Raadsvoorstel uitvoeringsprogramma klimaatadaptatie 2024-2028
Tekst van het document
Datum
21-05-2024 Onderwerp
Uitvoeringsprogramma Klimaatadaptatie 2024-2028
Wat adviseert het college te besluiten? 1. Het Uitvoeringsprogramma Klimaatadaptatie 2024-2028 vast te stellen 2. De benodigde bedragen te onttrekken uit de reserve klimaatadaptatie (€1.115.000) en de reserve groenfonds landelijk gebied (€515.000), verspreid over de jaren 2024 tot en met 2028 Wat is de aanleiding voor dit advies? In het coalitieakkoord ‘Samen Duurzaam Vooruit’ is klimaatadaptatie benoemd als een van de speerpunten van het college. In de vastgestelde koersnota Klimaatadaptatie 2050 geeft het college aan welke stip zij aan de horizon zet om te zorgen dat gemeente Oss in 2050 klimaatadaptief is. Daarnaast is er door de gemeenteraad een reserve klimaatadaptatie in het leven geroepen om uitvoering te gaan geven aan de opgaven die in de koersnota staan vermeld. De logische volgende stap is dan ook dit uitvoeringsprogramma, waarin we benoemen waar we de komende tijd aan gaan werken. Het uitwerken van het programma is samen met betrokken partners vormgegeven. Dat is noodzakelijk, want alleen samen kunnen we Oss klimaatrobuust maken.
Volgvel
Ons kenmerk
2
Welk resultaat willen we bereiken? Met dit uitvoeringsprogramma werken we aan de vastgestelde ambitie van een klimaatrobuust en biodivers Oss in 2050. De opgaven die hieruit voortkomen zijn het – bij een bepaalde terugkerende kans – voorkómen van schade en beperken van overlast door water (hoogwater in de Maas, regenbuien, periodes van droogte), het zorgen voor verkoeling tijdens hitte(golven) en het bouwen aan robuuste ecosystemen. Acties die nu urgent zijn en impact hebben, zijn opgenomen in dit uitvoeringsprogramma. Met deze acties werken we vaak aan meerdere klimaatopgaven tegelijk én waar mogelijk ook aan andere opgaven die de gemeente heeft. Zoals aan opgaven op het gebied van wonen, werken, mobiliteit en recreatie. Met het uitvoeren van deze acties werken we aan urgente, huidige knelpunten, voorkomen we toekomstige knelpunten, en zorgen we voor een gezondere, veiligere en prettigere leefomgeving. Welke argumenten zijn er voor dit advies? (=want) 1.1 Het uitvoeringsprogramma geeft invulling aan beleid dat is vastgesteld in de koersnota klimaatadaptatie. Klimaatadaptatie is één van de prioritaire opgaven en is vastgelegd in het coalitieakkoord 2022-2026 ‘Samen duurzaam vooruit’. In september 2023 heeft de gemeenteraad de Koersnota Klimaatadaptatie vastgesteld. Daarin staan onze ambitie en doelen voor 2030 en 2050.
In dit uitvoeringsprogramma stellen we vast wat er de komende tijd waar nodig is om richting deze doelen te werken. En zorgen we voor de financiën, planning en bemensing voor uitvoering. Veel van de acties en projecten werken aan meerdere van de doelen (water, verkoeling, ecosystemen) tegelijk. Daarom zijn de acties, in plaats van op doelen, geordend aan de hand van vier actielijnen: 1. Met en voor inwoners en bedrijven 2. Focusgebieden: a. knelpunten b. netwerken 3. Als gemeente orde op zaken 4. Monitoring en onderzoek 1.2 Het klimaat verandert en actie is noodzakelijk Door klimaatverandering neemt de kans op schade door wateroverlast, overstromingen, hitte en droogte toe. Dat levert risico’s op voor de economie, voor onze gezondheid, voor de
Volgvel
Ons kenmerk
3
natuur en voor onze veiligheid. Dit uitvoeringsprogramma stelt ons in staat om noodzakelijke acties in gang te zetten om weerbaarder te worden tegen klimaatverandering. 1.3 Het uitvoeringsprogramma is in samenspraak met onze externe partners opgesteld Tijdens drie externe bijeenkomsten hebben we ideeën opgehaald voor dit uitvoeringsprogramma (zie p. 6 ‘overlegd met’). Deze ideeën hebben we – in combinatie met ideeën en plannen vanuit de gemeente – samen geprioriteerd en verwerkt tot dit uitvoeringsprogramma. 2.1 Een investering in klimaatadaptatie kost nu geld maar levert financiële en maatschappelijke baten op. Uit een onderzoek in de metropoolregio Amsterdam1, blijkt dat investeringskosten in klimaatadaptatie zich grotendeels (>80%) kunnen terugbetalen met financiële en monetariseerbare baten. Dat zijn dus kosten waar direct een prijskaartje aan hangt, die worden vermeden door investeringen in klimaatadaptatie. De grootste baten zijn vermeden schades (bijv. bij wateroverlast, verbeterde arbeidsproductiviteit door minder hittestress), klimaatmitigatie (opslag koolstof en verminderen uitstoot), vermeden zuiveringskosten (regenwater trekt de grond in, en hoeft dan niet naar een rioolwaterzuivering te worden verpompt) en vastgoedwaardestijging. Daarnaast heeft investeren in klimaatadaptatie en groen in bebouwd gebied allerlei maatschappelijke baten.
Lastiger te kwantificeren, maar wel belangrijk. Bijvoorbeeld een mooie, fijne woonomgeving, recreatiemogelijkheden, gezondheid. Over gezondheidseffecten van groen in de buurt, zijn allerlei onderzoeken gedaan, die aantonen dat meer natuur in de buurt gezond gedrag bevordert (meer bewegen, meer sociaal contact), herstel bevordert (minder stress, betere concentratie) en schade vermindert (schonere lucht, minder last van hitte).2
1 ‘Klimaatadaptatie in de bebouwde omgeving: Verkennende analyse van baten en bekostiging voor een
klimaatbestendige Metropoolregio Amsterdam’, 2023, zie https://www.metropoolregioamsterdam.nl/klimaatbestendige-mra-kost-miljarden-maar-is-goedkoperdan-niets-doen/ 2
‘Kennisbundeling Groen en Gezondheid’, RIVM, 2022, zie:
https://www.rivm.nl/documenten/kennisbundeling-groen-en-gezondheid
Volgvel
Ons kenmerk
4
2.2 Financiële dekking vanuit de reserve klimaatadaptatie en reserve groenfonds landelijk gebied is nodig voor uitvoering van de plannen. De financiële middelen die we vragen te onttrekken zijn al geoormerkt voor klimaatadaptatie en natuurontwikkeling/landschap in het buitengebied. Nu kunnen ze ook echt worden ingezet om werk te maken van die opgaven. Voor sommige acties is al financiële dekking uit lopende budgetten. In dat geval is dat aangegeven in de tekst van het uitvoeringsprogramma. Een volledig overzicht van alle maatregelen, inclusief kostendekking en planning, is te vinden in bijlage 1 van het uitvoeringsprogramma. Wat zijn tegenargumenten of risico’s? (=maar) 1.1 Het uitvoeringsprogramma werkt richting de doelen voor 2030 en 2050, maar er is meer nodig dan alleen de genoemde acties en investeringen. Uit een uitgebreid onderzoek in de provincie Zuid-Holland3 blijkt dat, afhankelijk van de wijktypologie en doorlatendheid van de bodem, er gemiddeld aanlegkosten van zo’n €130 per inwoner per jaar tot 2050 nodig zijn, om overal aan de daar gestelde klimaatadaptatiedoelen te voldoen. Daarnaast is er ook nog €82 per jaar per inwoner aan beheerkosten nodig voor al deze maatregelen. Voor de 95.000 inwoners van de gemeente Oss zou dat dus al gauw zo’n 20 miljoen per jaar zijn tot 2050.
De situatie in Oss is wel op een aantal belangrijke punten anders dan in Zuid-Holland, bijvoorbeeld als het gaat om bodemdaling (wat hier veel minder voorkomt) en de waterdoorlatendheid van de bodem (die hier in grote delen van de gemeente best goed is4). Voor een gemeente waar de doorlatendheid van de bodem beter is, bijvoorbeeld de gemeente Katwijk, daalt de investering voor aanleg én beheer tot €120 per inwoner per jaar. Dat zou voor Oss dus nog altijd ruim 11 miljoen per jaar tot 2050 betekenen. In dit uitvoeringsprogramma hebben we daarom, naast uitvoerende projecten, ook middelen gereserveerd voor onderzoek en monitoring. Op de middellange termijn moeten we ingrijpende beslissingen maken, zowel voor aanleg als beheer van klimaatadaptieve voorzieningen. Het lastige is dat niets doen, oftewel je niet aanpassen aan extremer weer, nog hogere kosten met zich meebrengt (en bovendien niet makkelijk te voorspellen kosten)1. En wél iets doen, heeft bovendien de potentie om bij te dragen aan andere gemeentelijke opgaven. Zoals fijn wonen in leefomgeving waar we trots op zijn. Een omgeving die uitnodigt
3
‘Klimaatadaptatie bestaande stad: Maatregelen en kosten per wijktypologie’, 2023, zie
https://www.zuid-holland.nl/actueel/nieuws/december-2023/klimaatadaptatie-inzicht-maatregelenkosten/ 4
De doorlatendheid van de bodem zorgt voor lagere kosten voor waterberging, omdat het water sneller
de grond in kan zakken. Het maakt de bodem ook gevoeliger voor droogte.
Volgvel
Ons kenmerk
5
om een ommetje te maken of sneller de fiets te pakken. Waar inwoners zich mentaal en fysiek beter voelen, en die een goed vestigingsklimaat vormt voor bedrijven. 1.2 Klimaatadaptieve maatregelen vragen ruimte. Deze ruimte is, vooral in het stedelijk gebied en zowel boven- als ondergronds, al erg schaars. Klimaatadaptatie is niet de enige ruimtelijke opgave waar de gemeente de komende jaren in wil en moet investeren. Er zijn ook opgaven op het gebied van bijvoorbeeld woningbouw, landbouw, mobiliteit en energie. Klimaatadaptatie is een randvoorwaarde voor een toekomstbestendige leef- en werkomgeving voor onze inwoners en bedrijven. Daarom willen we de mogelijkheden om klimaatadaptatie mee te koppelen aan andere ruimtelijke transities ten volle benutten. Op deze manier zorgen we voor duurzaam ruimtegebruik en dragen de investeringen in klimaatadaptatie tevens bij aan de ruimtelijke kwaliteit. Om goede handvatten te hebben voor het klimaatrobuust en biodivers (her)ontwikkelen van projecten en de openbare ruimte, maken we, als onderdeel van het uitvoeringsprogramma, een Osse versie van de landelijke maatlat ‘groene en klimaatadaptieve gebouwde omgeving’. Daarnaast is er natuurlijk op locatieniveau vaak maatwerk nodig: niet overal kunnen generieke maatregelen toegepast worden.
Daarom werken we als onderdeel van het uitvoeringsprogramma aan bepaalde focusgebieden: plekken waar de knelpunten rondom klimaat het grootst zijn, en netwerken, die de kans bieden om met robuuste groenblauwe structuren te zorgen voor wateropvang en verkoeling. We werken nadrukkelijk samen met collega’s van andere thema’s zoals wonen, recreatie en toerisme, economie, mobiliteit en gezondheid, zodat de ingrepen meerdere positieve effecten hebben. 2.1 De financiële middelen uit de reserves zijn incidenteel in te zetten. Er is dus geen borging voor structurele kosten. Om een impuls te geven aan klimaatadaptatie, zetten we incidentele middelen uit de reserve klimaatadaptatie en de reserve groenfonds landelijk gebied in. De vraag is of het lukt uiteindelijk binnen bestaande programma’s en budgetten structureel maatregelen toe te passen op een manier die bijdraagt aan een leefbare, gezonde en veilige leefomgeving. Ook voor de eventuele beheer- of vervangingskosten van de ingrepen die we nu willen doen, zullen we binnen bestaande middelen moeten zoeken naar de mogelijkheden.
Volgvel
Ons kenmerk
6
Waar moeten we rekening mee houden? a. Financiën De financiële onderbouwing van het gehele programma is gebaseerd op kostenramingen van de afzonderlijke projecten. Deze zijn deels gebaseerd op offertes, deels nog indicatief/geraamd op basis van kengetallen. De planning van de projecten is opgenomen in bijlage 1 van het uitvoeringsprogramma. Op basis van deze planning is de financiële doorrekening naar de jaren 2024 tot 2028 gemaakt. Daarbij zijn we er gemakshalve vanuit gegaan dat voor bedragen onder de €50.000 het gehele budget uitgegeven wordt in het jaar dat het project start, wat in de praktijk niet altijd het geval zal zijn. De onderstaande bedragen zijn dan ook richtbedragen. Mochten de begrote bedragen wijzigen, in omvang of jaarschijf, dan leggen we dit voor in de reguliere BBC-documenten (eerste financiële tussenrapportage en/of programmabegroting).
Reserve
2024
2025
2026
2027
2028
totaal
€90.000
€330.000
€350.000
€290.000
€55.000
€1.115.000
€80.000
€170.000
€140.000
€70.000
€55.000
€515.000
€170.000
€500.000
€490.000
€360.000
€110.000
€1.630.000
klimaatadaptatie* Reserve Groenfonds landelijk gebied** Totaal***
* In de reserve klimaatadaptatie is begin 2024 afgerond € 1,5 miljoen beschikbaar. ** In de reserve Groenfonds Landelijk gebied is begin 2024 € 1,8 miljoen beschikbaar. *** Het totaalbedrag van het uitvoeringsprogramma is groter dan de hier genoemde bedragen. Dat komt omdat er ook zaken in zijn opgenomen die weliswaar meewerken aan de opgaven, maar nu geen extra middelen behoeven. Dat geldt bijvoorbeeld voor budgetten die al in de programmabegroting van 2024 zijn opgenomen voor uitvoering van het programma klimaatadaptatie, vooruitlopend op dit uitvoeringsprogramma. En ook voor uitgaven die vallen onder het WRP (water- en rioleringsprogramma), die we betalen middels een 100% kostendekkende rioolheffing. Voor deze uitgaven is stijging van de rioolheffing niet nodig. Voor uitgebreidere financiële overzichten, zoals aan welke van de vier actielijnen welke bedragen worden gebruikt, zie H5 van het uitvoeringsprogramma.
Volgvel
Ons kenmerk
7
b. Communicatie Onderdeel van het uitvoeringsprogramma is de actielijn ‘met en voor inwoners en bedrijven’, waar bijvoorbeeld buurtgerichte actie bij horen, maar ook gemeentebrede communicatie. Wie we precies waarover informeren en enthousiasmeren krijgt tijdens de uitvoering van dit programma verder vorm. c. Uitvoering We voeren de genoemde acties waar mogelijk graag uit met betrokken partners, zoals woningcorporaties, waterschap, centrummanagement, wijk- en dorpsraden, IVN Oss, Stadse Boeren, Stichting landschapsbeheer en de ZLTO. d. Overlegd met Extern • • • • • • • • • •
Provincie Noord-Brabant Waterschap Aa en Maas IVN Oss Stichting Landschapsbeheer Oss Stadse Boeren Oss ZLTO Centrummanagement Oss Woningcorporatie Mooiland Woningcorporatie Brabant Wonen Dorpsraad Berghem
Een uitgebreide raadpleging van alle wijk- en dorpsraden heeft (nog) niet plaatsgevonden. Op basis van lopende contacten bij de dorpsraad Berghem over een ander initiatief, hebben wij gevraagd of zij ook bij de stakeholdergesprekken over klimaatadaptatie wilden aansluiten. In de verdere uitwerking en uitvoering van dit uitvoeringsprogramma betrekken we uiteraard alle (geïnteresseerde) wijk- en dorpsraden. Intern •
Programmateam klimaatadaptatie: A. de Smit, beleid klimaat, milieu, openbare ruimte J. Slotboom, beleid natuur en biodiversiteit T. van Tol, ecoloog M. Beekmans, projectmedewerker klimaatadaptatie S. van der Heijden, programmamanager klimaat en energie
Volgvel
Ons kenmerk
8
•
LWE: P. Kamsma, afdelingshoofd E. van den Ouweland, teamleider omgevingsbeleid H. Koeslag, beleid agrarische zaken E. Neelen en J. Elbers, beleid mobiliteit N. Rombout, beleid wonen M. Berkers, beleid recreatie en toerisme
•
RO: L. Dicou, planoloog
•
IBOR: E. Vissers, vakbeheerder duurzaamheid R. Hurkens en Q. Michielsen, vakbeheerders riolering R. Schleedoorn, N. van Schagen, S. Bressers, vakbeheerders groen, water en ecologie B. Rovers, coördinator IUP
•
Sociaal domein: J. van Elzen en P. Mulderij, wijkzaken E. de Winter, beleid gezonde leefomgeving
•
F&C: G. Braicks, business controller I. de Kort, business controller (in afstemming met A. Sprong, financieel adviseur)
Volgvel
Ons kenmerk
9
Samenvatting (=korte inhoud) Het klimaat verandert. Periodes van veel regen, hoge afvoeren in de Maas, droogte en hitte komen vaker voor, dus hebben we een gemeentelijk grondgebied nodig dat tegen een stootje kan. Dat hebben we al in een beleidsstuk (de koersnota klimaatadaptatie) vastgesteld. Om daar uitvoering aan te geven, hebben we samen met verschillende partners in Oss nu dit uitvoeringsprogramma opgesteld. We werken aan vier actielijnen: -
We willen samenwerken met betrokken en actieve inwoners om op straat- en buurtniveau zichtbare actie te ondernemen.
-
We kijken naar verschillende focusgebieden: waar is ingrijpen nu nodig omdat klimaatrisico’s het grootst zijn (knelpunten) en hoe kunnen we groenblauwe structuren (netwerken) realiseren die allerlei voordelen met zich mee brengen voor de weerbaarheid van onze gemeente.
-
Ook kijken we naar onze eigen bedrijfsvoering: zorgen dat we met de juiste kaders bij ruimtelijke projecten, inrichting en beheer van de openbare ruimte bijdrage leveren aan een klimaatrobuust Oss.
-
Als laatste actielijn werken we aan onderzoek en monitoring, zodat we ons beleid en de acties kunnen verantwoorden en bijsturen als dat nodig is.
Voor de uitvoering vragen we de reserve klimaatadaptatie en een deel van de reserve groenfonds landelijk gebied in te zetten.