CConstaterende datOss
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting.PDF

Adviescommissie Ruimte 20 januari 2022, gemeente OssBij agendapunt: BI Ontwerpbestemmingplan Geffense Barriere26.681 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

bestemmingsplan

Geffense Barrière Oss

DATUM IMRO IDN

2021-08-18 NL.IMRO.0828.BPgffbarriere-ON01

PROJECT PROJECTLEIDER

BP Geffense Barriere mr. A.J.C.A. van Zitteren

OPDRACHTGEVER PROJECTNUMMER

Stein 20200519.002

AUTEUR STATUS

ontwerp

Inhoudsopgave

Toelichting

5

Hoofdstuk 1

Inleiding

6

1.1

Aanleiding

6

1.2

Plangebied

6

1.3

Geldende bestemmingsplannen

8

Hoofdstuk 2

Bestaande situatie

12

2.1

Ontstaansgeschiedenis

12

2.2

Bestaande situatie

15

Toelichting op het plan

18

3.1

Beoogde situatie

18

3.2

Stedenbouwkundige karakteristiek

20

3.3

Functionele karakteristiek

24

3.4

Verkeer en parkeren

26

3.5

Groen, water en landschappelijke inpassing

28

3.6

Beeldkwaliteit

30

Ruimtelijk beleidskader

31

4.1

Wettelijk kader

31

4.2

Rijksbeleid

37

4.3

Provinciaal beleid

39

4.4

Gemeentelijke beleid

47

4.5

Horeca

50

4.6

Kantoren

52

Omgevingsaspecten

54

5.1

Landschap

54

5.2

Natuur

56

5.3

Archeologie en Cultuurhistorie

70

5.4

Mobiliteit en parkeren

77

5.5

Water

80

5.6

Defensie

85

5.7

Milieuaspecten

86

5.8

Milieueffectrapportage (m.e.r.)

109

Hoofdstuk 3

Hoofdstuk 4

Hoofdstuk 5

3/121

Hoofdstuk 6

Toelichting op de regels

112

6.1

Algemeen

112

6.2

Regels

113

Hoofdstuk 7

Handhaving

117

7.1

Beleidskader

117

7.2

Professionele handhaving en handhavingsprogramma

117

7.3

Handhaafbaarheid, positief bestemmen, overgangsrecht

118

Hoofdstuk 8

Economische uitvoerbaarheid

119

Hoofdstuk 9

Overleg en maatschappelijke uitvoerbaarheid

120

9.1

Omgevingsdialoog

120

9.2

Vooroverleg

120

9.3

Zienswijzen

120

4/121

Toelichting

5/121

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

Er is een verzoek om herziening van het bestemmingsplan ingediend door Stein Ontwikkelt B.V. voor een herontwikkeling op een zichtlocatie, gesitueerd aan de snelweg A59. Met de voorgenomen planontwikkeling wordt beoogd een nieuwe ontwikkeling te realiseren bestaande uit een combinatie van horeca (met drive-thru en terras), een gezamenlijke zitruimte in de vorm van een atrium en kantoorruimte en buitenruimte. Het omliggend gebied wordt ingericht ten behoeve van parkeer- en groenvoorzieningen. Met deze toelichting wordt een basis gegeven voor de bestemmingsplanherziening waarmee medewerking kan worden verleend aan het initiatief. De toelichting geeft aan waarom de beoogde ontwikkeling past binnen het gebied. Er zal nader ingegaan worden op de wijze waarop het initiatief aansluit op de plaatselijke situatie en het beleid dat de gemeente voorstaat. Tevens worden de (stedenbouwkundige) richtlijnen en randvoorwaarden welke aan de basis van de planontwikkeling hebben gestaan in de toelichting verwoord. De toelichting geeft ook de resultaten van de uitgevoerde onderzoeken weer.

1.2

Plangebied

De herontwikkeling zal plaatsvinden op de locatie, kadastraal bekend als Geffen, sectie D, nummers 1104, 1105 en 1106 en plaatselijk bekend als Rijksweg 38, of beter de Geffense Barrière. Op afbeelding 1.1 is de betreffende planlocatie weergegeven.

6/121

Afbeelding 1.1: de planlocatie Geffense Barrière Het plangebied met de planlocatie is gelegen op grondgebied van de gemeente Oss, en is gesitueerd ten zuidwesten van de kern Oss en ten zuidoosten van de kern Geffen tegen de autosnelweg A59. Zie hiervoor afbeelding 1.2.

7/121

Afbeelding 1.2: de planlocatie t.o.v. de kernen Oss en Geffen (bron: www.topokaartnederland.nl)

1.3

Geldende bestemmingsplannen

Tot de inwerkingtreding van voorliggend bestemmingsplan 'Geffense Barrière' geldt binnen het plangebied één bestemmingsplan. Dit plan is hieronder weergegeven: Naam bestemmingsplan

Datum vaststelling

Buitengebied Oss - 2020

2020-04-16

Na de inwerkingtreding van voorliggend bestemmingsplan verliest het bestemmingsplan 'Buitengebied Oss2020', binnen het plangebied, rechtskracht. Bestemmingsplan 'Buitengebied Oss - 2020' Volgens dit bestemmingsplan zijn op het plangebied van toepassing, de bestemming 'Horeca' (bruine arcering met kadastrale nummers D1104 en D1105) en de bestemming 'Bedrijf (paarse arcering met kadastraal nummer D1106) alsmede de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie verwachtingswaarde hoog' (kruisjes op de verbeelding). Zie hiervoor afbeelding 1.3.

8/121

Afbeelding 1.3: uitsnede uit het bestemmingsplan 'Buitengebied Oss -2020' Het kadastrale perceel sectie A, nummer 6827 (zie afbeelding 1.4), maakt onderdeel uit van de planlocatie waar de toekomstige planontwikkeling is beoogd, maar is gesitueerd op het grondgebied van de gemeente Bernheze en maakt dientengevolge geen onderdeel uit van onderhavig bestemmingsplan gelegen binnen de gemeente Oss. Op dit kadastrale perceel (sectie A, nummer 6827) geldt de bestemming 'Verkeer' volgens het bestemmingsplan 'Buitengebied Bernheze'. De voorgestane planontwikkeling op dit kadastrale perceel past binnen deze bestemming en wordt in dit plan niet verder beoordeeld/beschouwd.

Afbeelding 1.4: uitsnede uit het bestemmingsplan 'Buitengebied Oss -2020'

9/121

Tevens valt het plangebied binnen de gebiedsaanduidingen: 'overige zone - gemengd landelijk gebied', en 'overige zone - beperking veehouderij'. Voor deze zones geldt, dat de daarop van toepassing zijnde regels, geen belemmerend effect hebben op de voorgenomen planontwikkeling in het plangebied. Daarnaast valt het plangebied in de zone 'overige zone - dekzandrug'. Binnen de 'overige zone - dekzandrug' is het verboden bepaalde werken, geen bouwwerken en werkzaamheden uit te voeren. Dit verbod is echter niet van toepassing binnen de bestemmingsvlakken 'Horeca' en 'Bedrijf', die in onderhavig bestemmingsplan in het daarbij behorende plangebied zijn opgenomen. Tevens geldt voor het plangebied, dat op een specifieke locatie op het terrein de functie aanduiding 'zend-'/ontvangstinstallatie' van toepassing is. Hier kan ter plaatse een zend- en ontvangstinstallatie opgericht worden tot een maximale bouwhoogte van 40 meter. Voor de gehele bestemming 'Horeca' is bovendien de bouwaanduiding 'specifieke bouwaanduiding - 27' van toepassing, waardoor op het perceel meerdere bedrijven binnen de bestemming 'Horeca' zijn toegestaan, mits er sprake is van één horecagebouw dat aan de buitenzijde de uitstraling heeft van één bedrijf. Zie hiervoor afbeelding 1.5.

Afbeelding 1.5: uitsnede uit het bestemmingsplan 'Buitengebied Oss -2020' met specifieke aanduidingen Binnen de bestemming 'Horeca' (Rijksweg 38) zijn de bouwrechten voor bedrijfsgebouwen vastgelegd. De toegestane oppervlakte van bedrijfsgebouwen bedraagt maximaal 2.000 m2 voor gebouwen en een oppervlakte van 65 m2 voor de zendmast. De maximale toegestane goot- en bouwhoogte voor het bedrijfsgebouw bedraagt 6,6 respectievelijk 11 meter. Voor een bedrijfswoning bedraagt de maximale inhoud 750 m3 (1.000 m² met binnenplanse afwijkingbevoegdheid) en een maximale goothoogte van 3 meter en een bouwhoogte van 8 meter (en met een binnenplanse afwijkingsbevoegdheid naar 5 respectievelijk 10 meter). Voor vrijstaande bijgebouwen geldt een goot- en bouwhoogte van 3 respectievelijk 5 meter en een oppervlaktemaat van maximaal 100 m2. Voor lichtmasten geldt een maximale bouwhoogte van 6 meter en voor overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde 3 meter, en voor een bouwwerk met dakconstructie een maximale bouwhoogte van 3 meter.

10/121

Er geldt een minimale afstand tot de perceelsgrens voor de bedrijfsbebouwing vanwege de aanwezigheid van wegen in de nabijheid van het plangebied. Er dient volgens de algemene bouwbepalingen een afstand van tenminste 20 meter te worden aangehouden vanuit de as van de weg tot op te richten bouwwerken. De 'as van de weg' is niet nader gedefinieerd, maar in normaal spraakgebruik wordt hiermee het punt bedoeld waar de weg in rijstroken voor de verschillende rijrichtingen is verdeeld. In voorgaand geval zou dat logischerwijs de middenberm van de A59 zijn. Deze beperking is derhalve niet belemmerend voor het plangebied (afstand as weg tot plangebied is > dan 20 meter). Voor de Rijksweg die ten westen en ten noorden van het plangebied ligt, levert de in acht te nemen afstandsmaat wel bouwbeperkingen op, waarmee in de planvorming echter rekening is gehouden. Binnen de projectlocatie waar de bestemming 'Bedrijf' van toepassing is, zijn geen bedrijven en is ook geen bedrijfsbebouwing toegestaan, maar uitsluitend een parkeerterrein aangezien de functie- aanduiding 'parkeerterrein' ter plaatse van toepassing is.

11/121

Hoofdstuk 2 2.1

Bestaande situatie

Ontstaansgeschiedenis

Afbeelding 2.1: Het oorspronkelijk café de Geffense Barrière (bron: Beeldbank Heemkundewerkgroep ‘Vladerack’) De planlocatie aan de Rijksweg 38 is sedert lange tijd (waarschijnlijk al vanaf 1818) een rust-/stopplaats geweest voor verkeer, waar een drankje genuttigd kon worden. Tevens heeft de locatie tussen 1825 en 1872 gefungeerd als een van vele tolplaatsen aan de provinciale weg tussen Den Bosch en Grave. Tol werd namelijk tot aan het begin van de jaren zeventig van de negentiende eeuw zowel te land als te water geheven op goederen, mensen en vervoermiddelen als voorloper van de hedendaagse belastingen en accijns. De inkomsten werden hoofdzakelijk voor het onderhoud van wegen, vaarwegen en bruggen gebruikt. Vanaf circa 1870 wordt de tol vervangen door andere belastingen en verdwijnen de tolplaatsen langs de provinciale wegen.

Afbeelding 2.2: Café de Geffense Barrière aan de provinciale weg / Rijksweg nr. 55 (nog voor de aanleg van de

12/121

autosnelweg) De planlocatie lag aanvankelijk aan de enkelbaans rijksweg nr. 55, oorspronkelijk aangelegd als provinciale weg, die liep van Nijmegen - Grave naar 's-Hertogenbosch. Tussen 's-Hertogenbosch en Geffen is de enkelbaans weg gedurende de jaren '60 verdubbeld naar 2x2 rijstroken, vooral om Oss met 's-Hertogenbosch te verbinden, waarbij het oorspronkelijke café De Geffense Barrière is verdwenen. Het was geen autosnelweg, maar een dubbelbaans weg vergelijkbaar met indertijd de N2 tussen 's-Hertogenbosch en Eindhoven. Indertijd stond die weg bekend als Rijksweg nr. 55.

Afbeelding 2.3: afbeelding van de Geffense Barriére in de vorige eeuw (60-er jaren) Toen in 1973 de autosnelweg tussen Geffen en Heesch opende, werd dit oostelijk deel als autoweg beschouwd als onderdeel van de A50. Vanaf het rijkswegenplan 1984 is de weg onderdeel van de rijksweg 59. De weg werd daarna tussen 2003 en 2005 omgebouwd tot een autosnelweg met 2x2 rijstroken. De volledige openstelling volgde op 26 september 2005. De planlocatie maakt onderdeel uit van de 'Verzorgingsplaats De Geffense Barrière' (hierna: VZP), die gelijktijdig openging met de opening van destijds de A50 tussen Heesch en knooppunt Bankhoef. De VZP 'De Geffense Barrière' is gelegen aan de noordzijde van de A59 in de richting Oss-Willemstad tussen afrit 51 en 52 en is tezamen met het voormalige wegrestaurant gelegen in de gemeente Oss. De naastliggend snelweg A59 ligt op grondgebied van de gemeente Bernheze.

13/121

Afbeelding 2.4: afbeelding van het wegrestaurant de Geffense Barrière (links) en de verzorgingsplaats Geffense Barrière (rechts) In het begin bestond de VZP enkel uit het voormalige wegrestaurant 'De Geffense Barrière' met wat parkeerplaatsen langs de A59 ten noordwesten van Heesch, in de richting 's-Hertogenbosch en ten westen van de aansluiting Oss. In 2001 is de verzorgingsplaats fors uitgebreid met een tankstation en een veel grotere parkeerplaats ten oosten van het wegrestaurant. De nabijgelegen verzorgingsplaats Tollenaer is sindsdien gesloten. Aan de overzijde, op circa 1 kilometer ten westen, ligt verzorgingsplaats De Lucht. Sindsdien was het wegrestaurant De Geffense Barrière zowel bereikbaar via de snelweg door middel van een doorsteek vanuit de VZP (aan de oostzijde) alsmede door middel van een directe aansluiting op de Rijksweg (aan de westzijde).

Afbeelding 2.5: afbeelding van het brandende wegrestaurant de Geffense Barrière (bron: dagblad) Op 5 mei 2009 is het gelijknamige wegrestaurant 'De Geffense Barrière' door een grote brand verwoest en is sindsdien niet meer operationeel.

14/121

2.2

Bestaande situatie

Sedert het voormalige restaurant 'De Geffense Barrière' gedeeltelijk is afgebrand is de planlocatie verlaten en is het grotendeels verwoeste bebouwingsobject niet meer in gebruik en staat er leeg en in een zeer vervallen staat erbij. Zie afbeelding 2.6.

Afbeelding 2.6: afbeelding van het vervalen voormalige wegrestaurant 'De Geffense Barriière' Ten westen en ten noorden van de planlocatie bevinden zich enkele weilanden met enkele bomenrijen en woonhuizen en bedrijvigheid. Ten zuiden van de planlocatie bevindt zich de snelweg A59 met weilanden en bebossing (zie afbeelding 2.7).

15/121

Afbeelding 2.7: overzicht situatie van de planlocatie en directe omgeving Ten oosten van de planlocatie bevindt zich de VGZ 'De Geffense Barrière' met parkeerplaatsen, een oplaadstation voor elektrische auto's (fastned) en een BP benzineservice-station inclusief LPG, shop en voorzieningen (Wild Bean Cafe). Zie afbeelding 2.8.

Afbeelding 2.8: foto's van de VGZ 'De Geffense Barriière'

16/121

Sedert 2010 is er nagedacht over een functionele herinvulling van de planlocatie zoals een ambitieus plan voor een zogeheten Raststätte, een plek waar Aldi, VVV en verschillende restaurants zouden kunnen samenkomen. Alsmede later een plan voor een speelautomatenhal in plaats van een supermarkt.

17/121

Hoofdstuk 3 3.1

Toelichting op het plan

Beoogde situatie

Met het plan 'Brier'59' wenst de ontwikkelaar Stein Ontwikkelt B.V uit 's-Hertogenbosch een nieuwe toekomstbestendige invulling te geven aan de planlocatie Geffense Barrière gelegen tegen de snelweg A59. Het betreft een locatie ontwikkeling met volop keuze en aantrekkingskracht voor consumenten en met een duidelijk focus op de toekomst, zoals het elektrisch rijden maar ook bijvoorbeeld de zelfrijdende auto. Een trend die nabij is. Wellicht sneller dan dat we nu verwachten. De zichtlocatie aan de snelweg, waar voorheen het wegrestaurant De Geffense Barrière was gevestigd, gaat fungeren als hèt nieuwe eigentijdse visitekaartje van de gemeente Oss, voor alle passanten tussen Nijmegen en 's-Hertogenbosch.

Afbeelding 3.1: impressie van de huidige inrichting op de planlocatie De projectlocatie wordt heringevuld. Daarbij wordt de bestaande bebouwing (in vervallen staat) gesloopt en wordt ter plaatse nieuwe bebouwing (hoofdgebouw en additionele bouwwerken) gerealiseerd en de omliggende ruimte heringericht. De bestaande zend-/en ontvangstinstallatie in het noordwestelijk deel van de

18/121

planlocatie is gesitueerd blijft gehandhaafd in de huidige staat. Voor een algemene indruk van de ontwikkeling op de locatie wordt verwezen naar de opgenomen impressie in afbeelding 3.2 (zie hieronder).

Afbeelding 3.2: impressie van de invulling op de projectlocatie (bron: EVE architecten) De 'Brier59' wordt een functionele plek waarbij ingespeeld wordt op het vernieuwend concept (work - eat charge) waar vormen van horeca samenkomen met vernieuwende werkprocessen, zowel voor bezoekers als voor bewoners en ondernemers binnen de gemeente. Het wordt een locatie ontwikkeling met een gemengde functionele invulling bestaande uit diverse landelijk en regionaal opererende horecavoorzieningen voor het hele gezin gecombineerd met kantooractiviteiten (bij voorkeur zonder baliefunctie) in één gezamenlijk gebouw. Alles wordt gehuisvest in één aansprekend, uitnodigend en duurzaam vormgegeven en uitgevoerd gebouw met een invulling en combinatie van meerdere horecamerken, inclusief een drive-thru, een een gezamenlijke zitruimte in de vorm van een atrium alsmede moderne en functionele werk- en vergaderplekken ten behoeve van een flexibele kantoorinvulling met dakterras. Aan en in het gebouw is er ruimte voor eigen identiteit in de vorm van signing en reclame op de gevels van het gebouw alsmede op de in het gebouw geïntegreerde reclamezuil. Het omliggende gebied wordt ingericht met een klein buitenterras, parkeer- en stallingsvoorzieningen voor gemotoriseerd verkeer, brommers en fietsers, diverse oplaadmogelijkheden voor elektrische voertuigen en groenvoorzieningen.

19/121

3.2

Stedenbouwkundige karakteristiek

De bestaande opstal op de projectlocatie met een grondoppervlak van circa 675 m2 wordt volledig gesloopt en in de plaats daarvan komt een nieuw gebouw, bestaande uit strakke lijnen en veel glas, met een luifel en een in het oog springende reclamezuil. Zie afbeeldingen 3.3 t/m 3.6 voor een algemene indruk. De totale footprint van de bebouwing bedraagt circa 1.460 m2. Met de overstek/overkapping aan het hoofdgebouw bedraagt het oppervlak circa 1.970 m2. Daarnaast wordt op de planlocatie nog extra bebouwing opgericht ten behoeve van vuilopslag (circa 45 m², een fietsenstalling (circa 66 m²), alsmede een bestaande zend-/ontvangst installatie (circa 77 m2).

20/121

Afbeelding 3.3: impressie van het gebouw bezien vanuit de voorzijde A59 (bron: EVE architecten)

Afbeelding 3.4: impressie van het gebouw bezien vanuit de voorzijde A59 (bron: EVE architecten)

21/121

Afbeelding 3.5: impressie van het gebouw bezien vanuit de achterzijde Rijksweg (bron: EVE architecten)

Afbeelding 3.6: impressie van het gebouw bezien vanuit de achterzijde Rijksweg (bron: EVE architecten) De bouwhoogte van de bebouwing bedraagt in de basis 8 meter, bestaande uit twee verdiepingslagen van elk 4 meter. De feitelijk bouwhoogte bedraagt vanwege een verhoogde daktrim langs de randen van het gebouw circa 9 meter. Op een gedeelte van de beoogde bebouwing aan de voorzijde van het gebouw richting de autosnelweg is een opbouw voorzien voor voorzieningen/installaties tot een hoogte van circa 10,5 meter.

22/121

Langs de randen van het gebouw wordt een overstek aangebracht om het gebouw meer uitstraling te geven. Aan de oostzijde van het gebouw loopt deze overstek ruimer door om een reclamezuil van maximaal 40 meter hoogte te integreren in het ontwerp.

23/121

Afbeelding 3.7: dwarsdoorsnedes van het gebouwontwerp met hoogten (bron: EVE architecten)

3.3

Functionele karakteristiek

Op de begane grond wordt een wereld van horeca gerealiseerd. Aan een gezamenlijk atrium worden diverse horecavoorzieningen gepositioneerd. In het atrium zelf komt een gezamenlijk zitgedeelte waar de bezoekers kunnen lunchen/dineren. Het totale netto vloeroppervlak aan horeca bedraagt 1.400 m2. De drive-tru wordt gepositioneerd aan de voorzijde van het gebouw parallel aan de autosnelweg, waarbij de rijrichting tegengesteld is aan de rijrichting van de autosnelweg. Tussen de interne infrastructuur en de snelweg wordt een lage afscheiding gerealiseerd om verblinding door koplamp- verlichting van autoverkeer te voorkomen.

24/121

Afbeelding 3:8 plattegrond indeling begane grondlaag (bron: EVE architecten) Het realiseren van een eigentijds kantoor concept maakt tevens onderdeel uit van de totale ontwikkeling. De eerste verdieping van het nieuw te ontwikkelen gebouw wordt ingericht met werk- plekken. Deze werkplekken kunnen bestaan uit flexibel in te richten kantoorruimten, spreekkamers en vergaderunits, afhankelijk van de op dat moment aanwezige behoefte. Het gaat in totaal om circa 800 m2 te gebruiken vloeroppervlak aan kantoorruimte. De kantoorruimten zijn voorzien op de verdieping met een dakterras aan de achterzijde van het gebouw.

Afbeelding plattegrond verdieping (bron: EVE architecten)

25/121

3:9

3.4

Verkeer en parkeren

De toename in het gebruik van elektrische auto's zorgt ook voor een toename van de vraag naar oplaadlocaties echter blijft het aanbod van dit soort laadvoorzieningen in de regio sterk achter. Met het opladen van elektrisch aangedreven auto's is meer tijd gemoeid dan bij het tanken bij een benzinestation. De zakelijke bestuurder zal deze tijd graag productief maken door deze te combineren met lunch, werken of door een combinatie te maken met een zakelijk afspraak. Aan beide mogelijkheden wordt in het concept 'Brier59' invulling gegeven in deze verzorgingsplaats van de toekomst. Het parkeerterrein wordt in samenwerking met energie-partijen dan ook deels ingericht met ruime laadvoorzieningen voor elektrische auto's. al dan niet met overkappingen met zonnepanelen ten behoeve van een duurzame opwekking van elektriciteit.

Afbeelding 3:10 schetsvoorstel terreininrichting interne structuur + parkeervoorzieningen (bron: EVE architecten) Aan de achterzijde komen 143 parkeerplaatsen. Deze parkeerplaatsen zijn te bereiken via een doorsteek vanaf de verzorgingsplaats de Geffens Barriere. Deze parkeerlocaties worden fysiek wel gescheiden van de parkeervoorzieningen behorende bij de verzorgings- plaats Geffensee Barriere (staatseigendom), zodat er geen sprake is van sluipverkeer. Bijvoorbeeld door een slagboom met kentekenherkenning. Er zal geen sprake zijn van een directe afslag vanaf de autosnelweg naar de planlocatie. Tevens zal er sprake van een ontsluiting op de Rijksweg in de zuidwesthoek van de planlocatie, waar een bestaande ontsluitingstructuur al aanwezig is. De toegang naar het terrein wordt dusdanig gereguleerd waardoor een vermenging van snelwegverkeer en verkeer vanuit het achterland wordt voorkomen.

26/121

Afbeelding 3.11: huidige entree naar de planlocatie vanaf de Rijksweg Buiten het bedrijfsperceel, gesitueerd aan de Rijksweg, wordt in het openbaar gebied een fietsenstalling opgericht met entree naar het horecaperceel.

27/121

Afbeelding 3.12: situering van fietsenstalling aan de Rijksweg

3.5

Groen, water en landschappelijke inpassing

De bestaande groenstructuur aan de west- en noordzijde wordt waar mogelijk behouden en geïntegreerd in de toekomstige terreininrichting. Bij de technisch uitwerking van de terreininrichting wordt tevens gezocht naar mogelijkheden om solitaire bomen en lage haagstructuren in te passen om het geheel ook een groene uitstraling te geven naast praktische en uitvoerbare infiltratiemogelijkheden op het terrein.

28/121

Afbeelding 3.13: impressie landschappelijke inpassing (bron: Rho adviseurs - augusts 2021) Bij het opstellen van de landschappelijke inpassing (zie de separate bijlage 1 bij de regels) is rekening gehouden met de biodiversiteit in het gebied, het zicht langs de Oude Rijksweg en het Natuurnetwerk Brabant (NNB). Over het gehele terrein zullen de huidige bomen zoveel mogelijk behouden blijven. Aan de noordzijde van het plangebied staan in de huidige situatie zomereiken. Deze bomenrij is een belangrijk element in het plangebied en zal dan ook zo goed mogelijk in stand blijven. In totaal zullen er circa 7 bomen verdwijnen. Bij het realiseren van het plan zal per boom gekeken worden welke het beste behouden kan blijven of in verband veiligheidsredenen toch zal verdwijnen. Naast de huidige bomen, worden ook nieuwe bomen op het terrein aangeplant. Bomen zorgen niet alleen voor een groene uitstraling van het terrein, ook bieden zij verkoeling. De nieuw aan te planten bomen zijn inheems (zomereik, beuk of berk). Door middel van struweelhaag aan te planten onder de bomen aan deze noord- en westzijde, zal de parkeerplaats grotendeels uit het zicht ontnomen worden voor bestuurders op de Oude Rijksweg. De struweelhaag bestaat uit verschillende soorten beplanting. Door de diversiteit toe te passen zal de groene wand bijdragen aan de biodiversiteit van de omgeving.

Soorten die toegepast worden zijn meidoorn (25%), hondsroos(25%), liguster (25%) en de veldesdoorn (25%). De groen stroken met struweel en bomen op de kopse kanten van de parkeerstroken zorgen voor een groene uitstraling op het terrein. Het overige groen op het terrein wordt ingezaaid met bloemrijkgrasland of gewoon gras. Bloemrijkgrasland bestaat uit grassen en meerjarige bloemen. Om de biodiversiteit in het gebied te versterken zal bloemrijkgrasland worden toegepast. Het mengsel zorgt voor voedsel voor bijen en vlinders en levert een fraai beeld op. Bloemrijksgrasland zal 1 keer in het jaar gemaaid worden. Zowel bij de ingang als tussen de parkeerplekken is gekozen voor een kleurrijke bloemenrand. Deze bloemenrand maakt de entree aantrekkelijk en bevorderd gelijkertijd de biodiversiteit.

29/121

Aan de zuidzijde zal een haag met beperkte hoogte komen. Deze smalle natuurlijke groene wand zorgt ervoor dat er weinig tot geen hinder is van het licht van koplampen. Deze haag bestaat uit liguster (50%) en veldesdoorn (50%). Het voetpad dat ten zuiden en ten westen van het gebouw ligt, zal bestaan uit halfverharding. Halfverharding zorgt voor minder wateroverlast en zal hittestress tegengaan. Parkeerplekken bestaan uit grasbetontegels, zo wordt de groene uitstraling van het terrein versterkt. Hiermee wordt de plantontwikkeling op een verantwoorde wijze landschappelijk ingepast in de omgeving.

3.6

Beeldkwaliteit

Het te realiseren bebouwingsobject krijgt een moderne uitstraling met strakke lijnen en veel glas gecombineerd met een omringende luifel met daarin geïntegreerd een strak in het oog springende reclamezuil van maximaal 40 meter hoogte. Aan de gevel van het gebouw zelf zal ook op een ingetogen wijze signing en reclame worden aangebracht.

Afbeelding 3,14: impressie van het gebouw bezien vanuit de voorzijde A59 (bron: EVE architecten)

30/121

Hoofdstuk 4

4.1

Ruimtelijk beleidskader

Wettelijk kader

4.1.1 Wet ruimtelijke ordening De hoofdlijnen van de Wet ruimtelijke ordening zijn: Decentraal wat kan en centraal wat moet: rijk en provincie moeten en mogen niet meer regelen dan wat de taak van deze overheden direct met zich brengt. Rijk, provincie en gemeente hebben gelijke instrumenten en kunnen die inzetten voor de eigen taken op het gebied van de ruimtelijke ordening: structuurvisie, bestemmingsplan en projectafwijkingsbesluit. Rijk en provincie kunnen zaken voor gemeente dwingend voorschrijven via een verordening en via een aanwijzing. Er is een strikte scheiding tussen beleid en bestemmingsplan; beleidsdocumenten hebben geen directe juridische werking meer. De goedkeuring van de provincie op bestemmingsplannen is vervallen. Voor de realisering van projecten kan een projectafwijkingsbesluit genomen worden. Voor gebieden waar geen ruimtelijke ontwikkelingen spelen kan de gemeente kiezen om een beheersverordening te maken in plaats van een bestemmingsplan. Er is een drempel voor planschade van 2%. De mogelijkheid van kostenverhaal bij grondexploitatie is verbeterd. Bestemmingsplannen moeten analoog en digitaal worden gemaakt. Onderdeel van de Wet ruimtelijke ordening is de Grondexploitatiewet (Grex-wet). De grondexploitatiewet is als paragraaf 6.4 in de nieuwe Wet ruimtelijke ordening opgenomen.

Doelstelling van de nieuwe wet is een goede regeling voor kostenverhaal, binnenplanse verevening en enkele locatie-eisen bij particuliere grondexploitatie. Onder de Grex-wet is kostenverhaal mogelijk via het privaatrechtelijke spoor (door middel van een vrijwillige samenwerkingsovereenkomst) en door middel van het publiekrechtelijke spoor. Het kostenverhaal heeft een verplichtend karakter. Privaatrechtelijke afspraken hebben de voorkeur. Maar als een gemeente er niet in geslaagd is met alle particuliere eigenaren in een gebied een overeenkomst te sluiten over grondexploitatie moet de gemeente publiekrechtelijk kosten verhalen bij partijen waarmee geen contract is gesloten. Dit publiekrechtelijke verhaal gaat door middel van een exploitatieplan, waarvan de totstandkoming gelijk op moet lopen met een bestemmingsplan. De verplichting tot een publiekrechtelijke regeling is gekoppeld aan twee voorwaarden: 1. In de eerste plaats is een ruimtelijk besluit op grond van de Wet ruimtelijke ordening nodig. Het publiekrechtelijk instrumentarium is alleen van toepassing bij de vaststelling van een bestemmingsplan,

31/121

wijziging van een bestemmingsplan, of een projectafwijkingsbesluit. 2. De tweede voorwaarde is dat het ruimtelijk besluit voorziet in nieuwbouw of in belangrijke en omvangrijke verbouwplannen met functiewijzigingen. De bouwplannen waar het om gaat zijn in het Besluit ruimtelijke ordening aangewezen. Beoordeling Er is sprake van een ruimtelijk besluit in de vorm van een bestemmingsplan. De uitvoerbarheid van de beoogde planontwikkeling is in dit bestemmingsplan verantwoord, zonder toepassing van een exploitatieplan. Met de initiatiefnemer van de planontwikkeling is een anterieure overeenkomst gesloten, waardoor het verhaal van kosten die de gemeente moet maken 'anderszins verzekerd' is door deze overeenkomst. Zie hiervoor tevens hoofdstuk 8. Conclusie Het bestemmingsplan voldoet aan de bepalingen van de Wet ruimtelijke ordening. 4.1.2 Besluit ruimtelijke ordening; “Ladder voor duurzame verstedelijking” Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is de nadere uitwerking van de Wet ruimtelijke ontwikkeling. In het Bro staat onder meer dat gemeenten bij het opstellen van een bestemmingsplan rekening moeten houden met bijvoorbeeld cultuurhistorie of bodem. Verder staat in het Bro dat een plan moet voldoen aan de Ladder voor duurzame verstedelijking.

De 'ladder voor duurzame verstedelijking' is een procesvereiste voor ruimtelijke plannen die nieuwe stedelijke ontwikkelingen mogelijk maken (Bro art. 3.1.6 lid 2). “De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien”. Stedelijke ontwikkelingen zijn bijvoorbeeld een bedrijventerrein, kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen. Nieuwe stedelijke ontwikkeling zijn ontwikkelingen, die nog niet eerder in een bestemmingsplan of ander juridisch verbindend ruimtelijk plan zijn opgenomen. Beoordeling De eerste vraag die onder de werking van de aan de orde is, of er op basis van een planvergelijking er sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Hierbij is van belang wat het voorgaande bestemmingsplan reeds aan ruimtelijke mogelijkheden bood en in hoeverre het nieuwe bestemmingsplan hierop een toevoeging of wijziging mogelijk maakt.

In het Bro (artikel 1.1.1, lid 1, onder i) is voor stedelijke ontwikkeling een definitie opgenomen: “ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen”. Als een bestemmingsplan voorziet in een functiewijziging en nieuwbouw van een zekere omvang dan is in beginsel sprake van een “stedelijke ontwikkeling” als bedoeld in artikel 1.1.1 lid 1 aanhef en onder i Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Consequentie daarvan is dat dan de plantoelichting een verantwoording aan de

32/121

Ladder moet bevatten (artikel 3.1.6 lid 2 Bro). Een bestemmingsplan dat bij recht een stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, maar ten opzichte van het voorgaande planologische regime geen nieuw planologisch ruimtebeslag mogelijk maakt, maar alleen een planologische functiewijziging, voorziet volgens jurisprudentie in beginsel niet in een nieuwe stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 3.1.6, tweede lid, Bro. Dit kan anders zijn als die planologische functiewijziging een zodanige aard en omvang heeft dat desalniettemin sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Hierbij komt dan betekenis toe aan de ruimtelijke uitstraling van de in het nieuwe plan voorziene functie en die van hetgeen onder het vorige plan mogelijk was. Het bestemmingsplan de Geffense Barrière betreft een herinvulling van een bestaand planologisch vastgelegde bebouwingslocatie Rijksweg nr. 38 van maximaal 2.000 m2 aan horecavoorzieningen en 750 m3 ten behoeve van een bedrijfswoning. De bestaande in vervallen staat verkerende bebouwing wordt gesloopt en op de projectlocatie wordt één modern en duurzaam nieuw gebouw gerealiseerd dat ruimte biedt aan circa 1.400 m2 horeca en circa 800 m2 kantoor op de huidige planlocatie. Deze voorgestane ontwikkeling kan gelet op aard en omvang van de beoogde ontwikkeling gekwalificeerd worden als niet zijnde een stedelijke ontwikkeling.

In het geval de ruimtelijke ontwikkeling niet als een nieuwe stedelijke ontwikkeling hoeft te worden aangemerkt, is artikel 3.1.6, tweede lid, Bro niet van toepassing. Dit neemt echter niet weg dat aan de eisen van het eerste lid van artikel 3.1.6 Bro dient te worden voldaan. Bij de toets of het plan in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening dient onder meer beoordeeld te worden of de in het plan voorziene bestemmingen passende bestemmingen zijn en of de mogelijk gemaakte ontwikkeling voorziet in een behoefte. De behoefte aan de mogelijk gemaakte ontwikkeling dient met het oog op de uitvoerbaarheid van het plan te zijn onderbouwd. Zie hiervoor verder hetgeen beschreven is in paragraaf 4.5 en paragraaf 4.6. Conclusie Onderhavig bestemmingsplan maakt geen nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk. Toetsing aan de ladder voor duurzame verstedelijking is derhalve niet aan de orde. Dit bestemmingsplan voorziet in de volgende hoofdstukken in een ruimtelijke onderbouwing van de beoogde ontwikkeling. 4.1.3 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Indien nationale belangen met het oog op een goede ruimtelijke ordening dat vergen, kan de minister regels stellen aan de inhoud van bestemmingsplannen. Dit heeft de minister, in de vorm van een algemene maatregel van bestuur, gedaan in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro).

Op 30 december 2011 is dit besluit in werking getreden. Het kabinet heeft in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) vastgesteld dat voor een aantal onderwerpen verdere regels gesteld moeten worden. In het Barro komen dertien nationale belangen als titels terug. De volgende onderwerpen kunnen relevant zijn voor ruimtelijke plannen in de gemeente Oss: Rijksvaarwegen

33/121

Grote rivieren Defensie Hoofdwegen en landelijke spoorwegen Elektriciteitsvoorziening Buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen Natuurnetwerk Nederland Primaire waterkeringen buiten het kustfundament De regels in het besluit zijn concreet normstellend benoemd en moeten direct of indirect (door tussenkomst van de provincie) doorwerken tot het niveau van de lokale besluitvorming. De indirecte doorwerking komt enkel bij de Ecologische Hoofdstructuur en de Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarden voor. Het Barro voorziet verder in een hoofdstuk overige bepalingen en gaat gepaard met meerdere bijlagen. In deze bijlagen worden onder andere de belangen van de grote rivieren en defensie geografisch begrensd. Bij het opstellen van bestemmingsplannen (en andere ruimtelijke besluiten) dient rekening te worden gehouden met de bepalingen van het Barro. Voor de gemeente Oss zijn met name de titels met betrekking tot de rijksvaarwegen, de grote rivieren, primaire waterkeringen buiten het kustfundament en defensie (rechtstreeks) van belang. De regels in titel 2.4 Grote rivieren vormen feitelijk de doorwerking van de Beleidsregels Grote rivieren. Ten aanzien van titel 2.6 Defensie wordt de enige mogelijke beperking gevormd door de bescherming van het radarverstoringsgebied van de vliegbasis Volkel.

Defensie - radarverstoringsgebied Verspreid over Nederland staat een aantal militaire- en burgerradarstations. Deze dienen voor de beveiliging van het nationale luchtruim en voor de veilige afhandeling van het militaire en het civiele luchtverkeer. Objecten hoger dan 65 meter boven NAP binnen 15 nautische mijl (= 27,8 kilometer) van dit radarstation kunnen aanleiding geven tot verstoring van het radarbeeld en kunnen derhalve niet worden toegestaan, tenzij uit onderzoek is gebleken dat de mate van verstoring aanvaardbaar is. Hiervoor dient door TNO een radarhinderonderzoek te worden uitgevoerd. Op basis van dit onderzoek beoordeelt Defensie de aanvaardbaarheid van de verstoring.

34/121

Afbeelding 4.1: Radarverstoringsgebied Volkel Hoogspanningleidingen Op circa 3.200 meter te noorden van de planlocatie is een 150kV- leiding gelegen (zie afbeelding 3.2).

35/121

Afbeelding 4.2: 150 kV leiding elektriciteit Natuurnetwerk Nederland Op korte afstand van de projectlocatie is zijn percelen gesitueerd die behoren tot het Natuurnetwerk Brabant dat onderdeel uitmaakt van het nationale Natuurnetwerk Nederland (zie afbeelding 3.3)

Afbeelding 4.3: Natuurnetwerk Brabant (viewer: provincie Noord-Brabant) De planologische begrenzing en beschermingsregimes van het Natuurnetwerk Nederland loopt via het traject van de provinciale ruimtelijke structuurvisies en verordeningen. Door de voorgenomen plannen op de onderzoeklocatie in combinatie met de afstand, zullen de wezenlijke kenmerken en waarden van het Natuurnetwerk Nederland niet worden aangetast. (zie tevens paragraaf 5.2). Beoordeling Het projectvoornemen is niet gesitueerd in het beperkingengebied behorende bij het radarstation Volkel. Bovendien heeft het projectvoornemen géén betrekking op het oprichten van een windturbine. Bovendien is de projectlocatie niet gesitueerd in beschermingszones van hoogspanningsverbindingen, buisleidingen van nationaal belang alsmede het Natuurnetwerk Nederland (zie tevens paragraaf 5.7.9). Conclusie Op de projectlocatie leveren de nationale belangen zoals bedoeld in het Barro géén belemmering op voor de planontwikkeling. Verder zijn er géén regels uit het Barro van toepassing op de planontwikkeling.

36/121

4.2

Rijksbeleid

4.2.1 De Nationale Omgevingsvisie Naar verwachting treedt vanaf 2022 de nieuwe Omgevingswet in werking. Daarbij hoort ook één rijksvisie op de leefomgeving: de Nationale Omgevingsvisie (hierna: NOVI). Met de NOVI, vastgesteld op 11 september 2020, geeft het Rijk een langetermijnvisie op de toekomstige inrichting en ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI is zelfbindend voor het Rijk. De rijksoverheid zet er wel op in dat provincies en gemeenten bij het vaststellen van hun eigen omgevingsvisies rekening houden met wat er in de NOVI staat. De NOVI stelt een nieuwe aanpak voor: integraal, samen met andere overheden en maatschappelijke organisaties, en met meer regie vanuit het Rijk. De belangrijkste speerpunten uit de NOVI zijn: Een klimaatbestendige inrichting van Nederland. Dat betekent dat we Nederland zo inrichten dat ons land de klimaatveranderingen aankan. Daarvoor is nodig dat we functies meer in evenwicht met natuurlijke systemen (bodem en water) inpassen. Een voorbeeld hiervan is het op termijn verhogen van grondwaterstanden in veenweidegebieden; De verandering van de energievoorziening. Bij de inpassing van duurzame energie hebben we oog voor omgevingskwaliteit.

Een voorbeeld hiervan is dat we eerst kijken naar ongebruikte daken om zonnepanelen op te plaatsten; De overgang naar een circulaire economie, waarbij we tegelijk goed kunnen blijven concurreren en een aantrekkelijk vestigingsklimaat bieden. Een voorbeeld is het aanpassen van productieprocessen en het gebruik van reststoffen in het haven- en industriegebied; De ontwikkeling van het Stedelijk Netwerk Nederland. Hiermee sturen we op een goed bereikbaar netwerk van steden. We gebruiken zo de ambities en mogelijkheden in steden en regio's in heel Nederland. Voorbeelden van regionale uitwerking hiervan zijn de verstedelijkingsstrategieën, waarin vooruitgekeken wordt hoe verschillende ruimtelijke functies in en rondom steden het beste ingepast kunnen worden; Het bij elkaar plaatsen van zogenaamde logistieke functies (bijvoorbeeld distributiecentra, datacenters) om hiermee de openheid en de kwaliteit van het landschap te behouden. We maken daarbij gebruik van een voorkeursvolgorde logistieke functies; Het toekomstbestendig maken van het landelijk gebied in goed evenwicht met de natuur en landschap. We werken bijvoorbeeld aan de overgang naar de kringlooplandbouw zodat gebruik van de grond meer wordt afgestemd op de natuurlijke water- en bodemsystemen.

37/121

Afbeelding 4.4: Nationale Hoofdstructuur Leefomgeving (bron: NOVI) De NOVI gaat uit van vier prioritaire opgaven:

38/121

Hierbij worden drie inrichtingsprincipes gehanteerd die helpen om in een specifieke casus of gebied bij botsende belangen een zorgvuldige weging tussen nationale belangen te maken. Die inrichtingsprincipes zijn: combineren boven enkelvoudig; kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; afwentelen voorkomen. Beoordeling De nationale omgevingsvisie is relevant wanneer de gemeente in haar bestemmingsplan ontwikkelingen mogelijk maakt die van nationaal belang zijn. Op dit bestemmingsplan zijn geen van de onderwerpen die door het Rijk in de visie worden aangestipt van belang. Conclusie Voorliggend bestemmingsplan maakt geen nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk. Toetsing aan de ladder voor duurzame verstedelijking is derhalve niet aan de orde.

4.3

Provinciaal beleid

4.3.1 Brabantse Omgevingsvisie: De kwaliteit van Brabant, visie op de Brabantse leefomgeving Op 14 december 2018 hebben Provinciale Staten de Omgevingsvisie 'De kwaliteit van Brabant' vastgesteld. De Omgevingsvisie bevat de hoofdlijnen van het provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving. De visie beschrijft de strategische hoofdopgaven voor de lange termijn over klimaatverandering, energietransitie, verstedelijking en bereikbaarheid, concurrerende duurzame economie en de basis op orde. Voor deze opgaven wordt aangegeven wat de ambities op lange termijn zijn: wat is er nodig om Brabant in 2050 een gezonde, veilige en prettige leefomgeving te laten zijn? Ook is een concreet tussendoel geformuleerd voor het jaar 2030, om zo te kijken wat in dat jaar minimaal bereikt moet zijn om het lange termijndoel te kunnen halen. De Omgevingsvisie geeft ook aan op welke nieuwe manieren de provincie met betrokkenen wil samenwerken aan omgevingsvraagstukken en welke waarden daarbij centraal staan. Na de inwerkingtreding van de Omgevingswet zal de Omgevingsvisie de provinciale plannen, zoals de structuurvisie, het verkeers- en vervoersplan, het milieu- en waterplan en de natuurvisie vervangen. De basisopgave van de Brabantse Omgevingsvisie is werken aan veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit.

Deze basisopgave is veelomvattend en gaat over milieuaspecten, als een schone bodem, schoon water

39/121

(ondergrond) en schone lucht. Maar ook om landschappelijke en cultuurhistorische aantrekkelijkheid, een goede woon- en werkomgeving met een aantrekkelijk aanbod aan voorzieningen, stilte en een natuurrijke omgeving, waarin biodiversiteit en recreatie hand in hand gaan. Om deze basisopgave te verwezenlijken zijn er een vijftal hoofdopgaven gesteld: De basis op orde: veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit zijn van essentieel belang om goed te kunnen wonen, werken en leven in Brabant. Brabantse energietransitie: om Brabant op termijn energieneutraal te maken moeten we minder energie gebruiken en meer duurzame energie op gaan wekken. Slimme netwerkstad: de manier waarop we ons verplaatsen verandert en we stellen andere eisen aan steden. Dit heeft gevolgen voor het netwerk van steden en dorpen. Klimaatproof Brabant: als gevolg van klimaatverandering krijgen we meer extremen in temperatuur en neerslag. Hoe gaan we deze gevolgen aanpakken? Concurrerende, duurzame economie: Brabant wil top kennis- en innovatieregio blijven, waarbij de omslag naar een circulaire economie nodig is en digitalisering steeds belangrijker wordt. Daarna volgt een doorvertaling in een Omgevingsverordening en programma's. Elk van de vijf hoofdopgaven van de Brabantse Omgevingsvisie zijn uitgewerkt in specifieke aandachts- punten.

Voor de beoogde ontwikkeling kunnen de volgende aandachtspunten een rol spelen. De provincie gaat uit van meervoudig en zorgvuldig ruimtegebruik. Door een integrale benadering wordt de claim op de schaarse ruimte zo beperkt mogelijk gehouden. De provincie streeft naar een stedelijk netwerk dat de gezondheid en het leefklimaat van de Brabanders versterkt. Dat betekent dat de provincie aandacht heeft voor de milieukwaliteit en een aantrekkelijke en bereikbare groene omgeving en voorzieningenstructuur. Nabijheid en menging van wonen, werken, voorzieningen, parken en natuur draagt niet alleen bij aan gezondheid, maar nodigt ook uit tot sociale contacten en draagt daardoor bij aan de sociale cohesie binnen steden en dorpen. De provincie zet in op het vergroten van nabijheid als strategie om groei van de (auto)mobiliteit te beperken. Nabijheid en functiemenging van wonen, werken en voorzieningen dragen bij aan de ontwikkeling van nieuwe (en vernieuwing van) economische activiteiten. Beoordeling Met de beoogde herinvulling van de bestaande snelweglocatie De Geffense Barrière wordt een bijdrage geleverd aan een deel van de geformuleerde hoofdopgaven binnen de provincie Noord-Brabant.

Met de functionele invulling op de locatie kan een bijdrage geleverd worden aan een nieuw werkklimaat passend bij de behoefte van het 'nieuwe werken', wordt ingespeeld op duurzaamheid trends zoals elektrisch rijden/laden en opwekking van zonne-energie en wordt ingespeeld op het veranderde mobiliteitsgdrag in de samenleving. 4.3.2 Interim omgevingsverordening Noord-Brabant Op 25 oktober 2019 is de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant vastgesteld en in werking getreden op 5 november 2019. De Interim omgevingsverordening Noord-Brabant bevat alle provinciale regels voor de fysieke leefomgeving samengevoegd in één verordening. De verordening zorgt voor kaderstellende doorvertaling van de omgevingsvisie en het bestaande provinciaal beleid.

40/121

De Interim omgevingsverordening Noord-Brabant is een eerste stap in de implementatie van de Omgevingswet op provinciaal niveau. Voordat de Omgevingswet in werking treedt, wordt de definitieve omgevingsverordening vastgesteld. Deze Omgevingsverordening zal bestaan uit omgevingswaarden, algemene regels (rechtstreeks geldende regels) en instructieregels (regels waarmee een gemeente rekening moet houden bij het ontwikkelen van b.v. bestemmingsplannen en besluiten). Net zoals de Omgevingswet een groot aantal wetten vervangt, vervangt de Brabantse omgevingsverordening een aantal provinciale verordeningen. De Interim omgevingsverordening Noord-Brabant vervangt de Provinciale milieuverordening, Verordening natuurbescherming, Verordening Ontgrondingen, Verordening ruimte, Verordening water en de Verordening wegen. De Interim omgevingsverordening is relatief beleidsneutraal van karakter. Dat betekent dat de regels van de genoemde verordeningen zijn gehandhaafd met het huidige beschermingsniveau en dat er in beginsel geen nieuwe beleidswijzigingen (beleidsarm) zijn doorgevoerd. Er zijn alleen wijzigingen doorgevoerd gebaseerd op eerder vastgesteld beleid, zoals de Brabantse omgevingsvisie. In de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant staan regels voor: Burgers en bedrijven: dit zijn rechtstreeks werkende regels voor activiteiten.

Deze regels bevatten de voorwaarden om zo'n activiteit te mogen verrichten. Deze regels geven ook aan of de start van een activiteit vooraf moet worden gegaan door een melding. Bestuursorganen van de overheid: dit zijn zogenaamde instructieregels. Met deze regels kan de provincie een opdracht geven aan gemeenten over onderwerpen die zij in het bestemmingsplan moeten opnemen of aan het waterschap over de manier waarop ze hun taken uitvoeren. Beoordeling Volgens de Interim omgevingsverordening van de provincie Noord-Brabant is het plangebied gelegen in landelijk gebied (zie afbeelding 4.5) en het gebied Verstedelijking afweegbaar (zie afbeelding 4.6).

41/121

Afbeelding 4.5: situering planlocatie (rood kruis) in het landelijk gebied (viewer provincie Noord-Brabant)

Afbeelding 4.6: situering planlocatie (rode punt) in het met lijnen gearceerde werkingsgebied 'stedelijk gebied

42/121

afweegbaar' (viewer provincie Noord-Brabant) Toepassingsbereik Op basis van de voor het plangebied van toepassing zijnde structuur en aanduidingen gelden de rechtstreeks werkende regels voor activiteiten (hoofdstuk 2) en de instructieregels aan gemeenten (hoofdstuk 3). Rechtstreeks werkende regels De rechtstreeks van toepassing zijnde regels hebben betrekking op het agrarisch gebruik van de gronden. Zowel in de bestaande situatie als ook in de toekomstige situatie zijn de gronden niet bestemd als agrarische gronden c.q. in agrarisch gebruik. Deze regels uit de Interimverordening zijn derhalve niet van toepassing. Instructieregels In hoofdstuk 3 van de Interim omgevingsverordening zijn zogenaamde instructieregels opgenomen die gemeenten moeten toepassen in hun bestemmingsplannen. Vooruitlopend op de Omgevingswet richten de instructieregels zich op een evenwichtige toedeling van functies (in plaats van het bestemmen van ontwikkelingen). Dit betekent dat de regels ook vanuit functies (van gebieden) zijn opgebouwd. Daarnaast richten de regels zich op een goede omgevingskwaliteit, inclusief een veilige en gezonde leefomgeving (in plaats van een goede ruimtelijke kwaliteit). Tevens zijn een aantal algemene basisprincipes opgenomen.

De volgende artikelen zijn relevant voor de beoogde ontwikkeling Artikel 3.1 Toepassingsbereik Lid 1 : Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt onder bestemmingsplan tevens begrepen: a. een wijzigings- of uitwerkingsplan als bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, onder a of b, Wet ruimtelijke ordening; b. een beheersverordening als bedoeld in artikel 3.38 Wet ruimtelijke ordening; c. een omgevingsvergunning waarbij met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onderdeel a, onder 3°, Wet algemene bepalingen omgevingsrecht van het bestemmingsplan of de beheersverordening wordt afgeweken; d. een projectuitvoeringsbesluit als bedoeld in artikel 2.10 Crisis- en herstelwet. Artikel 3.6 Zorgvuldig ruimtegebruik Lid 1 : Zorgvuldig ruimtegebruik houdt in dat: a. de toedeling van functies in beginsel plaatsvindt binnen bestaand ruimtebeslag voor bebouwing, behalve in de gevallen dat: 1. nieuwvestiging mogelijk is op grond van de bepalingen in dit hoofdstuk; 2. er feitelijk of vanuit kwalitatieve overwegingen onvoldoende ruimte is en uitbreiding, al dan niet gelijktijdig met de vestiging van een functie, op grond van de bepalingen in dit hoofdstuk is toegestaan; b. bij stedelijke ontwikkeling toepassing is gegeven aan artikel 3.1.6, tweede lid, Besluit ruimtelijke ordening (ladder voor duurzame verstedelijking); c.

gebouwen, bijbehorende bouwwerken en andere permanente voorzieningen worden geconcentreerd binnen een bouwperceel. Lid 2 : Onder bestaand ruimtebeslag voor bebouwing wordt verstaan het werkingsgebied Stedelijk Gebied of een bestaand bouwperceel.

43/121

Artikel 3.8 Meerwaardecreatie Lid 1 : Meerwaardecreatie omvat een evenwichtige benadering van de economische, ecologische en sociale aspecten die in een gebied en bij een ontwikkeling zijn betrokken, waaronder: a. de mogelijkheid om opgaven en ontwikkelingen te combineren waardoor er meerwaarde ontstaat; b. de bijdrage van een ontwikkeling aan andere opgaven en belangen dan die rechtstreeks met de ontwikkeling gemoeid zijn. Lid 2 : De fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit, bedoeld in artikel 3.9 Kwaliteitsverbetering landschap kan deel uitmaken van de meerwaardecreatie. Artikel 3.9 Kwaliteitsverbetering landschap Lid 1 : Een bestemmingsplan dat een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk maakt in Landelijk Gebied bepaalt dat die ruimtelijke ontwikkeling gepaard gaat met een fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit van het gebied of de omgeving. Lid 2 : Het bestemmingsplan motiveert dat de verbetering past binnen de gewenste ontwikkeling van het gebied én op welke wijze de uitvoering is geborgd door dat: a. dit financieel, juridisch en feitelijk is geborgd in het plan; of b. de afspraken uit het regionaal overleg, bedoeld in afdeling 5.4 Regionaal samenwerken, worden nagekomen. Lid 3 : Een verbetering van de landschappelijke kwaliteit kan mede de volgende aspecten omvatten: a. de op grond van deze verordening verplichte landschappelijke inpassing; b.

het toevoegen, versterken of herstellen van landschapselementen die een bijdrage leveren aan de versterking van de landschapsstructuur of de relatie stad-land; c. het behoud of herstel van cultuurhistorisch waardevolle bebouwing of terreinen; d. het wegnemen van verharding; e. het slopen van bebouwing; f. de realisering van het Natuur Netwerk Brabant en ecologische verbindingszones; g. het aanleggen van extensieve recreatieve mogelijkheden. Lid 4 : Ingeval er toepassing wordt gegeven aan het tweede lid onder b geldt dat een passende financiële bijdrage in een landschapsfonds is verzekerd én over de besteding van dat fonds periodiek verslag wordt gedaan in het regionaal overleg, bedoeld in afdeling 5.4 Regionaal samenwerken. Artikel 3.43 Afwijkende regels verstedelijking afweegbaar In afwijking van artikel 3.42 Duurzame stedelijke ontwikkeling, eerste lid, kan een bestemmingsplan, ter plaatse van Verstedelijking afweegbaar voorzien in de nieuwvestiging van een duurzame stedelijke ontwikkeling als: a. binnen Stedelijk Gebied feitelijk of vanuit kwalitatieve overwegingen onvoldoende ruimte beschikbaar is; b. transformatie van cultuurhistorisch waardevol of geschikt leegstaand vastgoed niet tot de mogelijkheden behoort; c. de ontwikkeling past binnen de regionale afspraken, bedoeld in afdeling 5.4 Regionaal samenwerken; d.

de stedenbouwkundige- en landschappelijke inrichting rekening houdt met de omgevingskwaliteit en structuren in het gebied en de naaste omgeving waaronder een duurzame afronding van het Stedelijk Gebied. tevens dient volgens de provincie rkening gehouden te worden met het bepaalde in artikel 3.71 van de verordening.

44/121

Artikel 3.71 Bestaande niet-agrarische functie in Landelijk gebied Een bestemmingsplan van toepassing op Landelijk gebied bevat regels voor een bestaande niet-agrarische functie die: a. de bestaande planologische gebruiksactiviteit vastleggen; b. een toename van de gebruiksoppervlakte voor mestbewerking uitsluiten; c. kunnen voorzien in een redelijke uitbreiding, als dat past binnen de gewenste ontwikkelingsrichting van het gebied waarbij de volgende aspecten zijn betrokken: 1. een gebiedsgerichte benadering welke activiteiten en functies passen in de omgeving; 2. welke effecten de mogelijke ontwikkeling heeft op andere aspecten, waaronder mobiliteit, agrarische ontwikkeling, leefbaarheid en leegstand elders; 3. hoe de uitbreiding bijdraagt aan het versterken van de omgevingskwaliteit, waaronder een bijdrage aan de sloop van overtollig en leegstaand vastgoed in het Landelijk gebied. Beoordeling Wat betreft zorgvuldig ruimtegebruik (artikel 3.6) is het uitgangspunt van de provincie dat voor ontwikkelingen op de planlocatie in een niet stedelijk gebied eerst de mogelijkheden in stedelijk gebied worden benut of de mogelijkheden in leegkomende of leegstaand erfgoed elders in de gemeente. Bij het bepalen of een ontwikkeling wel of geen stedelijke ontwikkeling is, wordt aangesloten bij artikel 3.1.6, tweede lid, Besluit ruimtelijke ordening.

Zoals geconstateerd in paragraaf 4.1.2 is er in dit specifiek geval géén sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Op de betreffende planlocatie, aangemerkt als niet stedelijk gebied, is al sedert lange tijd een (weg)restaurant met parkeervoorzieningen aanwezig en in gebruik geweest (zie tevens hoofdstuk 2). De betreffende locatie was altijd direct verbonden aan de aanwezige infrastructuur (de Rijksweg en later ook de autosnelweg A59) en heeft en had geen agrarische functie. Nadat het wegrestaurant door een brand in 2009 volledig is verwoest, is de locatie niet meer operationeel en verkeerd de bebouwing in zeer slechte staat (moet gesloopt worden). De planlocatie is nog steeds juridisch-planologisch bestemd als horeca, waar binnen het bestemmingsvlak bedrijfsbebouwing (maximaal 2.000 m2 grondoppervlak), een bedrijfs- woning (maximaal 750 m3 inhoud en 100 m2 aan bijgebouwen) alsmede verharding/ parkeervoorzieningen zijn toegestaan ten dienste van deze horecabestemming. De beoogde ontwikkeling behelst een herinvulling van de locatie vanuit een gebiedsgerichte benadering, waarbij de bestaande bebouwing wordt gesloopt en voorzien wordt in nieuwbouw met een functionele invulling passend bij deze snelweglocatie alsmede van een zorgvuldig gebruik van de ruimte.

Er is sprake van het vastleggen van de juridisch-planologische (bestaande) gebruikssituatie met een functionele uitbreiding passend in de situatie ter plaatse. Er is geen sprake van nieuw ruimtebeslag c.q stedelijke uitbreidingsruimte, aangezien de bestaande toegestane functie op locatie (bestaand bouwperceel) opnieuw wordt ingevuld met horeca, waarbij het maximaal bebouwd oppervlak nagenoeg gelijk is aan het toegestane oppervlak volgens de vigerende bestemming. De situering van de bedrijfsbebouwing vindt geconcentreerd plaats binnen het opgenomen bouwvlak en niet meer binnen het gehele bestemmingsvlak. Uitsluitend wat additionele voorzieningen (fietsen- stalling/containers voor afval) mogen buiten het bouwvlak gebouwd worden. De hoogte van de bebouwing blijft binnen de toegestane bouwhoogtebepaling volgens het vigerende bestemmingsplan.

45/121

Met het te realiseren bouwplan, dat thans voorligt om op de planlocatie tot ontwikkeling te brengen, wordt ruim onder de bestaande juridisch-planologisch mogelijkheden gebleven qua programmering voor wat betreft te realiseren gebruiksvloeroppervlak aan voorzieningen. De resterende buitenruimte wordt ingericht ten behoeve van parkeervoorzieningen en groen. Daarmee wordt bereikt dat de planlocatie zorgvuldig wordt ingericht qua ruimtegebruik. Tevens wordt de ontwikkeling zo optimaal mogelijk landschappelijk ingepast (zie paragraaf 3.5). De beoogde invulling met diverse horecavoorziening gekoppeld aan kantoorgebruik zorgt bovendien voor een economische meerwaarde creatie als bedoeld in artikel 3.8. De behoefte aan werkruimten (kantoorruimte) direct gesitueerd aan snelweglocaties gekoppeld aan voorzieningen zoals (horeca, vergaderruimten en mobiliteitsvoorzieningen zoals elektrisch laden van auto's) sluit aan bij de veranderende behoefte in de huidige samenleving ten aanzien van de aspecten werken-mobiliteit- werkomgevingskwaliteit. Met het concept 'Brier59' wordt derhalve ingespeeld op een groeiende behoefte aan flexibel in te richten en af te nemen kantoorruimten, goed bereikbaar en voorzien van voldoende parkeer- voorzieningen. Wat in het plaatsgevonden regionaal overleg ook is onderschreven.

Op deze manier worden opgaven en ontwikkelingen zodanig gecombineerd waardoor er meerwaarde ontstaat. Onderhavig planontwikkeling voldoet aan deze instructieregel, doordat een in onbruik geraakte locatie wordt her ontwikkeld, waarbij: bebouwing wordt gesloopt, waardoor het aanzien/beeldkwaliteit en de leefkwaliteit wordt verbeterd; er meerwaarde wordt gecreëerd door meerdere gebruiksfuncties waaraan behoefte is op één locatie en gebouw te combineren c.q. te integreren en daarmee de gebruiksruimte intensiever en meervoudig te gebruiken en restruimtes terug te dringen; de bouwwerken binnen het bouwperceel worden geconcentreerd; de ontwikkeling ruimtelijk en landschappelijk wordt verbeterd; er duurzaam wordt gebouwd en tevens voorzien wordt in elektrische oplaadvoorzieningen. Artikel 3.9 van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant eist, bij een bestemmingsplan dat een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk maakt in het landelijk gebied, een fysieke kwaliteitsverbetering van de landschappelijke kwaliteit. Door verwijdering van de in vervallen staat verkerende bebouwing wordt de kwaliteit van de bestaande locatie verbeterd.

De uitstraling van de plek, met bebouwing en parkeervoorzieningen, wordt verbeterd en verhoogd en er is sprake van een zorgvuldig inrichting en gebruik van de ruimte, waardoor het geheel passend in de omgeving en op verzogde wijze en landschappelijk zo optimaal mogelijk wordt ingepast. Zie hiervoor tevens paragraaf 5.1.2 van dit bestemmingsplan. De kwaliteitsverbetering houdt in dat de ruimtelijke ontwikkeling gepaard gaat met een fysieke verbetering van de aanwezige of potentiële kwaliteiten Door de zorgvuldige inpassing en de verschillende inrichtingsmaatregelen draagt de herontwikkeling zelfs bij aan een versterking van de huidige kwaliteit in de omgeving, gezien de huidige gebruiksstaat. Er is sprake van een 'kwaliteitsverbetering' doordat de ruimtelijke herontwikkeling gepaard gaat met een fysieke verbetering van de aanwezige en potentiële kwaliteiten van de locatie. Een kwaliteits- verbeteringsberekening kan derhalve achterweg blijven.

46/121

Conclusie Er zijn géén provinciale belangen die een belemmering opleveren ten aanzien van de voorgestane planontwikkeling.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Oss&id=b2760551-c771-4499-afd9-dd3ba94a052d