PDMS-#4687742-v1-Technische_vragen_programmabegroting_2022-2025_Versie_4_.DOCX
Tekst van het document
Technische vragen programmabegroting 2022-2025 Versie 4 (8 november 2021) Vraag Programma 1. Zorg en welzijn
Antwoord
Wmo. Graag een overzicht per jaar wat de uitgaven voor Wmo zijn vanaf 2015. Deze bedragen daarnaast uitsplitsen in Rijksbijdrage en lokale bijdrage. Daarnaast per jaar clientaantallen benoemen. Is de inkoopsystemathiek in de loop der jaren veranderd? Zo ja, wat is er veranderd?
We kunnen de gevraagde splitsing in Rijksbijdrage en lokale bijdrage niet aanleveren omdat het Rijk deze middelen niet geoormerkt uitkeert. Daarmee kunnen we niet specifiek aangeven hoeveel geld we voor deze taken van het Rijk ontvangen. Vanwege een omzetting in de financiële systemen in 2015 kunnen we vanaf 2016 dezelfde jaargegevens laten zien. Wmo kosten per jaar in euro’s (exclusief uitvoeringskosten) 2016 43.657.807 2017 38.593.061 2018 42.029.733 2019 48.154.428 2020 51.832.342 Unieke clienten Wmo per jaar 2016 5.550 2017 5.955 2018 6.621 2019 7.140 2020 7.512 De inkoopsystematiek is niet gewijzigd.
Jeugdhulp. pagina 56. Hoe zit het met doorverwijzing huisartsen, is dit geanalyseerd? Zijn er huisartsen die relatief veel en duur doorverwijzen? Gaan we meer inzetten op meer POH jeugd, hoe doen we dat? En welke maatregelen nemen we om meer grip te krijgen op (dure) doorverwijzingen? Jeugdhulp. pagina 56. Beschikkingsvrij indiceren. Hoe ziet dit eruit?
In de afgelopen jaren kwam 34% van de verwijzingen specialistische jeugdhulp van de huisartsen. Het gaat dan vooral om verwijzingen naar Basis GGZ en specialistische GGZ. Dit zijn niet per definitie dure doorverwijzingen. We blijven inzetten op meer POH GGZ Jeugd bij de huisartsen: momenteel richten we ons vooral op verspreiding bij de huisartsen die geen POH GGZ Jeugd hebben. Door inzet POH GGZ Jeugd wordt er breed gekeken wat nodig is, de POH GGZ lost het zelf op of verwijst na een brede vraagverheldering door naar specialistische jeugdhulp. Op deze manier sturen we op minder direct (zonder zicht op wat echt nodig is) doorverwijzen. Wanneer een dure voorziening noodzakelijk is wordt deze ook ingezet omdat dit noodzakelijk is voor de hulpvraag van de jeugdige of gezin. Wij hebben een onderzoek laten doen naar mogelijkheden voor Beschikkingsvrij indiceren. Daarin zijn 2 varianten die wij mogelijk verder gaan uitwerken. 1. Jeugdigen/ouders krijgen vanuit het CJG duidelijkheid over de in te zetten hulp (dat is nu ook zo), maar vervolgens geen formele beschikking meer vanuit de gemeente. Voordeel hiervan is minder administratieve last en een snellere procedure voor jeugdige/ouders.2. Sommige vormen van hulp zouden we vrij toegankelijk kunnen maken met een maximum aantal gesprekken (fysiotherapie model), dus zonder dat er een indicatie vanuit CJG nodig is.
1
Vraag GGD. pagina 59. Beschikt de gemeente Oss of maatwerkuren GGD? Zo ja, hoe worden deze uren in Oss ingezet? Zo nee, op welke wijze geeft de GGD invulling aan de concrete wensen en omstandigheden van de gemeente Oss? Onafhankelijke clientondersteuning. pagina 62. Het bedrag wordt structureel verhoogd met 21.463 euro. Het argument hiervoor is dat de bekendheid en daarmee de dienstverlening van MEE groeit op dit vlak. Uit het Clientervaringsonderzoek blijkt echter dat het gebruik van de clientondersteuning nauwelijks is toegenomen? Dit rijmt niet met de gegeven argumentatie in de programmabegroting. Waar is het bedrag van 21.463 op gebaseerd? Of heeft Stichting MEE gewoon een hogere subsidie aangevraagd en is dit gehonoreerd? Huishoudelijke zorg. pagina 65. Graag een overzicht per jaar wat de uitgaven voor HZ zijn vanaf 2015. Deze bedragen daarnaast uitsplitsen in Rijksbijdrage en lokale bijdrage. Daarnaast per jaar clientaantallen benoemen. Is de inkoopsystemathiek in de loop der jaren veranderd? Zo ja, wat is er veranderd?
Antwoord Bij de begroting van de GGD maken we onderscheid tussen inwonersbijdrage en plustaken. Inwonersbijdrage is een vast bedrag en plustaken zijn taken die we extra inkopen. Dat doet niet iedere gemeente. Samen met de GGD bekijken we per jaar wat nodig en mogelijk is. We brengen samen met de GGD lokale accenten aan zoals Ketenaanpak overgewicht, sociaal vitaal etc.. Gemeente Oss loopt hiermee ook in lijn met het landelijke preventieakkoord waarvan de hoofdthema’s zich richten op preventie van roken, alcohol en overgewicht. Het Cliëntervaringsonderzoek (CEO) gebeurt op basis van een steekproef. Dat wil zeggen dat een gedeelte van de doelgroep wordt aangeschreven. Het CEO geeft daarmee een goed beeld van de ervaringen van de respondenten. De Wmo-monitor en cijfers van MEE de Meentgroep over de behoefte en het gebruik zijn leidend voor de financiering. Daaruit blijkt dat het gebruik flink is toegenomen. Door het bedrag op te hogen naar € 70.000, gaan we ervan uit dat onze inwoners voldoende gelegenheid hebben om gebruik te maken van OCO.
We kunnen de gevraagde splitsing in Rijksbijdrage en lokale bijdrage niet aanleveren omdat het Rijk deze middelen niet geoormerkt uitkeert. Daarmee kunnen we niet specifiek aangeven hoeveel geld we voor deze taken van het Rijk ontvangen. Vanwege een omzetting in de financiële systemen in 2015 kunnen we vanaf 2016 dezelfde jaargegevens laten zien. Jaarrekening HV 2016-2020, uitgaven per jaar in euro’s 2016 5.764.000 2017 4.906.000 2018 4.975.000 2019 5.884.000 2020 7.045.000 Unieke cliënten HV per jaar 2016 1.802 2017 1.716 2018 1.864 2019 2.131 2020 2.295 De inkoopsystematiek is niet gewijzigd.
2
Vraag Programma 2. Werk, inkomen en onderwijs
Antwoord
Voor de integrale aanpak voor jongeren tussen de 16 en 27 jaar met problemen op meerdere leefgebieden (Big 5), werken we intern samen en betrekken externe partners, zodat er voor de jongeren integrale maatwerktrajecten worden gerealiseerd. Wat wordt er met Big 5 bedoeld in relatie tot meerdere leefgebieden? Vanuit de WEB-middelen (Wet Educatie Beroepsonderwijs) zetten we actief in op het verbeteren van de basisvaardigheden van volwassen inwoners van Oss. Dit doen we met regionale en lokale partners. Het betreft zowel formele educatie (erkend diploma) als non formele educatie (laagdrempelig en vaak springplank naar formele educatie). Zijn de 'open badges' zoals bekend binnen de Talentencampus een voorbeeld van non formele educatie? Zijn er nog andere voorbeelden van non formele educatie? Het project Digitalisering Sociaal Domein leidt tot verbeteringen in onze digitale processen en uitbreiding van onze digitale dienstverlening. Daarbij bouwen we een Dashboard Sociaal Domein op drie niveaus: bestuurlijk, voor managementinformatie en voor makkelijk gebruik voor beleid en uitvoering. Dit betreft het brede sociale domein. We ontwikkelen een visie en een plan van aanpak, dat de komende jaren gefaseerd zal worden ingevoerd.
In hoeverre is dit project deel van een organisatie-breed plan voor digitalisering en digitale dienstverlening, gebaseerd op visie op digitalisering en visie op dienstverlening?
Voor een (kwetsbare) jongere willen we de volgende vijf zaken, de “Big 5”, duurzaam geregeld hebben: 1. Wonen: de jongere heeft een passende, betaalbare woning 2. School & werk: de jongere gaat naar school en/of heeft een baan. 3. Support: de jongere heeft ten minste één volwassene om op terug te vallen. Daarnaast heeft de jongere een stabiel, steunend netwerk. 4. Inkomen: de jongere is goed voorbereid op de financiële zelfstandigheid. 5. Welzijn & zorg: de jongere is fysiek en mentaal in balans en heeft een plan als er signalen zijn van disbalans. Er is voor de jongere zorg beschikbaar als dit nodig is. Non-formele educatie betreft alle (georganiseerde) educatie die zich buiten het verband/systeem van een school afspeelt en doorgaans afgesloten wordt zonder erkend diploma. De grens tussen formele en non-formele educatie is niet altijd even scherp aan te geven. Non-formele educatie kan bijvoorbeeld wel op een school plaatsvinden. Voorbeelden van non-formele educatie zijn (online) cursussen/trainingen, (interne) bedrijfsopleidingen, sportcursussen, workshops, etc. De ‘open badges’ zijn microcredentials/digitale erkenningen van competenties (kennis, vaardigheden, houding en gedrag) waarover de ontvanger van de badge aantoonbaar beschikt. Een soort digitaal mini-certificaat. De ‘open badges’ zijn dus geen voorbeeld van non-formele educatie.
De ‘open badges’ zijn wel uitermate geschikt om te koppelen aan non-formele en informele educatie. Juist om de opgedane competenties te duiden en zichtbaar te maken.
Dit sluit volledig op elkaar aan.
3
Vraag Door de groei van het aantal consulenten en de verandering van werk van de consulenten van de afgelopen jaren is uitbreiding van een kwaliteitsmedewerker noodzakelijk. Kunt u uitleggen waarom een kwaliteitsmedewerker nodig is? Wat wordt de taak van deze medewerker? Onze actieve deelname in Noordoost Brabant Werk leidt tot regionale projecten voor arbeidsmarktbeleid en tot een gezamenlijke aanpak die uitval van jongeren tegengaat. Wat levert deze actieve deelname op aan de inwoners van Oss; kunt u een indicatie geven hoeveel Osse jongeren aan werk worden geholpen en hoeveel Osse jongeren worden bereikt bij de gezamenlijke aanpak van uitval?
Antwoord Kwaliteitsmedewerkers zorgen voor kwaliteitsborging. Zij implementeren nieuwe werkwijzen voor de uitvoeringsafdelingen in aansluiting op nieuwe wetgeving en regelingen. Ze maken verordeningen en werkinstructies en ondersteunen de ontwikkeling van vakmanschap bij de uitvoerende consulenten. Er zijn regelmatig nieuwe wetten en regelingen waarop ingezet moet worden.
Wij willen heldere afspraken maken voor doorontwikkeling van het MBO in onze gemeente. Wat betekent 'doorontwikkeling' van het MBO in Oss? Wat zijn de discussiepunten met Koning Willem I College rondom doorontwikkeling van het MBO in Oss?
Met doorontwikkeling bedoelen we een sterk en flexibel MBO in Oss dat bijdraagt aan: 1. Ontwikkelingskansen voor leerlingen. Het realiseren van een doorlopende leerlijn tussen voortgezet onderwijs en MBO. Maar ook kansen voor leerlingen om vaardigheden in de praktijk te leren en het leren buiten de kaders van het onderwijs. Denk aan de ontwikkeling van skills, open badges en een leven lang ontwikkelen. 2. MBO in relatie tot arbeidsmarkt en economie. De aansluiting van het onderwijs op Osse bedrijven en industrie. De positie van de talentencampus en de aansluiting van het MBO op maatschappelijke initiatieven. De gesprekspunten met het KW1C gaan met name over het belang van MBO op locatie in Oss, het belang van lokale projecten (de regio is je klaslokaal), samenwerking met de Osse arbeidsmarkt en innovatie op het gebied van leren en ontwikkelen.
De kosten voor bewindvoering zijn fors en groeiend, en lastig te beïnvloeden door de gemeente. Overweegt de gemeente Oss om zelf de uitvoering van beschermingsbewind ter hand te nemen? We zetten in op onze eigen rol als schuldeiser. Hoe zetten we in op onze eigen rol als schuldeiser? Wat doet de gemeente Oss wel en wat niet?
Nee. Wij hebben dit vraagstuk besproken en besloten dat we dit niet zelf willen uitvoeren. Het is een specifieke deskundigheid, dat niet past bij onze organisatie. We zijn als Oss te klein om dit zelf te doen en de bijkomende risico's te dragen.
Na een toename in de eerste kwartalen door de kwetsbare positie van jongeren in Corornatijd (van 182 op 1-1-2021 naar 198 op 1-7-2021) daalt het nu naar 160 jongeren (1-10-2021). Dat is 12% tov 1 januari. Nu het weer mogelijk is, stromen jongeren ook weer snel uit. Daarbij zijn er nu al 29 jongeren uitgestroomd naar een studie. Dat is een significante toename tov 2020 met ongeveer 50%. Door een toegewijd Jongerenteam zijn al deze jongeren actief in beeld en in traject. Daarnaast hebben we specifieke acties ondernomen om uitval te voorkomen of uitstroom naar werk of opleiding te bevorderen: Young Talent met IBN samen; Extra begeleiding voor Entree studenten ROC; Continuering trajecten met GGZ volgens IPS methodiek; Uitbreiding Re-integratie trajecten via Peijenburg voor jongeren. Tezamen leidt dat tot robuuste, integrale dienstverlening, die aansluit op de specifieke doelgroep jongeren tot 27 jaar.
Als de gemeente schuldeiser is gaat het meestal om schulden bij Werk en Inkomen of bij de BSOB (gemeentebelasting). We werken bij schuldhulpverlening met een integrale aanpak en maatwerk voor mensen met geldzorgen. Er wordt gezorgd voor betaalregelingen, schuldsanering en opschorten van betalingen, ook als het gaat om gemeentelijke schulden. Ook bij Werk en Inkomen wordt er bij schendingen van de inlichtingenplicht geluisterd naar het verhaal van de inwoner en de boete afgestemd op de mate van verwijtbaarheid en de draagkracht. Bij fraude door grove schuld of opzet mag volgens de wet kwijtschelding niet eerder dan na 10 jaar.
4
Vraag We continueren de inzet van Familiecontactpersonen (FCP) in het basisonderwijs. Wie voert de functie van Familiecontactpersoon uit? Wat is het doel van de doorontwikkeling van de samenwerking tussen de Rotonde en IBN?
Antwoord De Familiecontactpersoon is een sociaal maatschappelijk werker, die nauw samenwerkt met de scholen. De medewerker is in dienst bij Ons Welzijn.
Opmerking: Er is een verschil tussen de digitale en de papieren versie voor de 3-o ontwikkelingen 'reserve IVB'; digitaal is uitgebreider.
Het gaat hier om een technische omissie. De tekst komt onterecht bij programma 2 terug op de website, terwijl die alleen bij programma 3 zichtbaar moet zijn. We zullen dit aanpassen op de website. Inhoudelijk/cijfermatig verandert er niets in de begroting.
De afspraken in het vernieuwd partnership met IBN geven aanleiding om te bekijken hoe we de werkwijzen (praktijkdiagnose bijvoorbeeld) binnen Rotonde meer kunnen samenbrengen met IBN.
Programma 3. Ontmoeten, sport en cultuur Nieuwbouw Scouting Titus Brandsma, RKSV Cito en andere verenigingen in Oss Zuid Er staat onderaan blz. 89 “we voeren een haalbaarheidsstudie uit naar de accommodatie voor ontmoeten in Oss Zuid. Beter Oss vraag zich af of het onderzoek uitgevoerd wordt met als uitgangspunt dat de accommodatie CITO en de Scouting integraal worden bekeken in relatie met de huisvesting die CITO verzorgt voor diverse ander instanties waaronder de biljartvereniging, kindervakantiewerk, ouderenbond, wijkraad, enz.
In 2022 wordt een programma van eisen voor Ontmoeten Zuid opgesteld. Het gaat daarbij om de functionele, ruimtelijke en financiele eisen. Gelet op de leegstand in Zuidergebouw onderzoeken we de gevolgen en mogelijkheden van het op een andere locatie huisvesten van de wijkgerichte activiteiten en Ontmoeten Zuid. RKSV Cito is een van de partijen waarmee we in 2022 in gesprek gaan. Scouting vraagt niet alleen om een passend gebouw, maar ook om een geschikte locatie met voldoende buitenruimte. We onderzoeken in 2022 samen met Scouting Titus Brandsma zowel de mogelijkheid van nieuwbouw op de huidige locatie als die van andere locaties in zuid. Daarbij wordt al dan niet samenwerken met RKSV Cito meegenomen. Op grond een vergelijking van de voors en tegens van de verschillende opties zal er besloten worden over de defintieve locatie.
In relatie met de vorige vraag zien wij dat voor de scouting Titus Brandsma (zie blz 95 bovenaan) een krediet van E 500,000.gevraagd wordt voor 2023 en 2024 met daarna jaarlijkse lasten vanaf 2025 van E 18.000,-. Dit geeft aan dan de keuze al is gemaakt en dat de scouting los van CITO gaat ontwikkelen. Graag horen wij of deze aanname juist is. Vraag: Is de scouting nu uit de haalbaarheidsstudie gehaald en betekent dit dat de Scouting gehuisvest wordt los van Cito en de andere verenigingen? En wat zegt
5
Vraag dit dan over de situatie van Cito en de andere verenigingen? De indruk bestond dat de haalbaarheidsstudie zich zou richten op een accommodatie voor ontmoeten in Oss Zuid voor alle genoemde verenigingen inclusief de scouting.
Antwoord
Frank den Brok had het donderdag over bestaande prijzen voor kunst en/of cultuur in Oss. Ik kan daar niets over vinden. Oss had in het verleden een Cultuurprijs, maar ik heb daar de laatste jaren niets meer van vernomen. Kun jij navragen welke prijzen er door de gemeente worden uitgegeven of georganiseerd?
We hebben op dit moment nog geen bestaande prijzen voor kunst en/of cultuur in Oss. De wethouder doelde op verschillende fondsen binnen de cultuursector die al bestaan of momenteel worden opgezet. Zo hebben we al een cultuurfonds (ingesteld bij de programmabegroting 2019). Daarnaast gaan we een voorstel maken voor een makersregeling.
Programma 4. Dynamisch stadscentrum
Programma 5. Zuinig op ons klimaat Betekent dit dat er op dit onderwerp beleid ter besluitvorming aan de gemeenteraad wordt voorgelegd?
Ja, dat ligt zeker in de bedoeling. Via een Raadsinformatiebrief informeren wij u zeer binnenkort over ontwikkelingen en opties voor beleidsvorming natuurinclusief bouwen. Moment en vorm van beleidskeuzes hangen mede af van de toezeggingen die in de Tweede Kamer zijn gedaan naar aanleiding van aangenomen moties op de initiatiefnota Groen in de Stad en mogelijke opname in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bouwbesluit). Hoe moet ik dit lezen? Waar is de referentie In deze tabel geven we de verplichte indicatoren vanuit ‘Waar staat je gemeente’ weer. De referentie die we overal een referentie van? Is dit ten opzichte van gebruiken is gemeenten van de grootte klasse 50.000-100.000 inwoners. Boven deze tabel staat ‘We gebruiken het landelijk gemiddelde? Of ten opzichte van hiervoor de gemiddelde waarde van geheel Nederland omdat gemiddelde gemeente naar grootteklasse van 50.000 onszelf in 2019? Of wat anders? (mbt tot 100.000 inwoners ontbreekt.’. Maar dat geldt alleen voor de indicator ‘hernieuwbare elektriciteit’. Voor de referentie van de tabel met indicatoren omvang van het huishoudelijk restafval gebruiken we dus de grootte klasse van 50.000-100.000 inwoners. Via de vanuit waar staat je gemeente) website: https://www.waarstaatjegemeente.nl/dashboard/dashboard/Besluit-Begroting-en-Verantwoording/ kan je ook nog andere referenties bekijken.
Wat gaat het college doen met de aangenomen moties participatie? Wordt de opdracht aan ODBN voor handhaving op de energiebesparingsplicht door bedrijven gecontinueerd in 2022 en verder? Wordt dit daarnaast ook meegenomen in de reguliere bedrijfsbezoeken door ODBN?
Voor de opiniecommissie van 9 december 2021 wordt nota financiële participatie geagendeerd. Opdracht aan ODBN wordt gecontinueerd in 2022. ODBN gaat de komende tijd de handhaving van de energiebesparingsplicht zoveel mogelijk meenemen bij reguliere bedrijfsbezoeken. We hebben initiatief genomen om dit regionaal op te pakken. Hierdoor wordt de handhaving de komende jaren efficiënter en goedkoper.
6
Vraag
Antwoord
Op bladzijde 110 wordt geconstateerd dat de beperkte aansluitmogelijkheden bij Enexis een rem zetten op nieuwe initiatieven. Wat wordt hieraan gedaan? Is er bilateraal overleg met Enexis over dit knelpunt? Is in beeld waar nieuwe verdeelstations nodig zijn in de gemeente? Anticipeert de gemeente daarop door deze plekken te vrijwaren en snelle herbestemming mogelijk te maken? Is voorfinanciering een optie? In aanvulling op bovenstaande vraag: Ik constateer uit de antwoorden op onderstaande vraag 2 dat mijn vragen niet zijn beantwoord. Klopt het dat de antwoorden zouden moeten zijn: Niets Nee Nee Nee Nee Mocht deze interpretatie niet juist zijn, dan hoor ik het graag. De Warmtevisie moet in 2021 worden vastgesteld. Dat betekent dat deze op 2 december in de commissie Ruimte moet worden besproken. Lukt dit? In de Programmabegroting staat Q4/2022. Is dit een typefout? Geconstateerd wordt dat ‘intensievere handhaving nodig is om de nieuwe afvalaanpak te doen slagen’. Waaraan wordt gedacht? Wordt hiervoor capaciteit vrijgemaakt? Waaruit blijkt dat?
Op allerlei fronten (RES, G40, provincie Noord-Brabant) is overleg met Enexis. We werken samen met deze partijen omdat zij meer invloed hebben, zie de bestuursovereenkomst Duurzame Polder als voorbeeld. Op dit moment is geen duidelijkheid over de locaties voor verdeelstations.
In de periode 2018-2020 is het aantal bomen in Oss netto met 179 toegenomen, ofwel 60 per jaar. Wat is naar verwachting de nettotoename in 2021? Wordt de doelstelling 1500
Een toename van 179 in de periode tussen 2016 en begin 2021 is het saldo van 3.361 verwijderde bomen en 3.540 nieuw aangeplante bomen. Per saldo is dit een toename van 179 bomen. Van de verwijderde bomen was ca 30% essen die als gevolg van de essentaksterfte moesten worden verwijderd (veiligheid, afgestorven). Wij realiseren een extra aanplant van ca 1500 bomen in de periode 2020-2023 met € 1 miljoen dat uw raad in de programmabegroting
Er is bilateraal contact met Enexis Er is geen beeld waar nieuwe verdeelstations moeten komen Gemeente kan dus niet anticiperen noch wordt al nagedacht over herbestemming en/of financiering.
De Transitievisie Warmte wordt geagendeerd voor de adviescie Ruimte van 2 december 2021. Q4 2022 in de programmabegroting betekent dat tot en met eind 2022 gewerkt gaat worden aan de uitvoering van de transitievisie warmte.
Op dit moment word gedacht aan het extra controleren van bijplaatsingen en eventueel acties om bewoners aan te spreken/begeleiden, maar aan het einde van 2021 komt een evaluatie van de nieuwe afvalaanpak en daarin zal handhaving ook een plek krijgen. In de programmabegroting is 100.000euro vrijgemaakt voor 2022 en daarvan kan ook een deel gebruikt worden voor handhaving. Tevens is in de begroting van afval voor 2022 ook ruimte voor handhaving. Daarnaast is in de dagelijkse werkzaamheden van handhaving ook ruimte voor afval.
7
Vraag bomenextra in de periode 2021-2023 gehaald?
Antwoord 2021 heeft vrijgemaakt. We doen dat in 3 tranches. Binnenkort start de realisatie van de 2de tranche. Tussen najaar 2022 en voorjaar 2023 ronden we het project af. We verwachten zeker een toename van 1500 bomen te hebben gerealiseerd per 2023.
De provincie heeft de STIKA-regeling voor agrarisch natuurbeheer verlengd. Hoeveel subsidie wil de gemeente de komende jaren binnenhalen voor dit doel? Welke maatregelen komen in Oss voor subsidie in aanmerking? Kunt u iets zeggen over de ambitie van de gemeente Oss in vergelijking met andere gemeentes met betrekking tot het benutten van de STILA-gelden? Bijvoorbeeld in de vorm van een overzicht per gemeente? Op bladzijde 117 staat ‘dat een nieuwe meerjarige aanbesteding kansen biedt voor uitbreiding / verbetering van het areaal natuurlijk / ecologisch te beheren grasland’. Graag uitleg over wat wordt bedoeld. En wil de gemeente deze kansen ook gaan benutten? Of is het alleen een constatering? Op bladzijde 118 staat dat we als G40gemeente aan zet zijn voor het invoeren van een emissievrije zone. Wat wordt hiermee bedoeld?
We participeren in STILA met een contract lopend tot 31/12/2023 en met een totaalbedrag van € 60.000 (€ 20.000 per jaar). De provincie vult dit met een zelfde bedrag aan. Met deze nieuwe regeling zetten we in op realisatie van structurele landschapselementen. Daarbij denken we aan elementen die we in het bestemmingsplan als natuur kunnen borgen of als een kwalitatieve verplichting kunnen vastleggen zoals bomen, struweel of paden. We zetten niet of zeer beperkt in op stimulering van maatregelen met een tijdelijk karakter (bv tijdelijke akker- en weideranden) vanwege ook maar een tijdelijke toegevoegde waarde. De ambitie in Oss is gebaseerd op ervaringen met de STIKA regeling in de voorbije jaren. In de subsidieregeling van de provincie, zie https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR641265#d652145404e559, artikel 10, staat een overzicht van de financiële ambities per gemeente (NB gemeentelijke + provinciale bijdrage). Het betreft de ambities voor een periode van 2 jaar. NB Voor Oss en wellicht enkele andere gemeenten die wat later zijn aangehaakt gaat over een periode van een jaar. We gaan deze kans zeker benutten. Het beheren van bermen en gras wordt doorgaans meerjarig aanbesteed. Tussentijds wijzigen van bestekken werkt nagenoeg altijd kostenverhogend.
Uitbreiding van het areaal natuurlijk/ecologisch te beheren grasland heeft in de afgelopen jaren daarom maar beperkt plaatsgevonden. Een nieuwe contractperiode grijpen we aan om het areaal uit te breiden.
In het klimaatakkoord is afgesproken dat er in 2025 minimaal 30 steden zijn waar een emissievrije of zero-emissie zone voor stadslogistiek is ingevoerd. Doel is dat alle vracht- en bestelauto’s die een zero-emissie zone in willen rijden emissievrij aangedreven zijn. Dat is een belangrijke stap op weg naar volledig uitstootvrij wegverkeer in 2050. Het invoeren van deze zero-emissiezones scheelt in CO2 uitstoot per jaar en de lucht wordt veel schoner. Het verkeer is in de stad de belangrijkste bron van luchtverontreiniging die mensen direct inademen. Veertien steden hebben aangekondigd per 2025 een zero-emissiezone in te voeren. Wij verkennen in 2022 met ondernemers wat de mogelijkheden zijn voor het centrum van Oss. Besluitvorming vindt plaats 4 jaar voor invoering van een emissievrije zone.
Programma 6. Vitale economie Wat gaat de gemeente doen om de sector bouw, maak en installatie te ondersteunen? Waaraan wordt gedacht?
Er wordt gedacht aan het profileren van Oss als moderne maakstad, het mee opbouwen van newerken voor ondernemers en het koppelen van ondernemers aan talent. Concreet betekent dit: op social media (instagram, twitter en LinkedIn) wordt door het team Economische zaken volop aandacht aanbesteed aan ondernemers in deze sectoren. Verder werken we mee (als spreker en facilitator) aan het invullen van ontbijtsessies met ondernemers in de bouw, maak en logistiek in Dome X. Van daaruit wordt een netwerk van ondernemers (business-community) opgebouwd gericht op innovatie en samenwerking. als laatste verbinden actief studenten (HAN, HAS o.a.) aan deze ondernemingen en geven ze in Dome X de ruimte om te ontmoeten en te onderzoeken. Hierbij bieden wij ondersteuning en begeleiding.
8
Vraag
Antwoord
Programma 7. Mobiliteit Op bladzijde 138, onderaan staat dat ‘wordt gewerkt aan realisatie van de fietstunnel(s) onder de Saal van Zwanenbergsingel’. Gaat het om 1 of 2 tunnels? Wanneer wordt dit duidelijk? Wat zijn de kosten? Is de dekking rond? Wat staat er over in de programmabegroting? Op bladzijde 138 bovenaan staat dat in 2022 samen met o.a. NS en Prorail wordt verkend welke kansen er zijn om het gebruik van het spoor / trein te verbeteren. Aan wat voor kansen wordt gedacht? Zijn er al verkennende gesprekken geweest of moet het overleg nog starten? Graag een nadere toelichting. Op bladzijde 139 bovenaan staat ‘dat we samen met Prorail gaan bekijken wat er nodig is om de fietsenstalling bij het station op te waarderen’. Zijn er al contacten met Prorail geweest over het fietsparkeren? Wanneer zijn die geweest en wat hebben ze opgeleverd? Graag een overzicht van datums waarop met Prorail over dit onderwerp is gesproken en wat is afgesproken. Gaat het alleen om ambtelijk contact of is er ook bestuurlijk overleg geweest? Wanneer? Is NS ook bij dit overleg betrokken? Of wordt hier separaat mee gesproken? Graag ook hierover een toelichting. In aanvulling op bovenstaande vraag: Uit het antwoord op onderstaande vraag 3 constateer ik dat er pas sinds de zomer overleg is met Prorail over het fietsparkeren. Mag ik daaruit concluderen dat nooit eerder overleg is geweest met Prorail??
Dit zijn onderdelen die in het project Talentencampus en Sibeliuspark zijn opgenomen. Dekking is geregeld via dat project. Het betreft 2 ongelijkvloerse kruisingen 1 ter hoogte van Park Zwanenberg en 1 ter hoogte van de Mondriaanlaan. Deze zijn ook contractueel geborgd. Kosten zijn niet specifiek begroot omdat ze in het totale plan van het project Talentencampus en Sibeliuspark zijn opgenomen.
We denken onder meer aan de aanleg van verdiept spoor/ongelijkvloerse kruisingen, ontwikkeling station naar mobiliteitshub, kwaliteitsverbetering op en rond het station (quick wins). Gesprekken (zowel ambtelijk als bestuurlijk) zijn dit voorjaar gestart. Ambtelijk wordt in verschillende werkgroepen gewerkt aan de uitwerking van de kansen.
Sinds de zomer hebben we weer regelmatig ambtelijk contact met Prorail over de fietsenstallingen. We werken op dit moment aan een samenwerkingsovereenkomst voor cofinanciering van een verkennende studie naar gewenste maatregelen. Het gaat vooral om maatregelen om de kwaliteit en daarmee benutting van de fietsenstallingen te verbeteren. De resultaten van deze studie moeten voor de zomer bekend zijn.
In maart 2020 hebben wij via de provincie het fietsparkeren bij station Oss aangemeld om in aanmerking te komen voor cofinanciering vanuit de Klimaatgelden. We hebben in dat kader ook gesproken met ProRail. Zij gaven aan dat volgens hen de huidige stalling voldoende is qua capaciteit en comfort. In november 2020 is door het ministerie van I en W bekend gemaakt voor welke 63 plannen zij een financiële bijdrage wil leveren (40% cofinanciering). Voor Oss gaat het om een studie naar de behoefte en het ontwerp. Naar aanleiding daarvan hebben we in de eerste maanden van 2021 ambtelijk contact gehad met ProRail over het opstarten van het project en de subsidie vanuit de Klimaatgelden
9
Vraag Om misverstanden te voorkomen zou ik graag een helderder antwoord willen hebben op onderstaande geel gemarkeerde vragen.
Antwoord Op 29 april 2021 heeft een kennismakingsgesprek plaatsgevonden met de projectmanager van Prorail. Zij heeft ook contact gelegd met NS Stations. Op 27 mei 2021 hebben we ambtelijk gesproken over de eerste bevindingen van het locatiebezoek van Prorail. Beeld is dat er geen capaciteitsprobleem is maar wel een kwaliteitsverbetering nodig is. Er zijn afspraken gemaakt over het vervolg: een onderzoek/analyse naar het probleem en de oplossingsmogelijkheden. Prorail heeft hiervoor een offerte bij een adviesbureau opgevraagd Op 21 september 2021 hebben we de offerte ambtelijk afgestemd (gemeente/Prorail) hebben we afspraken gemaakt over het vervolg. Op 1 november hebben gemeente en Prorail de voorwaarden rondom cofinanciering besproken. Op 15 maart 2021 heeft een bestuurlijk overleg plaatsgevonden met de NS Directie Zuid naar aanleiding van het onderzoek spoorzone Oss. Op 2 november heeft een volgend bestuurlijk overleg plaatsgevonden met de directies Zuid van Prorail en NS.
Op bladzijde 139 staat dat wordt gewerkt aan een nieuwe concessie voor openbaar vervoer in 2025. Op welke wijze is de gemeente Oss daarbij betrokken? Alleen via de regio of ook rechtstreeks?
De provincie werkt aan de nieuwe concessie onder de noemer ‘gedeelde mobiliteit’. De portefeuillehouder mobiliteit zit in de bestuurlijke kopgroep gedeelde mobiliteit. Inmiddels is een ambitiedocument opgesteld. Deze wordt in november 2021 voorgelegd aan alle colleges in de regio ter besluitvorming.
De subsidie voor wijkbussen wordt verlengd. Wat is de bijdrage van de provincie aan de Osse wijkbussen? Valt dit onder de lopende concessie?
De provincie draagt niets bij aan de wijkbus in Oss.
Programma 8. Aantrekkelijk wonen in Oss Programma 9. Veilige omgeving Programma 10. Besturen in verandering van tijden
10
Vraag
Antwoord
Programma 11. Financieel solide Op blz 16 staat een cijfermatig overzicht van het structurele saldo. Mi klopt de telling van dat overzicht niet: Het resultaat 2022 van 170 positief gecorrigeerd met het nadelige saldo van incidentele lasten en baten van 4.644 is volgens mij nadelig (dus een plus) van 4474 ipv -4814 De telling over het jaar 2020,2021 en 2023 is m.i ook niet juist. Daarmee wordt de conclusie niet anders naar wordt de suggestie wel gewekt dat we over alle jaren een overschot hebben. Is mijn redenering juist? Financiële positie ''Financiële positie'' - pagina 8. Financiële jojo-effect: Wat doet de gemeente Oss om dit risico te verkleinen? En welke stappen heeft de gemeente Oss ondernomen richting de Rijksoverheid om dit aan te kaarten? Wat is hiervan het resultaat?
De telling die in de programmabegroting staat is ons inziens juist. We hebben per saldo voor de jaren 2021 t/m 2023 een incidentele last omdat de incidentele lasten groter zijn dan de incidentele baten. We hebben op de totale begroting een voordelig saldo van € 170.000. In dit voordelige saldo zit voor een totaalbedrag van € 4.644.000 aan incidenteel nadeel (last). Als je dit incidentele nadeel uit de begroting zou halen wordt het saldo van de totale begroting juist nog voordeliger. Dus dan wordt het saldo van € 170.000 verhoogd met € 4.644.000. Per saldo hebben we dus dan een voordelig saldo van € 4.814.000. Deze zelfde redenatie geldt ook voor de jaren 2022 en 2023.
De algemene uitkering is veruit de grootste inkomstenbron voor de gemeente. Grote schommelingen hierin maken stabiel begroten lastiger. Wat we doen is zo goed mogelijk anticiperen op ontwikkelingen. Ontwikkelingen op het gebied van extra gelden jeugdzorg, herverdeeleffect gemeentefonds en ook andere lobbytrajecten vanuit de VNG. Bijvoorbeeld in het voorjaar stegen onze kosten wat leidde tot tekorten in onze meerjarenbegroting. Vervolgens kregen we te maken met een tegenvallende meicirculaire. We gingen van code rood naar code organje. Toch hebben we in de kadernota vastgehouden aan ons beleid om niet te bezuinigen. We hebben daardoor voorkomen dat we zelf grote schommelingen in onze begroting kregen. Richting het Rijk lopen er diverse lobbytrajecten (vanuit VNG en via de G40). Hierbij aansluiten is effectiever dan zelf lobbyen. De trajecten zijn gericht op: voldoende middelen voor jeugdzorg, afschaffen van het WMO abonnementstarief, voldoende compensatie voor effecten vanuit COVID-19, het (gedeeltelijk) terugdraaien van de zogenaamde opschalingskorting (hierover heeft de wethouder financiën een videoboodschap naar de Tweede Kamer gestuurd), aanpassing wetgeving rondom no cure-no pay bureaus (landelijk aangenomen motie op initiatief van Oss), voldoende middelen voor de uitvoering van de energietransitie, voldoende middelen voor de ruimtelijke opgaven.
De eerste resultaten van deze lobby zijn zichtbaar, echter structurele oplossingen worden doorgeschoven naar het nieuwe kabinet.
11
Vraag Jeugdzorg. pagina 14 en 15. Graag een overzicht per jaar wat de uitgaven voor jeugdzorg zijn vanaf 2015. Deze bedragen daarnaast uitsplitsen in Rijksbijdrage en lokale bijdrage. Daarnaast per jaar clientaantallen benoemen. Is de inkoopsystemathiek in de loop der jaren veranderd? Zo ja, wat is er veranderd?
Antwoord Voor de cijfers hebben we een aparte bijlage. Van 2015-2020 kochten we zorg in via lumpsum: de aanbieders kregen vooraf een jaarlijks budget waarmee ze een aantal vastgestelde hulptrajecten leverden. 2021 was een tussenjaar waarin we werkten met een vorm van lumpsum waarbij aanbieders binnen een bandbreedte hulp leverden. Vanaf 2022 gaan we over naar een nieuwe systematiek waarbij alle hulp PxQ wordt gefinancierd, uitgezonderd de jeugdzorg-plus trajecten en crisishulp waarvoor we een beschikbaarheidsfinanciering hebben en we als regio solidair zijn.
80-20 verhouding gesubsidieerde instellingen. pagina 17. Worden eventuele forse CAO-stijgingen geboekt via begrotingspost loon en prijscompensatie? En is dit voldoende? Of worden er gesprekken gevoerd over verhogen subsidies of versoberen dienstverlening?
CAO stijgingen worden volgens de huidige beleidsregels gecompenseerd aan gesubsidieerde professionele instellingen. In de begroting zijn de subsidiebedragen aan deze instellingen al verhoogd met deze loon- en prijsontwikkelingen. Dit bedrag halen we begrotingstechnisch inderdaad uit de stelpost voor loon- en prijsontwikkeling. Er is dus geen sprake dat loonstijging leidt tot versobering van de dienstverlening.
Op blz 17 van de begroting bij uitgangspunt 5 staat dat er bij subsidies geen algemene prijs en loon index cijfer wordt toegepast. Wel een loon (index van de specifieke cao) maar geen prijs index. Dit uitgangspunt wordt al een aantal jaren gehanteerd. - Wat is de reden/ onderbouwing om geen prijs index toe te passen?
We zijn in het jaar 2010 gestart met dit beleidsuitgangspunt. De reden om geen (volledige) indexering toe te passen was destijds ingegeven door de bezuinigingen die de gemeente heeft moeten doorvoeren rond 2009. Dit als gevolg van de krediet- bankencrisis. De gemeente kreeg namelijk veel minder geld van het rijk (gemeentefonds). Dit is de grootste inkomstenbron van de gemeente. Bij het gemeentefonds kennen we de normeringssystematiek. Dit betekent “samen de trap op, samen de trap af”. Een jaarlijkse inflatie zorgt ervoor dat we extra geld krijgen voor loon-en prijsontwikkeling via de algemene uitkering. Deze loon- en prijscompensatie uit het gemeentefonds is echter zeker niet voldoende om binnen onze eigen begroting overal een loon- en prijscompensatie door te kunnen voeren. Het Rijk gaat er namelijk vanuit dat we binnen onze eigen begroting hiervoor ook ruimte vinden. Daardoor is ons algemene beleid ook om bijvoorbeeld de gemeentelijke belastingen (o.a.. OZB) te verhogen met de index. Dit zelfde principe geldt ook voor de gesubsidieerde instellingen. Voor een groot deel (80%) worden zij door ons gecompenseerd voor loonontwikkeling. Voor het andere deel hebben zij ook eigen inkomsten die eventueel geïndexeerd kunnen worden.
- Hoelang (jaren) wordt er al geen index op de prijzen op subsidies toegekend? - Zijn er over het niet toepassen van een prijsindex al subsidieontvangers in problemen gekomen? En verwacht het college dat er instellingen in problemen komen met een oplopende inflatie in 2022 ? - Indien er wel een prijsindex zou worden toegepast (bv conform het bij uitgangspunt 4 genoemde inflatie over de ozb ), wat zou dat voor extra (structurele ) last voor de begroting 2022 betekenen?
Vanaf 2010 is geen prijsindex toegekend op subsidies. Van 3 professionele instellingen (met name vanuit de culturele sector) hebben we het signaal ontvangen dat het al jaren niet toekennen van prijscompensatie voelbaar is geworden. Wij verwachten dat de situatie voor 2022 hierin niet zal veranderen maar houden hierover contact met de instellingen via het bestuurlijk overleg.
De extra structurele last voor de begroting 2022 zal ongeveer € 80.000 zijn.
12
Vraag Strategische financiële verkenning ruimtelijke ambities Ontsluitingsweg Oss Noord - Fase 3. pagina 33. Klopt het dat de totale kosten voor fase 3 van de Noordelijke ontsluitingsweg in totaal geraamd zijn op 5.7 miljoen euro? Is er al iets van dit budget uitgegeven? Wat zijn de kosten voor fase 1? en Fase 1 & 2? Groen/blauw natuur en vergroening noordelijke ontsluitingsweg. pagina 33. Op welk stuk van het trace heeft deze vergroening te maken? Is dit enkel voor fase 3 van de ontsluitingsweg of ook voor fase 1 en 2? Indien de 1.3 miljoen euro voor het gehele trace (fase 1,2,3) geldt, graag uitsplitsen naar de kosten per fase. Plannen spoorzone. pagina 34. Hoe betrouwbaar zijn de berekeningen voor de plannen spoorzone? Betrouwbaarheid in de kosten en deelname overige partijen?
Antwoord
Hoe ziet de financiële verkenning eruit als we de woningbouw ambitie terugschroeven naar enkel bouwen voor de eigen behoefte en niet ook nog eens daar bovenop voor de regio.
A. Inkomsten Dit zou betekenen dat de winsten voor het grondbedrijf en de bijdragen voor de bovenwijkse (netwerk) voorzieningen voor de periode tot 2035 minder worden. We bouwen op diverse plekken in Oss. Sommige plekken (binnenstedelijke transformaties) kunnen verliesgevend zijn maar de meeste bouwlocaties leveren winsten op. Op totaalniveau is er een winst voor het grondbedrijf. Minder woningen betekent dus op totaal niveau minder winst en minder bijdragen voor de bovenwijkse (netwerk) voorzieningen. De eigen behoefte is voor de periode tot 2035 geraamd 7.100. We opteren voor 8.200 woningen. Een “plus” van 15 %. Op basis hiervan kun je ongeveer ervan uitgaan dat we 15 % minder winst maken en minder bijdragen ontvangen. Dit heeft het volgende resultaat tot gevolg:
Voor fase 3 van een Noordelijke ontsluitingsweg is een eerste raming € 5,7 miljoen opgesteld. Benadrukt wordt dat er nog onderzoeken plaats gaan vinden. De toename van de verkeersdruk en mogelijke knelpunten op ons wegennet als gevolg van de woningbouwontwikkelingen worden hierbij onderzocht. Deze bepaalt mede of en hoe we derde fase uitvoeren. Voor fase 1 en 2 is bedrag geraamd van € 9,2 miljoen. Er zijn nog geen bedragen uitgegeven, maar wel in eerdere begrotingen verwerkt. De definitieve keuze om voor een bepaald scenario te investeren wordt nog aan de gemeenteraad voorgelegd. Een deel van het bedrag van € 1,3 miljoen is bestemd voor de vergroening van een Noordelijke ontsluitingsweg. Het bedrag van € 1,3 miljoen is ook bestemd voor de ambities/plan Groen, Blauw en Natuur. Er is nog geen concreet plan voor de vergroening van een Noordelijke ontsluitingsweg. Dit aspect behoort in de uitwerking van een Noordelijke ontsluitingsweg te worden meegenomen.
Het is een eerste strategische verkenning naar de kosten en financiële dekkingsbronnen voor de plannen van de spoorzone. Het adviseursbureau Movares heeft een eerste hele grove berekening gemaakt. Het adviesbureau adviseert de cijfers voor te leggen aan Prorail voor een check/aanvulling zodat de meest reële indicatie kan worden gegeven. Het is een eerste indicatie. Over de deelnemende partijen is nog niets bekend. Het is de bedoeling om op basis hiervan de gesprekken te starten. Het geeft focus voor de ambtelijke organisatie en het bestuur aan welke ambities we kunnen gaan werken. Daarnaast geeft het een basis voor kostenverhaal (bovenwijkse voorzieningen)
13
Vraag
Antwoord B. Uitgaven De bijgestelde aantal woningen zullen leiden tot een mindere toename van het verkeer. We kunnen echter niet aangeven wat dit betekent voor de ontsluitingswegen. Dit zal in verkeersonderzoeken/studies naar voren komen. Deze onderzoeken behoren altijd plaats te vinden om de beste oplossing voor de stad te bepalen. Waarschijnlijk zullen de bouwlocaties –zoals bijvoorbeeld een Oss-West- dan over een langere periode worden uitgesmeerd (minder woningen per jaar bouwen). Dit betekent dat de geraamde winst in een later stadium alsnog gerealiseerd wordt en dat er een ontsluitingsweg nodig is. Op basis hiervan zou je kunnen redeneren dat het nagenoeg geen verschil uitmaakt dat je bouwt voor de regio. Het bouwtempo en de aanpassingen van de infrastructuur liggen alleen hoger. Wat zou het bouwen voor eigen behoefte Hierop is geen eenduidig antwoord te geven. Het verdiept spoor is een ambitieus scenario om de knelpunten en betekenen voor de behoefte aan een verdiept kansen bij het spoor op te pakken. spoor ? In welk tempo Oss ook uitgroeit naar een stad in elk scenario is het nodig dat de veiligheid, vermindering van hinder (geluid/trilling) en de oversteekbaarheid verbetert en de barrierewerking van het spoor wordt opgeheven.
De aantrekkelijkheid van de stations in Oss kan er daarnaast voor zorgen dat we de stap naar duurzame mobiliteit voor de huidige en de toekomstige bewoners van Oss makkelijker kunnen maken. Bereikbaar zijn en bereikbaar blijven. Verbinden met de rest van Nederland. Ook de inwoners van Oss willen dat in de toekomst. Voor de toekomst van de life science campus die ook vlak aan het spoor ligt is de bereikbaarheid met spoor cruciaal voor de werknemers, zeker als ze niet allemaal in Oss kunnen/willen wonen. Je kunt de spoorzone in Oss vergelijken met een dichtslibbend hart. Met de toenemende frequentie van treinen op het traject Den Bosch-Nijmegen en het verkeer rond het spoor in het centrum van Oss (of het nou langzaam of snelverkeer is, OV of eigen vervoer) vroeger of later moet er gedotterd worden om geen infarct te krijgen. Een toekomstbestendige en leefbare stad heeft een aanpassing op het spoor op termijn nodig. In hoeverre wordt de zwaarte van de financiële last veroorzaakt door de ambitie om meer te bouwen dan dat Oss zelf nodig heeft?
De zwaarte van de financiële last wordt niet veroorzaakt door de ambitie om meer te bouwen dan de eigen behoefte. Door deze ambities worden de investeringen in de infrastructuur waarschijnlijk eerder gerealiseerd. De bouwlocaties die op het oog zijn worden dan over een langere periode opgeleverd. Geen 600 woningen maar bijvoorbeeld 500 woningen per jaar. De aanpassingen in de infrastructuur kunnen dan wellicht ook later worden gerealiseerd. Dit is afhankelijk van de uitkomsten van de verkeersonderzoeken en studies.
Zit in de 28,5 mln voor de ontsluitingsweg Oss-West ook een tunnel onder de spoorlijn?
Nee, deze zit er niet in. Deze vormt onderdeel van het verdiept spoor.
Zoniet, is het dan een idee om deze daaraan toe te voegen, omdat het dan een bovenwijkse voorziening wordt, waardoor een groter deel van de kosten verhaald kan worden op de ontwikkelende partijen van Oss-West?
Bij deze optie vervalt dan het scenario van het verdiept spoor. Er wordt dan alleen een ongelijkvloerse kruising bij de ontsluitingsweg Oss-West aangelegd.
14
Vraag Hoe komt de berekening er dan uit te zien?
Antwoord Het scenario van het verdiept spoor komt hierbij te vervallen. Hierdoor vervalt nagenoeg de gehele bijdrage voor de bovenwijkse netwerkvoorzieningen. Deze inkomsten zijn globaal berekend op € 9 miljoen. De bijdrage bovenwijkse voorzieningen stijgt van € 2.466 naar € 3.598 per woning. Dit komt globaal uit op een meeropbrengst van de bovenwijkse voorzieningen van € 3,4 miljoen. Benadrukt wordt dat het eerste grove berekeningen zijn.
Welke projecten zijn de afgelopen 20 jaar We verwijzen hiervoor naar de bijlage ‘Technische vraag over de winsten van het grondbedrijf’ betaald uit incidentele gelden die voortkomen uit de winsten van het grondbedrijf? Versterking van de organisatie opleidingsbudget per medewerker is 18% lager dan gemiddeld. pagina 41. Wat gaat de gemeente Oss hieraan doen? De krapte op de arbeidsmarkt is enorm. Het vasthouden en aantrekken van personeel is van belang, dan kan Oss niet achterblijven met een te krap opleidingsbudget.
Beleidsformatie clusters. pagina 41. Bij sommige clusters liggen de kosten hoger dan gemiddeld en bij sommige clusters lager. Hoe komt dit? Dit hoeft namelijk niet per definitie een fte probleem te zijn, maar kan ook voortkomen uit een cluster dat onvoldoende evenwichtig is samengesteld of afhankelijk is van externe inhuur.
Het opleidingsbudget zetten we in voor opleidingen, cursussen en trainingen. Het is niet de enige financiële bron waaruit we dit betalen. We financieren opleiden en ontwikkelen ook vanuit andere budgetten. We hebben opleidingen rondom bijv. de Omgevingswet die we vanuit specifieke budgetten betalen. We hebben ook een organisatie ontwikkelbudget waaruit we studiegroepen zoals ‘werken vanuit de bedoeling’ financieren. De besteding van de middelen wisselt per jaar en per afdeling, mede afhankelijk van het ontwikkelstadium van afdeling en/of medewerkers. In 2020 hebben we een onderbesteding gehad van de opleidingsgelden, mogelijk ook een gevolg van COVID en het niet en anders doorgaan van trainingen en opleidingen. Ook in 2021 voorzien we op dit moment een onderbesteding. Het alleen ophogen van budget is dan ook niet de enige oplossing om medewerkers meer te laten ontwikkelen. Dit zit veel meer in het goede gesprek tussen leidinggevenden en medewerkers. De werk- en ontwikkelgesprekken vormen daarbij een belangrijke basis. Tenslotte hebben we ook “het Leerplein” meteen breed digitaal aanbod op verschillende leerlijnen waarvan medewerkers kosteloos gebruik kunnen maken. In de benchmark zijn we vergeleken met andere, vergelijkbare gemeenten. Het is nadrukkelijk een vergelijking en niet een norm waarmee vergeleken wordt.
In de benchmark die in 2019 is uitgevoerd is door het bureau niet alleen gekeken naar de formatie, maar ook naar de begrote kosten van inhuur of uitbesteed werk. Ze hebben hiervoor correcties doorgevoerd. Daarmee hebben ze geprobeerd zoveel mogelijk een eerlijke vergelijking te krijgen. Er kunnen diverse redenen zijn, waardoor verschillen met andere gemeenten zijn ontstaan, zoals: keuze zelf doen of uitbesteden, hogere of minder hoge beleidsprioriteit, knelpunten bij ons in verhouding tot knelpunten bij andere gemeenten etc. etc.
Specifieke vragen Spoorzone:
15
Vraag Wij willen graag een doorrekening ontvangen van de plannen die afgelopen donderdag zijn gepresenteerd en in de programmabegroting zijn opgenomen onder het hoofdstuk “Strategische financiële verkenning ruimtelijke ambities” (pag. 31 t/m 34), ZONDER dat daar al de kosten van de aanleg van een verdiept spoor in meegenomen worden. Oftewel, wij willen graag een financieel overzicht ontvangen waarin alleen de woningbouwplannen, de plannen voor Groen/blauw natuur en de plannen voor de ontsluiting van Oss Noord fase 3 en OssWest zijn meegenomen. Dus EXCLUSIEF de plannen Spoorzone. Wat is de impact op de programmabegroting van het niet opnemen van de plannen spoorzone (aanleg verdiept spoor) ? Welke onderdelen/programma’s van de programmabegroting moeten dan naast het hoofdstuk “Strategische financiële verkenning ruimtelijke ambities”1 t/m 34) nog meer aangepast worden ? Wij hebben al gezien dat de verkenning van de plannen voor de spoorzone benoemd is in programma 7, op pag. 138 bovenaan. Echter de kosten daarvan (vanaf 2025 jaarlijks 750.000 euro) staan als nieuw beleid in programma 8 op pag. 157 met een korte toelichting op pag. 158.
Hoe valt dit nieuw beleid waarvoor volgens de “Strategische financiële verkenning ruimtelijke ambities” een bedrag 125 miljoen euro door de gemeente Oss bijgedragen moet worden, te rijmen met de uitspraak in de Aanbiedingsbrief op pagina 2 “Het college rondt af wat begonnen is en zet niet fors in op nieuw beleid”.
Daarnaast de vraag hoe het kan dat een financiële verkenning, die uitsluitend is gepresenteerd om de raad inzicht te geven in
Antwoord Zie afzonderlijke bijlage. In puur financiële zin betekent dit samenvattend: € 125 miljoen minder aan kosten in het overzicht. Geen bijdrage / inkomsten voor bovenwijkse netwerkvoorziening. Reserve mobiliteit (gespaarde geld en structureel bedrag) wordt niet ingezet. Gevolg is dat toekomstige winsten van grondexploitaties in het overzicht nog niet worden ingezet (saldo ruim € 52 miljoen).
Financieel: De bijdrage bovenwijkse netwerk voorzieningen komt hierdoor nagenoeg te vervallen. De bijdrage komt dan uit op € 2,40 per woning in plaats van € 1.350 per woning. De ontwikkelende partijen (o.a. projectontwikkelaars, bouwbedrijven) dragen dan niet bij in de plannen van de plannen spoorzone. Deze inkomsten vallen weg. De structurele kosten voor het nieuw beleid in programma 8 komen dan ook te vervallen (750.000). Inhoudelijk: De verkeersknelpunten bij het spoor zullen toenemen als gevolg van de woningbouwontwikkelingen. Deze problematiek wordt bij de plannen van de spoorzone aangepakt (verdiept spoor of ongelijkvloerse kruisingen). Alternatieve plannen zijn dan noodzakelijk waar een financiële component aan zit. NB De spoorzone wordt ook genoemd in de nota reserves (reserve verbetering fysieke kwaliteit leefomgeving0. Ook hier moet dan spoorzone in verwijderd worden.
We willen benadrukken dat het gaat om een strategische financiële verkenning van de ruimtelijke ambities. Alle afzonderlijke plannen worden apart uitgewerkt en nog meerdere malen voorgelegd aan de gemeenteraad. Deze strategische verkenning komt voort uit actielijn 4: financiële instrumenten voor opgave ruimtelijke ontwikkeling. In de rapportage van de tasforce die met u besproken is tijdens de opinienota van 8 april staan diverse aanbevelingen bij deze actielijn. Deze zijn besproken in de opiniecommissie en door een meerderheid van de commissie werd mobiliteit als belangrijkste aandachtspunt genoemd m.b.t. de woningbouw plannen. Conform deze aanbevelingen hebben we in de programmabegroting deze financiële verrekking gemaakt. Daarbij reserveren we inderdaad ook gelden voor de toekomst (zonder dat we besluiten nemen over concrete projecten). We beseffen ons dat de financiële verkenning ambitieus is. Deze verkenning wordt periodiek geactualiseerd, zodat we veel beter inzicht hebben in langere termijn koers en financiën. Maar de verkenning biedt ook een basis voor kostenverhaal, oftewel het gedeeltelijk doorbelasten van deze kosten. zie bovenstaand antwoord. Aanvullend: op 17 juni 2021 is een verkenning van de spoorzone in de podiumbijeenkomst gepresenteerd (alleen gepresenteerd, niet besproken). Zoals eerder aangegeven benadrukken
16
Vraag de financiële verkenning en ambities van het college nota bene tijdens een besloten vergadering op 21 oktober 2021 , nu al in volle omvang in de programmabegroting wordt opgenomen ? Wij merken op dat er n.a.v. de financiële verkenning door het college, die dus pas enkele weken voorafgaand aan de programmabegroting in een besloten vergadering is gepresenteerd, geen enkele opiniërende en adviserende openbare bespreking heeft plaatsgevonden waarin alle fracties hun opinie/standpunten hebben kunnen geven op dit onderwerp. We moeten dus nu een besluit nemen over de programmabegroting met enorme financiële impact, zonder dat wij als raad in de gelegenheid zijn gesteld om daar eerst een opiniërend debat over te voeren. Hoe rijmt dit alles met het reglement van de raad ? Daar komt nog bij dat de besluitvorming over de nota kostenverhaal pas op zijn vroegst op 16 december 2021 op de raadsagenda kan staan. Als met de goedkeuring van de programmabegroting op 11 november 2021, de genoemde werkwijze en bedragen m.b.t. de nota kostenverhaal worden geaccordeerd, ligt dan het later nog te nemen besluit over de nota kostenverhaal dan in feite al vast ? Of moet de programmabegroting aangepast worden als de gemeenteraad zou besluiten om de nota kostenverhaal niet aan te nemen of bijvoorbeeld de bestemming daarvan te wijzigen ?
Antwoord we dat het hierbij gaat om een eerste verkenning van de ambities in kosten en financiële dekking. Alle plannen zullen aan de gemeenteraad worden voorgelegd.
We hebben in de begroting een financiële verkenning opgenomen. Directe financiële besluiten in de begroting zijn: storting van 5,1 miljoen euro in de reserve strategische aankopen, storting van 10 miljoen euro in de reserve voor binnenstedelijke transformaties en een storting van 3,1 miljoen euro in de reserve bovenwijkse voorzieningen. Deze stortingen komen vanuit de algemene reserve van het grondbedrijf waarin naar verwachting per 1-1-2022 ruimte zit van 18,5 miljoen euro. De nota kostenverhaal heeft hierop geen effect. Daarnaast hebben we een bedrag van 750.000 euro jaarlijks opgenomen vanaf het jaar 2025 voor de ontwikkeling van de spoorzone. Hier ligt wel een relatie met de nota kostenverhaal. Deze ontwikkeling is meegenomen in de berekening voor het kostenverhaal voor de bijdrage bovenwijkse netwerkvoorzieningen. Het schrappen van deze ontwikkeling leidt tot een sterke verlaging van deze bijdrage. Wanneer de nota kostenverhaal in december niet wordt aangenomen, leidt dit niet tot directe financiële effecten van de begroting. Wel leidt het ertoe dat de financiële verkenning aangepast moet worden. Dit doen we sowieso periodiek omdat we ervan uitgaan dat dit noodzakelijk is bij verdere uitwerking van de onderliggende plannen. Deze bijstellingen in ambities zullen in de volgende kadernota's en programmabegrotingen steeds aan de gemeenteraad worden voorgelegd.
17
Vraag Zoals wij het in de “Strategische financiële verkenning ruimtelijke ambities” lezen, is het de bedoeling om naast het bedrag van 750.000 euro jaarlijks vanaf 2025 ook het grootste deel van de nog te maken winsten uit het grondbedrijf , de nota kostenverhaal en de reserves mobiliteit in te zetten. In totaal gaat dit om ca. 90 miljoen euro + 750.000 euro structureel vanaf 2025, om uiteindelijk tot een bedrag van 125 miljoen euro te komen ten behoeve van de aanleg van een verdiept spoor. Dit bedrag van 125.000 miljoen euro is in de niet openbare vergadering op 21 oktober 2021 nader toegelicht als de 5% die de gemeente Oss aan de totale kosten van 2,5 miljard euro bij zou willen dragen. Als het op enig moment met de partners Rijk, Provincie en ProRail tot een overeenstemming voor de Osse bijdrage van 125 miljoen euro zou komen, welke risico’s brengt dat dan met zich mee vanaf het moment dat zo’n commitment wordt aangegaan ? Stel dat bijvoorbeeld een groot deel van de geraamde winsten van het grondbedrijf dan nog niet gemaakt zijn en/of dat deze winsten in de loop der tijd aanzienlijk lager blijken te zijn, hoe kan de gemeente Oss dan nog aan het commitment van 125 miljoen euro voldoen ? En mag zo’n commitment überhaupt aangegaan worden zolang bijvoorbeeld die winsten van het grondbedrijf nog niet in volle omvang gemaakt zijn ?
Antwoord We gaan ervan uit dat de ontwikkeling van de spoorzone een langdurig lobby traject betekent. Willen we hier serieus mee aan de slag, dan moeten we zorgen dat we voor deze ontwikkeling geld gaan sparen en dat we ook afspraken maken hoe we in de toekomst met winsten vanuit het grondbedrijf omgaan. Mocht het zo ver zijn dat we tot overeenstemming komen met partijen over de spoorzone dan moeten onze financiële middelen uiteraard voldoende zeker zijn. Dus dan moeten de winsten gerealiseerd zijn en gelden uit de begroting beschikbaar zijn. Daarom is het ook zo belangrijk om deze financiële verkenning te maken en periodiek te actualiseren. Actualiseren van de verkenning kan leiden tot noodzakelijke bijstelling van plannen. Een onvoorziene dip in de grondbedrijfresultaten heeft bijvoorbeeld gevolgen voor de uitvoeringsperiode en daarmee ook op de realisatie van andere plannen. Uitgangspunt is en blijft financieel solide (dus goede afstemming tot uitgaven en inkomsten). We gaan dus geen overeenkomsten sluiten als we hiervoor geen directe dekking hebben. NB een overeenstemming (en daarvoor alle plannen) wordt uiteraard met alle financiële consequenties eerst aan de gemeenteraad voorgelegd.
18