Raadsinformatie brief, beantwoording toezegging 25-007 Vragen FVD Hindercurve
Tekst van het document
Leefomgeving, Wonen en Economie Raadhuislaan 2, Oss
Aan de leden van de raad
Telefoon 14 0412 Fax [0412] 64 26 05 E-mail gemeente@oss.nl www.oss.nl
Postbus 5 5340 BA Oss
Wilt u bij uw reactie de datum van deze brief en ons kenmerk vermelden?
Datum
Ons kenmerk
19 maart 2025
Behandeld door
Doorkiesnummer
Y.A. Mijhad
0620323925
Onderwerp
Antwoord op vragen commissievergadering 6 februari 2025
Geachte leden van de raad, In de vergadering van de Adviescommissie ruimte van 6 februari 2025 zijn een drietal vragen gesteld. De vragen zijn schriftelijk door de griffie aan ons doorgestuurd. Hieronder vindt u dikgedrukt de antwoorden namens het college. In de ACR van 6 februari 2025, bij de behandeling van agendapunt 6.1.12 “Antwoord op artikel 41 vragen van SP over onjuiste weergave hinder omwonenden van windturbines” vroeg FvD een technische vraag waar de wethouder op dat moment geen antwoord op kon geven. De vraag was: “In het antwoord op vraag 5 van de artikel 41 vragen bij agendapunt 6.1.12 wordt 42 dB Lden genoemd. 42 dB Lden is een gemiddeld niveau over het etmaal. Een contour daarvan is dan ook samengesteld uit meerdere contouren al dan niet met gebruik van weegfactoren. Onze vraag aan de portefeuillehouder in reactie op zijn antwoord aan de SP: - Hoe is de betreffende hindercurve tot stand gekomen? Antwoord: in het antwoord op vraag 5 wordt niet 42 dB Lden genoemd. De 42 dB Lden wordt alleen genoemd in de betreffende vraag van de SP. Het antwoord verwijst naar de geluidsnormen zoals toegelicht in het planMER. De hindercurve waarop de vraagsteller lijkt te doelen is vastgesteld door TNO in 2008 (zie: Hinder door geluid van windturbines).
Volgvel
Ons kenmerk
2
- Hoe is deze onderbouwd en waar is dit te vinden?” Antwoord: de vindplaats van het rapport van TNO is hierboven opgenomen. Voor de onderbouwing verwijst het college naar het betreffende rapport van TNO. Overigens merkt het college op dat het rapport van TNO ook mede ten grondslag heeft gelegen aan de MER-beoordeling van de nog vast te stellen landelijke milieunormen voor windturbines. Daarnaast is relevant dat de definitie van het begrip “dB Lden” is vastgelegd in een Europese richtlijn. Het college ziet geen onderbouwing voor de stelling dat het betreffende onderzoek van TNO is achterhaald. Voor een toelichting op de wijze waarop een feitelijke meting/berekening van windturbinegeluid wordt verricht, verwijst het college naar het artikel “Windturbinegeluid: meten of rekenen” van De Beer/Van der Maarl/Eilders uit 2017 (Windturbinegeluid: meten of rekenen?). Ten slotte merkt het college op dat het RIVM op 16 januari 2025 heeft aangegeven dat het in opdracht van de rijksoverheid aanvullend onderzoek gaat doen naar de “Blootstelling-Respons relatie (BR-relatie)/hindercurve.” De resultaten van dat onderzoek verwacht het RIVM eind 2026 te kunnen presenteren. De wethouder zei toe hier schriftelijk op terug te komen. De Fractie SP stelde dat de antwoorden over de artikel 41 vragen over de RIVM niet ingaan op hetgeen bedoeld is.
In onze beantwoording verwijzen we naar het advies LOWI echter: Met verwijzing naar de digitale Factsheet op de site van RIVM gaf Adri Geerts (SP) aan dat de RIVM inmiddels ook inhoudelijk een andere mening is toegedaan vwb de weergave van hinder voor omwonenden van windturbines. Antwoord: De SP heeft op dit punt inmiddels nieuwe artikel 41 vragen gesteld. Het voornoemde punt zal worden meegenomen bij de beantwoording van die vragen.
Volgvel
Ons kenmerk
3
Met vriendelijke groet, namens het college van Burgemeester en wethouders,
C.P.W. van Geffen Wethouder Energietransitie ca