Toelichting+regels
Tekst van het document
6.2.4
Bijbehorende bouwwerken ten minste 1 m achter de voorgevel
In afwijking van wat er in artikel 6.2.3 staat, mogen bijbehorende bouwwerken ook worden gebouwd in het gebied tussen 1 en 3 m achter de voorgevel van het bijbehorend hoofdgebouw, mits voldaan wordt aan de volgende eisen: a. Het bijbehorende bouwwerk is niet hoger dan: 1. 0,3 m boven de bovenkant van de scheidingsconstructie met de tweede bouwlaag van het
Ossew eg 38a, Berghem pag 17 van 52 vastgesteld
hoofdgebouw, en; 2. het hoofdgebouw; b. Het bijbehorend bouwwerk is niet voorzien van een dakterras, balkon of een andere niet op de grond gelegen buitenruimte.
6.2.5
Andere bouwwerken die geen bijbehorend bouwwerk zijn
Voor het bouwen van bouwwerken die geen bijbehorend bouwwerk zijn, gelden de volgende regels: a. De bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer bedragen dan 2 m; b. In afwijking van het bepaalde onder a mag de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen vóór de voorgevellijn niet meer bedragen dan 1 m; c. De bouwhoogte van overige bouwwerken mag niet meer bedragen dan 4 m.
6.2.6
Bebouwingspercentage
Het bebouwingspercentage mag per bouwperceel niet meer bedragen dan hieronder is aangegeven:
Oppervlakte bouw perceel
Bebouw ingspercentage
bouw perceel tot en met 300 m2
55%
bouw perceel van 301 tot en met 400 m2
55% voor de oppervlakte tot 300 m2 en 30% over de meerdere oppervlakte
bouw perceel van 401 m2 en groter
50% over de oppervlakte tot 400 m2 en 20% over de meerdere oppervlakte
Daarbij geldt dat de gezamenlijke oppervlakte buiten het bouwvlak van bijbehorende bouwwerken niet meer mag bedragen dan 150 m², met inbegrip van bijbehorende bouwwerken op de bij het bouwperceel behorende gronden met de bestemming 'Tuin'.
6.3
Afwijken van de gebruiksregels
Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken: a. van artikel 6.1 voor uitoefening van activiteiten die genoemd worden in Bijlage 1 Lijst van rechtstreeks toelaatbare aan huis gebonden activiteiten met een bedrijfsvloeroppervlak van meer dan 35 m² of die niet in die lijst genoemd worden, maar naar aard en omvang gelijk te stellen zijn met de in die lijst wel genoemde activiteiten, mits: 1. de woonfunctie als hoofdfunctie, dat wil zeggen voor minstens 50%, gehandhaafd blijft en het bedrijfsvloeroppervlak nooit meer bedraagt dan 75 m²; 2. geen onevenredige aantasting van de kwaliteit van de woonomgeving plaatsvindt; 3. de activiteit voor wat betreft milieuaspecten kan worden ingeschaald in categorie 1 van de milieuzoneringslijst die is opgenomen in Bijlage 2 Milieuzoneringslijst; 4. een goede verkeersafwikkeling kan worden gewaarborgd en voorzien kan worden in de parkeerbehoefte; 5. de activiteit geen sterk publieksaantrekkende werking heeft; 6. de activiteit niet is uitgesloten in Bijlage 1 Lijst van rechtstreeks toelaatbare aan huis gebonden activiteiten b. van artikel 6.1 voor groepsmatige activiteiten, mits: 1. de woonfunctie als hoofdfunctie, dat wil zeggen voor minstens 50%, gehandhaafd blijft en het bedrijfsvloeroppervlak nooit meer bedraagt dan 75 m²; 2.
de aard, de groepsgrootte en de frequentie niet leiden tot een onevenredige aantasting van de kwaliteit van de woonomgeving; 3. een goede verkeersafwikkeling kan worden gewaarborgd en voorzien kan worden in de parkeerbehoefte; c. het verbod tot uitoefening van detailhandel als onderdeel van de uitoefening van een aan huis
Ossew eg 38a, Berghem pag 18 van 52 vastgesteld
gebonden activiteit, mits: 1. de detailhandel onderdeel is van de klantgerichte activiteiten ter plaatse; 2. de detailhandel van ondergeschikte aard en een niet-zelfstandig onderdeel is van de totale bedrijfsvoering. 6.4
Informatieve verwijzing naar andere regels van dit plan
Voor de volledige inhoud zijn alle hoofdstukken en de bijlagen van de regels van belang. Direct naar Hoofdstuk 1 Inleidende regels Direct naar Hoofdstuk 3 Algemene regels Direct naar Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels Direct naar Bijlagen bij de regels
Ossew eg 38a, Berghem pag 19 van 52 vastgesteld
Artikel 7
7.1
Wonen - Rijen
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Wonen - Rijen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen in de vorm van ten minste twee aaneengebouwde woonhuizen en daarbij behorende bouwwerken; b. activiteiten, genoemd in Bijlage 1 Lijst van rechtstreeks toelaatbare aan huis gebonden activiteiten met een bedrijfsvloeroppervlakte van niet meer dan 35 m²; c. een bed en breakfast met een overnachtingscapaciteit van niet meer dan 2 kamers en voor niet meer dan 4 personen tegelijk; d. bijbehorende waterhuishoudkundige voorzieningen, parkeervoorzieningen, paden, erven en tuinen.
7.2
Bouwregels
7.2.1
Algemeen
Bebouwing mag alleen worden opgericht voor de doelen als genoemd in artikel 7.1.
7.2.2
Hoofdgebouwen
Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende regels: a. Hoofdgebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd; b. De goothoogte en de bouwhoogte mogen niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)' is aangegeven; c. Ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' mag het aantal woningen niet meer bedragen dan in die aanduiding is aangegeven.
7.2.3
Bijbehorende bouwwerken minstens 3 m achter de voorgevel
Bijbehorende bouwwerken mogen worden gebouwd, mits voldaan wordt aan de volgende regels: a. Bijbehorende bouwwerken mogen alleen worden gebouwd op minstens 3 m achter de voorgevel van het bijbehorend hoofdgebouw; b. Indien het bijbehorend bouwwerk hoger is dan 3,5 m, dan moet het voorzien zijn van een schuin dak, dat voldoet aan de volgende eisen: 1. de dakvoet daarvan is niet hoger dan 3,5 m; 2. de daknok wordt gevormd door twee of meer schuine dakvlakken met een hellingshoek van niet meer dan 55°; 3. de hoogte van de daknok is niet meer dan 5 m en de hoogte daarvan wordt altijd begrensd door de volgende formule: maximale daknokhoogte [m] = (afstand daknok tot de perceelsgrens [m] x 0,47) + 3,5; c. Dakterrassen zijn alleen toegestaan direct achter en aansluitend aan het hoofdgebouw.
7.2.4
Bijbehorende bouwwerken minstens 1 m achter de voorgevel
In afwijking van wat er in artikel 7.2.3 staat, mogen bijbehorende bouwwerken ook worden gebouwd in het gebied tussen 1 en 3 m achter de voorgevel van het bijbehorend hoofdgebouw, mits voldaan wordt aan de volgende eisen: a. Het bijbehorende bouwwerk is niet hoger dan:
Ossew eg 38a, Berghem pag 20 van 52 vastgesteld
1. 0,3 m boven de bovenkant van de scheidingsconstructie met de tweede bouwlaag van het hoofdgebouw, en; 2. het hoofdgebouw; b. Het bijbehorend bouwwerk is niet voorzien van een dakterras, balkon of een andere niet op de grond gelegen buitenruimte.
7.2.5
Andere bouwwerken die geen bijbehorend bouwwerk zijn
Voor het bouwen van bouwwerken die geen bijbehorend bouwwerk zijn, gelden de volgende regels: a. De bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer bedragen dan 2 m; b. In afwijking van het bepaalde onder a mag de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen vóór de voorgevellijn niet meer bedragen dan 1 m; c. De bouwhoogte van overige bouwwerken mag niet meer bedragen dan 4 m.
7.2.6
Bebouwingspercentage
Het bebouwingspercentage mag per bouwperceel niet meer bedragen dan hieronder is aangegeven: Oppervlakte bouw perceel
Bebouw ingspercentage
bouw perceel tot en met 300 m2
55%
bouw perceel van 301 tot en met 400 m2
55% voor de oppervlakte tot 300 m2 en 30% over de meerdere oppervlakte
bouw perceel van 401 m2 en groter
50% over de oppervlakte tot 400 m2 en 20% over de meerdere oppervlakte
Daarbij geldt dat de gezamenlijke oppervlakte buiten het bouwvlak van bijbehorende bouwwerken niet meer mag bedragen dan 150 m², met inbegrip van bijbehorende bouwwerken op de bij het bouwperceel behorende gronden met de bestemming 'Tuin'.
7.3
Afwijken van de gebruiksregels
Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken: a. van artikel 7.1 voor uitoefening van activiteiten die genoemd worden in Bijlage 1 Lijst van rechtstreeks toelaatbare aan huis gebonden activiteiten met een bedrijfsvloeroppervlak van meer dan 35 m² of die niet in die lijst genoemd worden, maar naar aard en omvang gelijk te stellen zijn met de in die lijst wel genoemde activiteiten, mits: 1. de woonfunctie als hoofdfunctie, dat wil zeggen voor minstens 50%, gehandhaafd blijft en het bedrijfsvloeroppervlak nooit meer bedraagt dan 75 m²; 2. geen onevenredige aantasting van de kwaliteit van de woonomgeving plaatsvindt; 3. de activiteit voor wat betreft milieuaspecten kan worden ingeschaald in categorie 1 van de milieuzoneringslijst die is opgenomen in Bijlage 2 Milieuzoneringslijst; 4. een goede verkeersafwikkeling kan worden gewaarborgd en voorzien kan worden in de parkeerbehoefte; 5. de activiteit geen sterk publieksaantrekkende werking heeft; 6. de activiteit niet is uitgesloten in Bijlage 1 Lijst van rechtstreeks toelaatbare aan huis gebonden activiteiten b. van artikel 7.1 voor groepsmatige activiteiten, mits: 1. de woonfunctie als hoofdfunctie, dat wil zeggen voor minstens 50%, gehandhaafd blijft en het bedrijfsvloeroppervlak nooit meer bedraagt dan 75 m²; 2.
de aard, de groepsgrootte en de frequentie niet leiden tot een onevenredige aantasting van de kwaliteit van de woonomgeving; 3. een goede verkeersafwikkeling kan worden gewaarborgd en voorzien kan worden in de parkeerbehoefte;
Ossew eg 38a, Berghem pag 21 van 52 vastgesteld
c. van het verbod tot uitoefening van detailhandel als onderdeel van de uitoefening van een aan huis gebonden activiteit, mits: 1. de detailhandel onderdeel is van de klantgerichte activiteiten ter plaatse; 2. de detailhandel van ondergeschikte aard en een niet-zelfstandig onderdeel is van de totale bedrijfsvoering. 7.4
Informatieve verwijzing naar andere regels van dit plan
Voor de volledige inhoud zijn alle hoofdstukken en de bijlagen van de regels van belang. Direct naar Hoofdstuk 1 Inleidende regels Direct naar Hoofdstuk 3 Algemene regels Direct naar Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels Direct naar Bijlagen bij de regels
Ossew eg 38a, Berghem pag 22 van 52 vastgesteld
Artikel 8
8.1
Wonen - Woongebouwen
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Wonen - Woongebouwen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen in de vorm van woongebouwen en daarbij behorende bouwwerken; b. bijbehorende bovengrondse en/of ondergrondse parkeervoorzieningen; c. bijbehorende waterhuishoudkundige voorzieningen, parkeervoorzieningen, paden, erven en tuinen. 8.2
Bouwregels
8.2.1
Algemeen
Bebouwing mag alleen worden opgericht ten behoeve van de doelen als genoemd in artikel 8.1.
8.2.2
Hoofdgebouwen
Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende regels: a. Hoofdgebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd; b. De goothoogte en de bouwhoogte mogen niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)' is aangegeven; c. Ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' mag het aantal woningen niet meer bedragen dan in die aanduiding is aangegeven.
8.2.3
Bijbehorende bouwwerken
Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken gelden de volgende regels: a. De goothoogte mag niet meer bedragen dan 3,5 m; b. De bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 5 m; c. In afwijking van het bepaalde onder b mag de bouwhoogte van overkappingen en carports niet meer bedragen dan 3 m; d. De gezamenlijke oppervlakte van bijbehorende bouwwerken buiten het bouwvlak mag per bestemmingsvlak niet meer bedragen dan 6 m², vermenigvuldigd met het aantal wooneenheden.
8.2.4
Andere bouwwerken die geen bijbehorend bouwwerk zijn
Voor het bouwen van bouwwerken die geen bijbehorend bouwwerk zijn, gelden de volgende regels: a. De bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer bedragen dan 2 m; b. In afwijking van het bepaalde onder a mag de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen vóór de naar de weg gekeerde voorgevel en zijgevel niet meer mag bedragen dan 1 m; c. De bouwhoogte van overige bouwwerken die geen bijbehorend bouwwerk zijn, mag niet meer bedragen dan 4 m. 8.3
Afwijken van de gebruiksregels
Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 8.1 en worden toegestaan dat de gebouwen in ondergeschikte mate worden gebruikt voor maatschappelijke voorzieningen ten behoeve van bewoners van deze gebouwen en van bewoners in de omgeving, mits voorzien kan worden in de extra parkeerbehoefte, die deze voorzieningen met zich brengen.
Ossew eg 38a, Berghem pag 23 van 52 vastgesteld
8.4
Informatieve verwijzing naar andere regels van dit plan
Voor de volledige inhoud zijn alle hoofdstukken en de bijlagen van de regels van belang. Direct naar Hoofdstuk 1 Inleidende regels Direct naar Hoofdstuk 3 Algemene regels Direct naar Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels Direct naar Bijlagen bij de regels
Ossew eg 38a, Berghem pag 24 van 52 vastgesteld
Artikel 9 9.1
Leiding - Water
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Leiding - Water' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de aanleg, instandhouding en bescherming van ondergrondse watertransportleidingen. 9.2
Bouwregels
In afwijking van wat elders in deze regels is bepaald over het bouwen krachtens de overige bestemmingen mogen op of in deze gronden uitsluitend bouwwerken worden opgericht tot een bouwhoogte van 3 m voor ondergrondse watertransportleidingen. 9.3
Afwijken van de bouwregels
Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van artikel 9.2 voor het bouwen overeenkomstig de andere daar voorkomende bestemming(en) als de veiligheid van de betrokken leiding niet wordt geschaad en vooraf schriftelijk advies is ingewonnen bij de betrokken leidingexploitant. 9.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk dat geen bouwwerk is of van werkzaamheden 9.4.1
Vergunningsplicht
Het is verboden op en/of in deze gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken die geen bouwwerk zijn en/of werkzaamheden uit te voeren of te doen of te laten uitvoeren: a. b. c. d.
het uitvoeren van graafwerkzaamheden; het uitvoeren van heiwerken of het anderszins indrijven van voorwerpen in de bodem; het aanbrengen van diepwortelende en/of hoogopgaande beplanting en/of bomen; het ophogen, verlagen, afgraven of egaliseren van de bodem, of anderszins wijzigen van maaiveld- of weghoogte; e. het aanleggen van waterlopen of het vergraven, verruimen of dempen van bestaande waterlopen.
9.4.2
Uitzondering
Het verbod in artikel 9.4.1 geldt niet voor de werken die geen bouwwerk zijn of voor werkzaamheden: a. die het normale onderhoud en beheer van de gronden en de leiding betreffen; b. die op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan in uitvoering zijn.
9.4.3
Toelaatbaarheid
De werken en werkzaamheden als bedoeld onder 9.4.1 zijn slechts toelaatbaar als door die werken en werkzaamheden dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen geen onevenredige aantasting van de belangen van de leidingen en/of drinkwatervoorziening ontstaat of kan ontstaan.
9.4.4
Advies
Alvorens te beslissen over een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 9.4.1 wint het bevoegd gezag het advies in van de beheerder van de leiding.
Ossew eg 38a, Berghem pag 25 van 52 vastgesteld
9.5
Informatieve verwijzing naar andere regels van dit plan
Voor de volledige inhoud zijn alle hoofdstukken en de bijlagen van de regels van belang. Direct naar Hoofdstuk 1 Inleidende regels Direct naar Hoofdstuk 3 Algemene regels Direct naar Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels Direct naar Bijlagen bij de regels
Ossew eg 38a, Berghem pag 26 van 52 vastgesteld
Artikel 10 10.1
Waarde - Archeologie verwachtingswaarde hoog
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waarde - Archeologie verwachtingswaarde hoog' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de instandhouding en bescherming van op of in die gronden aanwezige archeologische waarden. 10.2 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk dat geen bouwwerk is of van werkzaamheden 10.2.1 Vergunningsplicht Het is, zo nodig in afwijking van wat elders in deze regels is bepaald, verboden op en/of in deze gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken die geen bouwwerk zijn en/of werkzaamheden uit te voeren of te doen of te laten uitvoeren over een oppervlakte van 100 m² of meer en dieper dan 0,3 m ten opzichte van het maaiveld: a. graafwerkzaamheden en/of grondbewerkingen, ploegen, roeren en omwoelen van gronden, waaronder begrepen het aanleggen van drainage; b. het ophogen, verlagen of egaliseren van de bodem; c. heiwerkzaamheden of het op andere wijze indrijven van objecten in de bodem; d. het aanbrengen van diepwortelende beplantingen en het rooien van diepwortelende beplanting waarbij stobben worden verwijderd; e. het verlagen van het waterpeil; f. het graven, verbreden en verdiepen van sloten, vijvers, zwembaden en andere wateren; g. het aanbrengen van ondergrondse transport-, energie-, telecommunicatieleidingen of andere leidingen en de daarmee verbandhoudende constructies; h.
het verharden van wegen, paden of parkeergelegenheid en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; i. het plaatsen en/of verwijderen van funderingen; j. graafwerkzaamheden en/of grondbewerkingen voor de bouw van gebouwen en andere bouwwerken.
10.2.2 Uitzondering Het verbod in artikel 10.2.1 geldt niet voor werken en werkzaamheden: a. in het kader van archeologisch onderzoek en archeologische opgravingen, mits deze worden verricht door een ter zake deskundige als bedoeld in de Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie; b. die op het moment van het van kracht worden van het plan legaal in uitvoering waren of legaal konden worden uitgevoerd krachtens een voor dat tijdstip geldende dan wel aangevraagde vergunning; c. die bestaan uit het aanbrengen van ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen dan wel andere leidingen en de daarmee verband houdende constructies, voor zover deze worden aangebracht binnen een bestaand leidingentracé binnen de daarvoor oorspronkelijk gegraven sleuf; d. die het normale gebruik, onderhoud en/of beheer betreffen van de gronden. Binnen de agrarische bestemming Artikel 3 Agrarisch met waarden - Landschap worden in ieder geval grondbewerkingen ten dienste van het agrarische gebruik beschouwd als normaal gebruik, mits de bodem tot niet meer dan 0,5 m onder maaiveld wordt geroerd.
10.2.3 Toelaatbaarheid, nadere eisen en voorwaarden a. Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 10.2.1 mag alleen worden verleend als: 1. door die werken of werkzaamheden, dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen de archeologische waarden van het betreffende terrein niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast, dan wel de mogelijkheden voor het herstel van die
Ossew eg 38a, Berghem pag 27 van 52 vastgesteld
waarden niet onevenredig worden of kunnen worden verkleind, en/of 2. uit door de aanvrager of ander overgelegd archeologisch onderzoek conform de Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie naar het oordeel van het bevoegd gezag blijkt dat de archeologische waarden van het betreffende terrein in voldoende mate zijn vastgesteld en zo nodig zijn zekergesteld, dan wel dat er geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn, dan wel dat de archeologische waarden door de werken of werkzaamheden niet of niet onevenredig worden geschaad. b. Het bevoegd gezag kan nadere eisen stellen aan het archeologische onderzoek en het archeologische onderzoeksrapport als bedoeld onder a. c. In het belang van de archeologische monumentenzorg kunnen aan de omgevingsvergunning in ieder geval de volgende voorwaarden worden verbonden: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor monumenten in de bodem kunnen worden behouden; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen; 3. de verplichting om de activiteit die tot bodemverstoring leidt te laten begeleiden door de gemeentelijke archeoloog dan wel een andere deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de omgevingsvergunning te stellen kwalificaties. 10.3
Informatieve verwijzing naar andere regels van dit plan
Voor de volledige inhoud zijn alle hoofdstukken en de bijlagen van de regels van belang. Direct naar Hoofdstuk 1 Inleidende regels Direct naar Hoofdstuk 3 Algemene regels Direct naar Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels Direct naar Bijlagen bij de regels
Ossew eg 38a, Berghem pag 28 van 52 vastgesteld
Hoofdstuk 3 Artikel 11
Algemene regels
Anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
Ossew eg 38a, Berghem pag 29 van 52 vastgesteld
Artikel 12 12.1
Algemene bouwregels
Ondergronds bouwen
12.1.1 Ondergrondse bouwwerken a. Voor het bouwen van ondergrondse bouwwerken die geen gebouw zijn, gelden geen beperkingen behalve voor zover in deze regels anders is bepaald. Ondergrondse bouwwerken mogen uitsluitend worden gebruikt overeenkomstig het bij de bestemming toegestane gebruik. b. Voor het bouwen en gebruiken van ondergrondse gebouwen gelden, behalve voor zover in deze regels anders is bepaald, de volgende regels: 1. ondergrondse gebouwen die deels zichtbaar zijn boven het aansluitende, afgewerkte, normale maaiveld, zijn uitsluitend toegestaan binnen het bouwvlak, met uitzondering van ondergeschikte bouwdelen, die ook buiten het bouwvlak zijn toegestaan; 2. ondergrondse gebouwen die onzichtbaar zijn boven het aansluitende, afgewerkte, normale maaiveld, zijn ook buiten het bouwvlak toegestaan; 3. in afwijking van wat er onder b1 en b2 staat, zijn ondergrondse gebouwen onder en bij woonhuizen uitsluitend toegestaan als kelder of onderbouw onder het woonhuis en onder aanen uitbouwen en aangebouwde bijgebouwen; 4. de ondergrondse bouwdiepte van ondergrondse gebouwen bedraagt maximaal 4 meter onder peil; 5. de oppervlakte van ondergrondse gebouwen wordt meegerekend bij het berekenen van de toegestane bedrijfsvloeroppervlakte en de toegestane verkoopoppervlakte; 6.
de oppervlakte van ondergrondse gebouwen wordt uitsluitend meegerekend bij het toegestane bebouwingspercentage voor zover die gebouwen zichtbaar zijn boven het aansluitende, afgewerkte, normale maaiveld; 7. de inhoud van ondergrondse gebouwen wordt niet meegerekend bij de toegestane inhoud van een woning voor zover die gebouwen maximaal 0,5 m boven peil zijn gelegen; 8. ondergrondse gebouwen mogen uitsluitend worden gebruikt overeenkomstig het bij de bestemming toegestane gebruik.
12.1.2 Afwijken van ondergronds bouwen Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van artikel 12.1.1 voor het bouwen van ondergrondse bouwwerken op andere locaties of met een ondergrondse bouwdiepte van maximaal 10 meter onder peil onder de voorwaarden dat: a. de waterhuishouding niet wordt verstoord; b. geen afbreuk wordt gedaan aan archeologische waarden; c. dit niet strijdig is met de belangen verbonden aan de bestemming van de betreffende gronden en de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden niet onevenredig worden aangetast.
12.2
Overschrijding van bouwgrenzen door bouwdelen
12.2.1 Direct toegestane overschrijding van bouwgrenzen In afwijking van de bestemmingsregels in Hoofdstuk 2 mag de bebouwingsgrens en/of de bestemmingsgrens van enige bestemming 'Wonen' (Wonen - Halfvrijstaand, Wonen - Rijen en Wonen Woongebouwen) door bouwdelen worden overschreden. Hiervoor gelden de volgende regels: a. Erkers, balkons en luifels van een woonhuis mogen de voorgevellijn met niet meer dan 1,5 m overschrijden, mits: 1. de afstand van een erker tot de openbare weg of ander openbaar gebied niet minder bedraagt dan 2 m; 2. de breedte van de erker, luifel of balkon niet meer bedraagt van 50% van de breedte van de
Ossew eg 38a, Berghem pag 30 van 52 vastgesteld
voorgevel; 3. de afstand tot de zijdelingse perceelgrens niet minder bedraagt dan 0,5 m, tenzij twee erkers, luifels of balkons direct aan weerszijden van de zijdelingse perceelgrens worden gebouwd. b. Ingangspartijen, balkons en luifels van woongebouwen mogen de voorgevellijn met niet meer dan 1,5 m overschrijden, mits de afstand tot de openbare weg of ander openbaar gebied niet minder bedraagt dan 2 m; c. Luifels en balkons van andere hoofdgebouwen dan woongebouwen mogen de bouwgrens met niet meer dan 1 m overschrijden, mits de afstand tot de openbare weg of ander openbaar gebied minstens 2 m bedraagt. d. Ondergeschikte bouwdelen van gebouwen zoals plinten, pilasters, kozijnen, hemelwaterafvoeren, ventilatiekanalen en rookkanalen mogen de bouwgrens met niet meer dan 0,5 m overschrijden.
12.2.2 Afwijken voor overschrijding van bouwgrenzen Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken: a. van artikel 12.2.1 onder a2 en toestaan dat de breedte van de erker, luifel of balkon niet meer bedraagt dan 75% van de voorgevel van het woonhuis. b. voor andere of ruimere overschrijdingen van de bouwgrens en/of een bestemmingsgrens dan genoemd in artikel 12.2.1, mits: 1. de bouwgrens met niet meer dan 2 meter wordt overschreden; 2. de bouwwerken niet lager worden aangebracht dan 4,20 meter boven een rijbaan en 2,20 meter boven ander openbaar gebied en er overigens geen bezwaren bestaan uit het oogpunt van verkeersveiligheid; 3. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en van het straat- en bebouwingsbeeld.
12.3
Parkeervoorzieningen
12.3.1 Medebestemming voor parkeervoorzieningen De voor: Artikel 5 Verkeer - Verblijf en Artikel 6 Wonen - Halfvrijstaand en Artikel 7 Wonen - Rijen en Artikel 8 Wonen - Woongebouwen aangewezen gronden zijn, voor zover dit niet reeds is aangegeven, tevens bestemd voor parkeervoorzieningen.
12.3.2 Bouwregels voor parkeervoorzieningen a. Indien de omvang of de bestemming van een gebouw daartoe aanleiding geeft, moet het gebouw en moet de andere bebouwing op het betreffende bouwperceel zodanig worden geplaatst of ingericht, dat ten behoeve van het parkeren of stallen van auto's voldoende ruimte aanwezig is, op of onder het gebouw dan wel op of onder het onbebouwde gedeelte van het bouwperceel. b. De in het eerste lid bedoelde ruimte voor het parkeren van auto's moet afmetingen hebben die zijn afgestemd op gangbare personenauto's. Aan deze eisen wordt geacht te zijn voldaan: 1. indien de afmetingen van bedoelde parkeerruimten per auto tenminste 1,80 m bij 5,00 m en ten hoogste 3,25 m bij 6,00 m bedragen; 2. indien de afmetingen van een gereserveerde parkeerruimte voor een auto van een gehandicapte - voor zover die ruimte niet in de lengterichting aan een trottoir grenst - ten minste 3,50 bij 5,00 m bedragen. c. Indien de bestemming van een gebouw aanleiding geeft tot een te verwachten behoefte aan ruimte voor het laden en lossen van goederen, moet het gebouw zodanig worden geplaatst of ingericht, dat
Ossew eg 38a, Berghem pag 31 van 52 vastgesteld
in deze behoefte in voldoende mate kan worden voorzien aan, in of onder het gebouw dan wel op of onder het onbebouwde gedeelte van het betreffende bouwperceel. d. Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde onder a en c, mits op andere wijze in de nodige parkeerruimte respectievelijk ruimte voor het laden en lossen van goederen wordt voorzien.
12.3.3 Beleidsregels voor toepassing normen voldoende parkeervoorzieningen Van voldoende ruimte voor parkeren of stallen van auto's als bedoeld in lid 12.3.2 sub a is sprake als wordt voldaan aan de door burgemeester en wethouders op 13 december 2016 vastgestelde 'Parkeernormen 2017 gemeente Oss'. Hierbij geldt dat als deze beleidsregels gedurende de planperiode worden gewijzigd of vervangen, rekening wordt gehouden met deze wijziging of vervanging.
Ossew eg 38a, Berghem pag 32 van 52 vastgesteld
Artikel 13
13.1
Algemene gebruiksregels
Verboden gebruik
Onder het gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met het bestemmingsplan wordt in ieder geval verstaan: a. gebruik van gronden, gebouwen, bouwwerken en onderkomens voor een seksinrichting en/of escortbedrijf; b. het gebruik van vrijstaande bijgebouwen voor bewoning; c. het gebruik van een woonhuis of woning voor de huisvesting van meer dan één huishouden; d. de opslag van onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijke bestemming onttrokken goederen en van materialen, emballage en afval, behalve voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik.
13.2
Afwijken van de gebruiksregels
Van het verbod een woonhuis te gebruiken voor de huisvesting van meer dan één huishouden (artikel 13.1 onder c), mits: a. het past binnen de geldende bouwregels en de overige geldende gebruiksbepalingen; b. de woning niet bewoond wordt door meer dan één persoon per 12 m² gebruiksoppervlakte; c. de belangen van de eigenaren en / of gebruikers van betrokken en nabijgelegen gronden niet onevenredig worden geschaad; d. het straat- en bebouwingsbeeld en de verkeersveiligheidsbelangen niet onevenredig worden geschaad; e. er wordt voldaan aan het gemeentelijk beleid ten aanzien van parkeernormen; f. de afwijking voorzien wordt van een ruimtelijke motivatie.
13.3
Voorwaardelijke verplichting waterhuishoudkundige voorziening
Voor het realiseren van waterhuishoudkundige voorzieningen binnen het plangebied geldt de volgende regel: Het gebruiken en het (doen) laten gebruiken van de gronden conform de bestemming 'Groen', 'Tuin', 'Verkeer - Verblijf', 'Wonen - Halfvrijstaand', 'Wonen - Rijen' en 'Wonen - Woongebouwen' is alleen toegestaan mits een waterhuishoudkundige voorziening met voldoende bergingscapaciteit is gerealiseerd en vervolgens aldus in stand wordt gehouden. De benodigde bergingscapaciteit wordt als volgt berekend: benodigde retentiecapaciteit (in m³) = toename verhard oppervlak (in m²) x 0,025. 13.4
Voorwaardelijke verplichting nader onderzoek flora en fauna
Het (doen) gebruiken van gronden en bouwwerken, het bouwen en/of slopen en het uitvoeren van een werk binnen de bestemming 'Groen', 'Tuin', 'Verkeer - Verblijf', 'Wonen - Halfvrijstaand', 'Wonen - Rijen' en 'Wonen - Woongebouwen' is enkel toegestaan nadat ecologisch vervolgonderzoek is verricht zoals volgt uit het rapport 'Quickscan natuurwetgeving Osseweg 38a Berghem' (Aeres Milieu, d.d. 8 december 2021) dat als bij de toelichting van dit bestemmingsplan is gevoegd.
Ossew eg 38a, Berghem pag 33 van 52 vastgesteld
13.5
Voorwaardelijke verplichting aanvullend verkennend asbestonderzoek
Het gebruiken en het (doen) laten gebruiken van de gronden conform de bestemming 'Groen', 'Tuin', 'Verkeer - Verblijf', 'Wonen - Halfvrijstaand', 'Wonen - Rijen' en 'Wonen - Woongebouwen' is alleen toegestaan nadat aanvullend verkennend asbestonderzoek is verricht ter plaatse van boring 106 en directe omgeving zoals dat volgt uit het rapport 'Diverse (bodem)onderzoeken, Osseweg 38A te Berghem (Verhoeven Milieutechniek B.V., d.d. 3-2-2022, versie 01) dat als bij de toelichting van dit bestemmingsplan is gevoegd. Wanneer uit dit aanvullend asbestonderzoek blijkt dat sprake is van een ernstig geval van bodemverontreiniging, dan dient deze bodemverontreiniging conform wettelijke voorschriften te worden gesaneerd.
13.6
Voorwaardelijke verplichting bodemsanering
Het gebruiken en het (doen) laten gebruiken van de gronden conform de bestemming 'Groen', 'Tuin', 'Verkeer - Verblijf', 'Wonen - Halfvrijstaand', 'Wonen - Rijen' en 'Wonen - Woongebouwen' is alleen toegestaan nadat het aangetoonde geval van ernstige bodemverontreiniging met PAK in de grond (circa 100 m³), zoals dat volgt uit het rapport 'Diverse (bodem)onderzoeken, Osseweg 38A te Berghem (Verhoeven Milieutechniek B.V., d.d. 3-2-2022, versie 01) dat als bij de toelichting van dit bestemmingsplan is gevoegd, conform wettelijke voorschriften is gesaneerd.
Ossew eg 38a, Berghem pag 34 van 52 vastgesteld
Artikel 14 14.1
Algemene aanduidingsregels
Overige zone - voorwaardelijke verplichting archeologie
Het gebruiken of (doen) laten gebruiken van gronden en bouwwerken met de bestemming 'Tuin', 'Verkeer - Verblijf', 'Wonen - Halfvrijstaand', 'Wonen - Rijen' en 'Wonen - Woongebouwen' ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - voorwaardelijke verplichting archeologie', is uitsluitend toegestaan indien na sloop van de bebouwing uit één integraal archeologisch proefsleuvenonderzoek blijkt dat de archeologische waarde van de betrokken locatie naar oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld. 14.2
Vrijwaringszone - onderhoudsstrook
14.2.1 Aanduidingsomschrijving Ter plaatse van de aanduiding 'vrijwaringszone - onderhoudsstrook' zijn de gronden, behalve voor de daar voorkomende bestemmingen, mede aangewezen voor het beheer en onderhoud van de naastgelegen A-watergang.
14.2.2 Bouwregels In afwijking van het bepaalde in de overige bestemmingen conform Hoofdstuk 2 mag op de gronden zoals bedoeld in lid 14.2.1 niet worden gebouwd.
14.2.3 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in lid 14.2.2 voor het bouwen overeenkomstig de andere bestemmingen van deze gronden (Hoofdstuk 2), mits advies is verkregen van de waterbeheerder en/of beheerder van de watergang.
Ossew eg 38a, Berghem pag 35 van 52 vastgesteld
Artikel 15 15.1
Algemene afwijkingsregels
Afwijken van de bouwregels algemeen
Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van: a. de in de regels gegeven maten, afmetingen en percentages tot niet meer dan 10% van die maten, afmetingen en percentages. b. de regels en toestaan dat het beloop of het profiel van wegen of de aansluiting van wegen onderling in geringe mate wordt aangepast, als de verkeersveiligheid en/of verkeersintensiteit daartoe aanleiding geeft; c. van de regels en toestaan dat het bouwvlak in geringe mate wordt overschreden, als een meetverschil daartoe aanleiding geeft; d. de regels en toestaan dat openbare nutsgebouwtjes, wachthuisjes voor het openbaar vervoer, telefooncellen, gebouwtjes voor de bediening van kunstwerken, toiletgebouwtjes, en naar aard daarmee gelijk te stellen gebouwtjes worden gebouwd, waarbij geldt dat: 1. de inhoud per gebouwtje niet meer mag bedragen dan 50 m³; 2. de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 3,5 m; e. de regels over de maximaal toegestane bouwhoogte van bouwwerken die geen gebouw zijn, en toestaan dat de bouwhoogte van bouwwerken die geen gebouw zijn, wordt vergroot: 1. voor kunstwerken die geen gebouw zijn, tot niet meer dan 15 m; 2. voor waarschuwings- en/of communicatiemasten tot niet meer dan 40 m; 3. voor overige bouwwerken die geen gebouw zijn, tot niet meer dan 10 m; f.
de regels over de maximaal toegestane bouwhoogte van gebouwen voor een overschrijding van de toegestane bouwhoogte voor plaatselijke verhogingen, zoals liftkokers, lichtkappen en technische ruimten, waarbij geldt dat: 1. de maximum oppervlakte van de vergroting niet meer mag bedragen dan 10% van het betreffende platte dakvlak of de horizontale projectie van het schuine dakvlak; 2. de overschrijding van de bouwhoogte niet meer bedraagt dan 3 m.
Ossew eg 38a, Berghem pag 36 van 52 vastgesteld
Artikel 16
Algemene wijzigingsregels
Burgemeester en wethouders mogen het plan wijzigen: a. Door de bestemmingsgrenzen, bouwgrenzen, andere grenslijnen en aanduidingen met niet meer dan 15 m te verschuiven, als een gewijzigde uitvoering van het plan om ruimtelijke, verkeerskundige of technische redenen gewenst is. b. Door het onderbrengen van bedrijfsactiviteiten in een andere categorie in de tot het plan behorende milieuzoneringslijst c.q. door het onderbrengen van nieuwe of andere bedrijfsactiviteiten, als de opgenomen vermelding niet meer juist of volledig is. c. Door de begrenzing van de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie verwachtingswaarde hoog' aan te passen of deze bestemmingen te laten vervallen, als dit op grond van nadere inzichten over archeologische waarden ter plaatse verantwoord is. d. Voor de bouw van telecommunicatiemasten en daarmee vergelijkbare voorzieningen onder de volgende voorwaarden: 1. wijziging is alleen mogelijk van de bestemmingen 'Groen' en 'Verkeer - Verblijf'; 2. de hoogte van bouwwerken mag niet meer zijn dan 50 m; 3. de omvang van de wijzigingslocatie mag niet meer zijn dan 25 m²; 4.
uit onderzoek moet gebleken zijn, dat plaatsing ter plaatse in het belang van communicatievoorziening noodzakelijk en verantwoord is, waarbij dat onderzoek in ieder geval betrekking moet hebben op: de mogelijkheden van plaatsing van deze voorzieningen op bestaande gebouwen of bouwwerken; de benutting van de mogelijkheden van gemeenschappelijk gebruik door telecommunicatiebedrijven; de inpassing van de mast in landschappelijk en stedenbouwkundig opzicht.