Raadsvoorstel
Tekst van het document
Datum
29 oktober 2024 Onderwerp
Uw kenmerk
Aantal bijlagen
Herstelbesluit vaststelling bestemmingsplan
PM
PM
‘Buitengebied Oss – 2020’
Wat adviseert het college te besluiten? 1.
Het bestemmingsplan ‘Buitengebied Oss – 2020’, inclusief alle bijlagen, gewijzigd vast te stellen in de vorm van de dataset met het identificatienummer NL.IMRO.0828.BPbuitengeboss2020-VG03.
2.
Geen exploitatieplan vast te stellen.
3.
Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant te verzoeken om het gewijzigd vastgestelde bestemmingsplan eerder te mogen publiceren.
Wat is de aanleiding voor dit advies? Uw raad heeft op 16 april 2020 het bestemmingsplan ‘Buitengebied Oss – 2020’ vastgesteld. Het bestemmingsplan ‘Buitengebied Oss – 2020’ voorziet in een integrale herziening van de bestemmingsplannen voor het buitengebied van de gemeente Oss. Daarnaast wordt voorzien in een actuele passende regeling voor bestaande situaties en worden er diverse ontwikkelingen mogelijk gemaakt. Tegen het bestemmingsplan hebben verschillende belanghebbenden beroep ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: de Afdeling). De Afdeling heeft op 10 juli 2024 (tussen)uitspraak gedaan over deze beroepen. De Afdeling heeft 8 beroepen ongegrond en 2 beroepen niet-ontvankelijk verklaard. Daarnaast verklaarde
Volgvel
Ons kenmerk
2
de Afdeling zeven beroepen (deels) gegrond en bepaalde dat uw raad hiervoor binnen zesentwintig weken een nieuw besluit moet nemen. De Afdeling heeft hierbij de zogeheten ‘bestuurlijke lus’ toegepast (artikel 8:51d van de Awb). De gemeenteraad heeft hiermee de opdracht gekregen om het bestemmingsplan ‘Buitengebied Oss – 2020’ te herstellen, zonder dat de gehele bestemmingsplanprocedure opnieuw gedaan hoeft te worden. Welk resultaat willen we bereiken? Door de gewijzigde vaststelling van het bestemmingsplan ‘Buitengebied Oss - 2020’ voldoen wij aan de opdracht van de Raad van State. Daarna volgt de definitieve uitspraak van de Afdeling. Welke argumenten zijn er voor dit advies? 1.1 Door de gewijzigde vaststelling voldoen wij aan de opdracht van de Raad van State. Wat betreft de volgende percelen/algemene planregels moet uw raad een nieuw besluit nemen. Uw raad moet dit doen met inachtneming van hetgeen de Afdeling hierover in de uitspraak stelt. Het voorgenomen herstelbesluit is besproken met de betrokken appellanten. Munlaan 15 Oss Uw raad moet het concrete initiatief voor het houden van vijf paarden op het perceel Munlaan 15 in Oss, kadastraal bekend als gemeente Oss, sectie B, nummer 5509, opnieuw beoordelen en zo nodig een nieuw of gewijzigd besluit nemen.
Toelichting In artikel 3.1.2 onder e van de planregels is bepaald dat binnen de bestemming 'Agrarisch met waarden - Landschap' de uitoefening van een veehouderij en een paardenhouderij uitsluitend is toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch veehouderij'. De diersoorten die mogen worden gehouden zijn opgenomen in bijlagen 7 en 8 bij de planregels. Bijlage 7 bij de planregels geeft voor verschillende percelen binnen het plangebied aan welke diersoorten door veehouderijen mogen worden gehouden. In bijlage 8 bij de planregels is vastgelegd wanneer sprake is van het hobbymatig houden van vee. Het houden van minder dan vijf paarden wordt volgens deze bijlage gezien als het hobbymatig houden van vee. Op grond van artikel 3.1.2 van de planregels (gelezen in combinatie met bijlagen 7 en 8 bij de planregels) is het op het perceel Munlaan 15 in Oss rechtstreeks toegestaan om minder dan vijf paarden te houden. Het houden van vijf paarden wordt in dit geval echter ook ruimtelijk aanvaardbaar geacht gezien het feit dat het houden van 5 paarden milieukundig geen grotere
Volgvel
Ons kenmerk
3
hinderafstand vraagt dan de afstanden die reeds in acht genomen moeten worden voor de ter plaatse aanwezige rundveehouderij. De benodigde hinderafstanden van de rundveehouderij tot gevoelige objecten voldoen aan de milieuregelgeving. Wijziging bestemmingsplan Wij stellen voor aan het perceel Munlaan 15 in Oss de functie-aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - munlaan 15' toe te kennen en in artikel 3.1.2 van de planregels het volgende onderdeel w op te nemen: "w. is uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - munlaan 15' het houden van 5 paarden mede begrepen". Steegeindstraat 2 Lithoijen Uw raad moet de functieaanduiding ‘cultuurhistorische waarden’, die is toegekend aan de woning Steegeindstraat 2 in Lithoijen op de verbeelding verwijderen. Toelichting In de plantoelichting bij het bestemmingsplan staat dat panden met cultuurhistorische waarden deze aanduiding hebben gekregen (p. 84). Het gaat dan om rijks- en gemeentelijke monumenten en panden die anderszins zijn geïnventariseerd als cultuurhistorisch waardevol. Tot deze categorie behoren panden die in het vorige bestemmingsplan reeds waren aangeduid als cultuurhistorisch waardevol, panden die in het kader van het Monumenten Inventarisatie Project (MIP) zijn geïnventariseerd en panden die op de provinciale cultuurhistorische waardenkaart zijn opgenomen.
Sloop van deze panden is aan een omgevingsvergunning gebonden. De woning aan de Steegeindstraat 2 is niet aangewezen als rijks- of gemeentelijk monument. De woning heeft ook geen aanduiding in het Erfgoedplan Lith 2011. Ook in het voorheen geldende bestemmingsplan (`Buitengebied Lith 2013') is het perceel niet aangeduid als cultuurhistorisch waardevol. Op de provinciale Cultuurhistorische Waardenkaart valt het pand onder `Cultuurhistorisch waardevol gebied', maar het pand is niet aangemerkt als een complex van cultuurhistorisch belang. Ook is het perceel niet opgenomen in het Monumenten Inventarisatie Project. Gezien bovenstaande is de functieaanduiding `cultuurhistorische waarden' per abuis aan het perceel aan de Steegeindstraat 2 toegekend.
Volgvel
Ons kenmerk
4
Wijziging bestemmingsplan Wij stellen voor om de functieaanduiding ‘cultuurhistorische waarden’ die is toegekend aan de woning Steegeindstraat 2 in Lithoijen op de verbeelding te verwijderen. Hertog Janstraat 38 Lith Uw raad moet de bedrijfswoning op het perceel Hertog Janstraat 38 in Lith bestemmen als plattelandswoning. Toelichting Op 1 juli 2019 is een omgevingsvergunning verleend voor het omzetten van de bedrijfswoning naar een plattelandswoning op het perceel aan de Hertog Janstraat 38 in Lith. Dit is per abuis niet verwerkt in het bestemmingsplan. Wijziging bestemmingsplan Wij stellen voor om op de verbeelding de functieaanduiding ‘specifieke vorm van wonen plattelandswoning 1’ ter plaatse van de bedrijfswoning aan de Hertog Janstraat 38 in Lith op te nemen. Op grond van artikel 3.1.1 onder ab van de planregels zijn de gronden dan bestemd voor het bewonen van een bedrijfswoning met aan-, uit- en bijgebouwen en bijbehorend erf anders dan als bedrijfswoning. Heistraat 10 Berghem Uw raad moet ervoor zorgdragen dat de resultaten van de meting zoals opgenomen in de door de raad op 12 februari 2024 aan de Afdeling gezonden verbeelding van 7 februari 2024 alsnog worden verwerkt op de verbeelding op de landelijke voorziening. Toelichting Uit een landmeting is gebleken dat er een (kleine) onvolkomenheid in de verbeelding zit met betrekking tot het perceel Heistraat 10 in Berghem.
Het bestemmingsvlak ‘Wonen' en de functieaanduidingen ‘specifieke vorm van agrarisch - stapmolen' en 'specifieke vorm van agrarisch paardenbak 4' zijn niet geheel juist ingetekend. Wijziging bestemmingsplan Wij stellen voor om de resultaten van de meting zoals opgenomen in de door de raad op 12 februari 2024 aan de Afdeling gezonden verbeelding van 7 februari 2024 te verwerken op de verbeelding op de landelijke voorziening.
Volgvel
Ons kenmerk
5
Platerstraat 2-4 Lith Uw raad moet motiveren waarom loods 1 niet positief is bestemd en u moet reageren op de stelling dat loods 1 als caravanstalling ten onrechte opnieuw onder het overgangsrecht is gebracht. Toelichting Er is nooit planologische toestemming verleend voor het gebruik van loods 1 als caravanstalling. Het positief bestemmen van deze loods als caravanstalling is om deze reden niet aan de orde. Bij een beroep op het overgangsrecht speelt een tweetal aspecten een rol: 1. De bewijslast met betrekking tot de aanwezigheid van de caravanstalling en 2. Het bestemmingsplan waarop een beroep wordt gedaan. Hieronder wordt ingegaan op beide aspecten. 1. Bewijs voor de aanwezigheid van de caravanstaling Degene die een beroep doet op het overgangsrecht moet daarvoor de bewijzen aanleveren. Appellant moet dus bewijzen dat de caravanstalling op de peildatum (2 april 1985) aanwezig was en het gebruik daarna niet langer dan een jaar onderbroken is geweest. Appellant moet dit doen met objectieve bewijzen, huurovereenkomsten bijvoorbeeld. Verklaringen van derden dat er altijd een caravanstalling is geweest, zijn onvoldoende. Ook moet appellant op een objectieve wijze aantonen welke oppervlakte de caravanstalling op de peildatum had. Dit kan bijvoorbeeld m.b.v.
foto’s van dat moment, of het aantal huurovereenkomsten dat appellant op dat moment had afgesloten (deze zullen dan allemaal moeten worden overlegd of bankafschriften waaruit het aantal af te leiden is), dit in combinatie met de tekening behorende bij de bouw-/omgevingsvergunningen. En ook dat deze oppervlakte in de loop van de tijd niet minder is geworden. Wij constateren dat er enkel een verklaring van appellant zelf en een milieuvergunning is overgelegd. Het beroep op het overgangsrecht slaagt daarom niet. 2.
Het bestemmingsplan waarop een beroep wordt gedaan
In 1994, het jaar waarop de caravanstalling voor het eerst is vermeld in de milieuvergunning, was het bestemmingsplan ‘Buitengebied Lith 1979’ van kracht. In dit bestemmingsplan heeft het perceel de bestemming ‘agrarische bebouwing’. Bebouwing mag alleen worden gebruikt ten dienste van een agrarisch bedrijf. Op basis van artikel 5B1 is het verboden om agrarische bebouwing te gebruiken in strijd met de bij de bestemming omschreven doeleinden. Een
Volgvel
Ons kenmerk
6
caravanstalling was dus niet rechtstreeks toegestaan op grond van het bestemmingsplan ‘Buitengebied Lith 1979’. De overgangsbepaling van het bestemmingsplan ‘Buitengebied Lith 1979’ geeft evenwel aan dat gebruik dat bestond op de peildatum (2 april 1985) mag blijven bestaan. Er is geen uitzondering opgenomen voor het gebruik dat al bestond vóór inwerkingtreding van dat bestemmingsplan en dat al in strijd was met het vorige plan. Het overgangsrecht van het bestemmingsplan ‘Buitengebied Lith 1979’ geeft dus een legaliserende titel voor gebruik dat al in 1985 bestond en in strijd is met het bestemmingsplan. Appellant geeft echter aan dat er voor 2 april 1985 geen caravanstalling aanwezig was, hij kan geen bewijsstukken hiervan overleggen, en er is in dit geval dus geen sprake van overgangsrecht. Gezien bovenstaande was de caravanstalling dus niet rechtstreeks toegestaan op grond van het bestemmingsplan, is er geen planologische toestemming voor verleend en appellant kan geen bescherming aan het overgangsrecht ontlenen. Wijziging bestemmingsplan Gezien bovenstaande hoeft het bestemmingsplan niet te worden gewijzigd. Beroep Gedeputeerde Staten van de Provincie Noord-Brabant 1.
Uw raad moet de in artikel 3.4 van de planregels neergelegde afwijkingsbevoegdheid voor zover die ziet op het bouwen van schuilhutten buiten het bouwvlak in de zones ‘overige zone – oeverwal’, ‘overige zone – dekzandrand’ en ‘overige zone – dekzandrug’, voor zover gelegen binnen Landelijk gebied volgens de IOV, alsnog beperken tot het gebied dat volgens de IOV kan worden aangemerkt als een kernrandzone. Dat zou de raad kunnen doen door te beoordelen of de gronden met de gebiedsaanduidingen ‘oeverwal', ‘dekzandrand’ en ‘dekzandrug’ in overeenstemming kunnen worden gebracht met hetgeen door het college van GS is aangegeven op de bijlage bij het beroepschrift als toelaatbare kernrandzone.
2.
Uw raad moet voor de in artikel 3.4 van de planregels neergelegde afwijkingsbevoegdheid voor zover die ziet op het bouwen van permanente teeltondersteunende voorzieningen, voor zover gelegen binnen de Groenblauwe mantel volgens de IOV, borgen dat ten hoogste 3 ha aan permanente teeltondersteunende voorzieningen is toegestaan. Uw raad
Volgvel
Ons kenmerk
7
moet daarnaast borgen dat de teeltondersteunende voorzieningen worden geconcentreerd binnen een bouwperceel. Toelichting 1.
Op grond van artikel 3.4 (zesde blok) van de planregels mogen burgemeester en wethouders (onder voorwaarden) een omgevingsvergunning verlenen voor het bouwen van gebouwen, zoals schuilgelegenheden voor vee, buiten het bouwvlak mits voldaan wordt aan een aantal voorwaarden. Deze afwijkingsbevoegdheid geldt alleen binnen de zones ‘overige zone – oeverwal’, ‘overige zone – dekzandrand’ en ‘overige zone – dekzandrug’. Conform artikel 3.45 van de IOV kunnen schuilhutten gerealiseerd worden op een locatie die gelegen is binnen een kernrandzone, dan wel een gebied dat gezien de ligging en het feitelijk gebruik gerekend kan worden tot de kernrandzone. De raad is bij het bepalen van de kernrandzone gebonden aan de definitie van ‘kernrandzone’ in de IOV. Volgens die definitie wordt onder een kernrandzone verstaan een overgangszone van bestaand stedelijk gebied naar het buitengebied, met daarin relatief veel bebouwing op korte afstand van elkaar met een toenemende menging van functies. Naar het oordeel van de Afdeling kunnen grote delen van de gebiedsaanduidingen ‘overige zone – oeverwal’, ‘overige zone – dekzandrand’ en ’overige zone – dekzandrug’ niet als kernrandzone worden aangemerkt. Deze gebieden kenmerken zich juist door relatief veel leegte.
Daardoor wordt niet voldaan aan de definitie van kernrandzone in artikel 1.1 van de IOV en is artikel 3.4 (zesde blok) van de planregels in zoverre in strijd met artikel 3.45 van de IOV.
2.
Op grond van artikel 3.4 (negende blok) van de planregels mogen burgemeester en wethouders (onder voorwaarden) een omgevingsvergunning verlenen voor het bouwen van permanente teeltondersteunende voorzieningen buiten het bouwvlak mits het geen gebouwen betreft, de invloed op de omgeving beperkt is en de hoogte niet meer bedraagt dan 6 meter. Deze regel geldt voor gronden met de bestemming ‘Agrarisch met waarden Landschap'. Een deel van deze gronden liggen binnen de Groenblauwe mantel. Op grond van artikel 3.55, onder c, van de IOV is binnen deze gebiedsaanduiding ten hoogste 3 hectare aan permanente teeltondersteunende voorzieningen toegestaan. Deze voorwaarde is niet geborgd in het bestemmingsplan. Daarom moet deze voorwaarde aan de planregels worden toegevoegd. In artikel 3.6, lid 1, onder c van de IOV staat dat gebouwen, bijbehorende bouwwerken en andere permanente voorzieningen moeten worden geconcentreerd binnen een
Volgvel
Ons kenmerk
8
bouwperceel. Een bouwperceel wordt in de IOV gedefinieerd als ‘een aaneengesloten (virtueel) vlak waarop functioneel bij elkaar behorende bebouwing en voorzieningen worden geconcentreerd, bestaande uit een bouwvlak, waarbinnen de gebouwen zijn toegelaten, met de direct daaraan grenzende gronden waar ook bouwwerken geen gebouwen zijnde en vergunningvrije bouwwerken zijn toegestaan’. Teeltondersteunende voorzieningen zijn dus alleen toegestaan op gronden die direct grenzen aan een bouwvlak. Deze voorwaarde is niet geborgd in het bestemmingsplan. Daarom moet deze voorwaarde aan de planregels worden toegevoegd. Wijziging bestemmingsplan 1.
Wij stellen voor om op de verbeelding een gebiedsaanduiding ‘overige zone schuilgelegenheden uitgesloten’ op te nemen voor de gronden in de zones ‘overige zone – oeverwal’, ‘overige zone – dekzandrand’ en ‘overige zone – dekzandrug’, die niet kunnen worden aangemerkt als kernrandzone. Wij stellen voor om de gebiedsaanduiding op te nemen in de regels door de toevoeging van artikel 38.150 ‘overige zone – schuilgelegenheden uitgesloten’: Binnen deze zone zijn de overige regels uitsluitend van toepassing, voor zover dit volgt uit die regels. Daarnaast stellen wij voor om de volgende zinsnede aan artikel 3.4 (zesde blok) van de planregels toe te voegen: ‘- de bouwhoogte mag niet meer mag bedragen dan 3,5 m - de goothoogte mag niet meer mag bedragen dan 2,5 m - de oppervlakte van het bijbehorende kadastrale terrein moet ten minste 0,5 ha bedragen - de oppervlakte mag niet meer bedragen dan 20 m² bij een bijbehorend kadastraal terrein tot 1 ha, niet meer dan 25 m² bij een bijbehorend kadastraal terrein tussen 1 en 2 ha, en niet meer dan 30 m² bij een bijbehorend kadastraal terrein dat groter is dan 2 ha - het aantal gebouwen mag niet meer bedragen dan één per bijbehorend kadastraal terrein - het gebouw ligt op een afstand van minimaal 20 m ten opzichte van woningen van derden - er moet voorzien zijn in een goede landschappelijke inpassing - deze afwijkingsmogelijkheid geldt alleen
binnen de zones 'overige zone - oeverwal', 'overige zone - dekzandrand' en 'overige zone - dekzandrug', met uitzondering van de gronden die zijn gelegen binnen de aanduiding ‘overige zone - schuilgelegenheden uitgesloten’.
Volgvel
Ons kenmerk
9
2.
Wij stellen voor om de volgende zinsneden aan artikel 3.4 (negende blok) van de planregels toe te voegen: ‘-het mogen geen gebouwen betreffen -de invloed op de omgeving is beperkt -de hoogte mag niet meer bedragen dan 6 m -de teeltondersteunende voorzieningen moeten direct aansluitend aan een bouwvlak gerealiseerd worden -voor zover de teeltondersteunende voorzieningen liggen binnen de gebiedsaanduiding ‘Groenblauwe mantel’ op kaart 6 van de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant (vastgesteld op 25 oktober 2019), is de bouw of uitvoering van permanente teeltondersteunende voorzieningen toegestaan tot ten hoogste 3 hectare’
Artikel 37.2 van de planregels Uw raad moet een nieuw of gewijzigd besluit nemen dat erin voorziet dat artikel 37.2, onderdeel c, van de planregels alsnog voldoende concreet en objectief wordt begrensd. Als dat, volgens uw raad, niet mogelijk blijkt, dan moet uw raad artikel 37.2, onderdeel c, van de planregels schrappen. Toelichting De Afdeling oordeelt dat de afwijkingsbevoegdheid uit artikel 37.2 sub c onvoldoende concreet en objectief is. Daaropvolgend oordeelt de Afdeling dat het gelet op de stand van de VGOonderzoeken ten tijde van de besluitvorming ook niet mogelijk was om de vereiste concrete en objectieve begrenzing aan te brengen. De Afdeling draagt de raad op om: “- artikel 37.2, onderdeel c, van de planregels alsnog voldoende concreet en objectief wordt begrensd. Als dat, volgens de raad, niet mogelijk blijkt, dan moet de raad artikel 37.2, onderdeel c, van de planregels schrappen.”. Sinds de vaststelling van het bestemmingsplan is de stand van de VGO-onderzoeken niet gewijzigd. Kortom: volgens de Afdeling kan de afwijkingsbevoegdheid niet concreter, hieruit wordt geconcludeerd dat de afwijkingsbevoegdheid uit artikel 37.2, onderdeel c van de planregels moet worden geschrapt. Het nieuwste VGO-onderzoek wordt eind 2024 verwacht. We kunnen niet garanderen dat dit onderzoek ook daadwerkelijk eind 2024 wordt opgeleverd.
Gelet op de opdracht van de Afdeling om binnen 26 weken (vóór 8 januari 2025) een herstelbesluit te nemen kunnen we
Volgvel
Ons kenmerk
10
binnen deze tijd het nieuwste VGO-onderzoek niet beoordelen en de uitkomsten daarvan niet meenemen in dit herstelbesluit. Wijziging bestemmingsplan Wij stellen voor om artikel 37.2, onderdeel c van de planregels te schrappen. 2.1 Er is geen exploitatieplan nodig, omdat met de initiatiefnemers anterieure overeenkomsten zijn gesloten. De gemeente heeft het kostenverhaal van het eerder vastgestelde bestemmingsplan geregeld via anterieure overeenkomsten met de initiatiefnemers van de autonome ontwikkelingen in dit plangebied. Hierin zijn zaken geregeld over de realisatie, het proces, kostenverhaal (op basis van de plankostenscan), planschade en de benodigde compensatie door initiatiefnemers. Daarom is er volgens de Wet ruimtelijke ordening geen exploitatieplan nodig. De gemeenteraad moet dit wel expliciet besluiten. Dit herstelbesluit brengt geen extra kostenverhaal met zich mee ten opzichte van het eerder vastgestelde plan. 3.1 Een versnelde bekendmaking zorgt voor tijdswinst. Omdat het bestemmingsplan gewijzigd wordt vastgesteld mag het besluit tot vaststelling in beginsel pas na 6 weken – in plaats van 2 weken – bekend worden gemaakt. Dit in verband met de mogelijkheid voor het college van Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant (GS) om een reactieve aanwijzing in te dienen.
De wet biedt echter de mogelijkheid om GS te verzoeken om toch eerder te mogen publiceren indien geen provinciale belangen worden geraakt. Aan GS dient wel een verzoek hiervoor te worden gedaan. Uw raad dient te besluiten over dit verzoek. Het voorgenomen herstelbesluit is besproken met de betrokken appellanten, zo ook met de provincie. Ambtelijk is aangegeven dat er geen bezwaar bestaat tegen een versnelde bekendmaking. Hiertoe moet nog wel een officieel verzoek worden ingediend. Dit verzoek moet per e-mail bij de provincie worden ingediend. Wat zijn tegenargumenten of risico’s? 1.1 Belanghebbenden kunnen beroep instellen tegen de wijziging. De gemeente hoeft niet de hele bestemmingsplanprocedure te doorlopen. Wel moet het gewijzigd vastgestelde bestemmingsplan opnieuw ter inzage worden gelegd. Uitsluitend belanghebbenden kunnen beroep instellen tegen de wijziging. Beroep kan niet worden ingesteld tegen het bestemmingsplan voor zover dit niet is gewijzigd. De Afdeling moet nog een einduitspraak over het bestemmingsplan doen.
Volgvel
Ons kenmerk
11
Waar moeten we rekening mee houden? a. Financiën Aan dit voorstel zijn geen financiële gevolgen verbonden. b. Privacy Deze ontwikkelingen richten zich op de toekenning van nieuwe functies aan percelen. Personen hebben hierbij een rol als initiatiefnemer, grondeigenaar of als inspreker/belanghebbende. In deze procedure verwerken wij alleen naam en adresgegevens. Deze gegevens maken wij niet openbaar. Een Privacy Impact Assessment (PIA) hoeft hiervoor niet te worden gedaan. c. Communicatie Wij informeren appellanten en de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State actief over dit herstelbesluit. Verder wordt het besluit op de gebruikelijke manier bekend gemaakt en zes weken ter inzage gelegd. d. Uitvoering Door de gewijzigde vaststelling van het bestemmingsplan ‘Buitengebied Oss - 2020’ voldoen wij aan de opdracht van de Afdeling. Daarna volgt de definitieve uitspraak van de Afdeling. e. Overlegd met Het voorgenomen herstelbesluit is besproken met de betrokken appellanten. Door de gewijzigde vaststelling van het bestemmingsplan ‘Buitengebied Oss - 2020’ voldoen wij aan de opdracht van de Afdeling. Bijlagen 1. 2.
(Tussen)uitspraak Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State, d.d. 10 juli 2024 Aangepast bestemmingsplan ‘Buitengebied Oss – 2020’