Raadsvoorstel vaststelling bestemmingsplan Meanderende Maas
Tekst van het document
Datum
11 april 2024
Onderwerp
Vaststelling bestemmingsplan Meanderende Maas 2022
Wat adviseert het college te besluiten? 1.
Het bestemmingsplan ‘Meanderende Maas - 2022, inclusief alle bijlagen, gewijzigd vast te stellen in de vorm van de dataset met het identificatienummer NL.IMRO.0828. BPmeandrndmaas2022 -VG01.
2.
De zienswijzen te beoordelen overeenkomstig de ‘Nota van antwoord zienswijzen Meanderende Maas’, inclusief bijlagen.
3.
De wijzigingen aan te brengen ten opzichte van het ontwerp die zijn aangegeven in de ‘Nota van antwoord zienswijzen Meanderende Maas’,
4.
Aan te geven dat in het bestemmingsplan gebruik is gemaakt van een ondergrond die ontleend is aan de BGT-kaart, aangevuld met kadastrale grenzen en kadastrale bebouwing.
5.
Geen exploitatieplan vast te stellen.
6.
Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant te verzoeken om de gewijzigd vastgestelde bestemmingsplannen eerder te mogen publiceren.
Wat is de aanleiding voor dit advies? Van 17 augustus tot en met 27 september 2023 heeft het ontwerpbestemmingsplan Meanderende Maas – 2022 ter inzage gelegen. Dit plan gaat de historische Maasdijk tussen vestingstadje Ravenstein en de stuw bij Lith aan de Brabantse zijde verbeteren, de Maas meer ruimte geven en het gebied ontwikkelen. Concrete aanleiding voor het project Meanderende
Volgvel
Ons kenmerk
2
Maas is dat de dijk aan Brabantse zijde van dit riviertraject niet voldoet aan de veiligheidsnormen. Binnen het project Meanderende Maas is met de bestuurlijke partners een doelstelling vastgelegd om een waterstandverlaging van 14 cm op rivierkilometer (rkm) 184 op de Maas bij een afvoer van 4118 m³/sec. te Borgharen te realiseren. Deze waterstandsdaling wordt in totaal bereikt middels: a.
de opgenomen maatregelen in het projectplan Waterwet voor de rivierverruiming en KRW;
b.
de - reeds vergunde - ontwikkeling Demen-Dieden en Oeverzone Diedensche Uiterdijk (zie paarse gebieden in afbeelding 2);
c.
de gewenste zelfrealisatie ontwikkeling in deelgebieden (zie oranje gebieden in afbeelding 2).
Het plangebied ligt ten zuiden van de Maas in de uiterwaarden tussen Ravenstein en Lith. Het gehele project ‘Planuitwerking van de Meanderende Maas Ravenstein - Lith‘ behelst de planuitwerking van 26 km versterking van de dijk tussen Ravenstein en Lith, het treffen van verruimingsmaatregelen in de Maas tussen genoemde plaatsen en de landschappelijke inrichting van 600 ha aan rivier en uiterwaarden aan de zuidzijde tussen Ravenstein en Lith.
Voor een deel van het projectgebied geldt dat de nieuwe ontwikkeling planologisch gezien al mogelijk is. Om versnippering van plannen te voorkomen en uniformiteit te bieden voor het
Volgvel
Ons kenmerk
3
hele projectgebied is ervoor gekozen alle gronden voor natuurontwikkeling en rivierverruiming in dit bestemmingsplan op te nemen. De roze gebieden (op de bovenstaande afbeelding) zullen dan ook de bestemming Water of de bestemming Natuur krijgen. Het overige deel binnen de projectgrens bestaat uit de zogenaamde “zelfrealisatie gebieden”. Voor het deel Demen – Dieden is al een wijziging doorgevoerd. De overige gronden zullen de huidige bestemming, Agrarisch met Waarden – Landschap en natuur, behouden. Voor deze gronden is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen waarbij alleen op vrijwillige basis de gronden om te bestemmen zijn naar Natuur. Agrarische activiteiten ontplooien blijft hier dus primair het gebruik. In het project Meanderende Maas werken tien partijen samen: de provincies Noord-Brabant en Gelderland, het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, Rijkswaterstaat, de waterschappen Aa en Maas en Rivierenland, de gemeenten Oss, West Maas en Waal en Wijchen en Natuurmonumenten. Voor het project zijn twee hoofdbesluiten nodig: •
Een projectplan Waterwet voor de dijkversterking. Dit project is geheel gelegen in de provincie Noord-Brabant, waarvoor waterschap Aa en Maas bevoegd gezag is.
•
Een projectplan Waterwet voor de geulen en weerdverlaging. Dit project is zowel in de provincie Noord-Brabant als in de provincie Gelderland gelegen, waarvoor Rijkswaterstaat, namens de Minister van Infrastructuur en Waterstaat, de rol van bevoegd gezag vervult.
Voor het gehele project zijn 18 besluiten van de bevoegde gezagen nodig en voor de gemeente Oss betreft dit: -
Het onderhavige bestemmingsplan
-
een omgevingsvergunning kappen en herplant
-
Omgevingsvergunning afwijken bestemmingsplan aanleg wegen
-
Verkeersbesluit afwaardering/verwijderen deel Maasakkerstraat in de Diedensche Uiterdijk
Het bestemmingsplan is gereed en uw raad is bevoegd om dit bestemmingsplan vast te stellen. Voor de overige besluiten is ons college bevoegd. Omdat het bestemmingsplan voor 1 januari 2024 ter inzage is gelegd, wordt de procedure onder de Wet ruimtelijke ordening afgewikkeld. Gecoördineerde voorbereiding Voor het projectplan Waterwet voor de dijkverversterking is een gecoördineerde voorbereiding door Gedeputeerde Staten op grond van artikel 5.5 van de Waterwet verplicht. Omdat de
Volgvel
Ons kenmerk
4
coördinatieregeling van de Waterwet niet kan worden toegepast op een projectplan dat betrekking heeft op de rivierverruiming, hebben Provinciale Staten van de provincies NoordBrabant en Gelderland besloten om de coördinatieregeling uit de Wet ruimtelijke ordening van toepassing te verklaren. De provincies hebben afgesproken dat Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Brabant is belast met de feitelijke werkzaamheden rondom deze coördinatie. De beide gecoördineerde procedures lopen gelijktijdig op. Zienswijzen, reikwijdte van besluiten en wetten Op de diverse besluiten in dit project zijn 121 zienswijzen ingediend. Indieners van zienswijzen hebben op het digitale zienswijzenformulier kunnen aangeven op welke ontwerpbesluiten hun zienswijze betrekking heeft. Het komt voor dat blijkt dat de zienswijze zich feitelijk op een ander besluit richt. Hiermee is bij de beantwoording rekening gehouden. Het komt echter ook voor dat bij lezing van de zienswijze blijkt dat die zienswijze geen betrekking heeft op belangen die de wet, waarop het besluit gebaseerd is, beoogt te beschermen. Dat betekent dat het bevoegd gezag die zienswijze bij de definitieve besluitvorming niet in de belangenafweging kan en mag betrekken. In dat geval wordt de zienswijze beschouwd als een zorg die indiener omtrent de uitvoering van het project heeft.
Waar mogelijk wordt in het antwoord op de zienswijze desalniettemin ingegaan op de bij indiener levende zorgen. Voor de volledigheid wordt hieronder aangegeven welke belangen de wetten waarop de besluiten zijn gebaseerd, beogen te beschermen. -
Waterwet
De doelstelling van de Waterwet en de plannen en vergunningen die daaronder vallen is het voorkomen en waar nodig beperken van overstromingen, wateroverlast en waterschaarste, de bescherming en verbetering van de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen alsmede de vervulling van de maatschappelijke functies van het watersysteem. -
Ontgrondingenwet
De doelstelling van de Ontgrondingenwet is een evenwicht te vinden tussen economische belangen en milieubescherming, met aandacht voor ecologische en landschappelijke aspecten en het vermijden of beperken van de mogelijke negatieve effecten van ontgronding op aspecten zoals bodemkwaliteit, waterkwaliteit, grondwater, luchtverontreiniging. -
Wet ruimtelijke ordening
De doelstelling van de wet ruimtelijke ordening en de plannen en vergunningen die daaronder vallen is de ruimtelijke ordening en functieverdeling te regelen en daarbij te waarborgen dat een evenwichtige afweging wordt gemaakt tussen verschillende belangen, zoals wonen, werken, recreatie, natuurbehoud en infrastructuur. -
Wet natuurbescherming – soortenbescherming
De doelstelling van deze wet is het beschermen van inheemse planten- en diersoorten. Een ontheffing regelt de voorwaarden waaronder plannen en werkzaamheden uitgevoerd kunnen
Volgvel
Ons kenmerk
5
worden die -zonder deze voorwaarden- de instandhouding van beschermde soorten in gevaar zouden kunnen brengen. -
Wegenverkeerswet
De doelstelling van de Wegenverkeerswet en verkeersbesluiten volgens die wet is om zorgvuldige besluiten te nemen over verkeersmaatregelen, de toegankelijkheid en geldende verkeersregels, daarbij rekening houdend met diverse aspecten zoals veiligheid, doorstroming en milieu. Welk resultaat willen we bereiken? De planologische mogelijkheid bieden om tot realisatie van bovengenoemd project te komen en daarvoor een bestemmingsplan vast te stellen. Welke argumenten zijn er voor dit advies? Het project Meanderende Maas heeft als belangrijkste doel om de waterveiligheid in het gebied tussen Ravenstein en Lith te vergroten door dijkversterking over een lengte van 26,6 km en door waterstandsverlaging. Zo worden de 270.000 bewoners in de Regio Oss – Den Bosch en economische waarden beter beschermd tegen overstromingen. Daarnaast worden de gebiedskwaliteiten versterkt en de mogelijkheden voor gebiedsontwikkeling benut. Om dit te realiseren wordt een combinatie van dijkversterking, rivierverruiming en uiterwaardinrichting gerealiseerd. Beoogde situatie Het projectgebied begint waar de Maasdijk de A50 kruist bij Ravenstein en volgt de Maas tot de stuw bij Lith (zie afbeelding 1). Het bestaat uit de volgende onderdelen: 1. de Maasdijk aan de Brabantse zijde van de A50 tot de stuw bij Lith met een beschermingszone die varieert van 60 tot 225 m; 2.
het buitendijkse gebied aan Brabantse zijde vanaf de Middelwaard tot aan de stuw bij Lith; 3. het buitendijkse gebied aan Gelderse zijde vanaf de spoorbrug bij Ravenstein/Niftrik tot aan de stuw bij Alphen/Lith. Het projectgebied heeft een omvang van circa 2.650 ha. Het dijktraject aan de Brabantse zijde heeft een lengte van 26,6 km (zie afbeelding 1).
Volgvel
Ons kenmerk
6
Afbeelding 1 Projectgebied Meanderende Maas
In afbeelding 2 is in hoofdlijnen aangegeven waar maatregelen in de uiterwaarden zijn voorzien en door wie deze worden gerealiseerd. In de toelichting van het bestemmingsplan staat e.e.a. uitgebreid beschreven.
Afbeelding 2 Maatregelen in de uiterwaarden
Bij de indeling van de deelgebieden is onderscheid gemaakt in ‘het werk’ en ‘zelfrealisatie'. Het werk (lichtgroen) betreft de maatregelen die door het project worden gerealiseerd en waarvoor nu diverse besluiten en vergunningen worden voorbereid. Zelfrealisatie betekent dat de huidige eigenaar of een nieuwe eigenaar van de betreffende gebieden de maatregelen voor de natuurontwikkeling uit het ontwerp zal gaan uitvoeren. Dat is inclusief het doorlopen van de benodigde procedures voor bijvoorbeeld het verkrijgen van benodigde vergunningen. Het gaat binnen project Meanderende Maas om de kernen van de Ossekamp, De Waarden en een
Volgvel
Ons kenmerk
7
deel van de Diedensche Uiterdijk (oranje gebieden). De gebieden zijn nu nog in eigendom van particulieren. De Oeverzone Diedensche Uiterdijk en de uiterwaarden bij Demen Dieden, in eigendom van Natuurmonumenten, zijn ook zelfrealisatiegebieden Hiervoor zijn de vergunningen al verleend en de verlaging van de uiterwaard, realisatie van (neven)geulen, in combinatie met kleiwinning zijn al in uitvoering. In donkergroen is een gebiedje aangeduid dat onderdeel is van de Oeverzone Diedensche Uiterdijk (zelfrealisatie), waar het project Meanderende Maas maatregelen voorziet voor een goede aansluiting tussen de projecten (overlap). Aanpassing van het bestemmingsplan buitengebied Oss (deel uiterwaarden) en omgevingsvergunning voor wegen Om de maatregelen in de uiterwaarden te kunnen realiseren, is een aanpassing nodig van een deel van het bestemmingsplan buitengebied van de gemeente Oss. Dit plan voorziet hierin. Voor de aanpassingen aan de dijk worden de afwijkingen van het bestemmingsplan geregeld in een omgevingsvergunning. Dit betreft met name aanpassingen aan de wegen.
Afbeelding 3 Plangebied aanpassing bestemmingsplan Oss (lichtroze)
Volgvel
Ons kenmerk
8
1.2 Het opgenomen ruimtelijke initiatief is voldoende onderbouwd. Het initiatief is uitgewerkt in een bestemmingsplan dat is getoetst op wenselijkheid en milieutechnische, stedenbouwkundige en planologische haalbaarheid. Het initiatief is gelegen in het buitengebied en staat de nieuwe functies toe. Het plan past binnen het projectplan Waterwet voor de dijkversterking en het projectplan Waterwet voor de geulen en weerdverlaging. Dit project is zowel in de provincie Noord-Brabant als in de provincie Gelderland gelegen, waarvoor Rijkswaterstaat, namens de Minister van Infrastructuur en Waterstaat, de rol van bevoegd gezag vervult. Het plan is daarop getoetst. Het plan is verder getoetst aan rijks- en provinciale regelgeving. 1.3 Er zijn geen milieuhygiënische belemmeringen voor de plannen. Omdat dit bestemmingsplan natuurontwikkeling mede door middel van de verlaging van gronden mogelijk maakt en daardoor ontgronding van meer dan 25 ha plaatsvindt, moet conform de Wet milieubeheer een milieueffectrapport (MER) op planniveau opstellen. Het ontwerp hiervan is met de overige ontwerpbesluiten ter inzage heeft gelegen. Het ontwerp is voorgelegd aan de Commissie MER. De Commissie vindt dat het ontwerp veel informatie bevat en goed leesbaar is. Ze vindt dat onder andere de bodemkwaliteitskaart en de onderzoeken naar archeologie en nautische veiligheid goed zijn uitgewerkt.
Daarnaast doet de Commissie een aantal aanbevelingen voor de besluitvorming. Op twee punten vindt de Commissie dat belangrijke informatie ontbreekt en een aanvulling nodig is. Het gaat om de waardering van de Lelyzone en om de beoordeling van de effecten van het dijkontwerp op de landschappelijke waarden. De Commissie adviseert deze informatie in een aanvulling op het project-MER op te nemen, en dan pas te besluiten over het project Meanderende Maas. Deze informatie is verstrekt en de Commissie komt tot het definitieve advies (d.d. 31 januari 2024) dat met de aanvulling voor landschap een grote slag is gemaakt die veel relevante informatie oplevert. Het aangevulde MER beschrijft nu op een duidelijke manier de effecten van het dijkontwerp op het landschap. Ook is inzichtelijk gemaakt op welke plekken de taluds mogelijk minder flauw gemaakt kunnen worden zonder aan waterveiligheid in te boeten. Er blijven wel onzekerheden bestaan over de onderbouwing van de effecten op de Lelyzone. De Commissie is van oordeel dat het MER en de aanvulling daarop de essentiële informatie bevatten om een besluit te kunnen nemen over het project Meanderende Maas waarin het milieubelang volwaardig wordt meegewogen. 1.4 Het wettelijk vooroverleg met andere overheden heeft geleid tot opmerkingen.
Het bestemmingsplan is voorgelegd aan het Waterschap Aa en Maas, provincie Noord-Brabant en Rijkswaterstaat. Opmerkingen (vooroverlegreacties) zijn verwerkt en vermeld in de toelichting van het bestemmingsplan.
Volgvel
Ons kenmerk
9
2.1 Geen zienswijze leidt tot aanpassing. Geen van de zienswijzen leidt tot inhoudelijke aanpassingen in het plan. 3.1 In het plan zijn ambtshalve wijzigingen opgenomen. Ten behoeve van de vaststelling van het bestemmingsplan is een aantal ambtshalve wijzigingen doorgevoerd. Deze zijn opgenomen in de Nota van antwoord zienswijzen Meanderende Maas. Deze wijzigingen leiden tot een gewijzigde vaststelling. 5.1. Er zijn geen exploitatieplannen nodig De gemeenten Oss, West Maas en Waal en Wijchen dragen bij aan de verdere inrichting van het gebied door o.a. middelen te verstrekken voor fietspaden, behoud en herstel van historische waarden in het gebied en andere maatregelen die een economische impuls geven. Ingeval van schade of als sprake is van nadeelcompensatie is op grond van de Waterwet en/of het ministeriële besluit van het voorliggende project is het Ministerie en Rijkswaterstaat verantwoordelijk voor eventuele schadevergoedingen. Over de kosten van de dijkversterking, het benodigde investeringskrediet om het project te kunnen realiseren en de dekking daarvan, wordt u in mei 2024 afzonderlijk geïnformeerd. Er is voldoende zicht op financiële dekking van het projectplan voor de dijkversterking gezien de tussentijdse inhoudelijke beoordeling van het ontwerp door de programmadirectie van het hoogwaterbeschermingsprogramma op 1 november 2023.
Besluitvormende behandeling van het kredietvoorstel is voorzien in de vergadering van het algemeen bestuur op 5 juli 2024.’ Daarmee wordt het project uitvoerbaar geacht. 6.1 Een versnelde bekendmaking zorgt voor tijdswinst. Bij de vaststelling van het bestemmingsplan zijn wijzigingen aangebracht ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan. Daarom mag het besluit tot vaststelling van deze drie bestemmingsplannen in beginsel pas na 6 weken – in plaats van 2 weken – bekend worden gemaakt. Dit in verband met de mogelijkheid voor het college van Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant (GS) en het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) om een reactieve aanwijzing in te dienen. De wet biedt echter de mogelijkheid om GS en het ministerie te verzoeken om toch eerder te mogen publiceren indien geen provinciale of nationale belangen worden geraakt. Voornoemd ministerie heeft bericht dat voor plannen die geen nationale belangen raken een verzoek daartoe achterwege kan blijven. Aan GS dient wel een verzoek te worden gedaan. Uw raad dient te besluiten over dit verzoek. Bij dit gewijzigde vastgestelde plan is geen sprake van strijd met provinciale of nationale belangen. Het is onnodig om voor de bekendmaking deze langere termijn af te wachten.
Volgvel
Ons kenmerk
10
Daarnaast raakt het niet de inspraakrechten van de indieners van zienswijzen. Verder is het wenselijk om de initiatiefnemers zo snel mogelijk te laten starten met de uitvoering van hun plannen. Daarom wordt geadviseerd om GS te verzoeken om het gewijzigde vastgestelde bestemmingsplan eerder te mogen publiceren. Dit verzoek moet per e-mail bij de provincie worden ingediend. Wat zijn tegenargumenten of risico’s? Er is beroep mogelijk tegen de vaststelling. Indieners van zienswijzen kunnen beroep instellen tegen het vastgestelde bestemmingsplan. Verder kunnen (andere) belanghebbenden beroep instellen tegen het vastgestelde plan, ook als er geen zienswijzen zijn ingediend en er geen wijzigingen zijn in de plannen. Waar moeten we rekening mee houden? a. Financiën Op basis van de Wro is de gemeente verplicht om bij ruimtelijke initiatieven waarbij er sprake is van een grondexploitatie kostenverhaal toe te passen. Voor deze ruimtelijke ontwikkeling zijn afspraken gemaakt (zie punt 5.1) Er worden in de bestuursovereenkomst financiële afspraken gemaakt over kostenverhaal, plankosten en planschade. b. Privacy Deze ontwikkelingen richten zich op de toekenning van nieuwe functies aan percelen. Personen hebben hierbij een rol als initiatiefnemer, grondeigenaar of als inspreker/belanghebbende. In deze procedure verwerken wij alleen naam en adresgegevens.
Deze gegevens maken wij niet openbaar. Een Privacy Impact Assessment (PIA) hoeft hiervoor niet te worden gedaan. c. Communicatie en participatie Dit project heeft een uitgebreid participatietraject doorlopen. Participatie heeft plaatsgevonden in de verkenningsfase men de planuitwerkingsfase. De uitkomst hiervan is opgenomen in bijlage 7 van de toelichting van het bestemmingsplan. De tervisielegging van het vastgestelde bestemmingsplan wordt via de projectorganisatie gecommuniceerd op de gebruikelijke manier: een publicatie in Oss Actueel, in het Gemeenteblad en digitaal via www.oss.nl. De indieners van zienswijzen worden persoonlijk geïnformeerd. Tevens worden de vooroverleginstanties geïnformeerd over de vaststelling van de bestemmingsplannen. Vanwege de van toepassing zijnde coordinatieregeling worden volgens de huidige planning alle relevante besluiten voor het project gezamenlijk op 22 mei 2024 gepubliceerd en met ingang van 23 mei 2024 ter inzage gelegd.
Volgvel
Ons kenmerk
11
d. Uitvoering Na de vaststelling van het bestemmingsplan kunnen omgevingsvergunningen worden verleend voor de realisatie van de plannen binnen het plangebied. e. Overlegd met Er is voor dit project een projectorganisatie ingericht waarin alle betrokken overheden zijn vertegenwoordigd. Elk besluit of beslissing over de besluiten wordt in overleg genomen. Intern is het bestemmingsplan overlegd met de afdelingen LWE, VTH en IBOR. De afdeling F&C is akkoord met voorliggend voorstel. Bijlagen 1. Het vast te stellen bestemmingsplan ‘Meanderende Maas - 2022 A.
Toelichting
B.
Regels met bijlagen
C.
Verbeelding
D. Bijlagen bij toelichting E.
Nota van antwoord zienswijzen Meanderende Maas