CConstaterende datOss
Koppel je AI →
Document · PDF

Regels. BPgalerijheuvel-VG02

Gemeenteraad 27 februari 2025, gemeente OssBij agendapunt: B Herstelbesluit bestemmingsplan Galerij / Heuvel Oss - 202417.191 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

BESTEMMINGSPLAN Galerij / Heuvel Oss - 2024 Regels

Gemeente Oss | Raadhuislaan 2 | 5341 GM | Oss | T: 14 0412 | F: 0412 642605 | www.oss.nl |

Galerij/Heuvel Oss - 2024

Galerij/Heuvel Oss - 2024 pag 2 van 135 vastgesteld

Inhoudsopgave

Regels

3

Hoofdstuk 1

Inleidende regels

4

Artikel 1

Begrippen

4

Artikel 2

Wijze van meten

13

Hoofdstuk 2

Bestemmingsregels

15

Artikel 3

Centrum - Kernwinkelgebied

15

Artikel 4

Verkeer - Verblijf

18

Artikel 5

Waarde - Archeologie historische kern

19

Artikel 6

Waarde - Cultuurhistorie

21

Hoofdstuk 3

Algemene regels

22

Artikel 7

Anti-dubbeltelbepaling

22

Artikel 8

Algemene bouwregels

23

Artikel 9

Afwijken van de bouwregels algemeen

24

Artikel 10

Algemene wijzigingsregels

25

Artikel 11

Overige regels

26

Hoofdstuk 4

Overgangs- en slotregels

27

Artikel 12

Overgangsrecht

27

Artikel 13

Slotregel

28

Bijlagen bij de regels

29

Bijlage 1

Akoestisch onderzoek

30

Bijlage 2

Lijst van rechtstreeks toelaatbare aan huis gebonden activiteiten

105

Bijlage 3

Toetsingskader waarde cultuurhistorie

109

Bijlage 4

Milieuzoneringslijst

123

Galerij/Heuvel Oss - 2024 pag 3 van 135 vastgesteld

Regels

Galerij/Heuvel Oss - 2024 pag 4 van 135 vastgesteld

Hoofdstuk 1 Artikel 1 1.1

Inleidende regels

Begrippen

plan:

het bestemmingsplan Galerij/Heuvel Oss - 2024 van de gemeente Oss 1.2

bestemmingsplan

de geometrisch bepaalde planobjecten als vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0828.BPgalerijheuvel-VG02 met de bijbehorende regels en bijlagen. 1.3

aan huis gebonden activiteit

een beroeps- of bedrijfsmatige activiteit die in of bij een woning door de bewoner wordt uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate de woonfunctie behoudt en een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is. 1.4

aanbouw:

een aan een hoofdgebouw toegevoegde, afzonderlijke ruimte die qua afmetingen en/of visueel opzicht (onder meer voor wat betreft goothoogte, dakhelling en/of dakvorm), ondergeschikt is aan het hoofdgebouw. 1.5

aanduiding:

een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 1.6

aanduidingsgrens:

de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft. 1.7

achtergevelrooilijn:

de achterste grens van een bouwvlak, gezien vanaf de weg waarop het hoofdgebouw is georiënteerd; indien er niet sprake is van een achterste grens van een bouwvlak dan wel geen bouwvlak is aangegeven: de denkbeeldige lijn die wordt getrokken langs de achtergevel van het hoofdgebouw zonder aan- en uitbouwen en aangebouwde bijgebouwen - alsmede het verlengde daarvan. 1.8

afhankelijke woonruimte:

een vrijstaand bijgebouw dat qua ligging een ruimtelijke eenheid vormt met de bijbehorende woning en waarin een gedeelte van de huishouding uit een oogpunt van mantelzorg gehuisvest is. 1.9

bebouwing:

één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouw zijnde. 1.10

bed en breakfast

een kleinschalige overnachtingsaccommodatie gericht op het bieden van de mogelijkheid tot een toeristisch en veelal kortdurend verblijf met het serveren van ontbijt, gevestigd in een woonhuis of bijbehorende aan- of uitbouw of bijgebouw en volledig gedreven door de bewoner van het betreffende woonhuis.

Galerij/Heuvel Oss - 2024 pag 5 van 135 vastgesteld

1.11

bedrijf/bedrijfsactiviteit:

de uitoefening van opslag-, handels-, transport- en industriële en ambachtelijke bedrijven, een en ander met uitsluiting van agrarische bedrijven, detailhandel, horeca, dienstverlening, zelfstandige kantoren, maatschappelijke voorzieningen en voorzieningen op het gebied van cultuur en ontspanning; 1.12

bedrijfsgebouw:

een gebouw dat dient voor de uitoefening van een bedrijf of bedrijfsactiviteit. 1.13

bedrijfswoning:

een woning in of bij een gebouw of op een terrein, kennelijk slechts bedoeld voor (het huishouden van) een persoon wiens huisvesting daar gelet op de bestemming van het gebouw of het terrein noodzakelijk is. 1.14

beperkt kwetsbaar object:

een object waarvoor ingevolge het Besluit externe veiligheid inrichtingen een richtwaarde voor het risico c.q. een risicoafstand tot een risicovolle inrichting is bepaald die in acht genomen moet worden. 1.15

bedrijfsvloeroppervlakte (bvo):

de totale vloeroppervlakte van de ruimte binnen een bouwwerk en/of op een terrein die wordt gebruikt voor de uitoefening van een aan-huis-verbonden-beroep c.q. een bedrijf, kantoor of een dienstverlenende instelling, inclusief opslag- en administratieruimten en dergelijke. 1.16

bestaand:

ten aanzien van bouwwerken: bouwwerken die op het tijdstip van van inwerkingtreding van dit plan bestonden of in uitvoering waren, dan wel gebouwd zijn of gebouwd kunnen worden overeenkomstig de Woningwet of Wet algemene bepalingen omgevingsrecht of krachtens die wetten gegeven voorschriften; ten aanzien van gebruik: gebruik van gronden en opstallen zoals dat aanwezig is op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan. 1.17

bestemmingsgrens:

de grens van een bestemmingsvlak. 1.18

bestemmingsvlak:

een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming. 1.19

bijgebouw:

een op zichzelf staand, al dan niet vrijstaand gebouw, dat door de vorm onderscheiden kan worden van het op hetzelfde bouwperceel gelegen hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw. 1.20

bijzondere woonruimte:

woonruimte waarin al dan niet zelfstandige woningen zijn opgenomen met gemeenschappelijke voorzieningen zoals een bejaardenhuis, woonzorgcomplex of daarmee gelijk te stellen voorziening; 1.21

bouwen:

het plaatsen, geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen, veranderen of vergroten van een bouwwerk;

Galerij/Heuvel Oss - 2024 pag 6 van 135 vastgesteld

1.22

bouwgrens:

de grens van een bouwvlak. 1.23

bouwlaag:

een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of nagenoeg gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw en zolder. 1.24

bouwmassa:

een verzameling gebouwen bestaande uit een vrijstaand hoofdgebouw dan wel twee of meer aaneengebouwde hoofdgebouwen inclusief aan- en uitbouwen. 1.25

bouwperceel:

een aaneengesloten stuk grond waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten. 1.26

bouwperceelgrens:

de grens van een bouwperceel. 1.27

bouwvlak:

een geometrisch bepaald vlak waarmee gronden zijn aangeduid waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouw zijnde zijn toegelaten. 1.28

bouwwerk:

elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die op de plaats van bestemming hetzij direct, hetzij indirect met de grond verbonden is, hetzij direct, hetzij indirect steun vindt in of op de grond, bedoeld om ter plaatse te functioneren. 1.29

carport:

een dakconstructie, vrijstaand zonder wanden dan wel aan maximaal drie zijden begrensd door de gevels van belendende gebouwen, bestemd voor het overdekt stallen van auto's. 1.30

cultuur en ontspanning (c.q. voorzieningen op het gebied van)

het al dan niet bedrijfsmatig verrichten van activiteiten gericht op spel, vermaak en ontspanning, waaronder begrepen: atelier, bioscoop, bowlingbaan, creativiteitscentrum, dansschool, fitnesscentrum, museum, muziekschool, muziektheater, sauna, sportschool, theater, wellnesscentrum, alsmede ondergeschikte detailhandel en horeca in combinatie met en ten dienste van deze voorzieningen. 1.31

cultuurhistorische waarde:

de aan een bouwwerk of een gebied toegekende waarde die wordt gekenmerkt door het beeld dat is ontstaan door het gebruik dat de mens in de loop van de geschiedenis heeft gemaakt van dat bouwwerk of dat gebied. 1.32

detailhandel:

het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit.

Galerij/Heuvel Oss - 2024 pag 7 van 135 vastgesteld

1.33

detailhandel-grootschalig:

detailhandel met een verkoopvloeroppervlakte van minimaal 500 m2. 1.34

dienstverlening:

een bedrijfsmatige activiteit met een uitsluitend of in hoofdzaak dienstverlenende of verzorgende taak al dan niet met een baliefunctie, zoals: uitzendbureaus, reisbureaus, wasserettes, kapsalons, bijkantoren van banken en van sociaal-culturele instellingen, postagentschappen, telefoon-, internet-, telegraaf- en telexdiensten, snelfoto-ontwikkel- en copy-shops, videotheken en autorijscholen. 1.35

dove gevel

een gevel als bedoeld in artikel 1b vijfde lid van de Wet geluidhinder. 1.36

eerste bouwlaag:

de bouwlaag op de begane grond. 1.37

escortbedrijf:

de natuurlijke persoon, groep van personen of rechtspersoon die bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig is prostitutie aanbiedt die op een andere plaats dan in de bedrijfsruimte wordt uitgeoefend. 1.38

functie:

activiteiten ten behoeve waarvan gebruik van gebouwen en/of gronden of aangewezen delen daarvan is toegestaan. 1.39

galerie:

ruimte voor het exposeren en verkopen van kunstobjecten. 1.40

gebouw:

elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. 1.41

gebouwd terras:

een uitbouw aan een gebouw in gebruik ten behoeve van een horecavestiging, die uitsluitend dienst doet als zitgelegenheid voor bezoekers van die horecavestiging. 1.42

gebruiksoppervlakte:

De bruikbare vloeroppervlakte, geschikt voor het beoogde gebruik, bepaald volgens NEN2580. 1.43

geluidzoneringplichtige inrichting:

inrichtingen als bedoeld in de artikelen 1 en 41 van de Wet geluidhinder, die in belangrijke mate geluidhinder kunnen veroorzaken, en die zijn aangewezen in bijlage I, onderdeel D behorend bij het Besluit omgevingsrecht. 1.44

gestapelde bebouwing:

bebouwing bestaande uit in één hoofdgebouw boven en eventueel naast elkaar gelegen zelfstandige woningen.

Galerij/Heuvel Oss - 2024 pag 8 van 135 vastgesteld

1.45

gevellijn:

de aanduiding van de grens van het bouwvlak die gericht is naar de weg of ander openbaar gebied en waarop de bebouwing is georiënteerd. 1.46

groothandel:

het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan wederverkopers dan wel aan instellingen of personen tot aanwending in een andere bedrijfsactiviteit. 1.47

hoofdgebouw:

een of meer panden, of een gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer panden of bouwwerken op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is.. 1.48

horeca van categorie 1

een bedrijf dat in hoofdzaak is gericht op het verstrekken van nachtverblijf, al dan niet in combinatie met het exploiteren van zaalaccommodatie, en waarbij het vertrekken van voedsel en dranken daaraan ondergeschikt is, zoals een hotel of pension. 1.49

horeca van categorie 2

een bedrijf dat in hoofdzaak gericht is op het bedrijfsmatig verstrekken van al dan niet ter plaatse bereide etenswaren ten behoeve van consumptie ter plaatse, alsmede het daaraan ondergeschikt verstrekken van dranken, al dan niet in combinatie met het verstrekken van nachtverblijf en/of het exploiteren van zaalaccommodatie, zoals een (hotel)restaurant, pannenkoekenhuis, eetcafé en pizzeria, uitgezonderd een maaltijdafhaalcentrum. 1.50

horeca van categorie 3

een bedrijf dat in hoofdzaak gericht is op het bedrijfsmatig verstrekken van ter plaatse bereide snacks, ijs en kleine maaltijden voor consumptie, zowel ter plaatse als elders, met daaraan ondergeschikt het verstrekken van dranken, zoals een snackbar, cafetaria, maaltijdafhaalcentrum, lunchroom en ijssalon. 1.51

horeca van categorie 4

een bedrijf dat in hoofdzaak gericht is op het bedrijfsmatig verstrekken van overwegend alcoholische dranken voor consumptie ter plaatse, al dan niet in combinatie met kleine etenswaren, zoals een café; 1.52

horeca categorie 5

een bedrijf dat in hoofdzaak gericht is op het bedrijfsmatig bieden van gelegenheid tot dansen dan wel het uitoefenen van een kans- en behendigheidsspel al dan niet in combinatie met het verstrekken van dranken, zoals een dancing of een discotheek. 1.53

huishouden:

een huishouden bestaat uit één of meer personen die op hetzelfde adres wonen en een economisch-consumptieve eenheid vormen. Van een huishouden is slechts sprake indien er bloedverwantschap, huwelijksbinding of een daaraan in intensiteit en continuïteit gelijk te stellen mate van binding tussen de bewoners is, waaronder mede wordt begrepen:

Galerij/Heuvel Oss - 2024 pag 9 van 135 vastgesteld

1.54

inwoning:

het hoofdgebouw en/of aan- en uitbouw, al dan niet bij wijze van mantelzorg en al dan niet met eigen voorzieningen;

1.55

kamerverhuur:

een met een gezin gelijk te stellen samenlevingsverband, waaronder mede wordt begrepen de gezamenlijke huisvesting van een groep van maximaal 2 niet verwante personen, die gebruik maken van de gemeenschappelijke voorzieningen in de won1.55 kamerverhuur: het bedrijfsmatig (nacht)verblijf aanbieden, waarbij de kamerhuurder ter plaatse het hoofdverblijf heeft. 1.56

kampeermiddel:

tent, tentwagen, kampeerauto of caravan dan wel enig ander onderkomen of enig ander voertuig of gewezen voertuig of gedeelte daarvan, voor zover geen bouwwerk zijnde, een en ander voor zover deze onderkomens of voertuigen geheel of ten dele blijvend zijn bestemd of opgericht dan wel worden of kunnen worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf. 1.57

kantoor:

een ruimte of bij elkaar horende ruimten die bestemd is/zijn om voornamelijk te worden gebruikt voor administratieve werkzaamheden of administratieve dienstverlening. 1.58

kantoor met baliefunctie:

een kantoor met een publieksaantrekkende hoofdfunctie zoals een bank, postkantoor, reisbureau en uitzendbureau. 1.59

kelder:

een geheel of nagenoeg geheel, dat wil zeggen maximaal 0,5 m boven peil, ondergronds gelegen ruimte, die grotendeels is gesitueerd onder een bijbehorend bovengronds bouwwerk. 1.60

kwetsbaar object:

een object waarvoor ingevolge het Besluit externe veiligheid inrichtingen een grenswaarde voor het risico c.q. een risicoafstand tot een risicovolle inrichting is bepaald die in acht genomen moet worden. 1.61

logies:

het bedrijfsmatig verblijf en/of nachtverblijf (altijd voor meerdere nachten) aanbieden, waarbij de betreffende persoon het hoofdverblijf elders heeft, waarbij geen sprake is van continuïteit in de samenstelling ervan en onderlinge verbondenheid, ongeacht of de personen hetzelfde werk verrichten, dezelfde nationaliteit delen en gezamenlijk de huishouding doen. 1.62

maatschappelijk c.q. maatschappelijke voorzieningen:

maatschappelijke voorzieningen op het gebied en/of in de vorm van: bibliotheek, gezondheidszorg (incl. apotheek), jeugdopvang, kinder- en naschoolse opvang, onderwijs, openbaar bestuur en openbare dienstverlening, religie en levensbeschouwing, verenigingsleven, schouwburg, welzijnsinstelling, zorginstelling, alsmede ondergeschikte detailhandel en horeca in combinatie met en ten dienste van deze voorzieningen.

Galerij/Heuvel Oss - 2024 pag 10 van 135 vastgesteld

1.63

mantelzorg:

het bieden van zorg aan eenieder die hulpbehoevend is op het fysieke, psychische en/of sociale vlak, op vrijwillige basis en buiten organisatorisch verband. 1.64

milieuzoneringslijst:

de lijst van handels- en bedrijfsactiviteiten die onderdeel uitmaakt van de regels, waarin deze activiteiten naar milieucategorie zijn onderscheiden. 1.65

onderbouw:

een gedeelte van een gebouw dat gedeeltelijk onder peil is gelegen. 1.66

ondergeschikte detailhandel:

beperkte, op de eindgebruiker gerichte verkoop van goederen die functioneel rechtstreeks verband houden met bedrijfsactiviteiten die als hoofdfunctie worden uitgeoefend. 1.67

onzelfstandige woonruimte:

woonruimte welke geen eigen afsluitbare toegang heeft of welke niet door één huishouden zelfstandig kan worden bewoond zonder afhankelijk te zijn van wezenlijke voorzieningen, zoals keuken, douche en toilet, buiten de woonruimte. 1.68

pand

de kleinste bij de totstandkoming functioneel en bouwkundig-constructief zelfstandige eenheid die direct en duurzaam met de aarde is verbonden en betreedbaar en afsluitbaar is. 1.69

patiowoning:

een woning met een geheel of gedeeltelijk omsloten binnenplaats of binnentuin, gevormd door de gevels van belendende dan wel op het eigen bouwperceel aanwezige bebouwing. 1.70

peil:

voor bouwwerken op een perceel, waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van de kruin van de weg ter plaatse van de hoofdtoegang; in alle andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het aansluitende, afgewerkte, normale maaiveld. 1.71

permanente bewoning:

bewoning van een verblijf als hoofdverblijf; 1.72

productiegebonden detailhandel:

beperkte, op de eindgebruiker gerichte verkoop van goederen vanuit een bedrijf dat die goederen vervaardigt/produceert, bewerkt en/of toepast in het productieproces, waarbij de detailhandelsfunctie ondergeschikt is aan de productiefunctie. 1.73

prostitutie:

het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding.

Galerij/Heuvel Oss - 2024 pag 11 van 135 vastgesteld

1.74

risicovolle inrichting:

een inrichting waarbij ingevolge het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) een grenswaarde, richtwaarde voor het risico c.q. risicoafstand moet worden aangehouden bij het in een bestemmingsplan toelaten van kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten. 1.75

ruimtelijke kwaliteit:

de kwaliteit van de ruimte zoals bepaald door de gebruikswaarde, de belevingswaarde en de toekomstwaarde van die ruimte. 1.76

seksinrichting:

de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was seksuele handelingen worden verricht of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden; onder een seksinrichting worden in elk geval verstaan: een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater, parenclub of een prostitutiebedrijf waaronder tevens begrepen een erotische-massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar. 1.77

short-stay:

het bedrijfsmatig verstrekken van logies met een minimum periode van twee weken tot zes maanden met een uitloop tot maximaal 12 maanden. 1.78

supermarkt:

een zelfbedieningswinkel met (hoofdzakelijk) een grote verscheidenheid aan levensmiddelen, waaronder ook vers groepen als groente, fruit, brood en vlees, en huishoudelijke producten, met een verkoopvloeroppervlakte van 500 m2. 1.79

trappenhuis:

een gedeelte van een gebouw waarin zich trappen en 1 of meerdere liften tussen de verdiepingen bevinden. 1.80

uitbouw:

de vergroting van een bestaande ruimte in een hoofdgebouw die qua afmetingen en/of in visueel opzicht (onder meer wat betreft (goot)hoogte, dakhelling en/of dakvorm), ondergeschikt is aan het hoofdgebouw. 1.81

verdieping:

elke bouwlaag boven de eerste bouwlaag op de begane grond. 1.82

verkoopvloeroppervlakte (vvo):

de totale oppervlakte van de voor het publiek toegankelijke en zichtbare winkelruimte, inclusief de etalageruimte en de ruimte achter de toonbank. 1.83

voorgevellijn:

de lijn (in hoeksituaties: de lijnen) waarin de naar de weg of ander openbaar gebied gekeerde gevel(s) van het dichtst bij die weg of ander openbaar gebied gelegen gebouw is (zijn) gelegen alsmede het verlengde daarvan.

Galerij/Heuvel Oss - 2024 pag 12 van 135 vastgesteld

1.84

vuurwerkbedrijf:

een inrichting waar professioneel vuurwerk en/of meer dan 10.000 kg consumentenvuurwerk aanwezig is. 1.85

werk:

een constructie geen bouwwerk zijnde. 1.86

wonen:

het bewonen van een woning. 1.87

woning:

een complex van ruimten, geschikt en bestemd voor de huisvesting van niet meer dan één huishouden. 1.88

woongebouw:

een gebouw dat meerdere naast elkaar gelegen en/of geheel of gedeeltelijk boven elkaar gelegen woningen omvat en dat qua uiterlijk als een eenheid kan worden beschouwd. 1.89

woonhuis:

een gebouw dat één woning omvat en dat qua uiterlijke verschijningsvorm als een eenheid kan worden beschouwd. 1.90

zelfstandige woonruimte:

woonruimte die door één huishouden wordt bewoond zonder afhankelijk te zijn van wezenlijke voorzieningen, zoals keuken, douche en toilet, buiten de woonruimte en beschikt over een eigen afsluitbare toegang, al dan niet bereikbaar via een gemeenschappelijke trappenhuis of galerij.

Galerij/Heuvel Oss - 2024 pag 13 van 135 vastgesteld

Artikel 2

Wijze van meten

Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1

de afstand tot de zijdelingse perceelsgrens:

de kortste afstand van het verticale vlak in de zijdelingse perceelsgrens tot enig punt van het betreffende bouwwerk op een bouwperceel. 2.2

de bebouwde oppervlakte van een bouwperceel:

de oppervlakte van alle op een bouwperceel aanwezige bouwwerken samen. 2.3

het bebouwingspercentage:

de oppervlakte, die met gebouwen (carports en overkappingen inbegrepen) is bebouwd, uitgedrukt in procenten van de oppervlakte van het bouwperceel, voor zover dat is gelegen binnen de bestemming, of binnen een in de regels nader aan te duiden gedeelte van die bestemming; bij het bepalen van de oppervlakte van een bouwperceel waarop een of meer woningen mogen worden gebouwd, wordt de oppervlakte van de bij de woning behorende bestemming 'Tuin' meegerekend; de oppervlakte wordt altijd in gehele getallen bepaald. 2.4

de bovenkant spoorstaaf:

de hoogte van de bovenkant van de laagste spoorstaaf. 2.5

de breedte, diepte c.q. lengte van een bouwwerk:

tussen de buitenwerkse hoofdgevelvlakken en/of de harten van gemeenschappelijke scheidingsmuren. 2.6

de dakhelling:

langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak. 2.7

de breedte van een bouwperceel:

tussen de zijdelingse perceelsgrenzen, gemeten over tenminste 3/4 van de lengte van het bouwperceel, in welke lengte in ieder geval het bouwvlak aanwezig is of de toegestane situering van het hoofdgebouw indien geen bouwvlak is aangegeven. 2.8

de goothoogte van een bouwwerk:

vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot c.q. de druiplijn, het boeibord of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. 2.9

de inhoud van een bouwwerk:

tussen de onderzijde van de beganegrondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. 2.10

de bouwhoogte van een bouwwerk:

vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen.

Galerij/Heuvel Oss - 2024 pag 14 van 135 vastgesteld

2.11

de oppervlakte van een bouwwerk:

tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.

Galerij/Heuvel Oss - 2024 pag 15 van 135 vastgesteld

Hoofdstuk 2 Artikel 3 3.1

Bestemmingsregels

Centrum - Kernwinkelgebied

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Centrum - Kernwinkelgebied' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. detailhandel, uitsluitend toegestaan op de begane grond, en met uitzondering van supermarkten met een verkoopvloeroppervlakte van meer dan 500 m2; b. horeca tot en met categorie 3, uitsluitend toegestaan op de begane grond; c. publiekgerichte dienstverlening, uitsluitend toegestaan op de begane grond; d. wonen; e. aan huis gebonden activiteiten, genoemd in de 'lijst van rechtstreeks toelaatbare aan huis gebonden activiteiten' (Bijlage 3) met een bedrijfsvloeroppervlakte van niet meer dan 35 m2; f. de bescherming van cultuurhistorische en archeologische waarden; g. ter plaatse van de aanduiding 'onderdoorgang' op de begane grond uitsluitend een onderdoorgang ten behoeve van verkeers- en verblijfsdoeleinden; h. ondergeschikte waterhuishoudkundige voorzieningen, verkeers- en groenvoorzieningen, tuinen, erven en terreinen. 3.2

Bouwregels

3.2.1

Algemeen

Bebouwing mag alleen worden opgericht ten behoeve van de doelen als genoemd in lid 3.1. 3.2.2

Hoofdgebouwen

Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a. Hoofdgebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd met dien verstande dat de voorgevels van de gebouwen in of maximaal 2 m achter de bouwgrenzen dienen te worden opgericht. b. De bouwhoogte mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding 'maximale bouwhoogte' is aangegeven, met dien verstande dat in afwijking hiervan ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van centrum - trappenhuis' een trappenhuis is toegestaan waarvan de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 17,1 meter. c. het aantal woningen mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' is aangegeven. d. Indien hoofdgebouwen niet plat worden afgedekt bedraagt de maximale dakhelling binnen de gebieden die medebestemd zijn voor Waarde - Cultuurhistorie 65o. e. Indien hoofdgebouwen niet plat worden afgedekt bedraagt de minimale dakhelling binnen de gebieden die medebestemd zijn voor Waarde - Cultuurhistorie 35o. f. De minimale oppervlakte van een woning bedraagt 50 m2. g. Kelders zijn toegestaan. 3.2.3

Aan- en uitbouwen en bijgebouwen

Voor het bouwen van aan- en uitbouwen en bijgebouwen gelden de volgende regels: a. Aan- en uitbouwen en bijgebouwen mogen niet worden gebouwd vóór de voorgevellijn. b. Aan- en uitbouwen en bijgebouwen mogen niet worden gebouwd ter plaatse van de aanduiding 'bijgebouwen uitgesloten'. c. De goothoogte mag niet meer bedragen dan 3,5 m. d. De bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 5 m.

Galerij/Heuvel Oss - 2024 pag 16 van 135 vastgesteld

3.2.4

Bouwwerken, geen gebouw zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouw zijnde, gelden de volgende regels: a. De bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer bedragen dan 2 m met uitzondering van erf- en terreinafscheidingen vóór de voorgevellijn waarvan de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 1 m. b. De bouwhoogte van andere bouwwerken, geen gebouw zijnde, anders dan sub a genoemd, mag niet meer bedragen dan 4 m. 3.2.5

Bebouwingspercentage

Het bebouwingspercentage bedraagt maximaal 100%, tenzij anders is aangegeven. 3.2.6

Voorwaardelijke verplichting ramen

Een omgevingsvergunning voor de activiteit 'Bouwen' kan slechts worden verleend als ter hoogte van de derde bouwlaag ter plaatse van de specifieke bouwaanduiding 'dichte gevel' geen ramen zijn voorzien. 3.2.7

Voorwaardelijke verplichting bodem

Een omgevingsvergunning voor de activiteit 'Bouwen' kan pas worden uitgevoerd als via een bodemonderzoek is aangetoond dat de bodemkwaliteit geschikt is voor functie van het bouwwerk. 3.2.8

Voorwaardelijke verplichting karakteristieke geluidswering

Een omgevingsvergunning voor de activiteit 'Bouwen' van een woning kan slechts worden verleend als bij de aanvraag aantoonbaar is gemaakt dat voor woningen met een gevel aan de Heuvel nabij de rekenpunten T01, T02 en T04 zoals opgenomen in het akoestisch onderzoek dat als bijlage 1 van deze regels is opgenomen, scheidingen zijn voorzien tussen de buitenruimtes en de geluidsgevoelige ruimtes die minimaal 20dB geluidsreductie behalen. 3.2.9

Voorwaardelijke verplichting geluidwerende scheiding

Een omgevingsvergunning voor de activiteit 'Bouwen' van een woning kan slechts worden verleend als bij de aanvraag aantoonbaar is gemaakt dat voor woningen met een gevel aan de Heuvel nabij de rekenpunten T01, T02 en T04 zoals opgenomen in het akoestisch onderzoek dat als bijlage 1 van deze regels is opgenomen, scheidingen zijn voorzien tussen de buitenruimtes en de geluidsgevoelige ruimtes die minimaal 20dB geluidsreductie behalen. 3.3

Afwijken van de bouwregels

Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken: a. van het bepaalde in 3.2.2 onder d. voor het toestaan van een maximale goothoogte en bouwhoogte van respectievelijk 10 m en 13 m voor zover hierdoor de cultuurhistorische waarden van het gebouw worden hersteld dan wel niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast, dan wel de mogelijkheden voor het herstel van die waarden niet onevenredig worden of kunnen worden verkleind zoals bedoeld in artikel 6 Waarde - Cultuurhistorie. b. van het bepaalde in 3.2.2 onder h. en i. voor het toestaan van een andere dakhelling voor zover hierdoor de cultuurhistorische waarden van het gebouw worden hersteld dan wel niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast, dan wel de mogelijkheden voor het herstel van die waarden niet onevenredig worden of kunnen worden verkleind zoals bedoeld in Artikel 6 Waarde Cultuurhistorie.

Galerij/Heuvel Oss - 2024 pag 17 van 135 vastgesteld

3.4

Specifieke gebruiksregels

3.4.1

Strijdig gebruik

Onder het gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met het bestemmingsplan wordt in ieder geval verstaan: a. gebruik van gronden, gebouwen, bouwwerken en onderkomens ten behoeve van een seksinrichting en/of escortbedrijf; b. het gebruik van vrijstaande bijgebouwen voor bewoning; c. de opslag van onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijke bestemming onttrokken goederen en van materialen, emballage en afval, behoudens voorzover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik. 3.4.2

Voorwaardelijke verplichting karakteristieke geluidwering

Een op grond van 3.2.2 toelaatbaar gebouw mag uitsluitend worden gebruikt als woning indien de volgens NEN 5077 bepaalde karakteristieke geluidwering van een uitwendige scheidingsconstructie van een verblijfsruimte aantoonbaar niet kleiner is dan het verschil tussen de hoogst berekende cumulatieve geluidsbelasting zoals volgt uit het akoestisch onderzoek dat is opgenomen als bijlage 1 bij deze regels en 35 dB(A) etmaalwaarde (langtijdgemiddeld beoordelingsniveau). 3.4.3

Voorwaardelijke verplichting geluidwerende scheiding

Woningen in een op grond van 3.2.2 toelaatbaar gebouw met een gevel aan de Heuvel nabij de rekenpunten T01, T02 en T04 zoals opgenomen in het akoestisch onderzoek dat als bijlage 1 van deze regels is opgenomen, mogen uitsluitend worden gebruikt als woning indien scheidingen zijn aangebracht tussen de buitenruimtes en de geluidsgevoelige ruimtes die minimaal 20dB geluidsreductie behalen. 3.4.4

Voorwaardelijke verplichting ramen

Een op grond van 3.2.2 toelaatbaar gebouw ter hoogte van de derde bouwlaag ter plaatse van de specifieke bouwaanduiding 'dichte gevel' mag alleen worden gebruikt zolang hierin op de derde bouwlaag ter plaatse van de specifieke bouwaanduiding 'dichte gevel' geen ramen aanwezig zijn. 3.5

Afwijken van de gebruiksregels

Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het verbod om een woning te gebruiken voor de huisvesting van meer dan één huishouden, mits: 1. het past binnen de geldende bouwregels en de overige geldende gebruiksbepalingen; 2. de woning niet bewoond wordt door meer dan één persoon per 12 m2 gebruiksoppervlakte; 3. de belangen van de eigenaren en / of gebruikers van betrokken en nabijgelegen gronden niet onevenredig worden geschaad; 4. het straat- en bebouwingsbeeld en de verkeersveiligheidsbelangen niet onevenredig worden geschaad; 5. er wordt voldaan aan het gemeentelijk beleid ten aanzien van parkeernormen; 6. de afwijking voorzien wordt van een ruimtelijke motivatie.

Galerij/Heuvel Oss - 2024 pag 18 van 135 vastgesteld

Artikel 4 4.1

Verkeer - Verblijf

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Verkeer - Verblijf' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e. f. g. h. i. j.

wegen en woonstraten met niet meer dan twee rijstroken; erven, pleinen en paden; parkeervoorzieningen; nutsvoorzieningen; groenvoorzieningen; straatmeubilair; speel- en verblijfsvoorzieningen en (beeldende) kunst; terrein voor markten, standplaatsen en evenementen; terrassen behorend bij horecavestigingen; voorzieningen ten behoeve van afvalinzameling en openbaar vervoer en zend- en ontvangstinstallaties; k. water en waterhuishoudkundige voorzieningen. 4.2

Bouwregels

4.2.1

Algemene bouwregels

Op of in deze gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouw zijnde, worden gebouwd ten behoeve van de in lid 4.1 genoemde doelen. Hiervoor gelden de volgende regels: a. De bouwhoogte van palen, masten en portalen voor geleiding, beveiliging en regeling van het verkeer mag niet meer bedragen dan 12 m. b. De bouwhoogte van zend- en ontvangstinstallaties mag niet meer bedragen dan 12 m. c. De bouwhoogte van objecten van (beeldende) kunst mag niet meer bedragen dan 15 m. d. De bouwhoogte van terrasafscheidingen mag niet meer bedragen dan 1.5 m. e. De bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouw zijnde, mag niet meer bedragen dan 4 m. 4.2.2 Kleine gebouwen ten behoeve van nutsvoorzieningen, openbaar vervoer, beheer openbare ruimte, straatmeubilair en zend- en ontvangstinsallaties In afwijking van het bepaalde in lid 4.2.1 mogen op deze gronden gebouwen ten behoeve van nutsvoorzieningen en openbaar vervoer worden gebouwd. Hiervoor gelden de volgende regels: a. De oppervlakte van een gebouw mag niet meer bedragen dan 20 m2. b. De hoogte van een gebouw mag niet meer bedragen dan 4 m. 4.3

Specifieke gebruiksregels

Onder verboden gebruik als bedoeld in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en de Wet ruimtelijke ordening wordt in ieder geval verstaan de opslag van onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijke bestemming onttrokken goederen en van materialen, emballage en afval, behoudens voorzover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik;

Galerij/Heuvel Oss - 2024 pag 19 van 135 vastgesteld

Artikel 5 5.1

Waarde - Archeologie historische kern

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Waarde - Archeologie historische kern' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de instandhouding en bescherming van op of in die gronden aanwezige archeologische waarden. 5.2 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 5.2.1

Vergunningsplicht

Het is, zo nodig in afwijking van hetgeen elders in deze regels is bepaald, verboden om zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning op en/of in de in dit artikel bedoelde gronden de volgende werken en/of werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren over een oppervlakte van 50 m² of meer en dieper dan 0,3 m ten opzichte van het maaiveld: a. graafwerkzaamheden en/of grondbewerkingen, ploegen, roeren en omwoelen van gronden, waaronder begrepen het aanleggen van drainage; b. het ophogen, verlagen of egaliseren van de bodem; c. heiwerkzaamheden of het op andere wijze indrijven van objecten in de bodem; d. het aanbrengen van diepwortelende beplantingen en het rooien van diepwortelende beplanting waarbij stobben worden verwijderd; e. het verlagen van het waterpeil; f. het graven, verbreden en verdiepen van sloten, vijvers, zwembaden en andere wateren; g. het aanbrengen van ondergrondse transport-, energie-, telecommunicatieleidingen of andere leidingen en de daarmee verband houdende constructies; h. het verharden van wegen, paden of parkeergelegenheid en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; i. het plaatsen en/of verwijderen van funderingen; j. graafwerkzaamheden en/of grondbewerkingen ten behoeve van de bouw van gebouwen en andere bouwwerken. 5.2.2

Uitzondering

Geen omgevingsvergunning als bedoeld in lid 5.2.1 is vereist voor werken en werkzaamheden: a. in het kader van archeologisch onderzoek en archeologische opgravingen, mits deze worden verricht door een ter zake deskundige als bedoeld in de Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie; b. die op het moment van het van kracht worden van het plan legaal in uitvoering waren of legaal konden worden uitgevoerd krachtens een voor dat tijdstip geldende dan wel aangevraagde vergunning; c. die bestaan uit het aanbrengen van ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen dan wel andere leidingen en de daarmee verband houdende constructies, voor zover deze worden aangebracht binnen een bestaand leidingentracé binnen de daarvoor oorspronkelijk gegraven sleuf; d. die het normale gebruik, onderhoud en/of beheer betreffen van de gronden. Binnen de agrarische bestemmingen worden in ieder geval grondbewerkingen ten dienste van het agrarische gebruik beschouwd als normaal gebruik, mits de bodem tot niet meer dan 0,5 m onder maaiveld wordt geroerd. 5.2.3 Toelaatbaarheid, nadere eisen en voorwaarden a. Een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 5.2.1 mag alleen worden verleend indien: 1.

door die werken of werkzaamheden, dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen de archeologische waarden van het betreffende terrein niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast, dan wel de mogelijkheden voor het herstel van die waarden niet onevenredig worden of kunnen worden verkleind, en/of 2. uit door de aanvrager overgelegd archeologisch onderzoek conform de Kwaliteitsnorm voor de

Galerij/Heuvel Oss - 2024 pag 20 van 135 vastgesteld

Nederlandse Archeologie naar het oordeel van het bevoegd gezag blijkt dat de archeologische waarden van het betreffende terrein in voldoende mate zijn vastgesteld en zo nodig zijn zekergesteld, dan wel dat er geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn, dan wel dat de archeologische waarden door de werken of werkzaamheden niet of niet onevenredig worden geschaad. b. Het bevoegd gezag kan nadere eisen stellen aan het archeologische onderzoek en het archeologische onderzoeksrapport als bedoeld onder a. c. In het belang van de archeologische monumentenzorg kunnen aan de omgevingsvergunning in ieder geval de volgende voorwaarden worden verbonden: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor monumenten in de bodem kunnen worden behouden; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen; 3. de verplichting om de activiteit die tot bodemverstoring leidt te laten begeleiden door de gemeentelijke archeoloog dan wel een andere deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de omgevingsvergunning te stellen kwalificaties.

Galerij/Heuvel Oss - 2024 pag 21 van 135 vastgesteld

Artikel 6 6.1

Waarde - Cultuurhistorie

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Waarde - Cultuurhistorie' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de instandhouding en herstel van op of in die gronden aanwezige cultuurhistorische waarden. 6.2 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 6.2.1

Vergunningsplicht

Het is, zo nodig in afwijking van hetgeen elders in deze regels is bepaald, verboden om zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning op en/of in de in dit artikel bedoelde gronden de volgende werken en/of werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren: a. het slopen van gebouwen; b. het veranderen van gebouwen; c. het plaatsen en/of verwijderen van funderingen.

6.2.2

Uitzondering

Geen omgevingsvergunning als bedoeld in lid 6.2.1 is vereist voor werken en werkzaamheden: a. die op het moment van het van kracht worden van het plan legaal in uitvoering waren of legaal konden worden uitgevoerd krachtens een voor dat tijdstip geldende dan wel aangevraagde vergunning; b. die het normale gebruik, onderhoud en/of beheer betreffen van de gebouwen.

6.2.3 Toelaatbaarheid, nadere eisen en voorwaarden a. Een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 6.2.1 mag alleen worden verleend indien door die werken of werkzaamheden, dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen de cultuurhistorische waarden van het gebouw niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast, dan wel de mogelijkheden voor het herstel van die waarden niet onevenredig worden of kunnen worden verkleind; b. Het bevoegd gezag kan nadere eisen stellen aan de parcellering, de goothoogte en de kapvorm, waarbij gebruik wordt gemaakt van het toetsingskader waarde cultuurhistorie dat als Bijlage 2 bij de regels is opgenomen.

Galerij/Heuvel Oss - 2024 pag 22 van 135 vastgesteld

Hoofdstuk 3 Artikel 7

Algemene regels

Anti-dubbeltelbepaling

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

Galerij/Heuvel Oss - 2024 pag 23 van 135 vastgesteld

Artikel 8

Algemene bouwregels

8.1

Overschrijding van bouwgrenzen door bouwdelen

8.1.1

Direct toegestane overschrijding van bouwgrenzen

In afwijking van het bepaalde in de bestemmingsregels in Hoofdstuk 2 mag de bebouwingsgrens en/of de bestemmingsgrens van enige bestemming door bouwdelen worden overschreden. Hiervoor gelden de volgende regels: a. Erkers, balkons en luifels van een woonhuis mogen de voorgevellijn met ten hoogste 1,5 m overschrijden, mits: 1. de afstand van een erker tot de openbare weg of ander openbaar gebied niet minder bedraagt dan 2 m; 2. de breedte van de erker, luifel of balkon niet meer bedraagt van 50% van de breedte van de voorgevel; 3. de afstand tot de zijdelingse perceelgrens niet minder bedraagt dan 0,5 m, tenzij twee erkers, luifels of balkons direct aan weerszijden van de zijdelingse perceelgrens worden gebouwd. b. Ingangspartijen, balkons en luifels van woongebouwen mogen de voorgevellijn met ten hoogste 1,5 m overschrijden, mits de afstand tot de openbare weg of ander openbaar gebied niet minder bedraagt dan 2 m; c. Luifels en balkons van andere hoofdgebouwen dan woongebouwen mogen de bouwgrens met ten hoogste 1 m overschrijden, mits de afstand tot de openbare weg of ander openbaar gebied tenminste 2 m bedraagt. d. Ondergeschikte bouwdelen van gebouwen zoals plinten, pilasters, kozijnen, hemelwaterafvoeren, ventilatiekanalen en rookkanalen mogen de bouwgrens met ten hoogste 0,5 m overschrijden.

8.1.2

Afwijken voor overschrijding van bouwgrenzen

Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken: a. van het bepaalde in lid 8.1.1 sub a.2 en toestaan dat de breedte van de erker, luifel of balkon ten hoogste 75% bedraagt van de voorgevel van het woonhuis. b. ten behoeve van andere of ruimere overschrijdingen van de bouwgrens en/of een bestemmingsgrens dan genoemd in lid 8.1.1 mits: c. de bouwgrens met niet meer dan 3 meter wordt overschreden; d. de bouwwerken niet lager worden aangebracht dan 4,20 meter boven een rijbaan en 2,20 meter boven ander openbaar gebied en er overigens geen bezwaren bestaan uit het oogpunt van verkeersveiligheid; e. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en van het straat- en bebouwingsbeeld.

Galerij/Heuvel Oss - 2024 pag 24 van 135 vastgesteld

Artikel 9

Afwijken van de bouwregels algemeen

Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van: a. de in de regels gegeven maten, afmetingen, percentages en aantallen tot niet meer dan 10% van die maten, afmetingen, percentages en aantallen. b. de regels en worden toegestaan dat het beloop of het profiel van wegen of de aansluiting van wegen onderling in geringe mate wordt aangepast, indien de verkeersveiligheid en/of verkeersintensiteit daartoe aanleiding geeft; c. van de regels en worden toegestaan dat het bouwvlak in geringe mate wordt overschreden, indien een meetverschil daartoe aanleiding geeft; d. de regels en worden toegestaan dat openbare nutsgebouwtjes, wachthuisjes ten behoeve van het openbaar vervoer, telefooncellen, gebouwtjes ten behoeve van de bediening van kunstwerken, toiletgebouwtjes, en naar aard daarmee gelijk te stellen gebouwtjes worden gebouwd, met dien verstande dat: 1. de inhoud per gebouwtje niet meer dan 50 m3 mag bedragen; 2. de bouwhoogte niet meer dan 3,5 m mag bedragen; e. de regels ten aanzien van de maximaal toegestane bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouw zijnde, en worden toegestaan dat de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouw zijnde, wordt vergroot: 1. ten behoeve van kunstwerken, geen gebouw zijnde, tot niet meer dan 15 m; 2. ten behoeve van waarschuwings- en/of communicatiemasten tot niet meer dan 40 m; 3.

ten behoeve van overige bouwwerken, geen gebouw zijnde, tot niet meer dan 10 m; f. de regels ten aanzien van de maximaal toegestane bouwhoogte van gebouwen ten behoeve van een overschrijding van de toegestane bouwhoogte voor plaatselijke verhogingen, zoals liftkokers, lichtkappen en technische ruimten, met dien verstande dat: 1. de maximale oppervlakte van de vergroting niet meer mag bedragen dan 10% van het betreffende platte dakvlak of de horizontale projectie van het schuine dakvlak; 2. de overschrijding van de bouwhoogte niet meer bedraagt dan 3 m.

Galerij/Heuvel Oss - 2024 pag 25 van 135 vastgesteld

Artikel 10

Algemene wijzigingsregels

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om het plan te wijzigen: a. Door de bestemmingsgrenzen, bouwgrenzen, andere grenslijnen en aanduidingen met ten hoogste 15 m te verschuiven, indien een gewijzigde uitvoering van het plan om ruimtelijke, verkeerskundige of technische redenen gewenst is. b. Door het onderbrengen van bedrijfsactiviteiten in een andere categorie in de tot het plan behorende milieuzoneringslijst c.q. door het onderbrengen van nieuwe of andere bedrijfsactiviteiten, indien de opgenomen vermelding niet meer juist of volledig is. c. Door de begrenzingen van de dubbelbestemmingen 'Waarde - Archeologie historische kern' aan te passen of deze bestemmingen te laten vervallen, indien dit op grond van nadere inzichten over archeologische waarden ter plaatse verantwoord is. d. Ten behoeve van de bouw van telecommunicatiemasten en daarmee vergelijkbare voorzieningen, mits voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: e. wijziging is alleen mogelijk van de bestemmingen 'Centrum - Kernwinkelgebied' en 'Verkeer Verblijf'; f. de hoogte van bouwwerken mag niet meer zijn dan 50 m; g. de omvang van de wijzigingslocatie mag niet meer zijn dan 25 m2; h. uit onderzoek moet gebleken zijn, dat plaatsing ter plaatse in het belang van communicatievoorziening noodzakelijk en verantwoord is, waarbij dat onderzoek in ieder geval betrekking moet hebben op: i.

de mogelijkheden van plaatsing van deze voorzieningen op bestaande gebouwen of bouwwerken; j. de benutting van de mogelijkheden van gemeenschappelijk gebruik door telecommunicatiebedrijven; k. de inpassing van de mast in landschappelijk en stedenbouwkundig opzicht.

Galerij/Heuvel Oss - 2024 pag 26 van 135 vastgesteld

Artikel 11 11.1

Overige regels

Verwijzing naar andere wettelijke regelingen

Waar in dit plan wordt verwezen naar andere wettelijke regelingen, wordt geduid op de regelingen zoals die luiden op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan.

Galerij/Heuvel Oss - 2024 pag 27 van 135 vastgesteld

Hoofdstuk 4 Artikel 12

Overgangs- en slotregels

Overgangsrecht

12.1 Overgangsrecht bouwwerken 1. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; b. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. 2. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het eerste lid een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10%. 3. Het eerste lid is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 12.2 Overgangsrecht gebruik 1. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. 2.

Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het eerste lid, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. 3. Indien het gebruik, bedoeld in het eerste lid, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. 4. Het eerste lid is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

Galerij/Heuvel Oss - 2024 pag 28 van 135 vastgesteld

Artikel 13

Slotregel

Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan Galerij/Heuvel Oss - 2024

Galerij/Heuvel Oss - 2024 pag 29 van 135 vastgesteld

Bijlagen bij de regels

Galerij/Heuvel Oss - 2024 pag 30 van 135 vastgesteld

Bijlage 1 Akoestisch onderzoek

RAPPORT AKOESTISCH ONDERZOEK BESTEMMINGSPLAN HEUVEL/GALERIJ TE OSS PROJECT: N222900

VERANTWOORDING Titel

AKOESTISCH ONDERZOEK BESTEMMINGSPLAN HEUVEL/GALERIJ OSS

Opdrachtgever

Pittiger in Planologie Verwestraat 32 5491 BZ SINT OEDENRODE

Rapportnummer

N222900.002/LHO

Datum

4 april 2023

Projectleider

de heer L. Hoek

Autorisatie

De heer H. van Vliet

handtekening

handtekening

NIPA milieutechniek b.v. Landweerstraat – Zuid 109 5349 AK Oss

tel. +31 (0)412 – 65 50 58 www.nipamilieu.nl info@nipamilieu.nl

Akoestisch onderzoek bestemmingsplan Heuvel/Galerij te Oss

N222900.002/LHO/2

INHOUDSOPGAVE VERANTWOORDING ________________________________________________________________ 2 1

INLEIDING _____________________________________________________________________ 4

2

TOETSINGSWAARDEN ___________________________________________________________ 6

3

4

5

2.1

BEDRIJVEN EN MILIEUZONERING ____________________________________________________ 6

2.2

WOON- EN LEEFKLIMAAT ________________________________________________________ 8

2.3

AANVULLEND BELEID ___________________________________________________________ 8

2.4

BOUWBESLUIT _______________________________________________________________ 8

UITGANGSPUNTEN _____________________________________________________________ 9 3.1

REIKWIJDTE ONDERZOEK _________________________________________________________ 9

3.2

OMGEVING _________________________________________________________________ 9

3.3

REPRESENTATIEVE BEDRIJFSSITUATIE ________________________________________________ 10

3.4

GELUIDBRONNEN ____________________________________________________________ 11

3.5

BEREKENINGSMETHODE ________________________________________________________ 11

GELUIDNIVEAUS _______________________________________________________________ 13 4.1

ALGEMEEN _________________________________________________________________ 13

4.2

BEREKENINGSRESULTATEN INDUSTRIELAWAAI __________________________________________ 13

4.3

TOETSING WOON- EN LEEFKLIMAAT EN MAATREGELEN ____________________________________ 14

4.4

TOETS AANVULLEND GEMEENTELIJK BELEID ___________________________________________ 15

CONCLUSIE ___________________________________________________________________ 16 5.1

GELUIDSNIVEAUS INDUSTRIELAWAAI ________________________________________________ 16

5.2

TOETSING WOON- EN LEEFKLIMAAT EN MAATREGELEN ____________________________________ 16

Bijlage 1 2 3

Situatie en ingevoerd rekenmodel Invoergegevens rekenmodel Berekeningsresultaten

Akoestisch onderzoek bestemmingsplan Heuvel/Galerij te Oss

N222900.002/LHO/3

1

INLEIDING In opdracht van Pittiger in Planologie is In verband met de realisatie van nieuwe woningen en het daarvoor aan te passen bestemmingsplan voor de locatie hoek Heuvel/Galerij in Oss een akoestisch onderzoek uitgevoerd. Het plan omvat de realisatie van 3 winkels, 35 appartementen en 4 stadswoningen.

Deze nieuwe woonfuncties zijn geprojecteerd nabij de akoestische invloedsfeer van bedrijfsfuncties. De gemeente stelt dat een akoestisch onderzoek nodig naar geluid omliggende (nieuwe) winkel/bedrijven op de nieuwe woningen (bezoekend verkeer, laden/lossen, installatiegeluid) en naar horecalawaai en evenementen centrum op de nieuwe woningen.

Doel van het onderzoek is aan de hand van een prognoseberekening de geluidbelasting op de gevels van de nieuwe woningen te bepalen als gevolg van het relevante geluidbronnen in de omgeving van het plan.

Nabij de nieuwe woningen bevinden zich diverse detailhandel- en horecabedrijven met terras.

In dit kader dienen de betreffende milieuaspecten ten aanzien van geluid nader te worden onderzocht. Hierbij is het belangrijk vanuit het gezichtspunt van de woningen aan te tonen dat er sprake is van een goede ruimtelijke kwaliteit.

De situatie is weergegeven in onderstaande figuur 1 en in bijlage 1.

Akoestisch onderzoek bestemmingsplan Heuvel/Galerij te Oss

N222900.002/LHO/4

Figuur 1: situatie met onderzoekslocatie (in rood kader)

Het doel van het akoestisch onderzoek is het vaststellen van het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (LAr,LT) en het maximale geluidsniveau (LAmax) bij de nieuwe woonfuncties veroorzaakt door relevante geluidbronnen van de nabij relevante bedrijfsfuncties.

In het onderzoek is gebruik gemaakt van de volgende gegevens: 

schetsplan van de locatie door de opdrachtgever,

kadastrale ondergrond van het kadaster,

aan het archief van NIPA milieutechniek B.V. ontleende meet- en brongegevens van de diverse geluidbronnen, materialen en producten,

prognose geluidemissie stemgeluid VDI-richtlijn 3770 (Emissionskenwerte technischer Schallquellen Sport- und Freizeitanlagen).

geluidnota van de gemeente Oss

Uitvoeringsregels terrassen 2011 – 2014 Gemeente Oss

Richtlijnen voor terrasbezetting

Akoestisch onderzoek bestemmingsplan Heuvel/Galerij te Oss

N222900.002/LHO/5

2

TOETSINGSWAARDEN 2.1

Bedrijven en milieuzonering

Met het akoestisch onderzoek moet worden aangetoond dat de geluidbelasting ten gevolge van de activiteiten van de relevante bedrijfsfuncties nabij de onderzoekslocatie in de representatieve bedrijfssituatie (RBS) voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau (LAr,LT) en het maximale geluidniveau (LAmax), bij de nieuwe woningen tenmingen voldoet aan de uitgangspunten van de VNG-publicatie: “Bedrijven en milieuzonering”.

Bij de toetsing wordt onderscheid gemaakt in de gebiedstypen "rustige woonwijk" en gebiedstype "gemengd gebied". Een omschrijving van deze gebieden wordt gegeven in hoofdstuk 2.3 van de VNGpublicatie. De omgeving van het onderzoeksgebied wordt door relatief korte afstand tot drukke hoofdinfrastructuur en een omgeving in het stadscentrum met bedrijfsfuncties getypeerd als ‘gemengd gebied’. Het aspect geluid is vaak maatgevend voor de richtafstand van een bedrijfsfunctie. De toetsingswaarden die gehanteerd kunnen worden voor een onderzoek naar de invloed van concrete activiteiten op woonbebouwing zijn gebaseerd op de Handreiking industrielawaai en vergunningverlening 1998. In het onderzoek dienen alle akoestisch relevante activiteiten meegenomen te worden. In het kader van goede ruimtelijke ordening dient immers de werkelijke milieubelasting in kaart te worden gebracht.

De normen gelden niet voor incidentele bedrijfssituaties (IBS) als bedoeld in de genoemde handreiking.

Voor de beoordeling van de niveaus wordt in beginsel de volgende methodiek gevolgd. Het toetsingskader voor het aspect geluid bestaat uit vier stappen, waarbij per stap de geluidsbelasting groter wordt en daarmee de onderzoeks- en motivatieplicht toeneemt.

Stap 1 Indien de richtafstand voor het aspect geluid niet wordt overschreden kan verdere toetsing en nader onderzoek achterwege blijven.

Stap 2 Indien stap 1 niet toereikend is, is nader onderzoek noodzakelijk. De berekende geluidsniveaus worden bij het omgevingstype rustige woonwijk/rustig buitengebied getoetst aan: 

45 dB(A) voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau

Akoestisch onderzoek bestemmingsplan Heuvel/Galerij te Oss

N222900.002/LHO/6

65 dB(A) voor het maximale geluidsniveau

50 dB(A) voor de verkeersaantrekkende werking

Als sprake is van het omgevingstype gemengd gebied wordt in stap 2 getoetst aan: 

50 dB(A) voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau

70 dB(A) voor het maximale geluidsniveau

50 dB(A) voor de verkeersaantrekkende werking

Indien hieraan wordt voldaan dan is voldoende aangetoond dat de situatie inpasbaar is.

Stap 3 Indien de toetsingswaarden uit stap 2 niet toereikend zijn wordt voor het omgevingstype rustige woonwijk/rustig buitengebied getoetst aan: 

50 dB(A) voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau,

70 dB(A) voor het maximale geluidsniveau,

50 dB(A) voor de verkeersaantrekkende werking.

En voor het omgevingstype gemengd gebied aan: 

55 dB(A) voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau,

70 dB(A) voor het maximale geluidsniveau, exclusief piekgeluiden door aan- en afrijdend verkeer,

65 dB(A) voor de verkeersaantrekkende werking.

Wordt hieraan voldaan dan dient het bevoegd gezag te motiveren waarom het deze geluidsbelasting in de concrete situatie acceptabel acht. Hierbij spelen maatregelen, cumulatie met de eventueel reeds aanwezige geluidsbelasting en gemeentelijk geluidsbeleid een rol.

Stap 4 Bij hogere geluidsbelastingen dan aangegeven in stap 3 is het plan doorgaans niet mogelijk. Indien het bevoegd gezag het plan toch wil doorzetten zal een vergaande motivatie moeten worden opgesteld waarbij cumulatie van geluid aan de orde moet komen.

Berekeningen worden uitgevoerd conform de "Handleiding meten en rekenen industrielawaai 1999". Onder gevels van woningen wordt verstaan de gevels met te openen delen (ramen of deuren) waarachter zich geluidgevoelige ruimten (zoals woon- of slaapkamers) bevinden.

Akoestisch onderzoek bestemmingsplan Heuvel/Galerij te Oss

N222900.002/LHO/7

2.2

Woon- en leefklimaat

Er is sprake van een goede ruimtelijke ordening als ter hoogte van de nieuwe woningen het woon- en leefklimaat is gewaarborgd. Dit is aan de orde indien: 

Het geluidniveau in een woning niet hoger is dan 35 dB(A) op basis van de geluidbelasting industrielawaai. Uitgaande van een standaard geluidwering van 20 dB is de geluidbelasting op de gevel 55 dB (A).

Het geluidniveau in een woning niet hoger is dan 55/50/45 dB(A) vanwege het maximale geluidniveau in respectievelijk de dag-, avond- en nachtperiode. Uitgaande van een standaard geluidwering van 20 dB is de geluidbelasting op de gevel 75/70/65 dB(A).

 2.3

Het geluidniveau ter hoogte van de tuinen aanvaardbaar is. Aanvullend beleid

De gemeente Oss heeft in haar geluidnota aanvullend beleid geformuleerd. De voorwaarden die zij stelt aan het verlenen van een hogere waarde zijn: 

de woning heeft ten minste één gevel met een lager (luw) geluidniveau;

de woning bevat voldoende verblijfsruimte aan de zijde van de geluidluwe gevel;

indien de woning beschikt over een buitenruimte dan is deze bij voorkeur gelegen aan de geluidluwe zijde;

in de ontwerpfase van een ruimtelijk plan wordt rekening gehouden met de oriëntatie van de bouwmassa (optimalisatie van het stedenbouwkundig ontwerp).

2.4

Bouwbesluit

Voor het verkrijgen van een bouwvergunning voor de nieuwe woningen is het noodzakelijk dat aangetoond wordt dat wordt voldaan aan de eis van de minimale karakteristieke geluidwering G a;k van de gevels.

Conform het Bouwbesluit 2012 (artikel 3.2 en 3.3 lid 1) moet bij verblijfsgebieden een geveldeel over een dusdanige karakteristieke geluidwering (GA;k) beschikken dat wordt voldaan aan de volgende waarde: het verschil tussen de geluidbelasting op dat geveldeel en 33 dB, met een minimumeis van 20 dB.

Bij het berekenen van de benodigde geluidwering van de gevels moet worden uitgegaan van de cumulatieve geluidbelasting van alle relevante geluidbronnen in de omgeving samen.

Akoestisch onderzoek bestemmingsplan Heuvel/Galerij te Oss

N222900.002/LHO/8

3

UITGANGSPUNTEN 3.1

Reikwijdte onderzoek

Conform de publicatie Bedrijven en milieuzonering is de richtafstand tussen de woonfuncties en horeca(cat. 4) bedrijven in gemengd gebied 10 meter. Aan deze afstand wordt in deze situatie voldaan; daarom worden horecabedrijven in het kader van dit onderzoek niet betrokken.

Voor overige detailhandel is de richtafstand 0 meter. Nabij het plan zijn evenmin technische installaties of andere industriële geluidbronnen van bedrijven of voorzieningen aanwezig.

De locatie is gelegen in een voetgangersgebied waar normaal gesproken geen wegverkeer toegestaan is. Laden en lossen van voertuigen is echter mogelijk. Eventuele maximale geluidniveaus als gevolg van laden en lossen worden doorgaans in de dagperiode niet getoetst. Buiten het laden en lossen hebben heeft het rijden van enkele (vracht)wagens per dag geen relevante bijdrage in de geluidbelasting.

Overige wegen zijn voornamelijk 30 kilometer wegen gelegen op een zodanige afstand en/of afgeschermd door bestaande bebouwing dat de geluidbelasting van wegverkeer nabij de te ontwikkelen woonfuncties is te verwaarlozen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Oss&id=b3d4f195-9faf-46e9-895e-deb3415e9532