Oss Corellistraat 10 BP TOELICHTING Bijlage 6 Ecologie QS FF
Tekst van het document
Corellistraat 10 te Oss - Quickscan flora en fauna in het kader van de Wet natuurbescherming -
Opdrachtgever
Reales Development bv
Datum veldbezoek
31 augustus 2018
Kenmerk rapport
Q2018.080- Quickscan flora en fauna Corellistraat 10 te Oss
Datum rapport
23 september 2018
Auteur
ing. J.M. de Wever
EcoTierra-ecologisch adviesbureau Postadres: Margijnenenk 12, 7415 JZ Deventer Bezoekadres: Loods570- Oostzeestraat 2, 7411 MD Deventer www.ecotierra.nl info@ecotierra.nl 0570-597418
Draagvlak voor natuur is de basis voor natuurbescherming
Dit rapport is vervaardigd op verzoek van de opdrachtgever en is zijn eigendom. Niets uit dit rapport mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden d.m.v. druk, fotokopie, digitale kopie of op welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever hierboven aangegeven. EcoTierra- ecologisch adviesbureau is niet aansprakelijk voor gevolgschade, alsmede voor schade welke voortvloeit uit toepassingen van de resultaten van werkzaamheden of andere gegevens verkregen van EcoTierra- ecologisch adviesbureau; opdrachtgever vrijwaart EcoTierra- ecologisch adviesbureau voor aanspraken van derden in verband met deze toepassing.
- Q2018.080-Quickscan flora en fauna Corellistraat 10 te Oss-
Pagina | 2
INHOUDSOPGAVE SAMENVATTING 1 INLEIDING 1.1 AANLEIDING 1.2 DOELSTELLING 1.3 VOLLEDIGHEID ONDERZOEK 1.4 GELDIGHEIDSDUUR RAPPORT 2 ONDERZOEKSOPZET 2.1 BRONNENONDERZOEK 2.2 VELDBEZOEK 3 PLANGEBIED EN BEOOGDE INGREPEN 3.1 PLANGEBIED 3.2 GEWENSTE TOEKOMSTIGE SITUATIE EN VOORGENOMEN INGREPEN 4 BEVINDINGEN ONDERZOEK 4.1 BEVINDINGEN BRONNENONDERZOEK 4.2 BEVINDINGEN VELDONDERZOEK 5 EFFECTENBEOORDELING 5.1 EFFECTEN BESCHERMDE GEBIEDEN/ HOUTOPSTANDEN 5.2 EFFECTEN SOORTEN 6 CONCLUSIE EN VRIJBLIJVEND ADVIES 6.1 CONCLUSIE 6.2 VRIJBLIJVEND ADVIES
5 5 5 5 5 6 6 6 7 7 9 10 11 11 14 14 14 17 17 18
BIJLAGEN 1. 2. 3. 4.
Wettelijk kader Lijst beschermde soorten Jaarrond beschermde nesten Literatuurlijst
- Q2018.080-Quickscan flora en fauna Corellistraat 10 te Oss-
Pagina | 3
SAMENVATTING In opdracht van Reales Development bv heeft EcoTierra- ecologisch adviesbureau aan de Corellistraat 10 te Oss een quickscan flora en fauna uitgevoerd in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb). Het onderzoek heeft zich met name op de soortenbescherming en niet op het gebiedsbeschermingsdeel van de wet (Natura2000) gericht. Thema’s als verdroging en vermesting/ verzuring (stikstof/ PAS) vallen niet onder de reikwijdte van onderhavige quickscan flora en fauna. Het plangebied ligt binnen de bebouwde kom van Oss en betreft de voormalige laboratoriumschool voor praktijkonderwijs van ROC de Leijgraaf en een vestiging van farmaceutisch bedrijf ASPEN. Het gebouw is gelegen op het bedrijventerrein De Koepel. De initiatiefnemer is voornemens diverse appartementen te realiseren, zowel in de bestaande bebouwing als in nieuwbouw. Het bestaande laboratoriumschoolgebouw zal gebruikt worden om appartementen te realiseren, de gebouwen ten westen ervan zullen worden geamoveerd ten behoeve van nieuwbouw. Er zal geen oppervlaktewater worden gedempt. Wel zullen er naar verwachting enkele bomen worden gekapt. De ingrepen vinden plaats in het kader van ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden. Onderhavige quickscan is gebaseerd op een bronnenonderzoek en een veldbezoek. Het veldbezoek heeft op 31 augustus 2018 plaatsgevonden.
Het plangebied ligt buiten de begrenzing van het Natuurnetwerk Brabant (NNB). De provincie hanteert geen externe werking als het gaat om het NNN, de Nee-tenzij toets is derhalve niet aan de orde. Het plangebied is niet gelegen nabij een Natura2000-gebied. De verwachting is dan ook dat er geen rechtstreekse aantasting zal plaatsvinden op de soorten die voor omliggende Natura2000-gebieden zijn aangewezen. Er worden in het kader van de voorgenomen mogelijk enkele bomen gekapt. Het onderdeel ‘houtopstanden’ van de Wet natuurbescherming is echter niet van toepassing. Er zijn tijdens het veldbezoek geen beschermde planten, jaarrond beschermde nesten van vogels of beschermde verblijfplaatsen van Habitatrichtlijnsoorten of niet vrijgestelde soorten waargenomen. Echter, de aanwezigheid van vaste, jaarrond beschermde verblijfplaatsen van vleermuizen kon tijdens het veldbezoek echter ook niet worden uitgesloten. Op basis van het uitgevoerde onderzoek kan worden geconcludeerd dat in de onderzochte situatie procedurele gevolgen vooralsnog niet zijn uit te sluiten.
→ Er dient een nader onderzoek naar vleermuizen plaats te vinden; → Mogelijk dient er een ontheffing in het kader van de Wnb (soorten) aangevraagd te worden en/of dienen mitigerende maatregelen genomen te worden; → Voor algemeen voorkomende soorten geldt een algemene vrijstelling als het ruimtelijke ingrepen betreft; → De zorgplicht is altijd van toepassing.
- Q2018.080-Quickscan flora en fauna Corellistraat 10 te Oss-
Pagina | 4
1 INLEIDING In opdracht van Reales Development bv heeft EcoTierra- ecologisch adviesbureau aan de Corellistraat 10 te Oss een quickscan flora en fauna uitgevoerd in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb). 1.1 Aanleiding De initiatiefnemer is voornemens het plangebied te herontwikkelen. Het plan is om een appartementengebouw te realiseren. In dit kader zullen zowel werkzaamheden gaan plaatsvinden aan de binnen- als buitenzijde van het gebouw. Er zal geen oppervlaktewater worden gedempt. Tevens zullen er geen grote bomen worden gekapt. In verband met de inwerktreding van de Wet natuurbescherming (Wnb) op 1 januari 2017 is het noodzakelijk om voorafgaande aan ruimtelijke ingrepen en inrichting te toetsen of de geplande activiteiten geen negatief effect hebben op beschermde plant- en/of diersoorten en leefgebieden. 1.2 Doelstelling Het doel van onderhavige quickscan is inzicht geven of de voorgenomen activiteiten een overtreding van de vigerende natuurwetgeving tot gevolg hebben.
Om dit inzicht te verkrijgen worden de volgende vragen beantwoord; • zijn er binnen het plangebied beschermde dier- en plantsoorten aangetroffen en/of worden deze verwacht? • wat is de juridische status van deze soorten? • hebben de voorgenomen activiteiten een (significant) negatief effect op deze soorten? • ligt het plangebied in of nabij beschermde natuurgebieden, zoals het NNB of Natura2000-gebieden? • wat zijn de gevolgen en dienen er (mitigerende) maatregelen genomen te worden? • dient er een nader onderzoek uitgevoerd te worden? • dient er een ontheffing aangevraagd te worden? 1.3 Volledigheid onderzoek Een quickscan is een momentopname en kan slechts in beperkte mate uitsluitsel geven over de aan- of afwezigheid van soorten. Het kan voorkomen dat soorten niet worden waargenomen tijdens het veldbezoek. Aan de hand expert-judgement en bekende ecologische principes zal een inschatting worden gemaakt over het wel of niet voor kunnen komen van beschermde plant- en diersoorten. Verder is de quickscan geen veldinventarisatie. Veldinventarisaties omvatten meerdere opnamerondes die seizoensgebonden zijn en volgens standaardmethoden worden uitgevoerd. Tevens betreft het onderzoek geen Voortoets zoals gevraagd kan worden bij ligging nabij een Natura2000-gebied. 1.4 Geldigheidsduur rapport Afhankelijk van de aangetroffen soorten is de rapportage drie of vijf jaar geldig.
Voor Habitatrichtlijnsoorten en vogels met een jaarrond beschermd dient maximaal drie jaar als geldigheidsduur te worden gehanteerd met als voorwaarde dat er weinig (fysieke) veranderingen hebben plaatsgevonden in het plangebied.
- Q2018.080-Quickscan flora en fauna Corellistraat 10 te Oss-
Pagina | 5
2 ONDERZOEKSOPZET In onderhavige quickscan is de locatie gescreend op de aanwezigheid van beschermde plant- en diersoorten. Er is gestart met een bronnenonderzoek en vervolgens is de locatie bezocht. Het onderzoek zal zich met name richten op de soortenbescherming en niet op het gebiedsbeschermingsdeel van de wet (Natura2000). 2.1 Bronnenonderzoek Alvorens het terrein is bezocht zijn diverse (digitale) verspreidingsatlassen geraadpleegd. De waarnemingen zijn gedaan tussen 2013 en 2018. Hierdoor is indicatief een beeld verkregen of er streng en strikt beschermde soorten voorkomen in het kilometer-/uurhok waarin het plangebied is gelegen. Diverse kaarten (Natura2000 en natuurbeheerplan) van de provinciale site Brabant.nl zijn geraadpleegd in september 2018. 2.2 Veldbezoek Het plangebied is op 31 augustus 2018 overdag bezocht. Ten tijde van het veldbezoek was het wisselvallig weer bij een temperatuur van rond de 20°C. Tijdens het veldonderzoek is zoveel mogelijk concrete informatie verzameld met betrekking tot de aan- of afwezigheid van beschermde soorten (zicht- en geluidswaarnemingen, sporenonderzoek naar de aanwezigheid van pootafdrukken, graafsporen, nesten, holen, uitwerpselen, haren en dergelijke). De directe omgeving van het plangebied is tijdens het veldbezoek eveneens bekeken. Tijdens het veldonderzoek is de technische beheerder van het pand geïnterviewd.
Het onderzoek is uitgevoerd door een ecoloog (J.M. de Wever) met een relevante HBOopleiding en ruime ervaring met het uitvoeren van quickscans. Tevens worden door de ecoloog diverse relevante cursussen gevolgd, symposia en congressen bezocht en diverse vakbladen en nieuwsbrieven gelezen om de laatste ontwikkelingen te volgen. De onderzoeker is in het bezit van diverse certificaten, waaronder ‘Zorgvuldig handelen Flora- en faunawet, ruimtelijke ontwikkeling en inrichting, niveau 4. IPC Groene Ruimte (door Stadswerk erkend certificaat)’.
- Q2018.080-Quickscan flora en fauna Corellistraat 10 te Oss-
Pagina | 6
3 PLANGEBIED EN BEOOGDE INGREPEN In dit hoofdstuk zijn de onderzoekslocatie en de voorgenomen activiteiten beschreven. Op onderstaande afbeelding is het plangebied weergegeven waarbinnen de activiteiten daadwerkelijk plaatsvinden. 3.1 Plangebied Het plangebied ligt binnen de bebouwde kom van Oss en betreft de voormalige laboratoriumschool voor praktijkonderwijs van ROC de Leijgraaf en een vestiging van farmaceutisch bedrijf ASPEN. Het gebouw is gelegen op het bedrijventerrein De Koepel. Een deel van het gebouw staat leeg, het oostelijke deel is nog in gebruik als laboratorium. Het terrein is grotendeels afgesloten door middel van hekwerk en hagen. In de tuinen zijn bomen aanwezig, evenals langs de perceelsgrenzen.
Afbeelding 1: Situering plangebied (bron: Google Earth, afbeelding 2018).
De directe omgeving bestaat uit woningen en kantoren. Er zijn langs de wegen begeleidende boomstructuren aanwezig.
- Q2018.080-Quickscan flora en fauna Corellistraat 10 te Oss-
Pagina | 7
Foto’s: Indrukken plangebied.
Foto’s: Indrukken plangebied.
Foto’s: Indrukken plangebied.
- Q2018.080-Quickscan flora en fauna Corellistraat 10 te Oss-
Pagina | 8
Foto’s: Indrukken plangebied.
Foto’s: Indrukken plangebied.
Foto’s: Indrukken directe omgeving plangebied.
- Q2018.080-Quickscan flora en fauna Corellistraat 10 te Oss-
Pagina | 9
3.2 Gewenste toekomstige situatie en voorgenomen ingrepen De initiatiefnemer is voornemens diverse appartementen te realiseren, zowel in de bestaande bebouwing als in nieuwbouw. Het bestaande laboratoriumschoolgebouw zal gebruikt worden om appartementen te realiseren, de gebouwen ten westen ervan zullen worden geamoveerd ten behoeve van nieuwbouw. Er zal eveneens voldoende parkeergelegenheid worden gecreëerd. Er zal geen oppervlaktewater worden gedempt. Wel zullen er naar verwachting enkele bomen worden gekapt. In de nieuwe situatie zullen bomen en overige groenstructuren, evenals waterpartijen, worden aangeplant en gerealiseerd. De ingrepen vinden plaats in het kader van ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden.
Afbeelding 2: Gewenste situatie (concept) (bron: AKM projectontwikkeling bv).
- Q2018.080-Quickscan flora en fauna Corellistraat 10 te Oss-
Pagina | 10
4 BEVINDINGEN ONDERZOEK Hieronder worden de bevindingen van het bronnenonderzoek en vervolgens de bevindingen van het veldonderzoek besproken. 4.1 Bevindingen bronnenonderzoek In de databases van de provincie is af te lezen dat het plangebied niet is gelegen in het Natuurnetwerk Brabant en geen natuurbeheertypen heeft meegekregen in het vigerende Natuurbeheerplan. Het plangebied betreft geen weidevogelgebied. Er liggen geen Natura2000-gebieden binnen een straal van 5.000 meter. Volgens de geraadpleegde bronnen (betreft vaak bronnen die met kilometer- of uurhokken werken) kunnen er in de omgeving soorten (niet uitputtend opgesomd en relevant voor plangebied) als gewone en ruige dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis, laatvlieger, eekhoorn, steenmarter, ransuil, gierzwaluw en huismus voorkomen. 4.2 Bevindingen veldonderzoek Flora Beschermde flora is niet aangetroffen in het plangebied. Het plangebied betreft met name bebouwing en de aanwezige beplanting is vooral aangeplant. Vogels Tijdens het veldbezoek is binnen het daadwerkelijke plangebied kauw, houtduif, merel, pimpelmees en koolmees waargenomen. Op een buitenlamp zijn nestresten van mogelijk een Turkse tortel aanwezig. De groenstructuren kunnen worden gebruikt door algemeen voorkomende soorten om in te broeden. Tijdens het veldbezoek zijn geen broedgevallen waargenomen.
Er zijn geen aanwijzingen aangetroffen dat vogels op het platte dak broeden.
Foto: Nestresten van mogelijk Turkse tortel.
- Q2018.080-Quickscan flora en fauna Corellistraat 10 te Oss-
Pagina | 11
Er zijn geen geschikte openingen/ holtes aanwezig voor de holtebroeders huismus en gierzwaluw. Er zijn openingen aanwezig bij de waterafvoeren/ regenpijpen, maar deze openingen lijken te klein voor gierzwaluw/ huismus. Er zijn binnen het plangebied eveneens geen geschikte nesten en geschikte holtes aanwezig van/ voor roofvogels en uilen. Tevens zijn er geen sporen (veren, fecaliën, braakballen, plukplekken en dergelijke) van uilen of roofvogels aangetroffen. Grondgebonden zoogdieren Er zijn geen exemplaren of voortplantings- en/ of verblijfplaatsen van soorten aangetroffen die zijn beschermd bij de Habitatrichtlijn of van soorten die niet zijn vrijgesteld door de provincie. Binnen het plangebied zijn geen concrete aanwijzingen aangetroffen, zoals krabsporen en latrines, die duiden op een vaste verblijfplaats van een steenmarter. Er zijn eveneens geen nesten of (eet)sporen van eekhoorn aangetroffen. Soorten als konijn, diverse soorten muizen en egel kunnen voorkomen binnen het plangebied. Vleermuizen De spouw in de aan te pakken/ slopen gevels kan door de aanwezigheid van openingen bij de regenpijpen, het dak en scheuren in de muren voor vleermuizen geschikt zijn om te verblijven. De openingen zitten vrijwel in elke muur van het gebouw, ookbij de opbouwen op het dak (regenpijpen en een enkele open stootvoeg).
Vleermuizen hebben maar hele kleine openingen nodig, soms maar enkele centimeters, om in een gebouw te komen. De spouw bleek bij controle ruimte te bevatten waar vleermuizen gebruik van kunnen maken. De toegankelijke spouw kan door meerdere soorten gebruikt worden en voor meerdere functies.
Foto’s: Openingen die in potentie toegang kunnen bieden tot verblijfplaatsen in de spouw.
Foto’s: Openingen die in potentie toegang kunnen bieden tot verblijfplaatsen in de spouw.
- Q2018.080-Quickscan flora en fauna Corellistraat 10 te Oss-
Pagina | 12
Er zijn binnen het plangebied geen geschikte bomen (bomen met naar boven ingerotte holtes, loszittende schors en/ of scheuren) aangetroffen waarvan boombewonende soorten gebruik kunnen maken. Er zal door vleermuizen gefoerageerd worden, met name langs bij de groenstructuren. De bomen langs onder andere de Corellistraat kunnen door vleermuizen gebruikt worden om van en naar foerageergebied en eventuele verblijfplaatsen te navigeren. Amfibieën, reptielen en vissen Er is geen oppervlaktewater aanwezig binnen het daadwerkelijke plangebied. De aanwezigheid van vissen en voortplantingswater van amfibieën kan derhalve worden uitgesloten. Mogelijk dat algemeen voorkomende soorten de groenstructuren als landhabitat gebruiken. Het plangebied is niet geschikt voor reptielen. Ongewervelden/ overige soorten Onder andere het gecultiveerde en bebouwde karakter maakt dat de veelal veeleisende Habitatrichtlijnsoorten en exemplaren van de nationaal beschermde soorten van ongewervelden en overige soorten niet zijn te verwachten. Die soorten hebben vaak specifieke ecologische eisen die in dergelijke plangebieden beperkt aanwezig zijn.
- Q2018.080-Quickscan flora en fauna Corellistraat 10 te Oss-
Pagina | 13
5 EFFECTENBEOORDELING Hieronder zijn de effecten van de voorgenomen ingrepen op eventueel aanwezige beschermde gebieden en de aanwezige flora en fauna getoetst aan de Wet natuurbescherming. 5.1 Effecten beschermde gebieden/ houtopstanden Het plangebied ligt buiten de begrenzing van het Natuurnetwerk Brabant. De provincie hanteert geen externe werking als het gaat om het NNB. Verdere toetsing wordt derhalve niet noodzakelijk geacht. Het plangebied ligt niet binnen een straal van 5.000 meter van een Natura2000-gebied. Negatieve effecten (rechtstreekse) op de soorten die specifiek voor omliggende Natura2000gebieden zijn aangewezen zijn niet te verwachten. Er worden in het kader van het project mogelijk enkele bomen gekapt. Het onderdeel ‘houtopstanden’ van de Wet natuurbescherming is echter niet van toepassing, het zal gaan om slechts enkele bomen. Thema’s als verdroging en vermesting/ verzuring (stikstof) vallen niet onder de reikwijdte van onderhavige quickscan flora en fauna. 5.2 Effecten soorten Er wordt in het kader van de vigerende wetgeving nagegaan of beschermde vaste rust- en verblijfplaatsen door het project opzettelijk worden aangetast (vernield, beschadigd of ongeschikt gemaakt) of dat dieren opzettelijk worden verontrust, verjaagd of gedood.
Verder is er gekeken of er invloeden zijn die leiden tot een verminderde geschiktheid als foerageergebied waarbij het een zodanig belang betreft dat bij het wegvallen van deze functie ook vaste rust en verblijfplaatsen niet langer kunnen functioneren. Flora Tijdens het veldbezoek zijn binnen het plangebied geen beschermde wilde vaatplanten aangetroffen. Er zijn ook geen beschermde soorten aangetroffen bij het bronnenonderzoek. Er zijn derhalve geen negatieve effecten te verwachten aangaande deze soortgroep. Vogels Er zijn geen jaarrond beschermde nesten aangetroffen tijdens het veldbezoek. Tevens zijn dergelijke nesten niet te verwachten. Er wordt binnen het plangebied door algemeen voorkomende soorten gebroed. De sloop-, rooien verstorende (verbouw)werkzaamheden dienen derhalve van start te gaan voor de aanvang van het broedseizoen of buiten deze periode plaats te vinden (broedseizoen loopt globaal van half maart tot en met augustus, afhankelijk van soort en weersomstandigheden). Het gaat erom of een broedgeval wordt verstoord of niet. In het broedseizoen kan alleen worden gewerkt als voorafgaande is vastgesteld dat er geen broedgevallen binnen de invloedsfeer van de werkzaamheden aanwezig zijn. Grondgebonden zoogdieren Er zijn geen soorten waargenomen die zijn beschermd bij de Habitatrichtlijn of niet zijn vrijgesteld door de provincie vastgesteld.
Algemeen voorkomende soorten zijn door de provincie vrijgesteld van de verbodsbepalingen als het een ruimtelijke ingreep of inrichting betreft (zie bijlage 1 voor vrijgestelde soorten). Wel geldt de zorgplicht voor dergelijke soorten.
- Q2018.080-Quickscan flora en fauna Corellistraat 10 te Oss-
Pagina | 14
Er zijn geen negatieve effecten te verwachten aangaande grondgebonden zoogdieren, mits de zorgplicht wordt nageleefd. Vleermuizen Mogelijk wordt de opstal gebruikt door vleermuizen om er te verblijven en/of voort te planten. Verblijfplaatsen van vleermuizen zijn jaarrond beschermd onder de Wet natuurbescherming. Een dergelijk gebouw kan jaarrond door vleermuizen gebruikt worden, als bijvoorbeeld kraam, paar-, winter- en/of zomerverblijf. Ook kunnen diverse soorten vleermuizen gebruik maken van dergelijke plekken. Uit het bronnenonderzoek is naar voren gekomen dat in de directe omgeving verschillende soorten gebouwbewonende vleermuizen aanwezig zijn. Mogelijk gaan er door de sloop/ herontwikkeling van het gebouw dergelijke verblijfplaatsen verloren. In dit kader zal een nader onderzoek naar vleermuizen moeten plaatsvinden. Dit nadere onderzoek dient vast te stellen of er gebruik gemaakt wordt van de opstallen (zo ja, welke soorten en welke functie) en dient plaats te vinden op basis van het protocol voor vleermuisinventarisaties 2017 (GaN). Mogelijk dienen er naar aanleiding van het nadere onderzoek een ontheffing aangevraagd te worden en mitigerende maatregelen genomen te worden. Er zijn geen voor boombewonende vleermuizen geschikte bomen waargenomen, vaste verblijfplaatsen van vleermuizen in bomen gaan derhalve niet verloren.
Foerageergebied is alleen beschermd wanneer dit gebied noodzakelijk is om de functionaliteit van een vaste verblijfplaats te behouden. In onderhavige situatie zal dit niet aan de orde zijn, er is voldoende foerageergebied in de directe omgeving aanwezig. Vliegroutes zullen door het project niet significant worden aangetast. Belangrijk is echter wel dat verstoring door licht op de bomen nabij het plangebied tijdens de werkzaamheden en in de toekomstige situatie zoveel mogelijk voorkomen wordt. Amfibieën, reptielen en vissen Binnen het plangebied zijn geen exemplaren waargenomen of vaste verblijf- of voortplantingsplaatsen vastgesteld van soorten die zijn beschermd bij de Habitatrichtlijn of nationaal beschermde soorten die niet zijn vrijgesteld door de provincie. Algemeen voorkomende soorten zijn door de provincie vrijgesteld van de verbodsbepalingen als het een ruimtelijke ingreep of inrichting betreft (zie bijlage 1 voor vrijgestelde soorten). Wel geldt de zorgplicht voor dergelijke soorten. Er zijn geen negatieve effecten te verwachten aangaande deze soortgroepen, mits de zorgplicht wordt nageleefd. Ongewervelden/ overige soorten Binnen het plangebied zijn geen vaste verblijf- of voortplantingsplaatsen van soorten die zijn beschermd bij de Habitatrichtlijn of voorkomen op de ‘nationale lijst’. Er zijn geen negatieve effecten te verwachten aangaande overige soorten.
De zorgplicht De zorgplicht houdt in dat eenieder voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wild levende dieren en planten, alsmede voor hun directe leefomgeving
- Q2018.080-Quickscan flora en fauna Corellistraat 10 te Oss-
Pagina | 15
Voor alle soorten geldt een zorgplicht. Deze zorgplicht houdt in dat de initiatiefnemer passende maatregelen neemt om schade aan deze soorten te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om het niet verontrusten of verstoren in de kwetsbare perioden zoals de winterslaap, de voortplantingstijd en de periode van afhankelijkheid van de jongen. De kwetsbare perioden zijn niet voor alle verschillende soortgroepen gelijk. Als “veilige” periode voor alle groepen geldt in het algemeen de periode van half oktober tot eind november, de periode waarin de voortplantingstijd achter de rug is en dieren als de egel en amfibieën nog niet in winterslaap zijn. Bovendien zijn de houtduiven uit het laatste legsel dan waarschijnlijk ook al uitgevlogen. Indien vooraf bekend is dat werkzaamheden moeten worden uitgevoerd binnen de kwetsbare perioden van de betreffende soorten, is het zaak ervoor te zorgen dat het gebied tegen die tijd ongeschikt is als leefgebied voor die soorten.
- Q2018.080-Quickscan flora en fauna Corellistraat 10 te Oss-
Pagina | 16
6 CONCLUSIE EN VRIJBLIJVEND ADVIES 6.1 Conclusie Op basis van onderhavige quickscan is beoordeeld of er procedurele gevolgen zijn betreffende de vigerende (natuur)wetgeving. Voor toelichting bij de conclusie dient hoofdstuk vijf geraadpleegd te worden.
Conclusie GNN/ GO Het plangebied is niet gelegen binnen het Natuurnetwerk Brabant. Natura2000/ → De provincie hanteert geen externe werking als het gaat om houtopstanden het NNB. Extra toetsing wordt niet noodzakelijk geacht. Het plangebied is niet gelegen in of nabij een Natura2000-gebied. → De verwachting is dat het project geen direct negatief effect zal hebben op de aangewezen soorten van omliggende Natura2000-gebieden; Er worden in het kader van het project slechts enkele bomen gekapt. → Het onderdeel ‘houtopstanden’ van de Wet natuurbescherming is derhalve niet van toepassing. Thema’s als verdroging en vermesting/ verzuring (stikstof) vallen niet onder de reikwijdte van onderhavige quickscan flora en fauna. Soortgroepen Flora Er zijn binnen het plangebied geen beschermde wilde soorten aangetroffen. Vogels Er zijn geen jaarrond beschermde nesten aangetroffen. Er dient rekening te worden gehouden met broedende vogels binnen het plangebied. → De verstorende werkzaamheden en ingrepen dienen buiten het broedseizoen plaats te vinden of aan te vangen voor de start van het broedseizoen. Grondgebonden zoogdieren Vaste verblijfplaatsen of exemplaren van Habitatrichtlijnsoorten of van niet-vrijgestelde nationaal beschermde soorten zijn niet aangetroffen. Door de provincie vrijgestelde soorten kunnen voorkomen.
Vleermuizen Er zijn geen concrete verblijf- en/of voortplantingsplaatsen vastgesteld binnen het plangebied, maar dergelijke plekken zijn op basis van het veldbezoek ook niet uit te sluiten. → Er dient een nader onderzoek naar vleermuizen plaats te vinden conform het vigerende vleermuizenprotocol. Het plangebied betreft geen essentieel foerageergebied en er zullen door de ingreep geen essentiële vliegroutes verloren gaan. Amfibieën, reptielen en vissen Vaste verblijfplaatsen of exemplaren van Habitatrichtlijnsoorten of van niet-vrijgestelde nationaal beschermde soorten zijn niet aangetroffen. Door de provincie vrijgestelde amfibiesoorten kunnen voorkomen. Ongewervelden/ overige soorten Vaste verblijfplaatsen of exemplaren van Habitatrichtlijnsoorten of van nationaal beschermde soorten zijn niet aangetroffen.
- Q2018.080-Quickscan flora en fauna Corellistraat 10 te Oss-
Pagina | 17
Op basis van het uitgevoerde onderzoek kan worden geconcludeerd dat in de onderzochte situatie procedurele gevolgen vooralsnog niet zijn uit te sluiten. → Er dient een nader onderzoek naar vleermuizen plaats te vinden; → Mogelijk dient er een ontheffing in het kader van de Wnb (soorten) aangevraagd te worden en/of dienen mitigerende maatregelen genomen te worden; → Voor algemeen voorkomende soorten geldt een algemene vrijstelling als het ruimtelijke ingrepen betreft; → De zorgplicht is altijd van toepassing. 6.2 Vrijblijvend advies Bij het realiseren van de appartementen kunnen speciale nestkasten voor de huismus, gierzwaluw en vleermuizen worden ingebouwd of worden aangebracht. Over dit zogenaamde natuur-inclusief bouwen is tegenwoordig veel te vinden op internet.
Voorbeelden voorzieningen huismus, gierzwaluw en vleermuizen (bron: VivaraPro).
- Q2018.080-Quickscan flora en fauna Corellistraat 10 te Oss-
Pagina | 18
BIJLAGE 1 WETTELIJK KADER
- Q2018.080-Quickscan flora en fauna Corellistraat 10 te Oss-
Pagina | 19
1.1 Wet natuurbescherming (Wnb) De Flora- en faunawet is op 1 januari 2017 overgaan in de Wet natuurbescherming (Wnb). Deze wet dient ter vervanging van de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en faunawet en de Boswet en heeft als doel te komen tot één integrale en vereenvoudigde regeling van de natuurbescherming. Hierbij is de Europese regelgeving als uitgangspunt genomen. In de wet is nog steeds een deling van bescherming van soorten en gebieden (Natura2000). Soortenbescherming De Wet natuurbescherming kent een apart beschermingsregime voor soorten van de Vogelrichtlijn, een apart beschermingsregime voor soorten van de Habitatrichtlijn, het Verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn en een apart beschermingsregime voor andere soorten, die vanuit nationaal oogpunt beschermd worden. Alle vogels, in totaal ruim 700 soorten, zijn beschermd (Vogelrichtlijn). Sommige soorten genieten een extra bescherming onder het verdrag van Bern of is het nest ervan jaarrond beschermd. Daarnaast worden ongeveer 230 overige Europese en nationale soorten beschermd. - Verbodsbepalingen Elk van deze beschermingsregimes kent zijn eigen verbodsbepalingen en vereisten voor vrijstelling of ontheffing van de verboden.
Bron: Brochure Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen, ministerie EZ, versie 1.3 december 2016).
- Q2018.080-Quickscan flora en fauna Corellistraat 10 te Oss-
Pagina | 20
De verbodsbepalingen voor vogels en Habitatrichtlijnsoorten in de Wet natuurbescherming sluiten vrijwel één op één aan bij de bepalingen uit de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. De verbodsbepalingen zijn gericht op de bescherming van individuen van soorten. Verstoring van vogels is niet verboden indien de verstoring niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort (artikel 3.1 lid 4 en lid 5). Het is aan de initiatiefnemer om zich ervan te vergewissen – en waar nodig aan te kunnen tonen - dat de op zich verstorende activiteit geen bedreiging vormt voor de vogelsoort en aldus niet leidt tot verslechtering van de staat van instandhouding van de betreffende soort. Het verbod om dieren opzettelijk te doden of te vangen en het verbod om vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen opzettelijk te beschadigen of vernielen, is níet van toepassing op de bosmuis, huisspitsmuis of veldmuis, voor zover deze dieren zich in of op gebouwen of daarbij behorende erven of roerende zaken bevinden (artikel 3.10 lid 3).
- Ontheffing of vrijstelling Om af te mogen wijken van de verbodsbepalingen via een ontheffing of vrijstelling moet aan drie criteria zijn voldaan: → Ten eerste mag alleen van de verbodsbepaling afgeweken worden als er geen andere bevredigende oplossing voor de handeling mogelijk is. → Ten tweede moet tegenover de afwijking van het verbod een in de wet genoemd belang staan. De wet geeft voor de verschillende beschermingsregimes aan wat die belangen zijn. → Ten slot mag de ingreep geen a reuk doen aan de staat van instandhouding van de soort. De drie criteria op grond waarvan van de verbodsbepalingen afgeweken kan worden, zijn eveneens uit deze twee richtlijnen overgenomen. Dat betekent dat de verbodsbepalingen niet overtreden mogen worden, tenzij men een ontheffing kan krijgen (het zogenoemde ‘nee, tenzijprincipe’).
- Q2018.080-Quickscan flora en fauna Corellistraat 10 te Oss-
Pagina | 21
Als aan deze drie vereisten voldaan is, kan een ontheffing worden verleend. Voor een aantal handelingen zijn bovendien vrijstellingenmogelijk, bijvoorbeeld in de vorm van een provinciale verordening of een gedragscode. Vrijstellingen kunnen in principe gelden voor alle drie de beschermingsregimes. Vrijstellingen van verbodsbepalingen zoals die gelden voor Vogelrichtlijn- of Habitatrichtlijnsoorten, kunnen alleen verleend worden voor in de Europese Vogelrichtlijn of Europese Habitatrichtlijn genoemde belangen. Om soorten vrij te stellen, zal altijd voldaan moeten zijn aan de vereisten van de wet, met name de afweging dat de vrijstelling geen afbreuk mag doen aan het streven de populatie van de betrokken soort in hun natuurlijk verspreidingsgebied in een gunstige staat van instandhouding te laten voortbestaan (voor Habitatrichtlijnsoorten en andere soorten) dan wel dat de vrijstelling niet leidt tot verslechtering van de staat van instandhouding van vogelsoorten.
Belangen voor ontheffingsverlening of vrijstelling onder de Wet natuurbescherming Voor vogels beschermd onder de Vogelrichtlijn kan ontheffing of vrijstelling worden verleend op grond van de volgende belangen: • in het belang van de volksgezondheid of de openbare veiligheid; • in het belang van de veiligheid van het luchtverkeer; • ter voorkoming van belangrijke schade aan gewassen, vee, bossen, visserij of wateren; • ter bescherming van flora of fauna; • voor onderzoek of onderwijs, het uitzetten of herinvoeren van soorten, of voor de daarmee samenhangende teelt, • om het vangen, het onder zich hebben of elke andere wijze van verstandig gebruik van bepaalde vogels in kleine hoeveelheden selectief en onder strikt gecontroleerde omstandigheden toe te staan.
Voor soorten beschermd onder de Habitatrichtlijn, het Verdrag van Bern of het Verdrag van Bonn kan ontheffing of vrijstelling worden verleend op grond van de volgende belangen: • in het belang van de bescherming van de wilde flora of fauna, of in het belang van de instandhouding van de natuurlijke habitats; • ter voorkoming van ernstige schade aan met name de gewassen, veehouderijen, bossen, visgronden, wateren of andere vormen van eigendom; • in het belang van de volksgezondheid, de openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijke gunstige effecten; • voor onderzoek en onderwijs, repopulatie of herintroductie van deze soorten, of voor de daartoe benodigde kweek, met inbegrip van de kunstmatige vermeerdering van planten, of • om het onder strikt gecontroleerde omstandigheden mogelijk te maken op selectieve wijze en binnen bepaalde grenzen een beperkt, bij de ontheffing of vrijstelling vastgesteld aantal van bepaalde dieren van de aangewezen soort te vangen of onder zich te hebben, onderscheidenlijk een beperkt bij de ontheffing of vrijstelling vastgesteld aantal van bepaalde planten van de aangewezen soort te plukken of onder zich te hebben.
- Q2018.080-Quickscan flora en fauna Corellistraat 10 te Oss-
Pagina | 22
Voor andere, 'nationaal' beschermde soorten kan ontheffing of vrijstelling worden verleend op grond van de volgende belangen: • de belangen die gelden voor soorten van de Habitatrichtlijn zoals hierboven genoemd; • in het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden, daaronder begrepen het daaropvolgende gebruik van het ingerichte of ontwikkelde gebied; • ter voorkoming van schade of overlast, met inbegrip van schade aan sportvelden, schietterreinen, industrieterreinen, kazernes, of begraafplaatsen; • ter beperking van de omvang van de populatie van dieren, in verband met door deze dieren ter plaatse en in het omringende gebied veelvuldig veroorzaakte schade of in verband met de maximale draagkracht van het gebied waarin de dieren zich bevinden; • ter voorkoming of bestrijding van onnodig lijden van zieke of gebrekkige dieren; • in het kader van bestendig beheer of onderhoud in de landbouw of bosbouw; • in het kader van bestendig beheer of onderhoud aan vaarwegen, watergangen, waterkeringen, waterstaatswerken, oevers, vliegvelden, wegen, spoorwegen of bermen, of in het kader van natuurbeheer; • in het kader van bestendig beheer of onderhoud van de landschappelijke kwaliteiten van een bepaald gebied, • in het algemeen belang van de betreffende soort.
Provinciale staten kunnen vrijstelling van de verbodsbepalingen verlenen. Dit moet worden geregeld in een provinciale verordening. In de verordening of regeling staat aangegeven voor welke verbodsbepalingen, voor welke handelingen en voor welke soorten de vrijstelling geldt. Onder meer op basis van regionale verschillen in de staat van instandhouding van soorten kunnen de vrijgestelde soorten per provincie verschillen.
(Bron: Website Ecologica, januari 2018).
- Q2018.080-Quickscan flora en fauna Corellistraat 10 te Oss-
Pagina | 23
- Gedragscode Voor regulier voorkomende werkzaamheden en ruimtelijke ontwikkeling kan een vrijstelling van de verbodsbepalingen mogelijk zijn als u handelt conform een goedgekeurde gedragscode. Het kan gaan om handelingen in het kader van bestendig beheer of onderhoud, bestendig gebruik en ruimtelijke ontwikkeling of inrichting. Zo is het onder de Wet natuurbescherming mogelijk om via een gedragscode Europees beschermde vogel- en andere dier- en plantensoorten vrij te stellen bij ruimtelijke ontwikkeling en inrichting, míts er sprake is van een bij respectievelijk Vogelrichtlijn of Habitatrichtlijn genoemd belang. In een gedragscode is beschreven hoe zorgvuldig gewerkt wordt opdat schade aan beschermde dieren en planten wordt voorkomen of tot een minimum beperkt. Gedragscodes zijn bedoeld voor organisaties die in hun reguliere taken of activiteiten regelmatig met de wet te maken hebben. Elke sector kan een gedragscode opstellen en laten goedkeuren. Wanneer een gedragscode is goedgekeurd, kan eenieder die aantoonbaar in overeenstemming met de betreffende gedragscode handelt, zonder ontheffing de handelingen verrichten. Er kan gecontroleerd worden of er gehandeld wordt volgens de gedragscode. Dat dient aangetoond te worden; de bewijslast dat er correct wordt gehandeld ligt bij de initiatiefnemer.
Gedragscodes worden goedgekeurd door de Minister van EZ, in overleg met de provincies. De goedkeuring geldt voor een periode van maximaal vijf jaar. - Ecologisch onderzoek laten uitvoeren Voordat de beoogde ingreep kan plaatsvinden dient inzichtelijk gemaakt te zijn dat er door de ingreep geen overtreding zal plaatsvinden van de Wet natuurbescherming. Meestal wordt eerst een zogenaamde quickscan (natuurtoets) flora en fauna uitgevoerd. Uit dit onderzoek dient naar voren te komen of er vervolgstappen genomen dienen te worden. De vervolgstappen kunnen bestaan uit een nader onderzoek, het nemen van mitigerende maatregelen en/ of het aanvragen van een ontheffing. De bepalingen van de Wet natuurbescherming zijn alleen van toepassing als op of rondom de locatie waar de werkzaamheden gaan plaatsvinden beschermde planten en/of dieren voorkomen of als zich daar hun nesten, voortplantingsplaatsen of rustplaatsen bevinden. Het plangebied is het gebied waar de daadwerkelijke handeling wordt uitgevoerd. Afhankelijk van de kenmerken van de activiteit kunnen storende factoren ook optreden buiten het plangebied. Denk aan verstoring door geluid, waardoor bijvoorbeeld het verbod om soorten opzettelijk te verstoren wordt overtreden. Hoe groot het onderzoeksgebied is hangt dan ook af van de invloedssfeer van de werkzaamheden. Het onderzoeksgebied is vaak groter dan het plangebied.
Andere leefgebieden van een diersoort, zoals foerageergebieden of vaste vliegroutes, worden volgens de uitleg van het Guidance document niet beschermd, tenzij deze samenvallen met de voortplantings- of rustplaatsen. Jurisprudentie maakt echter duidelijk dat in het geval van Habitatrichtlijnsoorten het zodanig verstoren van vaste vliegroutes en/of beschadigen van foerageergebied dat de soort om die reden deze vaste voortplantings- of rustplaatsen (die buiten het plangebied zijn gelegen) zal verlaten, wel onder het verbod van de Habitatrichtlijn valt). De redenering hierbij is dat bij een dergelijke verstoring de ecologische functionaliteit van de voortplantings- of rustplaatsen niet meer gegarandeerd is. In deze gevallen is dan ook artikel 3.5 van de Wet natuurbescherming van toepassing.
- Q2018.080-Quickscan flora en fauna Corellistraat 10 te Oss-
Pagina | 24
Het ministerie van Economische Zaken heeft een stappenschema opgesteld die door initiatiefnemers doorlopen dient te worden.
.
Bron: Brochure Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen, ministerie EZ, versie 1.3 december 2016).
- Q2018.080-Quickscan flora en fauna Corellistraat 10 te Oss-
Pagina | 25
Natura2000 (gebiedsbescherming) Gebieden die bescherming genieten zijn Natura2000-gebieden (Vogelrichtlijn- en Habitatrichtlijngebieden). Handelingen binnen beschermde gebieden die de wezenlijke kenmerken van het gebied aantasten, zijn in principe verboden en worden slechts onder strikte voorwaarden toegestaan. Bij ruimtelijke ingrepen in de nabije omgeving van de beschermde gebieden moet worden bepaald in hoeverre de externe werking van de ingreep een effect heeft op het beschermde gebied. Indien er negatieve effecten te verwachten zijn, bijvoorbeeld door een toename van stikstofdepositie, dient er een vervolgonderzoek plaats te vinden. Dit onderzoek vindt plaats in het kader van de PAS (Programma Aanpak Stikstof). Mogelijk dient er een vergunning Wnb aangevraagd te worden. Houtopstanden De bescherming van houtopstanden is geregeld in hoofdstuk 4 van de Wet natuurbescherming. Het is verboden houtopstanden geheel of gedeeltelijk te vellen of te doen vellen, zonder voorafgaande melding bij de provincie. Een houtopstand is hierbij gedefinieerd als een eenheid van bomen of struiken met een oppervlakte van ten minste 1.000 vierkante meter of een rijbeplanting die meer dan 20 bomen omvat. De wet schrijft verder voor dat wanneer een houtopstand geheel of gedeeltelijk is geveld, de grond binnen drie jaar moet worden herbeplant.
Bovenstaande bescherming geldt niet voor alle houtopstanden. De regels zijn niet van toepassing op houtopstanden op erven of in tuinen, op fruitbomen, op windschermen om boomgaarden, op naaldbomen bedoeld om te dienen als kerstbomen, op kweekgoed, op bepaalde beplantingen van wilgen of populieren, op bepaalde beplantingen bedoeld voor de productie van houtige biomassa en op houtopstanden binnen de, bij besluit van de gemeenteraad, vastgelegde grenzen van de bebouwde kom. Ook voor het dunnen van een houtopstand gelden de regels niet. De provincie kan regels stellen ten aanzien van de meldingsplicht en de plicht tot herbeplanting. Ook kan de provincie een ontheffing verlenen ten behoeve van herbeplanting op andere grond. Verder kan de provincie ontheffing verlenen en kan de provincie bij verordening vrijstelling verlenen van zowel de meldingsplicht als de plicht tot herbeplanting. 1.2 Nationaal Natuur Netwerk/ Natuurnetwerk Nederland (NNN) De bescherming van het Nationaal Natuurnetwerk/ Natuurnetwerk Nederland (NNN, de voormalige EHS) komt voort uit de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. Het network kan in verschillende provincie andere benamingen hebben, zo heet de NNN in provincie Gelderland het Gelders Natuurnetwerk (GNN) en in Noord-Brabant het Natuurnetwerk Brabant. Dit NNN is een netwerk van gebieden in Nederland waar de natuur voorrang heeft.
Het netwerk helpt voorkomen dat planten en dieren in geïsoleerde gebieden uitsterven en dat natuurgebieden hun waarde verliezen. Het NNN kan worden gezien als de ruggengraat van de Nederlandse natuur. In het NNN liggen: bestaande natuurgebieden (waaronder Natura2000, gebieden waar nieuwe natuur aangelegd wordt, landbouwgebieden (beheerd volgens agrarisch natuurbeheer) en ruim 6 miljoen hectare grote wateren: meren, rivieren, de kustzone van de Noordzee en de Waddenzee. In het netwerk geldt voor nieuwe ontwikkelingen het 'nee, tenzij'-principe. Ruimtelijke ingrepen zijn niet toegestaan, tenzij er geen alternatieven zijn. Ook moeten de ontwikkelingen een groot openbaar belang hebben. De schadelijke effecten van de activiteit op de natuur moeten bovendien worden gemitigeerd. De kernkwaliteiten en omgevingscondities vormen het
- Q2018.080-Quickscan flora en fauna Corellistraat 10 te Oss-
Pagina | 26
toetsingskader. De initiatiefnemer dient onderzoek te doen naar eventuele significant negatieve effecten die een activiteit kan hebben op het NNN. 1.3 Overige natuurgebieden Buiten de bescherming van de Wet natuurbescherming en het NNN bevinden zich ook natuurgebieden beschermd middels provinciaal beleid, veelal beschreven in Omgevingsplannen of Streekplannen. In dit provinciale beleid is de bescherming van bijvoorbeeld ganzenfoerageergebied en weidevogelgebied uitgewerkt. 1.4 Rode Lijst Rode Lijst soorten zijn soorten die zijn opgenomen op officiële, door het parlement bekrachtigde en in de Staatscourant gepubliceerde, lijsten van soorten die gevoelig of kwetsbaar zijn of zelfs direct in hun voortbestaan bedreigd worden. De bedreigde dier- en plantensoorten op de Rode Lijsten hebben geen juridische status, tenzij ze ook in de wet zijn opgenomen. De aanwijzing van nationale soorten is mede gebaseerd op de status die de soorten in de rode lijsten hadden ten tijde van het opstellen van de Wnb.
- Q2018.080-Quickscan flora en fauna Corellistraat 10 te Oss-
Pagina | 27
BIJLAGE 2 LIJSTEN BESCHERMDE SOORTEN
- Q2018.080-Quickscan flora en fauna Corellistraat 10 te Oss-
Pagina | 28
- Q2018.080-Quickscan flora en fauna Corellistraat 10 te Oss-
Pagina | 29
- Q2018.080-Quickscan flora en fauna Corellistraat 10 te Oss-
Pagina | 30
BIJLAGE 3 JAARROND BESCHERMDE NESTEN (CATEGORIE 1-4) Mogelijk dat in de loop der tijd per provincie de lijst met jaarrond beschermde nesten wordt aangepast. Voor een actuele stand van zaken dient altijd de stand van zaken in de desbetreffende provincie bekeken te worden.
- Q2018.080-Quickscan flora en fauna Corellistraat 10 te Oss-
Pagina | 31
- Q2018.080-Quickscan flora en fauna Corellistraat 10 te Oss-
Pagina | 32
BIJLAGE 4 LITERATUURLIJST
- Q2018.080-Quickscan flora en fauna Corellistraat 10 te Oss-
Pagina | 33
Broekhuizen, S e.a., Atlas van de Nederlandse zoogdieren, uitgeverij KNNV, Utrecht,1992 Diepenbeek A, Twisk P, Veldgids diersporen, KNNV, Zeist 2013 IKC Natuurbeheer, Handboek natuurdoeltypen in Nederland, uitgeverij Judels&Brinkman, Delft, 1995 Meesters, G, Natuuratlas van Nederland, uitgeverij Icob b.v. Alphen aan den Rijn, 2001 Olsen L-H, Dier & spoor, KNNV uitgeverij, 2012 Ravon, De amfibieën en reptielen van Nederland, 2009 Sovon Vogelonderzoek Nederland, Atlas van de Nederlandse Broedvogels, uitgeverij KNVV, Utrecht, 2002 Smit, J.T. & R.F.M. Krekels 2008. Vliegend hert op de Veluwe Beschermingsplan 2009-2013. – EIS-Nederland en Bureau Natuurbalans-Limes Divergens, Leiden – Nijmegen. Vogelbescherming Nederland, Topografische Inventarisatieatlas voor flora en fauna van Nederland, Zeist, 2003. www.google.nl minez.nederlandsesoorten.nl/soorten www.natura2000.nl www.nederlandsesoorten.nl www.ravon.nl www.synbiosys.alterra.nl www.sovon.nl www.vleermuizenindestad.nl www.vogelbescherming.nl www.vogelvisie.nl www.zoogdiervereniging.nl
- Q2018.080-Quickscan flora en fauna Corellistraat 10 te Oss-
Pagina | 34