CConstaterende datOss
Koppel je AI →
Document · PDF

Technische vragen gesteld bij de Kadebrief 2027-2030 Versie 1

Gemeenteraad 9 juli 2026, gemeente Oss6.509 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Technische vragen gesteld bij de Kadebrief 2027-2030 – Versie 1 7 juli 2026 Vraag: Er staat dat er een tekort is aan uitgeefbare bedrijventerreinen na 2026. Is dit inclusief Heesch-West? Immers, Oss participeert toch voor 30% in Heesch-West? Wanneer komen daar uitgeefbare terreinen beschikbaar? Dit gaat over de passage: Beschikbare bedrijventerreinen: Voor het jaar 2026 is uitgifte van de laatste kavel op Vorstengrafdonk gepland. Daarna zijn binnen de gemeente geen uitgeefbare kavels meer beschikbaar. Een verkenning naar nieuwe mogelijkheden loopt. Antwoord: Deze uitspraak betreft de beschikbaarheid aan kavels binnen de gemeentegrens. Heesch-West is hierin niet meegenomen, omdat deze niet rechtstreeks met de Algemene bedrijfsreserve van het grondbedrijf correspondeert. In het recent vastgestelde MPG vindt u hierover meer informatie. Mocht het Omgevingsplan voor dit project onherroepelijk worden, dan komen hier uiteraard ook kavels beschikbaar.

Vraag: Hoe staat het met het terugdringen van de kosten voor inhuur personeel? Graag een meerjarig overzicht over afgelopen jaren en de prognose voor de komende jaren. Antwoord: Er is een nieuwe richtlijn inhuur vastgesteld. In de Richtlijn staan duidelijke afspraken over onder meer:

• • •

hoe lang iemand mag worden ingehuurd (max 2 jaar) hoe we registreren welke stappen je eerst moet nemen voordat je mag inhuren

We hebben het inhuurproces ook anders georganiseerd. Samen met de gemeente Den Bosch hebben we een aanbesteding gedaan voor een management service provider (MSP). In dit proces zijn ook maximale tarieven afgesproken voor inhuur (per type functie).

1

Onderstaand een overzicht van het inhuurpercentage in vergelijking met andere gemeenten:

Het inhuurpercentage neemt wat af. We hebben geen prognose voor komende jaren. We willen naar landelijk gemiddelde van 17,5% uit 2024.

Vraag: Er wordt 463.000 euro onttrokken uit het Groenfonds voor ‘ruimte voor bedrijven’. Wat wordt hiermee bedoeld? Past dit binnen de kaders van het Groenfonds? Graag onderbouwing. Antwoord: We bedoelen hier de bijdrage die we hebben ontvangen in 2025 vanuit de provincie Noord-Brabant voor de stimuleringsregeling ruimte voor ruimte. Dit bedrag is bij de jaarrekening gestort in de reserve van het groenfonds. Besluitvorming over de besteding gaat altijd via de gemeenteraad en moet passen binnen de voorwaarden van de provincie. Vraag: Vanuit de realisatiestimulans van het Rijk komt 7000 euro per gerealiseerde betaalbare woning beschikbaar. Wat wordt bedoeld met ‘betaalbaar’? Is deze subsidie alleen voor koopwoningen of ook voor huurwoningen? Wie ontvangt deze subsidie? De gemeente? Wat gaat de gemeente dan met dit geld doen? Hoeveel geld komt naar verwachting beschikbaar voor de gemeente Oss? Antwoord: •

Betaalbaar: sociale huur, middenhuur en betaalbare koop. Dit bedrag stijgt jaarlijks, op dit moment is het € 420.000). De regeling geldt tot en met 2030;

•

Het is voor koop- en huurwoningen. Ook bij zaken zoals woningsplitsing en dergelijke en bij sloop mogen we alle nieuwe woningen meetellen, dus we hoeven niet te salderen. Bij projecten waar al subsidie is verleend zoals Raadhuislaan, dan mogen we voor die woningen in beginsel geen WBI aanvragen;

•

De gemeente ontvangt de subsidie, ongeacht de projectvorm (grondexploitatie of kostenverhaal/anterieur). Het is een bijdrage voor de gemeente en niet voor eventuele tekorten van een ontwikkelaar;

2

•

Dit jaar heeft de gemeente voorgesteld de realisatiestimulans in de ABR van het grondbedrijf te storten. Deze dekt de risico’s van de woningbouwprojecten af en dekt de tekorten van bestaande en nieuwe woningbouwexploitaties. Op deze wijze wordt dus woningbouw ondersteund en mogelijk gemaakt door de subsidie;

•

Er is een advies in voorbereiding voor de financiële verwerkingspraktijk in de komende jaren;

•

Op basis van eerste berekeningen gaan we grofweg uit van minimaal zo’n € 9 miljoen subsidie, waarvan we € 2,5 hebben ontvangen over 2025. In de vertrouwelijke staat die ter inzage lag bij het MPG was deze vooruitblik ook zichtbaar. De bedragen zijn conservatief geraamd.

Vraag: Er staat dat er ‘grote risico’s’ zijn met betrekking tot de kosten voor realisatie van het nieuwe theater. Er was toch afgesproken dat de gemeenteraad hierover tijdig zou worden geïnformeerd? Waarom is dit niet gebeurd? Wat zijn de mogelijkheden om de plannen aan te passen, zodat we binnen het budget blijven? Hoe staat het met de verkregen en nog te verkrijgen subsidies? Antwoord: Het is een groot project en heeft daarmee grote risico’s. Er zijn geen risico’s waar de gemeenteraad nog niet over is geïnformeerd. Risico’s binnen dit project zijn bijvoorbeeld een stijgende rente en aanbestedingsrisico’s (vanwege prijsstijgingen).

Vraag: Is het juist dat de bedragen die mensen krijgen in het kader van meedoen is belangrijk sinds 2024 niet meer zijn geïndexeerd? Kan worden aangegeven als de bedragen in 2025, 2026,2027 wel waren geïndexeerd wat dan de bedragen zouden zijn geweest per jaar? Wat zouden dan de bedragen zijn per 2027? Als we dit met terugwerkende kracht zouden doen om welke structurele bedragen gaat het dan? Antwoord: Het is juist dat deze niet meer zijn geïndexeerd. De laatste verhoging van de MIB heeft plaatsgevonden bij het vaststellen van het beleidskader, in 2024. Het component zwemlessen wordt wel jaarlijks geïndexeerd, vanwege de contractuele verplichtingen met de zwemscholen. Er zijn geen afspraken over welk indexeringspercentage we dan zouden hanteren. Dus daarom kunnen we niet aangeven wat de bedragen zouden zijn. Ook om welke bedragen het structureel zou gaan is niet bekend bij ontbreken indexeringspercentage. De bedragen die we in 2025 zijn uitgegeven zijn € 236.550 aan schoolkosten en € 853.438 aan sociaal culturele activiteiten (zwemlessen laten we buiten beschouwing, aangezien die geïndexeerd worden).

Vraag: Welke structurele kosten zijn gemoeid als we voor de Regio weer het oude informatie systeem met wekelijkse informatie weer zouden invoeren? Antwoord: De besparing van het teruggaan naar een maandelijkse uitgave met informatie was € 66.000. We hebben nu geen uitvraag gedaan of de kosten met dit bedrag weer zouden stijgen als we terug zouden gaan naar het oude systeem, maar het geeft een goede indicatie.

3

Vraag: Investeringen onderwijshuisvesting: Het Integraal Huisvestingsplan laat zien dat grote investeringen nodig zijn tot 2047. De jaarlijkse investeringslast kan oplopen tot € 14 miljoen, hiervoor is nog geen dekking beschikbaar. Hoe gaat het college dit oplossen? Wat voor extra middelen van het Rijk kunnen we hiervoor verwachten? Antwoord: We verwijzen hiervoor naar de financiële paragraaf als onderdeel van het raadsvoorstel van het IHP. In het raadsvoorstel van het IHP stond: De betaalbaarheid van onderwijshuisvesting en de middelen die we krijgen van het Rijk zijn niet in balans. Dit is een landelijk probleem waar nagenoeg alle gemeenten tegen aanlopen. Hierover lopen gesprekken tussen gemeenten en het Rijk. Dit betekent dat we iedere begroting bij het actualiseren van het meerjareninvesteringsplan bekijken welke financiële ruimte er is en voor welke investeringen we voorstellen om geld beschikbaar te stellen op basis van de prioritering. De totale indicatieve investeringen en indicatieve kapitaallasten zijn voor de vier termijnen van het IHP in beeld gebracht. Het gaat om maximale varianten qua bedragen. Opdracht is om te bekijken waar optimalisatie mogelijk is om te komen tot lagere investeringslasten.

Vraag: Wat zijn de gemiddelde jaarlijkse extra kosten voor de Osse burger als de OZB met 1% wordt verhoogd? En wat zijn de structurele opbrengsten als de OZB met 1% wordt verhoogd? Antwoord: De lasten voor een standaard woning bedragen voor de OZB € 464, 1% stijging gaat dan om een bedrag van € 4,64. De totale OZB opbrengsten (voor inwoners en bedrijven) zijn afgerond € 29 miljoen. 1% stijging geeft dan extra opbrengsten van afgerond € 290.000.

Vraag: Is het college van plan om een eigen bijdrage voor de jeugdzorg in te voeren in 2028? En aan welke bedragen moeten we dan denken? Is het college niet bang dat jongeren/ouders daardoor zullen afzien van zorg die ze nodig hebben? Antwoord: Op dit moment is er nog geen wettelijk kader voor de eigen bijdrage. Het Rijk heeft, vooruitlopend hierop, wel al een korting doorgevoerd. Deze hebben we doorgelegd naar de budgetten van jeugdhulp. Wanneer de eigen bijdrage wordt uitgesteld, zal het op te halen bedrag ook uitgesteld worden en verwachten we compensatie vanuit het Rijk, zoals nu ook bij de Wmo gebeurd. We volgen hiervoor de ontwikkelingen van het Rijk en zijn niet van plan om hier op vooruit te lopen en mogen het ook niet.

4

Vraag: De kosten voor jeugdzorg zijn met 8% gestegen in plaats van 5% met een overschrijding van 1,3 miljoen. Hoe gaat het college dit oplossen met in het licht van de bezuinigingstaakstellingen? Zijn de bezuinigingen wel reëel? Antwoord: We verwijzen hiervoor naar de passage in de kaderbrief dat we richting de programmabegroting 2027-2030 gaan bekijken hoe we met dit mogelijke structurele tekort omgaan gekoppeld aan de inzichten uit de prognose die we in de zomer van 2026 maken. Wanneer deze post structureel van aard wordt, dan stijgt het tekort in de meerjarenraming naar € 4,6 miljoen. We zetten nadrukkelijk in op het ombuigen hiervan.

Vraag: Zijn er nog nieuwe ontwikkelingen bij het Lucayaterrein? Wanneer kunnen bouwplannen worden verwacht? Antwoord: Vooralsnog zijn er op dit terrein geen nieuwe ontwikkelingen te melden sinds de ontwikkelaar zich de laatste keer heeft teruggetrokken. Op korte termijn worden hier dan ook geen bouwplannen verwacht met de huidige kennis van zaken.

Vraag: Wat zijn de kosten van een apart fietspad van Overlangel naar Velp via de Maasdijk? In totaal en welk bedrag zou Oss voor haar rekening moeten nemen? Is het college van plan dit nog op te pakken? Antwoord: Dit gaat over het vrij liggende fietspad tussen Overlangel en Velp in dijkverbetering Cuijk –Ravenstein. Dit was een van de alternatieven, welke in het proces is afgevallen. Er is nu gezamenlijk met gemeente Maashorst en Land van Cuijk gekozen voor alternatief: gemengde inrichting op de dijk, met een nieuwe weginrichting en aanvullende verkeersremmende maatregelen. De kosten van het fietspad bedroegen ca. € 1,2 miljoen, waarbij de verdeling tussen de betrokken gemeenten zou zijn 20% (Oss), 20% (Land van Cuijk) en 60% (Maashorst). Of het college van plan is om dit op te pakken is geen technische vraag. We verwijzen hiervoor ook naar de beantwoording van de artikel 41 vragen over Meekoppelkans 10 Vrijliggend fietspad Oude Maasdijk Overlangel – Grave, deze zijn geagendeerd in de adviescommissie ruimte van 5 februari 2026.

5

Vraag: Wat houdt de bezuiniging op de specialistische ontmoetingsfunctie in? Antwoord: In de programmabegroting 2026-2029 is de volgende toelichting opgenomen bij deze bezuiniging: We stellen voor om halverwege 2027 te stoppen met de Specialistische Ontmoetingsfunctie. Dit betekent een besparing van € 100.000 in 2027 en structureel € 215.000 vanaf 2028. De Specialistische Ontmoetingsfunctie is een inloopvoorziening voor inwoners met een psychische kwetsbaarheid. Er zijn twijfels over het gebruik van deze voorziening. We werken op dit moment aan meerdere andere laagdrempelige steunpunten die toegankelijk zijn voor psychisch kwetsbaren in Oss. Deze kunnen een alternatief zijn voor de Specialistische Ontmoetingsfunctie.

Vraag: Kunt u het structurele begrotingssaldo voor 2027 geven ná aftrek van alle incidentele baten en lasten (exclusief de €4 miljoen onttrekking uit de reserve Opvang Vluchtelingen), uitgesplitst per programma? Antwoord: Dit doen we niet per programma omdat een saldo per programma gecorrigeerd met incidentele baten en lasten niets zegt. Immers, het is geen doel om een sluitend programma te presenteren. Bijvoorbeeld inkomsten van de algemene uitkering bevinden zich in programma 10, terwijl de kosten in andere programma’s zitten. Voor het structurele begrotingssaldo dat we noemen in de Kaderbrief verwijzen we u naar bijlage 2 bij de programmabegroting 2026. We hebben dit toegevoegd als bijlage bij dit document.

Vraag: Op basis van welke criteria is het “geaccepteerd tekort” van €3 miljoen structureel vastgesteld? Welke onderbouwing heeft de provincie tot nu toe gegeven? Antwoord: Het ‘geaccepteerd tekort’ en de onderbouwing is via de Kadernota 2026-2029 vastgesteld. Dit is toegelicht in het hoofdstuk ‘Financiële positie’. Voor een nadere toelichting verwijzen we naar hoofdstuk “Ontwikkelingen Jeugdhulp”. Het is gebaseerd op de volgende cijfers: Bedragen x € 1.000 + is nadeel: hogere uitgaven/lagere inkomsten - is voordeel: lagere uitgaven/hogere inkomsten

Samenvattend

2025

2026

2027

2028

2029

Totaal effect vanuit meicirculaire jeugdzorg

-2.388

-7.694

-7.540

-384

-489

Toe te voegen aan budget jeugdzorg (5%)

4.697

6.692

8.787

8.787

8.787

Raming eigen bijdrage Jeugdzorg Taakstelling budgetten jeugdzorg Totaal nadeel begroten

2.309

-1.002

-1.367

-1.377

-1.600

-3.257

-4.000

-353

3.779

2.921

De provincie Noord-Brabant geeft hier geen onderbouwing voor. Het is eigen (door de gemeenteraad vastgesteld) beleid.

6

Vraag: Wat gebeurt er met de begroting indien de commissie Van Ark in Q1 2027 oordeelt dat het kader vanaf 2028 ontoereikend is en het Rijk geen extra geld geeft? Antwoord: In de financiële positie zoals deze in de kaderbrief is gepresenteerd is geen rekening gehouden met een extra bijdrage vanuit het Rijk vanaf 2028. Dus als we voor jeugdzorg geen extra geld krijgen dan blijven de inkomsten uit de algemene uitkering (onder voorwaarden dat er geen andere mutaties plaatsvinden) gelijk aan het beeld zoals nu geschetst in de kaderbrief. Vervolgens het dan bepalend hoe onze kosten voor jeugdzorg zich dan ontwikkelen. Samenvattend betekent bovenstaande wel dat de meerjarenbegroting fors onder druk komt te staan. We houden u op de hoogte wanneer er meer duidelijkheid is. Wanneer dit vraagt om bijsturing zal dit via de Kadernota 2028 worden voorgelegd.

Vraag: Kunt u een gevoeligheidsanalyse geven voor het meerjarenbeeld 2027-2030 als de €1,3 miljoen extra jeugdzorgkosten structureel zijn én de taakstelling van €1,6 miljoen in 2027 niet wordt gehaald. Antwoord: Dan zou het financiële tekort in 2027 met € 2,9 miljoen oplopen en komen we uit op een tekort van € 2,7 miljoen.

Vraag: Hoe verhoudt het gepresenteerde “financieel kader” (blz. 9/13) zich tot de officiële BBV-definitie van structureel evenwicht? Is er een EMU-saldo berekening beschikbaar? Antwoord: Op dit moment is 2027 niet structureel sluitend op basis van de BBV-definitie en vanaf 2030 wel. Voor de meest recente vastgestelde passage van het EMU saldo verwijzen we naar de paragraaf financiering bij de programmabegroting 2026-2029. De berekening van het EMU saldo is vast onderdeel bij het opstellen van de programmabegroting (en niet bij een kadernota of kaderbrief). 2. Jeugdzorg & Wmo  Antwoorden volgen 6.

Welk percentage van de bezuinigingstaakstelling jeugdzorg (€1,6 miljoen in 2027, oplopend tot €4 miljoen in 2029) is concreet onderbouwd met uitgewerkte maatregelen versus PM-posten/intenties?

7.

Kunnen jullie per maatregel aangeven wat “instroom verminderen” en “sturen op zorgpaden” inhoudt volgens de onderste 3 punten (a,b,c) (blz. 35): a) verwachte besparing, b) fasering, c) risico op niet-realisatie.

8.

Wat is de actuele stand van de doelstellingen op blz. 35 (gesloten jeugdhulp, specialistische jeugdhulp, trajectduur, doorstroom Wlz)? Zijn er meetbare resultaten over 2025/2026?

9.

Welke concrete indicatiecriteria worden aangescherpt bij de Wmo-taakstelling individuele ondersteuning (€300k in 2027 → €900k vanaf 2029)? Is hier al een besluit over genomen?

7

3. Algemene uitkering & macro-risico’s Vraag: Wat is de onderbouwing van de aanname dat de aftopping herverdeling gemeentefonds (€1,3 miljoen) alsnog wordt geïndexeerd in de septembercirculaire 2026? Welke signalen zijn daarvoor? Antwoord: Dit staat toegelicht in de meicirculaire 2026 op pagina 8. Daar staat dat ‘na de zomer 2026’ naar verwachting bekend wordt hoe met de indexatie wordt omgegaan. Het ministerie gaat in de zomer opnieuw naar de berekening kijken in overleg met Raad van Openbaar bestuur (het ROB heeft hierover een advies gegeven). Wat de uitkomsten hiervan zijn is niet bekend.

Vraag: Is er een doorrekening beschikbaar als deze €1,3 miljoen niet wordt toegekend? Antwoord: We hebben in de cijfers zoals gepresenteerd in de kaderbrief nog geen rekening gehouden met de extra € 1,3 miljoen. Wanneer we deze wel zouden ontvangen, zou dat een voordeel geven van € 1,3 miljoen jaarlijks.

Vraag: Welke marge/risico zit er in de ramingen voor loon- en prijsstijging (4,25% / 2,1%) op basis van de afwijkingen in de afgelopen 3 jaar? Antwoord: Voor de begroting gaat we standaard uit van cijfers vanuit het centraal planbureau. Zij kunnen het beste een inschatting maken van verwachte loon- en prijsstijgingen. Hieruit komen deze algemene indexcijfers voor de loonvoet voor de sector overheid en netto materiele overheidsconsumptie. Een vergelijking van deze cijfers over de afgelopen jaren heeft beperkte toegevoegde waarde, omdat specifieke ontwikkelingen in bijvoorbeeld de wereldeconomie van invloed kan zijn op deze cijfers. Bij het verhogen van budgetten in onze begroting kijken we overigens veel specifieker naar indexering van budgetten. Dit doen we niet op basis van deze algemene indexcijfers. We kijken dan bijvoorbeeld naar concrete CAO afspraken (op het moment dat CAO wordt afgesloten), specifieke indexcijfers van wegenbouw, groen etc, specifieke indexcijfers vanuit Nederlandse Zorgautoriteit etc. Jaarlijkse creëren we een stelpost binnen de begroting voor het toekennen van loon- en prijsstijgingen en daarmee komen we meestal uit. Soms zien we dat inflatie hoger is, maar dan wordt de algemene uitkering ook bijgesteld en ontvangen we alsnog meer geld. 4.

Reserves, Grondbedrijf & Grote Projecten Vraag: Kunt u een overzicht geven van bestemmingsreserves met verouderde bestedingsdoelen (kandidaten voor vrijval)? Hoe beoordeelt de provincie de structurele onttrekking van €560.000/jaar uit de algemene reserve vanaf 2028? Antwoord: De gemeenteraad gaat over de inzet van de reserves en of deze verouderde bestedingsdoelen hebben. Daar kunnen we geen technisch antwoord op geven. De structurele onttrekking van € 560.000 valt binnen de kaders vanuit de BBV en past daarmee ook binnen het toezichtskader van de Provincie Noord-Brabant.

8

Vraag: Wat is het concrete herstelpad van de ABR (€14 miljoen) naar de minimale norm van €23,7 miljoen en welke aannames liggen hieraan ten grondslag? Graag inclusief meest recente Monte Carlo-analyse. Antwoord: Hiervoor verwijzen we naar het Meerjaren Programma Grondbedrijf (MPG) zoals vastgesteld in de gemeenteraad op 25 juni 2026 op pagina 6.

Vraag: Wat is de actuele stand van de eenmalige begrotingsruimte voor het theater (€2,1 / €1,5 / €1,2 miljoen) en is dit nog toereikend? Wat zijn de rentegevoeligheid en het BTW-fiscale risico van het theaterproject? Antwoord: De actuele stand voor de eenmalige begrotingsruimte is nog steeds gelijk aan bovenstaande. Dit actualiseren we weer in de programmabegroting 2027-2030. Het budget wat door de gemeenteraad beschikbaar is gesteld is kaderstellend. Rentegevoeligheid: de gemeenteraad heeft een investeringskrediet beschikbaar gesteld ter hoogte van € 74,3 miljoen. Dit gebaseerd op een prijspeil 2024. Met een jaarlijkse indexatie houden we rekening met een investering van circa € 80 miljoen. Bij de exploitatieopzet van het nieuwe theater hebben we rekening gehouden met een rente van 3,3%. Een rentestijging van bijvoorbeeld 0,5%, betekent al een structurele extra last van ruim € 0,4 miljoen. Dus een kleine stijging van de rente heeft direct effect op de exploitatie van de Lievekamp en dus ook voor de subsidie aan de Lievekamp. BTW-fiscaal risico: bij de exploitatie opzet zijn we er vanuit gegaan dat we alle BTW op de investering en in de exploitatie van de Lievekamp terug kunnen krijgen. En dat dit dus niet kostenverhogend is. Voor de activiteiten van de Lievekamp klopt dit sowieso, echter voor de activiteiten van de Muzelinck is dit lastiger.

We werken samen met de Lievekamp en Muzelinck een verhuurplus constructie uit waarbij de Muzelinck gebruiker wordt in het gebouw van de Lievekamp. Hierover moet ook nog overleg gevoerd worden met de belastingdienst. Het risico is dat de belastingdienst deze opzet niet accepteert en dat we de BTW over de investeringen die we doen voor de Muzelinck kostenverhogend gaat werken (dat we deze niet terug kunnen krijgen). We laten ons hierover adviseren door specialistisch fiscaal adviesbureau.

9

2. Overzicht incidentele baten en lasten (vanuit programmabegroting 20262029) In dit hoofdstuk geven we een overzicht van de incidentele baten en lasten weer en presenteren we het structurele begrotingssaldo. In de volgende tabellen geven we een overzicht van de incidentele baten en lasten. Incidenteel houdt in dat het gaat om baten en lasten die een tijdelijk karakter hebben. Deze zitten slechts één of enkele jaren in de begroting. Dit overzicht geeft niet alleen inzicht in de incidentele baten en lasten, maar is ook een hulpmiddel bij het beoordelen van het structurele begrotingssaldo. De baten en lasten die niet incidenteel zijn, zijn immers structureel van aard. Het structurele begrotingssaldo geeft aan of de structurele lasten met structurele baten worden afgedekt. Als dat het geval is, is de begroting structureel in evenwicht. We nemen bedragen op vanaf € 100.000. We geven bij elke post een toelichting. Een overzicht van de geraamde structurele toevoegingen en onttrekkingen aan de reserves, zoals het BBV voorschrijft, is in het financieel overzicht van de begroting opgenomen (bijlage 5 in dit document). In de nota reserves, die tegelijk met deze programmabegroting in de gemeenteraad wordt behandeld, zijn de reserves uitgebreid toegelicht. Incidentele voordelen Bedragen x € 1.000 Nr

Progr. 1

Bron *

1 PB 2025

Omschrijving

2025

Vrijval reserve beschermd

-2.475

2026

2027

-8.000

-4.000

2028

2029

wonen 2

1 PB

Inzet reserve vluchtelingen

-4.000

2025/202 6 3

2 PB 2026

Vrijval egalisatiereserve Wsw

-279

4

2 PB 2026

Lagere kosten

-189

alleenverdienersproblematiek 5

7 PB 2026

Hogere kosten realisatie

-500

flexwoningen 6

7 PB 2025

Vrijval reserve geluid

7

9 PB 2026

Ontwikkeling ICT

-370 -140

-159

-80

-4.159

-80

investeringen 8

9 PB 2026

Lagere implementatiekosten

-109

VIK 9

10 PB 2026

Lagere rentekosten

10

9 PB 2025

Vrijval reserve WW lasten TOTAAL

-1.408

-257

-190 -9.020

-8.897

0

Toelichting per post: 1.

Het regionale portefeuillehoudersoverleg Wmo heeft op 5 juli besloten in 2025 € 7,5 miljoen extra uit de regionale reserve beschermd wonen te onttrekken en aan de lokale gemeenten uit te keren. Het aandeel van Oss hierin is € 2,5 miljoen.

2.

We willen in de jaren 2025 t/m 2027 per jaar € 4 miljoen laten vrijvallen uit de reserve vluchtelingen. In totaal zetten we € 12 miljoen in uit deze reserve.

3.

We verwachten in 2025 een bedrag van afgerond € 279.000 te ontvangen vanuit de egalisatiereserve Wsw vanuit het Werkvoorzieningschap Noordoost-Brabant.

4.

We hebben lagere kosten van € 189.000 voor alleenverdienersproblematiek in 2025. Dit komt mede door een budgetoverheveling vanuit de jaarrekening 2024

10

5.

We hebben in 2025 hogere kosten voor de flexwoningen. In 2025 verwachten we hier voor eenzelfde bedrag aan opbrengsten.

6.

We stellen voor om € 370.348 uit de reserve geluid vrij te laten vallen in 2025. Voor deze middelen is momenteel geen bestedingsplan

7.

De diverse ontwikkelingen in ICT investeringen leiden tot een wijziging in de jaarlijkse investeringslasten. We hebben een incidenteel voordeel van € 140.000 in 2026, van € 159.000 in 2027 en van € 80.000 in 2028.

8.

We hebben lagere implementatiekosten van € 109.000 voor het veiligheids informatie knooppunt.

9.

Door vertraging van projecten hebben we een voordeel op lagere afschrijvingskosten en ook lagere rentekosten

10.

We laten de reserve WW-lasten van € 190.000 vrijvallen in 2025. Doordat er tot op heden geen gebruik is gemaakt van het WW-reserve laten we deze reserve vrijvallen en draaien we de jaarlijkse storting terug.

11. Incidentele nadelen Bedragen x € 1.000 Nr

Progr. Bron * 1

1

PB 2026

Omschrijving

2025

Vorming reserve

2.100

2026

2027

2028

2029

kostenbeheersing sociaal domein 2

PB 2026 1

Extra ondersteuning

156

zorgintensieve gezinnen

3

3

PB 2023

Thuis in de buurt

50

4

4

PB 2023

Meekoppelkansen

400

Waterveiligheid 5

4

PB 2023

Impuls klimaatadaptatie

500

6

5

PB 2025

Storting reserve economie

300

7

7

PB 2023

Reservering voor

8.000

1.000

mobiliteitsopgave 8

7

TR 2025

Hogere kosten schilderwerk

104

Woonwagenlocaties 9

7

PB 2023

Binnenstedelijke

5.000

transformaties 10

7

PB 2026

11

7

PB 2026

Storting reserve Fysieke

5.000

kwaliteit leefomgeving Hogere kosten realisatie

500

flexwoningen 12

7

PB 2026

Extra storting in reserve

1.500

Omgevingswet 13

7

PB 2026

Extra uitbreiding

200

startersleningen 14

9

Nieuwe kantoorinrichting

850

PB 2024

gemeentehuis

15

9

PB 2023

Programma Data

105

16

9

PB 2023

Extra capaciteit voor

714

17

9

TR 2025

175

projecten Kosten afscheid en

117

installatie nieuwe burgemeester 18

9

PB 2025

Vorming reserve

1.000

Schadewijk

11

19

9

Inrichtingskosten E-HRM PB 2026

20

9

Kosten PB 2026

21

135

systeem

9

500

500

799

600

103

1.100

103

organisatieontwikkeling Doorontwikkeling

195

personeelsbeleid- en PB 2026 22

organisatie Amendementen bij PB

PB 2026

265

2026-2029 Overige posten TOTAAL

93

82

21.663

8.177

0

Toelichting per post: 1.

We stellen voor om een reserve te vormen ten behoeve van de kostenbeheersing van het sociaal domein voor een bedrag van € 2,1 miljoen. Dit betreft de helft van de extra vergoeding die we hebben ontvangen in de algemene uitkering voor de tekorten van Jeugdzorg over de jaren 2023 en 2024.

2.

We stellen aan ONS welzijn incidenteel € 156.000 beschikbaar om ondersteuning te bieden aan ca. 30 zorgintensieve gezinnen in 2026.

3.

We nemen een incidenteel bedrag op voor Thuis in de Buurt.

4.

We storten 2 keer een bedrag in de reserve voor meekoppelkansen waterveiligheid.

5.

We storten in 2023, 2024 en 2025 een bedrag van € 500.000 in een nieuwe reserve Klimaatadaptatie.

6.

We stellen voor om in 2025 € 300.000 te storten in de reserve economie. Om de komende jaren in te kunnen spelen op noodzakelijke activiteiten op het gebied van economie willen we de reserve vast aanvullen. De strategienota economie die we in 2025 op gaan stellen zal hiervoor leidend zijn.

7.

We storten gefaseerd € 23 miljoen in de reserve mobiliteit.

8.

We hebben eenmalig hogere kosten voor reparatie, onderhoud- en schilderwerkzaamheden aan de bergingen van onze woonwagenlocaties.

9.

We storten in totaal € 10 miljoen in de reserve binnenstedelijke transformatie.

10.

We laten een structureel bedrag van € 100.000 voor de ambities van de spooragenda vrijvallen. Hiervoor in de plaats storten we eenmalige bijdrage van € 5 miljoen in de reserve fysieke verbetering fysieke kwaliteit leefomgeving.

11.

We hebben in 2025 hogere kosten voor de flexwoningen. In 2025 verwachten we hier voor eenzelfde bedrag aan opbrengsten.

12.

We stellen voor om in 2025 een extra storting te doen in de reserve omgevingswet van € 1,5 miljoen. Het is noodzakelijk en randvoorwaardelijk om de Omgevingswet als wettelijke taak ons eigen te maken en structureel te borgen binnen de organisatie.

13.

We storten € 200.000 in de reserve verstrekken leningen volkshuisvesting om meer startersleningen te kunnen verstrekken.

14.

We storten in totaal € 1,6 miljoen in een reserve voor de toekomstige verbouwing van het gemeentehuis.

15.

Voor het programma Data nemen we een impulsbudget op.

16.

We nemen extra capaciteit op voor een aantal projecten: de agrarische transitie, een kwartiermaker participatie, beleidscapaciteit Zorg en Veiligheid, Procesbegeleiding gebied polders en woningbouw

17.

We hebben in 2025 hogere kosten voor de werving van een nieuwe burgemeester en het organiseren van het afscheid.

18.

We stellen voor om een nieuwe reserve te vormen voor de Schadewijk. We stellen voor om hier in 2025 € 1 miljoen in te storten. Hiermee willen we de komende jaren extra investeren in Schadewijk en daarmee incidentele kosten afdekken.

19.

We hebben in 2025 hogere kosten van €135.000 voor de eenmalige inrichtingskosten van een nieuw EHRM systeem.

20.

We vragen een bedrag van € 1 miljoen extra voor de organisatieontwikkeling. Dit voor de jaren 2025 tot en met 2028.

21.

Voor de periode 2025 tot en met 2028 vragen we in totaal € 1,7 miljoen voor het doorontwikkeling van ons personeelsbeleid en organisatie.

12

22.

Bij de bespreking van de programmabegroting 2026 zijn diverse amendementen aangenomen met een incidenteel karakter. Het gaat om de oversteek bij Strand Tien, een eenmalige bijdrage aan het SEC, een tijdelijke bijdrage aan Winterrijk en aan de Field School.

13

Incidentele budgettair neutrale posten Bedragen x € 1.000 Nr

Progr. Bron *

1

NR 2025

1 1

2

1 1

3

1 1

4 5

8 9

11 12

14

2028

5.000

5.000

-6.900

-5.000

-5.000

-5.000

NR 2025

Mutatie reserve beschermd wonen

NR 2025

Project internationale

61

werknemers NR 2025

Uit reserve Wonen welzijn

-61

en zorg NR 2025

Kosten ombuigingen SD

133

816

535

239

239

NR 2025

Uit reserve

-133

-816

-535

-239

-239

kostenbeheersing SD 265

329

1

NR 2025

Mutatie reserve GALA/IZA

-221

-265

-329

NR 2025

Projecten dak-en

110

1

1

2029

wonen

221

thuisloosheid NR 2025

Uit reserve Dak- en

-110

thuisloosheid NR 2025

Vluchtelingen

218

-4.217

-1.599

2.415

2.606

NR 2025

mutatie Opvang

-218

4.217

1.599

-2.415

-2.606

vluchtelingen

2

NR 2025

Bestaanszekerheid

681

424

215

116

2

NR 2025

Mutatie bestaanszekerheid

-681

-424

-215

-116

3

NR 2025

Projecten IVB

688

311

380

10

10

3

NR 2025

Uit reserve IVB

-688

-311

-380

-10

-10

NR 2025

Projecten verduurzaming

673

3

gemeentelijk vastgoed NR 2025

Uit reserve verduurzaming

-673

gemeentelijk vastgoed

4

NR 2025

Projecten klimaatadaptatie

339

350

290

186

4

NR 2025

in reserve klimaatadaptatie

-339

-350

-290

-186

5

NR 2025

Projecten economie

103

421

44

31

31

5

NR 2025

Uit reserve

-103

-421

-44

-31

-31

6

NR 2025

Activiteiten centrum

142

228

75

NR 2025

Uit investeringsfonds

-142

-228

-75

6 13

2027

5.000

Projecten GALA/IZA

3 10

2026

6.900

NR 2025

1 7

2025

Uitvoering Beschermd

1

1 6

Omschrijving

stadshart Oss

7

NR 2025

Mobiliteitsprojecten

1.171

121

121

121

7

NR 2025

uit de reserve mobiliteit

-1.171

-121

-121

-121

7

NR 2025

Dijkversterking

2.009

303

NR 2025

Uit reserve

-2.009

-303

7

meekoppelkansen dijkversterking Maas

15 16

9

NR 2025

Kosten omgevingswet

1.247

1.170

9

NR 2025

Uit reserve omgevingswet

-1.247

-1.170

9

NR 2025

Organisatie-ontwikkeling

479

268

64

231

174

NR 2025

Uit reserve

-479

-268

-64

-231

-174

9

organisatieontwikkeling

14

17

NR 2025 9

Projecten versterken

-108

-148

-58

235

83

gemeentelijke dienstverlening

18

9

NR 2025

Uit reserve

108

148

58

-235

-83

9

NR 2025

Projecten Schadewijk

118

100

100

100

100

-100

-100

-100

0

0

0

9

NR 2025

Uit reserve Schadewijk

-118

-100

19

9

NR 2025

ICT projecten

441

23

9

NR 2025

Uit reserve ICT

-441

-23

20

10

NR 2025

Diversen

1.309

750

10

NR 2025

Uit algemene reserve

-1.309

-750

0

0

TOTAAL Toelichting per post: 1.

We verrekenen incidentele tekorten en overschotten met de reserve. Daarnaast onttrekken we in de komende jaren geld voor de oplosagenda en terugbetaling aan de regio.

2.

We verlengen de pilot participatie kwetsbare internationale werknemers in 2025.

3.

We betalen diverse incidentele kosten ten behoeve van het realiseren van de ombuigingsvoorstellen op het gebied van Jeugd en Wmo uit de reserve kostenbeheersing Sociaal Domein.

4.

We voeren diverse projecten uit in het kader van IZA/GALA. Dit betalen we uit de reserve.

5.

We voeren diverse projecten uit in het kader van Dak en thuisloosheid. Dit betalen we uit de reserve.

6.

We verrekenen de overschotten met de reserve Vluchtelingen.

7.

We betalen verschillende projecten uit de reserve en storten bedragen vanuit verschillende circulaires.

8.

We onttrekken voor verschillende IVB projecten geld uit de reserve.

9.

We voeren diverse projecten uit in het kader van verduurzaming van ons gemeentelijk vastgoed. Dit betalen we uit de reserve.

10.

We onttrekken voor verschillende projecten geld uit de reserve.

11.

We halen de kosten voor de bijdrage van de Kracht van Oss, promotie en branding en economische stimulering uit de reserve economie.

12.

We hebben tijdelijke stimuleringsregelingen in het centrum (o.a. voor wonen en vergroening) en de leegstandsmakelaar. We betalen dit uit het investeringsfonds stadshart Oss.

13.

We betalen de tijdelijke bijdrage voor Slimme mobiliteit en budget voor de maasveren uit de reserve mobiliteit.

14.

We stellen voor om in 2025 € 1,79 miljoen te onttrekken uit de reserve Meekoppelkansen dijkversterking Maas. Dit is voor de financiële verplichting die voortvloeit uit de bestuursovereenkomst en realisatieovereenkomst.

15.

We betalen de kosten voor de voorbereiding van de omgevingswet uit de reserve die we hiervoor gevormd hebben.

16.

We halen geld uit de reserve voor verschillende posten voor organisatieontwikkelingen. Het gaat om onder andere frictiekosten MJC, generatiepact, frictiekosten voor afdeling DIV en frictiekosten voor de toekomstbestendige organisatie.

17.

We voeren diverse projecten uit in het kader van het versterken van de gemeentelijke dienstverlening. Dit betalen we uit de reserve.

18.

We betalen diverse projectkosten uit de reserve Schadewijk.

19.

We betalen de kosten voor ICT projecten uit de reserve ICT.

20.

We hebben diverse bedragen betaald uit de algemene reserve. Het gaat om onder andere het Onder d’n Plag, realisatie van de flexwoningen en de transformatieagenda jeugd.

*KN = kadernota, PB = programmabegroting, TR = financiële tussenrapportage, NR = Nota reserves Structureel begrotingssaldo

15

Om een goed oordeel te kunnen vormen over de begroting is het van belang om het saldo te corrigeren met incidentele baten en lasten. Het structurele begrotingssaldo geeft aan of de structurele lasten met structurele baten worden afgedekt. Als dat het geval is, is de begroting structureel in evenwicht. In de volgende tabel geven we de volgende onderdelen weer: 

De lasten, baten en saldo per programma (onderdeel 1)

De lasten, baten en het saldo van de producten overhead, onvoorzien, VPB en algemene dekkingsmiddelen (onderdeel 2)

De totale exploitatie (onderdeel 1+2)

De toevoegingen en onttrekkingen aan reserves (onderdeel 3)

Het geraamde resultaat (onderdeel 1+2+3).

We verrekenen het geraamde resultaat met de incidentele baten en lasten. Dit geeft het structureel begrotingssaldo weer. + is nadeel: hogere uitgaven/lagere inkomsten - is voordeel: lagere uitgaven/hogere inkomsten bedragen x € 1.000 Programma

Programma 1

Programma 2

Programma 3

Programma 4

Programma 5

Programma 6

Programma 7

Programma 8

Programma 9

Totaal (1)

2024

2025

2026

2027

2028

2029

Lasten

117.669

134.575

138.514

138.892

137.041

130.888

Baten

-19.768

0

-14.608

-14.631

-15.998

-16.009

Saldo

97.901

119.361

123.906

124.262

121.043

114.879

Lasten

88.053

95.149

90.365

89.131

87.746

89.079

Baten

-44.729

0

-42.584

-42.584

-42.555

-42.624

Saldo

43.323

48.461

47.781

46.547

45.190

46.456

Lasten

31.729

33.046

35.826

36.345

37.533

37.211

Baten

-7.169

0

-4.455

-4.171

-4.148

-4.068

Saldo

24.560

24.749

31.372

32.174

33.385

33.143

Lasten

50.762

57.188

56.601

57.112

56.952

58.658

Baten

-33.181

0

-31.193

-34.655

-34.310

-36.143

Saldo

17.582

24.148

25.408

22.457

22.641

22.515

Lasten

8.523

6.144

7.429

5.130

5.173

5.121

Baten

-7.844

0

-4.499

-1.555

-1.555

-1.555

Saldo

679

3.532

2.930

3.575

3.618

3.566

Lasten

1.376

1.559

2.444

2.512

2.438

2.407

Baten

-448

0

-1.857

-1.857

-1.857

-1.857

Saldo

928

1.052

587

655

581

550

Lasten

35.079

41.917

31.951

25.292

22.614

19.411

Baten

-32.322

0

-31.928

-19.137

-17.794

-13.932

Saldo

2.758

7.919

23

6.155

4.821

5.480

Lasten

11.225

11.373

12.336

12.422

12.415

12.388

Baten

-624

0

-80

-80

-80

-80

Saldo

10.601

11.211

12.256

12.341

12.334

12.307

Lasten

9.169

7.271

7.457

7.324

6.888

6.888

Baten

-2.019

0

-2.171

-2.172

-1.537

-1.537

Saldo

7.150

5.751

5.286

5.152

5.351

5.351

Lasten

353.586

388.220

382.924

374.160

368.799

362.051

Baten

-148.104

-142.037

-133.375

-120.841

-119.835

-117.804

Saldo

205.482

246.183

249.548

253.319

248.965

244.247

16

+ is nadeel: hogere uitgaven/lagere inkomsten - is voordeel: lagere uitgaven/hogere inkomsten bedragen x € 1.000 Programma

Vennootschapsbelasting

Overhead

Onvoorzien

Algemene dekkings-

2024

2025

2026

2027

2028

2029

306

90

0

0

0

0

Lasten Baten

0

0

0

0

0

0

Saldo

306

90

0

0

0

0

Lasten

45.108

49.612

51.871

49.879

48.559

47.847

Baten

-7.613

-6.744

-6.871

-8.026

-8.595

-8.260

Saldo

37.495

42.867

45.000

41.853

39.964

39.587

Lasten

0

186

200

200

200

200

Baten

0

0

0

0

0

0

Saldo

0

186

200

200

200

200

Lasten

3.015

3.136

9.799

12.158

11.838

12.470

Baten

-280.593

-305.041

-308.032

-302.544

-295.055

-296.915

Saldo

-277.578

-301.905

-298.233

-290.385

-283.217

-284.445

middelen

Totaal (2)

Lasten

48.429

53.023

61.870

62.238

60.597

60.517

Baten

-288.206

-311.785

-314.903

-310.570

-303.651

-305.175

Saldo

-239.777

-258.763

-253.033

-248.332

-243.053

-244.658

+ is nadeel: hogere uitgaven/lagere inkomsten - is voordeel: lagere uitgaven/hogere inkomsten bedragen x € 1.000 Programma

Totaal (1 + 2 )

2024

2025

2026

2027

2028

2029

Lasten

402.015

441.243

444.794

436.398

429.397

422.568

Baten

-436.310

-453.823

-448.279

-431.411

-423.485

-422.979

Saldo

-34.295

-12.579

-3.485

4.987

5.912

-411

+ is nadeel: hogere uitgaven/lagere inkomsten - is voordeel: lagere uitgaven/hogere inkomsten bedragen x € 1.000 Programma

Totaal (3)

Resultaat

2024

2025

2026

2027

2028

2029

Lasten

74.114

56.236

25.011

9.181

20.055

7.772

Baten

-54.702

-51.413

-23.755

-16.657

-22.284

-4.372

Saldo

19.412

4.823

1.256

-7.475

-2.229

3.400

-14.883

-7.757

-2.229

-2.489

3.683

2.989

(1+2+3)

17

+ is nadeel: hogere uitgaven/lagere inkomsten - is voordeel: lagere uitgaven/hogere inkomsten bedragen x € 1.000 Structureel begrotingssaldo

2024

2025

2026

2027

2028

2029

Lasten exclusief mutaties reserves

402.015

441.243

444.794

436.313

429.397

422.568

Baten exclusief mutaties reserves

-436.310

-453.823

-448.279

-431.411

-423.485

-422.979

Geraamd saldo van baten en lasten

-34.295

-12.579

-3.485

4.902

5.912

-411

Toevoegingen reserves

74.114

56.236

25.011

9.181

20.055

7.772

Onttrekkingen reserves

-54.702

-51.413

-23.755

-16.657

-22.284

-4.372

Geraamd resultaat

-14.883

-7.756

-2.229

-2.574

3.683

2.989

Incidentele lasten incl. reserves

34.470

36.892

13.465

6.522

8.707

-

Incidentele baten incl. reserves

-24.020

-24.249

-14.185

-9.496

-8.684

-

Structureel begrotingssaldo

-25.333

-20.399

-1.509

485

3.660

2.989

Voor de specificatie van het jaar 2024 verwijzen we naar de jaarrekening 2024. De conclusie hieruit is dat de begroting in 2026 structureel sluitend is. Meerjarig is het structurele saldo nadelig tot oplopend € 3 miljoen in 2029, dit is het geaccepteerd tekort. Het saldo van incidentele baten en lasten wordt vooral veroorzaakt door grote, incidentele investeringen die opgenomen zijn voor mobiliteit, binnenstedelijke transformatie, stadscentrum, waterveiligheid, en invoering van de nieuwe Omgevingswet.

18

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Oss&id=82fefa71-9aaa-4695-9ee3-26965391f66a