Regioprofiel Cultuur Brabant Maakt Het (2018).PDF
Tekst van het document
BrabantStad maakt het
39
Voorstel voor afspraken met OCW 2021-2024
Voorstel voor afspraken met OCW 2021-2024
4 VOORSTEL VOOR AFSPRAKEN MET OCW 2021-2024
gezamenlijke aanpak voor de komende jaren. Met onze onderzoeksagenda Waarde voor Cultuur krijgen wij inzicht in de staat van de culturele sector in Brabant. De onderzoeksaanpak brengt verschillende deelonderzoeken samen en werkt daardoor als eenduidig referentiemodel. Alle programma’s sluiten naar ons oordeel goed aan op de visiebrief Cultuur in een open samenleving; des te meer een reden om hieraan als overheden met elkaar te werken.
Het is ons menens! De vijf grotere steden besteden gezamenlijk jaarlijks meer dan 100 miljoen euro aan cultuur (exclusief de grote investeringen in gebouwen). Daarnaast investeert de Provincie Noord-Brabant, als een van de weinige provincies, in cultuur, circa 23 miljoen euro per jaar. We onderstrepen de gezamenlijke aanpak om de waarde van cultuur de komende twee jaar te vergroten met extra inspanningen op de programma’s. We vragen de minister om een bijdrage op de totale ambitie van in ieder geval 400.000 euro in de komende twee jaar uit het programma proeftuinen. Daarnaast menen we dat de fondsen budgetten kunnen (gaan) aanwenden.
De BIS en rijksfondsen in Brabant Brabant kent een groot aantal organisaties dat niet alleen in de regio maar ook landelijk en internationaal een belangrijke functie heeft. Een aantal hiervan krijgt daarvoor ook erkenning, doordat zij behalve vanuit Brabant ook een meerjarige financiering krijgen vanuit het ministerie van OCW: de BIS-regeling (Basis Infrastructuur) of van de rijkscultuurfondsen. De culturele kracht van onze regio wordt hierdoor versterkt. Wij werken in onze provincie structureel aan de basis en de top. Alle BrabantStadpartners ondersteunen instellingen die van (inter)nationaal belang zijn. We doen dat vanuit een samenhangende blik op het ecosysteem. Daarbij is aandacht voor onze opleidingen, de broedplaatsen, TalentHubs, verbindingen met presentatieplekken, podia en bedrijven. In dat netwerk moet ook de top aanwezig zijn. Het Rijk maakt onderscheid tussen de BIS en de fondsen. Dat onderscheid is inhoudelijk en procedureel en kent tal van complicaties, zoals ook de Raad voor Cultuur heeft opgemerkt. Inhoudelijk is de hoofdgedachte achter de BIS dat het daarin gaat om ’systeem-instellingen’; organisaties die een cruciale functie vervullen voor een complete landelijke infrastructuur, zoals de orkesten, (jeugd)theatergezelschappen en presentatie-instellingen.
De fondsen financieren op basis van criteria als diversiteit, vernieuwing, spreiding, artistieke en zakelijke kwaliteit: sommige initiatieven vierjarig, andere tweejarig. Doordat fondsen eigen subsidievoorwaarden bepalen, krijgen gelijksoortige instellingen in de regio soms te maken met heel verschillende voorwaarden, zoals een hogere eigeninkomstennorm bij het Fonds Podiumkunsten. Dat vinden we bijzonder knellend voor het jeugdaanbod.
Onze programma's komen voort uit de ontwikkelingen die al langer in Brabant(Stad) gaande zijn, of geven een nieuwe impuls aan de versterking van kunst en cultuur in Brabant. Op het gebied van cultuureducatie en talentontwikkeling gebeurt al veel in Brabant. Internationalisering en publieksontwikkeling krijgen een centrale rol in onze
Het inhoudelijk onderscheid tussen de BIS en de fondsen is vanuit het perspectief van de stedelijke regio BrabantStad niet relevant of herkenbaar. De organisaties die landelijk gefinancierd worden, zijn vervlochten met ons hele cultureel ecosysteem. Zij vervullen in onze infrastructuur een wezenlijke functie, ongeacht het raamwerk van
Regioprofiel 2021-2024
BrabantStad maakt het
Samen blijven investeren in cultuur Als stedelijke regio werken wij aan een duurzaam systeem waarbij meer partijen essentieel zijn. Omdat onze structuren zijn verbonden aan die in het land, willen we dat het Rijk en de landelijke cultuurfondsen met ons meedoen. Een toekomstbestendig en sterker cultuursysteem kan zich niet alleen ontwikkelen vanuit Den Haag, maar evenmin alleen vanuit Brabant.
40
41
Voorstel voor afspraken met OCW 2021-2024
Voorstel voor afspraken met OCW 2021-2024
waaruit het Rijk ze financiert. BIS- en fondsfinanciering vormen voor ons één onlosmakelijk geheel en zijn nauw verbonden aan instellingen die alleen vanuit de regio worden gefinancierd. Denk daarbij aan de relatie tussen podia en producenten. We willen beklemtonen dat de fondsfinanciering afgestemd moet zijn op het geheel en zijn van mening dat uitbreiding van de BIS niet ten koste mag gaan van de bestaande kracht, doordat fondsfinanciering wordt ingeperkt.
→ De regio wil en kan een grotere rol spelen in het landelijk beleid We zien mogelijkheden en wenselijkheden om een groter aandeel in de BIS te nemen. Zoals gezegd denken we aan jeugddansgezelschap (De Stilte), nationaal design platform (Dutch Design Foundation), een Designmuseum/future lab voor ontwerp, festival/platform voor nieuwe muziek (November Music) en ruimte voor werkplaatsen, in het bijzonder het TextielLab.
Brabant kent op dit moment zes rijksgefinancierde instellingen in de BIS, waaraan ook de regio substantieel bijdraagt: EKWC, MU, Het Zuidelijk Toneel, Theater Artemis, Opera Zuid en philharmonie zuidnederland. Ze vervullen functies van postacademische opleiding beeldende kunst, presentatie-instelling, toneelgezelschap middelgroot, jeugdtheatergezelschap, reizend operaaanbod en symfonieorkest. Voor een robuust en breed landelijk stelsel zijn er in Brabant uitstekende mogelijkheden om de ontbrekende functies jeugddansgezelschap en nationaal design platform in de BIS in te vullen. We denken dan met name aan De Stilte, aan de Dutch Design Foundation en een Designmuseum/future lab voor ontwerp. Ten aanzien van de werkplaatsen denken we dat het TextielLab in Tilburg een meer manifeste positie moet hebben, te midden van andere werkplaatsvoorzieningen. Als uitbreiding ten behoeve van het landelijk muziekklimaat is de functie van festival/platform voor nieuwe muziek, zoals ingevuld door November Music, complementair aan andere spelers. Voor deze organisaties geldt dat ze niet alleen die landelijke functie kunnen vervullen, maar ook dat ze in de regio ingebed zijn bij opleidingen, makers, bedrijven en publiek. Daarnaast heeft een groot aantal instellingen momenteel ondersteuning van een van de rijkscultuurfondsen en er dienen zich komende jaren nieuwe spelers aan.
Samen maken we hun successen en groei mogelijk. Wij dringen er nogmaals op aan dat, indien lacunes in de BIS worden opgevuld, dit de culturele kracht van onze regio niet mag verzwakken door een verminderde fondsfinanciering. Tenslotte: versterking van de regio door rijksfinanciering Voor een goed samenspel tussen het Rijk en de regio zijn de volgende onderwerpen voor ons van groot belang:
Regioprofiel 2021-2024
42
→ Opdrachten aan de BIS-gefinancierde organisaties We maken graag afspraken over de inbedding van de landelijke BIS binnen het regionaal cultureel ecosysteem. We achten het wenselijk dat deze instellingen een belangrijkere rol spelen in de versterking daarvan. Wij zien de BIS-instellingen nadrukkelijk als verantwoordelijkheid van het Rijk, die vanuit het Rijk de opdracht krijgen zich optimaal te verbinden met de regio. Daarmee vragen we de minister om flexibeler te zijn bij het bepalen van de opdracht aan de BIS-functies in onze regio en de input van die regio mee te laten wegen bij de beoordeling. → Opdracht aan de fondsen Het belang dat de opdrachten die de rijksfondsen krijgen meer aansluiten bij de behoeften en wensen uit de regio is evident. Behalve het reeds genoemde aspect m.b.t. subsidievoorwaarden, bepleiten we dat bij alle fondsen de mogelijkheden voor vierjarige financiering bestaan. Op die manier kan de sector zich als geheel beter doorontwikkelen. Daarnaast vinden we het relevant dat er in voldoende mate geïnvesteerd wordt in programmeringsbudgetten voor podia en festivals met betrekking tot internationale programmering. De internationale netwerken zijn er, evenals het publiek.
Een meer internationale programmering past bij de schaal van ons stedennetwerk en bij het toenemend aantal inwoners uit andere landen, zoals die onder meer door onze bedrijven en universiteiten worden aangetrokken. Tevens zijn beurzen en bijdragen voor individuele makers en internationaal werkende gezelschappen van cruciaal belang. Dit geldt zowel voor projecten in Nederland als mogelijkheden voor financiering van internationale presentaties en uitwisselingen. Het sluit aan bij de vervolgstappen vanuit onze TalentHubs.
BrabantStad maakt het
43
Colofon
Het regioprofiel is een uitgave van de Taskforce cultuurvisie BrabantStad. Eindredactie Tim Durlinger Ontwerp Architects of Identity (Edhv) Visuals Bastiaan de Nennie www.regioprofiel.nl © BrabantStad Oktober 2018
Regioprofiel 2021-2024
44
www.regioprofiel.nl