemmingsplannen
Op dit moment gelden binnen het plangebied de bestemmingsplannen die in onderstaande lijst zijn opgenomen. Naam bestemmingsplan
Datum vaststelling
Parapluplan Geitenhouderijen - 2019
05-03-2020
Kom Herpen 2012
14-11-2012
Na de inwerkingtreding van voorliggend bestemmingsplan verliezen deze plannen, binnen het plangebied, hun rechtskracht.
Aalstvoortsestraat 2c Herpen – 2022, pag. 9 van 77 ontwerp 20 januari 2022
Hoofdstuk 2
Bestaande situatie
2.1. Beschrijving bestaande situatie Het plangebied is gelegen aan de Aalstvoortsestraat in Herpen tussen huisnummers 2B en 4 in. Het plangebied is circa 1000 m2 groot. In het plangebied is op dit moment een schuur aanwezig. Verder is sprake van groen. Oppervlaktewater en erfverharding zijn in het plangebied niet van toepassing. Hieronder is een foto van de huidige situatie in het plangebied opgenomen.
2.2 Ontstaansgeschiedenis Onderstaande afbeeldingen laten de ontwikkeling van het plangebied en de omgeving ervan door de jaren heen zien.
Aalstvoortsestraat 2c Herpen – 2022, pag. 10 van 77 ontwerp 20 januari 2022
Aalstvoortsestraat 2c Herpen – 2022, pag. 11 van 77 ontwerp 20 januari 2022
Aalstvoortsestraat 2c Herpen – 2022, pag. 12 van 77 ontwerp 20 januari 2022
Sinds halverwege de jaren ’50 is er sprake van bebouwing in het plangebied. Sinds die periode heeft dit gedeelte van de Aalstvoortsestraat zich ontwikkeld tot het bebouwingslint dat het nu is. De kavels rondom het plangebied hebben een perceelsoppervlakte die vergelijkbaar is met de oppervlakte die het plangebied kent, namelijk circa 1000 m2. De perceelbreedte van ongeveer 20 meter is ook een maat die hier vaker voorkomt. 2.3 Vigerend bestemmingsplan Ter plaatse van het plangebied vigeert het bestemmingsplan ‘Kom Herpen 2012’. Hierin heeft het plangebied de bestemmingen ‘Wonen – Vrijstaand’ en ‘Tuin’. Er is geen sprake van een bouwvlak. In het plangebied kan op dit moment dus geen zelfstandige woning worden opgericht. Om dit mogelijk te maken is in het vigerende bestemmingsplan een wijzigingsbevoegdheid opgenomen. De gebiedsaanduiding ‘Wro-zone – wijzigingsgebied 2’ is van toepassing. Deze regels behorende bij deze wijzigingsbevoegdheid zijn als volgt: Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan te wijzigen ter plaatse van de aanduiding: "Wro-zone-wijzigingsgebied 2" ten behoeve van de bestemmingen "Tuin" en "Wonen-Vrijstaand" met toevoeging van een bouwvlak, waardoor de bouw van een vrijstaande woning met tuin mogelijk wordt, met inachtneming van de volgende voorwaarden: a. de bestaande schuur moet zijn verwijderd; b.
er is geen sprake van milieuhygiënische belemmeringen; c. een goede stedenbouwkundige en architectonische inpassing van de woning moet zijn aangetoond; d. omliggende bedrijven mogen niet in hun bedrijfsvoering worden belemmerd; e. de maximale goothoogte van de nieuwe woning bedraagt niet meer dan 3 meter en de maximale bouwhoogte niet meer dan 9 meter; f. voor het overige wordt voor de bouw- en gebruiksregels aangesloten bij de regels zoals die van toepassing zijn ingevolge de bestemming waarin gewijzigd wordt, met dien verstande dat de toegestane afwijkingen van de bouwregels rechtstreeks in de wijziging kunnen worden meegenomen.
Aalstvoortsestraat 2c Herpen – 2022, pag. 13 van 77 ontwerp 20 januari 2022
Verder is een dubbelbestemming in het kader van de bescherming van eventuele aanwezige archeologische waarden van kracht. Het gaat om de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie verwachtingswaarde hoog’. Dit houdt in dat zonder archeologisch onderzoek geen grondwerkzaamheden mogen worden uitgevoerd die een grotere oppervlakte hebben dan 100 m2 en dieper reiken dan 0,3 meter ten opzichte van het maaiveld. Naast dit bestemmingsplan vigeert ook het bestemmingsplan ‘Parapluplan Geitenhouderijen – 2019’. De regels die in dit parapluplan zijn opgenomen zijn niet van toepassing op onderhavig plangebied, omdat er geen sprake is van een bestemming die bedoeld is voor de uitoefening van agrarische activiteiten. Uit bovenstaande blijkt dat het planvoornemen, het realiseren van een vrijstaande woning op basis van het vigerende bestemmingsplan niet mogelijk is. Gebruik gemaakt zou kunnen worden van de wijzigingsbevoegdheid die het vigerende bestemmingsplan biedt, echter voldoet het beoogde bouwplan niet volledig aan de wijzigingsregels. De goothoogte van het hoofgebouw is meer dan 3 meter, namelijk 3,439 meter. Ook voldoet de bouwhoogte van het aangebouwde bijgebouw niet aan de wijzigingsregels. De hoogte daarvan is 7,036 meter terwijl maximaal 5 meter is toegelaten.
Er moet namelijk aangesloten worden bij de regels hiervoor in het vigerende bestemmingsplan, waarin een maximale bouwhoogte van bijgebouwen van 5 meter is toegelaten. Om het planvoornemen mogelijk te maken is onderhavig bestemmingsplan opgesteld.
Aalstvoortsestraat 2c Herpen – 2022, pag. 14 van 77 ontwerp 20 januari 2022
Hoofdstuk 3
Beoogde situatie
3.1 Beschrijving van de beoogde situatie Het is de bedoeling in het plangebied een vrijstaande woning bestaande uit één bouwlaag met kap (zadeldak) te realiseren. De afbeeldingen hieronder geven een impressie van de beoogde situatie. Eerst volgt een afbeelding van de situatie, daarna volgen enkele artist impressions van de beoogde woning.
Aalstvoortsestraat 2c Herpen – 2022, pag. 15 van 77 ontwerp 20 januari 2022
3.2 Stedenbouw Het planvoornemen is gelegen aan de Aalstvoortsestraat, een bebouwingslint met voornamelijk vrijstaande woningen uit verschillende bouwperioden. De woningen bestaan over het algemeen uit één laag met kap en zijn enerzijds oude boerderijen, anderzijds enigszins sobere burgerwoningen. Op de planlocatie staat op dit moment een oude schuur voorzien van een asbesthoudend dak vrij dicht op de weg. Door deze schuur te vervangen door een eenvoudige vrijstaande woning bestaande uit één
Aalstvoortsestraat 2c Herpen – 2022, pag. 16 van 77 ontwerp 20 januari 2022
bouwlaag met zadeldak, opgetrokken uit baksteen met een dak van pannen ietwat verder van de straat gelegen dan de schuur komt een kwaliteitsimpuls tot stand. De goothoogte van het hoofdgebouw is 3,439 meter, dit is hoger dan in de wijzigingsbevoegheid die ter plaatse op het perceel rust is toegestaan. Dit geldt ook voor de hoogte van het aangebouwde bijgebouw, wat 7,036 meter is. Deze bouw- en goothoogte wijken weliswaar af van de wijzigingsbevoegdheid, maar dat betekent niet dat het niet passend is in het straatbeeld. Uitgegaan blijft nog steeds van één bouwlaag met een kap, zoals ook aanwezig bij de andere woningen in de nabije omgeving. Daarbij stijgt de goothoogte van het hoofdgebouw niet uit boven de over het algemeen toegelaten goothoogte voor hoofdgebouwen in de nabije omgeving, namelijk 4,5 meter. De hogere bouwhoogte van het aangebouwde bijgebouw is toelaatbaar, omdat het gaat om een aangebouwd bijgebouw. Daarbij geldt dat de bouwhoogte ervan niet hoger is dan het hoofdgebouw en dat het qua uitstraling ondergeschikt blijft aan het hoofdgebouw. 3.3 Ontsluiting en parkeren Voor het planvoornemen hoeft de huidige wijze van ontsluiten niet te worden aangepast. De nieuw toe te voegen woning komt te staan op het erf dat voorzien is van een schuur die al rechtstreeks op de Aalstvoortsestraat is ontsloten.
Deze bestaande ontsluiting wordt voor de nieuwe woning in gebruik genomen. In het plangebied is voldoende ruimte aanwezig voor het parkeren van auto’s (meer dan 2) en fietsen van zowel de bewoners als bezoekers. 3.4 Groen en water Groen en oppervlaktewater vormen geen specifiek onderdeel van onderhavige ontwikkeling. Er is in het plangebied geen oppervlaktewater aanwezig, wel groen. Het groen dat in de huidige situatie aanwezig is blijft voor zover dat mogelijk/wenselijk is in de toekomstige situatie bestaan.
Aalstvoortsestraat 2c Herpen – 2022, pag. 17 van 77 ontwerp 20 januari 2022
Hoofdstuk 4 4.1
Ruimtelijk beleidskader
Wettelijk kader
4.1.1 Wet ruimtelijke ordening De hoofdlijnen van de Wet ruimtelijke ordening zijn: - Decentraal wat kan en centraal wat moet: rijk en provincie moeten en mogen niet meer regelen dan wat de taak van deze overheden direct met zich brengt; - Rijk, provincie en gemeente hebben gelijke instrumenten en kunnen die inzetten voor de eigen taken op het gebied van de ruimtelijke ordening: structuurvisie, bestemmingsplan en projectafwijkingsbesluit; - Rijk en provincie kunnen zaken voor gemeente dwingend voorschrijven via een verordening en via een aanwijzing; - Er is een strikte scheiding tussen beleid en bestemmingsplan; beleidsdocumenten hebben geen directe juridische werking meer; - De goedkeuring van de provincie op bestemmingsplannen is vervallen; - Voor de realisering van projecten kan een projectafwijkingsbesluit genomen worden; - Voor gebieden waar geen ruimtelijke ontwikkelingen spelen kan de gemeente kiezen om een beheersverordening te maken in plaats van een bestemmingsplan; - Er is een drempel voor planschade van 2%; - De mogelijkheid van kostenverhaal bij grondexploitatie is verbeterd; - Bestemmingsplannen moeten analoog en digitaal worden gemaakt. Onderdeel van de Wet ruimtelijke ordening is de Grondexploitatiewet (Grex-wet). De grondexploitatiewet is als paragraaf 6.4 in de nieuwe Wet ruimtelijke ordening opgenomen.
Doelstelling van de nieuwe wet is een goede regeling voor kostenverhaal, binnenplanse verevening en enkele locatie-eisen bij particuliere grondexploitatie. Onder de Grex-wet is kostenverhaal mogelijk via het privaatrechtelijke spoor (door middel van een vrijwillige samenwerkingsovereenkomst) en door middel van het publiekrechtelijke spoor. Het kostenverhaal heeft een verplichtend karakter. Privaatrechtelijke afspraken hebben de voorkeur. Maar als een gemeente er niet in geslaagd is met alle particuliere eigenaren in een gebied een overeenkomst te sluiten over grondexploitatie moet de gemeente publiekrechtelijk kosten verhalen bij partijen waarmee geen contract is gesloten. Dit publiekrechtelijke verhaal gaat door middel van een exploitatieplan, waarvan de totstandkoming gelijk op moet lopen met een bestemmingsplan. De verplichting tot een publiekrechtelijke regeling is gekoppeld aan twee voorwaarden: 1. In de eerste plaats is een ruimtelijk besluit op grond van de Wet ruimtelijke ordening nodig. Het publiekrechtelijk instrumentarium is alleen van toepassing bij de vaststelling van een bestemmingsplan, wijziging van een bestemmingsplan, of een projectafwijkingsbesluit. 2. De tweede voorwaarde is dat het ruimtelijk besluit voorziet in nieuwbouw of in belangrijke en omvangrijke verbouwplannen met functiewijzigingen.
De bouwplannen waar het om gaat zijn in het Besluit ruimtelijke ordening aangewezen. 4.1.2 Besluit ruimtelijke ordening; “Ladder voor duurzame verstedelijking” Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is de nadere uitwerking van de Wet ruimtelijke ontwikkeling. In het Bro staat onder meer dat gemeenten bij het opstellen van een bestemmingsplan rekening moeten houden met bijvoorbeeld cultuurhistorie of bodem. Verder staat in het Bro dat een plan moet voldoen aan de Ladder voor duurzame verstedelijking.
Aalstvoortsestraat 2c Herpen – 2022, pag. 18 van 77 ontwerp 20 januari 2022
De ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ is een procesvereiste voor ruimtelijke plannen die nieuwe stedelijke ontwikkelingen mogelijk maken (Bro art. 3.1.6 lid 2). “De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien”. Stedelijke ontwikkelingen zijn bijvoorbeeld een bedrijventerrein, kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen. Nieuwe stedelijke ontwikkeling zijn ontwikkelingen, die nog niet eerder in een bestemmingsplan of ander juridisch verbindend ruimtelijk plan zijn opgenomen. Motivering ladder duurzame verstedelijking Om te beoordelen of een ontwikkeling ladderplichtig is, wordt gekeken of sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Als stedelijke ontwikkeling wordt in het Bro genoemd ‘ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen’’. Of sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald aan de hand van de aard en omvang van die ontwikkeling, in relatie tot de omgeving.
Voor wonen geldt op basis van jurisprudentie dat woningbouwlocaties vanaf 12 woningen als een stedelijke ontwikkeling worden gezien. Dergelijke projecten zijn ladderplichtig. Het bestemmingsplan Aalstvoortsestraat 2c Herpen maakt de realisering van één woning mogelijk. Het voorliggende plan is daarmee, op basis van jurisprudentie hierover, geen nieuwe stedelijke ontwikkeling in de zin van de Ladder en hoeft dus niet verantwoord te worden vanuit de huidige behoefte. 4.1.3 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Indien nationale belangen met het oog op een goede ruimtelijke ordening dat vergen, kan de minister regels stellen aan de inhoud van bestemmingsplannen. Dit heeft de minister, in de vorm van een algemene maatregel van bestuur, gedaan in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Op 30 december 2011 is dit besluit in werking getreden. Het kabinet heeft in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) vastgesteld dat voor een aantal onderwerpen verdere regels gesteld moeten worden. In het Barro komen dertien nationale belangen als titels terug.
De volgende kunnen relevant zijn voor ruimtelijke plannen in de gemeente Oss: Rijksvaarwegen Grote rivieren Defensie Hoofdwegen en landelijke spoorwegen Elektriciteitsvoorziening Buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen Natuurnetwerk Nederland Primaire waterkeringen buiten het kustfundament De regels in het besluit zijn concreet normstellend benoemd en moeten direct of indirect (door tussenkomst van de provincie) doorwerken tot het niveau van de lokale besluitvorming. De indirecte doorwerking komt enkel bij de Ecologische Hoofdstructuur en de Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarden voor. Het Barro voorziet verder in een hoofdstuk overige bepalingen en gaat gepaard met meerdere bijlagen. In deze bijlagen worden onder andere de belangen van de grote rivieren en defensie geografisch begrensd.
Aalstvoortsestraat 2c Herpen – 2022, pag. 19 van 77 ontwerp 20 januari 2022
Bij het opstellen van bestemmingsplannen (en andere ruimtelijke besluiten) dient rekening te worden gehouden met de bepalingen van het Barro. Voor de gemeente Oss zijn met name de titels met betrekking tot de rijksvaarwegen, de grote rivieren, primaire waterkeringen buiten het kustfundament en defensie (rechtstreeks) van belang. De regels in titel 2.4 Grote rivieren vormen feitelijk de doorwerking van de Beleidsregels Grote rivieren. Ten aanzien van titel 2.6 Defensie wordt de enige mogelijke beperking gevormd door de bescherming van het radarverstoringsgebied van de vliegbasis Volkel. 4.2
Rijksbeleid
4.2.1
De Nationale Omgevingsvisie
De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is de langetermijnvisie van het Rijk op de toekomstige inrichting en ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De belangrijkste speerpunten uit de NOVI zijn: - Een klimaatbestendige inrichting van Nederland. Dat betekent dat we Nederland zo inrichten dat ons land de klimaatveranderingen aankan. Daarvoor is nodig dat we functies meer in evenwicht met natuurlijke systemen (bodem en water) inpassen. Een voorbeeld hiervan is het op termijn verhogen van grondwaterstanden in veenweidegebieden; - De verandering van de energievoorziening. Bij de inpassing van duurzame energie hebben we oog voor omgevingskwaliteit. Een voorbeeld hiervan is dat we eerst kijken naar ongebruikte daken om zonnepanelen op te plaatsten; - De overgang naar een circulaire economie, waarbij we tegelijk goed kunnen blijven concurreren en een aantrekkelijk vestigingsklimaat bieden. Een voorbeeld is het aanpassen van productieprocessen en het gebruik van reststoffen in het haven- en industriegebied; - De ontwikkeling van het Stedelijk Netwerk Nederland. Hiermee sturen we op een goed bereikbaar netwerk van steden. We gebruiken zo de ambities en mogelijkheden in steden en regio’s in heel Nederland.
Voorbeelden van regionale uitwerking hiervan zijn de verstedelijkingsstrategieën, waarin vooruitgekeken wordt hoe verschillende ruimtelijke functies in en rondom steden het beste ingepast kunnen worden; - Het bij elkaar plaatsen van zogenaamde logistieke functies (bijvoorbeeld distributiecentra, datacenters) om hiermee de openheid en de kwaliteit van het landschap te behouden. We maken daarbij gebruik van een voorkeursvolgorde logistieke functies; - Het toekomstbestendig maken van het landelijk gebied in goed evenwicht met de natuur en landschap. We werken bijvoorbeeld aan de overgang naar de kringlooplandbouw zodat gebruik van de grond meer wordt afgestemd op de natuurlijke water- en bodemsystemen. Onderhavige ontwikkeling is niet in strijd met de Nationale Omgevingsvisie.
4.3
Provinciaal beleid
4.3.1 Brabantse Omgevingsvisie: De kwaliteit van Brabant, visie op de Brabantse leefomgeving Op 14 december 2018 hebben Provinciale Staten de Omgevingsvisie ‘De kwaliteit van Brabant’ vastgesteld. De Omgevingsvisie bevat de hoofdlijnen van het provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving.
Aalstvoortsestraat 2c Herpen – 2022, pag. 20 van 77 ontwerp 20 januari 2022
De visie beschrijft de strategische hoofdopgaven voor de lange termijn over klimaatverandering, energietransitie, verstedelijking en bereikbaarheid, concurrerende duurzame economie en de basis op orde. Voor deze opgaven wordt aangegeven wat de ambities op lange termijn zijn: wat is er nodig om Brabant in 2050 een gezonde, veilige en prettige leefomgeving te laten zijn? Ook is een concreet tussendoel geformuleerd voor het jaar 2030, om zo te kijken wat in dat jaar minimaal bereikt moet zijn om het lange termijndoel te kunnen halen. De Omgevingsvisie geeft ook aan op welke nieuwe manieren de provincie met betrokkenen wil samenwerken aan omgevingsvraagstukken en welke waarden daarbij centraal staan. Na de inwerkingtreding van de Omgevingswet zal de Omgevingsvisie de provinciale plannen, zoals de structuurvisie, het verkeers- en vervoersplan, het milieu- en waterplan en de natuurvisie vervangen. De basisopgave van de Brabantse Omgevingsvisie is werken aan veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit. Deze basisopgave is veelomvattend en gaat over milieuaspecten, als een schone bodem, schoon water (ondergrond) en schone lucht. Maar ook om landschappelijke en cultuurhistorische aantrekkelijkheid, een goede woon- en werkomgeving met een aantrekkelijk aanbod aan voorzieningen, stilte en een natuurrijke omgeving, waarin biodiversiteit en recreatie hand in hand gaan.
Om deze basisopgave te verwezenlijken zijn er vier hoofdopgaven gesteld: - Werken aan de Brabantse energietransitie - Werken aan een ‘klimaatproof’ Brabant - Werken aan de slimme netwerkstad - Werken aan een concurrerende, duurzame economie
Onderhavig initiatief is gelegen in de kern van Herpen en bestaat uit het toevoegen van één nieuwe woning (inbreiding) op een perceel dat reeds voor de funcie ‘Wonen’ is bestemd. Het gaat om de ontwikkeling van een nieuwe woning op een plek waar nu een schuur staat. Het initiatief is op deze locatie een voor de hand liggende keuze. Het initiatief vindt aansluiting bij ‘Werken aan een slimme netwerkstad’. Door transformatie op deze plek is uitbreiding op een andere plek niet nodig. Met ontwikkelingen zoals onderhavige werken we aan een goed functionerend netwerk van stedelijke en landelijke gebieden, waarbij fysieke, sociale en digitale netwerken elkaar op de verschillende schaalniveaus versterken. Onderhavige ontwikkeling is passend in de Brabantse Omgevingsvisie.
4.3.2 Interim omgevingsverordening Noord-Brabant In oktober 2019 is de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant vastgesteld. De Interim omgevingsverordening Noord-Brabant bevat alle provinciale regels voor de fysieke leefomgeving. De verordening zorgt voor kaderstellende doorvertaling van de omgevingsvisie en het bestaande provinciaal beleid. De Interim omgevingsverordening Noord-Brabant is een eerste stap in de implementatie van de Omgevingswet op provinciaal niveau. Voordat de Omgevingswet in werking treedt, wordt de definitieve omgevingsverordening vastgesteld. Net zoals de Omgevingswet een groot aantal wetten vervangt, vervangt de Brabantse omgevingsverordening een aantal provinciale verordeningen. De Interim
Aalstvoortsestraat 2c Herpen – 2022, pag. 21 van 77 ontwerp 20 januari 2022
omgevingsverordening Noord-Brabant vervangt de Provinciale milieuverordening, Verordening natuurbescherming, Verordening Ontgrondingen, Verordening ruimte, Verordening water en de Verordening wegen. In de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant staan regels voor: Burgers en bedrijven: dit zijn rechtstreeks werkende regels voor activiteiten. Deze regels bevatten de voorwaarden om zo’n activiteit te mogen verrichten. Deze regels geven ook aan of de start van een activiteit vooraf moet worden gegaan door een melding. Bestuursorganen van de overheid: dit zijn zogenaamde instructieregels. Met deze regels kan de provincie een opdracht geven aan gemeenten over onderwerpen die zij in het bestemmingsplan moeten opnemen of aan het waterschap over de manier waarop ze hun taken uitvoeren. Ter plaatse van het plangebied gelden conform de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant de instructieregels voor gemeenten voor de ‘Landelijke kern’. Zie ook de uitsnede van de kaart van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant ter hoogte van het plangebied (rode pijltje) hieronder. Het plangebied ligt in het ‘Stedelijk gebied – Landelijke kern’.
Daarom zijn de regels uit Afdeling 3.5 stedelijke ontwikkeling en mobiliteit relevant. Voor stedelijke ontwikkelingen zijn er twee werkingsgebieden opgenomen: 1. Stedelijk gebied met een onderverdeling in: • Stedelijk concentratiegebied • Kernen in landelijk gebied 2. Verstedelijking afweegbaar. Er is een basisregeling geformuleerd voor duurzame stedelijke ontwikkeling. Uitgangspunt daarbij is dat eerst de mogelijkheden in ‘Stedelijk gebied’ worden benut of de mogelijkheden in leegkomend of leegstaand erfgoed elders in de gemeente. Als daarbinnen vanuit kwalitatieve- of kwantitatieve overwegingen geen ruimte beschikbaar is, kan een afweging worden gemaakt voor nieuw ruimtebeslag in ‘Verstedelijking afweegbaar’. In artikel 3.42 duurzame stedelijke ontwikkeling is het volgende opgenomen:
Aalstvoortsestraat 2c Herpen – 2022, pag. 22 van 77 ontwerp 20 januari 2022
Lid 1: Een bestemmingsplan dat voorziet in de ontwikkeling van een locatie voor wonen, werken of voorzieningen ligt binnen Stedelijk gebied en bevat een onderbouwing dat: a. de ontwikkeling past binnen de regionale afspraken, bedoeld in afdeling 5.4 Regionaal samenwerken; b. het een duurzame stedelijke ontwikkeling is. Lid 2: Een duurzame stedelijke ontwikkeling voor wonen, werken of voorzieningen: a. bevordert een goede omgevingskwaliteit met een veilige en gezonde leefomgeving; b. bevordert zorgvuldig ruimtegebruik, waaronder de transformatie van verouderde stedelijke gebieden; c. geeft optimaal invulling aan de mogelijkheden voor productie en gebruik van duurzame energie; d. houdt rekening met klimaatverandering, waaronder het tegengaan van hittestress en voldoende ruimte voor de opvang van water; e. geeft optimaal invulling aan de mogelijkheden voor duurzame mobiliteit; f. draagt bij aan een duurzame, concurrerende economie. In artikel 3.6 zorgvuldig ruimtegebruik is het volgende opgenomen: Lid 1: Zorgvuldig ruimtegebruik houdt in dat: a. de toedeling van functies in beginsel plaatsvindt binnen bestaand ruimtebeslag voor bebouwing behalve in de gevallen dat: 1. nieuwvestiging mogelijk is op grond van de bepalingen in dit hoofdstuk; 2.
er feitelijk of vanuit kwalitatieve overwegingen onvoldoende ruimte is en uitbreiding, al dan niet gelijktijdig met de vestiging van een functies, op grond van de bepalingen in dit hoofdstuk is toegestaan; b. bij stedelijke ontwikkeling toepassing is gegeven aan artikel 3.1.6. tweede lid, Besluit ruimtelijke ordening (ladder voor duurzame verstedelijking); c. gebouwen, bijbehorende bouwwerken en andere permanente voorzieningen worden geconcentreerd binnen een bouwperceel. Lid 2: Onder bestaand ruimtebeslag voor bebouwing wordt verstaan het werkingsgebied Stedelijk Gebied of een bestaand bouwperceel. Bij stedelijke ontwikkelingen is de relatie gelegd met de afspraken die in het regionaal overleg zijn gemaakt. Deze afspraken gaan over onder andere over duurzame verstedelijking en zorgvuldig ruimtegebruik. Afdeling 5.4 Regionaal samenwerken gaat nader in op de wijze van regionale samenwerking, de onderwerpen van de samenwerking en het maken van regionale afspraken in het regionaal omgevingsoverleg. Van belang zijn de prognoses en analyses die periodiek door Gedeputeerde Staten worden opgesteld.
In artikel 5.18 prognoses is hierover het volgende opgenomen: Lid 1: Gedeputeerde Staten stellen in overleg met de regio’s ten minste eens per bestuursperiode relevante prognoses en analyses op, zoals in ieder geval een bevolkings- en woningbehoefteprognose, een prognose voor de ruimtebehoefte aan bedrijventerreinen en een trendanalyse van de mobiliteitsontwikkeling, die richting gevend zijn voor de gezamenlijk te maken afspraken. Lid 2: De prognoses en analyses houden rekening met het principe van concentratie en verstedelijking. Onderhavige ontwikkeling, die voorziet in de functie ‘Wonen’, is gelegen binnen het bestaand stedelijk gebied, namelijk de kern van Herpen welke als zodanig is aangeduid. Dit sluit aan bij de regels van de interim omgevingsverordening, omdat stedelijke functies moeten zijn gelegen in stedelijk gebied. Verder moet sprake zijn van een duurzame stedelijke ontwikkeling. De stedelijke ontwikkeling is duurzaam,
Aalstvoortsestraat 2c Herpen – 2022, pag. 23 van 77 ontwerp 20 januari 2022
omdat de ontwikkeling zorgvuldig ruimtegebruik bevordert. Er wordt namelijk op een inbreidingsplek in stedelijk gebied ontwikkeld, waardoor uitbreiding elders niet noodzakelijk is. Daarbij geldt dat woningen op dergelijke plekken in een goed functionerend netwerk zijn gelegen, wat de toekomstbestendigheid van de woning bevordert. De uit artikel 3.42, 3.6 en 5.18 van de Interim omgevingsverordening NoordBrabant voortvloeiende verantwoording van deze ontwikkeling is opgenomen in paragraaf 4.4.3 en 4.4.4 Verantwoording wonen.
4.4
Gemeentelijk beleid
4.4.1 Structuurvisie Op 1 maart 2006 is de structuurvisie voor de gemeente Oss vastgesteld. De structuurvisie schetst de ruimtelijke koers van de gemeente op de langere termijn (tot 2020). Het is de opvolger van het Ruimtelijk Ontwikkelingsplan 1996 - 2015. In de visie zijn op het gebied van het wonen de volgende opgaven geformuleerd: - het versterken van de kwaliteit en de diversiteit van de woonmilieus; - het verhogen van de leefbaarheid in de wijken en de kernen; - het voorzien in de woningbehoefte, met name voor ouderen en jongeren; - het verhogen van de keuzemogelijkheden in het aanbod van woningen en woonmilieus; - het vasthouden van de huishoudens met de hogere inkomens. Ten aanzien van het voorzieningenniveau is in de visie neergelegd dat de gemeente Oss er naar zal streven een bereikbaar voorzieningenpakket voor de wijken en de kernen in stand te houden. 4.4.3 Wonen De Woonvisie Gemeente Oss 2020 formuleert de belangrijkste doelen en ambities voor het wonen in Oss voor de komende jaren. De woonvisie 2020 bestendigt de visie en ambities uit de Woonvisie 2013 en plaatst deze in het huidig tijdsgewricht. Daarbij geeft de Woonvisie 2020 de richting en focus op het gemeentelijk woonbeleid voor de komende jaren. Met de woonvisie wil de gemeente Oss aan vier ambities uitvoering geven: • Complete woongemeente. Aandacht voor de woonomgeving in bestaande wijken en kernen.
Een flexibel en gedifferentieerd woningbouwprogramma. • Comfortabele woningvoorraad. Een woningvoorraad die aansluit bij de behoeften en wensen van de bewoners. De woningen zijn duurzaam en toekomstbestendig. • Een (t)huis van alle groepen inwoners. Aandacht voor de groep kwetsbare inwoners met een zorgbehoefte die in de toekomst in een reguliere woning moeten blijven wonen. Ook aandacht voor de inwoners met een middeninkomen en jongeren die in de koop- en huursector buiten de boot dreigen te vallen. • Versterking van de woonfunctie van Oss, ook in regionaal opzicht. 4.4.4 Portefeuillemanagement ‘Wonen’ Voor de bepaling van het woningbouwprogramma hanteert de gemeente Oss sinds 2012 de systematiek van het Portefeuillemanagement Wonen (PFM Wonen Oss). Dit is ook vastgelegd in de Woonvisie Oss, actualisatie 2020. Er vindt periodiek een strategische afweging en prioritering van woningbouwprojecten plaats. De provinciale prognoses en de gemeentelijke doelstellingen voor woningbouw zijn de basis voor deze afweging. De systematiek van de PFM wordt steeds toegepast bij de afweging van nieuwe plannen voor woningbouw, telkens tegen de achtergrond van de meest actuele ontwikkelingen op de Osse woningmarkt. In 2019 zijn de uitgangspunten van het portefeuillemanagement Wonen geactualiseerd
Aalstvoortsestraat 2c Herpen – 2022, pag. 24 van 77 ontwerp 20 januari 2022
(PFM Wonen, actualisatie december 2019). Daarmee wordt aangesloten op de actuele behoefte, ontwikkelingen en de prognoses. Enkele uitgangspunten van PFM Wonen Oss zijn: • Met het portefeuillemanagement bepalen we het woningbouwprogramma van Oss, zowel naar omvang als kwalitatieve samenstelling. Dit programma stemmen we af op de bestaande woningvoorraad en de behoefte van de verschillende doelgroepen qua woningtype, eigendomsvorm en woonmilieus. • PFM Wonen maakt het mogelijk om nieuwbouwprojecten in de hele gemeente strategisch af te stemmen in planning en prioriteit. De keuzen en prioritering maken we op basis van een afweging van beleidskeuzes uit de woonvisie. Maar ook de ruimtelijk-functionele meerwaarde voor een gebied, de verplichtingen uit het verleden en de financiën wegen we mee. • De omvang van de woningbouwopgave is afgeleid van de prognose van de provincie Noord-Brabant. De meest recente prognose is van mei 2017 en geeft een bandbreedte voor de opgave: Laag (autonome opgave woningvoorraad vanuit bevolkingsprognose) en hoog (autonome opgave + inlopen huidige tekorten). We richten ons voor de komende 10 jaarsperiode op de opgave op basis van de hoge prognose. Dit is het kader waarbinnen we woningbouw in dit bestemmingsplan afwegen. • De provinciale prognose is berekend op het niveau van de totale gemeente.
We vertalen deze prognose door naar de woningbehoefte in de verschillende gebiedsdelen van Oss. Voor het landelijke gebied is de opgave voor woningbouw gericht op de behoefte vanuit de natuurlijke bevolkingsontwikkeling in de landelijke kernen. Het zwaartepunt van stedelijke ontwikkelingen, waaronder woningbouw, ligt in de stedelijke zone Oss-Berghem. Dit is ook het uitgangspunt van het provinciale beleid. • De kwalitatieve samenstelling van het woningbouwprogramma is afgestemd op de behoefte vanuit de verwachte ontwikkeling van de bevolkingssamenstelling en de bevindingen uit verschillende onderzoeken 1. De kwalitatieve opgave verschilt per gebiedsdeel (stedelijk gebied - landelijk gebied). Gezien de vergrijzing van de bevolking en de toename van kleinere huishoudens zijn starters en ouderen belangrijke aandachtgroepen. In de programmeringen liggen de hoofdaccenten bij toegankelijkheid, betaalbaarheid en duurzaamheid van de nieuwe woningen. Aandachtspunt blijft ook de verbreding naar toekomstgerichte woonmilieus, Oss als woongemeente versterken. Voor de afweging en prioritering in het woningbouwprogramma zijn alle mogelijkheden voor woningbouw in Oss in beeld gebracht. Op de eerste plaats is dit de zogenaamde harde plancapaciteit. Woningbouw is op deze plekken al rechtstreeks mogelijk op basis van de bestaande bestemmingsplannen en bouwvergunningen.
Daarnaast hebben we ook de zachte plancapaciteiten in beeld gebracht. Dit zijn concrete initiatieven voor woningbouw, die al dan niet al in procedure zijn, globale plannen die in gebiedsvisies zijn opgenomen en mogelijkheden voor woningbouw door herontwikkeling of transformatie van bestaande gebouwen of functies. Verantwoording Wonen Deze paragraaf geeft de verantwoording van de woningbouw aan de Aalstvoortsestraat tussen nummer 2B en 4 in Herpen in vanuit het gemeentelijke beleid, de provinciale bepalingen en zoals voorgeschreven vanuit de Ladder voor Duurzame Verstedelijking (zie paragraaf 4.1.2). Het plan Onderhavig plan bestaat uit de toevoeging van één vrijstaande woning aan de Aalstvoortsestraat tussen nummer 2B en 4 in Herpen in. Het plangebied is gelegen in de bebouwde kom/ bestaand stedelijk gebied.
1 Onder andere het regionaal perspectief op bouwen en wonen (2019) en de Regionale Woningmarktmonitor 2018, het Regionale Woningmarktonderzoek (2019).
Aalstvoortsestraat 2c Herpen – 2022, pag. 25 van 77 ontwerp 20 januari 2022
De toevoeging van een enkele woning is vanuit het beleid voor wonen toelaatbaar mits de ontwikkeling passend is ij de organische ruimtelijke structuur van de kernen (ruimtelijk en stedenbouwkundig voorstelbaar). Uit jurisprudentie blijkt dat de toevoeging van een zeer beperkt aantal woningen geen nieuwe stedelijke ontwikkeling is in de zin van Bro art. 3.1.6 lid 2. Een verantwoording volgens de Ladder voor Duurzame verstedelijking is niet nodig. 4.4.5 Welstandsbeleid Op 24 september 2020 is “Samen bouwen aan een mooi Oss, Nota uiterlijk van bouwwerken Oss 2020” vastgesteld. Dit welstandsbeleid legt meer verantwoordelijkheid bij de inwoners en bedrijven van de gemeente Oss. Met deze nota geldt in principe voor het gehele grondgebied van de gemeente een welstandsvrij beleid. Nieuwe bouwaanvragen hoeven niet te worden voorgelegd aan het Adviesteam Architectuur om te worden getoetst aan ‘redelijke eisen van welstand’. Er gelden drie uitzonderingssituaties: bebouwing binnen beschermde stads- en dorpsgezichten; monumenten en de panden in de directe omgeving van een monument (binnen een straal van 25 meter vanaf een monument); bebouwing binnen gebieden waar een beeldkwaliteitsplan geldt. In deze gevallen is voor bebouwing een welstandadvies wél verplicht.
In het welstandsvrije deel van de gemeente blijft de mogelijkheid bestaan om bouwplannen voor te leggen aan het Adviesteam Architectuur voor een vrijblijvend welstandsadvies. Het plangebied ligt niet in een beschermd stads- en dorpsgezicht of in de nabijheid van een monument. Voor het plan is geen beeldkwaliteitsplan opgesteld waaraan de bebouwing zal worden getoetst. De plannen zullen niet vrijwillig aan het Adviesteam Architectuur worden voorgelegd. 4.4.6 Beleid aan huis gebonden activiteiten Op 22 november 2012 heeft de gemeenteraad het Beleid aan huis gebonden activiteiten – Actualisatie 2012 vastgesteld. Het beleid voor aan huis gebonden activiteiten is opgesteld om mogelijkheden te bieden aan ondernemen vanuit de eigen woning. Door de jaren heen zijn de activiteiten die aan huis worden ondernomen steeds meer divers geworden. Het gaat allang niet meer alleen om een huisarts of accountant aan huis. Er is een breed scala dat aan huis uitgeoefend kan worden. Voorbeelden zijn een adviesbureau, pedicure of afslanksalon. Ook komen er steeds vaker vragen om kleinschalige cursussen te mogen geven, voor kleinschalige kinderopvang, ambachtelijke bedrijfjes of een bed en breakfast. Met het beleid wordt ingespeeld op de veranderende inzichten over aan huis gebonden activiteiten. Er wordt ruimte gegeven aan deze nieuwe vormen om vanuit de thuissituatie te werken.
Het gaat dus altijd om een bewoner die de activiteit uitvoert. Een andere belangrijke voorwaarde is steeds dat de activiteit zich goed verhoudt met de woonomgeving. Het beleid aan huis gebonden activiteiten is er op gericht om zoveel mogelijk rechtstreeks toe te staan. Er is een lijst opgesteld met een breed scala aan activiteiten die rechtstreeks mogen worden uitgeoefend in de woning. Deze lijst is als bijlage opgenomen bij de regels. Bij het opstellen van de lijst van rechtstreeks toegestane activiteiten is de woonomgeving het uitgangspunt geweest. Dit houdt in dat er geen bedrijven op staan die veel verkeer aantrekken of
Aalstvoortsestraat 2c Herpen – 2022, pag. 26 van 77 ontwerp 20 januari 2022
activiteiten die milieuhinder veroorzaken, die niet past in een woonomgeving. Het oppervlak van de rechtstreeks toegestane activiteiten is 35m2. Maar niet alle activiteiten kunnen rechtstreeks in een woning worden uitgevoerd. Soms is een toetsing vooraf nodig. Als dit positief is, wordt toestemming verleend in de vorm van een ‘omgevingsvergunning waarbij van het bestemmingsplan wordt afgeweken’. Bij deze afweging spelen publieksaantrekkende werking en milieu- en verkeersaspecten altijd een rol. Voorbeelden van activiteiten waarbij een toetsing vooraf nodig is zijn: een groter oppervlak dan het toegestane 35 m2, andere activiteiten dan die in de lijst zijn opgenomen of groepsmatige activiteiten. In het nieuwe beleid worden de mogelijkheden voor dit afwijkend gebruik beschreven. Voor het verlenen van een omgevingsvergunning voor afwijkend gebruik moet de aanvrager een concrete aanvraag om toestemming bij de gemeente indienen.
Aalstvoortsestraat 2c Herpen – 2022, pag. 27 van 77 ontwerp 20 januari 2022
Hoofdstuk 5
5.1
Omgevingsaspecten
Landschap
5.1.1 Nota Landschapsbeleid Binnen de gemeente Oss bestaat grote aandacht voor het landschap en het landelijke gebied. De Nota Landschapsbeleid zorgt voor een beleidskader welke een sturende werking heeft bij ruimtelijke ontwikkeling in het buitengebied. Ruimtelijke ingrepen en nieuwe functies in het buitengebied hebben een grote uitstraling naar de omgeving. Dit betekent dat bij deze ingrepen (bijvoorbeeld de bouw van agrarische bedrijfsgebouwen) eisen aan de landschappelijke inpassing van objecten moeten worden gesteld. De gemeente wordt verder geconfronteerd met de aanleg (of juist verwijdering) van (landschaps)elementen door particulieren op agrarische percelen in het buitengebied. Dergelijke initiatieven komen vaak niet overeen met de ter plaatse aanwezige en te behouden landschappelijke kwaliteit (bijvoorbeeld behoud van openheid of gebruik van niet-inheemse boomsoorten). Goede toetsingskaders en sturingsinstrumenten zijn voor bescherming maar ook voor ontwikkeling van het landschap onmisbaar. In de Nota Landschapsbeleid wordt per deelgebied beschreven wat de landschappelijke visie is. De verschillende deelgebieden zijn: Uiterwaarden Oeverwal Komgebied Dekzandrand Dekzandrug Per deelgebied wordt aangegeven wat de ontwikkelingsvisie is. Daarbij worden aandachtspunten voor uitwerking en uitvoering geschetst. Onderhavig plangebied is gelegen op de dekzandrand.
Hieronder is e.e.a. daarover opgenomen. Landschappelijke kwaliteiten De dekzandrand is een overgangszone van het lager gelegen kleigebied naar de hogergelegen dekzandrug. De dekzandgebieden zijn van oudsher de meest geschikte bewoningsplaatsen. De dekzandranden kenmerken zich van oorsprong door een kleinschalige opbouw, met een half-open tot besloten karakter en met nabij de kernen een onregelmatig verkavelingspatroon. Het contrast tussen de historisch gegroeide patronen van de oude verbindingswegen en rafelige dorpsranden en de rationele lineaire elementen van de grootschalige ontginningen geven dit gebied een eigen ruimtelijke karakteristiek. Ontwikkelingsvisie De gebieden op de dekzandrand kunnen een transformatie aan. Verandering van het landschap is hier mogelijk. Hieronder de onderdelen uit de visie die een relatie (kunnen) hebben met onderhavig plangebied. Op de dekzandrand kan een afwisselend en groen beeld worden gerealiseerd. Zo kan het kleinschalige en halfopen (tot besloten) karakter weer worden teruggebracht. Het terugbrengen van de kleinschaligheid kan plaatsvinden door de aanplant van opgaand groen. Voor het verkavelingspatroon in deze overgangszone geldt dat gestreefd moet worden om bij de kernen en clusters de onregelmatige blokverkaveling te behouden en versterken.
In het overige gebied is het doel de regelmatige slagenverkaveling loodrecht op de dekzandrug -met zeer smalle percelen- te behouden en verbeteren. Deze structuren kunnen benadrukt worden door herstel en
Aalstvoortsestraat 2c Herpen – 2022, pag. 28 van 77 ontwerp 20 januari 2022
-
uitbreiding van kavelrandbeplanting in de vorm van houtwallen en singels. Nieuwe aanplant en herstel van houtwallen draagt bij aan de verhoging van de natuurwaarden in dit gebied. Er bestaan goede mogelijkheden voor de ontwikkeling van natte hooilanden met bloemrijke kruidenvegetaties en amfibieënpoelen. Vanuit ecologisch oogpunt is het leggen van een relatie tussen zand- en kleigebied wenselijk, zoals met de smalle ‘landschapszone’ van Herperduin naar de Hertogswetering is gebeurd. Nieuwe functies kunnen bijdragen aan de gewenste landschappelijke verbeteringen. De slagenverkaveling met kavelrandbeplanting kan hierbij prima dienen als casco.
Aandachtspunten voor de uitvoering Herstel kavelrandbeplanting als voorwaarde bij ontwikkelingen in bestemmingsplan opnemen. Onderzoeken hoe uitbreiding van kavelrandbeplanting kan worden bewerkstelligd op gronden van particulieren. Nieuwe ontwikkelingen en/of functies landschappelijk inpassen en laten bijdragen aan de gewenste landschappelijke verbeteringen. Onregelmatige blokverkaveling nabij kernen versterken. In het overige gebied regelmatige slagenverkaveling loodrecht op de dekzandrug versterken. Erfbeplanting De vaak langgerekte verkaveling die hier door de nattere omstandigheden tot stand is gekomen vraagt om een zorgvuldige plaatsing van toekomstige bebouwing en de situering van beplanting. Beplanting moet geplaatst worden in de lengterichting, met de richting van de verkaveling mee. Te gebruiken bomen in houtwallen en –singels zijn els, es, esdoorn en eik. Nabij het bos op de dekzandrug wordt veel eik toegepast. De toepassing van elzensingels is op de nattere gronden voor de hand liggend. De te gebruiken beplantingssoorten zijn: els, es, (veld)esdoorn, haagbeuk, beuk, eik, (tril)populier, wilg, boskriek, hulst, liguster, sleedoorn, hondsroos, gelderse roos. Een landschappelijk inpassingsplan maakt geen onderdeel uit van deze ontwikkeling. In paragraaf 5.1.2. Kwaliteitsverbetering van het landschap is hierop ingegaan.
Bij de inrichting van het perceel zal rekening worden gehouden met de suggesties die in het kader van de Nota Landschapsbeleid voor de dekzandrand worden gedaan. 5.1.2
Kwaliteitsverbetering van het landschap
Regeling ‘kwaliteitsverbetering van het landschap’ De Interim omgevingsverordening Noord-Brabant eist, bij een bestemmingsplan dat een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk maakt in het landelijk gebied, een fysieke kwaliteitsverbetering van de landschappelijke kwaliteit. Dit staat in artikel 3.9 van de Interim omgevingsverordening. In januari 2013 is het afsprakenkader over de toepassing en uitwerking van deze regeling vastgesteld. Dit regionale afsprakenkader is oorspronkelijk bedoeld als uitwerking van regeling ‘Kwaliteitsverbetering van het landschap’ uit de Verordening ruimte. Het afsprakenkader geldt nog steeds. Toepassingsbereik De notitie toepassingsbereik vormt het basisdocument voor het afsprakenkader van de provincie met de gemeenten in de regio Noordoost. Deze notitie bevat de categorie-indeling voor de niet-planmatige ruimtelijke ontwikkelingen in het buitengebied en de bijbehorende tegenprestatie. Deze notitie geeft de minimale inspanning aan die de gemeente Oss regionaal heeft afgesproken. Gemeenten hebben alle vrijheid om meer kwaliteitsverbetering te verlangen als ze dat nodig vinden op basis van beleids- of gebiedsambities. Het afsprakenkader is nadrukkelijk geen ruimtelijk afwegingskader. Gemeenten moeten zelf beoordelen of een ontwikkeling ruimtelijk gewenst is. Vervolgens kan aan de
Aalstvoortsestraat 2c Herpen – 2022, pag. 29 van 77 ontwerp 20 januari 2022
hand van het afsprakenkader beoordeeld worden waar de kwaliteitsverbetering minimaal aan moet voldoen. Afspraken toepassingsbereik 1. de notitie Toepassingsbereik en met name de verdeling van ruimtelijke ontwikkelingen over de verschillende categorieën is de basis voor het afsprakenkader over toepassingsbereik. 2. bij planmatige (stedelijke) ontwikkelingen is kwaliteitsverbetering altijd van toepassing; 3. bij niet-planmatige ontwikkelingen: tegenprestatie gerelateerd aan impact: • cat. 1 geen impact: geen tegenprestatie • cat. 2 beperkte impact: landschappelijke inpassing • cat. 3 grote impact: berekende kwaliteitsverbetering van het landschap Afspraken kwaliteitsverbetering 1. Bij planmatige (stedelijke) ontwikkelingen: storting in een landschapsfonds of bijdrage in natura in landschapsversterkend project. 2. Bij niet-planmatige ontwikkelingen zijn gemeenten zelf verantwoordelijk voor de toepassing: in natura (op of nabij de projectlocatie), financiële bijdrage in landschapsfonds of een combinatie van beide. 3. Bij kwaliteitsverbetering in natura (op of nabij de projectlocatie) bevat het ruimtelijk plan de verantwoording van de kwaliteitsverbetering. 4. De regio kiest niet voor een (sub)regionaal landschapsfonds. Indien gemeenten een grensoverschrijdend landschapsproject willen realiseren, weten zij elkaar te vinden.
Het plangebied is gelegen in het bestaand stedelijk gebied. Kwaliteitsverbetering is in onderhavige situatie niet aan de orde. Er hoeft geen landschappelijk inpassingsplan te worden gemaakt.
Aalstvoortsestraat 2c Herpen – 2022, pag. 30 van 77 ontwerp 20 januari 2022
5.2
Natuur
5.2.1 Wet natuurbescherming De Wet natuurbescherming beschermt Nederlandse natuurgebieden en planten- en diersoorten. Het is belangrijk voor de natuur dat er veel verschillende planten- en diersoorten zijn. Wanneer het met de natuur goed gaat, is er ook meer ruimte voor economische en andere maatschappelijke activiteiten. Maar sommige soorten zijn kwetsbaar, zoals vleermuizen en mussen. Een goede natuurbescherming is dan ook belangrijk. Rolverdeling tussen provincies en Rijk Sinds 1 januari 2017 bepalen de provincies wat wel en niet mag in de natuur binnen de provincie. De provincies zorgen voor de vergunningen en ontheffingen. De Rijksoverheid blijft verantwoordelijk voor het beleid van grote wateren en internationaal beleid (zoals Natura2000). Ruimtelijke plannen en omgevingsvergunningen die invloed hebben op beschermde natuur moeten passen binnen de Wet natuurbescherming. Daarnaast gelden ook provinciale regelingen voor natuurbescherming. 5.2.2 Groen en natuur/biodiversiteit Natuur- en landschapsvisie 2005 De visie vormt een toetsings- en ontwikkelingskader voor het natuur- en landschapsbeleid in Oss. Zij geeft richting aan ontwikkelingen en nodigt initiatiefnemers uit om een bijdrage te leveren aan projecten. De visie heeft als bouwsteen bijgedragen aan de Structuurvisie Oss 2020.
De ambities die in de visie zijn opgenomen zijn: Het realiseren van een tweetal natuur- en landschapsparken, te weten: 'Maashorst-Herperduin' en het Maaspark'. Het realiseren van stevige verbindingen tussen de natuur- en landschapsparken. Behoud en herstel van natuur- en landschapswaarden in het 'Land van Grutto en Pastinaak' en het 'Land van Dassen en Struweel'. Het realiseren van een groenblauw lint door de polder rond de Hertogswetering. Het ontwikkelen van aantrekkelijke groengebieden in en rond Oss en de dorpen, te weten de 'Groenblauwe Slinger door Oss', de 'Groene geledingszone ten zuiden van Oss', de 'Groene dorpen' en de 'Maasband'. Routekaart Groen, Blauw en Natuur In deze nota is aangegeven dat we de natuur en de biodiversiteit willen verbeteren door in te zetten op een gemeentelijk natuurnetwerk, aanvullend op het provinciaal netwerk. Het landschap en de ontstaansgeschiedenis van de gemeente Oss vormen daarbij de basis. Daarbij onderscheiden we de vijf gebieden die ook in de Natuur- en Landschapsvisie worden genoemd. Natuurinclusief bouwen De gemeente streeft ernaar om bij (ver)bouwen zoveel als mogelijk rekening te houden met de natuur en de biodiversiteit ofwel ‘natuurinclusief’ te bouwen. Aan initiatiefnemers wordt gevraagd om dit ook te doen.
Bijzonder waardevolle bomen In 1998 is de beleidsnota “Bijzonder waardevolle bomen” opgesteld, waarin bomen zijn opgenomen die vanwege specifieke waarden bescherming verdienen. De lijst met waardevolle bomen wordt periodiek geactualiseerd. De laatste actualisatie is opgenomen in de nota “Bijzondere bomen in Oss 2018”. In deze nota is vastgelegd dat de aanvraag van een omgevingsvergunning voor de aangewezen waardevolle
Aalstvoortsestraat 2c Herpen – 2022, pag. 31 van 77 ontwerp 20 januari 2022
bomen altijd geweigerd moet worden tenzij het kappen van deze bomen vanuit het algemene belang noodzakelijk is. Dit is verder vertaald in de Algemene Plaatselijke Verordening (APV). Op grond van de APV is voor het kappen van bomen die op de Beschermde bomenlijst staan een vergunning vereist. De vergunning kan op grond van verschillende criteria door het college van burgemeester en wethouders worden geweigerd. Onderhavig plan is gelegen op een dekzandrand en is niet gelegen in een te ontwikkelen natuurnetwerk. In het plangebied is geen sprake van bomen die als waardevol zijn aangemerkt. Privé groen (bestaand) vormt onderdeel van de inrichting van het plangebied (het blijft voor zover mogelijk en wenselijk bestaan). In het plangebied wordt v.w.b. de nieuwe woning natuurinclusief gebouwd. 5.2.3 Natuurtoets Bij de bescherming van natuurwaarden gaat het enerzijds om soortenbescherming en anderzijds om gebiedsbescherming. Deze bescherming moet ertoe leiden dat het voortbestaan van de soort niet in gevaar komt. De gebiedsbescherming is gericht op de bescherming van kwetsbare natuurgebieden Gebieden Op 3 maart 2021 is door het Rijk de ‘Handreiking Voortoets Stikstof’ uitgebracht. Hierin is o.a.
het volgende opgenomen: “Op grond van de AERIUS-resultaten kunnen significant negatieve gevolgen van een plan of project op voorhand uitgesloten worden als het plan of project niet leidt tot een depositietoename op een stikstofgevoelig habitattype of leefgebiedtype waar de KDW (bijna) wordt overschreden. De voortoets bestaat dan enkel uit een beschrijving van de uitgangspunten van de emissieberekening, de AERIUS-resultaten en de conclusie dat significante gevolgen zijn uitgesloten”. Voor onderhavige (totaal)ontwikkeling is een voortoets uitgevoerd. De voortoets is bijgevoegd bij deze toelichting (bijlage 8) en kent de navolgende conclusie: “Uit de berekeningen volgt dat zowel door de aanlegfase als de gebruiksfase geen sprake is stikstofdepositie op Natura 2000 gebieden. De AERIUSberekeningen hebben aangetoond dat de stikstofdepositie gelijk is aan 0,00 mol N/ha/jaar. Dat betekent dat het project niet leidt tot stikstofdepositie op een Natura 2000 gebied. Op basis van de hierboven gepresenteerde gegevens hoeft er geen vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming te worden aangevraagd of verder onderzoek naar de stikstofdepositie uitgevoerd te worden.” Bij Wet natuurbescherming beschermde gebieden vormen geen belemmering voor onderhavige ontwikkeling. Soorten Door Buro Maerlant is voor onderhavige ontwikkeling een quickscan flora en fauna uitgevoerd.
De rapportage behorende bij de quickscan is bijgevoegd bij deze toelichting (bijlage 1). De samenvatting en conclusie van de quickscan is als volgt. “Conclusie In het plangebied of binnen de invloedssfeer van de werkzaamheden, zijn de volgende potentiële en actuele natuurwaarden aangetroffen waar rekening mee gehouden dient te worden: » Algemene broedvogels (niet jaarrond beschermd).
Effecten Doordat de werkzaamheden op het land plaatsvinden, beperkt van aard zijn, en preventief afdoende maatregelen kunnen worden getroffen, zijn over het algemeen géén negatieve effecten op strikter
Aalstvoortsestraat 2c Herpen – 2022, pag. 32 van 77 ontwerp 20 januari 2022
beschermde soorten te verwachten. Op basis van het advies (vogels algemeen) zijn de ingrepen zonder meer mogelijk. Advies Doordat de kans bestaat dat broedende vogels in of nabij de te slopen opstallen en het toekomstige bouwvlak (beplantingen/bomen) aanwezig kunnen zijn, wordt aanbevolen werkzaamheden als sloop en het verwijderen van beplantingen / het bouwrijp maken uit te voeren buiten het broedseizoen (ná half juli en vóór half maart). Indien een ter zake deskundige heeft vastgesteld, dat geen in gebruik zijnde nesten aanwezig zijn, is het ook mogelijk binnen deze periode te werken. Het verstoren van broedende vogels, wat leidt tot het definitief verlaten van een nest, is conform de Wet natuurbescherming niet toegestaan.” De gemeente Oss heeft het uitgevoerde onderzoek van Buro Maerlant beoordeeld en heeft geconstateerd dat in de rapportage niet is ingegaan op de aanwezigheid van spouwmuren in het te slopen gebouw. Er is echter door de ecoloog tijdens het veldwerk wel bezien of spouwmuren aanwezig zijn. Dat hierop in de rapportage niet is ingegaan komt doordat er in het te slopen gebouw geen sprake is van spouwmuren. De eventuele aanwezigheid van fauna in spouwmuren is dan ook niet aan de orde. Natuur vormt geen belemmering voor onderhavige ontwikkeling.