toelichting.DOCX
Tekst van het document
Bestemmingsplan Meester Gielenplein Berghem – 2021 ontwerp Toelichting
INHOUDSOPGAVE TOELICHTING Hoofdstuk 1 Inleiding.................................................................................................................................. 1.1 Aanleiding ....................................................................................................................................... 1.2 Plangebied...................................................................................................................................... 1.3 Geldende bestemmingsplannen ..................................................................................................... Hoofdstuk 2 Bestaande situatie .................................................................................................................. Hoofdstuk 3 Beoogde situatie ..................................................................................................................... Hoofdstuk 4 Ruimtelijk beleidskader ........................................................................................................... 4.1 Wettelijk kader ................................................................................................................................ 4.2 Rijksbeleid ......................................................................................................................................
4.3 Provinciaal beleid............................................................................................................................ 4.4 Gemeentelijk beleid ........................................................................................................................ Hoofdstuk 5 Omgevingsaspecten ............................................................................................................... 5.1 Natuur ............................................................................................................................................. 5.2 Archeologie en Cultuurhistorie........................................................................................................ 5.3 Mobiliteit en parkeren ..................................................................................................................... 5.4 Water .............................................................................................................................................. 5.5 Defensie.......................................................................................................................................... 5.6 Milieuaspecten................................................................................................................................
5.7 Milieueffectrapportage (m.e.r.)........................................................................................................ Hoofdstuk 6 Toelichting op de regels......................................................................................................... 6.1 Algemeen........................................................................................................................................ 6.2 Regels............................................................................................................................................. Hoofdstuk 7 Handhaving............................................................................................................................ 7.1 Beleidskader ................................................................................................................................... 7.2 Professionele handhaving en handhavingsprogramma.................................................................. 7.3 Handhaafbaarheid, positief bestemmen, overgangsrecht .............................................................. Hoofdstuk 8 Economische uitvoerbaarheid ............................................................................................... Hoofdstuk 9 Overleg en maatschappelijke uitvoerbaarheid.......................................................................
9.1 Vooroverleg .................................................................................................................................... 9.2 Participatietraject ............................................................................................................................ 9.3 Zienswijzen .....................................................................................................................................
REGELS VERBEELDING BIJLAGEN zie separaat bijlagenboek
TOELICHTING Bestemmingsplan Meester Gielenplein Berghem – 2021
Hoofdstuk 1
1.1
Inleiding
Aanleiding
Meer dan 10 jaar geleden is de centrumontwikkeling van Berghem in gang is gezet met het toenmalige bestemmingsplan ‘Berghem-Centrum 2009’. In dit bestemmingsplan wordt de beoogde ontwikkelingsrichting van het centrum van Berghem uitgebreid beschreven. Nadien is in het bestemmingsplan ‘Berghem Dorp 2015’ de in gang gezette ontwikkelingsrichting onverkort overgenomen. Onderdelen van het centrumplan zijn inmiddels gerealiseerd en andere delen hebben een net wat andere invulling gekregen. De nieuwbouw van De Berchplaets, het dorpshuis, de tweede supermarkt met daarop appartementen in sociale huur en koop zijn gerealiseerd. Het braakliggende terrein achter De Berchplaets wacht nog een invulling en wordt nu tijdelijk als evenemententerrein gebruikt.
1.2
Plangebied
Het plangebied is gelegen aan de achterzijde van De Berchplaets, tussen Kapelaan Kitslaarstraat aan de noordzijde, Sportstraat aan de zuidzijde en de Veldstraat. Het betreft het perceel kadastraal bekend gemeente Berghem, sectie B, nummer 6543.
1.3
Geldend bestemmingsplan
Voor het plangebied geldt nu het bestemmingsplan ‘Berghem Dorp – 2015’. Na de inwerkingtreding van voorliggend bestemmingsplan verliest dit plan, binnen het plangebied, zijn rechtskracht.
Uitsnede geldend bestemmingsplan Berghem Dorp-2015
Hoofdstuk 2
Bestaande situatie
Als gevolg van de hiervoor beschreven ontwikkelingen is de locatie van de voormalige Berchplaets vrijgekomen en is het parkeren op het Meester Gielenplein op die plek ook niet meer nodig. Andere op de locatie aanwezige bebouwing zoals gymzaal en kiosk zijn inmiddels ook allemaal gesloopt. Het terrein ligt braak en de nog aanwezige parkeerplaatsen worden nog maar zeer beperkt gebruikt. Langs de randen van de locatie zijn bomen aanwezig die onderdeel uitmaken van het straatprofiel en zullen voor zover mogelijk worden gehandhaafd. Op het terrein zelf zijn geen bomen van bijzondere betekenis aanwezig. De kleine bomengroep aan de zijde van de Sportstraat bestaat uit uitheemse soorten die niet behouden behoeven te worden. Wel is het gewenst om de grote boom op de hoek Veldstraat-Kapelaan Kitslaarstraat te handhaven.
Vogelvlucht bestaande situatie
Hoofdstuk 3
Beoogde situatie
In de hiervoor beschreven centrumontwikkeling werd uitgegaan van een evenemententerrein van beperkte omvang waarbij de evenementen voor een deel ook nog in de omringende straten en pleinen van het centrum zouden kunnen plaatvinden. Inmiddels is duidelijk geworden dat dit vanuit leefbaarheid, bereikbaarheid en veiligheid ongewenst is. Een groter centraal evenemententerrein is gewenst. Dit heeft geleid tot een aangepast plan voor het nog braakliggende terrein achter De Berchplaets. Stedenbouwkundige karakteristiek In de stedenbouwkundige opzet is gezocht naar een heldere eenduidige vorm van het evenemententerrein waarop alle evenementen kunnen plaatsvinden. De omvang en vorm van het evenemententerrein is medebepalend geweest voor de ruimtelijke invulling van de beschikbare ruimte. Gekozen is voor een rechthoekig evenemententerrein dat aan de noordzijde begrensd wordt door een appartementencomplex in 3 lagen. Een hoogte die goed past bij de schaal van het plein en in hoogte ook aansluit bij de supermarkt met appartementen en De Berchplaets. Hierdoor ontstaat er een heldere begrenzing van het evenementenplein. Aan de noordkant van het complex is de parkeerruimte gesitueerd voor de woningen. Hierdoor wordt voldoende afstand gehouden tot de woningen aan de Kapelaan Kitslaarstraat. De ontsluiting vindt plaats via Kapelaan Kitslaarstraat of Veldstraat.
De parkeerplaats krijgt een groene afscheiding. Op dit eigen terrein dient 1 parkeerplaats per woning aanwezig te zijn. De overige parkeerbehoefte wordt gecombineerd met parkeren voor het centrum en De Berchplaets. Hiervoor zal op het evenemententerrein naast De Berchplaets een parkeerterrein worden aangelegd. Functionele karakteristiek Er worden 40 appartementen gerealiseerd. De woningen op de begane grond hebben een buitenruimte voorzien van een erfscheiding aan het evenementenplein. Gelet op de behoefte aan woningen in diverse financieringscategorieën zal het complex bestaan uit 12 sociale huurwoningen, 14 vrij sector huur- en 14 koopwoningen. Gelet op de doelgroep zal het gebouw van een lift worden voorzien. Het plein en de aan te leggen parkeerplaats achter De Berchplaets zal een inrichting krijgen dat geschikt is voor evenementen. Dat zal betekenen dat het aantal vaste elementen op het plein beperkt zal zijn in verband met het flexibele gebruik.
s Proeve van verkaveling en inrichting openbare ruimte Evenemententerrein Van oudsher worden op het Meester Gielenplein diverse evenementen georganiseerd. Net als op de andere binnenstedelijke evenementenlocaties betreft dit voornamelijk evenementen in het kader van de kermis, carnaval of Koningsdag. In de toekomst wil de gemeente voldoende ruimte blijven bieden voor de bestaande evenementen en een aantal nieuwe evenementen faciliteren. Dit voornemen is ontstaan op basis van een participatietrajecten met de inwoners van Berghem, waarin de inwoners de wens voor meer evenementen in de woonkern hebben uitgesproken. In de hieronder volgende tabel is een overzicht van de beoogde evenementen per categorie opgenomen.
Het beleid ten aanzien van evenementen (locatieprofiel) zal in de toekomst geëvalueerd worden. Dit zou kunnen betekenen dat aanpassing kunnen plaatsvinden en het locatieprofiel kan worden.
Hoofdstuk 4
4.1
Ruimtelijk beleidskader
Wettelijk kader
4.1.1 Wet ruimtelijke ordening De hoofdlijnen van de Wet ruimtelijke ordening zijn: - Decentraal wat kan en centraal wat moet: rijk en provincie moeten en mogen niet meer regelen dan wat de taak van deze overheden direct met zich brengt; - Rijk, provincie en gemeente hebben gelijke instrumenten en kunnen die inzetten voor de eigen taken op het gebied van de ruimtelijke ordening: structuurvisie, bestemmingsplan en projectafwijkingsbesluit; - Rijk en provincie kunnen zaken voor gemeente dwingend voorschrijven via een verordening en via een aanwijzing; - Er is een strikte scheiding tussen beleid en bestemmingsplan; beleidsdocumenten hebben geen directe juridische werking meer; - De goedkeuring van de provincie op bestemmingsplannen is vervallen; - Voor de realisering van projecten kan een projectafwijkingsbesluit genomen worden; - Voor gebieden waar geen ruimtelijke ontwikkelingen spelen kan de gemeente kiezen om een beheersverordening te maken in plaats van een bestemmingsplan; - Er is een drempel voor planschade van 2%; - De mogelijkheid van kostenverhaal bij grondexploitatie is verbeterd; - Bestemmingsplannen moeten analoog en digitaal worden gemaakt. Onderdeel van de Wet ruimtelijke ordening is de Grondexploitatiewet (Grex-wet). De grondexploitatiewet is als paragraaf 6.4 in de nieuwe Wet ruimtelijke ordening opgenomen.
Doelstelling van de nieuwe wet is een goede regeling voor kostenverhaal, binnenplanse verevening en enkele locatie-eisen bij particuliere grondexploitatie. Onder de Grex-wet is kostenverhaal mogelijk via het privaatrechtelijke spoor (door middel van een vrijwillige samenwerkingsovereenkomst) en door middel van het publiekrechtelijke spoor. Het kostenverhaal heeft een verplichtend karakter. Privaatrechtelijke afspraken hebben de voorkeur. Maar als een gemeente er niet in geslaagd is met alle particuliere eigenaren in een gebied een overeenkomst te sluiten over grondexploitatie moet de gemeente publiekrechtelijk kosten verhalen bij partijen waarmee geen contract is gesloten. Dit publiekrechtelijke verhaal gaat door middel van een exploitatieplan, waarvan de totstandkoming gelijk op moet lopen met een bestemmingsplan. De verplichting tot een publiekrechtelijke regeling is gekoppeld aan twee voorwaarden: 1. In de eerste plaats is een ruimtelijk besluit op grond van de Wet ruimtelijke ordening nodig. Het publiekrechtelijk instrumentarium is alleen van toepassing bij de vaststelling van een bestemmingsplan, wijziging van een bestemmingsplan, of een projectafwijkingsbesluit. 2. De tweede voorwaarde is dat het ruimtelijk besluit voorziet in nieuwbouw of in belangrijke en omvangrijke verbouwplannen met functiewijzigingen.
De bouwplannen waar het om gaat zijn in het Besluit ruimtelijke ordening aangewezen.
4.1.2 Besluit ruimtelijke ordening; “Ladder voor duurzame verstedelijking” Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is de nadere uitwerking van de Wet ruimtelijke ontwikkeling. In het Bro staat onder meer dat gemeenten bij het opstellen van een bestemmingsplan rekening moeten houden met bijvoorbeeld cultuurhistorie of bodem. Verder staat in het Bro dat een plan moet voldoen aan de Ladder voor duurzame verstedelijking. De ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ is een procesvereiste voor ruimtelijke plannen die nieuwe stedelijke ontwikkelingen mogelijk maken (Bro art. 3.1.6 lid 2). “De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien”. Stedelijke ontwikkelingen zijn bijvoorbeeld een bedrijventerrein, kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen. Nieuwe stedelijke ontwikkeling zijn ontwikkelingen, die nog niet eerder in een bestemmingsplan of ander juridisch verbindend ruimtelijk plan zijn opgenomen. Het vigerende bestemmingsplan ‘Berghem Dorp – 2015’ voor de planlocatie is gericht op wonen in de vorm van 15 tot maximaal 25 (grondgebonden) woningen.
Het voorliggende bestemmingsplan ‘Meester Gielenplein – Berghem 2021’ maakt de realisering van ongeveer 40 woonappartementen mogelijk. Hoewel het verschil in extra woningen beperkt is, betekent dit dat het nieuwe plan voor woningbouw een nieuwe stedelijke ontwikkeling is in de zin van de Ladder. De planlocatie ligt binnen het bestaand stedelijke gebied van Berghem. Een verzwaarde motivering is niet nodig. De ladderverantwoording is daarom alleen gericht op de beschrijving van de behoefte. Deze beschrijving is opgenomen in paragraaf 4.4.
4.1.3 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Indien nationale belangen met het oog op een goede ruimtelijke ordening dat vergen, kan de minister regels stellen aan de inhoud van bestemmingsplannen. Dit heeft de minister, in de vorm van een algemene maatregel van bestuur, gedaan in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Op 30 december 2011 is dit besluit in werking getreden. Het kabinet heeft in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) vastgesteld dat voor een aantal onderwerpen verdere regels gesteld moeten worden. In het Barro komen dertien nationale belangen als titels terug. De volgende kunnen relevant zijn voor ruimtelijke plannen in de gemeente Oss: Rijksvaarwegen Grote rivieren Defensie Hoofdwegen en landelijke spoorwegen Elektriciteitsvoorziening Buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen Natuurnetwerk Nederland Primaire waterkeringen buiten het kustfundament De regels in het besluit zijn concreet normstellend benoemd en moeten direct of indirect (door tussenkomst van de provincie) doorwerken tot het niveau van de lokale besluitvorming. De indirecte doorwerking komt enkel bij de Ecologische Hoofdstructuur en de Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarden voor. Het Barro voorziet verder in een hoofdstuk overige bepalingen en gaat gepaard met meerdere bijlagen.
In deze bijlagen worden onder andere de belangen van de grote rivieren en defensie geografisch begrensd.
Bij het opstellen van bestemmingsplannen (en andere ruimtelijke besluiten) dient rekening te worden gehouden met de bepalingen van het Barro. Voor de gemeente Oss zijn met name de titels met betrekking tot de Rijksvaarwegen, de grote rivieren, primaire waterkeringen buiten het kustfundament en defensie (rechtstreeks) van belang. De regels in titel 2.4 Grote rivieren vormen feitelijk de doorwerking van de Beleidsregels Grote rivieren. Ten aanzien van titel 2.6 Defensie wordt de enige mogelijke beperking gevormd door de bescherming van het radarverstoringsgebied van de vliegbasis Volkel.
4.2
Rijksbeleid
4.2.1
De Nationale Omgevingsvisie
De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is de langetermijnvisie van het Rijk op de toekomstige inrichting en ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De belangrijkste speerpunten uit de NOVI zijn: - Een klimaatbestendige inrichting van Nederland. Dat betekent dat we Nederland zo inrichten dat ons land de klimaatveranderingen aankan. Daarvoor is nodig dat we functies meer in evenwicht met natuurlijke systemen (bodem en water) inpassen. Een voorbeeld hiervan is het op termijn verhogen van grondwaterstanden in veenweidegebieden; - De verandering van de energievoorziening. Bij de inpassing van duurzame energie hebben we oog voor omgevingskwaliteit. Een voorbeeld hiervan is dat we eerst kijken naar ongebruikte daken om zonnepanelen op te plaatsten; - De overgang naar een circulaire economie, waarbij we tegelijk goed kunnen blijven concurreren en een aantrekkelijk vestigingsklimaat bieden. Een voorbeeld is het aanpassen van productieprocessen en het gebruik van reststoffen in het haven- en industriegebied; - De ontwikkeling van het Stedelijk Netwerk Nederland. Hiermee sturen we op een goed bereikbaar netwerk van steden. We gebruiken zo de ambities en mogelijkheden in steden en regio’s in heel Nederland.
Voorbeelden van regionale uitwerking hiervan zijn de verstedelijkingsstrategieën, waarin vooruitgekeken wordt hoe verschillende ruimtelijke functies in en rondom steden het beste ingepast kunnen worden; - Het bij elkaar plaatsen van zogenaamde logistieke functies (bijvoorbeeld distributiecentra, datacenters) om hiermee de openheid en de kwaliteit van het landschap te behouden. We maken daarbij gebruik van een voorkeursvolgorde logistieke functies; - Het toekomstbestendig maken van het landelijk gebied in goed evenwicht met de natuur en landschap. We werken bijvoorbeeld aan de overgang naar de kringlooplandbouw zodat gebruik van de grond meer wordt afgestemd op de natuurlijke water- en bodemsystemen. De met dit bestemmingsplan mogelijk gemaakte ontwikkeling heeft geen directe betrekking op de nationaal geformuleerde belangen. Wel zal bij de verdere uitwerking op lokaal niveau rekening worden gehouden met een klimaatbestendige inrichting en een duurzame energievoorziening.
4.3
Provinciaal beleid
4.3.1 Brabantse Omgevingsvisie: De kwaliteit van Brabant, visie op de Brabantse leefomgeving Op 14 december 2018 hebben Provinciale Staten de Omgevingsvisie ‘De kwaliteit van Brabant’ vastgesteld. De Omgevingsvisie bevat de hoofdlijnen van het provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving. De visie beschrijft de strategische hoofdopgaven voor de lange termijn over klimaatverandering, energietransitie, verstedelijking en bereikbaarheid, concurrerende duurzame economie en de basis op orde. Voor deze opgaven wordt aangegeven wat de ambities op lange termijn zijn: wat is er nodig om Brabant in 2050 een gezonde, veilige en prettige leefomgeving te laten zijn? Ook is een concreet tussendoel geformuleerd voor het jaar 2030, om zo te kijken wat in dat jaar minimaal bereikt moet zijn om het lange termijndoel te kunnen halen. De Omgevingsvisie geeft ook aan op welke nieuwe manieren de provincie met betrokkenen wil samenwerken aan omgevingsvraagstukken en welke waarden daarbij centraal staan. Na de inwerkingtreding van de Omgevingswet zal de Omgevingsvisie de provinciale plannen, zoals de structuurvisie, het verkeers- en vervoersplan, het milieu- en waterplan en de natuurvisie vervangen. De basisopgave van de Brabantse Omgevingsvisie is werken aan veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit.
Deze basisopgave is veelomvattend en gaat over milieuaspecten, als een schone bodem, schoon water (ondergrond) en schone lucht. Maar ook om landschappelijke en cultuurhistorische aantrekkelijkheid, een goede woon- en werkomgeving met een aantrekkelijk aanbod aan voorzieningen, stilte en een natuurrijke omgeving, waarin biodiversiteit en recreatie hand in hand gaan. Om deze basisopgave te verwezenlijken zijn er vier hoofdopgaven gesteld: - Werken aan de Brabantse energietransitie - Werken aan een ‘klimaatproof’ Brabant - Werken aan de slimme netwerkstad - Werken aan een concurrerende, duurzame economie In dit plan wordt de bestemming ‘Woongebied’ gewijzigd in de bestemming ‘Wonen – Woongebouwen’. Verder worden de begrenzingen van de bestemmingen ‘Groen’ en ‘Verkeer-Verblijf’ aangepast. Hiermee wordt de realisatie van 40 appartementen mogelijk gemaakt. Het initiatief past, voor zover van toepassing, binnen de hiervoor genoemde hoofdopgaven.
4.3.2 Interim omgevingsverordening Noord-Brabant In oktober 2019 is de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant vastgesteld. De Interim omgevingsverordening Noord-Brabant bevat alle provinciale regels voor de fysieke leefomgeving. De verordening zorgt voor kaderstellende doorvertaling van de omgevingsvisie en het bestaande provinciaal beleid. De Interim omgevingsverordening Noord-Brabant is een eerste stap in de implementatie van de Omgevingswet op provinciaal niveau. Voordat de Omgevingswet in werking treedt, wordt de definitieve omgevingsverordening vastgesteld. Net zoals de Omgevingswet een groot aantal wetten vervangt, vervangt de Brabantse omgevingsverordening een aantal provinciale verordeningen. De Interim omgevingsverordening Noord-Brabant vervangt de Provinciale milieuverordening, Verordening natuurbescherming, Verordening Ontgrondingen, Verordening ruimte, Verordening water en de Verordening wegen.
In de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant staan regels voor: Burgers en bedrijven: dit zijn rechtstreeks werkende regels voor activiteiten. Deze regels bevatten de voorwaarden om zo’n activiteit te mogen verrichten. Deze regels geven ook aan of de start van een activiteit vooraf moet worden gegaan door een melding. Bestuursorganen van de overheid: dit zijn zogenaamde instructieregels. Met deze regels kan de provincie een opdracht geven aan gemeenten over onderwerpen die zij in het bestemmingsplan moeten opnemen of aan het waterschap over de manier waarop ze hun taken uitvoeren. Dit plan voor de realisatie van 40 appartementen ligt nabij het centrum van de kern Berghem, in de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant aangeduid als ‘Stedelijk gebied’. De uit artikel 3.42, 3.6 en 5.16-5.20 van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant voortvloeiende verantwoording van deze ontwikkeling is opgenomen in paragraaf 4.4.3.
4.4
Gemeentelijk beleid
4.4.1 Structuurvisie Op 1 maart 2006 is de structuurvisie voor de gemeente Oss vastgesteld. De structuurvisie schetst de ruimtelijke koers van de gemeente op de langere termijn (tot 2020). Het is de opvolger van het Ruimtelijk Ontwikkelingsplan 1996 - 2015. In de visie zijn op het gebied van het wonen de volgende opgaven geformuleerd: - het versterken van de kwaliteit en de diversiteit van de woonmilieus; - het verhogen van de leefbaarheid in de wijken en de kernen; - het voorzien in de woningbehoefte, met name voor ouderen en jongeren; - het verhogen van de keuzemogelijkheden in het aanbod van woningen en woonmilieus; - het vasthouden van de huishoudens met de hogere inkomens. Het voorliggende plan voorziet in de ontwikkeling van een diversiteit aan levensloopbestendige woningen in het centrum van Berghem, vlakbij voorzieningen. Daarmee voorziet het plan in de woonbehoefte van kleinere huishoudens, met name jongeren en ouderen. Tegelijkertijd voegt het plan een nieuw woonmilieu toe in het centrum van Berghem. De realisering van de woningen gecombineerd met een klein evenemententerrein draagt tevens bij aan versterking van de leefbaarheid in Berghem.
4.4.2 Wonen De Woonvisie Gemeente Oss 2020 formuleert de belangrijkste doelen en ambities voor het wonen in Oss voor de komende jaren. De woonvisie 2020 bestendigt de visie en ambities uit de Woonvisie 2013 en plaatst deze in het huidig tijdsgewricht. Daarbij geeft de Woonvisie 2020 de richting en focus op het gemeentelijk woonbeleid voor de komende jaren. Met de woonvisie wil de gemeente Oss aan vier ambities uitvoering geven: Complete woongemeente. Aandacht voor de woonomgeving in bestaande wijken en kernen. Een flexibel en gedifferentieerd woningbouwprogramma. Comfortabele woningvoorraad. Een woningvoorraad die aansluit bij de behoeften en wensen van de bewoners. De woningen zijn duurzaam en toekomstbestendig. Een (t)huis van alle groepen inwoners. Aandacht voor de groep kwetsbare inwoners met een zorgbehoefte die in de toekomst in een reguliere woning moeten blijven wonen. Ook aandacht voor de inwoners met een middeninkomen en jongeren die in de koop- en huursector buiten de boot dreigen te vallen. Versterking van de woonfunctie van Oss, ook in regionaal opzicht.
4.4.3
Portefeuillemanagement ‘Wonen’ en taskforce versnelling woningbouw
Voor de bepaling van het woningbouwprogramma hanteert de gemeente Oss de systematiek van het Portefeuillemanagement Wonen (PFM Wonen Oss). Dit is ook vastgelegd in de Woonvisie Oss uit 2020. Er vindt periodiek een strategische afwegingen prioritering van woningbouwprojecten plaats. De provinciale prognoses en de gemeentelijke doelstellingen voor woningbouw zijn de basis voor deze afweging. De systematiek van de PFM wordt steeds toegepast bij de afweging van nieuwe plannen voor woningbouw, telkens tegen de achtergrond van de meest actuele ontwikkelingen op de Osse woningmarkt. In 2019 zijn de uitgangspunten van het portefeuillemanagement Wonen geactualiseerd (PFM Wonen, actualisatie december 2019). Daarmee wordt aangesloten op de actuele behoefte en ontwikkelingen. In 2021 is de ambitie voor omvang van de Osse woningbouwprogrammering tot 2035 bijgesteld (Rapportage Taskforce Versnelling aanpak woningbouw en bedrijventerreinen wonen Oss, 2021). De verhoogde ambitie voor woningbouwprogrammering speelt in op de oplopende tekorten op de woningmarkt, de ambitie om de woonfunctie van Oss te versterken en de noodzaak om tussentijdse vertraging bij planontwikkeling of planuitval op te vangen. Enkele uitgangspunten van de woningbouwprogrammering zijn: • Met het portefeuillemanagement bepalen we het woningbouwprogramma van Oss, zowel naar omvang als kwalitatieve samenstelling.
Dit programma stemmen we af op de bestaande woningvoorraad en de behoefte van de verschillende doelgroepen qua woningtype, eigendomsvorm en woonmilieus. • PFM Wonen maakt het mogelijk om nieuwbouwprojecten in de hele gemeente strategisch af te stemmen in planning en prioriteit. De keuzen en prioritering maken we op basis van een afweging van beleidskeuzes uit de woonvisie. Maar ook de ruimtelijk-functionele meerwaarde voor een gebied, de verplichtingen uit het verleden en de financiën wegen we mee. • Voor de omvang van de woningbouwopgave wordt uitgegaan van een bandbreedte. De basisopgave is afgeleid van de meest recente prognose van de provincie Noord-Brabant (september 2020). Het Osse model gaat uit van een extra inspanning voor de ontwikkeling van woningbouwplannen van ca. 15% tot 2035. Deze bandbreedte geeft de noodzakelijke flexibiliteit om planuitval en planvertraging op te vangen. Tegelijkertijd wil Oss de woningbouw op korte termijn versnellen gezien de oplopende tekorten op de woningmarkt en tegelijkertijd de woonfunctie van Oss versterken. De bandbreedte van de woningbouwopgave en de kwalitatieve doelstelling vanuit de woonvisie is het kader waarbinnen we woningbouw in dit bestemmingsplan afwegen. • De provinciale prognose is berekend op het niveau van de totale gemeente. We vertalen deze prognose door naar de woningbehoefte in de verschillende gebiedsdelen van Oss.
Voor het landelijke gebied is de opgave voor woningbouw gericht op de behoefte vanuit de natuurlijke bevolkingsontwikkeling in de landelijke kernen. Voor Geffen en Ravenstein wordt uitgegaan van enige extra programmering, gezien hun strategische ligging in de stedelijke zone Den Bosch – Nijmegen, in combinatie met de goede bereikbaarheid, voorzieningen en specifieke woonmilieus. Het zwaartepunt van stedelijke ontwikkelingen, waaronder woningbouw, ligt in de stedelijke zone Oss-Berghem. Dit is ook het uitgangspunt van het provinciale beleid. • De kwalitatieve samenstelling van het woningbouwprogramma is afgestemd op de behoefte vanuit de verwachte ontwikkeling van de bevolkingssamenstelling en de bevindingen uit verschillende onderzoeken1. De kwalitatieve opgave verschilt per gebiedsdeel (stedelijk gebied landelijk gebied). Gezien de vergrijzing van de bevolking en de toename van kleinere huishoudens zijn starters en ouderen belangrijke aandachtgroepen. In de programmeringen liggen de hoofdaccenten bij toegankelijkheid, betaalbaarheid en duurzaamheid van de nieuwe woningen. Aandachtspunt blijft ook de verbreding naar toekomstgerichte woonmilieus en de versterking van Oss als woongemeente.
•
Voor de afweging en prioritering in het woningbouwprogramma zijn alle mogelijkheden voor woningbouw in Oss in beeld gebracht. Op de eerste plaats is dit de zogenaamde harde plancapaciteit. Woningbouw is op deze plekken al rechtstreeks mogelijk op basis van de bestaande bestemmingsplannen en bouwvergunningen. Daarnaast hebben we ook de zachte plancapaciteiten in beeld gebracht. Dit zijn concrete initiatieven voor woningbouw, die al dan niet al in procedure zijn, globale plannen die in gebiedsvisies zijn opgenomen en mogelijkheden voor woningbouw door herontwikkeling of transformatie van bestaande gebouwen of functies.
Verantwoording Wonen Deze paragraaf geeft de verantwoording van de woningbouw aan de Kromstraat vanuit het gemeentelijke beleid, de provinciale bepalingen, regionale afspraken en de Ladder voor Duurzame Verstedelijking. Het plan Op de planlocatie lag voorheen de sporthal van Berghem. Deze is alweer geruime tijd geleden gesloopt. Het huidige plan aan het Meester Gielenplein in Berghem maakt de bouw van 40 appartementen mogelijk, zowel in de huur als koopsfeer. Het plan kent de volgende samenstelling: - 12 sociale huurwoningen (huur tot de liberalisatiegrens); - 14 woningen midden huur - en 14 koopwoningen, merendeel middelduur Daarmee is het plan gericht op de behoefte aan betaalbare appartementen en de behoefte van kleinere huishoudens waaronder starters en ouderen. De capaciteiten voor woningbouw in dit bestemmingsplan hebben we afgewogen en beoordeeld volgens de systematiek van PFM Wonen Oss, zoals hierboven weergegeven. Ook is rekening gehouden met de kaders vanuit de provincie en de regionale afspraken. De behoefte aan woningen Vanuit de provinciale Interim Omgevingsverordening en de bestuurlijke afspraken in het regionale bestuurlijke overleg Wonen (subregio noordoost Brabant-west) is de meest actuele provinciale prognose de richtlijn voor de gemeentelijke woningbouwplanning- en programmering.
De prognose van de provincie is gebaseerd op de verwachte ontwikkeling van de bevolking en huishoudens per gemeente. Hieruit is de verwachte behoefte aan woningen afgeleid. De meest actuele provinciale prognose is van september 2020. Voor de subregio Noordoost-Brabant West (waartoe ook Oss behoort) is bestuurlijk een regionaal perspectief wonen vastgesteld (geactualiseerd op december 2020). Daarin bepaalt de subregio haar hoofdkoers voor wonen en zijn nadere afspraken gemaakt over afstemming van de woningbouwplannen. Onder andere is afgesproken dat de gemeenten ruim baan geven aan plannen voor wonen door inbreiding, herstructurering en transformatie. Deze plannen worden éénmaal per jaar gedeeld. Over uitbreidingsplannen, buiten bestaand stedelijk gebied moet regionale afstemming plaatsvinden. Dit geldt ook voor plannen die de opgave vanuit de prognose per gemeente overschrijden. Als uitgangspunt voor de gemeentelijke opgave geldt de provinciale woningbehoefteprognose. Per 1 januari 2020 zijn er ongeveer 40.300 woningen in de gemeente Oss. Op basis van de provinciale woningbehoefteprognose moeten er tot 2029 nog circa 5.200 woningen toegevoegd worden (exclusief vervangende nieuwbouw) (provinciale prognose 2020). De gemeentelijke programmering gaat uit van een verhoogde opgave met ca. 15% tot 2035.
Deze bandbreedte geeft de noodzakelijke flexibiliteit om planuitval en planvertraging op te vangen. Tegelijkertijd wil Oss de woningbouw op korte termijn versnellen gezien de oplopende tekorten op de woningmarkt en de woonfunctie van Oss versterken. In onderstaande tabel is de bandbreedte van de woningprogrammering afgezet tegen de plancapaciteit in Oss.
bandbreedte toevoeging woningen gemeente Oss periode 2020 t/m 2024 2025 t/m 2029 Totaal 2020 t/m 2029 * inventarisatie jan. 2021
prognose 2020
model Oss
concrete capaciteit*
2.749 2.440
3.114 2.805
2.519 545
5.189
5.920
3.064
De totale capaciteit in woningbouwplannen voor de hele gemeente Oss tot en met 2029 bedraagt circa 3.000 woningen (actualisatie januari 2021). Dit is op de eerste plaats de zogenaamde harde capaciteit (juridisch bindend, opgenomen in vastgestelde bestemmingsplannen of bouwvergunningen). Daarnaast betreft het ook woningen in concrete plannen, die nog in procedure zijn. Ook de bekende mogelijkheden voor herontwikkeling of transformatie van bestaande bebouwing zijn hierin opgenomen. Daarmee is de woningbouwprogrammering van Oss ook nadrukkelijk gericht op benutten van de mogelijkheden voor transformatie van leegkomende gebouwen of herontwikkeling van bestaand stedelijk gebied. Het voorliggende plan voor de woningbouw van 40 appartementen in Berghem is opgenomen in de geïnventariseerde capaciteit. Duidelijk is dat de plancapaciteit voor woningen voor de gehele gemeente binnen de kaders van de provinciale prognose en de regionale afspraken blijft. En dat Oss nog een grote opgave heeft voor de ontwikkeling van woningbouwplannen. De woningbehoefte in het stedelijk gebied Oss-Berghem Het plangebied aan het Meester Gielenplein ligt in Berghem. Woningbouw op deze locatie is daarmee gericht op de woningbehoefte vanuit het gehele stedelijk gebied Oss-Berghem. De provinciale woningbouwprognose is doorgerekend naar de verschillende gebiedsdelen van Oss.
Onderstaande tabel geeft de behoefte en capaciteiten voor woningen in het stedelijk gebied Oss-Berghem weer, inclusief de 40 appartementen van het plangebied. Uit het overzicht blijkt dat deze woningen naar omvang passen in de bandbreedte van de behoefte van het stedelijke gebied Oss-Berghem. bandbreedte woningopgave stedelijk gebied Oss-Berghem periode 2020 t/m 2024 2025 t/m 2029 Totaal 2020 t/m 2029 * inventarisatie jan. 2021
prognose 2020 2.177 1.964 4.141
model Oss 2.434 2.221 4.655
concrete capaciteit* 1.921 397 2.318
De kwalitatieve behoefte Voor de woningprogrammering is ook een indicatieve raming gemaakt van de behoefte aan verschillende kwaliteiten, met een onderscheid naar woningtype, eigendomsvorm en woonmilieus1. De raming is gebaseerd op recente woningmarktonderzoeken en ontwikkelingen in de woningmarkt van Oss en de regio. Hierbij is ook rekening gehouden met de wisselwerking met de bestaande woningvoorraad en de behoefte vanuit de verschillende doelgroepen (starters, gezinnen, ouderen, inkomensklassen e.d.). Er wordt een toenemende behoefte aan woningen voor kleinere huishoudens en ouderen voorzien, als gevolg van vergrijzing van de samenleving en gezinsverdunning. In de kwalitatieve raming is dit vertaald naar een toenemend aandeel appartementen of levensloopbestendige woningen. Ook is er sprake van een blijvende behoefte aan goedkopere woningen (zowel koop als huur) en vrije sector huur. Dit is onder andere het gevolg van veranderde regels voor financiering, de beperking van de toegankelijkheid van de sociale sector en de toenemende behoefte aan kleinere woningen. Voor de korte termijn wordt nog een inhaalslag verwacht in de behoefte aan grondgebonden woningen, ook in de duurdere sectoren. Om de woonfunctie van Oss te versterken is het van belang om ook bijzondere woonmilieus te ontwikkelen waaronder stedelijke woonmilieus.
1 De prijssegmenten zijn als volgt: huur goedkoop, kale huur < liberalisatiegrens; huur middelduur, kale huur >
liberalisatiegrens; koop goedkoop < € 225.000; koop middelduur, > € 225.000 < €325.000, koop duur > € 325.000
Bovenstaande figuren geven de indicatieve behoefte voor het stedelijke gebied Oss-Berghem weer versus de concrete plancapaciteit. Met een gevarieerde samenstelling voorziet het plan aan het Meester Gielenplein in Berghem in de behoefte aan betaalbare appartementen, zowel in de huur als koop. Dit geldt op de schaal van het stedelijke gebied Oss-Berghem, maar nog sterker voor de behoefte op de schaal van de kern Berghem. Juist in Berghem ligt het aandeel appartementen in de bestaande woningvoorraad met 8,5% ruim onder het gemiddelde van de gemeente Oss (21,5%). Ook het aandeel huurwoningen in Berghem is in verhouding laag (25% versus 38%). De ligging, direct bij de winkel- en maatschappelijke voorzieningen in het centrum van Berghem, komt ook tegemoet aan de woonwens van met name ouderen. Conclusie: Het plan voor de ontwikkeling van 40 appartementen in het centrum van Berghem in een mix van huur en koop sluit aan bij de woningbehoefte van Berghem, zowel naar omvang als type woningen. Tegelijkertijd wordt ook een mogelijkheid voor een binnenstedelijke herontwikkeling benut. Daarmee is het programma verantwoord vanuit de Ladder voor duurzame verstedelijking en sluit aan bij de Woonagenda van provincie, regio en de gemeente Oss. 4.4.4 Welstandsbeleid Op 24 september 2020 is “Samen bouwen aan een mooi Oss, Nota uiterlijk van bouwwerken Oss 2020” vastgesteld.
Dit welstandsbeleid legt meer verantwoordelijkheid bij de inwoners en bedrijven van de gemeente Oss. Met deze nota geldt in principe voor het gehele grondgebied van de gemeente een welstandsvrij beleid. Nieuwe bouwaanvragen hoeven niet te worden voorgelegd aan het Adviesteam Architectuur om te worden getoetst aan ‘redelijke eisen van welstand’. Er gelden drie uitzonderingssituaties: bebouwing binnen beschermde stads- en dorpsgezichten; monumenten en de panden in de directe omgeving van een monument (binnen een straal van 25 meter vanaf een monument); bebouwing binnen gebieden waar een beeldkwaliteitsplan geldt. In deze gevallen is voor bebouwing een welstandadvies wél verplicht. In het welstandsvrije deel van de gemeente blijft de mogelijkheid bestaan om bouwplannen voor te leggen aan het Adviesteam Architectuur voor een vrijblijvend welstandsadvies. Het plangebied ligt niet in een beschermd stads- en dorpsgezicht of in de nabijheid van een monument. Wel geldt voor dit plangebied nog het beeldkwaliteitsplan Berghem-Centrum 2009. Het plan zal aan het Adviesteam Architectuur worden voorgelegd.
4.4.5 Beleid aan huis gebonden activiteiten Op 22 november 2012 heeft de gemeenteraad het Beleid aan huis gebonden activiteiten – Actualisatie 2012 vastgesteld. Het beleid voor aan huis gebonden activiteiten is opgesteld om mogelijkheden te bieden aan ondernemen vanuit de eigen woning. Door de jaren heen zijn de activiteiten die aan huis worden ondernomen steeds meer divers geworden. Het gaat allang niet meer alleen om een huisarts of accountant aan huis. Er is een breed scala dat aan huis uitgeoefend kan worden. Voorbeelden zijn een adviesbureau, pedicure of afslanksalon. Ook komen er steeds vaker vragen om kleinschalige cursussen te mogen geven, voor kleinschalige kinderopvang, ambachtelijke bedrijfjes of een bed en breakfast. Met het beleid wordt ingespeeld op de veranderende inzichten over aan huis gebonden activiteiten. Er wordt ruimte gegeven aan deze nieuwe vormen om vanuit de thuissituatie te werken. Het gaat dus altijd om een bewoner die de activiteit uitvoert. Een andere belangrijke voorwaarde is steeds dat de activiteit zich goed verhoudt met de woonomgeving. Het beleid aan huis gebonden activiteiten is er op gericht om zoveel mogelijk rechtstreeks toe te staan. Er is een lijst opgesteld met een breed scala aan activiteiten die rechtstreeks mogen worden uitgeoefend in de woning. Deze lijst is als bijlage opgenomen in deze toelichting of bij de regels.
Bij het opstellen van de lijst van rechtstreeks toegestane activiteiten is de woonomgeving het uitgangspunt geweest. Dit houdt in dat er geen bedrijven op staan die veel verkeer aantrekken of activiteiten die milieuhinder veroorzaken, die niet past in een woonomgeving. Het oppervlak van de rechtstreeks toegestane activiteiten is 35m2. Maar niet alle activiteiten kunnen rechtstreeks in een woning worden uitgevoerd. Soms is een toetsing vooraf nodig. Als dit positief is, wordt toestemming verleend in de vorm van een ‘omgevingsvergunning waarbij van het bestemmingsplan wordt afgeweken’. Bij deze afweging spelen publieksaantrekkende werking en milieu- en verkeersaspecten altijd een rol. Voorbeelden van activiteiten waarbij een toetsing vooraf nodig is zijn: een groter oppervlak dan het toegestane 35 m2, andere activiteiten dan die in de lijst zijn opgenomen of groepsmatige activiteiten. In het nieuwe beleid worden de mogelijkheden voor dit afwijkend gebruik beschreven. Voor het verlenen van een omgevingsvergunning voor afwijkend gebruik moet de aanvrager een concrete aanvraag om toestemming bij de gemeente indienen.
Hoofdstuk 5 5.1
Omgevingsaspecten
Natuur
5.1.1 Wet natuurbescherming De Wet natuurbescherming beschermt Nederlandse natuurgebieden en planten- en diersoorten. Het is belangrijk voor de natuur dat er veel verschillende planten- en diersoorten zijn. Wanneer het met de natuur goed gaat, is er ook meer ruimte voor economische en andere maatschappelijke activiteiten. Maar sommige soorten zijn kwetsbaar, zoals vleermuizen en mussen. Een goede natuurbescherming is dan ook belangrijk. Rolverdeling tussen provincies en Rijk Sinds 1 januari 2017 bepalen de provincies wat wel en niet mag in de natuur binnen de provincie. De provincies zorgen voor de vergunningen en ontheffingen. De Rijksoverheid blijft verantwoordelijk voor het beleid van grote wateren en internationaal beleid (zoals Natura2000). Ruimtelijke plannen en omgevingsvergunningen die invloed hebben op beschermde natuur moeten passen binnen de Wet natuurbescherming. Daarnaast gelden ook provinciale regelingen voor natuurbescherming.
5.1.2 Groen en natuur/biodiversiteit Natuurinclusief bouwen De gemeente streeft er naar om bij (ver)bouwen zoveel als mogelijk rekening te houden met de natuur en de biodiversiteit ofwel ‘natuurinclusief’ te bouwen. Aan initiatiefnemers wordt gevraagd om dit ook te doen. Bijzonder waardevolle bomen In 1998 is de beleidsnota “Bijzonder waardevolle bomen” opgesteld, waarin bomen zijn opgenomen die vanwege specifieke waarden bescherming verdienen. De lijst met waardevolle bomen wordt periodiek geactualiseerd. De laatste actualisatie is opgenomen in de nota “Bijzondere bomen in Oss 2018”. In deze nota is vastgelegd dat de aanvraag van een omgevingsvergunning voor de aangewezen waardevolle bomen altijd geweigerd moet worden tenzij het kappen van deze bomen vanuit het algemene belang noodzakelijk is. Dit is verder vertaald in de Algemene Plaatselijke Verordening (APV). Op grond van de APV is voor het kappen van bomen die op de Beschermde bomenlijst staan een vergunning vereist. De vergunning kan op grond van verschillende criteria door het college van burgemeester en wethouders worden geweigerd.
5.1.3 Natuurtoets Bij de bescherming van natuurwaarden gaat het enerzijds om soortenbescherming en anderzijds om gebiedsbescherming. Deze bescherming moet er toe leiden dat het voortbestaan van de soort niet in gevaar komt. De gebiedsbescherming is gericht op de bescherming van kwetsbare natuurgebieden Programma Aanpak Stikstof (PAS) Op 29 mei 2019 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State uitspraak gedaan in enkele beroepszaken tegen Natura 2000-vergunningen die zijn gebaseerd op het Programma Aanpak Stikstof (PAS) 2015-2021 (Kamerstuk 32 670, nr. 146). Het is een stevige uitspraak die per direct forse consequenties heeft voor individuele ondernemers, maar ook voor ambities van gemeenten, provincies en Rijksoverheid op het terrein van onder meer waterveiligheid, infrastructuur, woningbouw en klimaat. De uitspraak komt er op neer dat de PAS ‘gesneuveld’ is als aanpak en systeem voor vergunningverlening van stikstofvergunningen op basis van de Wet natuurbescherming. Hoewel er geen
directe relatie lag en ligt tussen een bestemmingsplan en de PAS, is het sneuvelen van de PAS ook voor RO en bestemmingsplannen van belang, met name ook door de aandacht voor stikstof. Tot nu toe werd als ondergrens waaronder je geen Natuurvergunning nodig had (0,05 Mol/ha) ook in de RO vaak gebruikt om aan te tonen dat stikstof geen probleem was voor de voorgenomen planontwikkeling. In het kader van de beoogde ontwikkeling is er een onderzoek stikstofdepositie uitgevoerd. (AERIUSberekening woningbouwlocatie Bergse Veld, Rho adviseurs, 23 februari 2021). Op basis van de berekeningen zijn significante negatieve effecten op Natura 2000-gebieden in de aanlegen gebruiksfase uitgesloten. De ontwikkeling is derhalve uitvoerbaar in het kader van de Wet natuurbescherming. Flora en Fauna In het kader van de beoogde ontwikkeling is er een quickscan flora en fauna uitgevoerd (rapportage Quickscan Wet natuurbescherming Sportstraat te Berghem, Habitus, 18 maart 2021). De voorgenomen ontwikkeling is naar verwachting in strijd met het onderdeel soortbescherming uit de Wet natuurbescherming. Er kunnen namelijk nesten van ‘vogels zonder jaarrond beschermd nest’ en verblijfplaatsen van vleermuizen op de planlocatie aanwezig zijn. Daarnaast kan functioneel leefgebied van de huismus aanwezig zijn in het plangebied. De bomenrijen kunnen een essentiële vliegroute zijn van vleermuizen.
Bij de ontwikkeling kunnen ook nesten van huismussen en verblijfplaatsen van vleermuizen in de omgeving van het plangebied verstoord worden. De voorgenomen ontwikkeling is niet in strijd met het onderdeel gebiedsbescherming uit de Wet natuurbescherming. Verder zijn de plannen niet in strijd met provinciale gebiedsbescherming. Ten aanzien van vleermuizen dient te worden voldaan aan de volgende maatregelen: Maatregel 1: behoud alle drie de bomen met holtes én de bomenrijen grenzend aan het plangebied Maatregel 2: voorkom dat de bomen met holtes in het plangebied én de bomenrijen en woningen rond het plangebied beschenen worden door verlichting tijdens de werkzaamheden én in de nieuwe situatie. De bomen en woningen dienen geheel onbeschenen te blijven. Maatregel 3: voorkom dat sterke trillingen ontstaan tijdens de werkzaamheden. Indien er geheid moet worden, voer dit dan trillingsvrij uit. Er kan niet aan al deze maatregelen worden voldaan. Er wordt nader onderzoek naar verblijfplaatsen en vliegroutes van vleermuizen gedaan. PM Er is een vervolgonderzoek voor de huismus uitgevoerd (Econsultancy, rapportnummer 15777.001, 9 juni 2021). Hieruit blijkt dat er geen overtreding van de verbodsartikelen uit de Wet natuurbescherming aan de orde is en dat een ontheffing niet noodzakelijk is.
Bij de voorgenomen werkzaamheden zal geen essentieel deel van het functioneel leefgebied verloren gaan. Tevens zullen de nestlocaties van de huismus in de nabije omgeving van de onderzoekslocatie niet opzettelijk verstoord worden gezien de afstand tot de onderzoekslocatie en de aard van de voorgenomen plannen.
5.2
Archeologie en Cultuurhistorie
5.2.1 Erfgoedwet en overgangsregeling omgevingswet De Erfgoedwet beschermt het cultureel erfgoed in Nederland. In deze wet staan regels om belangrijk cultureel erfgoed beter te beschermen en behouden. In de Erfgoedwet staat wat cultureel erfgoed is, hoe de overheid omgaat met roerend cultureel erfgoed (zoals schilderijen), wie welke verantwoordelijkheden heeft en hoe de overheid daar toezicht op houdt. Het beschermingsregime voor de in de grond aanwezige dan wel te verwachten monumenten (lees archeologische resten) net als de bescherming van gebouwde rijksmonumenten wordt opgenomen in de Omgevingswet. Vooruitlopend op de ingang van de Omgevingswet is het deel van de Monumentenwet 1988 dat gaat over de fysieke leefomgeving geregeld in het overgangsrecht van de Erfgoedwet. Het gaat om: • vergunningen tot wijziging, sloop of verwijdering van rijksmonumenten. • verordeningen, bestemmingsplannen, vergunningen en ontheffingen op het gebied van archeologie. • bescherming van stads- en dorpsgezichten. Het erfgoed in de ruimtelijke ordening wordt nu nog voor een belangrijk deel geregeld via de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Ruimtelijke plannen die toepassing hebben op cultureel erfgoed moeten passen binnen wettelijke kaders van de Erfgoedwet en ook de regelingen die in andere wetten en regelgeving is opgenomen, zoals de Wabo en het Bro.
5.2.2 Archeologiebeleid Het provinciale archeologisch beleid is neergelegd in de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant van 25 oktober 2019 en op de provinciale Cultuurhistorische waardenkaart 2010, herzien 2016. Hierin is de bescherming van aardkundig waardevolle gebieden en archeologische landschappen geregeld. Het gemeentelijk archeologisch beleid is veel gedetailleerder dan het algemene provinciale beleid op dit punt en prevaleert daarom ook boven het provinciale archeologisch beleid. Op 14 oktober 2010 heeft de gemeente Oss haar ‘archeologiebeleid’ vastgesteld. In 2015 heeft de gemeenteraad het archeologiebeleid opnieuw vastgesteld. Dit was nodig vanwege de gemeentelijke herindeling met Maasdonk. Onderdeel van de vaststelling in 2015 is het rapport 'Actualisatie archeologiebeleid gemeente Oss, een herziene archeologische beleidskaart voor het nieuwe grondgebied van de gemeente Oss' (Goddijn, 2012). Aan de hand van onderzoeken, inzichten en boringen in het veld zijn de eerdere archeologische kaarten gedeeltelijk bijgesteld. Op de beleidskaart is sprake van meerdere beleidscategorieën (zie onderstaande tabel). In het beleid is per beleidscategorie vastgelegd wanneer sprake is van een onderzoeksplicht en wanneer ontwikkelingen hiervan zijn vrijgesteld.
Verwachting/waarde Archeologisch beschermd rijksmonument
Vrijstellingsgrenzen 0 m2 / 30 cm -Mv
Archeologisch (AMK-) monument Beschermde stadsgezichten
35 m2 / 30 cm -Mv
Historische stads-/dorpskern
50 m2 / 30 cm -Mv
Hoge verwachtingswaarde
100 m 2 / 30 cm -Mv
Hoge verwachtingswaarde – bedrijventerrein
1000 m2 / 30 cm -Mv
Middelhoge verwachtingswaarde Lage verwachtingswaarde
5 hectare / 30 cm -Mv
Reeds onderzocht
Afhankelijk van de resultaten van het reeds uitgevoerde onderzoek.
Verstoord
Geen onderzoeksplicht
Volgens de archeologische beleidskaart heeft het plangebied [zie archeologische beleidskaart]. Vanuit het archeologiebeleid geldt een archeologische onderzoeksplicht als de bodemingrepen dieper zijn dan 30 cm beneden het huidige maaiveld én de omvang van het gebied groter is dan xxx [zie tabel] m².
5.2.3 Archeologietoets Volgens de archeologische beleidskaart van de gemeente is aan het bestemmingsplangebied de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie’, verwachtingswaarde middelhoog toegekend. Concreet betekent dit dat er een archeologische onderzoeksplicht geldt indien de bodemingrepen dieper reiken dan 30 cm beneden huidig maaiveld én de omvang van het gebied groter is dan 1000 m². Bestemmingsplanregels De gemeente Oss vertaalt de wet en het archeologisch beleid ook door in standaard bestemmingsplanregels. Zo heeft de gemeente bestemmingsplanregels (dubbelbestemmingen: dat wil zeggen dat deze naast de hoofdbestemming gelden) voor bescherming van historische kernen, beschermde monumenten, monumenten en voor gebieden met een middelhoge of hoge archeologische verwachtingswaarde. Met deze regels kan, ter bescherming van archeologische waarden, worden bepaald wanneer er een omgevingsvergunning voor bepaalde werkzaamheden nodig is, wanneer dat niet het geval is en onder welke omstandigheden en met welke nadere eisen en voorwaarden een omgevingsvergunning kan worden verleend. Toetsing van de plannen Archol heeft een proefsleuvenonderzoek uitgevoerd in het plangebied.
De proefsleuven die verspreid over het plangebied zijn gegraven tonen aan dat het gehele terrein, zowel het westelijke grasveld als het oostelijke parkeerterrein, recent is afgegraven; onder andere bij (achtereenvolgend) de aanleg van voetbalvelden, de bouw van een sporthal en gemeenschapsgebouw en de meest recente sloop van deze gebouwen. Er zijn weliswaar twee sporen gevonden. Het gaat hier echter om twee uitzonderingen: een ijzertijdkuiltje onder een slechts lokaal bewaard stukje enkeerdlaag en een waterput uit de late middeleeuwen die alleen maar is bewaard, omdat dergelijke sporen in het verleden werden uitgegraven tot op het toenmalige grondwaterpeil. Uitgaande van de bodemopbouw zijn rondom de twee sporen geen resten meer van een eventueel bijbehorend erf met (relatief ondiepe) bewoningssporen meer te verwachten. Het algehele beeld van geringe sporen en vondsten sluit hierbij aan. De conclusie luidt dan ook dat de sporen de enige resten vormen van twee vindplaatsen, een uit de ijzertijd en een uit de late middeleeuwen, die zich hier in het verleden hebben bevonden. In de omgeving zijn door de afgravingen geen andere sporen meer van de vindplaatsen te verwachten met uitzondering van hele diepe sporen zoals de voornoemde waterput. Aangezien de laatste resten van de twee
vindplaatsen al volledig zijn gedocumenteerd en afgewerkt, zijn de vindplaatsen niet als behoudenswaardig te bestempelen. Er is een selectiebesluit genomen. Voor het terrein gelden geen archeologische restricties ten aanzien van de werkzaamheden. Archeologisch vervolgonderzoek is niet noodzakelijk. In het gebied geldt echter wel een meldingsplicht bij het aantreffen van archeologische resten. Ook geldt een uitwerkingsplicht ten aanzien van de het uitgevoerde proefsleuvenonderzoek. Beiden aspecten zullen als vooraarde worden opgenomen in de omgevingsvergunning. In het bestemmingsplan hoeft het plangebied ook niet meer planologisch beschermd te blijven door middel van een dubbelbestemming ‘Waarde – archeologie’.
5.2.4 Cultuurhistorie Wettelijk kader Door een wijziging van het Bro moeten cultuurhistorische waarden voortaan vooraf in het proces van ruimtelijke ordening worden meegenomen, met name bij de voorbereiding en vaststelling van bestemmingsplannen. Het Bro bevat eisen waaraan de voorbereiding van een bestemmingsplan moet voldoen. Zo wordt er onder meer een beschrijving verlangd van de manier waarop met in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden. Dat wordt veranderd in: met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten. De regering wil hiermee bereiken dat aandacht voor cultuurhistorische waarden voortaan in het planproces naar voren wordt gehaald. Doordat plannen nu nog pas na afloop van het planproces worden getoetst aan de regelgeving van de monumentenzorg, wordt monumentenzorg dikwijls ervaren als hindernis. Dit is door de regering erkend en daarbij is de ambitie uitgesproken om de positie van cultuurhistorie aan het begin van het ruimtelijk ordeningsproces juridisch te versterken. Door de verankering van cultuurhistorische waarden in de bestemmingsplannen vermindert tegelijkertijd de noodzaak tot het aanwijzen van nieuwe beschermde monumenten, omdat het belang van de cultuurhistorie wordt geborgd via het proces van de ruimtelijke ordening.
In de Wet tot wijziging van de Monumentenwet 1988 en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht in verband met modernisering van de monumentenzorg is daarom al de mogelijkheid voor burgers en belangengroepen om een aanvraag in te dienen om een monument aan te wijzen als beschermd monument, geschrapt. Dit instrument werd door belangengroepen nogal eens ingezet om afgifte van bouwvergunningen te frustreren of te vertragen. Met de wijziging van het Bro wordt tevens de adviesrol van Gedeputeerde Staten beperkt. Tot nu toe moet bij alle ingrepen aan een beschermd monument buiten de bebouwde kom advies aan Gedeputeerde Staten worden gevraagd. Met de wijziging van het besluit hoeft dat alleen nog, als het gaat om monumenten die door de minister op grond van de Monumentenwet 1988 zijn aangewezen. Daarnaast voorziet het besluit in een aantal versoepelingen van vergunningvrij wijzigen of bouwen in, aan of bij beschermde monumenten. Samengevat komen die versoepelingen er op neer, dat voor gewoon onderhoud of voor inpandige veranderingen aan beschermde monumenten geen monumentenvergunning meer nodig is, als de betreffende onderdelen geen monumentale waarde hebben. Bij twijfelgevallen zal men het bevoegd gezag moeten raadplegen.
De bedoeling van het wijzigingsbesluit is om enerzijds cultuurhistorische waarden een duidelijke plaats te geven aan het begin van het planproces en anderzijds onnodige regeldruk, vooral wanneer het gaat om ondergeschikte wijzigingen aan een monument, weg te nemen.
Cultuurhistorie: gemeentelijk en provinciaal beleid Het beleid van de gemeente Oss voor wat betreft cultuurhistorie is onder meer neergelegd in het Erfgoedplan Oss 2006 “Op gemengde bodem”. Hierin zijn onder andere opgenomen: historisch bebouwde gebieden, oude verkavelingspatronen, de invloed van de Maas en Rijksmonumenten. Deze nota heeft (nog) geen betrekking op het grondgebied van de voormalige gemeente Lith. Daarnaast heeft de gemeente Oss een Monumentenlijst 2009. Hierin zijn de Rijks- en gemeentelijke monumenten opgenomen. Het provinciale cultuurhistorische beleid is verankerd in de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant en op de Cultuurhistorische waardenkaart 2010. Hierin zijn onder andere opgenomen: cultuurhistorische vlakken en complexen van cultuurhistorisch belang. Cultuurhistorie: bestemmingsplanregels en regels in de provinciale Interim omgevingsverordening NoordBrabant Met de onder het kopje ‘archeologie’ genoemde bestemmingsplanregels, is het ook mogelijk om cultuurhistorische waarden in bestemmingsplannen te beschermen. Een en ander voor zo ver het terreinen betreft (inbouwen sloopvergunningstelsel voor bebouwing). Kortheidshalve wordt naar het kopje ‘archeologie: bestemmingsplanregels’ verwezen. De provincie Noord-Brabant heeft in de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant bindende regels opgenomen ter bescherming van cultuurhistorische waarden.
5.3
Mobiliteit en parkeren
5.3.1 Verkeer De Mobiliteitsvisie Oss uit 2009 heeft als doel het in balans brengen van bereikbaarheid, leefbaarheid en veiligheid. De mobiliteitsvisie is uitgewerkt in het Mobiliteitsplan 2020 Oss. Het deelplan Wegen werkt het gewenste netwerk voor het autoverkeer uit. Per weg is de gewenste functie vastgelegd. Van belang is de vraag of een initiatief leidt tot extra verkeersbewegingen en of de toename van verkeersbewegingen passen binnen de normen die voor ontsluitingswegen gelden. Het Meester Gielenplein wordt voor regionaal verkeer bij voorkeur ontsloten via de Osseweg, Julianastraat, Burgemeester van Erpstraat en de Veldstraat. Dit is een combinatie van gebiedsontsluitingswegen met een maximum snelheid van 50 kilometer per uur en erftoegangswegen met een maximumsnelheid van 30 kilometer per uur.
5.3.2 Parkeren De gemeente Oss heeft een gemeentelijk parkeerbeleidsplan vastgesteld. De nota ‘Parkeernormen 2017’ geeft aan welke parkeernormen voor welke gebieden gelden. Totaal komt dat op 60 parkeerplaatsen neer die in het plangebied gerealiseerd moeten worden. Er zullen 40 parkeerplaatsen op eigen terrein worden aangelegd. Voor evenementen is parkeren mogelijk bij de kerk aan de Sint Willibrordusstraat, bij de Berchplaets of (indien dit noodzakelijk wordt geacht) bij de sportvelden aan de Osseweg. Gelet op de grootte van de evenementen en het lokale karakter ervan, wordt echter verwacht dat het merendeel van de bezoekers de evenementenlocatie te voet of fietsend bezoeken. Dit betekent, net als bij de overige binnenstedelijke evenementenlocaties, dat uitdrukkelijk rekening moet worden gehouden met actief verkeer uit alle richtingen rondom het evenemententerrein.