CConstaterende datOss
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsvoorstel Belastingvoorstel 2024

Gemeenteraad 14 december 2023, gemeente OssBij agendapunt: A Belastingvoorstel 20243.845 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Datum

7 november 2023 Onderwerp

Uw kenmerk

Aantal bijlagen

Belastingvoorstel 2024

FC-EvG

7

Wat adviseert het college te besluiten? Vast te stellen: 1.

Verordening Onroerendezaakbelastingen 2024;

2.

Verordening Afvalstoffenheffing 2024;

3.

Verordening Rioolheffing 2024;

4.

Legesverordening 2024;

5.

Verordening Parkeerbelasting 2024;

6.

Verordening Precariobelasting 2024.

Wat is de aanleiding voor dit advies? Jaarlijks worden voor begin van het nieuwe kalenderjaar de belastingverordeningen geactualiseerd. De wijzigingen in de belastingverordeningen hebben betrekking op de tarieven en/of redactionele aanpassingen. Er zijn geen grote beleidsmatige wijzigingen doorgevoerd. De Omgevingswet treedt op 1 januari 2024 in werking. De Modelverordening leges is hierop aangepast. De nieuwe indeling van de tarieventabel is in hoofdstukken, paragrafen en artikelen. De hoofdstukken 1 en 3 zijn in vergelijking met de voormalige titels 1 en 3 inhoudelijk niet gewijzigd. Hoofdstuk 2 van de tarieventabel bevat de tariefbepalingen die betrekking hebben op de Omgevingswet. In dit hoofdstuk zijn bestaande tariefbepalingen gewijzigd of vervallen en nieuwe tariefbepalingen toegevoegd. Voor het jaar 2024 zijn de volgende belastingverordeningen aangepast: 1.

Verordening Onroerendezaakbelastingen;

2.

Verordening Afvalstoffenheffing;

Volgvel

Ons kenmerk

2

3.

Verordening Rioolheffing;

4.

Legesverordening;

5.

Verordening Parkeerbelasting;

6.

Verordening Precariobelasting.

Welk resultaat willen we bereiken? Een juridische basis voor het waarderen, heffen en innen van gemeentelijke belastingen. ONROERENDEZAAKBELASTINGEN Effect jaarlijkse herwaardering De jaarlijkse WOZ-waardering van alle onroerende zaken heeft plaatsgevonden met als waarde peildatum 1 januari 2023. Deze herwaardering geldt voor het belastingjaar 2024. Het effect van deze herwaardering is: -

gemiddelde waardestijging woningen:

+

4,73 %

-

gemiddelde waardestijging niet-woningen eigenaar

+

6,15 %

-

gemiddelde waardestijging niet woningen gebruiker

+ 11,44 %

De waardeontwikkeling leidt gemiddeld tot hogere WOZ-waardes voor woningen en nietwoningen eigenaren en voor niet-woningen gebruikers. Tariefvoorstel De waardeontwikkelingen in de WOZ-waarde worden via het tarief eerst ongedaan gemaakt door een verlaging van de tarieven. Bij alle categorieën betekent dit een verlaging van het tarief, doordat de waarde is toegenomen. Naast de bijstelling van het tarief voor waardeontwikkeling, is het tarief verhoogd met 6,2% inflatiecorrectie zoals vastgesteld in de Programmabegroting 2024-2027. Dit leidt tot het volgende tarief voorstel voor de tarieven 2024:

omschrijving

tarief 2023

voorstel 2024

0,0915 %

0,0927 %

0,2664 %

0,2236 %

woning: eigenaar: niet-woning: gebruiker:

Volgvel

Ons kenmerk

3

eigenaar:

0,2346 %

0,2666 %

Het nieuwe tarief 2024 houdt in dat de onroerend zaak belasting van een koopwoning met een gemiddelde WOZ-waarde van € 435.000,-- (was in 2023: € 415.100,--), stijgt met € 23,77 op jaarbasis. AFVALSTOFFENHEFFING De kosten voor afvalinzameling en -verwerking stijgen sterk. In 2024 is er een financieel tekort op de afvalbegroting. Dit komt door: - Landelijke factoren (bijvoorbeeld de inflatie en CAO stijging) - Lokale factoren (bijvoorbeeld kostenstijgingen in onze contracten) - Het afvalscheidingsgedrag van onze inwoners. In de college van 18-09-2023 is dit reeds behandeld. Zie bijlage 1. voor een uitgebreidere toelichting. Om de kostenstijgingen op te vangen, zijn er acties ondernomen om de inkomsten in 2024 te verhogen en de kosten in 2024 te verlagen. De kostenstijging zijn structureel en de verwachting is dat bij continuering van de huidige werkwijze jaarlijks een verhoging van de Afvalstoffenheffing noodzakelijk is. Streven is om een stabiele afvalstoffenbegroting voor de komende jaren te hebben. Voor de realisatie hiervan is het noodzakelijk om wijzigingen in het afvalbeleid door te voeren. In kwartaal 4 van 2023 wordt de beleidsevaluatie van het huidige afvalbeleid via een raadsinformatiebrief voorgelegd aan de gemeenteraad.

In het eerste kwartaal van 2024 starten we het proces om te komen tot wijzigingen van het afvalbeleid waardoor er meer grip op de stijgende kosten komt. Voor het oplossen van het financiële tekort zijn er diverse mogelijkheden onderzocht. Het verhogen van de afvalstoffenheffing met een bedrag voor ieder huishouden is de beste oplossing. De overweging hiervoor zijn: -

De gemeenteraad in haar vergadering van december 2022 heeft aangegeven dat het teruggavebedrag niet verlaagt mag worden omdat dat dit in strijd is met het gemeentelijke uitgangspunt “afval scheiden, loont”.

-

Dit in lijn is met de generieke verhoging Afvalstoffenheffing van €10,- in 2023.

Volgvel

Ons kenmerk

4

-

Een beleidswijziging noodzakelijk is voor het doorvoeren van andere onderzochte mogelijkheden,

-

Het financiële nadeel evenredig verdeelt wordt over ieder huishouden.

We streven ernaar om in 2024 een aangepast dan wel nieuw afvalbeleid te hebben dat leidt tot het zo dicht mogelijk benaderen van de landelijke afvaldoelstellingen voor 2025 - 2030 tegen optimale dienstverlening en zo laag mogelijke kosten en een kostendekkend tarief van de afvalstoffenheffing. Waar moeten we rekening mee houden? a. Financiën We hebben de kosten en opbrengsten van afval opnieuw berekend. We verhogen de inkomsten van de afvalstoffenheffing . Gevolg is dat ieder huishouden € 35,85 per jaar meer betaalt aan afvalstoffenheffing. De afvalstoffenheffing voor 2024 dekt na de voorgestelde verhoging alle geraamde kosten voor het inzamelen en verwerken van huishoudelijke afvalstoffen.

Afval tariefvoorstel 2024

TARIEVEN ASH 2024

Tarief ASH

Tarief ASH

Combinatie basisgrondslagen 1 x 240 ltr grijs + 1 x 240 ltr groen 1 x 240 ltr grijs + 1 x 140 ltr groen 1 x 140 ltr grijs + 1 x 240 ltr groen 1 x 140 ltr grijs + 1 x 140 ltr groen Verzamelcontainer verzamelcontainer + 1 x 140 ltr groen verzamelcontainer + 1 x 240 ltr groen

2023 € 465,04 € 451,84 € 306,76 € 293,32 € 303,76 € 303,76 € 316,96

2024 € 500,89 € 487,69 € 342,61 € 329,17 € 339,61 € 339,61 € 352,81

Extra containers 240 ltr groen per stuk (Gft) 140 ltr groen per stuk (Gft)

€ 152,64 € 136,44

€ 168,25 € 150,25

Tarief per maand 2024 € 41,74 € 40,64 € 28,55 € 27,43 € 28,30 € 28,30 € 29,40

b. Informatiebeveiliging en Privacy Alleen de hoogte van de afvalstoffenheffing wijzigt. Het systeem van inning verandert niet. c. Communicatie

Volgvel

Ons kenmerk

5

Na de vaststelling van de programmabegroting 2024 gaan we naar de burgers en pers gericht communiceren. Het is belangrijk dat we deze verhoging van de afvalstoffenheffing goed uitleggen aan onze inwoners. Hiervoor versturen we een persbericht naar de lokale media. Ook publiceren we dit bericht op onze eigen kanalen, zoals de website, social media en Oss Actueel. RIOOLHEFFING De begripsomschrijving van gemeentelijke riolering is aangepast zodat ook hemelwaterlozers op gemeentelijk grond- en oppervlaktewater onder de heffing blijven vallen. LEGESVERORDENING Omgevingswet De Omgevingswet treedt op 1 januari 2024 in werking. De Modelverordening leges is hierop aangepast. De Modelverordening leges bestaat uit het zogenaamde lichaam van de verordening en een tarieventabel. In verband met de inwerkingtreding van de Omgevingswet zijn in beide delen wijzigingen aangebracht. Het lichaam van de verordening bevat de artikelen die van belang zijn voor de heffing en de invordering van de leges, zoals bedoeld in artikel 217 van de Gemeentewet: het belastbaar feit, de belastingplichtige, eventuele vrijstellingen, de maatstaven van heffing en de tarieven (verwijzing naar de bij de verordening behorende tarieventabel), betaaltermijnen en de datum van ingang van de heffing. Wijzigingen in verordening De nieuwe indeling van de tarieventabel is in hoofdstukken, paragrafen en artikelen.

De paragrafen en artikelen zijn per hoofdstuk doorlopend genummerd. De hoofdstukken komen overeen met de voormalige titels: - Hoofdstuk 1 Algemene dienstverlening - Hoofdstuk 2 Dienstverlening en besluiten in het kader van de Omgevingswet - Hoofdstuk 3 Dienstverlening vallend onder de Dienstenrichtlijn en niet vallend onder hoofdstuk 2 De hoofdstukken 1 en 3 zijn in vergelijking met de voormalige titels 1 en 3 inhoudelijk niet gewijzigd. Hoofdstuk 2 van de tarieventabel bevat de tariefbepalingen die betrekking hebben op de Omgevingswet. In dit hoofdstuk zijn bestaande tariefbepalingen gewijzigd of vervallen en nieuwe tariefbepalingen toegevoegd. Een extern bureau heeft daarbij geholpen. We hebben de volgende uitgangspunten: -

We gaan beleid neutraal over;

Volgvel

Ons kenmerk

6

-

We kijken naar vereenvoudiging van de tarieven;

-

Voor activiteiten waar we nu geen tarief voor hebben, gebruiken we tarieven uit de benchmark;

-

We verwerken de gevolgen van de Wet kwaliteitsborging (Wkb) in de tarieven.

Hieronder volgt een opsomming van de artikelen met nieuwe activiteiten en artikelen met gewijzigde wijze heffing. Hoofdstuk 1 Algemene dienstverlening Paragraaf 1.3 Rijbewijzen De tariefsverhoging voor vermissing van een rijbewijs komt te vervallen. (art. 1.13 lid 1.d) Hoofdstuk 2 Dienstverlening en besluiten in het kader van de Omgevingswet Paragraaf 2.2 Voorfase Artikel 2.4 Conceptverzoek De verhoging van de tarieven volgt uit het besluit van het college van B en W van 22 augustus 2023. Voor de behandeling van een standaard principeverzoek heffen we nu € 500,00, voor een complex principeverzoek € 1.000,00. Legestarieven van € 1.000,00 en € 2.500,00 zijn in verhouding marginale bedragen ten opzichte van de totale kosten van de door de initiatiefnemer gewenste ruimtelijke ontwikkeling, waar de initiatiefnemer profijt van heeft. Paragraaf 2.3 Activiteiten met betrekking tot bouwwerken Artikel 2.5 Bouwactiviteit (bouwtechnische toets) en Artikel 2.6 Bouwactiviteit (ruimtelijke toets) De splitsing die plaatsvindt tussen de artikelen 2.5 en 2.6 heeft te maken met de Wet kwaliteitsborging (Wkb) die voor gevolgklasse 1 de bouwtechnische toets door een private kwaliteitsborger laat doen. Gevolgklasse 1 zijn bijvoorbeeld woningen en eenvoudige bedrijfsgebouwen. Die werkzaamheden vallen dus weg bij de gemeente. Dit geldt voor 95% van de aanvragen.

Voor het bouwtechnische en het ruimtelijke deel handhaven we de heffing naar een percentage van de bouwkosten. Hierbij is uitgegaan van de staffel zoals die in de modelverordening is aangegeven. De huidige staffel is niet meegegaan in de stijging van de bouwkosten. Al tientallen jaren zijn de staffel en de percentages niet gewijzigd. Dit doet geen recht aan de huidige situatie met gestegen bouwkosten. Door de wijziging zijn de legeskosten eenvoudiger te berekenen.

Volgvel

Ons kenmerk

7

In de onderstaande tabel op de volgende bladzijde staan voor een aantal veel voorkomende bouwwerken de kosten volgens de huidige legesverordening en de kosten volgens de voorgestelde tarieven voor 2024.

Gebouw soort Dakkapel (3 meter breed) 3

Uitbreiding woning (150 m ) 3

Vrijstaande woning (1.000 m ) 3

Ruimtelijk deel art. 2.6

leges 2024

146,00

€

111,54

€

111,54

€

1.916,00

€

1.252,05

€

1.252,05

343.000

€

10.392,00

€

7.477,40

€

7.477,40

€

27.173,00

€

17.074,80

€

17.074,80

€

67.200,00

€

96.000,00

Bouwkosten

Leges 2023

€

3.975

€

€

52.340

€

8 rijenwoningen (450 m /woning)

€

918.000

Bedrijfshal

€

4.800.000

€ 142.080,00

Bouwdeel art. 2.5

€

28.800,00

Artikel 2.7 slopen van een bouwwerk Het huidige tarief is gebaseerd op een prijs per eenheid (€ 0,13 per m3). We gaan over op een vast tarief gebaseerd op een behandeling van 2 uur volgens de benchmark: € 223,08. Paragraaf 2.4 Activiteiten met betrekking tot cultureel erfgoed en werelderfgoed Artikel 2.10 Omgevingsplanactiviteit: sloopactiviteit in beschermd stads- of dorpsgezicht Het huidige tarief is gebaseerd op een prijs per eenheid (€ 0,13 per m3). We gaan over op een vast tarief gebaseerd op een behandeling van 2 uur volgens de benchmark: € 223,08. Paragraaf 2.6 Lozingsactiviteiten Artikel 2.21 Lozingsactiviteit niet afkomstig van milieubelastende activiteit en Artikel 2.22 Lozingsactiviteit afkomstig van milieubelastende activiteit Het waterschap is bevoegd gezag voor lozing op een oppervlaktewaterlichaam in beheer bij het waterschap en op een zuiveringtechnisch werk en het rijk is bevoegd gezag voor rijkswater. Daarmee zijn de meeste vergunningplichtige lozingsactiviteiten geregeld. Niet uit te sluiten valt dat lozingen ook op een oppervlaktewaterlichaam in beheer bij de gemeente plaatsvinden. Voor die gevallen zijn in deze paragraaf tariefbepalingen opgenomen. Uitgaande van 2 uur om de aanvraag af te handelen wordt het tarief € 223,08 zonder milieubelastende activiteit. Als sprake is van een milieubelastende activiteit denken we 4 uur nodig te hebben: € 446,16.

Het gaat om een nieuwe activiteit. Paragraaf 2.7 Aanlegactiviteiten Aanlegactiviteiten betreffen het uitvoeren van een werk, niet zijnde een bouwwerk, of werkzaamheid. Vóór inwerkingtreding van de Omgevingswet betrof het artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder b, van de Wabo of de op grond van de APV in samenhang met artikel 2.2,

Volgvel

Ons kenmerk

8

eerste lid, aanhef en onder d en e, van de Wabo opgenomen vergunningplichten over de aanleg van een weg (artikel 2.26 van de tarieventabel) of een uitweg/uitrit (artikel 2.27 van de tarieventabel)). Artikel 2.26 Omgevingsplanactiviteit: aanleggen of veranderen weg Het huidige tarief is gebaseerd op een begroting. We gaan over op een vast tarief gebaseerd op een behandeling van 2,5 uur volgens de benchmark: € 278,85. Deze vergunning hebben we vorig jaar niet verleend. Artikel 2.28 Omgevingsplanactiviteit: overige aanlegactiviteiten Het gaat om een vangnetbepaling. Het nieuwe tarief is het gemiddelde tarief van de andere aanleg activiteiten onder deze paragraaf: € 196,60. Paragraaf 2.8 Overige activiteiten Artikel 2.30 Omgevingsplanactiviteit: kappen van bomen of vellen van houtopstanden Voor het kappen van onze eigen bomen worden geen leges meer gevraagd. Het tarief was € 53,10. Voor bomen van de bijzondere bomenlijst blijft het tarief gelijk (€ 211,35). We maken hiermee de legesverordening eenvoudiger. Kosten: € 1.700, Artikel 2.32 Omgevingsplanactiviteit: opslag van roerende zaken Het huidige tarief is gebaseerd op een begroting. We gaan over op een vast tarief gebaseerd op een benchmarkanalyse: € 105,68. Deze vergunning hebben vorig jaar niet verleend. Artikel 2.34 Andere activiteiten Het gaat om een vangnetbepaling.

Het nieuwe tarief is het gemiddelde tarief van de andere aanleg activiteiten onder deze paragraaf: € 158,51. Paragraaf 2.9 Maatwerkvoorschriften In deze paragraaf staan tarieven voor het in behandeling nemen van een aanvraag om maatwerkvoorschriften. Deze tariefbepalingen zijn alleen van toepassing als geen sprake is van een aanvraag om een omgevingsvergunning. We hebben de tariefbepalingen gesplitst in bouw- en sloopactiviteiten, milieubelastende activiteiten en overige activiteiten. De tariefstelling geldt per te stellen maatwerkvoorschrift of aantal milieubelastende activiteiten.

Volgvel

Ons kenmerk

9

De basis voor het stellen van maatwerkvoorschriften staat in artikel 4.5 van de Ow. Met een maatwerkvoorschrift kan het bevoegd gezag voor concrete gevallen afwijken van algemene regels voor een activiteit. Artikel 2.35 Maatwerkvoorschriften bij bouwactiviteiten en Artikel 2.36 Maatwerkvoorschriften bij milieubelastende activiteiten en Artikel 2.37 Maatwerkvoorschriften bij overige activiteiten Het gaat om een nieuwe activiteit onder de Omgevingswet. Het tarief is gebaseerd op het tarief voor de kleine buitenplanse omgevingsplanactiviteiten: € 300,00. Paragraaf 2.10 Gelijkwaardigheid Het in deze paragraaf opgenomen artikel bevat de tariefbepalingen voor het in behandeling nemen van een aanvraag om toestemming tot het treffen van een gelijkwaardige maatregel. Deze tariefbepalingen zijn alleen van toepassing als geen sprake is van een aanvraag om een omgevingsvergunning. Artikel 2.38 Gelijkwaardige maatregel Het gaat om een nieuwe bepaling onder de Omgevingswet. Een vast tarief maakt het doorbelasten eenvoudiger is. Deze activiteit komt waarschijnlijk weinig voor. Het tarief is gebaseerd op het tarief voor de kleine buitenplanse omgevingsplanactiviteiten: € 300,00. Paragraaf 2.12 Modaliteiten De in deze paragraaf opgenomen modaliteiten betreffen tariefverhogingen die zich bij verschillende activiteiten kunnen voordoen. De meeste staan ook in de bestaande verordening leges.

De tariefbepaling over instemming betreft een meervoudige aanvraag om een omgevingsvergunning voor verschillende activiteiten, waarbij verschillende overheden betrokken zijn en de gemeente bevoegd gezag is. Artikel 2.47 Achteraf ingediende aanvraag Uit jurisprudentie blijkt dat de leges met ten hoogste 10% mogen worden opgehoogd. Artikel 2.49 Beoordeling onderzoeksrapporten In de bestaande legesverordening is een tarief van € 69,00 opgenomen. Dit is overgenomen ook voor andere rapporten. Voor de beoordeling van de Milieu Effect Rapportage is gebaseerd op ervaringsgetallen van de omgevingsdiensten.

Volgvel

Ons kenmerk

10

Artikel 2.50 Advies Onder c. Tarief wat bij ons in rekening wordt gebracht door de AAB, wordt doorberekend. Het nieuwe tarief wordt € 1.040,60. Als een bedrijfsbezoek nodig is, wordt daarvoor € 114,95 inrekening gebracht. Artikel 2.51 Instemming Instemming kan nodig zijn als het bestuursorgaan waaraan de bevoegdheid tot advies of instemming is toegekend, niet zelf bevoegd gezag is. De bestaande praktijk worden voortgezet dat voor besluiten over instemming (voorheen de verklaringen van geen bedenkingen) kosten kunnen worden verrekend tussen bestuursorganen, en dat het bevoegd gezag die kosten via de leges kan doorberekenen aan een initiatiefnemer. Het bedrag wordt vooraf aan de aanvrager/initiatiefnemer bekendgemaakt. Hoofdstuk 3 Dienstverlening vallend onder de dienstenrichtlijn en niet vallend onder hoofdstuk 2 Paragraaf 3.7 In dit hoofdstuk niet benoemd besluit Rioolaansluiting De leges bedragen voor de afgifte van een vergunning tot aanleg van een rioolaansluiting, € 122,00. (art. 3.19) PARKEERBELASTING Vooruitlopend op de in het kader van het nieuwe parkeerbeleid te voeren discussie inzake de tarieven en tijden voor het betaald parkeren blijven de tarieven voor het parkeren per 1 januari 2024 ongewijzigd. Uitzondering is het tarief voor de naheffingsaanslag parkeerbelastingen dat wordt verhoogd naar € 76,70, het wettelijk toegestane maximumbedrag.

In de bijlage bij de verordening parkeerbelastingen is de kostenonderbouwing voor de naheffingsaanslag opgenomen, waaruit blijkt dat sprake is van een niet-kostendekkend tarief. Kostenopslag Het wettelijk maximum van de kosten die onderdeel uitmaken van een naheffingsaanslag is voor 2024 bepaald op € 76,70. De uiteindelijk, door de gemeente, in rekening te brengen kosten moeten direct verband houden met de werkelijk door de gemeente gemaakte kosten. Op basis van een berekening zijn de totale kosten voor de gemeente als volgt bepaald:

Volgvel

Ons kenmerk

11

kostensoort

toerekening fiscale handhaving

a.

Vaste informatieverwerkingslasten

€ 102.197

b.

Variabele informatieverwerkingslasten

€ 103.295

c.

Kosten afschrijvingen

€ 45.218

d.

Rentekosten

€ 4.878

e.

Personeelskosten

f.

overhead totale kosten fiscale

€ 315.185 € 4.470 € 575.243

parkeerhandhaving prognose aantal invorderbare fiscale

2.186

naheffingen parkeerbelasting kostprijs per fiscale naheffing

€ 263

De werkelijke kosten per naheffingsaanslag bedragen € 263,-. Omdat het wettelijk niet is toegestaan dit bedrag in rekening te brengen, stellen wij u voor het bedrag aan kosten te bepalen op € 76,70. PRECARIOBELASTING We stellen een algemene prijsbijstelling voor. De tarieven zijn vanaf 2011 niet meer verhoogd. TARIEVENTABEL Behorende bij de ‘Verordening Precariobelasting Oss 2024’. Artikel 1. Kiosken, vitrines Voor het hebben van kiosken of vitrines wordt geheven per jaar per m2, € 42,00. Artikel 2. Uitstalling van waren, goederen, e.d. Voor het uitstallen van waren, goederen en dergelijke, wordt per in te nemen uitstalling geheven: a.

Indien zulks geschiedt ten behoeve van de verkoop van waren of goederen: voor een dag voor de eerste 5 m2 ,....................................................... € 3,25; en vervolgens per m2,......................................................................... € 0,60; voor een week voor de eerste 5 m2, ..................................................... € 9,50;

Volgvel

Ons kenmerk

12

en vervolgens per m2,......................................................................... € 2,10; voor een maand voor de eerste 5 m2, .................................................. € 27,00; en vervolgens per m2, ....................................................................... € 5,50; voor een jaar per m2, ........................................................................ € 52,00. b.

Indien zulks niet geschiedt ten behoeve van de verkoop van waren, goederen: voor een dag voor de eerste 5 m2, ...................................................... € 2,10; en vervolgens per m2, ....................................................................... € 0,32; voor een week voor de eerste 5 m2, .................................................... € 6,50; en vervolgens per m2, ....................................................................... € 1,15; voor een maand voor de eerste 5 m2 ,.................................................. € 17,00; en vervolgens per m2, ....................................................................... € 3,40; voor een jaar per m2, ........................................................................ € 24,00.

Artikel 3. Standplaatsen Voor het plaatsen van een verkoopwagen, kraam of anderszins op een permanente standplaats, wordt per standplaats per jaar voor iedere vierkante meter of gedeelte daarvan per dag € 1,75 in rekening gebracht. Artikel 4. Leidingen, buizen, kabels Voor het hebben van leidingen, buizen of mantelbuizen, draden of kabels, voorzover niet reeds krachtens het bepaalde in artikel 3 belast, wordt geheven per 5 strekkende meters per jaar € 2,40. Artikel 5. Terrassen, podia, tenten en reclameborden 1.

Voor het plaatsen en hebben van banken, tafels en stoelen en tochtschermen (zgn caféterrassen) wordt geheven per m2: a. voor een dag, € 3,25; b. voor een jaar, € 13,25.

2.

Voor het hebben van podia en tenten wordt geheven: a. voor een dag voor de eerste 5 m2, € 2,10; b. en vervolgens per m2, € 0,32;

3.

Voor het aanbrengen of plaatsen van reclameborden bedraagt het recht per bord: a. voor een dag, € 0,45; b. voor een week, € 1,35; c. voor een maand, € 5,50.

Volgvel

Ons kenmerk

13

Artikel 6. Motorbrandstofinstallaties c.a. a.

Voor het hebben van een installatie voor de levering van benzine of andere motorbrandstoffen, olie, lucht of water wordt geheven, per jaar:

b.

Voor elk al of niet verplaatsbaar motorbrandstof aftappunt met inbegrip van de daarbij behorende leidingen € 30,00.

c.

Voor elk aftappunt voor lucht of water met inbegrip van de daarbij behorende leidingen, € 10,00.

d.

Voor een benzine-, olie of andere tank, per m3, € 2,25.

e.

Voor een bedieningshuisje, pomptrottoir of perron, de oppervlakte van een eventueel aanwezige luifel, overkapping of ombouw meegerekend, per 5 m2 € 10,00, en vervolgens per m2, € 2,10.

f.

Voor een lichtmast, niet tevens reclamemast zijnde € 2,30.

g.

Voor een reclamemast, al of niet tevens lichtmast zijnde € 10,00.

h.

Voor een vulput met inbegrip van de daarbij behorende leidingen, € 10,00.

i.

Voor een olie-afscheider met inbegrip van de daarbij behorende leidingen, € 27,50.

Artikel 7. Vetvangers Voor het hebben van vetvangers met inbegrip van de daarbij behorende leidingen, wordt geheven per jaar, € 30,00. Artikel 8. Circussen Voor het in gebruik nemen van gemeentegrond ten behoeve van een circus, wordt geheven per dag € 13,00. LASTENDRUK 2024 In de volgende tabel is een overzicht opgenomen van de te verwachte belastingdruk voor 2024.

Lastendruk standaardwoning 2024

Prognose

Onroerende zaakbelastingen (+ 6,2%)

€

404,00

Afvalstoffenheffing*

€

311,00

Rioolheffing (+ 0,0%)

€

178,00

* Berekening is gebaseerd op de meest voorkomende containercombinatie (container van 140 liter voor restafval in combinatie met een container van 140 liter voor GFT-afval).

Welke argumenten zijn er voor dit advies? (=want)

Volgvel

Ons kenmerk

14

1.1 Het voorstel past in het ingezette beleid. De tarief voorstellen en wijzigingen van alle verordeningen zijn overeenkomstig de uitgangspunten in de Programmabegroting 2024-2027. Waar moeten we rekening mee houden? a. Financiën De financiële effecten van wijzigingen zijn verwerkt in de Programmabegroting 2024-2027.

b. Communicatie De vastgestelde verordeningen dienen te worden gepubliceerd. c. Uitvoering BSOB informeren over deze wijzigingen. d. Overlegd met De wijzigingen zijn afgestemd via FC met de betrokken afdelingen (IBOR, VTH, PC, LWE), verordeningen waarvan de uitvoering via BSOB loopt zijn juridisch getoetst door BSOB. Bijlagen: 1. Toelichting Afvalstoffenheffing 2024

Samenvatting Voor het belastingjaar 2024 zijn enkele belastingverordeningen aangepast. Wijzigingen hebben betrekking op tarieven en/of redactionele wijzigingen. Samengevat betreft dit de volgende wijzigingen: -

De tarieven OZB zijn bijgesteld op basis van de WOZ-waardeontwikkeling en een verhoging van 6,2% inflatiecorrectie.

-

We verhogen de afvalstoffenheffing 2024 met € 35,89.

-

De verordening rioolheffing is aangepast zodat hemelwaterlozers onder de heffing

-

De Omgevingswet treedt op 1 januari 2024 in werking. De Modelverordening leges is

blijven vallen. hierop aangepast. De nieuwe indeling van de tarieventabel is in hoofdstukken, paragrafen en artikelen. De hoofdstukken 1 en 3 zijn in vergelijking met de voormalige titels 1 en 3 inhoudelijk niet gewijzigd. Hoofdstuk 2 van de tarieventabel bevat de tariefbepalingen die betrekking hebben op de Omgevingswet. In dit

Volgvel

Ons kenmerk

15

hoofdstuk zijn bestaande tariefbepalingen gewijzigd of vervallen en nieuwe tariefbepalingen toegevoegd. We hebben de volgende uitgangspunten: o

We gaan beleid neutraal over;

o

We kijken naar vereenvoudiging van de tarieven;

o

Voor posten waar we nu geen tarief voor hebben, gebruiken we tarieven uit de benchmark;

o

We verwerken de gevolgen van de Wkb in de tarieven.

-

De kosten voor een naheffingsaanslag parkeerbelasting worden € 76,70.

-

De tarieven voor precariobelasting zijn algemeen aangepast voor het eerst sinds 2011.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Oss&id=591615be-c8a9-4e9c-b208-f1026ce538d3