Stava Laagdrempelig Ontmoeten juli 2021.DOCX
Tekst van het document
Advies aan B&W
Onderwerp Stand van zaken Laagdrempelig ontmoeten in Oss Datum
20 juli 2021
Naam en telefoon
K. Willunat/P. Noten
Afdeling
MM/MO
Portefeuillehouder
Thijs van Kessel/Frank den Brok
Advies 1. 2. 3. 4.
Kennis te nemen van de stand van zaken en voortgang met betrekking tot ‘Thuis in de Buurt’; In te stemmen met de voorgestelde vervolgstappen onder ad C en hetgeen nodig is om ‘Thuis in de Buurt’ tot een succes te maken; De kosten daarvan, € 240.000 incidenteel en € 50.000 structureel, integraal af te wegen in de programmabegroting 2022; 4. De raad te informeren middels bijgevoegde raadsinformatiebrief.
Aanleiding In de gemeenteraad d.d. 24 september 2020 is de visie op laagdrempelig ontmoeten, ‘Thuis in de Buurt’, vastgesteld. Daarnaast heeft de Rekenkamercommissie in 2020 een rapport opgesteld: (Laagdrempelig) Ontmoeten in Oss. Op basis van de uitgangspunten van beide beleidsrapporten is in het najaar van 2020 de daadwerkelijke invulling van laagdrempelig ontmoeten van start gegaan. In dit advies zoomen we in op: A. wat we sinds die tijd gedaan hebben; B. waar we nu staan; C. en wat er nodig is om de aanpak succesvol te kunnen laten zijn. Wat waren ook al weer de belangrijkste uitgangspunten van beide adviezen? Visie Thuis in de Buurt: 1. Wijk- en dorpshuizen spelen een belangrijke rol in de participatie van kwetsbare inwoners in wijken en buurten. Wat hebben zij nodig om meer in te kunnen spelen op laagdrempelig ontmoeten? 2. De huidige kaders voor gemeenschapsaccommodaties voor een sluitende exploitatie worden steeds knellender; Rekenkamerrapport: 1. Leidende rol van de gemeente nodig om laagdrempelig ontmoeten tot een succes te maken; 2. Samenwerking stimuleren tussen wijk- en dorpshuizen en hun omgeving; 3. Het bereik van laagdrempelig ontmoeten vergroten. 4. Andere bekostigingsmodellen voor wijk- en dorpshuizen zijn noodzakelijk. Ad A.
Wat hebben we tot nu toe gedaan? De visie ‘Thuis in de Buurt’ is in de afgelopen maanden op verschillende manieren getoetst en aangescherpt. Dit hebben we gedaan door middel van een aantal werksessies met wijk- en
Advies aan B&W
Pagina 1 van 5
Advies aan B&W
dorpshuizen, met betrokken afdelingen binnen de gemeente, met de ASD en met externe professionals en zorgorganisaties. Overall conclusie is dat de visie wordt omarmd. Zowel bewoners als professionals zijn positief, maar ook zoekende hoe concreet handen en voeten te geven aan deze visie. Enkele besturen van wijk- en dorpshuizen staan wat verder af van de veranderende rol en invulling van het wijk-/dorpshuis, meestal vanuit het ‘niet weten’ hoe de verandering vorm te geven en de tijdsinvestering te doen die de verandering mogelijk maakt. Er is op sommige plekken ook scepsis ten aanzien van de doorzettingskracht van de gemeente. Ad B. Waar staan we nu? 1.
Vijf wijk- en dorpshuizen (Hart van Oijen, de Koppellinck in Geffen, de Meteoor, het nieuwe wijkcentrum Noordwest en de Berchplaets in Berghem) doen mee met een trainingstraject van ’t Heft (ondersteuningsorganisatie voor wijk- en dorpshuizen). Op basis van de vraag vanuit dorp of wijk wordt een passend activiteitenprogramma opgesteld, inclusief bedrijfsplan en exploitatiemodel. Dit wordt uitgewerkt in diverse werkgroepen met daarin partijen zoals de wijk- en dorpsraden, BrabantZorg, zorgcoöperaties en wijkstichtingen.
2.
In Macharen is een werkgroep gestart, onder begeleiding van De Plekkenmakers, met het maken van een nieuwe visie, organisatie, exploitatie en invulling voor het toekomstige nieuwe/verbouwde dorpshuis.
3.
Het proces rondom Wij(k)huis de Haard liep al en is nu ook gestart als collectieve voorziening voor een betekenisvolle dag, in samenwerking met de Proeftuin Ruwaardpartners. Dit kan een voorbeeldwerking hebben voor andere huizen.
4.
We maken 1-op-1 matches tussen wijk- en dorpshuizen en professionals die een samenwerking zoeken om aan de vraag vanuit bewoners te voldoen. Een mooi voorbeeld hiervan, op eigen initiatief en kracht gerealiseerd, is de recente samenwerking tussen MFA de Snoeck Lith met KOOZIE dagbesteding.
5.
We zijn gestart met gesprekken met de overige wijk- en buurthuizen om te inventariseren wat nodig is om de verandering te starten. Hierbij sluiten we aan op aanpak van de sociale wijkagenda, die momenteel klaar is om uitgerold te worden in Oss.
6.
We werken aan een ‘gereedschapskist’ voor wijk- en dorpshuizen: instrumenten, adviezen en andere hulpmiddelen;
7.
We zijn gestart met het thema ‘meten van maatschappelijk rendement’. Dit gaat inzicht geven in hetgeen ‘Thuis in de Buurt’ oplevert, zowel maatschappelijk als financieel rendement. Hierin wordt ook het bestaande maatschappelijke rendement meegenomen. Uitganspunt is dat het makkelijk toepasbaar en overzichtelijk is voor zowel de gemeente als voor de wijk- en dorpshuizen.
Ad C. Wat is er nog nodig om de in gang gezette aanpak succesvol te laten zijn? 1.
Een geleidelijke overgang van de bestaande naar de nieuwe situatie. Thuis in de Buurt bepleit geen radicale breuk met de bestaande praktijk van de wijk- en dorpshuizen. De stichtingsbesturen zetten zich al jaren met ziel en zaligheid om het wijk- of buurthuis zo goed mogelijk te laten functioneren in de gemeenschap. We willen met de visie echter ook breder kijken en het gemeenschapshuis nog beter laten aansluiten op de
Advies aan B&W
Pagina 2 van 5
Advies aan B&W
behoeften van de omgeving en die van kwetsbare inwoners. Die stip op de horizon vergt een nieuwe opdracht en ontwikkelpad (zie onder 2). Die transitie willen we zorgvuldig begeleiden, aansluitend op wat de besturen zelf kunnen en nodig hebben. 2.
Een aangepaste opdracht formuleren door de gemeente voor de wijk- en dorpshuizen: Deze nieuwe opdracht vormt de basis voor alle gemeenschapshuizen en vervangt de eenzijdige financiële opdracht om een sluitende exploitatie te realiseren. Van enkel verhuur naar een passende
programmering,
van
kostenbeheersing
en
budgetbeheer
naar
sociaal
ondernemerschap en opbrengstoptimalisatie en van taakgericht beheer naar gastheerschap en hospitality. We gaan met het formuleren van een nieuwe opdracht na de zomervakantie aan de slag. De uitdaging voor de gemeenschapshuizen wordt vervolgens om met ingang van 2022 volgens de nieuwe opdracht te gaan werken. Daarbij houden we rekening met een overgangsperiode van 2 jaar. Het wijk- en dorpshuis: o o o o 3.
Sluit met haar activiteiten aan bij de behoeften in de wijk, buurt, dorp; Staat open voor nieuwe initiatieven en nieuwe gezichten; Zorgt voor een goede mix van betaalbare aangeboden activiteiten; Zorgt voor een gevarieerd aanbod voor veel soorten bezoekers, waaronder jongeren, ouderen en kwetsbare doelgroepen;
Ondersteuning en advies inrichten voor de wijk- en dorpshuizen bij de gevraagde transitie De aanvullende rol die gevraagd wordt van wijk- en dorpshuizen is complex en vraagt om een lange adem. De meeste huizen zijn niet in staat om deze verandering zelf te realiseren. Ook in de toekomst zal gevraagd worden om mee te bewegen met nieuwe ontwikkelingen en vragen
uit
de
eigen
omgeving.
Dit
vraagt
om
(intensieve)
begeleiding
van
de
gemeenschapshuizen om de gevraagde transitie te realiseren. De piek hiervan ligt in de komende 3 jaar. De gemeentelijke organisatie dient hiervoor nog toegerust te worden door middel van een expertteam, samengesteld uit diverse disciplines; 4.
Opzet toolkit/gereedschapskist Op basis van alle reeds gevoerde gesprekken hebben we de belangrijkste vraagstukken geïnventariseerd. Die vormen de basis voor de toolkit/gereedschapskist. Na de zomer werken we dit uit tot een aantrekkelijke, makkelijk te hanteren online tool. Met informatie, bestanden, tips en trucs, contactgegevens, verwijzingen naar relevante websites, best practices etc.
5.
Meten van maatschappelijk rendement We denken nu aan een methodiek die gebaseerd is op het Business Model Canvas. Dit model wordt binnen de trajecten van ’t Heft ook gebruikt als basis voor het bedrijfsplan. We maken daarbij gebruik van de ‘Theory of Change’ om het beoogde maatschappelijk rendement te formuleren en de methodiek van whise.nl. De definitieve uitwerking volgt na de zomer.
6.
Financiële kaders herijken De nieuwe manier van werken voor gemeenschapshuizen vraagt ook om een ander bekostigingsmodel. We hebben inmiddels een start gemaakt met het inzichtelijk maken van de zogenaamde kostprijsdekkende huur van de gemeenschapshuizen. Niet met de bedoeling om kostprijsdekkende tarieven in te voeren, maar wel om de financiële stromen goed zichtbaar te maken. Vraagstukken rondom sociaal beheer, tariefdifferentiatie, etc. zijn nog niet uitgewerkt voor de hele groep, maar vanuit Wij(k)huis de Haard liggen modellen klaar die bruikbaar zijn en op maat gemaakt kunnen worden voor de andere gemeenschapshuizen.
Advies aan B&W
Pagina 3 van 5
Advies aan B&W
Het activiteitenprogramma wordt dan gekoppeld aan een bedrijfsplan en aan een dekkende en toekomstbestendige exploitatie. Deze aspecten hangen nauw samen met het voorgaande punt, het inzichtelijk maken van maatschappelijk rendement. Wat mag ‘Thuis in de Buurt’ kosten gezien dit maatschappelijk rendement? Aan welke opdracht draagt dit advies bij? Dit advies draagt bij aan de opdracht om de visie op laagdrempelig ontmoeten ‘Thuis in de Buurt’ te concretiseren en de vervolgstappen te implementeren. Daar wordt momenteel aan gewerkt en daarbij worden eveneens de meeste aanbevelingen van de Rekenkamercommissie meegenomen.
Welk resultaat willen we bereiken? Over twee jaar willen we dat: 1.
De beleids- en uitvoeringsafspraken ‘Thuis in de Buurt’ zijn ingebed in de dagelijkse praktijk;
2.
Er binnen de gemeente (en bij samenwerkende organisaties) voldoende kennis en kunde aanwezig is om de aanpak te kunnen continueren. En om mee te kunnen bewegen met de veranderende vraag en behoeftes van bewoners en de diverse wijk- en dorpshuizen.
3.
De wijk- en dorpshuizen een verandering hebben gerealiseerd, waarbij zij aansluiten bij de vraag van (kwetsbare) bewoners in dorp, buurt of wijk. Bovendien hebben zij een stevig fundament als het gaat om de organisatie, financiën, programmering en samenwerking.
Argumenten voor: 1.1.
De opdracht voor het concretiseren van de visie Laagdrempelig Ontmoeten vergt een lange adem en voldoende middelen; We krijgen steeds beter zicht op wat er nodig is om de visie op Laagdrempelig Ontmoeten duurzaam te verankeren in de Osse samenleving. Vanuit een financiële beheeropdracht willen we dat de gemeenschapshuizen een geleidelijke transitie doormaken naar een meer dynamische programmering, gericht op wat de buurt/wijk/dorp nodig heeft. Daar zijn veel actoren bij betrokken, voor het merendeel vrijwilligers. Het goed begeleiden en ondersteunen van deze vrijwilligers in de veranderopdracht is absoluut voorwaarde voor het welslagen er van.
2.1.
De gemeentelijke organisatie stellen we in staat om de veranderagenda ook uit te voeren; De gevraagde transitie van de gemeenschapshuizen is veelomvattend, maar ook noodzakelijk in het licht van de ingezette koers in het sociale domein. Er is links en rechts bij de gemeenschapshuizen twijfel of de gemeente dit ook echt wil en kan doorzetten. Om de stappen onder ad C. daadwerkelijk uit te kunnen, moeten we de gemeentelijke organisatie voldoende toerusten om deze verantwoordelijkheid ook waar te kunnen maken.
3.1.
De kosten gaan voor de baat uit; Een ander belangrijk argument om deze verandering te willen, is de verwachting dat gemeenschapshuizen een rijker en gevarieerde aanbod aan activiteiten krijgen, in het bijzonder ook voor kwetsbare inwoners. Op termijn willen we bijvoorbeeld meer (open)
Advies aan B&W
Pagina 4 van 5
Advies aan B&W
ontmoetings- en dagbestedingsactiviteiten, die er toe bijdragen dat reguliere zorg- en hulpvragen niet of later gesteld worden. Dat draagt bij aan het toekomstig beheersbaar houden van de zorgkosten, ook voor de gemeente. De ingezette verandering bij de gemeenschapshuizen vraagt om een incidentele investering van € 240.000 en een structurele investering van € 50.000 (zie bijlage 1 voor een specificatie). Tegenargumenten: 1.1.
Waarom niet vooraf rekening mee gehouden? De visie op Laagdrempelig Ontmoeten is gestart vanuit de analyse van diverse maatschappelijke ontwikkelingen en de veranderende rol daarin van gemeenschapshuizen. Die analyse en de daaruit volgende visie kunnen rekenen op veel draagvlak. Met het verder uitwerken van deze visie met de gemeenschapshuizen en met de andere stakeholders krijgen we gaandeweg in beeld wat er randvoorwaardelijk nodig is. Iets wat vooraf niet of nauwelijks is te onderbouwen.
Waar moeten we rekening mee houden? a. Financiën Incidentele middelen: € 240.000 Structurele middelen: €
50.000
b. Communicatie n.v.t. c. Uitvoering n.v.t. d. Overlegd met - afdelingshoofd Vastgoed: Sandra Hofman - Programmamanagement Sport-Cultuur-Ontmoeten: Peter Noten - Afdeling F&C: René van Boekel Samenvatting In dit advies geven we aan waar we staan met het project laagdrempelig ontmoeten ‘Thuis in de Buurt’. We vertellen wat we in gang hebben gezet en wat we nodig hebben om het ook af te kunnen maken. We adviseren het college om de benodigde middelen hiervoor voor te leggen aan de raad bij de behandeling van de Programmabegroting 2022-2025.
Advies aan B&W
Pagina 5 van 5