Raadsvoorstel Verkenning Duurzame Polder DEF.DOCX
Tekst van het document
Datum
6 mei 2020 Onderwerp
Aantal bijlagen
Verkenning Duurzame Polder: mogelijkheden voor
6
grootschalige windmolenparken en zonnevelden in de Geffense, Lithse, Nulandse en Rosmalense polder
Wat adviseert het college te besluiten? 1.
In te stemmen met het eindrapport ‘Verkenning Duurzame Polder’.
2.
Het verkenningsgebied van de Geffense, Lithse, Nulandse en Rosmalense polder (de Duurzame Polder) geschikt te achten en aan te wijzen voor het grootschalig opwekken van duurzame energieopwekking met wind- en zonne-energie.
3.
Voor de Duurzame Polder - met betrekking tot de periode tot 2030 - het behalen van minimaal 2,1 PJ1, zijnde de som van RES-opgaven van Oss en ’s-Hertogenbosch, als opgave voor duurzame energieopwekking met wind- en zonne-energie te hanteren.
4.
Ter uitwerking van deze opgave een Programma (conform Omgevingswet) voor de Duurzame Polder op te stellen, met in acht name dat a.
de samenhang met andere waarden en belangen (zoals landbouw, natuur en wonen) in ogenschouw wordt genomen, waardoor een integrale gebiedsontwikkeling mogelijk is;
b.
rekening wordt gehouden met het realiseren van de doelstelling ‘Energieneutraal in 2050’ en daartoe een doorkijk wordt gemaakt;
1
2,1 PJ is gelijk aan ongeveer 49 windmolens of 691 hectaren zonnevelden. Van de 2,1 PJ is 0,93 PJ het
Osse deel van de RES opgave. Op deze 0,93 PJ wordt de overige duurzame energieopwekking door windmolens en zonnevelden elders in Oss nog in mindering gebracht.
Volgvel
Ons kenmerk
2
c.
gestreefd wordt naar een optimale benutting van de aansluiting op het elektriciteitsnet door middel van windmolens en zonnevelden;
d.
dit in samenwerking met de gemeente ’s-Hertogenbosch en de provincie NoordBrabant wordt opgesteld, onder nader te maken afspraken;
e.
wordt voorzien in een voorstel met verschillende mogelijkheden voor financiële participatie voor omwonenden en inwoners;
f.
het reeds gestarte open plan- en omgevingsparticipatieproces wordt voortgezet;
g.
alle initiatieven die belemmerend zijn voor de integrale gebiedsontwikkeling en strijdig zijn met de vigerende bestemmingsplannen worden afgewogen in het Programma en niet in behandeling genomen.
5.
Een budget van € 250.000,- in 2020 beschikbaar te stellen, zoals ook de provincie en de gemeente ‘s-Hertogenbosch dit doen en dit (voor) te financieren uit het Investeringsfonds Duurzaamheid.
De gemeente ’s-Hertogenbosch legt een vergelijkbaar raadsvoorstel voor aan haar gemeenteraad met dezelfde beslispunten ten aanzien van het starten van de volgende fase voor de Duurzame Polder.
Wat is de aanleiding voor dit advies? -
Aanleiding is de uitkomst van de gezamenlijke Verkenning van de gemeenten Oss en ’sHertogenbosch en de provincie Noord-Brabant van de mogelijkheden voor grootschalige opwekking van duurzame energie in de Lithse, Geffense, Rosmalense en Nulandse polder (Duurzame Polder). Tot deze Verkenning is eerder besloten in onze gemeenteraad op 4 oktober 2018.
-
Deze Verkenning past in de ambities van de gemeenten Oss en ’s-Hertogenbosch om energieneutraal te zijn in 2050. De ambities van beide partijen voor duurzame energieopwekking zijn gericht op 2030 en nader ingevuld in het voorgestelde concept-bod RES. Voor de gemeente Oss is dit 0,93 PJ en voor de gemeente ‘s-Hertogenbosch is dit 1,12 PJ.
-
Meerdere initiatiefnemers hebben zich gemeld voor het grootschalig opwekken van duurzame zonne- en windenergie in de Duurzame Polder. Beide windinitiatieven gezamenlijk liggen in de orde van grootte van 45 tot 60 windmolens. Daarnaast gaat het om honderden hectaren zonnevelden.
Volgvel
Ons kenmerk
3
Het doel van de vervolgverkenning was om: -
Een verdergaande verkenning uit te voeren naar hoe in de Geffense, Lithse en Rosmalense polder te voorzien is in het opwekken van duurzame energie (met de focus op wind en zon).
-
Daarbij ook te onderzoeken of bredere gebiedsopgaven (meekoppelkansen) voor een verduurzaming van het poldergebied haalbaar zijn.
-
Dit te doen door een open planproces waarin interactie met alle belanghebbenden vanaf het begin plaats vindt.
Resultaten van de Verkenning Duurzame Polder Voor de resultaten van de Verkenning verwijzen we naar de samenvatting in het ‘Eindrapport Verkenning Duurzame Polder’. Dit eindrapport is als bijlage bijgevoegd bij dit voorstel.
Welk resultaat willen we bereiken? We willen richting krijgen van de gemeenteraad op de eerder geformuleerde vragen. In de kern komt dit erop neer dat we voorstellen om vervolgstappen te zetten gericht op het grootschalig opwekken van duurzame energie in het poldergebied: -
De volgende fase zal dan moeten leiden tot de keuze voor een voorkeursalternatief waarmee in de Duurzame Polder de gestelde doelstelling voor het opwekken van zonneen windenergie kan worden gerealiseerd.
-
Hierbij zal dan worden aangegeven hoe andere gebiedsopgaven, zoals leefomgeving, landbouwtransitie, biodiversiteit, en klimaatadaptatie meegenomen kunnen worden.
-
Daarbij wordt rekening gehouden met hoe in de toekomst mogelijk een aanvulling op de nog benodigde duurzame energieopwekking mogelijk kan zijn.
-
Om te komen tot deze ontwikkelalternatieven en benadering voor dit gebied (voorkeursalternatief) is het van belang dat we daarin samenwerken met de gemeente ’sHertogenbosch en provincie Noord-Brabant. Dat helpt ook om het Rijk als bevoegd gezag te bewegen om haar bevoegdheid toe te vertrouwen aan de lokale overheden. Tenminste als we kunnen aantonen dat we voldoende voortgang kunnen maken.
Het voorstel is om over te gaan tot de ontwerpfase waarin met inbreng van de omgeving kansrijke alternatieven worden ontwikkeld. Eerder hebben we in Oss ervaring opgedaan met een soortgelijke aanpak bij Windpark Elzenburg-de Geer en het waterveiligheidstraject Meanderende Maas.
Volgvel
Ons kenmerk
4
Voor verdere samenwerking moeten we een nieuwe samenwerkingsovereenkomst sluiten gericht op het opstellen van een Programma (planologisch instrument uit de Omgevingswet). Hierin worden uitgangspunten vastgesteld. Maar ook onderzoeken we alternatieven aan de hand van ontwerpend onderzoek. Het maken van een plan-MER maakt hier onderdeel van uit. In een plan-MER worden alle milieu- en gezondheidsaspecten onderzocht. Het resultaat is het vaststellen van een voorkeursalternatief voor de Duurzame Polder door de drie partijen.
Welke argumenten zijn er voor dit advies? 2.1 Om de energiedoelstelling van de gemeente Oss te realiseren is het grootschalig opwekken van duurzame energie noodzakelijk. De gemeente Oss wil in 2050 energieneutraal zijn. In dat kader wil Oss in 2030 minimaal voldoen aan de RES-opgave van 0,93 PJ opwekking van duurzame energie. Hierbij wordt ervan uitgegaan dat we 11% energie kunnen besparen. Tot deze opgave is door de Raad via een motie besloten op 5 maart jl. Op 16 april heeft de Raad nogmaals ingestemd met het Osse aandeel in het concept-bod RES. Om deze doelstelling te kunnen realiseren, is het grootschalig opwekken van duurzame energie noodzakelijk. Hoe en waar dit wordt vormgegeven moet nog worden bepaald. 2.2 Alleen met de opwekking van zonne- en windenergie kan er in de nabije toekomst massa worden gemaakt. Op basis van de huidige stand van de techniek kan er met de opwekking van zonne- en windenergie het snelste massa worden gemaakt en de meeste duurzame energie worden opgewekt. Andere technieken zijn nu nog nauwelijks op grote schaal inzetbaar om de energieopgave op korte termijn (tot 2030) in te vullen. 2.3 De Duurzame Polder heeft een goede potentie voor grootschalige opwekking van duurzame zonne- en windenergie.
Al in de rapporten bij het raadsbesluit van 6 juli 2017 van Antea Group en Bosch & Slabbers staan de Lithse en Geffense polder als gebied omschreven met een goede potentie voor de inpassing van grootschalige energieopwekking door middel van zonnevelden en windmolens. Daarop aansluitend wijst de uitgevoerde Verkenning uit dat de Duurzame Polder goede kansen biedt om de ambities te verwezenlijken.
Volgvel
Ons kenmerk
5
2.4 Benutting van de Duurzame Polder past in het collegeprogramma 2018-2022 van de gemeente Oss. In het coalitieakkoord staat het volgende : We maken grootschalige energieopwekking (energyfarming) mogelijk, zoals in de Lithse Polder. Dat doen we samen met de gemeente ‘s-Hertogenbosch en de provincie.“ De uitkomst van de Verkenning past daarin. 2.5 Meerdere initiatiefnemers voor de opwekking van zonne- en windenergie hebben zich gemeld. Bij de gemeenten Oss en ’s-Hertogenbosch hebben zich meerdere initiatiefnemers voor de opwekking van zonne- en windenergie gemeld. Het grootste Osse initiatief, dat van het Windcollectief Oss-Den Bosch, heeft een sterke lokale verbinding met de directe omgeving. Voor alle initiatiefnemers geldt dat zij in afwachting zijn van een reactie op hun plannen. Deze plannen kunnen op basis van de besluitvorming over de Verkenning worden opgepakt. De initiatiefnemers zijn de afgelopen periode betrokken geweest in het proces van de Verkenning. 3.1 Het voorstel voor het concept-bod RES geeft de minimale energieopgave aan die per gemeente gevraagd wordt om in 2030 te realiseren. In de Regionale Energiestrategie (RES) Noordoost Brabant heeft de gemeente Oss een energieopgave van 0,93 PJ (0,26 TWh) om op te wekken in 2030. Dit komt neer op ongeveer 22/25 windmolens (inclusief Windpark Elzenburg-de Geer), of 302 hectaren zonnevelden, of een combinatie hiervan.
Voor de gemeente ’s-Hertogenbosch ligt de RESopgave op eigen grondgebied op 1,12 PJ (0,33 TWh). 4.1 Er zijn veel argumenten die pleiten voor integrale gebiedsontwikkeling Integrale gebiedsontwikkeling: -
biedt meer mogelijkheden om duurzame energieopwekking in samenhang te ontwikkelen met de andere belangen en gebiedsopgaven.
-
maakt het mogelijk om meer duurzame energie op te wekken.
-
geeft meer ruimte voor nieuwe technieken en innovaties.
-
is efficiënter en overzichtelijker dan voor elk project afzonderlijke procedures te volgen. Dit geldt zowel voor het bevoegd gezag, als voor inwoners en netbeheerders.
-
Integrale grensoverschrijdende gebiedsontwikkeling samen met ‘s-Hertogenbosch sluit het best aan bij de karakteristieken van het gebied en de belangen van beide gemeenten en hun inwoners.
-
sluit aan bij het gedachtengoed en manier van werken die hoort bij de Omgevingswet.
Volgvel
Ons kenmerk
6
-
maakt gefaseerd ontwikkelen beter mogelijk. Dit kan wenselijk zijn. De eerste stap is dan om de doelstelling voor 2030 te realiseren.
4.2 Door rekening te houden met de doelstelling om in 2050 energieneutraal te zijn, is het mogelijk om in de toekomst extra duurzame energie op te wekken. Door bij het opstellen van een programma al rekening te houden met de resterende energieopgave van de gemeente Oss tot 2050 is het mogelijk om op een later tijdstip extra windmolens, zonnevelden en misschien wel geheel nieuwe innovaties te realiseren. Over die extra hoeveelheid energieopwekking hoeft nu nog geen besluit genomen te worden. Er wordt nu alleen besloten om hier rekening mee te houden in de ontwerpfase om te komen tot mogelijkheden (alternatieven) voor het gebied. 4.3 Een optimale benutting van de aansluiting op het elektriciteitsnet is essentieel voor het resultaat. Het netwerk moet de opgewekte energie tijdig kunnen verwerken. Daarbij moeten ook de maatschappelijke kosten worden meegewogen. Zo blijkt dat het aansluiten van zonnevelden drie keer zo duur is als het aansluiten van windmolens voor eenzelfde productiecapaciteit. 4.4 Het is voor het gebied belangrijk om als gemeenten gezamenlijk op te trekken. Het totale gebied van beide gemeenten is van dien aard dat de gevolgen grensoverschrijdend zijn. Dat pleit voor een grensoverschrijdende integrale gebiedsontwikkeling. Een gezamenlijke visie helpt om een goede invulling te geven aan de Duurzame Polder.
Ook in het autonome perspectief is afstemming met initiatieven op het grondgebied van ‘s-Hertogenbosch nodig. Omdat beide grote windinitiatieven (één van Oss en één van ’s-Hertogenbosch) naast elkaar liggen en invloed op elkaar hebben, moet er sowieso binnen het MER traject (cumulatie van effecten) integraal naar het gebied worden gekeken. 4.5 Gezamenlijke aanpak met de gemeente ’s-Hertogenbosch en de Provincie helpt om zelf regie te kunnen voeren Het Rijk is het bevoegd gezag voor beide windmolen-initiatieven. De rijkscoördinatieregeling (RCR) is hierop van toepassing. Het Rijk kan besluiten om het bevoegd gezag voor de windmoleninitiatieven over te dragen aan de Provincie of beide gemeenten. De afgelopen periode heeft het ministerie van EZK onze voortgang gevolgd. Het ministerie kan instemmen met de voorgestane wijze van aanpak en zal dan gedurende het proces om te komen tot een Programma geen toepassing geven aan de
Volgvel
Ons kenmerk
7
RCR. Zie de brief van het Ministerie van Economische Zaken en klimaat d.d. 30 maart 2020. Daarin wordt met name aandacht gevraagd ‘voor het feit dat de betreffende initiatiefnemers al geruime tijd bezig zijn met hun plannen (eind 2016 heeft EZK al contact gehad met Windpark Den Bosch). Het Ministerie vindt het derhalve van groot belang dat er op afzienbare termijn concreet perspectief komt voor dit initiatief en de andere initiatieven in de Duurzame Polder.’ 4.6 De verdeling van lusten en lasten in de directe omgeving verhoogt de acceptatie. In het nationale Klimaatakkoord zijn afspraken gemaakt over financiële participatie. Door de directe omgeving (financieel) te laten participeren in de energieopwekking ervaren zij niet alleen de lasten, maar ook de lusten. In het eindrapport staan verschillende mogelijkheden hiervoor beschreven. In de volgende fase worden deze nader uitgewerkt in samenwerking met de directe omgeving (bewoners en initiatiefnemers). Formele afspraken over financiële participatie maken onderdeel uit van het vast te stellen voorkeursalternatief. Als beide gemeenten afzonderlijke afspraken maken, kan dat bij inwoners reactie oproepen. 4.7 Een intensief open plan- en omgevingsparticipatieproces verhoogt de kans op voldoende acceptatie door de omgeving. In de Duurzame Polder spelen veel verschillende belangen.
Voor het draagvlak en het realiseren van koppelkansen in de vervolgprocedure gericht op het ontwikkelen van kansrijke alternatieven, is een intensief transparant proces met betrokkenheid van de directe omgeving essentieel. Windmolens en in iets mindere mate zonnevelden zijn gevoelige onderwerpen. Een intensief open plan- en omgevingsparticipatieproces verhoogt de kans op voldoende acceptatie door de omgeving. 4.8 Tussentijdse ongewenste ruimtelijke ontwikkelingen die een integrale gebiedsontwikkeling kunnen belemmeren, moeten worden voorkomen. Om geen voorschot te nemen op een integrale gebiedsontwikkeling is het nodig om initiatieven en wijzigingen in het gebied die strijdig zijn met de vigerende bestemmingsplannen in principe niet in behandeling te nemen totdat een Programma is vastgesteld. Een uitzondering kan alleen worden gemaakt als kan worden aangetoond dat het betreffende initiatief of wijziging niet belemmerend is voor een integrale gebiedsontwikkeling.
Volgvel
Ons kenmerk
8
Wat zijn tegenargumenten of risico’s? 3.1 De benodigde vergunningen zijn mogelijk voor 2025 nog niet verleend. Voor het RES-bod geldt dat de wind- en of zonprojecten voor 1 januari 2025 vergund moeten zijn. Het risico bij dit project is aanwezig dat de vergunningen - voor windmolens in het bijzonder - voor deze datum nog niet zijn verleend. 3.2 De netwerkcapaciteit is onvoldoende of niet tijdig beschikbaar. Een afhankelijkheid waar de gemeente weinig tot geen invloed op heeft, is de beschikbare capaciteit van het elektriciteitsnetwerk van de netbeheerders (Enexis en TenneT). Als het netwerk de gevraagde aansluitcapaciteit niet aan kan en niet tijdig is aangepast dan lukt realisatie niet voor 1 januari 2030. 4.1 Bij een integrale gebiedsontwikkeling is de kans groot dat bestaande structuren aangepast moeten worden. Hoe meer energie opgewekt gaat worden, hoe groter de kans is dat bestaande structuren aangepast moeten worden. Maar ook ondergrondse en bovengrondse infrastructuur zoals aardgasleidingen, hoogspanningstracé en wegen. Naar verwachting is aanpassing van bestaande structuren nodig vanaf een energieopwekking tussen de 1,5 PJ en 3,5 PJ voor de gehele Duurzame Polder. Dit zijn ongeveer 35 tot 82 windmolens2 of 494 tot 1.152 hectaren zonnevelden3. 4.2 Integrale gebiedsontwikkeling kent een langere doorlooptijd tot realisatie.
In vergelijking met het perspectief autonome ontwikkeling kent het perspectief integrale gebiedsontwikkeling een langere doorlooptijd tot realisatie. Om tot een integraal beeld te komen van de polder zal eerst een Programma (inclusief plan-MER) opgesteld moeten worden met als resultaat de keuze van een ontwikkelalternatief voor de Duurzame Polder. Dit wordt geformaliseerd in een projectbesluit (Provincie) of een omgevingsplan (gemeenten). Dit traject zal naar verwachting minimaal 2 jaar in beslag nemen. Hierna wordt gestart met een planstudie met als resultaat een definitief ontwerp en het verlenen van de vergunning(en). De laatste fase is die van realisatie. Onze inschatting is wel dat dit zorgvuldige voortraject in een later stadium tot inhaaleffecten kan leiden.
2 1 windmolen wekt ongeveer 0,043 PJ op. 3 1 hectare zonneveld wekt ongeveer 0,00304 PJ op.
Volgvel
Ons kenmerk
9
4.3 Integrale gebiedsontwikkeling vraagt om een intensief proces en een complexere samenwerking met verschillende partijen. Bij integrale gebiedsontwikkeling spelen meer (tegenstrijdige) belangen dan bij een autonome ontwikkeling. Hierdoor zal het proces intensiever en de samenwerking complexer worden. Botsende belangen kunnen de besluitvorming vertragen. 4.4 Er moet voldoende commitment van de andere betrokken overheden zijn voor het starten van een gezamenlijke aanpak. De gemeenteraad van ’s-Hertogenbosch (12 mei 2020) en Gedeputeerde Staten (24 maart 2020) kunnen tot een ander besluit komen dan wordt voorgesteld. Beide partijen krijgen dezelfde beslispunten en onderbouwing voorgelegd. Indien beide partijen anders besluiten als voorgesteld in dit raadsvoorstel zal een aangepast voorstel met beslispunten worden voorgelegd. 4.5 De belangen van de drie partijen kunnen dusdanig uiteen gaan lopen dat partijen elkaar onderweg verliezen. De gemeenten Oss en ’s-Hertogenbosch en de provincie Noord-Brabant kunnen te maken krijgen met andere belangen en een andere politiek-maatschappelijke dynamiek. Hierdoor is de kans aanwezig dat samenwerken moeilijker wordt en het komen tot een gezamenlijk voorkeursalternatief voor de Duurzame Polder niet meer mogelijk is. 4.6 Alle initiatiefnemers en wijzigingen moeten wachten totdat er een voorkeursalternatief is gekozen.
Zonder initiatiefnemers vindt er geen grootschalige duurzame energieopwekking plaats ook al zijn wij bereid om mee te werken. Uitstel van besluitvorming kan ertoe leiden dat initiatiefnemers dit niet accepteren of dat zij onderweg afhaken. Voorkomen moet worden dat initiatiefnemers van snel te realiseren initiatieven later schade claimen als gevolg van verminderd rendement van energieopwekking dat door andere (later gerealiseerde) initiatieven wordt veroorzaakt. Dat kan zich bijvoorbeeld voordoen bij (relatief snel te realiseren) zonnevelden en (later slagschaduw veroorzakende) windmolens. Ook de problematiek van schaarse vergunningen is een reden om initiatieven niet in behandeling te nemen. Zo wordt voorkomen dat een agrariër die besluit om nu nog niet mee te doen met een initiatief, later het risico loopt dat hij zelf geen initiatief meer kan nemen, omdat het strijdig is met eerdere initiatieven.
Volgvel
Ons kenmerk
10
Waar moeten we rekening mee houden? a. Financiën Het budget voor de Verkenning is bij eerdere besluitvorming geregeld. In totaal is er voor de Verkenning een gezamenlijk budget beschikbaar gesteld van € 390.000,-, dat betekent voor elke partij € 130.000. Een bedrag van € 100.000,- is door de gemeenteraad beschikbaar gesteld in oktober 2018. En de overige € 30.000,- door middel van een ‘3O- ontwikkeling’ per 2020. Als wordt besloten tot een vervolgaanpak is daarvoor nieuw budget nodig. Dit o.a. om het Programma op te kunnen stellen, een nieuwe samenwerkingsovereenkomst te maken, het omgevingsparticipatieproces in te richten, de (Europese) aanbesteding voor het m.e.r. traject, de Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) voor te bereiden en een projectbureau te kunnen bemensen. Aan de hand van de besluitvorming zal in kaart worden gebracht wat naar verwachting nodig is voor de volgende periode. De kosten voor 2021 en 2022 en de mogelijkheden van dekking worden in de kadernota opgenomen. Daarbij wordt ook bekeken wat verhaald kan worden op de initiatiefnemers. Voor 2020 schatten wij een budget nodig te hebben als volgt: Elke partij wordt gevraagd een budget van € 250.000,- beschikbaar te stellen voor 2020. Voor dit jaar betekent dat een totaal budget van € 750.000,-.
Daarbij gaan we ervan uit dat in elk geval een substantieel deel hiervan kan worden verhaald op initiatiefnemers en dat voor het resterende deel ook een beroep kan worden gedaan op bijdragen van het Rijk als bevoegd gezag en/of uit RES-gelden. Deze kosten worden gefinancierd uit het Programma 5 ‘Zuinig op ons Klimaat’, paragraaf 2.1 ‘Energietransitie’, reserve ‘Investeringsfonds Duurzaamheid’. Deze reserve heeft een breed beleidsdoel en is toereikend om € 250.000,- te kunnen dragen. Deze wijziging wordt verwerkt in de eerste managementrapportage van 2020 (MARAP 1). Ook zal er een beroep worden gedaan op onze eigen mensen. Deze inzet komt uit de huidige personeelsbezetting. b. Communicatie Het open plan- en omgevingsparticpatieproces tot nu toe is passend bij de aard van de Verkenning ingevuld. Binnen de bestaande structuur is het conceptrapport besproken met belanghebbenden.
Volgvel
Ons kenmerk
11
De uitkomst van de Verkenning zal worden gecommuniceerd via o.a. de raadsstukken, bijeenkomsten, website www.duurzamepolder.nl, sociale mediakanalen, nieuwsberichten en regiokranten. Afspraak is dat de drie partijen gezamenlijk naar buiten treden. Zij wegen met elkaar af wat het juiste moment is gelet op de beperkingen m.b.t. besluitvorming en procesparticipatie die het gevolg zijn van de Coronamaatregelen. c. Uitvoering Nadat alle drie partijen tot besluitvorming zijn gekomen, wordt het raadsbesluit uitgewerkt in een plan van aanpak. Dat omvat onder meer: het komen tot het Programma, het inrichten van het omgevingsparticipatieproces, het traject van een Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD), de voorbereiding van de totale (Europese) aanbesteding van het m.e.r. traject, en het inrichten van het omgevingsparticipatietraject. Daarnaast zal het projectbureau worden voorzien van bemensing. Er zal een vernieuwde samenwerkingsovereenkomst worden opgesteld. Deze samenwerkingsovereenkomst zal ter besluitvorming aan het College van B&W worden voorgelegd. d. Overlegd met Dit voorstel is in samenwerking met de gemeente ’s-Hertogenbosch en de provincie NoordBrabant opgesteld. Intern is dit voorstel afgestemd met de afdelingen RO, LWE en Financiën en het programma Energietransitie.
Bijlagen -
Eindrapport verkenning Duurzame Polder
-
Bijlage A: Het verhaal van de polder
-
Bijlage B: Proces omgevingsparticipatie Duurzame Polder
-
Bijlage C: Verslag opbrengsten themabijeenkomsten Duurzame Polder
-
Bijlage D: Verslag bewonersbijeenkomsten juni 2019
-
Bijlage E: Verslag bewonersbijeenkomst oktober/november 2019
-
Bijlage F: Brief Ministerie van EZK dd. 30 maart 2020
Samenvatting De afgelopen periode heeft de Verkenning Duurzame Polder plaatsgevonden. Hiervan zijn de resultaten in een eindrapport met bijlagen toegevoegd. Om een vervolg te kunnen geven aan
Volgvel
Ons kenmerk
12
de Verkenning van grootschalige duurzame energieopwekking in de Geffense, Lithse, Rosmalense en Nulandse polder (de Duurzame Polder) wordt een voorstel gedaan voor een aantal te nemen besluiten. In de volgende (ontwerp)fase wordt voorgesteld om deze wederom in samenwerking met de gemeente ’s-Hertogenbosch en provincie Noord-Brabant uit te voeren. Dan zal in een open plan- en omgevingsparticipatieproces een Programma (inclusief een plan-MER) voor de Duurzame Polder worden opgesteld. Hierbij worden een aantal kansrijke alternatieven onderzocht. Waarna het voorkeursalternatief ter besluitvorming wordt voorgelegd.