CConstaterende datOss
Koppel je AI →
Document · PDF

Toekenning subsidie CmK3.pdf

Gemeenteraad 11 maart 2021, gemeente OssBij agendapunt: Agenda gerelateerde ingekomen brief3.729 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Stichting Kunstloc Brabant Postbus 72 5000 AB TILBURG

Datum Dossiernummer Betreft Inlichtingen bij

: : : :

Zie verzenddatum e-mail Besluit op uw aanvraag. 13218737 Verlening subsidie Martine Rippen

Geacht bestuur, Op 30 oktober 2020 ontvingen wij uw subsidieaanvraag voor het project Cultuureducatie met Kwaliteit 3 Brabantstad, in het kader van de regeling Cultuureducatie met Kwaliteit 2021-2024. Met plezier laten wij u weten dat wij u subsidie geven. Uw contactpersoon is Martine Rippen. Haar gegevens vindt u hierboven. Daar staat ook het dossiernummer. Vermeld dat alstublieft in alle correspondentie over uw project. Besluit Onze adviescommissie adviseerde uw aanvraag te honoreren, en wij nemen dat advies over. Het Fonds voor Cultuurparticipatie verleent u een subsidie van € 7.309.600,00 voor de periode 29 januari 2021 tot 31 december 2024, in het kader van de regeling Cultuureducatie met Kwaliteit 2021-2024. U vindt het advies van onze adviescommissie als bijlage bij dit besluit. Wij stellen uw subsidie definitief vast binnen zes maanden na ontvangst van uw laatste verantwoording. De definitief vastgestelde subsidie is nooit hoger dan het verleende subsidiebedrag. U ontvangt deze subsidie onder de voorwaarde dat de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap voldoende middelen ter beschikking stelt aan het Fonds voor Cultuurparticipatie. Betaling U ontvangt de subsidie in kwartaalvoorschotten, rond de 15e van de eerste maand van elk kwartaal op rekeningnummer NL29RABO0191237167 ten name van Stichting Kunstloc Brabant.

Omdat u subsidie ontvangt voor vier jaar, krijgt u aan het begin van elk kwartaal dus 1/16e deel van het totale bedrag, tenzij u hier afwijkende afspraken over heeft gemaakt met het Fonds. Let op: het genoemde bedrag is inclusief inkomstenbelasting en btw, die u in bepaalde gevallen moet betalen.

Voorwaarden U ontvangt de subsidie voor de doelstellingen en activiteiten beschreven in uw aanvraag. Daaronder vallen de door u voorgestelde prestaties (bijlage 2). Wijzigingen tijdig doorgeven Verandert er iets wat van belang kan zijn voor uw subsidie? Geef dat dan zo snel mogelijk door aan uw contactpersoon - ook als u twijfelt. Bijvoorbeeld: a. als u de activiteiten waarvoor u subsidie heeft ontvangen niet (helemaal) uitvoert; b. als u niet (geheel) voldoet aan de subsidievoorwaarden; c. als er belangrijke artistieke of zakelijke veranderingen zijn in vergelijking met het plan waarvoor u subsidie heeft ontvangen. d. als substantiële overige financieringsmiddelen wegvallen. Daarnaast gelden de voorwaarden en verplichtingen van het Algemeen Subsidiereglement en de regeling Cultuureducatie met Kwaliteit 2021-2024 die u terug kunt vinden op www.cultuurparticipatie.nl. Lees deze goed door. Verantwoording U moet ervoor zorgen dat wij elk jaar voor 1 juni uw verantwoording ontvangen over het afgelopen boekjaar. Indien u gebruik maakt van de mogelijkheid om uw project door te laten lopen tot 1 juli 2025 dient u uw laatste verantwoording in voor 1 oktober 2025. Uw eerste verantwoording gaat over 2021; die moeten wij ontvangen voor 1 juni 2022. Het handboek met richtlijnen en verplichte formats voor de jaarlijkse verantwoording vindt u hier.

De jaarlijkse verantwoording van de subsidie verzorgt u digitaal in Mijn Fonds. Deze moet in elk geval bevatten: • • •

Een financiële verantwoording Verantwoording op de prestatieafspraken Het tweede en laatste jaar ook een inhoudelijke verantwoording

Monitoring U bent verplicht om deel te nemen aan het monitoringstraject. Dit bestaat onder meer uit een tussentijdse evaluatie en gebruik van een meetinstrument voor de ontwikkeling van cultuureducatie op schoolniveau. Communicatie Wij vragen u dringend om in uw publiciteitsmateriaal ons logo op te nemen, en te vermelden dat deze activiteit mede mogelijk wordt gemaakt door het Fonds voor Cultuurparticipatie. Denk aan websites, flyers en persberichten. Meer informatie hierover én ons logo vindt u op cultuurparticipatie.nl/overons/communicatie. Gebruik bij voorkeur ook het logo van Cultuureducatie met Kwaliteit. Ook blijven we graag in contact via sociale media en delen we online verhalen over uw project. Hashtags waarmee we projecten zichtbaar maken, zijn onder meer #cultuurmaken #cultuurmakers #cultuurparticipatie #cultuureducatie. Dus: wilt u dat fraaie beeldmateriaal, die bijzondere verhalen, pakkende quotes of media-aandacht delen? Wij horen het graag, via communicatie@cultuurparticipatie.nl. Laat ons dan ook weten of wij de bron moeten noemen en of er beperkingen zijn aan het gebruik van dit materiaal.

Tot slot We wensen u veel succes met uw activiteiten! Bezwaar Bent u het niet eens met dit besluit? Dan kunt u bezwaar maken. U moet dat doen binnen zes weken na de datum van dit besluit. Uw bezwaarschrift moet bevatten:

• • • • •

uw naam en adres de datum; een omschrijving van het besluit waartegen uw bezwaar is gericht; de gronden van uw bezwaar; uw ondertekening.

U stuurt uw bezwaarschrift naar: Het Bestuur van het Fonds voor Cultuurparticipatie Postbus 465 3500 AL Utrecht

Met vriendelijke groet, Fonds voor Cultuurparticipatie,

Hedwig Verhoeven directeur-bestuurder

Bijlage(n): 1. Adviesbijlage 2. Prestatieafspraken

Adviesbijlage Samenvatting project Deze aanvraag, met als matchende partij de provincie Noord-Brabant én de vijf grotere gemeenten, wordt ingediend door penvoerder Stichting Kunstloc Brabant. Kunstloc is een kennis- en uitvoeringsorganisatie voor het brede kunst- en cultuurveld in Noord-Brabant. De aanvraag kwam tot stand in het kader van het Regioprofiel Cultuur BrabantStad, waarin de provincie en de vijf grote steden gezamenlijk belangrijke thema’s oppakken, waaronder kunst en cultuur. Deze aanvraag voor CmK3 betreft een gezamenlijke aanvraag; voormalig CmK1 en CmK2 penvoerders Nieuwe Veste in Breda, CultuurContact in Helmond, Huis73 in ’s-Hertogenbosch, CiST in Tilburg (met als formele penvoerder Factorium) en Kunstloc dienen met De Muzelinck in Oss en Erfgoed Brabant gezamenlijk onder één penvoerder deze aanvraag in. Het totaal aan uitvoerende partners voor CmK 2021-2024 is zeven. Uitgangspunt voor deze samenwerking is dat de verschillende organisaties de kwaliteit van cultuureducatie in gezamenlijkheid verder verbeteren om zo de positie ervan binnen het onderwijs te versterken. Het activiteitenplan voor de komende periode bestaat uit drie hoofdonderwerpen, 1) curriculumvernieuwing en visievorming, 2) kansengelijkheid in de leer-leefomgeving en 3) professionalisering. Per onderdeel is een nauwkeurige set van doelstellingen en subdoelstellingen geformuleerd.

De aanpak gaat uit van de lokale autonomie, in de vorm van de reeds aanwezige dienstverlening en begeleiding vanuit de partners. Daarnaast worden er projecten bovenlokaal vormgegeven, waarbij de verschillende partners samenwerken. Het verdiepen en verbinden van de reeds aanwezige Brabantse CmK instrumenten; De Cultuur Loper en De Culturele Ladekast, worden concreet genoemd. Maar ook het gezamenlijk werken aan kansengelijkheid door de toegang tot cultureel aanbod te vergroten, het centraliseren van het Brabantse scholingsaanbod en het opzetten van Brabant brede netwerken rond kennisdeling zal collectief vorm krijgen. Een belangrijk bijkomend voordeel is dat hiermee binnen Brabant een gezamenlijke taal ontstaat voor het ontwikkelen van een curriculum voor cultuureducatie. Net als in voorgaande jaren zullen ook in de komende periode de lokale intermediairs een belangrijke rol spelen. Zij begeleiden de scholen bij het opstellen van een visie en activiteitenplan. In voorgaande CmK jaren zijn er in Brabant 480 PO scholen en 7000 leerkrachten bereikt. Penvoerder wil in de komende vier jaar 220 nieuwe PO scholen en 3200 leerkrachten extra bereiken. In totaal zijn er 13 VO scholen en 133 docenten in de voorgaande jaren bereikt. In CmK3 wil de penvoerder met deze Brabant brede aanpak nog eens 7 VO scholen en 67 docenten bereiken.

Ook in het VMBO bereik is de toename zichtbaar: van 26 scholen en 264 docenten naar 13 scholen en 132 docenten erbij in CmK3. Beoordeling aanvraag De aanvraag is beoordeeld aan de hand van de vier criteria van de regeling Cultuureducatie met Kwaliteit 2021-2024. Om de aanvraag te kunnen honoreren moet de beoordeling positief zijn op alle vier de criteria.

Ontwikkeling van cultuureducatie Er wordt gezamenlijk gereflecteerd op de vorige CmK-periode. De reflectie is helder en overzichtelijk opgebouwd. De indeling in onderwerpen geeft de commissie voldoende inzicht in de ontwikkeling van cultuureducatie in Brabant. In het activiteitenplan 2021-2024 komen dezelfde hoofdonderwerpen naar voren als in de reflectie. De doelstellingen en beoogde activiteiten voor CmK3 sluiten goed en volledig aan bij de reflectie. De activiteiten moeten ertoe leiden dat de deelnemende Brabantse CmK-scholen in het PO en VO een visie ontwikkeld en geïmplementeerd hebben, doorlopende leerlijnen ontwikkeld en geïmplementeerd hebben, structureel middelen inzetten voor cultuureducatie, met een vaste post in de begroting en aanwezigheid van een opgeleide cultuurcoördinatoren en tot slot samenwerken met hun culturele omgeving. Uit de reflectie blijkt dat De Cultuur Loper en De Culturele Ladekast in grote mate complementair aan elkaar zijn. Door deze instrumenten in de komende jaren meer te verbinden en ze nadrukkelijker een eigen rol te geven in het proces van de school, zal nog beter worden ingespeeld op de wensen en behoefte van de individuele scholen. Het is helder hoe het tweesporenbeleid vorm krijgt waarbij er een onderscheid tussen reeds deelnemende en nieuwe scholen wordt gemaakt. De scholen worden afzonderlijk bereikt met een eigen set doelstellingen.

De aanvraag geeft zicht op de verschillende uitdagingen waar de partijen voor staan met betrekking tot het vergroten van kansengelijkheid in de regio. Partners zullen aan kansengelijkheid werken door de drempels voor cultuurdeelname in de leer- en leefomgeving van de leerling te verlagen. Hiervoor worden er verschillende acties genoemd zowel gericht op leerlingen, leerkrachten en culturele partners. Ook wordt de verbinding tussen binnen- en buitenschools activiteiten in het kader van talentontwikkeling en kansengelijkheid in het speciaal onderwijs als aandachtspunten voor CmK3 genoemd. Door de kennis en kunde die er binnen bijvoorbeeld Tilburg, Breda, ’s-Hertogenbosch en Helmond aanwezig is Brabantbreed te delen, kunnen andere gemeenten deze thematiek sneller en effectiever aanpakken. Het delen van kennis ziet de commissie als meerwaarde. In de komende periode willen de partners de Brabantse culturele infrastructuur niet beperken tot de gemeentegrenzen. Er wordt op verschillende fronten ingezet op bovenlokaal samenwerken, zo ook op het gebied van deskundigheidsbevordering. Er komt een Brabantsbreed overzicht waar scholen of culturele instellingen het beschikbare professionaliseringsaanbod kunnen inzien. Hierdoor is de vragende partij minder afhankelijk van het lokaal aanwezige aanbod of schaalgrootte.

De bovenlokale samenwerkingsprojecten hebben in het bijzonder de interesse van de commissie gewekt. Het Fonds blijft dan ook graag op de hoogte van deze ontwikkelingen. De commissie vindt dat de aanvraag voldoet aan het criterium Ontwikkeling van cultuureducatie. Verankering van cultuureducatie in het onderwijs De coronacrisis legde in de periode dat de aanvraag tot stand kwam, een flinke druk op het onderwijs, het culturele veld, de gemeenten en de intermediairs. Ondanks dat er minder een beroep gedaan kon worden op deze stakeholders dan gewenst, geeft het plan blijk van een luisterend oor. Dat wil zeggen dat de commissie opmerkt dat de penvoerder over het vermogen beschikt om de vraag vanuit het veld te verwerken in haar activiteitenplan. Door de jarenlange ervaring van de uitvoerende partners en de nabije rol van de lokale intermediairs weet de penvoerder wat er speelt en kan ze hierop anticiperen. Het belang om binnen de breed gedragen inhoudelijke koers ruimte te laten voor lokale accenten wordt onderstreept door de commissie.

De penvoerder heeft als doelstelling opgenomen dat in 2024 de Brabantse CmK scholen cultuureducatie hebben geïmplementeerd in hun onderwijscurriculum en dat die past bij de visie en context van de school. Naast de reeds aanwezige lokale dienstverlening en begeleiding, werkt de penvoerder samen met de zeven uitvoeringspartners aan het verdiepen en verbinden van de Brabantse CmK-instrumenten. De voortgang wordt inzichtelijk via de verankeringsmaat Cultuureducatie en Evi 2.0. Ook krijgt draagvlak een plek binnen een van de provincie brede, thematische netwerken. Alle activiteiten zijn er op gericht om op lokaal niveau de verankering van cultuureducatie op school te bewerkstelligen. Hierbij erkent de aanvrager zijn eigen rol en wil juist met andere organisaties en met name het onderwijs kijken naar een verbetering hiervan. Een belangrijk aandachtspunt in de komende periode is het betrekken van aanbieders van cultuureducatieve activiteiten bij het vernieuwen van het curriculum. Curriculum.nu heeft de aandacht van de penvoerder en het Fonds kijkt met interesse naar de stappen die in de komende jaren gezet gaan worden. Om samenwerking tussen scholen en culturele instellingen te stimuleren zal de penvoerder verschillende middelen inzetten.

Doelstelling is dat in 2024 de Brabantse CmK scholen samen met hun culturele omgeving - intermediairs, culturele aanbieders en trainers - duurzame kwaliteitsverbetering van cultuureducatie vormgeven en uitvoeren. De intermediairs en kunstvakdocenten begeleiden en voeren de CmK-3 trajecten uit en EVI wordt ingezet om de samenwerking met partners op de scholen in kaart te brengen. De uitvoeringsorganisaties begeleiden en adviseren instellingen, kunstenaars en makers om beter aan te sluiten bij het onderwijs, onder andere door het geven van gerichte trainingen. Professionalisering heeft een belangrijke rol gespeeld in Brabant, maar in de komende periode willen de partners het scholingsaanbod op een andere manier organiseren. Het doel is om in CmK3 de hele keten omtrent cultuureducatie te professionaliseren. Daarom richten de partners zich niet enkel op leerkrachten en educatief medewerkers, maar ook op intermediairs, PABO’s en kunstvakopleidingen. Via een nieuw Brabants breed platform zal het aanbod centraal (bovenlokaal) ontwikkeld worden, maar zoveel mogelijk lokaal uitgevoerd worden. Leidraad voor het aanbod blijven de lokale en individuele scholingsvragen. Intermediairs inventariseren jaarlijks waar de lokale ontwikkelingen, behoeften en kansen liggen op gebied van professionalisering.

Overal gelden dezelfde voorwaarden voor financiële ondersteuning van het Brabantse scholingsaanbod. Hierdoor ontstaat één gedeelde taal en aanpak in Brabant, die het voor de uitvoeringspartners, de aanbieders en kunstvakdocenten, gemakkelijker maakt zich in de hele provincie aan te sluiten bij het onderwijs. De gedeelde taal en aanpak ziet de commissie als meerwaarde. De commissie vindt dat de aanvraag voldoet aan het criterium Verankering van cultuureducatie in het onderwijs. Kwaliteit van de aanvraag De begroting sluit goed aan bij het plan en het plan van aanpak sluit aan bij de doelstelling van de regeling. De aanvraag gaat vergezeld van een volledige en nauwkeurige eigen begroting waarin per partner inzichtelijk is gemaakt wat de baten en lasten zijn. Het is een zeer vervlochten inhoudelijk en daarmee ook financieel plan. Voor de bijdrage aan de gezamenlijke activiteiten en bovenlokale samenwerking zijn percentages afgesproken per uitvoeringsorganisatie. Deze bedragen worden door alle zeven partners gereserveerd binnen een lokale verdeelsleutel. Niet alle lokale begrotingen zijn op dit moment (nog) volgens de afspraken, maar het streven is om dit in de komende jaren te bereiken. De 7 uitvoeringsorganisaties hanteren ieder een eigen uurprijs en het valt de commissie op dat hierin opvallende verschillen zichtbaar zijn.

De scholen investeren zelf door de inzet van formatie en financiële middelen. Hierin is een onderscheid gemaakt tussen het primair – en voortgezet onderwijs. In de komende periode gaat de penvoerder ervanuit dat de meer ervaren scholen, wanneer zij een training willen volgen, hun eigen middelen m.b.t. deskundigheidsbevordering gaan inzetten. Er zijn afspraken gemaakt over de minimale ureninzet voor een cultuur coördinator.

In het plan van aanpak is ingezet op het oprichten van Brabant brede kennisdelingsnetwerken. De partijen zijn voornemens om drie tot vijf thematische netwerken op te zetten. De keuze voor de thema’s wordt gemaakt in overleg met de stakeholders, maar er worden al voorbeelden zoals curriculumvernieuwing, draagvlak binnen de school en kansengelijkheid genoemd. Dit sluit goed aan bij de accenten die gelegd worden in CmK3 en het Fonds kijkt met plezier uit naar verdere invulling van deze netwerking. Naar verwachting van de commissie - gezien de staat van dienst van de penvoerder - kent dit plan een uitgebreide manier van monitoren en evalueren. In de komende periode wordt de moneva meer gecentraliseerd en zal er gebruik worden gemaakt van een nieuwe werkproces bestaande uit vijf stappen. Er zijn verschillende instrumenten; Evi voor de zelfevaluatie van de scholen, teamscans voor het meten van draagvlak voor vernieuwingen, de verankeringsmaat Cultuureducatie en de monitor van CmK2 voor het leggen van verbanden. De criteria voor de lokale projecten zijn overal hetzelfde zodat er een optelling plaats kan vinden waaruit de provinciale resultaten blijken. Uniformiteit en centralisering lijkt het devies, net als effectief en weinig belastend in uren voor scholen en instellingen. De commissie vindt dat de aanvraag voldoet aan het criterium Kwaliteit van de aanvraag.

Samenwerking De Stuurgroep CmK3 BrabantStad, met daarin de zeven uitvoerende organisaties, geeft sturing aan de gezamenlijke Brabantse aanpak. Ze versterken elkaar op inhoud, expertise, instrumenten, netwerken en slagkracht en komen op reguliere basis bij elkaar. Vanuit ieders lokale expertise wordt een bovenlokaal en gezamenlijke aanpak ontwikkeld. Deze aanpak moet in 2024 leiden tot een situatie waarin cultuureducatie op steeds meer scholen in Brabant is verankerd, waarbij samenwerking met culturele instellingen vanzelfsprekend is en iedere leerling, ongeacht afkomst of locatie, gelijke toegang heeft tot cultuureducatie. In de aanvraag wordt beschreven wat de rol van de Stuurgroep, de penvoerder, het onderwijs, de culturele instellingen en het hoger onderwijs is. De rol van Muzelink Oss en Erfgoed Brabant worden echter minimaal toegelicht, maar de commissie heeft hierover haar vertrouwen uitgesproken. De aanpak heeft voldoende slagkracht en er is vertrouwen dat de vele partijen het plan kunnen uitvoeren. Door als zeven uitvoerende organisaties samen te werken, kan de kwaliteit van cultuureducatie in Brabant worden versterkt en de positie ervan beter worden geborgd binnen het onderwijs. De commissie onderschrijft het behoud van en het delen van lokale expertise. Op deze manier kunnen de partners reflecteren op eigen handelen en van elkaars expertise leren.

Wel is het zorg om te waken voor de oplopende overleg uren die dit nieuwe samenwerkingsverband met zich mee kan brengen. Door een grote mate van zelfstandigheid te behouden en elkaar gericht op te zoeken voor afgebakende en Brabantbrede onderwerpen, kan dit ondervangen worden. De commissie vindt dat de aanvraag voldoet aan het criterium Samenwerking. Conclusie Dit behelst een goed uitgewerkte aanvraag, met hoofd-, sub- en nevendoelstellingen. Het plan geeft een zeer uitgebreide en kwetsbare reflectie op voorgaande jaren. Het benoemt concreet wat er de komende jaren op welke wijze zal veranderen. Het projectontwerp, met al haar partijen, onderpartijen en facetten, is een complexe. De aanvrager geeft echter meer dan genoeg vertrouwen dat zij weet wat zij voor ogen heeft en hoe zij dit naar behoren kan uitvoeren. Daarom, net als de een na laatste foto van het projectplan: een duim omhoog voor Brabant! De commissie adviseert het bestuur van het Fonds voor Cultuurparticipatie de aanvraag Cultuureducatie met Kwaliteit 3 Brabantstad te honoreren.

Prestatiegegevens Cultuureducatie met Kwaliteit 2021-2024

Verplichte doelstellingen Duurzame kwaliteitsverbetering in het PO en VO: ⁃ het faciliteren en ondersteunen van de Brabantse scholen om cultuureducatie te implementeren en te borgen, passend bij de visie en de context van de school Aanpak: ⁃ Lokale intermediairs begeleiden scholen bij het opstellen van een visie en activiteitenplan met behulp van de bestaande instrumenten. ⁃ In gezamenlijkheid werken we aan het verbeteren en integreren van de bestaande Brabantse instrumenten DCL en DCL. Tevens bieden we aanvullend EVI 2.0 aan als zelfanalyse instrument. ⁃ We gaan de aanbieders meer als voorheen hierbij betrekken. De intermediairs passen hiertoe hun werkwijze aan. Tweesporen aanpak Ervaren scholen: - ronden hun innovatietrajecten af. Op basis van hun eerder geformuleerde plannen gaan ze aan de slag en formuleren hun behoeften op het gebied van scholing en activiteiten richting intermediair of rechtstreeks naar culturele aanbieders. De verankeringsmaat laat zien dat cultuureducatie nog verankerd blijft in het schoolbeleid. Nieuwe scholen ⁃ [wanneer noodzakelijk] worden verleid door intermediairs om aan de slag te gaan met cultuureducatie. Dat kan via een losse activiteit, een training of een informerend gesprek. De intermediairs gaan deze scholen actief benaderen. Ook de afname van EVI kan behulpzaam zijn bij het bepalen van het startpunt.

⁃ gaan aan de slag met een innovatietraject zoals DCL of CLK om cultuureducatie beter te verankeren in het schoolplan. Of de start nu bij de visie is (DCL) of meer met activiteiten (CLK) maakt niet uit. ⁃ Hebben in 2024 stappen gezet in de verankering van CE in hun onderwijs. Deze vooruitgang kan zichtbaar zijn in hun score op de verankeringmaat en/of EVI 2.0. Resultaat: We zetten weer belangrijke stappen op weg naar een verankering van cultuureducatie op scholen in Brabant. We hebben het aantal scholen dat CE heeft verankerd (conform de verankeringsmaat) vergroot van 480 naar 760. Door de bestaande instrumenten door te ontwikkelen ontstaat er een gemeenschappelijke taal en aanpak die het voor scholen en aanbieders makkelijk maakt om met elkaar te communiceren. Deskundigheidsbevordering Doel: De kwaliteit van CE in het onderwijs is afhankelijk van de deskundigheid van iedereen die binnen en rondom het onderwijs werkzaam is: leraren, culturele aanbieders, intermediairs, PABO’s en kunstvakopleidingen. In de nieuwe periode is het doel de gehele keten verder te professionaliseren. Daarnaast gaan we het proces rondom de scholingsaanvragen versimpelen zodat we efficiënter kunnen werken.

Aanpak: Ten opzichte van de vorige periode ⁃ ontwikkelen we meer scholingsaanbod specifiek voor startende scholen. ⁃ verbeteren we het aanbod voor kunstvakdocenten zowel inhoudelijk als kwantitatief - ontwikkelen we meer aanbod voor nieuwe doelgroepen. De professionalisering gaan we zodanig organiseren dat we optimaal gebruik kunnen maken van de massa die we hebben gecreëerd. Dat betekent centraal ontwikkelen en aanbieden en zoveel mogelijk lokaal uitvoeren. We kunnen zodoende meer verschillende cursussen en verdiepend aanbod aanbieden. Dit betekent dat we beter kunnen aansluiten bij behoeften van individuen, scholen en culturele organisaties. Twee sporen aanpak Ervaren scholen ⁃ Blijven zich op eigen kracht ontwikkelen en zijn in staat om uit het rijke aanbod de goede keuze te maken die aansluit bij hun ontwikkelingspeil en behoefte, evt incidenteel met advies van de lokale intermediair. ⁃ Borgen door het maken van de juiste keuzes CE nog verder in het schoolcurriculum. Nieuwe CmK scholen ⁃ Maken gebruik van het specifiek voor hen ontwikkeld aanbod en zetten daarmee de eerste stappen op weg naar verankering. Resultaat is dat de deskundigheid het gebied van cultuureducatie binnen en rondom de school toeneemt.

⁃ We zien meer afname van scholing bij scholen en culturele aanbieders ⁃ Het grote aanbod aan scholing wordt een belangrijke motivatie voor scholen om deel te nemen aan CmK

Bereik verplichte doelgroep: het primair onderwijs, inclusief het speciaal basisonderwijs en het culturele veld 2021

2022

2023

2024

Spoor 1: scholen

480

0

0

0

Spoor 1: leerkrachten

7000

0

0

0

Spoor 2: scholen

50

100

70

0

Spoor 2: leerkrachten

750

1500

950

0

Culturele instellingen (incl. zelfstandigen)

300

75

0

25

Bereik facultatieve doelgroep: het voortgezet onderwijs, inclusief het speciaal voortgezet onderwijs 2021

2022

2023

2024

Spoor 1: scholen

13

0

0

0

Spoor 1: docenten

133

0

0

0

Spoor 2: scholen

2

3

2

0

Spoor 2: docenten

17

33

17

0

2021

2022

2023

2024

Spoor 1: scholen

26

0

0

0

Spoor 1: docenten

264

0

0

0

Spoor 2: scholen

3

7

3

0

Spoor 2: docenten

33

66

33

0

2021

2022

2023

2024

Spoor 2: scholen

0

0

0

0

Spoor 2: docenten

0

0

0

0

Bereik facultatieve doelgroep: het vmbo

Bereik facultatieve doelgroep: het MBO

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Oss&id=8633b3fd-4539-4045-aa1b-5c6ac1df75b9