Technische vragen programmabegroting 2024-2027 V1
Tekst van het document
Technische vragen programmabegroting 2024-2027 Vraag Financiële positie Bij het bestuderen van de programmabegroting valt ons het een en ander op bij de structurele begrotingssaldi op pagina 18. Ik volg de logica hier niet helemaal met de plussen en minnen: Bijvoorbeeld het saldo van 2023: Een nadeel van 2.078.000 in het resultaat en een nadeel van 8.726.000 maakt hier een voordeel van 6,6 miljoen. De vraag is of ik hier de plusjes en minnetjes niet verkeerd interpreteer. Bij een + staat namelijk hogere uitgaven en lagere inkomsten, maar wordt dan niet hogere uitgaven en hogere inkomsten bedoeld, want dan komt dit logisch over.
Ik heb een vraag over de aanbiedingsbrief. Bij stedelijke vernieuwing staat: ‘Vanwege de forse rentestijgingen zijn de gereserveerde budgetten minder waard geworden’. Dat snap ik niet. Als de rente stijgt, krijg je toch meer rente (als het tarief variabel is) of evenveel (als de rente vast staat), maar toch niet minder? Graag uitleg.
Antwoord In het overzicht waar we het structurele begrotingssaldo presenteren corrigeren we de incidentele baten en lasten met het begrotingssaldo (Regel 1 (=saldo begroting) minus regel 2 (=saldo van de incidentele baten/lasten)). We hanteren de systematiek dat een ‘+’ een nadeel betekent en een ‘–‘ een voordeel. Dus de plussen en minnetjes staan goed boven het overzicht. In 2023 hebben we een nadelig saldo van ruim € 2 miljoen (+ is nadeel). We hebben per saldo € 8,7 miljoen aan incidentele lasten (+ is nadeel). Want de incidentele lasten zijn hoger dan de incidentele baten. Wanneer we dit saldo van incidentele lasten uit het nadelig saldo halen (er dus vanaf halen) krijgen we een voordeel van € 6,6 miljoen (- is voordeel: lagere uitgaven). We hebben forse incidentele lasten in 2023, hoger dan het nadelige saldo van de begroting. Dit betekent dat per saldo het structurele saldo voordelig is. Als gemeente moeten we voor investeringen ook geld lenen bij de bank (vaak via Bank Nederlandse Gemeenten). We hebben bijvoorbeeld structureel geld begroot hebben voor diverse projecten, zoals voor een nieuw theater. Deze jaarlijkse kosten bestaan dan uit afschrijving (vergelijkbaar met aflossing) én rente. Bij een hogere rente ben je elk jaar meer geld kwijt aan rentekosten en kun je dus met hetzelfde structurele budget minder geld lenen.
Dit is vergelijkbaar met een hypotheek voor een huis. Je betaalt deze uit je maandelijkse salaris. Als de rente stijgt, kun je bij hetzelfde salaris minder geld lenen bij de bank. Dan moet je meer geld vrijmaken uit je salaris zodat je hetzelfde kunt blijven lenen, maar dan betaal je wel jaarlijks meer rente.
1
Vraag Is inmiddels geborgd dat de programmabegroting een behandeling krijgt die je van een professionele planningscyclus mag verwachten, dus inclusief volwaardige en professioneel ingerichte evaluatie ?
Welke verplichte beleidsindicatoren worden voorzien in deze programma begroting? Het tijdtraject voor beschouwing en behandeling staat niet goed in verhouding tot het belang van de begroting. Dit moet beter georganiseerd kunnen worden om de raad voldoende de kans geven om zich een gegronde mening te vormen, onderzoek te doen en voldoende tijd beschikbaar te houden voor de behandelingsdebatten. Dat is nu niet het geval. Wat vinden de stellers hiervan? De financiële verhouding tussen programma veiligheid en besturen in veranderende tijden lijkt buiten alle proporties, zeker anno 2023. Wat vinden de stellers hiervan? De gemeente leeft op te grote voet. Er worden te hoge uitgaven begroot, waar per post veel minder baten tegenover staan. Daarnaast worden de uitgaven in hoofdgroepen een soort van 'specificatie' gegeven terwijl dat aan de baten zijde niet gebeurt. Hoe weten we nu dat: De baten niet te optimistisch begroot zijn? Er geen afbreukrisico is t.a.v. de baten?
Waar worden bestemmingsvoorzieningen/beschikbaar gestelde rijksgelden opgenomen en in relatie gebracht met de begroting, de indeling en de -tekst (zoals vanuit het COA)?
Antwoord Ja, de gemeenteraad heeft in juli 2023 de financiële verordening artikel 212 vastgesteld met daarin afspraken over de inrichting van de P&C cyclus. Deze is inclusief de programma- evaluatie. De cyclus is vergelijkbaar met andere gemeenten en naar onze mening professioneel ingericht met een duidelijke kaderstelling via een kadernota en een vertaling hiervan in een programmabegroting. Daarbij rapportages over het lopende jaar en ter afronding een programma- evaluatie en een programma jaarrekening. De verplichte indicatoren, die worden voorgeschreven vanuit landelijke verslagleggingsvoorschriften staan per programma in paragraaf 3.5 “waar staat je gemeente”. Het proces is ingericht conform de afspraken die gemaakt zijn in de financiële verordening artikel 212. Aangezien de kaderstellende rol zowel bij kadernota (voorjaar) en de programmabegroting (najaar) plaatsvind vinden we dat hiervoor voldoende ruimte en tijd is voor debat. Verder bepaalt de raad zelf haar vergadercyclus via de agendacommissie. Dus als er meer tijd moet komen voor debatten dan is dat in principe mogelijk. We vinden dit niet uit verhouding staan, omdat in programma besturen in veranderende tijden ook alle overheadkosten zijn opgenomen. We werken met een sluitende begroting voor 2024, dus we zijn het niet eens met de stelling. Het is logisch dat we per post veel meer kosten begroten dan inkomsten.
Dit is inherent aan hoe gemeenten gefinancierd worden. We krijgen vanuit het Rijk een grote som geld, de algemene uitkering. Dit geld is onze grootste inkomstenbron en daarmee moeten we onze uitgaven bekostigen. Deze algemene uitkering staat begroot op programma 10. We hebben in de programmabegroting uitgebreid een toelichting gegeven op deze belangrijkste inkomstenbron de algemene uitkering en de risico’s inclusief het ravijnjaar die we hierin zien. We kennen reserves en voorzieningen. Stortingen en onttrekkingen aan reserves vinden binnen de begroting plaats. We maken ook een aparte nota reserves, hierin staan alle reserves met toelichtingen erbij. 2
Vraag
waarom kiezen de steller ervoor om dat toch zo risico zoekend aan de wind te zeilen?
Hoe kan de gemeente per post bezuinigen? De uitgaven staan immers vaak in schril contrast met de inkomsten. Afvalbeleid: op welke manier wordt dit proces professioneel getoetst en begeleid? Waarom wordt er niet ingezet op de verbetering van het proces? in de ambities van de 100.000 gemeente. Waar komt die ambitie vandaan, welke gevolgen worden daar dan voor voorzien in de begroting en hoe wordt dit streven bevestigd of getemperd door de raad? Daarom stellen wij voor om € 15 miljoen uit onze algemene reserve te halen De voorzieningen voor opvang van ontheemden wordt niet besproken maar kan met doelmatigheidsaanpassingen (zonder concessies te doen aan de gewenste omvang en kwaliteit) is de dekking volledig uit de exploitatie te realiseren en komt een vergelijkbare reserve vrij. Waarom wordt die hele beschouwing gemist? Het Rijk verlaagt dan de uitkering aan gemeenten in het Gemeentefonds met circa € 3 miljard. Wat is de betekenis voor Oss en welke plannen zij er om deze reductie te kunnen opvangen?
Antwoord Voorzieningen zijn schulden, dus u bedoeld waarschijnlijk me uw vraag “bestemmingsreserves”. Inkomsten vanuit het COA worden als inkomst geboekt in de exploitatie. Net als uitgaven. Een eventueel saldo tussen inkomsten en uitgaven worden gestort in een bestemmingsreserve. We zijn het niet eens met de stelling dat een goed bestuur rekening houdt met een worst case scenario. Daarmee zou je te veel maatschappelijk geld reserveren en uiteindelijk niet besteden. 50% vinden we een realistische benadering. Zie eerder antwoord over relatie tussen uitgaven en inkomsten. Per post kan op diverse manieren bezuinigd worden, o.a. door beleidsaanpassingen. Dit is naar onze mening geen technische vraag maar hier wordt een bestuurlijk standpunt ingenomen over nieuwe afvalbeleid. Deze ambitie sluit aan bij eerdere kadernota’s e.d. Het gaan niet om feitelijke aantal inwoners, wel om als stad een schaalsprong te maken. Onze ambities op het gebied van wonen, mobiliteit, cultuur etc sluiten hierbij ook aan. We maken hierin andere keuzes. De inzet van de algemene reserve is gericht op compensatie van rentestijging voor ruimtelijke ambities. Deze stijging van rentekosten heeft geen relatie met de reserve voor vluchtelingenopvang.
Dit betekent voor Oss dat we naar verwachting circa € 18 miljoen minder algemene uitkering ontvangen vanaf 2026. Hiermee is bij de berekening van de algemene uitkering al rekening gehouden. Deze korting is dus al verwerkt in voorliggende begroting. O.a. door voor diverse grote opgaven reserves (‘spaarpotten’) aan te leggen in plaats van in de structurele begroting op te nemen.
3
Vraag Wij vinden het gepast om in ieder geval de helft van deze reële risico’s in onze begroting te verwerken. Waarom dan de helft? Dat doen we vanaf 2026 en dat leidt tot tekorten in de laatste 2 jaren, die door de daling van het Gemeentefonds al een flink onder druk staan. Waarom pas vanaf 2026? Per saldo presenteren we daarmee een begroting die niet sluit en meer risico’s kent dan we gewoon zijn. Betekent dit dan niet ook dat we anno 2023 gaan anticiperen door de uitgaven te verlagen en reserves op te bouwen i.p.v. uit te putten? Waarom wordt dat niet besproken, in keuzes uitgewerkt en de resultaten in de begroting opgenomen?
Antwoord Per 2026 omdat dan de risico’s optreden. De onderliggende posten (extra subsidie voor Muzelinck en Groene Engel) zijn voor 2024 en 2025 met gelden afgedekt in de begroting. Voor de helft: zie eerder antwoord. Hierin zijn in de toekomst ook nog keuzes te maken. Onze algemene reserve voldoet aan de minimale norm en biedt dus voldoende ruimte om tegenvallers op te vangen. We putten deze dus niet uit, zoals u stelt. We zetten deze verantwoord in. We monitoren vooral de landelijke ontwikkelingen en volgen de ontwikkelingen van de algemene uitkering. We hebben tijd als we in de toekomst moeten gaan bezuinigen, dus is het niet nodig om al in 2023 te starten hiermee. We vinden het opstarten van een bezuinigingsoperatie nu niet efficiënt en zou ook meer onrust veroorzaken dan op dit moment noodzakelijk. Er volgt een beperkte stijging van de OZB en de We volgen de vastgestelde koers uit de kadernota 2024. Zowel voor de OZB afvalstoffenheffing Hoe verhoudt dit zich met de mogelijkheden (beperkte verhoging) als voor de afvalstoffenheffing (kostendekkend tarief). De koers in de kadernota is ook vastgesteld om op dit moment niet te gaan om de uitgaven te beperken, bijvoorbeeld uitgavenbeperking (bezuinigen), heroverweging van subsidiebeleid, investeringen, bezuinigen.
toekenning van leningen, vertragen van toekomstige ontwikkelingen etc.? Waarom worden die mogelijkheden niet besproken en de keuzes niet verwerkt in de begroting om daarna de lastenverhoging (of -verlaging) vast te stellen? Wordt het gezien het tijdframe en de toegenomen fiscale en Onze lokale lastendruk is fors langer dan landelijk gemiddelde. Dus we zijn altijd al maatschappelijke belasting van de bevolking, niet tijd om te erg kritisch op deze lokale lastendruk. streven naar lastenverlaging van de bevolking? Gezien de financiële ruimte de afgelopen jaren en de Deze koers is door de gemeenteraad vastgesteld in de kadernota 2024. Als college economische ontwikkelingen willen we geen vinden we deze koers op dit moment nog steeds financieel solide. bezuinigingsoperatie opzetten. Wel moeten we kritisch zijn in de wensen voor nieuw beleid. Er is nogal een spectrum tussen geen maatregelen en een bezuinigingsoperatie. De beschouwing, beoordeling en keuze is aan de gemeenteraad. Het is vreemd dat de koers van de begroting kennelijk al is bepaald door louter kritisch te zijn op nieuw beleid. Waarom gebeurt dat? 4
Vraag Tijdelijke inkomensondersteunende maatregelen vallen in 2024 weg, waardoor zonder aanvullend beleid de koopkracht van huishoudens met de laagste inkomens daalt en de armoede stijgt; De overheidsfinanciën verslechteren op de korte en de middellange termijn. Prudent begrotingsbeleid is daarom geboden; De inflatie blijft dit jaar hoger dan eerder gedacht. Ook in 2024 blijft de inflatie hoger dan normaal. Wat is het effect van deze bedreigingen voor de koers en inhoud van de begroting?
Antwoord Deze ontwikkelingen zijn mede leidend geweest bij de koers en inhoud van deze begroting. Dit doen we o.a. door: Kritisch te zijn om kostenontwikkelingen en op posten nieuw beleid We houden zo goed mogelijk rekening gehouden met de hogere inflatie. We zijn kritisch op de lokale lastendruk We trekken extra geld uit voor armoede en schulden Etc Etc
In de koers van de begroting wordt niets vermeld over de Zie eerdere antwoorden op vergelijkbaar gestelde vragen. De tekst in de koers voor de begroting sluit volledig aan bij de aanbiedingsbrief. noodzakelijke bijsturing en beschouwing, terwijl in de aanbiedingsbrief staat opgenomen: Die toekomst is echter niet zonder risico’s. Gecombineerd met de teruglopende bijdragen in het gemeentefonds leidt dit tot tekorten in de laatste 2 jaar. Wij vinden dit verantwoord én het verplicht ons om continue de vinger aan de pols te houden. Om bij te sturen, vanuit een weloverwogen analyse wat nodig is voor Oss en financieel acceptabel is op de lange termijn. Daarbij wordt geen verband gelegd met de beperking van uitgaven, dat zou je dan juist bij kaders en uitgangspunten verwachten. Waarom wordt dit niet opgenomen in de koers (en daarmee van invloed op de gehele begroting) ? Wat voorziet men hierin als noodzakelijk en gewenst?
Programma 1. Welzijn en Zorg WMO Jeugdhulp
5
Vraag Integratie en opvang Goede dienstverlening en transformatie van het sociaal domein. Hier mist een beschouwing over de grootschalige opvang van ontheemden en de gevolgen daarvan voor Oss Wat is de oorzaak dat dit niet wordt behandeld in een programmabegroting, juist voor de komende 4 jaar?
Programma 2. Werk, inkomen en onderwijs Het is opvallend dat de inleiding een beschrijving geeft van de manier waarop het sociale domein haar uitgangspunten kiest, maar een bestuurlijke beschouwing van werk, inkomen en onderwijs in relatie tot de programmabegroting, wordt niet behandeld. Waarom gebeurt dat niet? Er worden goede bedoelingen omschreven, hogere doelen gesteld en gewaarschuwd voor ingrijpende gevolgen van negatieve situaties die zich voordoen. Het blijft echter abstract er wordt niets geconcretiseerd in de programmabegroting. Vragen worden niet geadresseerd als: wat hebben we geleerd uit het verleden en wat betekent dat voor de toekomst, welke onderbouwing in getallen en grafieken ligt hieronder, welke maatregelen voorzien we de komende 4 jaar als noodzakelijk en wenselijk en wat betekent dat voor de begroting? En dat voor een programma dat 1/5 van de gehele begroting verbruikt. Waarom gebeurt dat niet? N.B. Het is opvallend dat een soortgelijke situatie wordt beschreven in een toonaangevend rapport vanuit MinVWS: beleidsuitgangspunten-gemeenten-iww.pdf (movisie.nl)
Antwoord In onderdeel 2.3 Integratie en opvang hebben we beschreven wat we willen bereiken? , wat onze doelstellingen zijn?, en wat we hiervoor doen (aan speerpunten)?.
Wij hebben ervoor gekozen om een voor programma 1, 2, 3 een vergelijkbare tekst op te nemen. Waarbij voor programma 2 in de tweede helft van de pagina meer ingegaan wordt op het terrein van werk en inkomen. De programmabegroting bevat vooral speerpunten en geeft geen ruimte voor brede bestuurlijke beschouwingen. We werken in een P&C cyclus, met daarin onderdelen van een programmaevaluatie (kijken we terug), een kadernota en een programmabegroting. In een programmabegroting kunnen we niet al ons beleid opnemen. We richten ons op onze speerpunten en prioriteiten. Daarnaast maken we jaarlijks een uitgebreide raadsinformatiebrief over het brede werkterrein Werk, Inkomen, Armoede en Schulden met daarin veel cijfermatige ontwikkelingen.
6
Vraag Programma 3. Ontmoeten, sport en cultuur t.a.v. verduurzamen van maatschappelijk vastgoed: is er een nulmeting en wat is de ambitie?
Programma 4. Klimaat, energie en openbare ruimte In paragraaf 2.3 staat over duurzaamheid en circulariteit dat ‘de afgelopen jaren mooie resultaten zijn bereikt’. Deze zin maakt nieuwsgierig want blijkbaar is méér bereikt dan men normaliter zou mogen verwachten van de gemeente. Graag verneem ik welke bijzondere resultaten zijn bereikt
Ik lees in het programma niets over onderwerpen waaraan in het verleden veel aandacht werd besteed, zoals schone lucht, geluid, biodiversiteit, stank en ammoniak. Onder welk programma vallen deze onderwerpen? Of wordt er niets meer aan gedaan? Onder aan bladzijde 85 staat dat wordt gewerkt aan ‘het afvoeren van water van Vorstengrafdonk en Dommelstraat’. Waarom wordt dit water afgevoerd en niet geïnfiltreerd, zoals in de nota Klimaatadaptatie is bepaald? Op deze terreinen is toch voldoende ruimte beschikbaar om het water te bergen en/of in de bodem te laten zakken? Is in de Omgevingsvergunning van deze bedrijven niet bepaald dat ze zelf moeten zorgen voor het opvangen en bergen van regenwater? Of heeft de gemeente zelf onvoldoende opvang gecreëerd voor de opvang van afstromend water van de wegen?
Antwoord Antwoord volgt
We hebben ingezet op de vertaling naar de praktijk van dit vraagstuk en hebben daarmee een aantal mooie resultaten bereikt, zoals: -
Hergebruik materialen: voor het centrumplan in Oss worden natuurstraatstenen uit Geffen gebruikt. Bij vervanging of nieuwe aanleg gaan we standaard uit van lage temperatuur asfalt. Hiervoor is minder energie nodig voor de productie Bij het uitzetten van projecten op de markt zetten wij de Meetlat Materieelinzet in. Dat is een tool om te bevorderen dat meer ‘schoon’ materieel wordt ingezet Wij werken aan allerlei lijnactiviteiten, zeker als het gaat om milieu. Denk daarbij aan schone lucht, geluid, externe veiligheid, geur, bodem, water etc. Dat is niet allemaal opgenomen in de programmabegroting omdat er geen nieuwe financiële dekking voor nodig is. Wat betreft biodiversiteit, daar is uitdrukkelijk aandacht voor onder het programma klimaatadaptatie. Met ons programma Klimaatadaptatie pakken we versneld knelpunten aan die zich voordoen bij hevige regenval. Daarnaast hebben we in het Water- en rioleringsprogramma ook normen opgenomen die voor bedrijven en inwoners gelden: iedereen is voor een deel van de verwerking van regenwater verantwoordelijk. In de vergunning van de bedrijven is de eis om water te bergen (60 mm1 /m2) opgenomen. Desalniettemin kan er dan nog wateroverlast ontstaan, en die knelpunten pakken we nu aan. Ons beleid is gericht op infiltreren en bergen. Alleen als dat niet mogelijk is, wordt gekeken naar afvoeren buiten de directe omgeving.
Als de formulering nu de suggestie wekt dat dit water in het rioolstelsel verdwijnt, is dat onjuist.
7
Vraag Ook graag een toelichting op wat wordt bedoeld met het ‘afvoeren van de waterlast van de Kortfoort en de Elzendreef’. Waar gaat het water heen? Wat wordt gedaan om het water ter plaatse te infiltreren? Waardoor is deze waterlast ontstaan? Komt dit door toenemende verhardingen van particuliere tuinen?
Antwoord We hebben een klimaatatlas opgesteld om knelpunten mbt wateroverlast inzichtelijk te maken. De komende jaren pakken we deze knelpunten aan. De Kortfoort en Elzendreef zijn twee van deze knelpunten. Bij het zoeken naar oplossingen kijken we eerst altijd naar bergen en infiltreren. Maar soms ontkomen we er niet aan water af te voeren. Zie ook de vraag hiervoor. Het gaat hier om regenwater dat zich verzamelt en zo wateroverlast kan veroorzaken bij een flinke bui. Het ontstaan van de overlast verschilt per plek. Het heeft onder andere te maken met de capaciteit van ons rioolsysteem én de mogelijkheden op het maaiveld om het water te laten infiltreren of te bergen. Daar hebben particuliere tuinen een aandeel in, maar verharding in tuinen is zeker niet de enige oorzaak. De precieze oplossingen worden op dit moment nog onderzocht en doorgerekend. Vaak zijn er meerdere maatregelen nodig om zo’n knelpunt op te lossen.
De Routekaart Groen Blauw Natuur dateert uit 2017. Deze zou toch worden vernieuwd. Voor water is dit gebeurd middels de nota Klimaatadaptatie. Wanneer volgt de actualisatie mbt groen en natuur?
In de koersnota klimaatadaptatie komen water, groen en natuur samen. In het uitvoeringsprogramma zal onder andere worden opgenomen: - het NNO (Natuur Netwerk Oss, het programma van groene projecten) - de Maatlat klimaatadaptief en groen bouwen (waar maatregelen voor meer groen en biodiversiteit in het bebouwde gebied samengaan)
De indicator Tevredenheid onderhoud, verhardingen en groen is in twee jaar tijd gedaald van 77,5% naar 70,2%. Wat is hiervoor de reden? Hoe is dit in vergelijkbare gemeenten? Voorziet de gemeente een verdere daling? Wat wordt gedaan om de trend te keren?
Er kan een verschil bestaan tussen de beleving en feitelijke kwaliteitsmeting van de openbare ruimte. Uit technische metingen blijkt dat we inderdaad op sommige plaatsen de beoogde kwaliteit niet halen. Op zo’n moment gaan met de partijen in gesprek die in opdracht van ons werkzaamheden uitvoeren in de openbare ruimte.
We zullen kijken hoe de tevredenheid zich in andere gemeenten ontwikkeld heeft. De bevindingen zullen we bespreken met de verantwoordelijk bestuurder, we verwachten Q1 2024 hier meer duidelijkheid over te kunnen geven. Volgens de tabel op bladzijde 88 wordt geen nieuw geld We trekken op dit moment geen extra geld uit voor programma klimaatadaptatie. uitgetrokken voor het programma klimaatadaptatie, terwijl in In de programmabegroting 2023-20206 (vorig jaar) heeft de gemeenteraad voor de toelichting eronder staat dat alvast 40.000 euro beschikbaar de jaren 2023-2024-2025 jaarlijks € 500.000 in een nieuwe reserve gestort (reserve klimaatadaptatie). Dus in totaal € 1,5 miljoen.
8
Vraag wordt gesteld in 2023 en 160.000 euro in 2024. Dit lijkt in tegenspraak met elkaar. Graag uitleg.
Antwoord In deze begroting wordt voorgesteld om in 2023 € 40.000 en in 2024 € 160.000 alvast uit deze reserve te halen. Op basis van het nog vast te stellen uitvoeringsprogramma vindt besteding van de totale reserve plaats. Bovenaan bladzijde 90 staat dat de vergunningsaanvragen Dit is een beperkt deel van de toelichting. De totale toelichting is: “We hebben een voordeel bij de nutsbedrijven van € 200.000. We hebben meer van het project Glasvezel ons 100.000 euro extra kosten. Graag uitleg. Vergunningsaanvragen moeten toch uitvoerings- en toezichtskosten door meer vergunningsaanvragen van het project kostendekkend zijn? Glasvezel. Dit kost in totaal € 100.000 extra. Daar staat tegenover dat we hogere inkomsten hebben van € 300.000. Dit komt door hogere vergoedingen voor beheerkosten en degeneratievergoedingen van de nutsbedrijven. Hierdoor hebben we per saldo een voordeel van € 200.000. “ Dus we hebben hogere kosten maar ook hogere inkomsten. Ook staat er dat we 200.000 euro hebben ontvangen uit Degeneratievergoedingen zijn vergoedingen die we bij aannemers van glasvezel in beheerkosten en degeneratievergoedingen van de rekening brengen voor de vermindering van de levensduur van verharding als nutsbedrijven. Wat is dit? Om welke bedrijven gaat dit? En gevolg van de graafwerkzaamheden. Daarnaast voor beheerkosten wat gaat over waarvoor is het bedoeld? kosten van toezicht.
Bij de kosten van afvalinzameling staat dat we niet kiezen Invoering van ‘Afval scheiden loont’ (voor minder ledigingen van de voor een verlaging van de teruggave van de afvalstoffenheffing restafvalcontainer of minder stortingen in de ondergrondse restafvalcontainer) bij goed scheidingsgedrag. Leidt de huidige leidt tot een afname van 18 kg restafval per inwoner per jaar. Over 2022 heeft 72% van de huishoudens in de laagbouw en 98% in de hoogbouw kortingssystematiek inderdaad tot minder aanbod van kilogrammen restafval? Of is alleen maar sprake van het een deel van de afvalstoffenheffing terug ontvangen. In totaal een bedrag van opsparen tot men een volle kliko heeft? Met andere woorden, €1.384.747,-. Naar verwachting zal de teruggave over 2023 ongeveer gelijk zijn. er wordt minder vaak aangeboden, maar het totale aanbod blijft gelijk? We zijn in staat om de uitvoering van klimaatadaptatie te We zijn in staat om te versnellen omdat we zien dat de partners waarmee we versnellen. Waar blijkt dat uit? samenwerken zich inmiddels ook bewust zijn van het belang om aan de slag te gaan met klimaatadaptatie. Daarbij komen ook vanuit landelijke gremia steeds meer ondersteunede instrumenten ter beschikking.
Waarom is dat versnellen in Oss noodzakelijk? Welke doelen Er staat een aantal grote projecten op stapel, waarbij woningen/gebouwen worden zijn er feitelijk nog over voor Oss (nationaal is immers gebouwd die er over 80 tot 100 jaar nog staan. Het is daarom belangrijk nu al overgepresteerd)? Welke doelen zijn inmiddels al gehaald c.q. zoveel mogelijk rekening te houden met het dan heersende klimaat en dus nu al van invloed op de resterende doelen voor Oss? klimaatadaptief ontwerpen, bouwen en beheren. Daarnaast zijn er natuurlijk
9
Vraag
De klimaatopgave en energie transitie mist een beschouwing vanuit het gezondheidsvraagstuk primair voor de inwoners, secundair voor de natuur, waaronder ook produktiedieren en gewassen. Dat gaat optreden bij verschillende projecten, zoals de duurzamepolder. Waarom wordt er geen aandacht besteed aan het (medisch en verplichte) voorzorgprincipe? Wat wordt verstaan onder duurzame energieopwekking? Welke effecten van klimaatverandering spelen in Oss een rol ? Op welke wetenschappelijk literatuur zijn deze effecten gebaseerd ?
In de begroting wordt in de omschrijvingen voortdurend geswitcht tussen milieu en klimaat, terwijl dit twee totaal verschillende onderwerpen zijn en soms ook niet passend in de tekst. Wat is de reden dat dit gebeurt? In voorgaande jaren zijn ook stortingen in het duurzaamheidsfonds gedaan . Is er een overzicht van stortingen en uitgaven ? Welke uitgaven zijn er gedaan en wie was de begunstigde ?
Antwoord koppelkansen bij renovaties, herstructureringen en regulier onderhoud welke we ook willen benutten. Zowel nationaal als lokaal zijn er nog geen doelen behaald. Bij Duurzame Polder wordt hier aandacht aan besteed in PlanMER en worden de uitkomsten van de PlanMER meegenomen in het vervolgtraject (programma en opstellen van VoorkeursAlternatief).
Duurzame Energieopwekking is opwekken van energie met behulp van niet fossiele duurzame bronnen, denk aan wind, zon, waterkracht en biomassa. De generieke effecten van klimaatverandering (wateroverlast/droogte, hitte en robuuste ecosystemen) kom ook in Oss voor. In de bijlagen van de koersnota klimaatadaptatie zijn de belangrijkste bevindingen weergegeven; op www.as50.klimaatmonitor.net is ook achterliggende informatie te vinden. Milieu en openbare ruimte zijn in dit begrotingsprogramma ondergebracht omdat deze aansluiten op het verduurzamen van de leefomgeving.
In de jaarrekening is hierover steeds verantwoording over afgelegd. In de begroting is in de nota reserves een bestedingsoverzicht opgenomen. In de jaarrekening 2022 zijn over 2022 de volgende storten en onttrekkingen gedaan: 2022 jaarrekening We hebben de volgende bedragen gestort conform begroting: Uitvoeringskosten klimaat € 536.000 Uitvoeringskosten warmtetransitie € 500.000 Uitvoeringskosten energietransitie € 400.000 We hebben de volgende bedragen onttrokken: Duurzame polder € 183.786 10
Vraag
Antwoord Project extern advies warmte € 40.456 Energiebesparing € 85.285 Voor 2023 en 2024 zijn er nog de volgende storten en onttrekkingen begroot:
Of een project financieel risico loopt of door uitspraken van RvS vertraging oploopt, is een risico voor de exploitanten. Wat wordt hier beoogd?
De gemeente heeft capaciteit gekocht bij Enexis voor Elzenburg-De Geer. Investering €1.400.000., - Waar is dit bedrag in de begroting terug te vinden ?
2023 begroot We hebben de volgende onttrekkingen begroot: uitvoeringskosten energie- en warmtetransitie personele inzet programmacapaciteit en -management
€ 677.627 € 336.000
2024 begroot uitvoeringskosten energie- en warmtetransitie personele inzet programmacapaciteit en -management
€ 250.000 € 108.000
Het klopt dat het risico van de exploitatie van de beoogde windmolens voor rekening zijn van de exploitanten en niet de gemeente. De gemeente heeft afspraken met de exploitanten waarbij een deel van de exploitatie van de windmolens ten goede komt aan een duurzaamheidsfonds. Dat fonds heeft ten doel om maatschappelijke investeringen te doen voor de energietransitie en verduurzaming van de stad. Als het risico toeneemt in de exploitatie kan dat doorwerken in de opbrengsten van het duurzaamheidsfonds. Uw stelling klopt niet. De gemeente heeft geen capaciteit gekocht. In 2022 heeft de gemeente een achtergestelde geldlening verstrekt ter hoogte van € 1,4 miljoen aan Wachtmeesters BV. Dit was voor de aanleg van een kabel op Elzenburg – de geer ter voorbereiding van de plaatsing van de windmolens. Dit dossier is in 2022 reeds besproken in uw gemeenteraad en afgehandeld. Voorafgaand aan de overeenkomst met Enexis heeft geen overleg met ondernemers plaatsgevonden; Escoss als betrokken partij is een samenwerkingsverband van Osse ondernemers die om deze stap verzocht hebben.
Hiermee blokkeert de gemeente waarschijnlijk aansluiting en uitbreiding van het bedrijfsleven. Welke participatie heeft hier plaatsgevonden met de ondernemers en potentiële ondernemers en welke afwegingen zijn er gemaakt c.q. nog aan de orde? Programma 4 : 125.000 subsidie voor de Duurzame polder. Het betreft geld wat we vanuit het Rijk via de algemene uitkering hebben gehad Wat is het doel van deze subsidie, waarvoor is dit bestemd, wie voor de realisatie van de duurzame polder. Het staatje betreft een overzicht van inkomende subsidies die we als gemeente hebben ontvangen.
11
Vraag gaat dit bedrag ontvangen en onder welke voorwaarden besteden?
er wordt ingezet op realisatie van dijkversterkingen. Wordt daarbij rekening gehouden met verbreding van de A50 en zo ja, hoe? t.a.v. grootschalige opwek is Elzenburg de Geer nog onzeker. Is 2030 daarmee nog überhaupt haalbaar of moeten we onze doelen bijstellen? er wordt gesproken over netwerkschaarste in relatie tot zon op dak. Maar dit geldt toch ook voor windenergie? wat willen we afspreken mbt maatschappelijk rendement in de anterieure overeenkomst met de duurzame polder eerder hebben we met elkaar gesproken over plannen voor een Zonneveld bij wilgenlaan in Herpen (aan de a50). Is lees het nergens terug. Hoe staat het daar mee? t.a.v. verduurzamen van maatschappelijk vastgoed: is er een nulmeting en wat is de ambitie? in de openbare ruimte zien we veel grondverstoringen door glasvezel aanleg. Is er voor nieuwbouw projecten het plan om met mantelbuizen te werken, waardoor het graven niet of slechts beperkt moet plaatsvinden? ik lees in het programma niets over waterstof. Hoe staat het met de Osse ambitie op dit vlak? tav zwerfafval wordt handhaving betaald door verhogen van de afvalstoffenheffing. Daarmee straf je ook de goedwillende burger. Is dit het juiste potje? t.a.v. expertise klimaatadaptatie en externe procesleider oostelijke polder: wat is het plan, wat willen we bereiken, binnen welke tijd en hoe maken we resultaten meetbaar (SMART)
Antwoord Deze subsidie is het Osse deel van de bijdrage die ministerie EZK in het kader van de Bestuursovereenkomst hebben toegezegd als bijdrage in de kosten van het project Duurzame Polder. Dit bedrag is opgenomen in het budget dat het projectteam ter beschikking heeft om de werkzaamheden in het kader van de verdere ontwikkeling van het project te financieren. Antwoord volgt
Antwoord volgt
Antwoord volgt Antwoord volgt Antwoord volgt
Antwoord volgt Antwoord volgt
Antwoord volgt Antwoord volgt
Antwoord volgt
12
Vraag Antwoord bij hogere kosten begraafplaatsen staat 85 euro voor de Op het investeringsplan is voor de kerkhofmuur een investeringsbedrag kerkhofmuur bij Megen. Dat lijkt een typefout. Wat is het opgenomen van € 85.000. bedrag? En klopt de 10,000 euro per jaar als investeringslast in relatie tot de totale kosten? Programma 5. Economie Heesch West: Welke mogelijkheden zijn er voor de Gemeente Oss om zicht terug te trekken uit dit project ? Wat zijn hiervan de consequenties ?
In paragraaf 3.1 wordt mbt duurzaamheid gezegd ‘dat we maximaal inzetten op samenwerking met hogescholen en universiteiten’. Prima. Maar waarom wordt ook niet maximaal ingezet op samenwerking met ROC’s (en behoud MBO in Oss)? Goed opgeleid en enthousiast personeel is toch ook van groot belang voor verduurzaming van onze industrie? Ook mis ik het betrekken van ons voortgezet onderwijs bij het verduurzamen van onze economie.
In paragraaf 4.1 staat dat we 50.000 euro gaan besteden aan het opzetten van parkmanagement. Op welke bedrijventerreinen heeft dit betrekking?
Bij nieuw beleid wordt voorgesteld om lokale en regionale samenwerking te verstevigen en daartoe 50.000 euro
We hebben samen met andere gemeente een gemeenschappelijke regeling opgezet en hebben ons daarmee verbonden aan dit traject. Dus terugtrekken uit dit project is niet aan de orde. Bij uittreden uit de gemeenschappelijke regeling zal er sprake zijn betaling van de financiële schade die door de uittreder wordt veroorzaakt. Dit wordt dan bepaald door een onafhankelijke deskundige. Samenwerking en behoud van ons mbo is zeker belangrijk en in programma 2. Werk, Inkomen en Onderwijs wordt uitdrukkelijk het belang van het MBO voor Oss genoemd. Talentencampus Oss is een belangrijke spil voor de aansluiting onderwijs-arbeidsmarkt en organiseert diverse ontmoetingen voor (hoger) onderwijs en ondernemers om ook ons mbo-talent te behouden voor de Osse arbeidsmarkt. Koning Willem 1 College is bestuurslid van Talentencampus Oss. Daarnaast zijn we een samenwerkingspartner van het Mbo Innovatie- en Expertise Centrum Data, een project van de 7 Brabantse Mbo’s. De regisseur Klimaat en Jongeren van de gemeente Oss brengt jongeren in contact met duurzame maatschappelijke vraagstukken en betrekt hier vaak bedrijven bij. Een voorbeeld is de Duurzame Challenge op 18 oktober 2023 in samenwerking met Koning Willem 1 College en ondernemers. Daarnaast leveren we een financiële bijdrage aan de Jongerenbedrijvendag en de Week van de Techniek.
Dat heeft betrekking op de bedrijventerreinen Elzenburg en De Geer. Inmiddels is hiertoe samen met vertegenwoordigers van vijf bedrijven een werkgroep gestart. De middelen zijn bedoeld voor het organiseren van een kick-off event, notariskosten en het mede financieren van het inhuren van een parkmanagementorganisatie. Het is projectgeld (werkbudget) waarmee we projecten uit kunnen voeren. Primair zetten we dit in voor het realiseren van Osse projecten en initiatieven. Het 13
Vraag structureel te gaan uitgeven ter versterking van recreatie en toerisme. Blijft dit geld in de gemeente Oss of gaat het net als bij Agrifood vooral naar overhead en andere gemeenten? En indien het in Oss blijft, wordt het dan een soort reserve waaruit projecten worden ondersteund? Of wordt het een subsidieregeling? Graag meer duidelijkheid over de wijze van besteding die men voor ogen heeft Bij 3O-ontwikkelingen wordt geld uitgetrokken voor beheerskosten stimuleringslening duurzaamheid. Waarom staat dit bij programma Economie en niet bij programma Energie? Of bij programma Wonen?
Antwoord projectgeld kan ook ingezet worden voor regionale projecten onder de voorwaarde dat er Osse ondernemers/partijen bij betrokken zijn.
Dit klopt inderdaad niet. We zorgen ervoor dat deze bij de eerste rapportage in 2024 overgezet wordt naar programma wonen.
Programma 6. Centrum Programma 7. Verstedelijking, wonen en mobiliteit Wij willen graag weten bij welke plannen het nog lukt om ze Voor de in bijlage “Nog in procedure 2023 Wonen” genoemde plannen streven we onder de Wro in procedure te brengen en wat de consequenties ernaar om deze nog onder de Wro in procedure te brengen. Er kunnen echter zijn indien dit onder de Omgevingswet moet. gegronde redenen zijn dat dit niet lukt voor een plan. Deze redenen kunnen ook extern zijn oorsprong vinden. Bestemmingsplannen die niet onder de huidige Wro ter inzage kunnen worden gelegd, moeten we afhandelen op basis van de nieuwe Omgevingswet. We hebben ons uiteraard, voor zover het binnen onze macht ligt, goed voorbereid op de vele veranderingen die de komst van de nieuwe wet met zich meebrengt: wijzigingen in procedures, een andere manier van inhoudelijke beoordeling en nieuwe digitale systemen. Iedereen in Nederland zal echter moeten leren werken met de nieuwe wet, wat logischerwijs (meer) tijd kost en juridische uitdagingen met zich meebrengt. Daarnaast zijn we bij de wijzigingsprocedure voor het Omgevingsplan afhankelijk van de mate waarin het landelijke Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) werkt en de mate van gereedheid van de omgevingsplansoftware (externe leverancier).
14
Vraag Bij de indicatoren staat ook het aantal actief woningzoekenden bij Mooiland. Hebben deze cijfers betrekking op de gemeente Oss of het hele werkgebied van Mooiland? Bij de indicatoren staat dat in Oss gemiddeld 9,4 nieuwe woningen worden gebouwd per 1000 woningen. Als je dit omrekent, betekent dit dat een bestaande woning gemiddeld 106 jaar mee moet gaan om het aantal woningen gelijk te houden. Is dit realistisch? We zien nu dat huurwoningen uit de jaren ’60 worden gesloopt omdat ze niet te verduurzamen zouden zijn. Wat is de verwachting voor de grote aantallen rijtjeswoningen die in de jaren ’60 en ’70 zijn gebouwd? Kunnen deze nog 40 tot 50 jaar mee? Of is een extra impuls nodig bij de woningbouw?
Antwoord De cijfers hebben betrekking op het aantal actief woningzoekenden bij Mooiland in de gemeente Oss.
Er wordt voorgesteld om 15 miljoen uit te trekken om de benodigde investeringen voor de Spoorzone (125 miljoen) te kunnen blijven doen? Maar twee jaar geleden is toch afgesproken om dit bedrag uit het Grondbedrijf te halen? Is dit nu veranderd? Hoeveel is inmiddels uit het Grondbedrijf gehaald voor de investeringen in de Spoorzone? En hoeveel gaan ontwikkelaars afdragen in het kader van de bovenwijkse voorzieningen? Met andere woorden, moeten we die 125 miljoen nog wel volledig extern financieren?
VOORAF - ALGEMENE TOELICHTING
Deze indicator geeft zicht op de hoeveelheid nieuwbouwwoningen in relatie tot de bestaande woningvoorraad en er staat dat er per 1.000 woningen in het jaar 2022 zo’n 9,4 nieuwe gebouwde woningen zijn bijgekomen. De berekening van hoe lang een woning mee gaat is niet op één uniforme wijze te maken en ook niet volgend vanuit deze indicator. Hoe lang een woning mee gaat is van veel factoren afhankelijk, zoals bouwjaar en de wijze waarop er onderhoud wordt gedaan aan de betreffende woning. Wij geven in de programmabegroting aan dat we koersen op toevoeging van netto 8.500 extra woningen in de periode tot 2040. Deze komen boven op het in stand houden van de bestaande voorraad. Het woningbouwprogramma koerst daarom bruto op de bouw van meer dan 8.500 woningen. Daar zit de herbouw van het aantal gesloopte woningen bij en zorgt er voor dat er flexibiliteit is om planvertragingen of planuitval op te kunnen vangen.
Ambities spoorzone € 125 miljoen De ambities van de spoorzone zijn grof geraamd op circa € 350 miljoen. Deze ambities willen we mede bekostigen door cofinanciering van het Rijk en de provincie. We behoren hier minimaal 35 % zelf bij te dragen. Dat is een bedrag van circa € 125 miljoen. Sparen € 125 miljoen Om deze middelen bij elkaar te brengen gaan we komende jaren sparen voor dit bedrag. Voor het sparen is vooralsnog grof gerekend tot en met het jaar 2037. Dit bedrag willen in die periode sparen door: a. Structureel bedrag van € 750.000 (PB 2022-2025); b. Structureel bedrag in de begroting mobiliteit € 495.000;
15
Vraag
Antwoord c. Toekomstige bijdrage bovenwijkse netwerkvoorzieningen € 9 miljoen; d. Toekomstige resultaten winsten grondbedrijf € 20 miljoen. Hierbij wordt opgemerkt dat de laatste twee posten afhankelijk zijn van de woningbouwvolumes en de marktomstandigheden. Dit is dus nog niet zeker. Momenteel staan de winsten van het grondbedrijf onder druk. We hebben daarom afgesproken dat we de plannen altijd met de beschikbare middelen aan uw gemeenteraad worden voorgelegd. De gespaarde bedragen worden gestort in de reserve fysieke kwaliteit leefomgeving. Betalen rente- en afschrijvingslasten van investering € 125 miljoen De investering van € 125 miljoen behoort volgens de Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) te worden afgeschreven. Dit mag niet in 1 keer worden afgeschreven. We behoren dus de structurele rentelasten en afschrijvingslasten van deze investering van € 125 miljoen te betalen. Dit wordt gedaan door: a. Structurele begrotingsposten van € 750.000 en € 495.000 hiervoor in te zetten; b. Gespaarde bedragen uit de reserve fysieke kwaliteit leefomgeving te storten naar een bestemmingsreserve “spoorzone” en daaruit de rente- en afschrijvingslast te betalen. De rentestijging van 1,1 % naar 1,9 % betekent dat we hogere rentelasten gaan betalen.
Voorbeeld: met het bedrag van € 495.000 kunnen we op basis van 1,1 % een bedrag van circa € 30 miljoen investeren en met 1,9% een investeringsbedrag van circa € 22 miljoen. Om de ambities van de spoorzone in stand te houden zijn aanvullende financiële middelen noodzakelijk. Deze worden nu beschikbaar gesteld. SPECIFIEKE TOELICHTING 1. Door de rentestijging van 1,1 % naar 1,9 % hebben we meer financiële middelen nodig om de ruimtelijke ambities van de spooragenda (reserve fysieke kwaliteit leefomgeving), mobiliteitsopgave (reserve mobiliteit) en ontsluitingswegen (reserve bovenwijkse voorzieningen) in stand te
16
Vraag
Bij 3O-ontwikkelingen wordt ook voor de jaren 2025 -2027 verwacht dat de parkeergelden onvoldoende zijn om de kosten te dekken. Dan is toch geen sprake meer van een 3O-
Antwoord houden. Hiervoor is incidenteel € 15 miljoen nodig en structureel vanaf het jaar 2027 € 350.000. Het is bedrag is dus niet alleen bestemd om de ambities van de spoorzone in de toekomst te kunnen betalen. 2. Er is besloten om voortaan de toekomstige winsten van het Grondbedrijf in te zetten als dekkingsmiddel voor de ruimtelijke ambities. Deze toekomstige winsten staan onder druk. De raming is gebaseerd op de periode tot en met het jaar 2037. Als er dus winsten daadwerkelijk in deze periode gerealiseerd worden, worden deze op dat moment gestort in de reserve fysieke kwaliteit leefomgeving. De gerealiseerde winst van het grondbedrijf is twee jaar geleden bestemd voor de reserve binnenstedelijke transformatie, mobiliteitsplan in voorbereiding en de ontsluitingswegen. 3. Het is niet veranderd. 4. Er is nog geen geld beschikbaar gesteld vanuit de resultaten Grondbedrijf. In 2022 heeft een eerste storting plaats gevonden van € 336.000 in de reserve fysieke kwaliteit leefomgeving. Dit is ook de stand per 31-122022. Dit betreft de bijdrage van de bovenwijkse netwerkvoorzieningen voor het jaar 2022. In dat jaar zijn we gestart met het kostenverhaal van bovenwijkse (netwerk)voorzieningen. 5. De bijdrage van ontwikkelaars wordt voor de periode tot en met 2037 geraamd op: a. Bijdrage bovenwijkse netwerkvoorzieningen € 3 miljoen; b. Bijdrage bovenwijkse voorzieningen € 6 miljoen.
We staan stevig aan de lat om het benodigde bedrag van € 125 miljoen te sparen. De realisatie staat momenteel onder druk door de huidige marktomstandigheden bij het grondbedrijf. We blijven de ontwikkelingen van ons spaarbedrag volgen. Met het reservestaatje van de fysieke kwaliteit leefomgeving zullen we telkens de actuele stand aan u vermelden. We beschouwen dit bedrag als “intern financieren” (afdekken). “Extern financieren” betreft de bijdrage van het Rijk en provincie. We gaan hierbij inzetten om een bijdrage van € 225 miljoen binnen te halen. Onder 3O ontwikkelingen verstaan we autonome kosten- en opbrengstenontwikkelingen. Dus mutaties qua geld op basis van het bestaande beleid.
17
Vraag ontwikkeling? Dat is toch niet onverwacht en onvoorzienbaar? We kunnen toch gewoon de parkeertarieven verhogen? Met andere woorden, staan deze bedragen terecht in de 3O-tabel? Op bladzijde 121 staat dat de tekorten bij het parkeren worden veroorzaakt door kostenstijgingen bij het onderhoud van fietsenstallingen en parkeergarages. Kan dit worden uitgesplitst naar kostenstijgingen bij fietsenstallingen en bij parkeergarages? ten aanzien van de herinrichting van spoorweg, stations en stationsomgevingen: is er een plan B mocht er vanuit NS/prorail geen medewerking zijn onder het kopje “resultaten in de voorbereidings- en uitvoeringsfase staat een opsomming van diverse projecten met tussen haakjes de beoogde planologische verankering en start bouw. Dit ontbreekt voor het project Fraterspark en Raadhuislaan zuid. Wat is daar de planning? Bij versnellen van de woningbouw staat dat de omgevingswet daarbij gaat helpen. Is duidelijk hoe de “ja, mits” houding en participatie zoals bedoeld in de wet, versnelling mogelijk maakt? Ik mis in het programma een verdere kwaliteitsslag erfgoed. Denk aan verduurzaming en herontwikkeling. Financiering is vaak overstijgend op rijks- en provinciaal niveau en Oss kent diverse erfgoed objecten. Wat zijn de plannen voor de komende jaren rond erfgoed, of zijn deze er niet. ten aanzien van CPO willen we initiatiefnemers attenderen.
Maar gaan we de komende tijd ook weer vouchers uitgeven? is er in de fietsnota ook aandacht voor het verlichten van de diverse fietspaden in Oss? Oss neemt deel aan de MIRT verkenning van de A50. Is er ook aandacht voor de consequenties voor de dijk bij verbreding van de A50 bij Ravenstein?
Antwoord Daarom staan ze terecht onder 3O ontwikkelingen.
De kosten stijging bij de fietsenstalling bedraagt jaarlijks € 24.000 De kosten stijging bij overige parkeren (parkeergarages, -vergunningen., openlucht en -naheffing) structureel circa € 62.000. Totaal jaarlijks uit reserve circa € 86.000. Antwoord volgt
Antwoord volgt
Antwoord volgt
Antwoord volgt
Antwoord volgt Antwoord volgt Antwoord volgt
18
Vraag bij 3.4 staat bij Brabant wonen het aantal reacties per woning, maar staat geen getal voor het aantal ingeschreven woningzoekenden. Bij Mooiland is dat net andersom. Kunnen deze getallen worden aangevuld? voor 2024 staat het aantal flexwoningen op 549. De jaren daarna op 0. Betekent dat, dat er na 2024 geen flexwoningen meer bijkomen?
Programma 8. Veilige omgeving Er wordt op geen enkele manier een appreciatie gemaakt van de kansen en bedreigingen op het gebied van veiligheid en de gewenste eindsituatie voor dit belangrijke doelgebied. Ook wordt de lezer niet meegenomen in het brede en diepe werkveld: de samenwerkende partners en organisaties in het werkveld veiligheid. Daardoor is er ook geen vertaling naar de benodigde middelen om die eindsituatie te bereiken en is er geen adequate verhouding tussen de status quo en het einde van de programma begroting. Het lijkt daarmee een beetje op het kijken in een kristallen bol met veel goede hoop op een goede afloop. Niet werkt niet mee aan het herstel van vertrouwen en is ook niet een methode die voor het onderwerp veiligheid te accepteren is. Waarom gebeurt dit niet? De inleiding bevat een opsomming van doelstellingen op een hoog abstractieniveau behoudens: Behouden of verbeteren van de veiligheidsgevoelens en veiligheidscijfers. Juist dit doel leent zich voor kwantificering, maar dat blijft uit in de begroting, waarom? Binnen veiligheid hanteren we vijf veiligheidsvelden: veilige leef- en woonomgeving, bedrijvigheid en veiligheid, jeugd en veiligheid, fysieke veiligheid en integriteit en veiligheid (ondermijning). Deze velden hebben elk weer hun eigen
Antwoord Antwoord volgt
Antwoord volgt
In de begroting geven we de speerpunten voor 2024 aan. Elke vier jaar stelt uw raad een integraal veiligheidsbeleid vast. Het is een gezamenlijk plan op basisteamniveau van politie, het Openbaar Ministerie, de gemeente Oss en de gemeente Bernheze. Daarnaast wordt elke vier jaar een integraal uitvoeringsprogramma opgesteld en gedurende de vier jaar gemonitord. Deze plannen gaan in op het brede en diepe werkveld met daarbij behorende concrete acties voor de komende jaren. Het betreft: Integraal Veiligheidsbeleid (IVB) 2023-2026 Uitvoeringsprogramma (UVP) 2023-2026
In de begroting geven we de speerpunten voor 2024 aan. Voor meer kwantificering wordt verwezen naar het door uw raad vastgestelde veiligheidsbeleid en het daarbij behorende uitvoeringsprogramma. De vijf veiligheidsvelden zijn afkomstig van het ‘Kernbeleid Veiligheid’ van de VNG. De gemeente Oss neemt deze systematiek van vijf veiligheidsvelden over van het landelijke VNG model.
19
Vraag thema's. Zo werken we aan een stabiele interne crisisorganisatie (opleiden en trainen), draaien wij een 24/7 crisispiket (incidentmanagement), vervullen we functies voor de regionale crisisorganisatie, organiseren wij procesregie op complexe casuïstiek, werken wij aan aanpak woonoverlast, sluiten wij drugs- en overlastgevende panden, monitoren wij de jeugdoverlast en jeugdcriminaliteit en houden we ons bezig met de aanpak op ondermijnende criminaliteit en weerbare overheid. Waarschijnlijk een goede opsomming, maar de lezer heeft geen idee wie ‘we’ is en ook niet over welke hoeveelheid het hier gaat, of er verbetering inzit of juist niet, welke nieuwe inzichten er spelen en hoe daarop wordt geanticipeerd. De verschillende hoofstukken bij deze paragraaf ademen hetzelfde uit. Waarom wordt dit alles niet veel beter concretiseert en daarmee inzichtelijk, begrijpelijk en praktisch hanteerbaar? De afgelopen jaren komen er steeds meer nieuwe veiligheidstaken bij (mensenhandel, cybercrime en maatschappelijke onrust en preventie weerbare jeugd) en bestaande thema's vergen meer tijd (toename complexe casuïstiek, toename voetbalgeweld en inzet van veiligheid tijdens evenementen). Ook de twee grote crisissen (corona en vluchtelingen) hebben veel druk gelegd op het team, waardoor achterstanden zijn ontstaan.
Er is behoefte aan continuïteit, meer specialisme en functies moeten minder kwetsbaar worden (denk aan het 24/7 crisispiket en de aanpak complexe casuïstiek). Om mee te groeien en aangehaakt te blijven in deze veranderende opgave moet er een doorontwikkeling plaatsvinden. Dit vraagt ook een verandering binnen het huidige team van eenpitters en enkel incident/actie gericht werken naar procesgericht werken vanuit een visie met de focus op samenwerking en de juiste teamspirit. In 2024 zal deze doorontwikkeling veel tijd gaan vragen. Voor de gemiddelde lezer is dit een inleiding die duidt op steeds groter
Antwoord Later in de tekst wordt met ‘we’ het team Openbare Orde en Veiligheid genoemd. Voor meer concretisering en inzicht wordt verwezen naar het door uw raad vastgestelde veiligheidsbeleid en het daarbij behorende uitvoeringsprogramma.
In het door uw raad vastgestelde veiligheidsbeleid en het daarbij behorende uitvoeringsprogramma is aangegeven hoe de politie, gemeente en het Openbaar Ministerie samenwerken op de genoemde thema’s. Ook andere organisaties waar wij mee samenwerken zijn genoemd in deze plannen.
20
Vraag Antwoord wordende omvang. Dat komt ook overeen met het beeld dat vanuit de landelijke media wordt weergegeven en vanuit de politiek, opsporingsinstanties en inlichtingen organisaties doorklinkt. Dit programma beschrijft vrijwel uitsluitend de inhoudelijke verbeteringen, maar niet de verbeteringen van de omvang van de organisatie of capaciteit. Ook wordt niet duidelijk hoe de organisaties die zich bezig houden met dit belangrijke onderwerp, met elkaar samenhangen en welke taken overlappen of niet. Juist daaruit zou een noodzakelijke omvang moeten blijken. Die geringe omvang, lijkt voor de gemiddelde lezer het grootste probleem en de zeer bescheiden financiële omvang van dit programma, bevestigd dat. Wordt het niet eens tijd om substantieel meer geld te reserveren voor dit belangrijke onderwerp?
Programma 9. Besturen in verandering van tijden Onze positie op de arbeidsmarkt verbeteren met een verhoging van de reiskostenvergoeding en opleidingen budget. Daarnaast aandacht voor werving en selectie en snel thuis voelen in onze organisatie. Waarop is deze veronderstelling gebaseerd, welke verbeteringen zijn noodzakelijk en waarom en welke gevolgen heeft dit voor de financiële meerbelasting van de begroting? Het vertrouwen dat de bevolking heeft in haar bestuur, speelt een zeer belangrijke rol in de veiligheid. Waarom besteed het bestuur geen aandacht aan het afnemende vertrouwen van de bevolking, die momenteel lager staat dan ooit tevoren? Zijn deze programma’s v.w.b. het belang van de gehele gemeente nog wel met elkaar in evenwicht? (Zo ja, graag een gefundeerde uitleg) Besturen, samenwerken, organiseren, innoveren en digitaliseren. De Gemeenteraad, het college van Burgemeester & Wethouders en de gemeentelijke organisatie werken samen
We hebben te maken met ontgroening en vergrijzing. Extra middelen om hier op in te spelen zijn opgenomen in de programmabegroting en de maatregelen worden daar ook toegelicht.
We zien dit als een politieke vraag.
We zien dit als een politieke vraag die onderdeel kan zijn van het debat.
We zien dit als een politieke vraag die onderdeel kan zijn van het debat.
21
Vraag aan een samenleving waarin we in verbinding zijn. In verbinding met onze inwoners, vrijwilligers, ondernemers en andere samenwerkingspartners. We doen dit voor de gehele Osse gemeente, ieder vanuit onze eigen rol. Belangrijke kernwaarden daarbij zijn: zichtbaar, betrouwbaar en realistisch. Gemeente Oss is integer en transparant met respect voor elkaars functies en posities. Participatie en betrokkenheid bij de besluitvorming is belangrijk. Dit stimuleren we actief en hebben en plek in onze manier van werken. We willen dat inwoners betrokken zijn de gemeenschap en actief meedoen en initiatief nemen. De heersende opvatting bij de bevolking, maar ook menig raadsen burgerlid, is dat deze twee alinea’s absoluut niet overeenkomen met de praktijk. Daarmee is dit een hypothetische alinea geworden, geschikt als doel, maar de realiteit is ver weg. Belangrijk is dat het gemeentebestuur zich bezig houdt met de reële wereld en die ook realistisch benoemt om vervolgens de weg naar verbetering te zoeken en inhoud te geven. Waarom gebeurt dat hier niet? We willen samen duurzaam vooruit. Om dit te realiseren is een sterke organisatie nodig. Oss groeit en de organisatie groeit mee. We willen dat onze bedrijfsvoering en dienstverlening een stevig fundament vormen, meegroeien en inspelen op veranderende omstandigheden en nieuwe wetgeving.
Verdergaande digitalisering, meer samenhang tussen de verschillende onderdelen en adequate stuurinformatie verstrekken maken onderdeel uit van deze ontwikkeling. Ook het zijn van een aantrekkelijke werkgever, onze medewerkers faciliteren om te kunnen groeien en het creëren van voldoende kennis en kunde om de opgaven uit te kunnen voeren is een belangrijke opgave. Deze alinea suggereert een directe relatie tussen stijgende bevolking en stijgende organisatie. Dat is echter niet zo. In onzekere tijden en beperktere middelen,
Antwoord
Oss groeit op meerdere gebieden, doordat we onder andere te maken krijgen met meer opgaves en wetgeving. Per programma wordt in de begroting onderbouwd hoe de opgaves te realiseren. U kunt als Gemeenteraad in debat over de inhoud van deze begroting. Daar waar het gaat over de digitalisatie, verwachten wij niet dat deze ontwikkeling eindigt.
22
Vraag neemt de kwaliteit van dit soort afwegingen in belang toe en daarmee de rationele afwegingen. Op welke manier wil het college de beschreven aanwas van de organisatie onderbouwen en rationaliseren? Waaruit blijkt dat Oss geen goed werkgever is, waardoor het college de extra voorzieningen bovenop de toch al niet slecht te noemen CAO wil honoreren? Voor de digitalisatie zijn al enorme kosten gemaakt en investeringen gepleegd. De vraag ontstaat waar dit eindigt? Het bestuur van Oss is integer en transparant. Het gesprek tijdens de besluitvorming is gericht op de zaak en niet op de persoon. Onze inwoners voelen zich betrokken bij de gemeenschap en herkennen de ruimte om deel te nemen aan onze besluitvormingsprocessen en aan activiteiten voor de gemeenschap in brede zin. Ook hier gaat het college voorbij aan de realiteit, die op verschillende punten tegenovergesteld wordt beleefd. Analoog aan de behandeling bij besturen ontstaat de vraag, waarom hier niet een weg naar verbetering wordt besproken? De gemeenteraad wil zijn kaderstellende, controlerende en volksvertegenwoordigende rol goed invullen. We zijn kritisch op de manier waarop we vergaderen. Het moet duidelijk zijn hoe besluiten tot stand komen. Ook hier past een moment van bezinning. In het duale stelsel is de informatievoorziening tussen raad en college/ambtelijk apparaat van levensbelang.
Juist daar schort veel aan en beïnvloed het werken van de actieve parttime raads- en burgerleden in negatieve zin. Een verbetering van die situatie zou, mede gelet op de nabije toekomst waarbij de samenwerking cruciaal zal worden, een speerpuntmoeten zijn. Waarom is dat niet het geval?
Antwoord
Onder het kopje 2.1. Bestuur in dit Programma neemt de gemeenteraad altijd zelf een tekst op die is afgestemd in het Fractievoorzittersoverleg en wordt aangeleverd aan het College van B&W om op te nemen in de Programmabegroting. Deze vraag kan door het College dus niet technisch worden beantwoord maar kan geadresseerd worden in de raad.
Hiervoor geldt hetzelfde antwoord: onder het kopje 2.1. Bestuur in dit Programma neemt de gemeenteraad altijd zelf een tekst op die is afgestemd in het Fractievoorzittersoverleg en wordt aangeleverd aan het College van B&W om op te nemen in de Programmabegroting. Deze vraag kan door het College dus niet technisch worden beantwoord maar kan geadresseerd worden in de raad.
23
Vraag Programma 10. Financieel beleid Geen bezuinigingen met behoud van degelijk financieel beleid; Verhoudt dit zich nog met de inhoud van de aanbiedingsbrief die dat, geheel terecht, anders beoordeelt? We willen de lokale lastendruk voor onze inwoners en bedrijven laag houden. Hoe hoog is die lastendruk feitelijk t.o.v. vergelijkbare gemeenten in Nederland?
Antwoord Dit sluit naar onze mening volledig aan met elkaar.
In de paragraaf lokale heffingen is volgende staatje opgenomen: Op basis van de cijfers 2023 ziet het overzicht voor Oss er als volgt uit: lastendruk
2022
2023
standaardwoning
Oss
Landelijk
Oss
Landelijk
Onroerende zaakbelastingen
€ 370
€ 380
€ 380
€ 403
Afvalstoffenheffing
€ 266
€ 317
€ 276
€ 329
Rioolheffing
€ 174
€ 207
€ 178
€ 213
Totaal
€ 810
€ 904
€ 834
€ 945
Uit deze cijfers blijkt dat de lastendruk in Oss in 2023 € 111 onder het werkelijke landelijk gemiddelde ligt. In 2022 was dit € 94. Het volledige rapport van het onderzoeksinstituut COELO kunt u hier vinden Atlas_2023_rapport.pdf (coelo.nl) We streven er naar om de lokale lastendruk minimaal € 22,50 onder het landelijk gemiddelde te houden. Hoe verhoudt Oss zich met vergelijkbare gemeenten? Samen met de VNG zetten we in op de volgende punten:
Zie bovenstaand antwoord en de link naar het Coelo rapport.
Cijfermatig is hiermee geen rekening gehouden.
24
Vraag Ophogen van het gemeentefonds en herstel van het accres vanaf 2026; De opschalingskorting definitief te schrappen; Een toereikende en stabiele indexering van het gemeentefonds om loon-, prijs- en volume- ontwikkelingen op te kunnen vangen, inclusief de stijging van de zorgvraag. In hoeverre is de programmabegroting rekening gehouden met dit streven? Voor het jaar 2024 kiezen we voor een totale OZB verhoging van 6,2%. Voor het jaar 2024 kiezen we voor een verhoging van 13% voor de afvalstoffenheffing. Kunt u uitleggen waar deze ‘keuze’ vandaan komt? (Wat is het feitelijke probleem, welke oplossingsrichtingen zijn er, welke worden voorgestaan en welke niet, waarom leidt dit tot deze keuze) om duidelijk te krijgen, dat niet meteen naar verhoging van de beoogde beheerste lastendruk wordt gegrepen? Bij activiteiten staan een aantal onderwerpen die om financiële onderbouwing en concretisering vragen?: 1. versterken we de control op deze projecten. Daarbij hoort een verdere professionalisering van aansturing van deze projecten. 2. Ondersteund via een extern bureau doen we dit met beperkte capaciteit. We stellen voor om 1 fte beschikbaar te stellen voor subsidiewerving om hier komende periode nog meer op in te zetten. 3. We blijven periodiek de betalingstermijn van onze facturen monitoren. We blijven streven naar 90% tijdige betaling te doen binnen 30 dagen.