Raadsvoorstel RES 1 0.DOCX
Tekst van het document
Aan de Gemeenteraad Invoegen aanhefI
Datum
20 april 2021 Onderwerp
Uw kenmerk
RES 1.0
-
Aantal bijlagen
Wat adviseert het college te besluiten? In te stemmen met de concept RES 1.0. en daarmee met: 1.
het regionale RES-bod 1.0.
2.
het ongewijzigd handhaven van het aandeel van de gemeente Oss daarin (0,26 TWh of 0,93 PJ in 2030) zoals eerder is besloten door uw raad d.d. 16-04-2020
3.
het opnemen van het zoekgebied voor windenergie in het Osse deel van de Duurzame Polder (de Lithse en Geffense Polder) in de RES 1.0 conform het raadsbesluit Verkenning Duurzame Polder van 28-01-2021;
Kennis te nemen van: 4.
de zoekgebieden voor zon en wind die binnen de overige RES-gemeenten zijn vastgesteld, in procedure zijn of openbaar worden verkend;
5.
de keuze van de Stuurgroep RES NOB voor samenwerkingsscenario 2, inclusief het voeren van gesprekken met de netbeheerders op regionaal niveau;
6.
de beide handreikingen in deel III: ruimtelijk overwegingskader en 50% lokaal eigendom.
7.
de reactie in bijlage I op de ingediende zienswijzen bij de concept-RES.
Volgvel
Ons kenmerk
2
-
Wat is de aanleiding voor dit advies? Voortraject In het tweede kwartaal van 2020 stemden de gemeenteraden en het algemeen bestuur van twee waterschappen in de RES-regio Noordoost Brabant (RES NOB) en het College van GS van de provincie in met de concept-RES. Daarmee stemden zij in met het gezamenlijk regionaal bod van 5,5 PJ (1,5 TWh) aan hernieuwbaar op te wekken elektriciteit, 11% besparing van elektriciteit en warmte (ten opzichte van 2017) en 3 PJ hernieuwbaar op te wekken warmte. Dit alles te realiseren in de periode tot 2030 en daarvoor te vergunnen in de periode tot 2025. De deelnemende gemeenten stemden ieder in met een lokale resultaatsverplichting voor hun deel van de opwek van duurzame elektriciteit. Voor Oss is deze gelijk aan ons aandeel in het regionale energieverbruik: 17%, wat leidt tot een opgave voor Oss van 0,93 PJ (0,26 TWh1). Met dit bod namen de regiogemeenten de verantwoordelijkheid om elk hun bijdrage te leveren aan de realisatie van de doelen uit het Klimaatakkoord. Dit bod is eind 2020 via het Nationale Programma Regionale Energiestrategie (NPRES) voorgelegd aan het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL). Op 1 februari 2021 heeft het PBL geconcludeerd dat met het gezamenlijke bod van de 30 regio’s de energiedoelen voor 2030 (in theorie) kunnen worden gehaald. In de tussentijd zijn alle gemeenten doorgegaan met het realiseren van hun lokale opgave.
Dit hebben zij gedaan door het bepalen van zoekgebieden en het vaststellen van beleid voor wind- en zonne-energie, om zo het tijdig vergunnen van wind- en zonprojecten vóór 2025 mogelijk te maken. Nadrukkelijker dan voorheen is de RES NOB aan de slag gegaan met energiebesparing. Recent is een werkgroep gevormd onder voorzitterschap van onze wethouder Van der Schoot. Deze werkgroep heeft de volgende opdracht van de Stuurgroep meegekregen: −
Delen van kennis en ervaring op het gebied van energiebesparing.
−
Benutten van gezamenlijke kansen t.b.v. het realiseren van de besparingsdoelstelling (i.c. 11% energiebesparing in 2030).
1
Overigens staat in de tabel op bladzijde 17 van de RES 1.0 1,6 TWh als opgave voor de regio en 0,28 TWh als opgave voor Oss. Om verwarring te voorkomen: dit zijn de bruto getallen. Als hier de reeds in 2017 gerealiseerde duurzame opwek van wordt afgetrokken, komen we voor de regio op 1,5 TWh en voor Oss op een netto opgave voor de periode 2017-2030 van 0,26 TWh (ofwel 0,93 PJ).
Volgvel
Ons kenmerk
3
-
−
Elkaar stimuleren en inspireren om de besparingsopgave te realiseren.
−
Vormgeven van een gezamenlijke lobby, bijvoorbeeld om financiering te organiseren.
RES 1.0 Het Nationaal Programma RES (NP RES) vraagt aan elke RES-regio om in RES 1.0 het bod uit de Concept RES te bevestigen. Voor onze regio is dat 1,6 TWh duurzame opwek met wind en zon in 2030. Daarnaast wordt elke regio gevraagd om op een kaart van de regio aan te geven waar de concrete locaties) voor wind en zon zich bevinden. Voor alle duidelijkheid: het gaat hier om aangewezen zoekgebieden, niet om projectlocaties. Dit gaat verder dan de concept RES waar kon worden volstaan met ‘globale’ of ‘technische’ zoekgebieden. De RES 1.0 van onze RES-regio geeft daarnaast inzicht in de voortgang van de realisatie van zowel de regionale opgave als de lokale (gemeentelijke) opgaven. Deze voortgang is inzichtelijk gemaakt op basis van kwalitatieve informatie van gemeenten zelf en kwantitatieve informatie uit de Klimaatmonitor. De voortgang verschilt per gemeente. Zo zijn er gemeenteraden die hun zoekgebieden en beleid al grotendeels hebben vastgesteld middels raadsbesluiten (zoals Oss en Den Bosch), maar er zijn er ook die nog in de beginfase zitten. De opzet van de RES 1.0 is grotendeels gelijk aan die van de Concept RES. Wat is nieuw? −
De keuze van de Stuurgroep voor een vorm van samenwerking voor het vervolg, waarbij wel de autonomie van gemeenten als leidend principe gehandhaafd blijft.
−
Uitbreiding van de randvoorwaarden die de RES NOB ingevuld wil zien door het Rijk.
−
Actuele informatie toegevoegd over (knelpunten in) het elektriciteitsnetwerk.
−
Met het toevoegen van de Regionale Structuur Warmte (RSW) is de potentie van warmtebronnen in de regio aangegeven.
−
De reactie op de zienswijzen op de Concept RES (bijlage I).
Met de vaststelling van RES 1.0 door de Stuurgroep en na instemming door de deelnemers, is de opgave, zowel van de regio als van de individuele gemeenten, definitief. Vanaf 1 juli 2021 wordt de RES elke twee jaar geëvalueerd. RES 2.0 zal in het eerste kwartaal van 2023 aan uw raad worden voorgelegd. De RES 2.0 is een nadere uitwerking van de RES 1.0, met o.a. een kaart van de regio met de keuzes voor projectlocaties voor wind en zon en besluiten over nieuw aan te leggen infrastructuur.
Waar wijkt het advies van het college af van het voorstel van de RES-organisatie?
Volgvel
Ons kenmerk
4
-
Het advies van het College aan uw raad wijkt op twee punten af van het concept raadsvoorstel dat door de Stuurgroep RES is opgesteld : −
De Osse Raad heeft in april 2020 bij amendement aangegeven dat men niet instemt met de leidende principes voor regionale samenwerking in de RES Noordoost Brabant en met het afwegingskader (nu geheten: Overwegingskader) als handvat voor het afwegen van lokale- en (sub)regionale gebiedskeuzes. Besloten is dat het Osse beleid en de Osse afwegingskaders leidend moeten zijn voor het invullen van de RES-opgave voor de gemeente Oss. Hierover is uitvoerig gesproken in de Stuurgroep RES. Hoewel de meningen verdeeld zijn, is besloten om de lokale afwegingen leidend te laten zijn. Daarom is in de tekst verduidelijkt dat het om ondersteunende handreikingen (in deel III: ruimtelijk overwegingskader en 50% lokaal eigendom) gaat en niet om extra beleidskaders. Ook is expliciet aangegeven dat deze handreikingen niet toegepast worden op reeds gemaakte keuzes. Om elk misverstand uit te sluiten adviseert het College om te volstaan met ‘kennis te nemen van’ de handreikingen in deel III van de RES 1.0. Dit in afwijking van het concept voorstel van de RES-organisatie dat om instemming vraagt. Hiermee benadrukken wij dat wij vasthouden aan het genoemde amendement. Uiteraard zal het College in de Stuurgroep RES wel toelichten welke maatschappelijke en ruimtelijke overwegingen ten grondslag hebben gelegen aan door uw raad vastgestelde zoekgebieden, beleid en locatiekeuzes voor wind en zon.
−
Om dezelfde reden vragen wij uw Raad om kennis te nemen van (en niet in te stemmen met) de keuze van de Stuurgroep RES NOB voor samenwerkingsscenario 2. Dit betreft namelijk een procesafspraak voor de Stuurgroep zelf.
Welk resultaat willen we bereiken? Elk volgend RES-bod geeft steeds concreter aan in hoeverre enerzijds de regionale energieopgave en anderzijds de hieruit voortvloeiende lokale resultaatsverplichtingen al zijn gerealiseerd en op welke wijze de regionale en lokale restopgaven in de periode tot 2030 worden gerealiseerd. E.e.a. door middel van het vaststellen van zoekgebieden voor wind en zon en het realiseren van concrete zon- en wind- en warmteprojecten en van de resultaten op het gebied van energiebesparing. Door het vaststellen van RES 1.0 maken de deelnemers gezamenlijk aan het Rijk en aan elkaar duidelijk wat onze RES NOB -opgave is en hoe ver wij samen en ieder voor zich zijn met de realisatie hiervan.
Volgvel
Ons kenmerk
5
-
Monitoring Binnen RES NOB is afgesproken dat een keer per jaar de voortgang wordt gemonitord. Niet alleen voor de regio maar ook per gemeente. Deze monitor wordt gebaseerd op de cijfers uit de Klimaatmonitor. Omdat de gegevens in de Klimaatmonitor één kalenderjaar achter lopen, loopt ook de monitor één jaar achter. Deze monitoring wordt uiteraard betrokken in onze terugkoppeling van de voortgang in onze gemeente aan onze gemeenteraad.
Welke argumenten zijn er voor dit advies? 1.1
Met RES 1.0. voldoet de RES NOB aan haar verplichting vanuit het Klimaatakkoord
In RES 1.0 van onze regio bevestigen de deelnemers hun RES-bod van 1,6 TWh als bijdrage aan de opgave uit het Klimaatakkoord om vóór 2030 35 TWh aan duurzame energie op te wekken met wind en zon. Daarnaast hebben de deelnemers op een kaart van de regio aangegeven waar de zoekgebieden voor wind en zon zich bevinden. 1.2
Met RES 1.0 geven alle gemeenten aan hoe en waar zij denken hun deel van de gezamenlijke opgave in te vullen.
Er zijn verschillende soorten zoekgebieden: zoekgebieden die door de gemeenteraad zijn vastgesteld (zoals in Oss en Den Bosch) en zoekgebieden die in een idee- of verkenningsfase verkeren en waarover de betreffende gemeenteraad nog geen besluit heeft genomen. In de RES 1.0 wordt dit voor het eerst zichtbaar gemaakt. Het is belangrijk om te beseffen dat het bij deze zoekgebieden niet om vastgestelde projectlocaties voor wind of zon gaat. Richting RES 2.0 zullen alle gemeenteraden niet alleen zoekgebieden, maar ook concrete projectlocaties voor de opwek van wind- en zonne-energie moeten vaststellen. De Osse raad heeft eerder al stappen gezet die verder gaan dan het aanwijzen van een zoekgebied. Zie daarvoor de tabel bij de raadstukken van 28 januari jl. met het bestemmingsplan voor windpark Elzenburg/de Geer en de omgevingsvergunning voor zonneveld De Mun. Daarnaast hebben bedrijven zon-op-dak-projecten gerealiseerd. Voor de resterende RES-opgave is een deel van de Duurzame Polder aangewezen als zoekgebied voor windenergie. 1.3
Regionale samenwerking krijgt verder vorm, maar de lokale autonomie blijft voorop staan zoals wij vanuit Oss steeds hebben bepleit
De stuurgroep van de RES, bestaande uit bestuurders van alle gemeenten, waterschappen, de provincie en Enexis , heeft verschillende scenario’s voor samenwerking besproken. De stuurgroep heeft uiteindelijk gekozen voor een scenario waarbij de lokale autonomie leidend is
Volgvel
Ons kenmerk
6
-
en blijft. De RES NOB is hiermee vooral aanspreekpunt voor NPRES, een platform voor uitwisseling van kennis en ervaring, monitoring van de voortgang, afstemming met de netbeheerders Enexis en Tennet en het gesprek over door gemeenten te maken/gemaakte keuzes. Dit past in ons beleid zoals dat is besloten in uw Raad. 1.4
Met RES 1.0 herbevestigen we als Oss ons oorspronkelijke bod en geven we aan hoe en waar wij dit denken in te vullen
Door het vaststellen van RES 1.0 maakt Oss duidelijk hoe ver wij zijn met het realiseren van onze opgave en welke keuzes wij hierbij hebben gemaakt. Onze opgave zelf verandert niet. Wij brengen de eerdere besluiten met betrekking tot de RES (16 april 2020) en de Duurzame Polder (28 januari jl) nu in als onze bijdrage aan RES 1.0.
Wat zijn tegenargumenten of risico’s? 1.1
Mogelijk dat het nieuwe regeerakkoord verandering brengt in de uitgelijnde RESaanpak.
De besluiten op nationaal niveau zijn voor de RES NOB en de deelnemende gemeenten leidend. Of hierin verandering komt, weten wij niet. Dit wordt nauwlettend gevolgd. Zo nodig leidt dit tot aanpassing. 1.2
Ondanks de positieve doorrekening van het Planbureau van de Leefomgeving (PBL) is het risico dat bij de uitvoering blijkt dat de opgave van de regio niet waargemaakt wordt
Bij de doorrekening door het PBL blijkt het totale bod van de RES-regio’s ruim voldoende om de landelijke opgave van 35 TWh op land te realiseren. Dat kan de vraag oproepen: Kan het niet wat minder? In de regio Noordoost Brabant is het RES-bod echter niet hoger dan de in 2030 benodigde hoeveelheid duurzame energie. In het tempo dat we hiermee volgen, zorgen we er voor dat onze duurzame opwek, minus de bespaarde energie, op termijn (i.c. in 2050) gelijk is aan onze energiebehoefte. Dit is conform de Osse doelstellingen. Tegelijkertijd heeft het PBL duidelijk gemaakt dat het totale RES-bod – waaronder het bod van onze regio – op dit moment nog vooral een ‘papieren’ bod is. Er wordt een enorme inspanning gevraagd om de omslag van papieren ambities naar concrete realisatie van energiebesparing en zon-, wind- en warmteprojecten te maken. Ook in onze regio bestaat het risico dat bij de uitvoering blijkt dat niet alle ambities (op tijd) waargemaakt kunnen worden. In andere rapporten wordt twijfel uitgesproken voor de haalbaarheid van de RES-ambities. Als Oss hameren wij, gevoed door onze eigen ervaringen en observaties elders, zoals bekend op
Volgvel
Ons kenmerk
7
-
realiteitsbesef als de invulling “van veilig ver weg naar concreet dichtbij komt.” Vanuit het Klimaatakkoord pleiten wij, ook in G40-verband en in rechtstreekse contacten, voor een meer centrale aansturing door het Rijk (een zogenaamde ‘Deltaplanaanpak’). De gezamenlijke RESsen zijn een belangrijke eerste stap. Maar knelpunten met betrekking tot lange termijn aanpak in (intern)nationale context, ruimtelijke afwegingen, technische mogelijkheden/ infrastructuur en politiek-maatschappelijk draagvlak lijken zich moeilijk te verdragen met het beoogde snelle resultaat. 1.3
Het risico van deze – opgelegde – regionale samenwerking is dat deze disfunctioneel wordt
Deze RES-samenwerking is centraal opgelegd en is niet ontstaan vanuit een regionaal gedeeld gevoel van belang en urgentie. In de praktijk ervaren wij spanning tussen de partners door verschillen in ambitieniveau, visies, commitment en slagkracht. Bovendien vraagt de inzet voor deze samenwerking middelen en mankracht. Ook daarin verschillen gemeenten. Wij zijn er bestuurlijk en ambtelijk alert op dat dit in het licht van de doelstelling en de gemaakte keuzes beheersbaar blijft. Onzes inziens staat ieders eigen opgave centraal en moet de organisatie van de samenwerking gefocust blijven op de gezamenlijke doelstellingen. 1.4
Wind- en zonprojecten waarmee gemeenten hun resultaatverplichtingen invullen, moeten vóór 1 januari 2030 kunnen worden aangesloten op het netwerk.
Door het groeiende aanbod van duurzame energie is transportschaarste op het energienetwerk ontstaan. Zowel Enexis als Tennet geven aan dat in Noordoost-Brabant op korte en middellange termijn aanpassingen nodig zijn aan het net om de op te wekken duurzame elektriciteit te kunnen transporteren. Enexis probeert de toekomstige capaciteitsbehoefte in kaart te brengen en de benodigde investeringen hierop af te stemmen. Zowel Enexis als Tennet vragen van gemeenten om zo snel mogelijk concreet aan te geven op welke locaties zij hoeveel wind- en/of zonne-energie gaan opwekken. Zij maken zich zorgen over de scheve verhouding tussen wind- en zonne-energie zowel qua netwerkproblematiek als qua kosten. De berichten zijn dat Oss hoog op de prioriteitenlijst staat voor een nieuw station.
1.5
Wind- en zonprojecten waarmee wij de Osse resultaatverplichting gaan invullen, moeten volgens de RES-voorwaarden vóór 1 januari 2025 zijn vergund.
Dat is minder dan vier jaar. De gemiddelde tijd tussen aanvraag en vergunningverlening voor een zonneveld is 2-3 jaar. Voor een windpark is dit tenminste 4-5 jaar. Dit betekent dat we de komende jaren flink vaart moeten maken met het project Duurzame Polder, waarmee het
Volgvel
Ons kenmerk
8
-
grootste deel van onze restopgave wordt ingevuld. Dit vraagt meer inzet van middelen en mankracht dan tot nu toe. 1.6
De bijstelling van de resterende RES-opgave van de gemeente Den Bosch door haar College van B&W heeft tot vragen geleid over de resterende RES-opgave van Oss.
Het deel van de opgave dat nog gerealiseerd moet worden in ‘s-Hertogenbosch was 1,04 PJ en wordt 0,86 PJ. De belangrijkste reden voor de vermindering zijn de gerealiseerde grote zon-op-dak projecten. Nog niet in de berekening betrokken, is het streven naar 100 hectare zonnevelden buiten de polder. Dit betekent dat er tot 2030 op grondgebied van den Bosch minder windmolens en/of zonnevelden in de Duurzame Polder nodig zijn. Dit in vergelijking met het voorstel dat in de Concept RES stond. Voor Oss heeft dit geen effect. In tegenstelling tot Oss had Den Bosch in haar besluit van medio vorig jaar geen rekening gehouden met de al gerealiseerde zon-op-dak projecten. Wij hebben dat wel verwerkt in ons besluit van 28 januari 2021. Dat heeft Den Bosch nu gelijk getrokken.
Waar moeten we rekening mee houden? a. Financiën De vaststelling van RES 1.0 heeft financiële consequenties voor de periode na 2021. Na 1-72021 stopt de bijdrage van het Rijk aan de RES-regio’s. Het is nog onzeker of en zo ja, hoeveel geld het nieuwe kabinet ter beschikking stelt. VNG en G40 doen een krachtig beroep op meer middelen van het Rijk. De kans bestaat dat het Rijk één bedrag (‘lumpsum’) ter beschikking stelt aan elke gemeente voor de kosten van het realiseren van alle afspraken uit het Klimaatakkoord, waaronder de RES. In de kosten van de organisatie van de RES NOB is voorzien tot 1 januari 2022. Dat zou kunnen betekenen dat aan de deelnemers vanaf 1-1-2022 om een bijdrage wordt gevraagd in de kosten van de gezamenlijke RES-organisatie. Een voorstel voor de verdeling van deze kosten over de deelnemers wordt de komende maanden uitgewerkt. Voor Oss vormen vooralsnog de financiële besluiten over de Duurzame Polder en over onze Besparingsagenda de basis voor de invulling van onze restopgave. De Transitievisie Warmte volgt later dit jaar. Bij de uitwerking van concrete plannen zullen wij steeds een financiële onderbouwing aan uw raad voorleggen.
Volgvel
Ons kenmerk
9
-
b. Communicatie Raadsleden zijn door de RES-organisatie geïnformeerd via een webinar op 20 januari en een regionale themabijeenkomst op 5 februari. Op 7 april gevolgd door een tweede webinar dat in het teken stond van de concepttekst van RES 1.0. De communicatie over de energietransitie en de wijze waarop deze lokaal wordt ingevuld, wordt door de gemeenten zelf georganiseerd. Voor energiebesparing hebben wij eerder een communicatiestrategie ontwikkeld (‘Oss Schakelt door’) die inzet op bewustzijn en gedragsverandering bij inwoners en bedrijven. En over de plannen met betrekking tot opwek van duurzame energie is uitvoerig gecommuniceerd.
c. Uitvoering Uitvoering van het Osse deel van het RES-bod vindt plaats langs drie lijnen: −
de Besparingsagenda waarin de aanpak is geschetst en waarover de Raad eerder heeft besloten.
−
de realisatie van wind- en zonprojecten in Oss. Op 1-1-2022 herijken we onze restopgave en bepalen we onze definitieve opgave voor wind in de Duurzame Polder.
−
de Transitievisie Warmte die later dit jaar in de Raad wordt besproken.
d. Overlegd met De RES 1.0 is opgesteld in nauwe samenwerking met alle regiogemeenten uit Noordoost Brabant, de provincie Brabant, Enexis en de Klankbordgroep RES NOB.
Samenvatting Elke RES-regio moet uiterlijk op 1 juli 2021 zijn bod uit de Concept RES herbevestigen en aangeven waar de concrete locaties voor wind- en zonprojecten zich bevinden. Conform het uitgangspunt van RES NOB betekent dit dat elke gemeente voor haar eigen opgave aan de lat staat. Elke gemeente heeft nu aangegeven hoe zij dat denken te gaan invullen. Dat is onderdeel van het voorgestelde RES NOB bod 1.0. Met de vaststelling van deze RES NOB 1.0 door de Osse raad herbevestigen wij tevens onze lokale resultaatsverplichting. Daarnaast geven wij aan hoe en waar wij onze lokale resultaatsverplichting realiseren. Belangrijke onderdelen hiervan zijn de gerealiseerde zon-op-
Volgvel
Ons kenmerk
10
-
dak-projecten, het reeds vergunde windpark Elzenburg/de Geer en het aanwijzen van de Duurzame Polder als zoekgebied voor windenergie. Het advies van het college wijkt op twee punten af van het concept raadsvoorstel dat door de Stuurgroep RES is opgesteld. Het college adviseert om ‘kennis te nemen van’ (in plaats van ‘in te stemmen met’) twee handreikingen in deel III van de RES 1.0. Hiermee benadrukken wij dat wij vasthouden aan het amendement waarmee de Osse raad in april 2020 heeft aangegeven dat het Osse beleid en de Osse afwegingskaders leidend zijn. Om dezelfde reden vraagt het college de raad om kennis te nemen van (en niet ‘in te stemmen met’) de keuze van de Stuurgroep RES NOB voor samenwerkingsscenario 2. Dit betreft een procesafspraak voor de Stuurgroep zelf.