CConstaterende datOss
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting NL IMRO 0828 BProndestraat16dd-ON01.PDF

Adviescommissie Ruimte 12 mei 2022, gemeente OssBij agendapunt: B Gebundelde procedure ontwerpbestemmingsplannen23.177 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

BESTEMMINGPSLAN Rondestraat 16 Deursen-Dennenburg - 2022 Toelichting

Gemeente Oss | Raadhuislaan 2 | 5341 GM | Oss | T: 14 0412 | F: 0412 642605 | www.oss.nl |

Rondestraat 16 Deursen-Dennenburg – 2022, pag. 1 van 57 19 november 2021

Bestemmingsplan Rondestraat 16 DeursenDennenburg – 2022 Ontwerp Toelichting

Gemeente Oss, 19 november 2021

Rondestraat 16 Deursen-Dennenburg – 2022, pag. 2 van 57 19 november 2021

INHOUDSOPGAVE TOELICHTING Hoofstuk 1. Inleiding ................................................................................................................................ 5 1.1 Aanleiding ..................................................................................................................................... 5 1.2 Plangebied .................................................................................................................................... 5 1.3 Geldende bestemmingsplannen ................................................................................................... 6 Hoofstuk 2. Bestaande situatie ................................................................................................................ 8 2.1 Ontstaansgeschiedenis ................................................................................................................ 8 2.2 Bestaande situatie ........................................................................................................................ 8 Hoofstuk 3. Toelichting op het plan ....................................................................................................... 10 3.1. Beoogde situatie ......................................................................................................................... 10 3.2.

Stedenbouwkundige karakteristiek ............................................................................................. 11 3.3. Functionele karakteristiek ........................................................................................................... 11 Hoofstuk 4. Ruimtelijk beleidskader ....................................................................................................... 12 4.1 Wettelijk kader ............................................................................................................................ 12 4.2 Rijksbeleid .................................................................................................................................. 14 4.3 Provinciaal beleid ....................................................................................................................... 14 4.4 Gemeentelijk beleid .................................................................................................................... 18 Hoofstuk 5. Omgevingsaspecten ........................................................................................................... 22 5.1 Landschap ..................................................................................................................................

22 5.2 Natuur ......................................................................................................................................... 24 5.3 Archeologie en Cultuurhistorie ................................................................................................... 27 5.4 Mobiliteit en parkeren ................................................................................................................. 30 5.5 Water .......................................................................................................................................... 31 5.6 Defensie...................................................................................................................................... 33 5.7 Milieuaspecten ............................................................................................................................ 34 5.8 Milieueffectrapportage (M.e.r.) ................................................................................................... 48 Hoofstuk 6. Toelichting op de regels ..................................................................................................... 51 6.1 Algemeen....................................................................................................................................

51 6.2 Regels ......................................................................................................................................... 51 Hoofstuk 7. Handhaving......................................................................................................................... 53 7.1 Beleidskader ............................................................................................................................... 53 7.2 Professionele handhaving en handhavingsprogramma ............................................................. 53 7.3 Handhaafbaarheid, positief bestemmen, overgangsrecht .......................................................... 54 Hoofstuk 8. Economische uitvoerbaarheid ............................................................................................ 55 Hoofstuk 9. Overleg en maatschappelijke uitvoerbaarheid ................................................................... 56 9.1 Omgevingsdialoog ...................................................................................................................... 56 9.2 Vooroverleg ................................................................................................................................ 56 9.3 Zienswijzen ................................................................................................................................. 57

Rondestraat 16 Deursen-Dennenburg – 2022, pag. 3 van 57 19 november 2021

REGELS VERBEELDING BIJLAGEN Bijlage 1: Aerius berekening Bijlage 2: Watertoets Bijlage 3: Voorgrondbelasting Separate bijlage: ▪ Flora en Faunainspectie (Faunaconsult)

Rondestraat 16 Deursen-Dennenburg – 2022, pag. 4 van 57 19 november 2021

TOELICHTING Bestemmingsplan Rondestraat 16 Deursen-Dennenburg – 2022

Bureau Leefomgeving B.V. Schoolstraat 7 5961 EE HORST 077 – 208 60 99 contact@bureauleefomgeving.nl www.bureauleefomgeving.nl

Rondestraat 16 Deursen-Dennenburg – 2022, pag. 5 van 57 19 november 2021

Hoofstuk 1.

Inleiding

1.1 Aanleiding Tussen de kernen Ravenstein en Haren in ligt de kern Deursen-Dennenburg. In het oostelijke deel van deze kern ligt aan de Rondestraat een groot woonperceel. Het woonperceel heeft een oppervlakte van circa 1.700 m2. Het woonperceel is bebouwd met de woning Rondestraat 16 met uitbouw aan de achterzijde en een karakteristieke vrijstaande schuur. De initiatiefnemer is voornemens om de schuur inpandig te verbouwen tot woning. De schuur kent een zelfstandig karakter en betreft een karakteristiek gebouw. Het verbouwen van de schuur tot woning draagt bij aan het behoud van deze karakteristieke schuur.

Afbeelding 1.Ligging Rondestraat 16 in Deusen-Dennenburg

Om de voorgenomen ontwikkelingen in een passend juridisch-planologisch kader vast te leggen is voorliggend bestemmingsplan, in het kader van de Wet ruimtelijke ordening (Wro), opgesteld. Deze toelichting dient als motivering bij de te doorlopen procedure van het bestemmingsplan. De bijbehorende regels en verbeelding vormen het juridisch-planologisch bindende deel.

1.2 Plangebied Het plangebied ligt in het oosten van de kern Deursen-Dennenbrug. De dubbelkern Deursen-Dennenburg is een landelijk dorp op een rivierduin van de Maas. De dubbelkern maakt onderdeel uit van de gemeente Oss en ligt in het noordoosten van deze gemeente. De kern ligt tussen de kernen Ravenstein (in het oosten) en Haren (in het westen) en staat in directe verbinding met deze kernen middels de Dorpenweg. Het plangebied is gelegen aan de Rondestraat 16 in de dubbelkern Deursen-Dennenburg. De locatie staat kadastraal bekend als gemeente Ravenstein, sectie G en perceelnummers 1496, 1497 en 1594.

Rondestraat 16 Deursen-Dennenburg – 2022, pag. 6 van 57 19 november 2021

Afbeelding 2. Luchtfoto plangebied en omgeving

De locatie grenst in het westen aan de Rondestraat, waaraan aan de overzijde woningen zijn gelegen. In het noordwesten grenst de locatie aan de woning Rondestraat 18. In het noorden ligt het plangebied tegen de Rondestraat, een speeltuin en de achtertuin van de woning ’t Steenwerk 14 aan. In het oosten ligt het plangebied tegen agrarisch perceel c.q. hobbymoestuin aan en in het zuiden grenst het plangebied aan de woning Rondestraat 14.

1.3 Geldende bestemmingsplannen Tot de inwerkingtreding van voorliggend bestemmingsplan Rondestraat 16 Deursen-Dennenburg – 2022 gelden binnen het plangebied verschillende bestemmingsplannen en herzieningen. Deze zijn opgenomen in onderstaande lijst. Naam bestemmingsplan

Datum vaststelling

Negen Kernen – 2012

13 september 2012

Parapluplan Geitenhouderijen – 2019

5 maart 2020

Na de inwerkingtreding van voorliggend bestemmingsplan verliezen deze plannen, binnen het plangebied, hun rechtskracht. In het vigerende bestemmingsplan ‘Negen Kernen – 2021’ is het plangebied bestemd als ‘Tuin’ en ‘Wonen – Vrijstaand’. Ter plaatse van de woning is een bouwvlak opgenomen met de maatvoeringsaanduidingen ‘maximum goothoogte: 4,5 m’ en ‘maximum bouwhoogte: 10 m’. Daarnaast is het gehele plangebied voorzien van de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie verwachtingswaarde hoog’.

Rondestraat 16 Deursen-Dennenburg – 2022, pag. 7 van 57 19 november 2021

Afbeelding 3.Uitsnede vigerend bestemmingsplan met plangebied rood omlijnd

De voor ‘Tuin’ aangewezen gronden zijn bestemd voor tuinen en erven bij woningen en andere ondergeschikte voorzieningen zoals terrassen, paden en parkeervoorzieningen. De voor ‘Wonen – Vrijstaand’ aangewezen gronden zijn bestemd voor wonen in de vorm van vrijstaande woonhuizen en parkeervoorzieningen, paden, erven en tuinen. Per bouwvlak is maximaal één woning toegestaan met in dit geval een goothoogte van 4,5 meter en een bouwhoogte van 10 meter. De karakteristieke schuur is niet voorzien van een bouwvlak en betreft zodoende een bijgebouw, behorende bij het hoofdgebouw, zijnde de woning Rondestraat 16.

Rondestraat 16 Deursen-Dennenburg – 2022, pag. 8 van 57 19 november 2021

Hoofstuk 2.

Bestaande situatie

2.1 Ontstaansgeschiedenis De dubbelkern Deursen-Dennenburg is ontstaan op een (hoger gelegen) rivierduin in het (lager gelegen) kommengebied. Door de hogere ligging waren deze gronden beter geschikt voor bewoning en agrarisch gebruik dan de lager gelegen kleigronden.

Afbeelding 4. Uitsnede historische kaart 1983

Afbeelding 5. Luchtfoto bestaande situatie

(plangebied blauw omcirkeld)

(plangebied rood omlijnd)

Rondom kruisingen van kronkelige lanen kwamen bebouwingsclusters tot ontwikkeling. Van oorsprong lag de oostelijk gelegen kern Deursen op korte afstand van de westelijk gelegen kern Dennenburg. In de loop van de tijd zijn beide kernen naar elkaar toegegroeid en is de dubbelkern Deursen-Dennenburg ontstaan.

2.2 Bestaande situatie Het plangebied is gelegen aan de Rondestraat 16, in de dubbelkern Deursen-Dennenburg. De locatie is bebouwd met de huidige woning aan de voorzijde. Achter deze woning is een aanbouw van de woning gerealiseerd. Ten zuidoosten van deze woning staat een vrijstaande schuur.

Afbeelding 6. en 7: Impressie plangebied

Rondestraat 16 Deursen-Dennenburg – 2022, pag. 9 van 57 19 november 2021

Het gehele plangebied bestaat in de huidige situatie uit drie percelen. De woning en de aanbouw zijn gelegen op perceel 1496 en de schuur is gelegen op perceel 1497. Daarnaast behoort perceel 1594 tot het plangebied. De onbebouwde grond van alle drie de percelen zijn in gebruik als tuin bij de woning Rondestraat 16. De woning aan de Rondestraat is omstreeks 1915 gebouwd en circa 1955 is de schuur opgericht. Rond 1925 ontstaat het traditionalisme (een architectuurstroming), waarbij plattelandsarchitectuur centraal staat. Bij deze stijl zijn de daken hellend en zijn de gebouwen van baksteen. Kenmerkend zijn de eenvoudige vormen, de geslotenheid van de gevels, de zadeldaken en het gebruik van natuurlijke materialen en kleuren. Gesteld kan worden dat de schuur gebouwd is in de traditionalistische stijl. De schuur kan derhalve worden aangemerkt als karakteristiek.

Afbeelding 8. en 9. Impressie karakteristieke schuur

Rondestraat 16 Deursen-Dennenburg – 2022, pag. 10 van 57 19 november 2021

Hoofstuk 3.

Toelichting op het plan

3.1. Beoogde situatie In het oosten van de kern Deursen-Dennenburg, aan de Rondestraat 16, ligt de woning van de initiatiefnemer. De initiatiefnemer is voornemens om de bestaande karakteristieke schuur af te splitsen van de huidige woning om vervolgens de schuur inpandig te verbouwen tot woning. Ten oosten van de woning Rondestraat 16 staat een karakteristieke schuur die omstreeks 1955 is gebouwd. De schuur betreft een vrijstaand gebouw tot op enige afstand van de woning staat. In de huidige situatie hebben de woning en de schuur dan ook een zelfstandig karakter. De schuur is altijd in gebruik geweest als bijgebouw bij de woning. Het voornemen bestaat om deze karakteristieke schuur inpandig te verbouwen tot woning. Het is daarbij belangrijk dat de karakteristieke kenmerken van de buitenzijde van de schuur ongewijzigd blijven. De schuur zal dan ook uitsluitend inpandig worden verbouwd zodat de schuur geschikt gemaakt wordt voor bewoning. Het perceel met de karakteristieke schuur zal worden afgesplitst van de bestaande woning.

Afbeelding 10.Impressie beoogde situatie

Met onderhavig initiatief is geen sprake van een bestemmingswijziging. Alle huidige bestemmingen blijven gehandhaafd. Enkel wordt binnen perceel 1496 een nieuw bouwvlak toegekend zodat de karakteristieke schuur in gebruik kan worden genomen als hoofdgebouw c.q. woning. Binnen het bouwvlak zijn de bestaande bouw- en goothoogte van de schuur opgenomen.

Rondestraat 16 Deursen-Dennenburg – 2022, pag. 11 van 57 19 november 2021

3.2. Stedenbouwkundige karakteristiek Het plangebied is gelegen binnen de kern Deursen-Dennenburg. Deze kern is ontstaan op een hoger gelegen rivierduin. Deze hogere plekken in het landschap worden ook wel donken genoemd. Door de ligging op een donk heeft de kern een rommelige, netwerkachtige opbouw. Het plangebied ligt in het oosten van de kern, aan de Rondestraat. De Rondestraat betreft een verbindingsweg tussen de Laagstraat (in het zuiden) en de Hoogstraat (in het noorden). Ter hoogte van de Sint-Rochus Chapel heeft de Rondestraat een oostelijke en westelijke aftakking. De oostelijke aftakking heet eveneens Rondestraat en de westelijke aftakking heet Sint. Rochusstraat. Aan de Rondestraat / Sint Rochusstraat is sprake van een transparant bebouwingslint bestaande uit halfvrijstaande en vrijstaande woningen. De woningen bestaan over het algemeen uit één of twee bouwlagen afgewerkt met een kap. Ten noorden van de oostelijke aftakking van de Rondestraat is de laatste uitbreiding van de kern gelegen, namelijk uitbreidingsgebied ‘Steenwerk’. Dit uitbreidingsgebied is omstreeks 2015 afgerond en bestaat uit halfvrijstaande en vrijstaande woningen. Het voornemen bestaat om de karakteristieke schuur aan de Rondestraat 16 inpandig te verbouwen tot woning. Hiermee wordt als het ware het bebouwingslint van de Rondestraat uitgebreid met één woning.

De verbouwing vindt inpandig plaats waarbij de schuur geschikt wordt gemaakt voor bewoning. Bij de verbouwing blijven de karakteristieke uiterlijke kenmerken van de schuur behouden. Dit onderdeel van het initiatief heeft derhalve geen negatieve stedenbouwkundige effecten. Vanuit stedenbouwkundig oogpunt is het inpandig verbouwen van de schuur tot woning passend.

3.3. Functionele karakteristiek Het plangebied ligt aan de Rondestraat 16 in de kern Deursen-Dennenburg. De kern heeft een overwegend woonkarakter waardoor de woonfunctie overheerst. Verspreid over de kern liggen nog enkele maatschappelijke en bedrijfsfuncties. Daarnaast ligt in de kern nog één veehouderij, zijnde een paardenhouderij. In het buitengebied van Deursen-Dennenburg zijn verschillende veehouderijen en andere agrarische bedrijven gelegen. De Rondestraat kenmerkt zich als een bebouwingslint met diverse aftakkingen. Het bebouwingslint bestaat uitsluitend uit woningen en twee maatschappelijke functies, zijnde een basisschool en een kapel. Aan de Rondestraat overheerst dan ook eveneens de woonfunctie. Binnen het plangebied wordt momenteel gewoond, de percelen waarop dit bestemmingsplan betrekking heeft zijn dan ook al bestemd voor woondoeleinden. Met het initiatief wordt de karakteristieke schuur, die momenteel behoort bij de woning Rondestraat 16, inpandig verbouwd tot woning. Daarbij wordt het perceel waarop de schuur staat afgesplitst van deze woning zodat een nieuw woonperceel met woning ontstaat. Binnen het gehele plangebied blijft dan ook gewoond worden, echter nu niet in één woning maar in twee woningen. De functionele karakteristiek is nog steeds wonen en daaraan ondergeschikte voorzieningen zoals tuinen, verkeer, parkeren en groen.

Het parkeren vindt plaats op eigen terrein. Bij het wonen is het (conform het beleid van de gemeente) mogelijk een aan huis verbonden beroep uit te oefenen. Dit sluit aan bij de functies in de omgeving van het plangebied.

Rondestraat 16 Deursen-Dennenburg – 2022, pag. 12 van 57 19 november 2021

Hoofstuk 4.

Ruimtelijk beleidskader

4.1 Wettelijk kader 4.1.1 Wet ruimtelijke ordening De hoofdlijnen van de Wet ruimtelijke ordening zijn: - Decentraal wat kan en centraal wat moet: rijk en provincie moeten en mogen niet meer regelen dan wat de taak van deze overheden direct met zich brengt; - Rijk, provincie en gemeente hebben gelijke instrumenten en kunnen die inzetten voor de eigen taken op het gebied van de ruimtelijke ordening: structuurvisie, bestemmingsplan en projectafwijkingsbesluit; - Rijk en provincie kunnen zaken voor gemeente dwingend voorschrijven via een verordening en via een aanwijzing; - Er is een strikte scheiding tussen beleid en bestemmingsplan; beleidsdocumenten hebben geen directe juridische werking meer; - De goedkeuring van de provincie op bestemmingsplannen is vervallen; - Voor de realisering van projecten kan een projectafwijkingsbesluit genomen worden; - Voor gebieden waar geen ruimtelijke ontwikkelingen spelen kan de gemeente kiezen om een beheersverordening te maken in plaats van een bestemmingsplan; - Er is een drempel voor planschade van 2%; - De mogelijkheid van kostenverhaal bij grondexploitatie is verbeterd; - Bestemmingsplannen moeten analoog en digitaal worden gemaakt. Onderdeel van de Wet ruimtelijke ordening is de Grondexploitatiewet (Grex-wet). De grondexploitatiewet is als paragraaf 6.4 in de nieuwe Wet ruimtelijke ordening opgenomen.

Doelstelling van de nieuwe wet is een goede regeling voor kostenverhaal, binnenplanse verevening en enkele locatie-eisen bij particuliere grondexploitatie. Onder de Grex-wet is kostenverhaal mogelijk via het privaatrechtelijke spoor (door middel van een vrijwillige samenwerkingsovereenkomst) en door middel van het publiekrechtelijke spoor. Het kostenverhaal heeft een verplichtend karakter. Privaatrechtelijke afspraken hebben de voorkeur. Maar als een gemeente er niet in geslaagd is met alle particuliere eigenaren in een gebied een overeenkomst te sluiten over grondexploitatie moet de gemeente publiekrechtelijk kosten verhalen bij partijen waarmee geen contract is gesloten. Dit publiekrechtelijke verhaal gaat door middel van een exploitatieplan, waarvan de totstandkoming gelijk op moet lopen met een bestemmingsplan. De verplichting tot een publiekrechtelijke regeling is gekoppeld aan twee voorwaarden: 1. In de eerste plaats is een ruimtelijk besluit op grond van de Wet ruimtelijke ordening nodig. Het publiekrechtelijk instrumentarium is alleen van toepassing bij de vaststelling van een bestemmingsplan, wijziging van een bestemmingsplan, of een projectafwijkingsbesluit. 2. De tweede voorwaarde is dat het ruimtelijk besluit voorziet in nieuwbouw of in belangrijke en omvangrijke verbouwplannen met functiewijzigingen.

De bouwplannen waar het om gaat zijn in het Besluit ruimtelijke ordening aangewezen. 4.1.2 Besluit ruimtelijke ordening; “Ladder voor duurzame verstedelijking” Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is de nadere uitwerking van de Wet ruimtelijke ontwikkeling. In het Bro staat onder meer dat gemeenten bij het opstellen van een bestemmingsplan rekening moeten houden met bijvoorbeeld cultuurhistorie of bodem. Verder staat in het Bro dat een plan moet voldoen aan de Ladder voor duurzame verstedelijking.

Rondestraat 16 Deursen-Dennenburg – 2022, pag. 13 van 57 19 november 2021

De ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ is een procesvereiste voor ruimtelijke plannen die nieuwe stedelijke ontwikkelingen mogelijk maken (Bro art. 3.1.6 lid 2). “De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien”. Stedelijke ontwikkelingen zijn bijvoorbeeld een bedrijventerrein, kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen. Nieuwe stedelijke ontwikkeling zijn ontwikkelingen, die nog niet eerder in een bestemmingsplan of ander juridisch verbindend ruimtelijk plan zijn opgenomen. Doorwerking plangebied Het plan ‘Rondestraat 16 Deursen-Dennenburg – 2022’ voorziet in het verbouwen van een schuur tot woning. De nieuwe woning die ontstaat met dit initiatief zal daarbij worden afgesplitst van de bestaande woning. De Afdeling is in een eerdere zaak van oordeel geweest dat een aantal van 11 toe te voegen woningen in de bebouwde kom, een ontwikkeling is die niet voorziet in een woningbouwlocatie of een andere stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, aanhef en onder i, van het Bro.

Artikel 3.1.6, tweede lid, van het Bro is dan ook niet van toepassing (ABRvS 16 september 2015, ECLI: NL:RVS:2015:2921, r.o. 4.3). Gelet hierop kan zeker geconcludeerd worden dat het verbouwen van de schuur naar een woning en dus het toevoegen van één woning evenmin een stedelijke ontwikkeling betreft als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid Bro. Het initiatief valt derhalve niet onder de werking van de ladder en hoeft er dus niet aan getoetst te worden. 4.1.3 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Indien nationale belangen met het oog op een goede ruimtelijke ordening dat vergen, kan de minister regels stellen aan de inhoud van bestemmingsplannen. Dit heeft de minister, in de vorm van een algemene maatregel van bestuur, gedaan in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Op 30 december 2011 is dit besluit in werking getreden. Het kabinet heeft in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) vastgesteld dat voor een aantal onderwerpen verdere regels gesteld moeten worden. In het Barro komen dertien nationale belangen als titels terug.

De volgende kunnen relevant zijn voor ruimtelijke plannen in de gemeente Oss: - Rijksvaarwegen - Grote rivieren - Defensie - Hoofdwegen en landelijke spoorwegen - Elektriciteitsvoorziening - Buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen - Natuurnetwerk Nederland - Primaire waterkeringen buiten het kustfundament De regels in het besluit zijn concreet normstellend benoemd en moeten direct of indirect (door tussenkomst van de provincie) doorwerken tot het niveau van de lokale besluitvorming. De indirecte doorwerking komt enkel bij de Ecologische Hoofdstructuur en de Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarden voor. Het Barro voorziet verder in een hoofdstuk overige bepalingen en gaat gepaard met meerdere bijlagen. In deze bijlagen worden onder andere de belangen van de grote rivieren en defensie geografisch begrensd.

Rondestraat 16 Deursen-Dennenburg – 2022, pag. 14 van 57 19 november 2021

Bij het opstellen van bestemmingsplannen (en andere ruimtelijke besluiten) dient rekening te worden gehouden met de bepalingen van het Barro. Voor de gemeente Oss zijn met name de titels met betrekking tot de rijksvaarwegen, de grote rivieren, primaire waterkeringen buiten het kustfundament en defensie (rechtstreeks) van belang. De regels in titel 2.4 Grote rivieren vormen feitelijk de doorwerking van de Beleidsregels Grote rivieren. Ten aanzien van titel 2.6 Defensie wordt de enige mogelijke beperking gevormd door de bescherming van het radarverstoringsgebied van de vliegbasis Volkel.

4.2 Rijksbeleid 4.2.1

De Nationale Omgevingsvisie

De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is de langetermijnvisie van het Rijk op de toekomstige inrichting en ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De belangrijkste speerpunten uit de NOVI zijn. Een klimaatbestendige inrichting van Nederland. Dat betekent dat we Nederland zo inrichten dat ons land de klimaatveranderingen aankan. Daarvoor is nodig dat we functies meer in evenwicht met natuurlijke systemen (bodem en water) inpassen. Enkele voorbeelden hiervan zijn: - Het op termijn verhogen van grondwaterstanden in veenweidegebieden; - De verandering van de energievoorziening. Bij de inpassing van duurzame energie hebben we oog voor omgevingskwaliteit. Een voorbeeld hiervan is dat we eerst kijken naar ongebruikte daken om zonnepanelen op te plaatsten; - De overgang naar een circulaire economie, waarbij we tegelijk goed kunnen blijven concurreren en een aantrekkelijk vestigingsklimaat bieden. Een voorbeeld is het aanpassen van productieprocessen en het gebruik van reststoffen in het haven- en industriegebied; - De ontwikkeling van het Stedelijk Netwerk Nederland. Hiermee sturen we op een goed bereikbaar netwerk van steden. We gebruiken zo de ambities en mogelijkheden in steden en regio’s in heel Nederland.

Voorbeelden van regionale uitwerking hiervan zijn de verstedelijkingsstrategieën, waarin vooruitgekeken wordt hoe verschillende ruimtelijke functies in en rondom steden het beste ingepast kunnen worden; - Het bij elkaar plaatsen van zogenaamde logistieke functies (bijvoorbeeld distributiecentra, datacenters) om hiermee de openheid en de kwaliteit van het landschap te behouden. We maken daarbij gebruik van een voorkeursvolgorde logistieke functies; - Het toekomstbestendig maken van het landelijk gebied in goed evenwicht met de natuur en landschap. We werken bijvoorbeeld aan de overgang naar de kringlooplandbouw zodat gebruik van de grond meer wordt afgestemd op de natuurlijke water- en bodemsystemen. Doorwerking plangebied Gezien de kleinschaligheid van het initiatief, in relatie tot Rijksniveau, zijn geen nationale belangen uit de NOVI in het geding.

4.3 Provinciaal beleid 4.3.1 Brabantse Omgevingsvisie: De kwaliteit van Brabant, visie op de Brabantse leefomgeving Op 14 december 2018 hebben Provinciale Staten de Omgevingsvisie ‘De kwaliteit van Brabant’ vastgesteld. De Omgevingsvisie bevat de hoofdlijnen van het provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving.

Rondestraat 16 Deursen-Dennenburg – 2022, pag. 15 van 57 19 november 2021

De visie beschrijft de strategische hoofdopgaven voor de lange termijn over klimaatverandering, energietransitie, verstedelijking en bereikbaarheid, concurrerende duurzame economie en de basis op orde. Voor deze opgaven wordt aangegeven wat de ambities op lange termijn zijn: wat is er nodig om Brabant in 2050 een gezonde, veilige en prettige leefomgeving te laten zijn? Ook is een concreet tussendoel geformuleerd voor het jaar 2030, om zo te kijken wat in dat jaar minimaal bereikt moet zijn om het lange termijndoel te kunnen halen. De Omgevingsvisie geeft ook aan op welke nieuwe manieren de provincie met betrokkenen wil samenwerken aan omgevingsvraagstukken en welke waarden daarbij centraal staan. Na de inwerkingtreding van de Omgevingswet zal de Omgevingsvisie de provinciale plannen, zoals de structuurvisie, het verkeers- en vervoersplan, het milieu- en waterplan en de natuurvisie vervangen. De basisopgave van de Brabantse Omgevingsvisie is werken aan veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit. Deze basisopgave is veelomvattend en gaat over milieuaspecten, als een schone bodem, schoon water (ondergrond) en schone lucht. Maar ook om landschappelijke en cultuurhistorische aantrekkelijkheid, een goede woon- en werkomgeving met een aantrekkelijk aanbod aan voorzieningen, stilte en een natuurrijke omgeving, waarin biodiversiteit en recreatie hand in hand gaan.

Om deze basisopgave te verwezenlijken zijn er vier hoofdopgaven gesteld: - Werken aan de Brabantse energietransitie - Werken aan een ‘klimaatproof’ Brabant - Werken aan de slimme netwerkstad - Werken aan een concurrerende, duurzame economie Uitbreiding van het bestaande stedelijk gebied in steden en dorpen is alleen wenselijk vanuit kwalitatieve overwegingen en bij een concrete marktvraag. De uitbreidingsopgave wordt steeds vaker binnen het bebouwd gebied gezocht (inbreiding in plaats van uitbreiding). Daarnaast is herbestemmen het nieuwe bouwen: als gevolg van economische, technologische en maatschappelijke ontwikkelingen staan de steden en dorpen van Brabant steeds vaker voor (omvangrijke) herbestemmings- en transformatieopgaven in hun bebouwde gebied. Hier liggen interessante kansen voor het toekomstbestendig maken van het stedelijk gebied en ook voor het creëren van ruimte voor nieuwe economische ontwikkelingen en voor woningbouw. Doorwerking plangebied Onderhavig initiatief voorziet in het verbouwen van een karakteristieke schuur tot woning. Het oprichten van één nieuwe woning (die ontstaat met de verbouwing van de schuur) past binnen de visie van NoordBrabant omdat het, al is het maar op kleine schaal, bijdraagt aan de forse provinciale woningbouwopgave voor de komende jaren. 4.3.2

Interim omgevingsverordening Noord-Brabant

In oktober 2019 is de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant vastgesteld. De Interim omgevingsverordening Noord-Brabant bevat alle provinciale regels voor de fysieke leefomgeving. De verordening zorgt voor kaderstellende doorvertaling van de omgevingsvisie en het bestaande provinciaal beleid.

Rondestraat 16 Deursen-Dennenburg – 2022, pag. 16 van 57 19 november 2021

De Interim omgevingsverordening Noord-Brabant is een eerste stap in de implementatie van de Omgevingswet op provinciaal niveau. Voordat de Omgevingswet in werking treedt, wordt de definitieve omgevingsverordening vastgesteld. Net zoals de Omgevingswet een groot aantal wetten vervangt, vervangt de Brabantse omgevingsverordening een aantal provinciale verordeningen. De Interim omgevingsverordening Noord-Brabant vervangt de Provinciale milieuverordening, Verordening natuurbescherming, Verordening Ontgrondingen, Verordening ruimte, Verordening water en de Verordening wegen. In de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant staan regels voor: - Burgers en bedrijven: dit zijn rechtstreeks werkende regels voor activiteiten. Deze regels bevatten de voorwaarden om zo’n activiteit te mogen verrichten. Deze regels geven ook aan of de start van een activiteit vooraf moet worden gegaan door een melding. - Bestuursorganen van de overheid: dit zijn zogenaamde instructieregels. Met deze regels kan de provincie een opdracht geven aan gemeenten over onderwerpen die zij in het bestemmingsplan moeten opnemen of aan het waterschap over de manier waarop ze hun taken uitvoeren. Het plangebied ligt in een gebied dat volgens de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant de aanduiding ‘stedelijk gebied – landelijke kern’ heeft.

Daarom zijn de regels uit Afdeling 3.5 stedelijke ontwikkeling en mobiliteit relevant. Voor stedelijke ontwikkelingen zijn er twee werkingsgebieden opgenomen: 1. Stedelijk gebied met een onderverdeling in: a. Stedelijk concentratiegebied; b. Kernen in landelijk gebied; 2. Verstedelijking afweegbaar. Er is een basisregeling geformuleerd voor duurzame stedelijke ontwikkeling. Uitgangspunt daarbij is dat eerst de mogelijkheden in ‘Stedelijk gebied’ worden benut of de mogelijkheden in leegkomend of leegstaand erfgoed elders in de gemeente. Als daarbinnen vanuit kwalitatieve- of kwantitatieve overwegingen geen ruimte beschikbaar is, kan een afweging worden gemaakt voor nieuw ruimtebeslag in ‘Verstedelijking afweegbaar’. In artikel 3.42 duurzame stedelijke ontwikkeling is het volgende opgenomen: Lid 1: Een bestemmingsplan dat voorziet in de ontwikkeling van een locatie voor wonen, werken of voorzieningen ligt binnen Stedelijk gebied en bevat een onderbouwing dat: a. de ontwikkeling past binnen de regionale afspraken, bedoeld in afdeling 5.4 Regionaal samenwerken; b. het een duurzame stedelijke ontwikkeling is. Lid 2: Een duurzame stedelijke ontwikkeling voor wonen, werken of voorzieningen: a. bevordert een goede omgevingskwaliteit met een veilige en gezonde leefomgeving; b. bevordert zorgvuldig ruimtegebruik, waaronder de transformatie van verouderde stedelijke gebieden; c.

geeft optimaal invulling aan de mogelijkheden voor productie en gebruik van duurzame energie; d. houdt rekening met klimaatverandering, waaronder het tegengaan van hittestress en voldoende ruimte voor de opvang van water; e. geeft optimaal invulling aan de mogelijkheden voor duurzame mobiliteit; f. draagt bij aan een duurzame, concurrerende economie.

Rondestraat 16 Deursen-Dennenburg – 2022, pag. 17 van 57 19 november 2021

In artikel 3.6 zorgvuldig ruimtegebruik is het volgende opgenomen: Lid 1: Zorgvuldig ruimtegebruik houdt in dat: a. de toedeling van functies in beginsel plaatsvindt binnen bestaand ruimtebeslag voor bebouwing behalve in de gevallen dat: 1. nieuwvestiging mogelijk is op grond van de bepalingen in dit hoofdstuk; 2. er feitelijk of vanuit kwalitatieve overwegingen onvoldoende ruimte is en uitbreiding, al dan niet gelijktijdig met de vestiging van een functies, op grond van de bepalingen in dit hoofdstuk is toegestaan; b. bij stedelijke ontwikkeling toepassing is gegeven aan artikel 3.1.6. tweede lid, Besluit ruimtelijke ordening (ladder voor duurzame verstedelijking); c. gebouwen, bijbehorende bouwwerken en andere permanente voorzieningen worden geconcentreerd binnen een bouwperceel. Lid 2: Onder bestaand ruimtebeslag voor bebouwing wordt verstaan het werkingsgebied Stedelijk Gebied of een bestaand bouwperceel. Bij stedelijke ontwikkelingen is de relatie gelegd met de afspraken die in het regionaal overleg zijn gemaakt. Deze afspraken gaan over onder andere over duurzame verstedelijking en zorgvuldig ruimtegebruik. Afdeling 5.4 Regionaal samenwerken gaat nader in op de wijze van regionale samenwerking, de onderwerpen van de samenwerking en het maken van regionale afspraken in het regionaal omgevingsoverleg.

Van belang zijn de prognoses en analyses die periodiek door Gedeputeerde Staten worden opgesteld. In artikel 5.18 prognoses is hierover het volgende opgenomen: Lid 1: Gedeputeerde Staten stellen in overleg met de regio’s ten minste eens per bestuursperiode relevante prognoses en analyses op, zoals in ieder geval een bevolkings- en woningbehoefteprognose, een prognose voor de ruimtebehoefte aan bedrijventerreinen en een trendanalyse van de mobiliteitsontwikkeling, die richting gevend zijn voor de gezamenlijk te maken afspraken. Lid 2: De prognoses en analyses houden rekening met het principe van concentratie en verstedelijking. Doorwerking plangebied Het plangebied is gelegen binnen het bestaand stedelijk gebied. Het bestaand stedelijk gebied is een bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur’. Met onderhavig initiatief wordt een bestaande schuur inpandig verbouwd tot woning in het bestaande stedelijk gebied van Deursen-Dennenburg. Onderhavige ontwikkeling betreft een ‘duurzame stedelijke ontwikkeling’. De ontwikkeling bevordert namelijk zorgvuldig ruimtegebruik doordat de woning wordt gerealiseerd in bestaande bebouwing.

En daarnaast is met het oprichten van de woning op deze locatie sprake van inbreiding. Er wordt namelijk een nieuwe woning gerealiseerd binnen het bestaand stedelijk gebied. Het plan bevordert een gezonde leefomgeving door de woning te realiseren binnen de kern van DeursenDennenburg. Deze kern kenmerkt zich door de overheersende woonomgeving. Met het oprichten van de nieuwe woning wordt aangesloten bij deze overheersende woonomgeving.

Rondestraat 16 Deursen-Dennenburg – 2022, pag. 18 van 57 19 november 2021

Met het oprichten van de nieuwe woning in bestaande bebouwing wordt een bijdrage geleverd aan zorgvuldig ruimtegebruik zoals in artikel 3.6 en aan een duurzame stedelijke ontwikkeling zoals in artikel 3.42. Het plan is passend binnen de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant.

4.4 Gemeentelijk beleid 4.4.1 Structuurvisie Oss – 2020 Op 1 maart 2006 is de structuurvisie voor de gemeente Oss vastgesteld. De structuurvisie schetst de ruimtelijke koers van de gemeente op de langere termijn (tot 2020). Het is de opvolger van het Ruimtelijk Ontwikkelingsplan 1996 - 2015. In de visie zijn op het gebied van het wonen de volgende opgaven geformuleerd: -

het versterken van de kwaliteit en de diversiteit van de woonmilieus; het verhogen van de leefbaarheid in de wijken en de kernen; het voorzien in de woningbehoefte, met name voor ouderen en jongeren; het verhogen van de keuzemogelijkheden in het aanbod van woningen en woonmilieus; het vasthouden van de huishoudens met de hogere inkomens.

Ten aanzien van het voorzieningenniveau is in de visie neergelegd dat de gemeente Oss er naar zal streven een bereikbaar voorzieningenpakket voor de wijken en de kernen in stand te houden. In de Structuurvisie is opgenomen dat een belangrijke opgave is om het woningaanbod op peil te houden. Er zullen voldoende nieuwe woningen moeten worden toegevoegd om te kunnen voldoen aan de behoefte vanuit de huidige en toekomstige inwoners. Hierbij gaat het niet alleen over de aantallen te bouwen woningen (kwantiteit) maar ook steeds meer over de kwaliteit. Met onderhavig initiatief wordt een schuur inpandig verbouwd tot woning. Aan woningen blijkt de komende jaren een flinke behoefte. Het oprichten van de nieuwe woning past binnen de Structuurvisie Oss 2020 omdat het, al is het maar op kleine schaal, bijdraagt aan de forse provinciale woningbouwopgave. 4.4.2 Woonvisie Gemeente Oss 2020 De Woonvisie Gemeente Oss 2020 formuleert de belangrijkste doelen en ambities voor het wonen in Oss voor de komende jaren. De woonvisie 2020 bestendigt de visie en ambities uit de Woonvisie 2013 en plaatst deze in het huidig tijdsgewricht. Daarbij geeft de Woonvisie 2020 de richting en focus op het gemeentelijk woonbeleid voor de komende jaren. Met de woonvisie wil de gemeente Oss aan vier ambities uitvoering geven: Complete woongemeente. Aandacht voor de woonomgeving in bestaande wijken en kernen.

Een flexibel en gedifferentieerd woningbouwprogramma. Comfortabele woningvoorraad. Een woningvoorraad die aansluit bij de behoeften en wensen van de bewoners. De woningen zijn duurzaam en toekomstbestendig. Een (t)huis van alle groepen inwoners. Aandacht voor de groep kwetsbare inwoners met een zorgbehoefte die in de toekomst in een reguliere woning moeten blijven wonen. Ook aandacht voor de inwoners met een middeninkomen en jongeren die in de koop- en huursector buiten de boot dreigen te vallen. Versterking van de woonfunctie van Oss, ook in regionaal opzicht. Wonen is in beginsel een stedelijke functie en hoort in de stad Oss en de andere kernen van de gemeente thuis. Door sterk te sturen op inbreiding en herstructurering wordt de stedelijke structuur versterkt en (onnodige) verstening van het buitengebied tegen gegaan.

Rondestraat 16 Deursen-Dennenburg – 2022, pag. 19 van 57 19 november 2021

Doorwerking plangebied Met het initiatief wordt een karakteristieke schuur inpandig verbouwd tot woning. In de woonvisie is opgenomen dat de gemeente Oss transformatie van bestaande gebouwen naar wonen een toenemend deel uitmaakt van het woningbouwprogramma. Deze herstructurering biedt ook kansen voor het vergroten van de differentiatie van de woningvoorraad in bestaande wijken (thema 3, ad 2). Het inpandig verbouwen van de schuur sluit derhalve aan bij het vergroten van de differentiatie van de woningvoorraad. Het initiatief is daarmee passend binnen de woonvisie van de gemeente Oss. 4.4.3 Portefeuillemanagement ‘Wonen’ Voor de bepaling van het woningbouwprogramma hanteert de gemeente Oss sinds 2012 de systematiek van het Portefeuillemanagement Wonen (PFM Wonen Oss). Dit is ook vastgelegd in de Woonvisie Oss, actualisatie 2020. Er vindt periodiek een strategische afweging en prioritering van woningbouwprojecten plaats. De provinciale prognoses en de gemeentelijke doelstellingen voor woningbouw zijn de basis voor deze afweging. De systematiek van de PFM wordt steeds toegepast bij de afweging van nieuwe plannen voor woningbouw, telkens tegen de achtergrond van de meest actuele ontwikkelingen op de Osse woningmarkt. In 2019 zijn de uitgangspunten van het portefeuillemanagement Wonen geactualiseerd (PFM Wonen, actualisatie december 2019).

Daarmee wordt aangesloten op de actuele behoefte, ontwikkelingen en de prognoses. Enkele uitgangspunten van PFM Wonen Oss zijn: Met het portefeuillemanagement bepaalt de gemeente het woningbouwprogramma van Oss, zowel naar omvang als kwalitatieve samenstelling. Dit programma stemt de gemeente af op de bestaande woningvoorraad en de behoefte van de verschillende doelgroepen qua woningtype, eigendomsvorm en woonmilieus. PFM Wonen maakt het mogelijk om nieuwbouwprojecten in de hele gemeente strategisch af te stemmen in planning en prioriteit. De keuzen en prioritering maakt de gemeente Oss op basis van een afweging van beleidskeuzes uit de woonvisie. Maar ook de ruimtelijk-functionele meerwaarde voor een gebied, de verplichtingen uit het verleden en de financiën weegt de gemeente mee. De omvang van de woningbouwopgave is afgeleid van de prognose van de provincie Noord-Brabant. De meest recente prognose is van mei 2017 en geeft een bandbreedte voor de opgave: Laag (autonome opgave woningvoorraad vanuit bevolkingsprognose) en hoog (autonome opgave + inlopen huidige tekorten). We richten ons voor de komende 10 jaarsperiode op de opgave op basis van de hoge prognose. Dit is het kader waarbinnen de gemeente Oss woningbouw in een bestemmingsplan afwegen. De provinciale prognose is berekend op het niveau van de totale gemeente.

We vertalen deze prognose door naar de woningbehoefte in de verschillende gebiedsdelen van Oss. Voor het landelijke gebied is de opgave voor woningbouw gericht op de behoefte vanuit de natuurlijke bevolkingsontwikkeling in de landelijke kernen. Het zwaartepunt van stedelijke ontwikkelingen, waaronder woningbouw, ligt in de stedelijke zone Oss-Berghem. Dit is ook het uitgangspunt van het provinciale beleid. De kwalitatieve samenstelling van het woningbouwprogramma is afgestemd op de behoefte vanuit de verwachte ontwikkeling van de bevolkingssamenstelling en de bevindingen uit verschillende onderzoeken1. De kwalitatieve opgave verschilt per gebiedsdeel (stedelijk gebied - landelijk gebied). Gezien de vergrijzing van de bevolking en de toename van kleinere huishoudens zijn starters en ouderen belangrijke aandachtgroepen. In de programmeringen liggen de hoofdaccenten bij toegankelijkheid, betaalbaarheid en duurzaamheid van de nieuwe woningen. Aandachtspunt blijft ook de verbreding naar toekomstgerichte woonmilieus, Oss als woongemeente versterken. 1

Onder andere het regionaal perspectief op bouwen en wonen (2019) en de Regionale Woningmarktmonitor 2018, het Regionale Woningmarktonderzoek (2019).

Rondestraat 16 Deursen-Dennenburg – 2022, pag. 20 van 57 19 november 2021

Voor de afweging en prioritering in het woningbouwprogramma zijn alle mogelijkheden voor woningbouw in Oss in beeld gebracht. Op de eerste plaats is dit de zogenaamde harde plancapaciteit. Woningbouw is op deze plekken al rechtstreeks mogelijk op basis van de bestaande bestemmingsplannen en bouwvergunningen. Daarnaast heeft de gemeente Oss ook de zachte plancapaciteiten in beeld gebracht. Dit zijn concrete initiatieven voor woningbouw, die al dan niet al in procedure zijn, globale plannen die in gebiedsvisies zijn opgenomen en mogelijkheden voor woningbouw door herontwikkeling of transformatie van bestaande gebouwen of functies. Verantwoording Wonen Het plangebied ligt in de bebouwde kom van Deursen-Dennenburg. Deursen-Dennenburg valt in de PFM Wonen Oss onder het landelijk gebied. Voor het landelijk gebied is opgenomen dat in alle kernen ruimte is voor kleinschalige toevoegingen, die een aanvulling vormen op de aanwezige woningvoorraad en aansluiten op de behoefte of herontwikkeling van bestaande bebouwing. Met onderhavig initiatief wordt een bestaande schuur inpandig verbouwd tot woning. Hiermee is als het ware sprake van de toevoeging van één woning. Aangezien in alle kernen ruimte is voor kleinschalige toevoegingen is het oprichten van één woning binnen Deursen-Dennenburg passend in de PFM Wonen Oss.

Deze paragraaf geeft de verantwoording van de woningbouw aan de Rondestraat 16 in DeursenDennenburg vanuit het gemeentelijke beleid, de provinciale bepalingen en zoals voorgeschreven vanuit de Ladder voor Duurzame Verstedelijking (zie paragraaf 4.1.2) De toevoeging van een enkele woning is vanuit het beleid voor wonen toelaatbaar mits de ontwikkeling passend is bij de organische ruimtelijke structuur van de kernen (ruimtelijk en stedenbouwkundig voorstelbaar). Uit jurisprudentie blijkt dat de toevoeging van een zeer beperkt aantal woningen geen nieuwe stedelijke ontwikkeling is in de zin van Bro art. 3.1.6 lid 2. Een verantwoording volgens de ladder voor Duurzame verstedelijking is niet nodig. Doorwerking plangebied Met onderhavig plan wordt een karakteristieke schuur inpandig verbouwd tot woning. Hiermee is sprake van het herontwikkelen van bestaande bebouwing. De woning die ontstaat met het initiatief is passend in de omgeving waar de woonfunctie overheerst. Daarnaast blijven bij de verbouwing blijven de karakteristieke uiterlijke kenmerken van de schuur behouden. Het initiatief is passend binnen de ruimtelijkeen functionele structuur van de Rondestraat. De woning is passend binnen het PFM Wonen Oss. 4.4.4 Welstandsbeleid Op 24 september 2020 is “Samen bouwen aan een mooi Oss, Nota uiterlijk van bouwwerken Oss 2020” vastgesteld.

Dit welstandsbeleid legt meer verantwoordelijkheid bij de inwoners en bedrijven van de gemeente Oss. Met deze nota geldt in principe voor het gehele grondgebied van de gemeente een welstandsvrij beleid. Nieuwe bouwaanvragen hoeven niet te worden voorgelegd aan het Adviesteam Architectuur om te worden getoetst aan ‘redelijke eisen van welstand’. Er gelden drie uitzonderingssituaties: Bebouwing binnen beschermde stads- en dorpsgezichten; Monumenten en de panden in de directe omgeving van een monument (binnen een straal van 25 meter vanaf een monument); Bebouwing binnen gebieden waar een beeldkwaliteitsplan geldt.

Rondestraat 16 Deursen-Dennenburg – 2022, pag. 21 van 57 19 november 2021

-

In deze gevallen is voor bebouwing een welstandadvies wél verplicht.

In het welstandsvrije deel van de gemeente blijft de mogelijkheid bestaan om bouwplannen voor te leggen aan het Adviesteam Architectuur voor een vrijblijvend welstandsadvies. Het plangebied ligt niet in een beschermd stads- en dorpsgezicht of in de nabijheid van een monument. Voor het plan is geen beeldkwaliteitsplan opgesteld waaraan de bebouwing zal worden getoetst. De plannen zullen niet vrijwillig aan het Adviesteam Architectuur worden voorgelegd. 4.4.5 Beleid aan huis gebonden activiteiten Op 22 november 2012 heeft de gemeenteraad het Beleid aan huis gebonden activiteiten – Actualisatie 2012 vastgesteld. Het beleid voor aan huis gebonden activiteiten is opgesteld om mogelijkheden te bieden aan ondernemen vanuit de eigen woning. Door de jaren heen zijn de activiteiten die aan huis worden ondernomen steeds meer divers geworden. Het gaat allang niet meer alleen om een huisarts of accountant aan huis. Er is een breed scala dat aan huis uitgeoefend kan worden. Voorbeelden zijn een adviesbureau, pedicure of afslanksalon. Ook komen er steeds vaker vragen om kleinschalige cursussen te mogen geven, voor kleinschalige kinderopvang, ambachtelijke bedrijfjes of een bed en breakfast. Met het beleid wordt ingespeeld op de veranderende inzichten over aan huis gebonden activiteiten. Er wordt ruimte gegeven aan deze nieuwe vormen om vanuit de thuissituatie te werken.

Het gaat dus altijd om een bewoner die de activiteit uitvoert. Een andere belangrijke voorwaarde is steeds dat de activiteit zich goed verhoudt met de woonomgeving. Het beleid aan huis gebonden activiteiten is er op gericht om zoveel mogelijk rechtstreeks toe te staan. Er is een lijst opgesteld met een breed scala aan activiteiten die rechtstreeks mogen worden uitgeoefend in de woning. Deze lijst is als bijlage 1 opgenomen in de regels behorende bij dit bestemmingsplan. Bij het opstellen van de lijst van rechtstreeks toegestane activiteiten is de woonomgeving het uitgangspunt geweest. Dit houdt in dat er geen bedrijven op staan die veel verkeer aantrekken of activiteiten die milieuhinder veroorzaken, die niet past in een woonomgeving. Het oppervlak van de rechtstreeks toegestane activiteiten is 35m2. Maar niet alle activiteiten kunnen rechtstreeks in een woning worden uitgevoerd. Soms is een toetsing vooraf nodig. Als dit positief is, wordt toestemming verleend in de vorm van een ‘omgevingsvergunning waarbij van het bestemmingsplan wordt afgeweken’. Bij deze afweging spelen publieksaantrekkende werking en milieu- en verkeersaspecten altijd een rol. Voorbeelden van activiteiten waarbij een toetsing vooraf nodig is zijn: een groter oppervlak dan het toegestane 35 m2, andere activiteiten dan die in de lijst zijn opgenomen of groepsmatige activiteiten.

In het nieuwe beleid worden de mogelijkheden voor dit afwijkend gebruik beschreven. Voor het verlenen van een omgevingsvergunning voor afwijkend gebruik moet de aanvrager een concrete aanvraag om toestemming bij de gemeente indienen.

Rondestraat 16 Deursen-Dennenburg – 2022, pag. 22 van 57 19 november 2021

Hoofstuk 5.

Omgevingsaspecten

5.1 Landschap 5.1.1 Nota Landschapsbeleid Binnen de gemeente Oss bestaat grote aandacht voor het landschap en het landelijke gebied. De Nota Landschapsbeleid zorgt voor een beleidskader welke een sturende werking heeft bij ruimtelijke ontwikkeling in het buitengebied. Ruimtelijke ingrepen en nieuwe functies in het buitengebied hebben een grote uitstraling naar de omgeving. Dit betekent dat bij deze ingrepen (bijvoorbeeld de bouw van agrarische bedrijfsgebouwen) eisen aan de landschappelijke inpassing van objecten moeten worden gesteld. De gemeente wordt verder geconfronteerd met de aanleg (of juist verwijdering) van (landschaps)elementen door particulieren op agrarische percelen in het buitengebied. Dergelijke initiatieven komen vaak niet overeen met de ter plaatse aanwezige en te behouden landschappelijke kwaliteit (bijvoorbeeld behoud van openheid of gebruik van niet-inheemse boomsoorten). Goede toetsingskaders en sturingsinstrumenten zijn voor bescherming maar ook voor ontwikkeling van het landschap onmisbaar. In de Nota Landschapsbeleid wordt per deelgebied beschreven wat de landschappelijke visie is. De verschillende deelgebieden zijn: Uiterwaarden Oeverwal Komgebied Dekzandrand Dekzandrug Per deelgebied wordt aangegeven wat de ontwikkelingsvisie is. Daarbij worden aandachtspunten voor uitwerking en uitvoering geschetst.

Het plangebied ligt in een gebied dat wordt aangeduid als ‘Komgebied’. De komgronden beslaan een groot gedeelte van het grondoppervlak van de gemeente Oss. Deze kleiige, relatief laaggelegen polders, worden begrensd door de oeverwal in het noorden en de dekzandrand in het zuiden. Het landschap is grootschalig, open tot zeer open en wordt gekenmerkt door een zeer regelmatig, rationeel, rechtlijnig verkavelingspatroon. De kern Deursen-Dennenburg ligt op een hoger gelegen rivierduinen in het komgebied. De hoger gelegen rivierduinen liggen als markante eilanden in het lege komgebied. De ‘bolling’ van het rivierduin is in het komgebied nog steeds zichtbaar. Het herkenbaar maken van de hoger gelegen rivierduinen (hoge, droge zandgronden) als bijzondere landschappelijke elementen binnen het komgebied (lage, natte kleigronden) is het uitgangspunt. Het contrast tussen het rivierduin en de kom kan worden versterkt door de begrenzing tussen deze twee heel scherp en abrupt te houden. Dit betekent dat dorpse activiteiten zich dienen te beperken tot het rivierduin en er geen (bouw)activiteiten buiten de duinen plaats mogen vinden. Doorwerking plangebied Het plangebied ligt binnen de kern Deursen-Dennenburg en is daarmee gelegen op een rivierduin. De (bouw) activiteiten dienen plaats te vinden binnen de rivierduinen.

Met onderhavig initiatief wordt een karakteristieke schuur verbouwd tot woning. Aangezien de boogde ontwikkeling plaats vindt binnen de rivierduinen is het passend binnen de Nota Landschapsbeleid.

Rondestraat 16 Deursen-Dennenburg – 2022, pag. 23 van 57 19 november 2021

5.1.2 Kwaliteitsverbetering van het landschap Regeling ‘kwaliteitsverbetering van het landschap’ De Interim omgevingsverordening Noord-Brabant eist, bij een bestemmingsplan dat een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk maakt in het landelijk gebied, een fysieke kwaliteitsverbetering van de landschappelijke kwaliteit. Dit staat in artikel 3.9 van de Interim omgevingsverordening. In januari 2013 is het afsprakenkader over de toepassing en uitwerking van deze regeling vastgesteld. Dit regionale afsprakenkader is oorspronkelijk bedoeld als uitwerking van regeling ‘Kwaliteitsverbetering van het landschap’ uit de Verordening ruimte. Het afsprakenkader geldt nog steeds. Toepassingsbereik De notitie toepassingsbereik vormt het basisdocument voor het afsprakenkader van de provincie met de gemeenten in de regio Noordoost. Deze notitie bevat de categorie-indeling voor de niet-planmatige ruimtelijke ontwikkelingen in het buitengebied en de bijbehorende tegenprestatie. Deze notitie geeft de minimale inspanning aan die de gemeente Oss regionaal heeft afgesproken. Gemeenten hebben alle vrijheid om meer kwaliteitsverbetering te verlangen als ze dat nodig vinden op basis van beleids- of gebiedsambities. Het afsprakenkader is nadrukkelijk geen ruimtelijk afwegingskader. Gemeenten moeten zelf beoordelen of een ontwikkeling ruimtelijk gewenst is.

Vervolgens kan aan de hand van het afsprakenkader beoordeeld worden waar de kwaliteitsverbetering minimaal aan moet voldoen. Afspraken toepassingsbereik 1. De notitie Toepassingsbereik en met name de verdeling van ruimtelijke ontwikkelingen over de verschillende categorieën is de basis voor het afsprakenkader over toepassingsbereik. 2. Bij planmatige (stedelijke) ontwikkelingen is kwaliteitsverbetering altijd van toepassing; 3. Bij niet-planmatige ontwikkelingen: tegenprestatie gerelateerd aan impact: Cat. 1 geen impact: geen tegenprestatie Cat. 2 beperkte impact: landschappelijke inpassing Cat. 3 grote impact: berekende kwaliteitsverbetering van het landschap Afspraken kwaliteitsverbetering 1. Bij planmatige (stedelijke) ontwikkelingen: storting in een landschapsfonds of bijdrage in natura in landschapsversterkend project. 2. Bij niet-planmatige ontwikkelingen zijn gemeenten zelf verantwoordelijk voor de toepassing: in natura (op of nabij de projectlocatie), financiële bijdrage in landschapsfonds of een combinatie van beide. 3. Bij kwaliteitsverbetering in natura (op of nabij de projectlocatie) bevat het ruimtelijk plan de verantwoording van de kwaliteitsverbetering. 4. De regio kiest niet voor een (sub)regionaal landschapsfonds. Indien gemeenten een grensoverschrijdend landschapsproject willen realiseren, weten zij elkaar te vinden.

Doorwerking plangebied Onderhavig initiatief voorziet in het verbouwen van een karakteristieke schuur in een woning. In categorie 1 is opgenomen: “vestiging van of de splitsing in meerdere wooneenheden in monumentale/ karakteristieke/cultuurhistorisch waardevolle bebouwing”. De schuur aan de Rondestraat 16 is niet voorzien van de aanduiding ‘karakteristiek’ echter de gemeente heeft aangegeven dat zij de schuur toch een karakteristiek gebouw vinden. De schuur kan derhalve toch worden aangemerkt als karakteristiek gebouw, waarmee sprake is van een categorie 1 ontwikkeling. Aangezien het hier om een categorie 1 ontwikkeling gaat is een inpassing of tegenprestatie niet benodigd.

Rondestraat 16 Deursen-Dennenburg – 2022, pag. 24 van 57 19 november 2021

5.2 Natuur 5.2.1 Wet natuurbescherming De Wet natuurbescherming beschermt Nederlandse natuurgebieden en planten- en diersoorten. Het is belangrijk voor de natuur dat er veel verschillende planten- en diersoorten zijn. Wanneer het met de natuur goed gaat, is er ook meer ruimte voor economische en andere maatschappelijke activiteiten. Maar sommige soorten zijn kwetsbaar, zoals vleermuizen en mussen. Een goede natuurbescherming is dan ook belangrijk. Rolverdeling tussen provincies en Rijk Sinds 1 januari 2017 bepalen de provincies wat wel en niet mag in de natuur binnen de provincie. De provincies zorgen voor de vergunningen en ontheffingen. De Rijksoverheid blijft verantwoordelijk voor het beleid van grote wateren en internationaal beleid (zoals Natura2000). Ruimtelijke plannen en omgevingsvergunningen die invloed hebben op beschermde natuur moeten passen binnen de Wet natuurbescherming. Daarnaast gelden ook provinciale regelingen voor natuurbescherming. 5.2.2 Natuurtoets Bij de bescherming van natuurwaarden gaat het enerzijds om soortenbescherming en anderzijds om gebiedsbescherming. Deze bescherming moet er toe leiden dat het voortbestaan van de soort niet in gevaar komt.

De gebiedsbescherming is gericht op de bescherming van kwetsbare natuurgebieden Programma Aanpak Stikstof (PAS) Op 29 mei 2019 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State uitspraak gedaan in enkele beroepszaken tegen Natura 2000-vergunningen die zijn gebaseerd op het Programma Aanpak Stikstof (PAS) 2015-2021 (Kamerstuk 32 670, nr. 146). Het is een stevige uitspraak die per direct forse consequenties heeft voor individuele ondernemers, maar ook voor ambities van gemeenten, provincies en Rijksoverheid op het terrein van onder meer waterveiligheid, infrastructuur, woningbouw en klimaat. De uitspraak komt er op neer dat de PAS ‘gesneuveld’ is als aanpak en systeem voor vergunningverlening van stikstofvergunningen op basis van de Wet natuurbescherming. Hoewel er geen directe relatie lag en ligt tussen een bestemmingsplan en de PAS, is het sneuvelen van de PAS ook voor RO en bestemmingsplannen van belang, met name ook door de aandacht voor stikstof. Tot nu toe werd als ondergrens waaronder je geen Natuurvergunning nodig had (0,05 Mol/ha) ook in de RO vaak gebruikt om aan te tonen dat stikstof geen probleem was voor de voorgenomen planontwikkeling. Flora en fauna In de Wet natuurbescherming zijn dier- en plantsoorten beschermd tegen nadelige effecten van menselijk handelen.

Indien de gesteldheid van beschermde dieren of planten wordt aangetast dienen er mogelijk maatregelen te worden genomen. Om het voorkomen van flora en fauna in het plangebied aan te tonen is een quickscan flora- en fauna2 uitgevoerd. Algemeen voorkomende grondgebonden zoogdieren en amfibieën In het plangebied komen mogelijk zoogdieren en amfibieën voor, die onder de Wnb zijn beschermd. Het gaat om algemeen voorkomende soorten (zogenaamde A-soorten), waarvoor in Noord-Brabant een vrijstelling geldt in geval van ruimtelijke ontwikkeling en beheer en onderhoud (Provinciale staten van Noord-Brabant, 2016). 2

Faunaconsult, Flora- en fauna-inspectie Rondestraat 16 te Deursen, 27 mei 2021

Rondestraat 16 Deursen-Dennenburg – 2022, pag. 25 van 57 19 november 2021

Wel geldt voor alle amfibieën en zoogdieren de Zorgplicht (artikel 1.11 Wnb); deze houdt in dat nadelige gevolgen voor dieren en planten altijd zoveel mogelijk moeten worden voorkomen. Om aan de algemene zorgplicht te voldoen, moeten dieren die tijdens de werkzaamheden worden aangetroffen, zo snel mogelijk naar een aangrenzende locatie buiten het plangebied worden verplaatst. Algemene vogels In de vegetatie tegen het bijgebouw komen mogelijk beschermde vogelnesten voor tijdens het broedseizoen. Het gaat om vogels waarvan het nest niet jaarrond wordt beschermd of als strenger beschermd wordt beschouwd. Hiervoor zijn maatregelen die negatieve effecten voorkomen wel verplicht. Verstoring van broedvogels en vernietiging van vogelnesten kan worden voorkomen door de opgaande vegetatie te verwijderen buiten de periode 15 maart – 15 juli (het broedseizoen van de meeste vogels). Door naleving van deze maatregel worden ten aanzien van vogels geen overtredingen op de Wet natuurbescherming begaan. Natura2000 Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied, Rijntakken, ligt op 9,4 kilometer afstand van het plangebied. In de Wnb is voorgeschreven dat voor alle activiteiten die mogelijk een negatief effect hebben op Natura 2000-gebieden een Wnb-vergunning vereist is.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Oss&id=0ad42fb9-a345-432b-b161-16913515fcc7