RaadsInformatieBrief Voortgangsrapportage Duurzame Polder
Tekst van het document
Aaan
Projectenbureau Raadhuislaan 2, Oss Telefoon 14 0412
E-mail gemeente@oss.nl
Aan de gemeenteraad van Oss
www.oss.nl
Postbus 5 5340 BA Oss
Wilt u bij uw reactie de datum van deze brief en ons kenmerk vermelden?
Datum
Ons kenmerk
Behandeld door
Doorkiesnummer
P. Mertens Onderwerp
Voortgangsrapportage Duurzame Polder
Geachte raads- en burgerleden, Hierbij informeren wij u over project Duurzame Polder: 1.
Waar komen we vandaan en waar staan we nu in het proces?
2.
Welke varianten worden deze zomer onderzocht?
3.
Hoe ziet het vervolgproces eruit?
Wat is de aanleiding voor deze informatie? Zoals aangekondigd in de raadsinformatiebrief dd 5 juli jl. ontvangt u deze raadsinformatiebrief over de varianten voor het MER-onderzoek later dan gepland. Dit in verband met het tussentijdse advies van de Commissie mer. Dat advies gaf aanleiding voor aanpassingen in de varianten. In deze raadsinformatiebrief leest u welke varianten naar het MER-onderzoeksbureau zijn gegaan. Daarnaast bevat de brief informatie over het vervolgproces en de wijze waarop u wordt betrokken.
Volgvel
Ons kenmerk
2
Wat is de kernboodschap? Project Duurzame Polder staat momenteel middenin de zogenaamde ‘m.e.r.-procedure’. Daarin worden de milieueffecten onderzocht van vijf varianten voor de inrichting van de Duurzame Polder. Het Milieu Effect Rapport (MER) levert na de zomer nieuwe informatie op. Met die informatie werken we toe naar een Voorkeursalternatief (VKA) voor de inrichting van de polder. Naar verwachting wordt dit VKA eind 2023/ begin 2024 opiniërend aan u voorgelegd. Waar komen we vandaan en waar staan we nu in het proces?
Op 28 januari 2021 wees uw raad de Duurzame Polder aan voor grootschalige energieopwek met wind. In oktober 2021 sloten de gemeenten Oss en ’s-Hertogenbosch een bestuursovereenkomst met provincie en rijk. Daarin staat: 1.
dat via ontwerpend onderzoek met belangenorganisaties en een m.e.r.-procedure een VKA voor de inrichting van de polder wordt ontwikkeld (eind 2023);
2.
dat daarna wordt toegewerkt naar vergunningverlening door de twee gemeenten (eind 2024).
Het raadsbesluit van 28 januari 2021 werd aan de bestuursovereenkomst gehecht. Daarmee worden de bestuurlijke uitgangspunten meegegeven, zoals: 0,514 PJ opwek, geen turbines binnen 2 km van de bestaande bebouwde komgrenzen, een geluidsnorm van 42 dB Lden en een participatieproces vergelijkbaar met het participatieproces zoals gevoerd bij windpark Elzenburg de Geer. Op 31 mei 2022 stemde het college in met de Notitie Reikwijdte en Detailniveau Duurzame Polder en de procesaanpak. Dit gebeurde nadat u heeft laat weten geen bedenkingen hierbij te hebben. In september 2022 is het ontwerpend onderzoek van start gegaan. Dit leidde begin 2023 tot vier ‘denkrichtingen’ met elk vier (in totaal 16) varianten voor windturbineopstellingen. Daar kwamen 8 varianten bij als gevolg van de reacties van belangenorganisaties en bewoners. In april 2023 betrokken wij u bij de tussentijdse resultaten. Daartoe is een Tussenrapport en een Quick Scan milieu opgesteld. We hebben eerst een informatieve raadsbijeenkomst en daarna een opiniërende bijeenkomst georganiseerd. Daarin werd uw raad geconsulteerd over de denkrichtingen en varianten.
Volgvel
Ons kenmerk
3
Een belangrijke vraag van u was: ‘Waarom worden er ook varianten getekend die buiten de bestuurlijke uitgangspunten gaan?’. Het antwoord was dat dit gebeurt om de uitgangspunten die bovenwettelijk zijn te kunnen beoordelen. Dat is nodig om te zorgen dat de vergunning straks ‘Raad van State-proof’ is. Volgens de regels uit de Wet milieubeheer moeten alle denkbare varianten worden beschouwd. Als de milieugevolgen daarvan helder zijn, kan de politiek een afweging maken en een goed onderbouwde keuze maken. Daarom werd ook in de volgende fase buiten de bestuurlijke uitgangspunten gegaan. In de volgende fase van het ontwerpend onderzoek werkten we toe naar een beperkt aantal varianten voor het MER-onderzoek. Deze fase bestond uit twee atelierbijeenkomsten met belangenorganisaties (op 20 april en op 10 mei) en een publieksconsultatie. In het ontwerpatelier van 20 april hebben we gesproken over de denkrichtingen. Hoe daarbinnen zo goed mogelijk windturbines kunnen worden geplaatst, rekening houdend met de verschillende belangen. De output hebben we verwerkt in 5 varianten met zones voor windturbines voor het MER-onderzoek. In het ontwerpatelier van 10 mei stonden de ontwikkelkansen op andere terreinen centraal, zoals landbouw, natuur, water, bodem, klimaatadaptatie, (woon)beleving, cultuurhistorie en recreatie.
Deze ontwikkelkansen kunnen worden gecombineerd met alle varianten voor wind. Daarom zijn we daar apart over in gesprek gegaan met de belangenorganisaties. In het MERonderzoek laten we de varianten voor wind en de ontwikkelkansen op andere terreinen apart beschouwen. Zo kunnen we de effecten van wind en die van andere maatregelen zuiver beoordelen. De verslagen van beide ontwerpateliers treft u in de bijlagen aan. De resultaten uit de ontwerpateliers hebben we toegelicht op publieksbijeenkomsten op 30 en 31 mei en hebben we middels een digitale enquête voorgelegd aan het brede publiek. Meer dan 2000 keer werd de enquête bekeken. Meer dan 1000 bezoekers reageerden op de vragen. Zie bijgaand onderzoeksverslag. Alle resultaten zijn verwerkt in bijgaand rapport. Dat rapport is verzonden naar het bureau dat voor ons het MER opstelt (Witteveen en Bos). Deze zomer brengt dit bureau de milieueffecten in beeld van de varianten voor wind en van de ontwikkelkansen voor deelgebieden. Welke varianten worden deze zomer door het MER-bureau onderzocht? Deze zomer worden door het bureau dat het MER opstelt 5 varianten voor wind en ontwikkelkansen voor 5 deelgebieden onderzocht. Deze komen voort uit:
Volgvel
Ons kenmerk
4
1.
de eerste fase van het ontwerpend onderzoek tot 13 april 2023 (Tussenrapport en Quick Scan)
2.
de output van de opiniërende raden van 13 april (Oss) en 17 april (’s-Hertogenbosch)
3.
de ateliers met belangenorganisaties van 20 april en 10 mei
4.
de output van de online publieksconsultatie van 30 mei t/m 11 juni
5.
het tussentijds advies van de Commissie MER (d.d. 5 juli) dat u ook al bij de Raadsinformatiebrief van 5 juli jl. heeft ontvangen.
Daarnaast is uiteraard ook gebruik gemaakt van de expertise en inbreng van gemeentelijke specialisten, externe partijen zoals de provincie en het ontwerpbureau en het MERonderzoeksbureau. Hieronder beschrijven we kort welke inhoudelijke inbreng een rol heeft gespeeld bij de totstandkoming van de varianten voor wind en de ontwikkelkansen voor de deelgebieden, zonder volledig te zijn: -
Veel voorkomende reacties uit het publiek waren: houd voldoende rekening met het belang van de landbouw, de gezondheid van omwonenden in relatie tot de turbines en de belangen van natuur (weidevogels) in het gebied.
-
Veel waarde werd gehecht aan de minimale afstanden tot de bebouwde kommen die de raden hebben bepaald.
-
Er werd gepleit voor behoud van de polder als primair agrarisch gebied. Tegelijkertijd werd gepleit voor meer extensieve landbouw.
-
Meer recreatiemogelijkheid langs ecologische verbindingszones en in het midden van de polder werd niet als haalbaar of wenselijk gezien door belangenorganisaties. Tegelijkertijd zijn er vanuit omwonenden wensen voor nieuwe recreatiemogelijkheden en nieuwe fietsverbindingen geuit.
-
Er werd gepleit voor behoud en versterking van de weidevogelgebieden. Belangenorganisaties stelden daarbij: ga meer uit van verspreiding van weidevogelgebieden in plaats van concentratie op één plek.
-
De geluidsnorm van 42 dB die de Osse raad heeft meegegeven is waarschijnlijk niet haalbaar voor woningen in de polder (zie Quick Scan) maar wel voor de omliggende dorpen en kernen. De nieuwe nationale geluidsnorm is nog niet bekend. Mede daarom dient ook een strengere norm te worden onderzocht dan de oude norm van 47 dB. Een strengere geluidsnorm werd ook door omwonenden als wenselijk gezien.
-
Er zijn veel kansen voor versterking van de biodiversiteit langs randen van percelen of oevers.
Volgvel
Ons kenmerk
5
-
Openheid van de polder werd als kwaliteit gezien. Tegelijkertijd waren er ook wensen voor nieuwe groenstructuren en realisatie van kleinschalige landschapselementen.
-
Er was bij omwonenden draagvlak voor zowel concentratie van windturbines als opstelling in lijnen, maar het draagvlak voor concentratie leek wat groter.
-
O.a. de provincie heeft benadrukt de hoeken van het speelveld te onderzoeken; waaronder ook het onderzoeken binnen de 1 en 2 km-zones.
-
De Commissie MER pleitte ervoor om voor onderdelen van het MER (beoordeling landschap en berekening energieopwek) bij elke variant (en niet alleen bij variant 1) te werken met voorbeeld-turbineopstellingen binnen de plaatsingszones.
-
Ook vond de Commissie MER dat het belang van weidevogels beter moet worden verwerkt in de natuurvariant.
De vijf varianten voor wind De volgende uitgangspunten werden gehanteerd bij de ontwikkeling van de 5 varianten voor wind: -
We zoeken naar leidende ontwerpprincipes per variant die voortkomen uit het ontwerpend onderzoek. We willen vermenging van ontwerpprincipes voorkomen. Dan wordt goed duidelijk wat de effecten van een bepaald ontwerpprincipe zijn. Een voorbeeld van vermenging van thema’s binnen één variant is zowel een strenge geluidsnorm hanteren als beschermde natuurgebieden ontzien. Dan is niet meer duidelijk welke effecten waardoor veroorzaakt worden.
-
Uit de ontwerpprincipes volgen plaatsingszones voor windturbines. De plaatsingszones samen vormen de variant. De variant wordt onderzocht op de milieueffecten.
-
Alleen de gebieden die harde belemmeringen vormen, gebieden dus waar nimmer windturbines worden toegestaan, komen in geen van de varianten terug. Zo brengen we het hele speelveld in kaart.
De 5 varianten worden hieronder kort beschreven. Voor een uitgebreidere beschrijving verwijzen we naar bijgaand rapport ‘Duurzame Polder, ontwikkeling varianten planMER en uitwerking deelgebieden’. Daarin wordt ook de feedback samengevat uit de online consultatie. Deze feedback heeft geen aanleiding gegeven tot aanpassing van de varianten, maar levert belangrijke input voor de ontwikkeling van het VKA na de zomer. Op de kaartjes zijn de groene gebieden de plaatsingszones voor windturbines.
Volgvel
Ons kenmerk
6
Variant 1: Basis De variant Basis houdt rekening met de raadsbesluiten van de gemeenteraden over de afstand tot de bebouwde kom. Voor Oss wordt een afstand van minstens 2 km tot de bestaande bebouwde kom aangehouden, voor ’s-Hertogenbosch is dat 1 km. Het beschikbare gebied voor windturbines binnen de 1 en 2 km grenzen is in groen aangegeven, lichtgroen voor het meest stille type windturbine, donkergroen voor een type dat meer geluid maakt.
Volgvel
Ons kenmerk
7
Variant 2: Geluid De variant Geluid onderzoekt plaatsingszones die rekening houden met een strengere geluidsnorm. Dit wordt gedaan, omdat nog niet duidelijk is welke geluidsnormen in de toekomst van toepassing zijn. Door een strengere geluidsnorm te onderzoeken dan de geluidsnorm die als belemmering is aangehouden (47 dB Lden met 3 dB mitigatie) wordt inzichtelijk wat de potentiële effecten zijn bij een strengere geluidsnorm. Voor woningen in het buitengebied wordt daarom een afstand aangehouden die past bij een geluidsnorm van 45 dB Lden (met mitigatie). De afstand van 1 km van de bebouwde kom in de gemeente ’sHertogenbosch blijft behouden. Deze afstand wordt in deze variant ook voor de gemeente Oss aangehouden. De 1 km komt namelijk min of meer overeen met een geluidsnorm van 42 dB Lden (zonder mitigatie). In de Quickscan is deze berekend voor een ‘harde’ ondergrond. De contouren die passen bij een ‘zachte’ ondergrond worden op dit moment nog onderzocht. Hierdoor zal de variant nog wijzigen.
Volgvel
Ons kenmerk
8
Variant 3: Landschap De variant Landschap onderzoekt wat de effecten zijn van plaatsingszones bij het plaatsen van windturbines in een regelmatige opstelling in de vorm van lange lijnen of een grid. De Commissie MER heeft geadviseerd om voor de variant Landschap vanuit het landschappelijke belang te redeneren. Om deze reden wordt onderzocht wat de mogelijkheden zijn om een landschappelijk optimale invulling te realiseren als windturbines dichter bij de woningen in het buitengebied komen te liggen. Deze variant sluit daarom niet uit dat molenaarswoningen, woningen die dichter bij de turbines zijn gelegen dan de minimale norm, nodig zijn.
Volgvel
Ons kenmerk
9
Variant 4: Natuur De variant Natuur onderzoekt wat de effecten zijn als de plaatsingszones beschermde natuurgebieden en gebieden, waar veel weidevogels zitten, vermijden. In het plangebied liggen twee soorten beschermde natuurgebieden: het Natuurnetwerk Brabant (inclusief ecologische verbindingszones) en een rust- en foerageergebied voor ganzen en smienten. Wat betreft windturbines in deze gebieden geldt vanuit de provinciale regelgeving een ‘nee, tenzij’ beleid. Daarnaast liggen er gebieden die onderdeel zijn van de Groenblauwe mantel. Ook zijn er twee kerngebieden voor weidevogels aan te wijzen. Deze gebieden zijn niet wettelijk beschermd, maar de soorten die er voorkomen zijn wel beschermd onder de Wet natuurbescherming. De gebieden tussen de kerngebieden voor weidevogels zijn uitgesloten, om vliegbewegingen mogelijk te maken. Tot slot, om rekening te houden met de vliegbewegingen van en naar Natura 2000-gebied de Rijntakken is het noordwestelijke deel van het plangebied uitgesloten in de variant Natuur.
Volgvel
Ons kenmerk
10
Variant 5: Restruimte De variant Restruimte onderzoekt plaatsingszones die nog niet in de andere varianten zijn onderzocht. Daarnaast wordt, net als bij een aantal andere varianten, onderzocht wat de milieueffecten zijn bij het toepassen van zogenaamde ‘molenaarswoningen’. Dit zijn woningen die dichter bij windturbines liggen. Hierbij moet wel worden aangetoond dat deze woningen een binding hebben met de windturbines. Deze variant zorgt er zo voor dat inzicht wordt verkregen in de effecten van windturbines op alle potentieel beschikbare plekken in het plangebied. Deze variant is daarom meer een theoretische exercitie, om bij het voorkeursalternatief een optimaal mogelijke keuze te kunnen maken. Hierbij zijn de twee typen windturbines in beeld gebracht (hieronder is type 2 weergegeven, kaartje met ander type treft u aan in de bijlage).
Volgvel
Ons kenmerk
11
De ontwikkelkansen voor vijf deelgebieden Voor de integrale gebiedsontwikkeling onderscheiden we 5 deelgebieden. Voor elk deelgebied is een ontwerp gemaakt maar in onderstaande beschrijving worden alleen de deelgebieden voor grondgebied ’s-Hertogenbosch beschreven (zie voor een uitgebreidere beschrijving het rapport ‘Duurzame Polder, ontwikkeling varianten planMER en uitwerking deelgebieden’). Deelgebied 1: De Weide (grondgebied van Oss en ‘s-Hertogenbosch) De weide beslaat het hele, voornamelijk agrarische middengebied. Midden door de polder loopt de Hertogswetering. Een duurzame koers voor dit gebied kan niet zonder een toekomstperspectief voor de agrarische sector. Het gebied is en blijft agrarisch gebied, met een sterk accent op voedselproductie (voornamelijk melkveehouderij). Intensieve samenwerking tussen boeren, terreinbeherende organisaties zoals Waterschap Aa en Maas, Brabants Landschap, Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten en belangengroepen kunnen helpen om toe te werken naar een meer circulair landbouwgebied. Zo kan er gezamenlijk gewerkt worden aan perspectief voor de landbouw in combinatie met bijvoorbeeld het vergroten van de biodiversiteit.
Deelgebied 2: Stadsrand Den Bosch (wordt hier niet beschreven omdat het alleen grondgebied van ’s-Hertogenbosch betreft)
Volgvel
Ons kenmerk
12
Deelgebied 3: Stadsrand Oss (grondgebied van Oss) De stadsrand van Oss zal de komende jaren veranderen. De gemeente streeft ernaar om de komende 15 jaar 8.500 woningen bij te bouwen, waaronder in de nieuwe woonwijk Amsteleind. Deze nieuwe wijk grenst aan de Duurzame Polder. De verbinding met het open polderlandschap, de groene buffers (o.a. rondom Ussen en Heihoek) en het agrarische karakter zijn door bewoners benoemd als belangrijke kwaliteiten om te behouden. Op de tekening zie je daarom een geleidelijke overgang van stad naar land. Met nieuwe groenstructuren en nabij de stad ook landbouw die inspeelt op de nabijheid van de omwonenden. Bestaande erven dichtbij de stad kunnen meer ‘aangekleed’ worden met groen om aan te sluiten bij de nieuwe groenstructuren, zo is geopperd in bijeenkomsten met belanghebbenden. Ook een ‘waterharmonica’, een natuurlijke waterzuivering, zou onderdeel van de stadsrand kunnen zijn. Verder is een veilig netwerk voor fietsers en wandelaars belangrijk hier.
Deelgebied 4: Overgang zand-klei (grondgebied van Oss en ‘s-Hertogenbosch) De lintdorpen Geffen en Heeseind liggen op een hogere zandrug ten opzichte van de kleigronden van de polder. De doorzichten vanuit het kleinschalige landschap van de lintbebouwing naar het grotere polderlandschap zijn een belangrijke kwaliteit hier. Op de
Volgvel
Ons kenmerk
13
tekening zie je daarom ook een koers die gericht is op het versterking van dit kleinschalige landschap, bijvoorbeeld door extra houtwallen, lanen en kleine bosjes aan te leggen. Daarnaast zijn er kansen voor de ontwikkeling van lokale recreatie, bijvoorbeeld door oude (agrarische) paden te herstellen of agrotoerisme te stimuleren (horeca en dagrecreatie in het buitengebied). Deelgebied 5: De Overwal (grondgebied van Oss)
Op de oeverwal van de Maas zijn de Maasdorpen ontstaan en in de loop der tijd gegroeid. De duurzame koers die voor dit gebied is ontwikkeld, is gericht op het behoud en versterking van de oeverwal als waardevolle woonomgeving én toekomstgebied voor de landbouw. Het accent ligt hierbij op de polderzijde, waar verduurzaming van het landbouwgebied samengaat met de ontwikkeling van een netwerk van groen- en waterstructuren zoals natuurvriendelijke oevers, bomen en hagen. Dit kan gecombineerd worden met klompenpaden die (nieuwe) ommetjes vanuit en tussen de dorpen mogelijk maken. De paden voeren langs interessante plekken, zoals een historische fortificatie of een boerderijerf met bezoekfunctie. Duurzame en deels ook grootschalige landbouw zal hier samengaan met een kleinschalig, halfopen tot besloten landschap dat contrasteert met het landschap van de open en grootschalige polder.
Volgvel
Ons kenmerk
14
Hoe ziet het vervolgproces eruit? Van VKA en planMER naar projectMER en vergunningverlening Het nu opgestelde variantenrapport (zie bijlage 1) vormt de basis voor het Programma onder de Omgevingswet (zie beschrijving hieronder). Het MER-bureau is aan de hand van dit rapport aan de slag gegaan met het PlanMER onderzoek. Aan de hand van de conceptresultaten van het MER-onderzoek, werken we dit najaar toe naar het concept Voorkeursalternatief (VKA) voor de Duurzame Polder. Op dat moment gaan we opnieuw in gesprek met de omgeving en vervolgens bespreken we met uw raad het concept VKA. Het gesprek met de omgeving doen we (weer) via ontwerpateliers met belangenorganisaties en via een brede online consultatie bij het publiek. Dit concept VKA wordt opgenomen in een ontwerp Programma onder de Omgevingswet. Vervolgens zal het ontwerp Programma inclusief het concept VKA met PlanMER ter inzage worden gelegd voor zienswijzen. Na afloop van de zienswijzentermijn, worden eventuele zienswijzen beschouwd en behandeld. Vervolgens wordt het definitieve Programma, inclusief VKA, met de zienswijzennota door uw college vastgesteld (collegebevoegdheid, onder voorbehoud van instemming VKA door de raad). Daarna zal het definitieve VKA, met inachtneming van de zienswijzen, ter besluitvorming worden voorgelegd aan uw raad (medio 2024).
Aansluitend vindt de vergunningenfase plaats en komt uw raad opnieuw aan zet, in de vorm van een bindend adviesrecht op de vergunning (Q1-Q2 2025). Dit is een wijziging ten opzichte van het eerder vastgestelde proces van juni 2022, waarin nog uitgegaan werd van een Combi-MER en geen Programma onder de Omgevingswet. Wij achten het echter zorgvuldiger en duidelijker om wel gebruik te maken van het Programma en een scheiding aan te brengen in het MER-proces. Zorgvuldiger omdat de omgeving met zienswijzen kan reageren op de gemaakte keuzes in het (ontwerp) Programma, als ook op de inhoud van de PlanMER. Bovendien kunnen we hiermee de kaders en randvoorwaarden voor het project, alsook de aspecten van integrale gebiedsontwikkeling vastleggen in een beleidsdocument (Programma). Duidelijker, omdat we hiermee een heldere knip aanbrengen tussen het MER deel fase 1 en fase 2; fase 1 is het PlanMER zoals beschreven in dit document fase 2 is het ProjectMER. Met het besluit op het Programma en het VKA, wordt de MER fase deel 1 (PlanMER) afgesloten. Daarna komen initiatiefnemers aan zet en worden daar ook afspraken mee gemaakt. Zij zullen in die fase de vergunningsaanvraag voorbereiden voor hun project mede aan de hand van de uitkomsten van het ProjectMER dat zij laten uitvoeren. In het kader van de vergunningverlening (BOPA), heeft uw raad bindend adviesrecht. Ook zullen
Volgvel
Ons kenmerk
15
op de ontwerpvergunning zienswijzen kunnen worden ingediend. Na deze stappen, kan uiteindelijk de vergunning verleend worden. Gevolg van deze wijziging in de planning, is dat de deadline van 1 januari 2025 uit de RES om vergunningen te verlenen voor windenergie niet gehaald zal worden. We achten zorgvuldigheid echter van groter belang dan het strikt vasthouden aan een deadline. We zullen uiteraard proberen de vertraging te beperken. Deze uitloop in de planning is besproken in de Stuurgroep Duurzame Polder en daarin akkoord bevonden. Omgevingsdialoog over financiële participatie Parallel aan het proces om te komen tot een VKA willen we in gesprek met de omgeving (inclusief de initiatiefnemers) over de financiële participatie bij de te ontwikkelen windturbines. In Oss moet eerst uw raad de uitgangspunten daarvoor vaststellen. Het college heeft daarvoor een nota aangeleverd met tien uitgangspunten voor financiële participatie bij projecten met grootschalige energieopwek, zowel met wind als met zon. De gesprekken die daarna in de Duurzame Polder kunnen starten, moeten uitmonden in concrete afspraken met de initiatiefnemers en de initiatiefnemers nemen vervolgens het stokje over. Communicatie Via de Nieuwsbrief (waarop meer dan 2000 mensen geabonneerd zijn) en de website informeren wij de omgeving over de MER-varianten en het vervolgproces.
Dat doen we zodra de raden deze Raadsinformatiebrief hebben ontvangen. Na de zomer wordt het participatieproces met de omgeving voortgezet. Bijlagen Als bijlagen treft u hierbij aan: -
Rapport ‘Duurzame Polder, ontwikkeling varianten planMER en uitwerking deelgebieden’
-
Verslag van de ateliers van 20 april en 10 mei 2023
-
Verslag van de online consultatie eind mei/begin juni 2023
-
Tussentijds advies van de Commissie MER dd 5 juli 2023
Hoogachtend, Burgemeester en wethouders van de gemeente Oss, namens dezen, C.P.W. van Geffen,
Volgvel
Ons kenmerk
16
wethouder energietransitie
Samenvatting Project Duurzame Polder staat middenin de zogenaamde ‘m.e.r.-procedure’. Daarin worden de milieueffecten onderzocht van vijf varianten voor de inrichting van de Duurzame Polder met windturbines. Het Milieu Effect Rapport (als eerste de planMER) levert na de zomer nieuwe informatie op. Met die informatie werken we toe naar een Voorkeursalternatief (VKA) voor de inrichting van de polder in de vorm van een concept Programma onder de nieuwe Omgevingswet. Naar verwachting wordt dit concept Programma begin 2024 aan de raad voorgelegd met het verzoek ermee in te stemmen dat dit ter inzage wordt gelegd. Na de zienswijzeperiode zal de raad worden gevraagd geen bedenkingen te hebben tegen het Programma dat het college dan aan de raad voorlegt. Naar verwachting zal dat in Q2 van 2024 zijn. Daarna gaat het stokje over naar de initiatiefnemers voor een projectMER en vergunningaanvraag.