Raadsinformatiebrief Laagdrempelig Ontmoeten 20072021.DOCX
Tekst van het document
Aan de leden van de gemeenteraad E-mail gemeente@oss.nl www.oss.nl
Postbus 5 5340 BA Oss
Wilt u bij uw reactie de datum van deze brief en ons kenmerk vermelden?
Datum
Ons kenmerk
20-07-2021
Behandeld door
Doorkiesnummer
K. Willunat/P. Noten
Onderwerp
Laagdrempelig ontmoeten 'Thuis in de Buurt'
Geachte leden van de gemeenteraad,
Graag informeren wij u met deze brief over het dossier laagdrempelig ontmoeten ‘Thuis in de Buurt’. Aanleiding In de vergadering van uw gemeenteraad d.d. 24 september 2020 is de visie op laagdrempelig ontmoeten, ‘Thuis in de Buurt’, vastgesteld. Daarnaast heeft de Rekenkamercommissie in 2020 een rapport opgesteld: (Laagdrempelig) Ontmoeten in Oss. Op basis van de uitgangspunten van beide beleidsrapporten is in het najaar van 2020 de daadwerkelijke invulling van laagdrempelig ontmoeten van start gegaan. In deze brief informeren wij u over: A. wat we sinds die tijd gedaan hebben; B. waar we nu staan; C. en wat er nodig is om de aanpak succesvol te kunnen laten zijn. Wat waren ook al weer de belangrijkste uitgangspunten van beide adviezen? Visie Thuis in de Buurt: 1. Wijk- en dorpshuizen spelen een belangrijke rol in de participatie van kwetsbare inwoners in wijken en buurten. Wat hebben zij nodig om meer in te kunnen spelen op laagdrempelig ontmoeten?
Volgvel
Ons kenmerk
2
2. De huidige kaders voor gemeenschapsaccommodaties voor een sluitende exploitatie worden steeds knellender. Rekenkamerrapport: 1. Leidende rol van de gemeente nodig om laagdrempelig ontmoeten tot een succes te maken. 2. Samenwerking stimuleren tussen wijk- en dorpshuizen en hun omgeving. 3. Het bereik van laagdrempelig ontmoeten vergroten. 4. Andere bekostigingsmodellen voor wijk- en dorpshuizen zijn noodzakelijk. Ad A. Wat hebben we tot nu toe gedaan? De visie ‘Thuis in de Buurt’ is in de afgelopen maanden op verschillende manieren getoetst en aangescherpt. Dit hebben we gedaan door middel van een aantal werksessies met wijk- en dorpshuizen, met betrokken afdelingen binnen de gemeente, met de ASD en met externe professionals en zorgorganisaties. Overall conclusie is dat de visie wordt omarmd. Zowel bewoners als professionals zijn positief, maar ook zoekende hoe concreet handen en voeten te geven aan deze visie. Ad B. Waar staan we nu? 1.
Vijf wijk- en dorpshuizen (Hart van Oijen, de Koppellinck in Geffen, de Meteoor, het nieuwe wijkcentrum Noordwest en de Berchplaets in Berghem) doen mee met een trainingstraject van ’t Heft (ondersteuningsorganisatie voor wijk- en dorpshuizen). Op basis van de vraag vanuit dorp of wijk wordt een passend activiteitenprogramma opgesteld, inclusief bedrijfsplan en exploitatiemodel. Dit wordt uitgewerkt in diverse werkgroepen met daarin partijen zoals de wijk- en dorpsraden, BrabantZorg, zorgcoöperaties en wijkstichtingen.
2.
In Macharen is een werkgroep gestart, onder begeleiding van De Plekkenmakers, met het maken van een nieuwe visie, organisatie, exploitatie en invulling voor het toekomstige nieuwe/verbouwde dorpshuis.
3.
Het proces rondom Wij(k)huis de Haard liep al en is nu ook gestart als collectieve voorziening voor een betekenisvolle dag, in samenwerking met de Proeftuin Ruwaard partners. Dit kan een voorbeeldwerking hebben voor andere huizen.
4.
We maken 1-op-1 matches tussen wijk- en dorpshuizen en professionals die een samenwerking zoeken om aan de vraag vanuit bewoners te voldoen. Een mooi voorbeeld
hiervan,
op
eigen
initiatief
en
kracht
gerealiseerd,
is
de
recente
samenwerking tussen MFA de Snoeck Lith met KOOZIE dagbesteding. 5.
We zijn gestart met gesprekken met de overige wijk- en buurthuizen om te inventariseren wat nodig is om de verandering te starten. Hierbij sluiten we aan op de aanpak van de sociale wijkagenda, die momenteel klaar is om uitgerold te worden in Oss.
Volgvel
Ons kenmerk
3
6.
We werken aan een ‘gereedschapskist’ voor wijk- en dorpshuizen: instrumenten, adviezen en andere hulpmiddelen;
7.
We zijn gestart met het thema ‘meten van maatschappelijk rendement’. Dit gaat inzicht geven in hetgeen enerzijds het bestaande aanbod en het verenigingsleven oplevert en anderzijds de nieuwe activiteiten in het kader van ‘Thuis in de Buurt’. Er wordt gekeken naar zowel maatschappelijk als financieel rendement. Uitganspunt is dat het makkelijk toepasbaar en overzichtelijk is voor zowel de gemeente als voor de wijk- en dorpshuizen.
Ad C. Wat is er nog nodig om de in gang gezette aanpak succesvol te laten zijn? 1.
Een geleidelijke overgang van de bestaande naar de nieuwe situatie. Thuis in de Buurt bepleit geen radicale breuk met de bestaande praktijk van de wijken dorpshuizen. De stichtingsbesturen zetten zich al jaren met ziel en zaligheid om het wijk- of buurthuis zo goed mogelijk te laten functioneren in de gemeenschap. We willen met de visie echter ook breder kijken en het gemeenschapshuis nog beter laten aansluiten op de behoeften van de omgeving en die van kwetsbare inwoners. Die stip op de horizon vergt een nieuwe opdracht en ontwikkelpad (zie onder 2). Die transitie willen we zorgvuldig begeleiden, aansluitend op wat de besturen zelf kunnen en nodig hebben.
2.
De gemeente formuleert een aangepaste opdracht voor de wijk- en dorpshuizen: Deze aangepaste opdracht vormt de basis voor alle gemeenschapshuizen en vervangt de eenzijdige financiële opdracht om een sluitende exploitatie te realiseren. Van hoofdzakelijk verhuur naar een meer passende programmering, van kostenbeheersing en budgetbeheer naar sociaal ondernemerschap en opbrengstoptimalisatie en van taakgericht beheer naar gastheerschap en hospitality. We gaan met het formuleren van deze opdracht na de zomervakantie aan de slag. De uitdaging voor de gemeenschapshuizen wordt vervolgens om met ingang van 2022 volgens de aangepaste opdracht te gaan werken. Daarbij houden we rekening met een overgangsperiode van 2 jaar. Het wijk- en dorpshuis: o o o o
3.
Sluit met haar activiteiten meer aan bij de behoeften in de wijk, buurt, dorp; Staat open voor nieuwe initiatieven en nieuwe gezichten; Zorgt voor een goede mix van betaalbare aangeboden activiteiten; Zorgt voor een gevarieerd aanbod voor veel soorten bezoekers, waaronder jongeren, ouderen en kwetsbare doelgroepen.
Ondersteuning en advies inrichten voor de wijk- en dorpshuizen bij de gevraagde transitie
Volgvel
Ons kenmerk
4
De aanvullende rol die gevraagd wordt van wijk- en dorpshuizen is complex en vraagt om een lange adem. De meeste huizen zijn niet voldoende in staat om deze verandering zelf te realiseren. Ook in de toekomst zal gevraagd worden om mee te bewegen met nieuwe ontwikkelingen en vragen uit de eigen omgeving. Dit vraagt om (intensieve) begeleiding van de gemeenschapshuizen om de gevraagde transitie te realiseren. De piek hiervan ligt in de komende 3 jaar. De gemeentelijke organisatie dient hiervoor nog toegerust te worden. 4.
Opzet toolkit/gereedschapskist Op basis van alle reeds gevoerde gesprekken hebben we de belangrijkste vraagstukken geïnventariseerd. Die vormen de basis voor de toolkit/gereedschapskist. Na de zomer werken we dit uit tot een aantrekkelijke, makkelijk te hanteren online tool. Met informatie, bestanden, tips en trucs, contactgegevens, verwijzingen naar relevante websites, best practices etc.
5.
Meten van maatschappelijk rendement We denken nu aan een methodiek die gebaseerd is op het Business Model Canvas. Dit model wordt binnen de trajecten van ’t Heft ook gebruikt als basis voor het bedrijfsplan. We maken daarbij gebruik van de ‘Theory of Change’ om het beoogde maatschappelijk rendement te formuleren en de methodiek van whise.nl. De definitieve uitwerking volgt na de zomer.
6.
Financiële kaders herijken De aangepaste, aanvullende manier van werken voor gemeenschapshuizen vraagt ook om
een
ander
bekostigingsmodel.
Vraagstukken
rondom
sociaal
beheer,
tariefdifferentiatie, etc. zijn nog niet uitgewerkt voor de hele groep, maar vanuit Wij(k)huis de Haard liggen modellen klaar die bruikbaar zijn en op maat gemaakt kunnen worden voor de andere gemeenschapshuizen. Binnen de trajecten van ’t Heft wordt het activiteitenprogramma gekoppeld aan een bedrijfsplan en aan een dekkende en toekomstbestendige exploitatie. Deze aspecten hangen nauw samen met het voorgaande punt, het inzichtelijk maken van maatschappelijk rendement. Wat mag ‘Thuis in de Buurt’ kosten gezien dit maatschappelijk rendement?
Volgvel
Ons kenmerk
5
We gaan ervan uit u op deze manier inzicht te hebben gegeven in de stand van zaken en de voortgang omtrent laagdrempelig ontmoeten ‘Thuis in de Buurt’. Uiterlijk eind 2021 zullen wij u wederom informeren. Met vriendelijke groeten, Frank den Brok, portefeuillehouder gemeenschapshuizen c.a. Thijs van Kessel, portefeuillehouder laagdrempelig ontmoeten c.a.