RV Eerste financiële tussenrapportage 2026
Tekst van het document
Datum 19 mei 2026 Onderwerp Eerste financiële tussenrapportage 2026
Aantal bijlagen 1
Wat adviseert het college te besluiten? 1. De Eerste financiële tussenrapportage 2026 vast te stellen.
Wat is de aanleiding voor dit advies? In de Eerste financiële tussenrapportage 2026 geven we de huidige afwijkingen van de begroting weer. Het gaat om de autonome ontwikkelingen, budgettair neutrale wijzigingen en overige ontwikkelingen. Daarnaast presenteren we de eerste bezuinigingsmonitor, waarin we rapporteren over de voortgang van het realiseren van de bezuinigingen vanuit de strategische heroriëntatie. Deze tussenrapportage wordt tegelijk met het jaarverslag en de jaarrekening 2025 in de gemeenteraad behandeld.
Volgvel
Ons kenmerk
2
Samenvatting van de rapportage We hebben de Eerste financiële tussenrapportage van 2026 opgesteld. We hebben hierin de autonome ontwikkelingen, overige ontwikkelingen en de budgettair neutrale wijzigingen opgenomen. We lichten eerst de conclusies van de uitkomsten van deze rapportage toe. Daarna lichten we het algemene financiële beeld en risico’s toe. + is nadeel: hogere uitgaven/lagere inkomsten - is voordeel: lagere uitgaven/hogere inkomsten bedragen x € 1.000 Omschrijving
2026
2027
2028
2029
Saldo programmabegroting 2026-2029
-2.229
-2.489
3.683
2.989
Autonome ontwikkelingen
2.927
326
556
289
Overige ontwikkelingen
321
871
71
71
1.019
-1.291
4.310
3.349
Totaalsaldo
Algemeen financieel beeld Programmabegroting 2026-2029 Het beginsaldo van deze rapportage is het saldo van de programmabegroting 2026-2029. In deze programmabegroting presenteerden we de volgende saldi: + is nadeel: hogere uitgaven/lagere inkomsten - is voordeel: lagere uitgaven/hogere inkomsten bedragen x € 1.000 Omschrijving
2026
2027
2028
2029
Saldo programmabegroting
-2.229
-2.489
3.683
2.989
We presenteerden een begroting voor het jaar 2026 met een overschot van circa € 2,2 miljoen. Ook het jaar 2027 heeft een positief saldo van € 2,5 miljoen, met name door een incidentele vrijval vanuit de reserve Opvang Vluchtelingen. Het ravijnjaar schuift door naar 2028. Dit zien we dan ook terug in de saldi voor 2028 en volgende jaren. Deze saldi zijn negatief en sluiten aan bij het geaccepteerde tekort over jeugdzorg zoals vastgesteld bij de kadernota 2026 (structureel € 3 miljoen vanaf 2029). Het geaccepteerde tekort is het bedrag wat we minimaal verwachten vanuit het Rijk als extra structurele compensatie voor de kosten van jeugdzorg. Voor de jaren 2025 tot en met 2027 worden we “redelijk” gecompenseerd voor de stijgende kosten van jeugdzorg. Voor de jaren erna boekt het Rijk echter een stevige extra bezuiniging op jeugdzorg in en houdt het Rijk ook vast aan de bezuinigingen vanuit de hervormingsagenda. Deze bezuinigingen vanuit het Rijk zijn te ambitieus voor gemeenten.
Volgvel
Ons kenmerk
3
Daarnaast wordt er geen indexering van de kosten voor jeugdzorg toegepast, zoals de deskundigencommissie had aanbevolen. Tussen het Rijk en gemeenten is afgesproken dat de deskundigencommissie van Ark in het eerste kwartaal 2027 een uitspraak doet over de haalbaarheid van het financieel kader vanaf 2028. Vandaar dat we voor de jaren 2025-2027 een zo realistisch als mogelijke begroting hebben opgesteld voor jeugdzorg, maar dat we voor de jaren erna werken met een geaccepteerd tekort in de programmabegroting, zijnde de tekorten die we op jeugdzorg voorzien. Deze tekorten moeten naar onze mening gecompenseerd worden door het Rijk. Om deze begroting voor 2026 sluitend te maken voerden we een ombuigingsoperatie door. In de kadernota presenteerden we de strategische heroriëntatie. In totaal tellen de ombuigingen op tot een bedrag van ruim € 10 miljoen in 2029, dit is inclusief de taakstelling op jeugd en Wmo. Uitkomsten Eerste financiële tussenrapportage 2026 Per saldo geven de uitkomsten van deze financiële tussenrapportage een fors nadeel van € 3,3 miljoen in 2026 en meerjarig een nadeel van € 0,4 miljoen. Dit maakt dat het structurele tekort oploopt naar € 3,3 miljoen (waarvan € 3 miljoen geaccepteerd tekort). Het structurele tekort wordt met name veroorzaakt door het niet realiseren van de bezuiniging op AZOSS.
Het jaar 2026 kent op basis van deze rapportage een tekort van afgerond € 1,1 miljoen. De eerste financiële tussenrapportage is een eerste bijstelling van de begroting van 2026. We verwachten nog mogelijke incidentele voordelen bij het opstellen van de programmabegroting, zoals onderuitputting van budgetten en mogelijke rentevoordelen. Op dit moment zien we het nadelige saldo van 2026 nog niet als een probleem. Het structurele tekort loopt op naar € 3,3 miljoen in 2029. Dat is € 0,3 miljoen hoger dan het geaccepteerde tekort. Daarnaast is er een fors risico dat het tekort van jeugd structureel doorwerkt. Dit bekijken we in samenhang met de kostenbeheersingsmaatregelen bij de programmabegroting. Dit vormt een nadrukkelijk risico voor het maken van een sluitende meerjarenbegroting. Daarnaast willen we benadrukken dat het realiseren van de ombuigingsvoorstellen/bezuinigingen van groot belang is voor onze structurele begroting. Overige ontwikkelingen We hebben in deze eerste financiële tussenrapportage 2026 een tweetal overige ontwikkelingen opgenomen. Dit zijn geen onvermijdelijke kosten maar hierin zijn keuzes te maken. We brengen ze daarom apart in beeld. Bezuinigingsmonitor Bij de programmabegroting 2026-2029 zijn de ombuigingsvoorstellen vanuit de strategische heroriëntatie verwerkt in de begroting.
Een aantal voorstellen is daarmee al direct gerealiseerd, een aantal anderen moet nog verder worden uitgewerkt en gerealiseerd.
Volgvel
Ons kenmerk
4
We gaan de komende jaren 2 keer per jaar een bezuinigingsmonitor opstellen waarin we de voortgang van het realiseren van de bezuiniging aangeven. We geven per maatregel aan hoe de voortgang is op tijd (T) en geld (G) via een stoplichtrapportage (groen/oranje/rood). Deze rapportage bevat de eerste versie van deze monitor. Per programma en bezuiniging hebben we aangegeven wat de status is. Een groot deel is al gereed. Van de lopende maatregelen staan er veel op 'groen', deze lopen dus op schema. Eén bezuiniging staat op rood, deze is in deze rapportage gemeld als autonome ontwikkeling. Het gaat om het niet realiseren van de maatregel op AZOSS vanwege landelijke wijzigingen in beleid rondom het verlagen van het eigen risico voor zorgkosten. Enkele maatregelen staan op oranje, we sturen er op om deze weer op 'groen' te krijgen. De belangrijkste daarbij is de bezuiniging voor jeugdhulp, gezien de verdere kostenstijging uit de jaarrekening 2025. Daarnaast gaan we de volgende lijn hanteren: wanneer een bezuiniging niet gerealiseerd kan worden, is het uitgangspunt om dan binnen dezelfde portefeuille een taakstelling voor dat bedrag neer te leggen en de opdracht te geven om met een vervangende besparing te komen. Op deze manier houden we grip op het realiseren van het te bezuinigen bedrag.
Het gaat om een principe-uitspraak waar, indien gewenst, van afgeweken kan worden via een (college- en) raadsbesluit. Waar moeten we rekening mee houden? a. Financiën We hebben de financiële effecten beschreven in deze tussenrapportage. b. Communicatie Niet van toepassing. c. Uitvoering Niet van toepassing. d. Overlegd met Budgethouders, Directieteam en F&C Bijlagen: Eerste financiële tussenrapportage 2026
Volgvel
Ons kenmerk
5
Samenvatting (=korte inhoud) Het jaar 2026 kent op basis van deze rapportage een tekort van afgerond € 1,1 miljoen. Het structurele tekort loopt op naar € 3,3 miljoen in 2029. Dat is € 0,3 miljoen hoger dan het geaccepteerde tekort. Daarnaast is er een fors risico dat het tekort van jeugd structureel doorwerkt. Dit bekijken we in samenhang met de kostenbeheersingsmaatregelen bij de programmabegroting. Dit vormt een nadrukkelijk risico voor het maken van een sluitende meerjarenbegroting.