Richtlijnen verduurzamen van cultureel erfgoed.DOCX
Tekst van het document
Richtlijnen verduurzamen van cultureel erfgoed Introductie Met onderstaande richtlijnen geeft de gemeente Oss haar visie op het treffen van energiebesparende maatregelen en het plaatsen van zonnepanelen, zonnecollectoren en warmtepompen op Rijksmonumenten, gemeentelijke monumenten, beeldbepalende en karakteristieke gebouwen en gebouwen gelegen in beschermde stadsgezichten. Daarmee biedt zij een handreiking aan eigenaren van deze gebouwen op deze onderwerpen. De algemene regels vormen de basis en zijn altijd van toepassing. De richtlijnen die hieronder per maatregel beschreven zijn vormen uitgangspunten. Dit houdt in dat er onderbouwd vanaf geweken kan worden. Of die onderbouwing voldoende is, is ter beoordeling aan de erfgoedcommissie.
Algemene regels De algemene regels die gelden bij het treffen van energiebesparende maatregelen en het plaatsen van zonnepanelen, zonnecollectoren en warmtepompen op monumenten, beeldbepalende gebouwen en gebouwen gelegen in beschermde stadsgezichten, zijn: •
Er vindt geen onevenredige aantasting plaats van de cultuurhistorische waarden (van het object of omgeving)
•
Er treedt geen schade op aan het gebouw op korte en lange termijn.
Richtlijnen energiebesparende maatregelen Gevel- en muurisolatie Gevel- of muurisolatie bij cultureel historisch erfgoed dient in de meeste gevallen aan de binnenzijde te worden aangebracht, in overleg met de erfgoedcommissie kan hierin een andere keuze worden gemaakt. Isolatie aan de binnenzijde kan worden aangebracht door een voorzetwand, of door isolatie aan te brengen in een bestaande spouwmuur. De uitgangspunten hierbij zijn dat: •
Het geen schade toebrengt op de korte of lange termijn. Het niet goed uitvoeren of het niet juist kiezen van isolatiemateriaal kan leiden tot condensvorming, wat vervolgens weer kan leiden tot rotting van de houten constructie.
•
Het de monumentale interieuronderdelen niet onevenredig aantast of onomkeerbaar aan het zicht onttrekt. Te denken valt aan lambriseringen, wandbespanningen, monumentale plafonds en plafondlijsten.
Raamisolatie Raamisolatie kan worden toegepast door isolerende beglazing of het plaatsen van een binnenvoorzetraam. Algemeen gelden de volgende uitgangspunten: •
Indien sprake is van monumentale vensters geldt dat bestaande monumentale kozijnen en raamhout niet ingrijpend mogen worden aangepast of worden vervangen ten behoeve van isolerende maatregelen.
•
Het uiterlijk/detaillering van het venster mag niet ingrijpend veranderen.
•
Maatregelen die worden getroffen moeten dan ook omkeerbaar kunnen zijn, nieuwe ramen hierop zijn uitgezonderd.
•
Het behoud van de bestaande ramen gaat voor het vernieuwen van ramen.
Er kunnen maatwerk maatregelen worden onderzocht op basis van het maken van een overzicht van al uw vensters waarin inzicht is ontstaan over de aanwezige monumentale waarden, type beglazing, detaillering van de kozijnen raamhout. Het kan ook zijn dat er verschillende combinaties worden gemaakt tussen vernieuwen/aanpassen beglazing en/of het plaatsen van binnen voorzetramen. Voor isolerend glas zijn de volgende uitgangspunten van kracht: •
Het mag niet ten koste gaan van historisch waardevol glas (gekleurd of bewerkt glas, glasin-lood, getrokken of gedraaid glas – uitgezonderd ‘antiek glas’, …). Glas-in-loodramen mogen niet vervangen worden en ook niet in de luchtspouw van dubbel glas worden aangebracht. Tenzij het glas-in-lood en de ramen zelf geen monumentale waarden vertegenwoordigen.
•
Bij dubbele beglazing worden afstandsprofielen toegepast tussen de 2 ramen. Deze moeten worden uitgevoerd in de kleur van het raam of met een zwarte rubberkern in plaats van metaal.
•
Het is in te passen in het bestaande raamhout en mag niet ten koste van de detaillering en architectonische uitstraling van het venster gaan.
•
Indien Isolerend glas zwaarder is dan enkel glas en het bestaande raam het zwaardere glas niet aankan, mag tot vervanging worden over gegaan (na verkrijgen van vergunning), in de volgende gevallen: o
Het bestaande raam heeft geen monumentale waarden.
o
Het bestaande raam vertegenwoordigt monumentale waarden, maar verkeert in zodanig slechte technische staat, dat het behouden van het raam aantoonbaar en redelijkerwijs niet mogelijk is.
o
Het bestaande raam vertegenwoordigt monumentale waarden maar is onherstelbaar aangetast.
Bij vervanging van een raam dat geen monumentale waarden vertegenwoordigt is het belangrijk dat het nieuwe raam in detaillering en materiaalkeuze aansluit bij het karakter van het monument. Bij vervanging van een raam dat monumentale waarden vertegenwoordigd is het belangrijk dat het uiterlijk en de detaillering van het bestaande raam wordt overgenomen door het nieuwe raam. Het bestaande raamsysteem (openen, hang- en sluitwerk) blijft gehandhaafd bij een monumentaal raam. Voor het plaatsen van een binnenvoorzetraam zijn de volgende uitgangspunten van kracht: •
De detaillering en materiaalkeuze sluiten aan bij het karakter van het monument en / of zijn bescheiden van opzet en uitvoering.
•
De bevestiging brengt geen onevenredige schade toe aan de historische betimmeringen of lijstwerk.
•
Er vindt geen vervolgschade plaats door condensvorming.
Dakisolatie Dakisolatie kan het beste aan de buitenzijde van het dak worden aangebracht. Bij dakisolatie aan de buitenkant is het belangrijk om op de volgende uitgangspunten te letten: •
Een dak mag na het plaatsen van isolatie niet hoger worden dan de bovenrand van de voor- of achtergevel.
•
Bij een schuin dak bedraagt de resterende gootbreedte minimaal 15 cm, na het plaatsen van isolatie.
Indien isolatie aan de buitenzijde niet mogelijk is door bovenstaande uitgangspunten dan is overleg met de erfgoedcommissie hierover mogelijk, waarin er gekeken kan worden naar afwijking van bovenstaande uitgangspunten of isolatie aan de binnenzijde van de dakconstructie.
Vloerisolatie Vloerisolatie kan aangebracht worden door isolatie aan de onderkant van de vloer aan te brengen of door de vloer zelf te verhogen. Het belangrijkste uitgangspunt bij het toepassen van vloerisolatie is dat de maatregel het monumentale interieur niet aantast. Indien het gaat om een monumentaal interieur, betekent dit dat ten behoeve van de vloerisolatie de plafonds niet verlaagd mogen worden, monumentale deuren niet ingekort mogen worden, lambriseringen, plinten en andere monumentale interieuronderdelen mogen niet onevenredig aangetast worden. Kierdichting en isolatiematerialen Het dichten van kieren en naden draagt bij aan het isolatiegehalte en comfort van de woning. Maatregelen die worden getroffen moeten wel omkeerbaar kunnen zijn. Met kit of pur kieren of naden dichten is dan ook niet mogelijk. Met een tochtstrip wel. Ook de keuze van het isolatiemateriaal is belangrijk. Uitgangspunt hierbij is dat het niet leidt tot condensvorming, wat weer tot schade aan het gebouw zelf kan leiden. Ventilatie Het isoleren en het dichten van kieren en naden dragen bij aan het tegengaan van warmteverlies. Goede ventilatie is daarbij belangrijk voor zowel de eigen gezondheid als het behoud van het gebouw. Zonder goede ventilatie kan het vochtgehalte te hoog worden wat tot schade kan leiden aan het monument.
Het is daarom in enkele gevallen nodig om een ventilatievoorziening toe te voegen. Dit mag echter niet leiden tot het onevenredig aantasten van monumentale onderdelen. Ventilatieroosters in muren en glas zijn niet toegestaan, tenzij het raam vervangen of aangepast wordt en het ventilatierooster verborgen kan worden toegepast. Het toepassen van mechanische of balansventilatie is wel toegestaan, indien het de monumentale waarden niet onevenredig aantast of er geen aanpassing van de constructie voor nodig is.
Richtlijnen zonne-energie systemen en installaties Zichtbaarheid zonne-energie systemen Voor het plaatsen van zonne-energie systemen bij of op monumentale gebouwen, beeldbepalende gebouwen en gebouwen in de stads- en dorpszichten, is de volgende zonneladder het uitgangspunt: 1.
Het plaatsen van zonne-energie systemen op daken elders op het erf en uit het zicht vanuit de omgeving die publiekelijk toegankelijk is.
2.
Het plaatsen van zonne-energie systemen op het gebouw en uit het zicht van de omgeving die publiekelijk toegankelijk is. Bijvoorbeeld op de achterzijde.
3.
Het plaatsen van zonne-energie systemen op het erf.
4.
Het plaatsen van zonne-energie systemen op het gebouw die zichtbaar zijn vanuit de omgeving die publiekelijk toegankelijk is.
Deze verschillende treden worden op volgorde doorlopen. Indien niet kan worden voldaan aan een trede wordt dat onderbouwd en kan er naar de volgende trede worden gekeken. Zonne-energie installatie op het erf: Indien op basis van bovenstaande zonneladder de optie overblijft om zonnepanelen of collectoren op het erf te plaatsen, moet er rekening gehouden worden met het behoud van de erfgoedwaarden. De volgende uitgangspunten zijn daarvoor van belang: •
Er gaan geen cultuurhistorische of historisch-ruimtelijke waarden verloren voor het gebouw of het erf door de plaatsing van de installatie.
•
Het aanzicht en de ruimtelijke samenhang van het perceel en het gebouw – gezien vanuit de openbaar toegankelijke gebieden, terreinen en wateren in de omgeving - lijden niet onder de installatie.
•
De installatie wordt zo veel mogelijk uit het zicht geplaatst of het zicht erop wordt ontnomen, maar wel passend bij de bestaande inrichting van het erf.
•
Indien er graafwerkzaamheden nodig zijn voor de installatie dan leiden die niet tot verstoring van het bodemarchief of tot verlies van archeologische waarden.
Type en ontwerp van de zonne-energie installatie op dak Een zorgvuldig ontwerp voor plaatsing van de zonne-energie installatie en een zorgvuldige keuze in het type zonnepanelen of collectoren installatie is belangrijk, zodat de erfgoed waarden zo min mogelijk worden aangetast. De volgende uitgangspunten stellen wij aan het type zonnepanelen voor elektriciteitsopwekking: •
Egale kleur en de rand in dezelfde terughoudende kleur.
•
Matte, niet glanzende panelen
•
Het frame moet passen op pannendaken (geïntegreerd is niet toegestaan)
Voor het type zonnecollectoren voor warmteopwekking gelden de volgende uitgangspunten: •
Vlakkeplaatcollector
•
Zo min mogelijk reflectie
•
Egale kleur
In het ontwerp spelen het type erfgoed en de omgeving waarin het erfgoed staat een rol. Zonnepanelen of collectoren op industrieel erfgoed is bijvoorbeeld over het algemeen goed in te passen in het karakter en uitstraling van dit type erfgoed. Voor het ontwerp zijn de volgende uitgangspunten van kracht: •
De panelen of collectoren worden in een rechthoekig en regelmatig patroon gelegd dat ondergeschikt blijft aan de hoofdvorm van het dak en de daarop aanwezige elementen.
•
De kleur van de zonnepanelen en collectoren wordt (zo veel mogelijk) afgestemd op de kleur van het dak.
•
Opvallende randen bij zonnepanelen en collectoren, zoals een aluminium frame, zijn niet gewenst op een monumentaal of beeldbepalend dak.
•
De benodigde kabels naar de meterkast worden uit het zicht geplaatst. Indien dat niet mogelijk is, wordt dat onderbouwd en wordt er een kabelroute voorgesteld die geen evenredige schade aan het beeld en het gebouw toebrengt. Ook is het belangrijk dat de gehele installatie ook weer te verwijderen is, zonder blijvende schade.
•
De panelen of collectoren moeten zo dicht mogelijk tegen de dakpannen aan geplaatst worden.
•
Hanteer de voorkeursvolgorde die in de zonneladder staat onder de kop “zichtbaarheid van zonne-energie systemen”.
•
Geen panelen of collectoren tegen de nok of tegen de randen van het dakvlak aan plaatsen.
•
Let op het behouden van eenheid van het dakvlak.
•
Het plaatsen van panelen of collectoren op leien daken of dakkapellen is niet toegestaan.
•
Andere zichtbare onderdelen, zoals kabels, leidingen of bevestigings-middelen, steken niet af in glans en kleur.
Bij de keuze voor het type zonnepanelen en zonnecollectoren en bij de keuze van het ontwerp van de zonne-energie installatie speelt ook de dakbedekking van het monument of beeldbepalende gebouw een rol. De volgende uitgangspunten zijn van kracht: •
Indien de dakbedekking van monumentale waarde is, is het niet wenselijk om zonnepanelen of zonnecollectoren geïntegreerd in de dakbedekking toe te passen.
•
De voorkeur gaat uit naar zonne-energiesystemen die op het dak liggen.
•
Het uitgangspunt is om de historische dakbedekking te behouden. Ook wanneer deze vervangen dient te worden is dat identiek aan de historische dakbedekking.
•
Indien de vorm of afwerking van het dak ook bijzonder is, zijn zonne-energie systemen ongewenst. Dat is bijvoorbeeld bij een rond, spits of veelhoekig dak. Of een dak met een decoratief patroon of daken van bijzondere materialen zoals zeldzame dakpannen, sommige leien daken, de meeste daken van riet, koper, zink of lood.
•
Wanneer de dakbedekking niet van monumentale waarde is, dan kunnen er meer mogelijkheden zijn. Dat is maatwerk en zal ook afhangen van in hoeverre de zonnepanelen of zonnecollectoren in het zicht liggen.
Benodigde aanpassingen bij plaatsing Niet elk dak is nu al geschikt voor het plaatsen van zonne-energie systemen. In die gevallen is het vaak met een aantal aanpassingen wel geschikt te maken. Bijvoorbeeld wanneer de dakconstructie versterkt moet worden. Bij aanpassingen aan het monument of beeldbepalend gebouw zal per geval bekeken moeten worden of dit wenselijk is. Uitgangspunten zijn: -
Dat het niet mag leiden tot onevenredige schade aan het historisch materiaal of de constructie van het pand.
-
Dat de historische waardevolle dak opbouwen en andere elementen op het dak behouden moeten blijven.
Warmtepompen Ook voor cultureel erfgoed is het interessant om te kijken naar alternatieven voor aardgas. Voor de eigen individuele oplossing kan gedacht worden aan een (hybride) warmtepomp. Uiteraard geldt ook voor warmtepompen het algemene uitgangspunt dat ze niet de monumentale waarden mogen aantasten. Daarnaast zijn vanuit cultuur historisch oogpunt de volgende uitgangspunten van toepassing: -
Buiten units moeten uit het zicht geplaatst worden in beschermde stadsgezichten.
-
Buiten units worden aan het zicht ontnomen, eventueel door een ombouw.
-
Bij grondgebonden warmtepompsystemen kijkt u in het bestemmingsplan om na te gaan wat er kan en mag.
Windturbines Indien u graag een kleine windturbine op of nabij uw cultureel erfgoed wilt plaatsen, betreft dit altijd maatwerk. Om alvast een indruk te krijgen van de gemeentelijk geldende regels kan er gekeken worden naar het gemeentelijk beleid “kleine windturbines-beleidsregels”: https://www.oss.nl/bestuur_en_organisatie/verordeningen-enbeleidsdocumenten/Beleidsdocumenten.htm
Maatwerk en innovaties De gemeente Oss staat open voor het toepassen van maatwerk en innovaties bij energiebesparende maatregelen van en energieopwekking op het cultureel erfgoed. De ontwikkelingen gaan heel snel in bijvoorbeeld materialen, kleuren en toepassingsmogelijkheden. In alle gevallen is het uitgangspunt dat de gemeente een afweging zal maken tussen uw wens en behoefte en het behouden van de erfgoed waarden. In het geval u van mening bent dat uw situatie of de innovatie die u wilt toepassen, om maatwerk vraagt, dan vragen wij om een onderbouwing daarvan aan te leveren. Stuur die onderbouwing met een verzoek tot vooroverleg naar de balie BML afdeling VTH van de gemeente Oss.