ontwerp-toelichting (definitief).PDF
Tekst van het document
BESTEMMINGSPLAN Herziening 1 - Noord-West - Oss - 2013 Toelichting
Gemeente Oss | Raadhuislaan 2 | 5341 GM | Oss | T: 14 0412 | F: 0412 642605 | www.oss.nl |
Herziening 1 – Noord-West Oss - 2013 , pag. 1 van 54 ontwerp datum
Bestemmingsplan Herziening 1 – Noord-West Oss - 2013 ontwerp Toelichting
Gemeente Oss,
Herziening 1 – Noord-West Oss - 2013 , pag. 2 van 54 ontwerp datum
Datum
Herziening 1 – Noord-West Oss - 2013 , pag. 3 van 54 ontwerp datum
INHOUDSOPGAVE TOELICHTING Hoofdstuk 1 Inleiding ............................................................................................................................... 6 1.1 Aanleiding en korte planbeschrijving ............................................................................................ 6 1.2 Begrenzing plangebied ................................................................................................................. 6 1.3 Geldende bestemmingsplannen ................................................................................................... 6 Hoofdstuk 2 Bestaande situatie en programma....................................................................................... 8 2.1 Ontstaansgeschiedenis ................................................................................................................ 8 2.2 Bestaande situatie ........................................................................................................................ 8 2.3 Beoogde situatie ......................................................................................................................... 10 2.4 Stedenbouwkundige karakteristiek, functionele karakteristiek en beeldkwaliteit .......................
11 2.5 Groen en water ........................................................................................................................... 12 Hoofdstuk 3 Beleidskader en programma ............................................................................................. 12 3.1 Wettelijk kader ............................................................................................................................ 14 3.2 Rijksbeleid .................................................................................................................................. 16 3.3 Provinciaal beleid ....................................................................................................................... 18 3.4 Gemeentelijk beleid .................................................................................................................... 23 Hoofdstuk 4 Verantwoording.................................................................................................................. 33 4.1 Milieu- en omgevingsaspecten ................................................................................................... 33 4.2 Verantwoording Wonen ..............................................................................................................
42 4.3 Waarden ..................................................................................................................................... 42 4.4 Defensie...................................................................................................................................... 47 4.5 Milieueffectrapportage (M.e.r.) ................................................................................................... 47 Hoofdstuk 5 Toelichting op de regels .................................................................................................... 49 5.1 Algemeen.................................................................................................................................... 49 5.2 Regels......................................................................................................................................... 49 Hoofdstuk 6 Handhaving........................................................................................................................ 51 6.1 Beleidskader ............................................................................................................................... 51 6.2 Professionele handhaving en handhavingsprogramma .............................................................
51 6.3 Handhaafbaarheid, positief bestemmen, overgangsrecht .......................................................... 52 Hoofdstuk 7 Economische uitvoerbaarheid ........................................................................................... 53 Hoofdstuk 8 Overleg en maatschappelijke uitvoerbaarheid .................................................................. 54 8.1 Inspraak ...................................................................................................................................... 54 8.2 Vooroverleg ................................................................................................................................ 54
REGELS VERBEELDING BIJLAGEN zie separaat bijlagenboek
Herziening 1 – Noord-West Oss - 2013 , pag. 4 van 54 ontwerp datum
TOELICHTING Bestemmingsplan Herziening 3 – Noord-West Oss - 2013
Herziening 1 – Noord-West Oss - 2013 , pag. 5 van 54 ontwerp datum
Herziening 1 – Noord-West Oss - 2013 , pag. 6 van 54 ontwerp datum
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding en korte planbeschrijving
Dit plan gaat over de woonwagenlocatie aan de Brasem in Oss. De gemeenteraad van Oss heeft eind 2016 nieuw beleid voor de huisvesting van woonwagenbewoners vastgesteld. Kern van dit beleid is dat woonwagenbewoning in de gemeente Oss in de toekomst mogelijk blijft en dat er standplaatsen bijkomen. Op de woonwagenlocatie Brasem komen in totaal weer acht standplaatsen. Hiervoor is een nieuw inrichtingsplan gemaakt. Woningcorporatie BrabantWonen gaat de standplaatsen inrichten en de woonwagens verhuren. Deze herziening van het bestemmingsplan maakt de herontwikkeling mogelijk. 1.2
Begrenzing plangebied
Het plangebied wordt grofweg begrensd aan de zuidkant door de Gewandeweg en ten oosten door de Visstraat. Aan de westzijde bevindt zich een watergang met daarachter het buitengebied. Het woonwagencentrum heeft een eigen adres: Brasem. Het perceel is hieronder weergegeven.
Uitsnede uit bestemmingsplan Noord-West-Oss 2013 (bron: ruimtelijkeplannen.nl)
1.3
Geldende bestemmingsplannen
Het bestemmingsplan valt binnen het gebied van het bestemmingsplan ‘Noord-West-Oss-2013’. Dit bestemmingsplan is op 14 februari 2013 door de gemeenteraad vastgesteld. Deze partiële herziening betreft de verhoging van aantal toegestane woonwagenstandplaatsen van twee naar acht. Daarnaast wordt het woonwagencentrum heringericht. Er worden geen bestemmingen toegevoegd. Wel verandert de vorm en ligging van de drie bestaande bestemmingen (Wonen, Verkeer en Groen).
Herziening 1 – Noord-West Oss - 2013 , pag. 7 van 54 ontwerp datum
Na de inwerkingtreding van de voorliggende planherziening verliest het bestemmingsplan ‘Noord-WestOss-2013’ binnen het plangebied zijn rechtskracht met dien verstande dat de geldende planregels in de voorliggende planherziening grotendeels worden overgenomen.
Herziening 1 – Noord-West Oss - 2013 , pag. 8 van 54 ontwerp datum
Hoofdstuk 2 2.1
Bestaande situatie en programma
Ontstaansgeschiedenis
Op basis van het toenmalige woonwagenbeleid is in de periode 1980-1990 het grote woonwagencentrum Vorstengrafdonk ontmanteld en zijn er verspreid over de kern Oss kleinere woonwagenlocaties in of nabij de woonbuurten gesitueerd. In de bestaande wijken was er sprake van inbreiding waarbij de woonwagenlocaties van gemiddeld zes standplaatsen gesitueerd zijn in aanwezige groenzones. Bij de later nog te ontwikkelen uitbreidingswijken zijn de locaties al dan niet met een zogenaamd daghandelterrein integraal meegenomen in het stedenbouwkundig ontwerp. De woonwagenlocatie aan de Brasem maakte destijds onderdeel uit van de ontwikkeling van de woonbuurt Klein-Mikkeldonk als onderdeel van het uitbreidingsplan Mikkeldonk. Als gevolg van het in 2006 ingezette afbouwbeleid zijn de standplaatsen aan de Brasem afgebouwd. Het doel daarvan was om de integratie van woonwagenbewoners te bevorderen. De gemeente Oss heeft dit beleid, dat in lijn lag met rijksbeleid, tot omstreeks 2014 gevoerd. Als gevolg van een oordeel van het College voor de Rechten van de Mens is deze beleidslijn gewijzigd. De gemeente Oss heeft in 2016 namelijk nieuw huisvestingsbeleid voor woonwagenbewoners vastgesteld dat meer in overeenstemming is met het mensenrechtenkader voor de culturele identiteit van woonwagenbewoners.
Onderdeel van dit beleid is dat woonwagenstandplaatsen die de voorgaande jaren waren afgebouwd, weer teruggebracht worden om zo tot een vaste kernvoorraad te komen. Aan de Brasem betrof dit een toevoeging van zes standplaatsen. Door het in de afgelopen tijd vrijkomen van de twee overige standplaatsen aan de Brasem is het mogelijk om een volledige herontwikkeling van de locatie te realiseren met acht standplaatsen. De locatie wordt tegelijk helemaal vernieuwd, zodat deze weer eigentijds is en voldoet aan de huidige standaard.
2.2
Bestaande situatie
Luchtfoto locatie
De locatie ligt aan de rand van de woonbuurt en wordt aan de achterkant begrensd door een watergang van het Waterschap met de daarbij behorende groene onderhoudsstrook. De locatie staat met de rug naar het buitengebied en is gericht op de woonbuurt. De ontsluiting vindt dan ook plaats via de Visstraat die ook de verdere buurt ontsluit. Oorspronkelijk was hier ruimte voor zes woonwagens die in een L-vorm
Herziening 1 – Noord-West Oss - 2013 , pag. 9 van 54 ontwerp datum
stonden opgesteld. De woonwagenlocatie is inmiddels als gevolg van het voormalige afbouwbeleid voor een groot deel ontmanteld. Het terrein wordt nu niet meer bewoond en ligt grotendeels braak.
Herziening 1 – Noord-West Oss - 2013 , pag. 10 van 54 ontwerp datum
2.3
Beoogde situatie
Het plangebied biedt ruimte aan maximaal acht woonwagens. De afbeeldingen hieronder geven een impressie van de beoogde situatie.
Impressie vogelvlucht
Impressie vanuit bocht Visstraat richting projectlocatie
Impressie vanuit Meerval richting projectlocatie
Herziening 1 – Noord-West Oss - 2013 , pag. 11 van 54 ontwerp datum
2.4
Stedenbouwkundige karakteristiek, functionele karakteristiek en beeldkwaliteit
Belangrijke uitgangspunten voor het ontwerp zijn: - realiseren van een groene en open structuur; - de locatie een integraal en overzichtelijk onderdeel van de wijk maken; - voorzien in voldoende parkeergelegenheid; - voorkomen van verrommeling; - aandacht geven aan spelen in relatie tot verkeer. Gelet op de grote behoefte aan standplaatsen is bij de herontwikkeling van de locatie gezocht naar een optimaal gebruik van de beschikbare ruimte. Het betreft een herontwikkeling waarbij geen rekening behoefde te worden gehouden met de nog aanwezige woonwagens. Bij de nieuwe opzet is het mogelijk om acht standplaatsen te realiseren in een lijn-opstelling. Hierbij is uitgegaan van de in Oss gebruikte standaardmaat voor een standplaats van 10 x 20 meter.
Schetsontwerp
De locatie krijgt een duidelijke en harde erfscheiding tussen de standplaatsen en het aangrenzende openbare groen. De standplaatsen worden ontsloten via een erfstraat met een dubbele in- en uitgang op de Visstraat zodat er een goede verbinding is met de buurt. Op de als erfgebied ingerichte ontsluiting wordt direct langs de standplaatsen een langsparkeerstrook gesitueerd. In aanvulling hierop zullen nog negen kopsparkeerplaatsen worden aangelegd. In tegenstelling tot in eerdere bestemmingsplannen wordt er in functioneel opzicht geen onderscheid meer gemaakt tussen wonen op een woonwagenlocatie of in een woonbuurt. Dit betekent dat er nu ook
Herziening 1 – Noord-West Oss - 2013 , pag. 12 van 54 ontwerp datum
activiteiten, genoemd in de 'lijst van rechtstreeks toelaatbare aan huis gebonden activiteiten' mogelijk zijn. Het bedrijfsvloeroppervlakte mag dan niet meer dan 35 m2 bedragen. Onverminderd de bestemmingsplanregels en overige wet- en regelgeving voor de bouw en het gebruik van de planlocatie zal ook BrabantWonen als eigenaar/verhuurder van de woonwagens in die hoedanigheid toezien op het handhaven van de karakteristiek en beeldkwaliteit. De met toekomstige gebruikers te sluiten huurovereenkomst bevat zoals gebruikelijk onder meer afspraken over onderhoud, zorgvuldig gebruik van de woonwagens en het voorkomen van overlast.
Voorlopig ontwerp augustus 2020
2.5
Groen en water
De bestaande groenbestemmingen blijven in totaliteit bezien grotendeels behouden en worden deels verplaatst. De woonwagenlocatie is groen ingepast in de omgeving, zoals hiervoor toegelicht. Het gaat om openbaar groen. Het entreegebied (oostzijde), tegen de Visstraat aan, word wat “cultuurlijker” ingericht. Dat houdt in dat het gras regelmatig wordt gemaaid en de haag gesnoeid. Het geeft een verzorgd, parkachtig beeld als entree van het plangebied. De haag aan de Visstraat blijft laag om overzicht en sociale controle te waarborgen. De haag biedt beschutting voor verschillende fauna ter plaatse. In het gras komen diverse
Herziening 1 – Noord-West Oss - 2013 , pag. 13 van 54 ontwerp datum
soorten solitaire heesters en bomen. Diverse soorten met verschillende texturen en bloeitijden zorgen voor de diversiteit. De bestaande bomen langs de Visstraat worden gedund. Ze maken om en om plaats voor meer ruimte en groeimogelijkheden voor de te behouden bomen. Dit reguliere onderhoud draagt ook bij aan de integratie van de woonwagenlocatie in de wijk. Rondom de parkeerplaatsen en langs de erfgrenzen komen ook hagen. Ze voorzien een groen aanzicht tegen het blik en een eenduidig beeld als erfgrens. De noord, west en zuidzijde worden meer natuurlijk ingericht als overgang richting de omgeving en de polder. Het gras wordt doorgemengd met bloemenmengsel en wordt minder vaak gemaaid ten behoeve van de bijen, vlinders en andere biodiversiteit. In het natuurlijke gedeelte komen meerdere bosschages die dienen als schuilplek, beschutting en voedsel voor de wat grotere dieren zoals vogels en egels. De plantensoorten zijn inheems; soorten die van nature hier voorkomen. Inheemse soorten handhaven zich optimaal in onze heersende klimatologische omstandigheden en dragen bij aan de biodiversiteit. Denk aan soorten als rozen, liguster en mispel. Het regenwater dat in het plangebied valt wordt (deels oppervlakkig) afgevoerd en opgevangen in de wadi. Deze wadi is gelegen aan de zuidzijde van het plangebied tussen de Gewandeweg en de woonwagen locatie.
Een wadi zorgt er voor dat het gevallen water zoveel mogelijk en zo lang mogelijk op locatie blijft om in droge tijden bij te dragen aan de watervoorziening voor het groen. De wadi krijgt flauwe oevers op de zonzijde (noordzijde) ten behoeve van gunstige omstandigheden voor de flora en fauna. Er is een wandelroute om de locatie heen geprojecteerd die door het (natuurlijke) groen loopt en aansluit op bestaande routes in de omgeving.
Herziening 1 – Noord-West Oss - 2013 , pag. 14 van 54 ontwerp datum
Hoofdstuk 3 3.1
Beleidskader en programma
Wettelijk kader
3.1.1 Wet ruimtelijke ordening Op 1 juli 2008 is de Wet ruimtelijke ordening in werking getreden. De hoofdlijnen van de nieuwe wet zijn samengevat: - Decentraal wat kan en centraal wat moet: rijk en provincie moeten en mogen niet meer regelen dan wat de taak van deze overheden direct met zich brengt; - Rijk, provincie en gemeente hebben gelijke instrumenten en kunnen die inzetten voor de eigen taken op het gebied van de ruimtelijke ordening: structuurvisie, bestemmingsplan en projectafwijkingsbesluit; - Rijk en provincie kunnen zaken voor gemeente dwingend voorschrijven via een verordening en via een aanwijzing; - Er is een strikte scheiding tussen beleid en bestemmingsplan; beleidsdocumenten hebben geen directe juridische werking meer; - De goedkeuring van de provincie op bestemmingsplannen is vervallen; - Voor de realisering van projecten kan een projectafwijkingsbesluit genomen worden; - Voor gebieden waar geen ruimtelijke ontwikkelingen spelen kan de gemeente kiezen om een beheersverordening te maken in plaats van een bestemmingsplan; - Er is een drempel voor planschade van 2%; - De mogelijkheid van kostenverhaal bij grondexploitatie is verbeterd; - Bestemmingsplannen moeten analoog en digitaal worden gemaakt. 3.1.2 Grondexploitatiewet Tegelijk met de Wet ruimtelijke Ordening is de nieuwe Grondexploitatiewet (Grex-wet) in werking getreden.
De grondexploitatiewet is als paragraaf 6.4 in de nieuwe Wet ruimtelijke ordening opgenomen. De Grex-wet is noodzakelijk omdat eerdere wettelijke instrumenten voor kostenverhaal, te weten de exploitatieverordening en de baatbelasting, niet toereikend bleken. Doelstelling van de nieuwe wet is een goede regeling voor kostenverhaal, binnenplanse verevening en enkele locatie-eisen bij particuliere grondexploitatie. Onder de Grex-wet is kostenverhaal mogelijk via het privaatrechtelijke spoor (door middel van een vrijwillige samenwerkingsovereenkomst) en door middel van het publiekrechtelijke spoor. Eén van de belangrijkste vernieuwingen die de wet brengt, is het verplichtende karakter van kostenverhaal. Privaatrechtelijke afspraken hebben de voorkeur. Maar als een gemeente er niet in geslaagd is met alle particuliere eigenaren in een gebied een overeenkomst te sluiten over grondexploitatie moet de gemeente publiekrechtelijk kosten verhalen bij partijen waarmee geen contract is gesloten. Dit publiekrechtelijke verhaal gaat door middel van een exploitatieplan, waarvan de totstandkoming gelijk op moet lopen met een bestemmingsplan. De verplichting tot een publiekrechtelijke regeling is gekoppeld aan twee voorwaarden: 1. In de eerste plaats is een ruimtelijk besluit op grond van de Wet ruimtelijke ordening nodig.
Het publiekrechtelijk instrumentarium is alleen van toepassing bij de vaststelling van een bestemmingsplan, wijziging van een bestemmingsplan, of een projectafwijkingsbesluit. 2. De tweede voorwaarde is dat het ruimtelijk besluit voorziet in nieuwbouw of in belangrijke en omvangrijke verbouwplannen met functiewijzigingen. De bouwplannen waar het om gaat zijn in het Besluit ruimtelijke ordening aangewezen.
Herziening 1 – Noord-West Oss - 2013 , pag. 15 van 54 ontwerp datum
Dit bestemmingsplan voorziet in nieuwe bouwmogelijkheden. De Grondexploitatie-wetgeving is in principe dan ook van toepassing. De gronden van het woonwagencentrum aan de Brasem zijn echter in eigendom van de gemeente en worden op initiatief en kosten van de gemeente bouwrijp gemaakt. Vervolgens worden de gronden in bruikleen uitgegeven aan BrabantWonen. Met BrabantWonen heeft de gemeente verder afspraken gemaakt over de plaatsing en exploitatie van de woonwagens op de locatie. Als initiatiefnemer van het plan draagt de gemeente daarom zelf de kosten van de planologische procedure en van kostenverhaal op een particuliere initiatiefnemer is geen sprake. 3.1.3 Wet natuurbescherming De Wet natuurbescherming is op 1 januari 2017 in werking getreden en beschermt Nederlandse natuurgebieden en planten- en diersoorten. Het is belangrijk voor de natuur dat er veel verschillende planten- en diersoorten zijn. Wanneer het met de natuur goed gaat, is er ook meer ruimte voor economische en andere maatschappelijke activiteiten. Maar sommige soorten zijn kwetsbaar, zoals vleermuizen en mussen. Een goede natuurbescherming is dan ook belangrijk. De Wet natuurbescherming vervangt 3 wetten die tot 1 januari 2017 golden: • De Natuurbeschermingswet 1998. Deze wet regelde de natuurbescherming van gebieden. • De Flora- en faunawet.
Deze wet beschermde in het wild voorkomende diersoorten en plantensoorten. • De Boswet. Deze wet beschermde de Nederlandse bossen. Met één wet en minder regels wordt de regelgeving voor natuurbescherming overzichtelijker. Rolverdeling tussen provincies en Rijk Sinds 1 januari 2017 bepalen de provincies wat wel en niet mag in de natuur binnen de provincie. De provincies zorgen voor de vergunningen en ontheffingen. De Rijksoverheid blijft verantwoordelijk voor het beleid van grote wateren en internationaal beleid (zoals Natura2000). Ruimtelijke plannen en omgevingsvergunningen die invloed hebben op beschermde natuur moeten passen binnen de Wet natuurbescherming, Daarnaast gelden ook provinciale regelingen voor natuurbescherming. 3.1.4 Erfgoedwet en overgangsregeling omgevingswet De Erfgoedwet beschermt het cultureel erfgoed in Nederland. De wet is op 1 juli 2016 in werking getreden en vervangt zes wetten en regelingen. In deze wet staan regels om belangrijk cultureel erfgoed beter te beschermen en behouden.
De Erfgoedwet vervangt de volgende zes wetten en regelingen op het gebied van cultureel erfgoed: • Monumentenwet 1988 (deels); • Wet verzelfstandiging rijksmuseale diensten; • Wet tot behoud van cultuurbezit; • Wet tot teruggave cultuurgoederen uit bezet gebied; • Uitvoeringswet UNESCO-verdrag 1970 over onrechtmatige invoer, uitvoer of eigendomsoverdracht van cultuurgoederen; • Regeling materieel beheer museale voorwerpen. In de Erfgoedwet staat wat cultureel erfgoed is, hoe de overheid omgaat met roerend cultureel erfgoed (zoals schilderijen), wie welke verantwoordelijkheden heeft en hoe de overheid daar toezicht op houdt. Het beschermingsregime voor de in de grond aanwezige dan wel te verwachten monumenten (lees archeologische resten) net als de bescherming van gebouwde rijksmonumenten wordt opgenomen in de Omgevingswet. Vooruitlopend op de ingang van de Omgevingswet is het deel van de Monumentenwet 1988 dat gaat over de fysieke leefomgeving geregeld in het overgangsrecht van de Erfgoedwet. Het gaat om:
Herziening 1 – Noord-West Oss - 2013 , pag. 16 van 54 ontwerp datum
• • •
vergunningen tot wijziging, sloop of verwijdering van rijksmonumenten. verordeningen, bestemmingsplannen, vergunningen en ontheffingen op het gebied van archeologie. bescherming van stads- en dorpsgezichten.
Het erfgoed in de ruimtelijke ordening wordt nu nog voor een belangrijk deel geregeld via de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Ruimtelijke plannen die toepassing hebben op cultureel erfgoed moeten passen binnen wettelijke kaders van de Erfgoedwet en ook de regelingen die in andere wetten en regelgeving is opgenomen, zoals de Wabo en het Bro. 3.2
Rijksbeleid
3.2.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte Op 13 maart 2012 heeft de minister van Infrastructuur en Ruimte de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) vastgesteld. De visie stelt het (integrale) kader voor het ruimtelijk- en mobiliteitsbeleid op rijksniveau in Nederland. In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte schetst het kabinet hoe Nederland er in 2040 uit moet zien: concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig. Tot 2028 heeft het kabinet in de SVIR drie Rijksdoelen geformuleerd: - Het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijkeconomische structuur van Nederland. (concurrerend) - Het verbeteren en ruimtelijk zekerstellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat. (bereikbaar) - Het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke cultuurhistorische waarden behouden zijn. (leefbaar en veilig) Verstedelijkings- en landschapsbeleid wordt overgelaten aan gemeenten en provincies. Gemeenten krijgen ruimte voor kleinschalige natuurlijke groei geënt op het bouwen van huizen die aansluiten bij de woonwensen van mensen. Bij het beheren en ontwikkelen van natuur krijgen boeren en particulieren in het landelijk gebied een grotere rol. Bij gebiedsontwikkelingen moet de daadwerkelijke vraag van bewoners, bedrijven en organisaties leidend worden.
Om zorgvuldig ruimtegebruik te bevorderen wordt een ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd: eerst kijken of er vraag is naar een bepaalde nieuwe ontwikkeling, vervolgens kijken of het bestaande stedelijk gebied of bestaande bebouwing kan worden hergebruikt en, mocht nieuwbouw echt nodig zijn, altijd zorgen voor een optimale (multimodale) bereikbaarheid. Bij het verbeteren van de bereikbaarheid wordt sterk gelet op het samenspel tussen alle modaliteiten (weg, spoor, water) in samenhang met ruimtelijke ontwikkeling. Er moet innovatief worden omgegaan met de benutting van de infrastructuur. 3.2.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Indien nationale belangen met het oog op een goede ruimtelijke ordening dat vergen, kan de minister regels stellen aan de inhoud van bestemmingsplannen. Dit heeft de minister, in de vorm van een algemene maatregel van bestuur, gedaan in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Op 30 december 2011 is dit besluit in werking getreden.
Herziening 1 – Noord-West Oss - 2013 , pag. 17 van 54 ontwerp datum
Het kabinet heeft in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) vastgesteld dat voor een aantal onderwerpen verdere regels gesteld moeten worden. In het Barro komen dertien nationale belangen als titels terug. De volgende kunnen relevant zijn voor ruimtelijke plannen in de gemeente Oss: - Rijksvaarwegen - Grote rivieren - Defensie - Hoofdwegen en landelijke spoorwegen - Elektriciteitsvoorziening - Buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen - Natuurnetwerk Nederland - Primaire waterkeringen buiten het kustfundament De regels in het besluit zijn concreet normstellend benoemd en moeten direct of indirect (door tussenkomst van de provincie) doorwerken tot het niveau van de lokale besluitvorming. De indirecte doorwerking komt enkel bij de Ecologische Hoofdstructuur en de Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarden voor. Het Barro voorziet verder in een hoofdstuk overige bepalingen en gaat gepaard met meerdere bijlagen. In deze bijlagen worden onder andere de belangen van de grote rivieren en defensie geografisch begrensd. Bij het opstellen van bestemmingsplannen (en andere ruimtelijke besluiten) dient rekening te worden gehouden met de bepalingen van het Barro.
Voor de gemeente Oss zijn met name de titels met betrekking tot de rijksvaarwegen, de grote rivieren, primaire waterkeringen buiten het kustfundament en defensie (rechtstreeks) van belang. De regels in titel 2.4 Grote rivieren vormen feitelijk de doorwerking van de Beleidsregels Grote rivieren. Ten aanzien van titel 2.6 Defensie wordt de enige mogelijke beperking gevormd door de bescherming van het radarverstoringsgebied van de vliegbasis Volkel. 3.2.3 Besluit ruimtelijke ordening en “Ladder voor duurzame verstedelijking” Vanaf 1 oktober 2012 is ‘de ladder voor duurzame verstedelijking’ een procesvereiste voor ruimtelijke plannen die nieuwe stedelijke ontwikkelingen mogelijk maken (Bro art. 3.1.6 lid 2). Gemeenten moeten plannen, die een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maken, motiveren volgens de Ladder voor duurzame verstedelijking. Het doel van de Ladder is zorgvuldig en duurzaam ruimtegebruik, met oog voor de toekomstige ruimtebehoefte en ontwikkelingen in de omgeving.
Per 1 juli 2017 is de Ladder vereenvoudigd, en vervangen door de volgende tekst (artikel 3.1.6 lid 2 Besluit ruimtelijke ordening): “De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien”. Stedelijke ontwikkelingen zijn bijvoorbeeld een bedrijventerrein, kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen. Nieuwe stedelijke ontwikkeling zijn ontwikkelingen, die nog niet eerder in een bestemmingsplan of ander juridisch verbindend ruimtelijk plan zijn opgenomen. Het plan voor de Brasem maakt de realisering van acht woonwagens mogelijk met dien verstande dat twee woonwagens op grond van het geldende bestemmingsplan al zijn toegestaan. De planlocatie ligt binnen het bestaand stedelijke gebied van Oss. Bij minder dan twaalf woningen is echter geen sprake van een stedelijke ontwikkeling in de zin van de Ladder voor duurzame verstedelijking. Het voorliggende plan hoeft in zoverre niet verantwoord te worden vanuit de huidige behoefte. In hoofdstuk 2 is wel in algemene zin op de behoefte aan woonwagens ingegaan.
Herziening 1 – Noord-West Oss - 2013 , pag. 18 van 54 ontwerp datum
3.3
Provinciaal beleid
3.3.1 Brabantse Omgevingsvisie: De kwaliteit van Brabant, visie op de Brabantse leefomgeving Op 14 december 2018 hebben Provinciale Staten de Omgevingsvisie ‘De kwaliteit van Brabant’ vastgesteld. De Omgevingsvisie bevat de hoofdlijnen van het provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving. De visie beschrijft de strategische hoofdopgaven voor de lange termijn over klimaatverandering, energietransitie, verstedelijking en bereikbaarheid, concurrerende duurzame economie en de basis op orde. Voor deze opgaven wordt aangegeven wat de ambities op lange termijn zijn: wat is er nodig om Brabant in 2050 een gezonde, veilige en prettige leefomgeving te laten zijn? Ook is een concreet tussendoel geformuleerd voor het jaar 2030, om zo te kijken wat in dat jaar minimaal bereikt moet zijn om het lange termijndoel te kunnen halen. De Omgevingsvisie geeft ook aan op welke nieuwe manieren de provincie met betrokkenen wil samenwerken aan omgevingsvraagstukken en welke waarden daarbij centraal staan. Na de inwerkingtreding van de Omgevingswet zal de Omgevingsvisie de provinciale plannen, zoals de structuurvisie, het verkeers- en vervoersplan, het milieu- en waterplan en de natuurvisie vervangen. De basisopgave van de Brabantse Omgevingsvisie is werken aan veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit.
Deze basisopgave is veelomvattend en gaat over milieuaspecten, als een schone bodem, schoon water (ondergrond) en schone lucht. Maar ook om landschappelijke en cultuurhistorische aantrekkelijkheid, een goede woon- en werkomgeving met een aantrekkelijk aanbod aan voorzieningen, stilte en een natuurrijke omgeving, waarin biodiversiteit en recreatie hand in hand gaan. Om deze basisopgave te verwezenlijken zijn er vier hoofdopgaven gesteld: Werken aan de Brabantse energietransitie Door de grote invloed van klimaatverandering nu, en in de toekomst werkt de provincie aan een energietransitie met als einddoel om in 2050 100% duurzame energie op te wekken. Door aan te sluiten bij de Nationale Energieagenda wordt het landelijk beleid gevolgd. Vervolgens wordt een heldere koers opgesteld met regio en gemeentes. Participatie zal een essentieel onderdeel vormen voor verdere planvorming. Werken aan een ‘klimaatproof’ Brabant Door de alsmaar groter wordende impact van klimaatverandering op ons dagelijks leven dient Brabant hier maatregelen voor te nemen. Er zal een klimaatbestendige en waterrobuuste inrichting worden ontwikkeld. Dit houdt in dat het beeklandschap wordt aangepast om wateroverlast te voorkomen. Om schade aan de landbouwsector te voorkomen wordt innovatie van deze sector, om in te spelen op klimaatverandering, gestimuleerd.
Het einddoel is dat Brabant in 2050 klimaatbestendig en waterrobuust is ingericht. Werken aan de slimme netwerkstad Duurzame verstedelijking draagt bij aan de ontwikkeling van steden die voorbereid zijn op de toekomst. Steden worden beter met elkaar verbonden. Mensen moeten zich makkelijker kunnen verplaatsen. Ook wordt de bereikbaarheid van nabije voorzieningen gestimuleerd. Hierdoor wordt het aantal verkeersbewegingen met de auto teruggedrongen en wordt deze van de fiets bijvoorbeeld gestimuleerd. Ondertussen wordt de mobiliteit gestimuleerd door het openbaar vervoer toekomstbestendig te maken,
Herziening 1 – Noord-West Oss - 2013 , pag. 19 van 54 ontwerp datum
wordt innovatie van zelfrijdende auto’s gestimuleerd en wordt de mobiliteit van bedrijven vergroot. Met als doel: dat in 2050 het stedelijk netwerk van Brabant als één samenhangend duurzaam en concurrerend netwerk van steden en dorpen functioneert, als onderdeel van de Noordwest- Europese metropool. Werken aan een concurrerende, duurzame economie Een concurrerende, duurzame economie bestaat uit verschillende onderdelen. Het stimuleren van een circulaire economie zorgt voor een toekomstbestendige economie. Innovatie wordt hierdoor gestimuleerd en de productencyclus wordt efficiënter. Hiernaast is een verdergaande digitalisering een ontwikkeling die moet worden gestimuleerd en waaruit vele voordelen kunnen worden gehaald. Het kan bijdragen aan de aantrekkelijkheid van bedrijven in de provincie waarmee het vestigingsklimaat wordt gestimuleerd. Met al deze ontwikkelingen dient echter de sociale impact altijd in ogenschouw te worden genomen. Door het benadrukken van de sociale impact van al deze veranderingen worden de inwoners van Brabant betrokken en zullen zij uiteindelijk het meest profijt van de ontwikkelingen hebben. Met als einddoel: in 2050 is Brabant de top kennis- en innovatieregio in Europa. Het toevoegen van de woonwagenstandplaatsen waar het bestemmingsplan in voorziet, past in het streven naar duurzame verstedelijking.
De wijze waarop dit concreet in dit plan gebeurt, is beschreven in hoofdstuk 2. 3.3.2 Structuurvisie Ruimtelijke Ordening 2010 – partiële herziening 2014 Op 19 maart 2014 is de Structuurvisie ruimtelijke ordening 2014 in werking getreden. Deze structuurvisie is een actualisatie van de visie die in 2010 werd vastgesteld. Belangrijke beleidswijzigingen ten opzichte van de structuurvisie van 2010 hebben betrekking op de realisatie van natuur en de transitie naar zorgvuldige veehouderij in Brabant. Deze structuurvisie blijft gelden tot de inwerkingtreding van de Omgevingswet. De structuurvisie is een schakel tussen de structuurvisies van Rijk en gemeenten op het gebied van ruimtelijke ordening. De structuurvisie geeft helderheid over de ruimtelijke belangen en doelen van de provincie en de wijze waarop zij haar instrumentarium inzet. De provincie kiest met de structuurvisie voor een duurzame ontwikkeling, waarin de kwaliteiten van de provincie sturend zijn bij de ruimtelijke keuzes die de komende jaren op de provincie afkomen. Nieuwe ontwikkelingen moeten bijdragen aan de kracht en de identiteit, aan het vestigings- en leefklimaat van Noord-Brabant.
De visie van de provincie bestaat op hoofdlijnen uit een robuust en veerkrachtig natuuren watersysteem, uit een multifunctioneel landelijk gebied waar functies landbouw, recreatie en natuur in relatie tot elkaar ruimte krijgen, en een gevarieerd en aantrekkelijk stedelijk gebied, met sterke steden, groene geledingszones en uitloopgebieden. Structuren: ambitie, beleid en uitvoering De structuren geven een hoofdkoers aan, een ruimtelijk ontwikkelingsperspectief voor een combinatie van functies. Maar ook waar functies worden uitgesloten of welke randvoorwaarden de provincie aan functies stelt. Binnen de structuren is ruimte voor regionaal maatwerk. De volgende vier structuren worden onderscheiden. - De groenblauwe structuur - Het landelijk gebied - De stedelijke structuur - De infrastructuur
Herziening 1 – Noord-West Oss - 2013 , pag. 20 van 54 ontwerp datum
Structurenkaart
De stedelijke structuur bestaat uit de steden en dorpen. De verschillen tussen de steden, suburbane kernen, dorpen en plattelandskernen zijn in ruimtelijk, sociaal en economisch opzicht een belangrijke kwaliteit van Brabant. Concentratie van verstedelijking vindt plaats in het zogenaamd ‘kralensnoer’ van steden (op de overgang van zand naar klei, tussen Bergen op Zoom en Oss) en rond de steden op het zand. Hier wordt de bovenlokale groei van de verstedelijking opgevangen. Grootschalige stedelijke ontwikkelingen met een bovenregionaal karakter wil de provincie concentreren in de vijf grote Brabantse steden. Binnen de stedelijke structuur onderscheidt de provincie twee ontwikkelingsperspectieven: stedelijk concentratiegebied en kernen in het landelijk gebied. De stad Oss behoort tot het stedelijk concentratiegebied. Binnen de stedelijke structuur wil de provincie het volgende bereiken: 1. Concentreren van verstedelijking Om bij te dragen aan een onderscheidend leef- en vestigingsklimaat is het belangrijk dat er in NoordBrabant verschil blijft tussen de steden en de kernen in het landelijk gebied. De provincie wil dat er verschillende kwaliteiten worden ontwikkeld voor wonen en werken rond de steden en in het landelijk gebied.
Bij de opgave voor werken wordt het accent verlegd naar de te ontwikkelen kwaliteiten, de inzet op herstructurering en het beheer van bestaand stedelijk gebied. Door verstedelijking te concentreren zijn er meer mogelijkheden om een hoog voorzieningenniveau in stand te houden en verder te ontwikkelen. Dat gebeurt rond goed ontsloten gebieden, zoals in dynamische stadscentra en op knooppunten van infrastructuur. 2. Inspelen op demografische ontwikkelingen Naar verwachting zal overal in Brabant de komende decennia de bevolkingsgroei afnemen en zullen steeds meer gemeenten te maken krijgen met een afname van de bevolking. Deze demografische ontwikkelingen hebben voor vele beleidsterreinen gevolgen en hierop moet tijdig worden ingespeeld. Om concurrentie tussen gemeenten en regio’s, overproductie en leegstand te voorkomen neemt het belang van regionale afstemming en het maken van afspraken toe, bijvoorbeeld met betrekking tot de programma’s voor wonen en werken. 3. Zorgvuldig ruimtegebruik De provincie wil dat de kansen voor functiemenging, inbreiding, herstructurering en zo nodig transformatie in het stedelijk gebied goed worden benut, inclusief de mogelijkheden voor intensivering en meervoudig ruimtegebruik. Hierdoor is minder ruimte nodig voor stedelijke uitbreidingen. Het ‘aansnijden van nieuwe ruimte’ voor verstedelijking wordt in samenhang bezien met deze mogelijkheden.
Zorgvuldig omgaan met de beschikbare ruimte betekent dat er ook aandacht is voor de kwalitatieve vraag naar woon- en werklocaties; het is soms nodig nieuwe ruimte aan te snijden om in de kwalitatieve vraag te voorzien. 4. Meer aandacht voor ruimtelijke kwaliteit
Herziening 1 – Noord-West Oss - 2013 , pag. 21 van 54 ontwerp datum
De provincie wil dat nieuwe ontwikkelingen meer inspelen op het karakter en de kwaliteit van de plek, zodat karakteristieke verschillen tussen locaties zichtbaar blijven. In gebiedspaspoorten is aangegeven welke regionale kwaliteiten de provincie belangrijk vindt. Ook voor ontwikkelingen langs grote infrastructuren (weg, spoor, water) worden eisen aan de kwaliteit gesteld. 5. Betere verknoping van stedelijke ontwikkelingen aan de infrastructuur Een betere verknoping van stedelijke ontwikkelingen aan infrastructuur draagt bij aan een goede bereikbaarheid en daarmee aan het (inter)nationale vestigingsklimaat van Noord-Brabant. Verstedelijking en infrastructuur worden in onderlinge samenhang ontwikkeld. De provincie wil dat de ontwikkeling van bezoekersintensieve voorzieningen, kantorenlocaties, werklocaties en grootschalige recreatieve voorzieningen zich concentreren op goed ontsloten, multimodale plekken. 6. Versterking van de economische kennisclusters Noordoost Brabant legt zich toe op life sciences & medische technologie, food & nutricion en hightech. De positie van de kennisclusters kan worden versterkt door een vestigingsklimaat te bieden dat de uitwisseling van kennis tussen bedrijven, overheden en onderwijsinstellingen stimuleert.
Door de verdienstelijking van de economie en het thematiseren van werklocaties ontstaat er steeds meer menging van verschillende soorten bedrijven en functies. De menging heeft niet alleen positieve gevolgen. De provincie wil de negatieve effecten van deze menging tegengaan door voldoende ruimte te bieden aan bedrijven met een hinder- en risicoprofiel die zich niet laten mengen met ander soortige bedrijven en functies. In het Regionaal Ruimtelijke Overleg vindt afstemming plaats en worden afspraken gemaakt over wonen, werken en voorzieningen. In regionaal verband worden jaarlijks regionale agenda’s voor wonen opgesteld. Dit gebeurt ook voor werken. Zorgvuldig ruimtegebruik en de toepassing van de SER-ladder zijn voorwaarden bij het maken van regionale afspraken. De ontwikkeling die met dit bestemmingsplan mogelijk wordt past met name goede binnen de eerste vier doelstellingen zoals hierboven beschreven. Voor een verdere toelichting wordt verwezen naar hoofdstuk 2. 3.3.3 Interim omgevingsverordening Noord-Brabant In oktober 2019 is de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant vastgesteld. De Interim omgevingsverordening Noord-Brabant bevat alle provinciale regels voor de fysieke leefomgeving. De verordening zorgt voor kaderstellende doorvertaling van de omgevingsvisie en het bestaande provinciaal beleid.
De Interim omgevingsverordening Noord-Brabant is een eerste stap in de implementatie van de Omgevingswet op provinciaal niveau. Voordat de Omgevingswet in werking treedt, wordt de definitieve omgevingsverordening vastgesteld. Net zoals de Omgevingswet een groot aantal wetten vervangt, vervangt de Brabantse omgevingsverordening een aantal provinciale verordeningen. De Interim omgevingsverordening Noord-Brabant vervangt de Provinciale milieuverordening, Verordening natuurbescherming, Verordening Ontgrondingen, Verordening ruimte, Verordening water en de Verordening wegen. In de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant staan regels voor: Burgers en bedrijven: dit zijn rechtstreeks werkende regels voor activiteiten. Deze regels bevatten de voorwaarden om zo’n activiteit te mogen verrichten. Deze regels geven ook aan of de start van een activiteit vooraf moet worden gegaan door een melding.
Herziening 1 – Noord-West Oss - 2013 , pag. 22 van 54 ontwerp datum
Bestuursorganen van de overheid: dit zijn zogenaamde instructieregels. Met deze regels kan de provincie een opdracht geven aan gemeenten over onderwerpen die zij in het bestemmingsplan moeten opnemen of aan het waterschap over de manier waarop ze hun taken uitvoeren. De Brasem ligt in een gebied dat volgens de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant de aanduiding ‘Stedelijke gebied’ heeft. Daarom zijn de regels uit Afdeling 3.5 stedelijke ontwikkeling en mobiliteit relevant. Voor stedelijke ontwikkelingen zijn er twee werkingsgebieden opgenomen: 1. Stedelijk gebied met een onderverdeling in: • Stedelijk concentratiegebied • Kernen in landelijk gebied 2. Verstedelijking afweegbaar. Er is een basisregeling geformuleerd voor duurzame stedelijke ontwikkeling. Uitgangspunt daarbij is dat eerst de mogelijkheden in ‘Stedelijk gebied’ worden benut of de mogelijkheden in leegkomend of leegstaand erfgoed elders in de gemeente. Als daarbinnen vanuit kwalitatieve- of kwantitatieve overwegingen geen ruimte beschikbaar is, kan een afweging worden gemaakt voor nieuw ruimtebeslag in ‘Verstedelijking afweegbaar’. In artikel 3.42 duurzame stedelijke ontwikkeling is het volgende opgenomen: Lid 1: Een bestemmingsplan dat voorziet in de ontwikkeling van een locatie voor wonen, werken of voorzieningen ligt binnen Stedelijk gebied en bevat een onderbouwing dat: a.
de ontwikkeling past binnen de regionale afspraken, bedoeld in afdeling 5.4 Regionaal samenwerken; b. het een duurzame stedelijke ontwikkeling is. Lid 2: Een duurzame stedelijke ontwikkeling voor wonen, werken of voorzieningen: a. bevordert een goede omgevingskwaliteit met een veilige en gezonde leefomgeving; b. bevordert zorgvuldig ruimtegebruik, waaronder de transformatie van verouderde stedelijke gebieden; c. geeft optimaal invulling aan de mogelijkheden voor productie en gebruik van duurzame energie; d. houdt rekening met klimaatverandering, waaronder het tegengaan van hittestress en voldoende ruimte voor de opvang van water; e. geeft optimaal invulling aan de mogelijkheden voor duurzame mobiliteit; f. draagt bij aan een duurzame, concurrerende economie. In artikel 3.6 zorgvuldig ruimtegebruik is het volgende opgenomen: Lid 1: Zorgvuldig ruimtegebruik houdt in dat: a. de toedeling van functies in beginsel plaatsvindt binnen bestaand ruimtebeslag voor bebouwing behalve in de gevallen dat: 1. nieuwvestiging mogelijk is op grond van de bepalingen in dit hoofdstuk; 2. er feitelijk of vanuit kwalitatieve overwegingen onvoldoende ruimte is en uitbreiding, al dan niet gelijktijdig met de vestiging van een functies, op grond van de bepalingen in dit hoofdstuk is toegestaan; b. bij stedelijke ontwikkeling toepassing is gegeven aan artikel 3.1.6.
tweede lid, Besluit ruimtelijke ordening (ladder voor duurzame verstedelijking); c. gebouwen, bijbehorende bouwwerken en andere permanente voorzieningen worden geconcentreerd binnen een bouwperceel. Lid 2: Onder bestaand ruimtebeslag voor bebouwing wordt verstaan het werkingsgebied Stedelijk Gebied of een bestaand bouwperceel.
Herziening 1 – Noord-West Oss - 2013 , pag. 23 van 54 ontwerp datum
Bij stedelijke ontwikkelingen is de relatie gelegd met de afspraken die in het regionaal overleg zijn gemaakt. Deze afspraken gaan over onder andere over duurzame verstedelijking en zorgvuldig ruimtegebruik. Afdeling 5.4 Regionaal samenwerken gaat nader in op de wijze van regionale samenwerking, de onderwerpen van de samenwerking en het maken van regionale afspraken in het regionaal omgevingsoverleg. Van belang zijn de prognoses en analyses die periodiek door Gedeputeerde Staten worden opgesteld. In artikel 5.18 prognoses is hierover het volgende opgenomen: Lid 1: Gedeputeerde Staten stellen in overleg met de regio’s ten minste eens per bestuursperiode relevante prognoses en analyses op, zoals in ieder geval een bevolkings- en woningbehoefteprognose, een prognose voor de ruimtebehoefte aan bedrijventerreinen en een trendanalyse van de mobiliteitsontwikkeling, die richting gevend zijn voor de gezamenlijk te maken afspraken. Lid 2: De prognoses en analyses houden rekening met het principe van concentratie en verstedelijking. Dit plan voor de realisatie van acht woonwagenstandplaatsen ligt in de kern Oss, in de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant aangeduid als ‘Stedelijk gebied’. De uit artikel 3.42, 3.6 en 5.18 van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant voortvloeiende verantwoording van deze ontwikkeling is opgenomen in paragraaf 4.2 en hoofdstuk 2.
3.4
Gemeentelijk beleid
3.4.1 Structuurvisie Op 1 maart 2006 is de structuurvisie voor de gemeente Oss vastgesteld. De structuurvisie schetst de ruimtelijke koers van de gemeente op de langere termijn (tot 2020). Het is de opvolger van het Ruimtelijk Ontwikkelingsplan 1996 - 2015. In de visie zijn op het gebied van het wonen de volgende opgaven geformuleerd: - het versterken van de kwaliteit en de diversiteit van de woonmilieus; - het verhogen van de leefbaarheid in de wijken en de kernen; - het voorzien in de woningbehoefte, met name voor ouderen en jongeren; - het verhogen van de keuzemogelijkheden in het aanbod van woningen en woonmilieus; - het vasthouden van de huishoudens met de hogere inkomens. Ten aanzien van het voorzieningenniveau is in de visie neergelegd dat de gemeente Oss er naar zal streven een bereikbaar voorzieningenpakket voor de wijken en de kernen in stand te houden. 3.4.2 Toekomstvisie Oss op weg naar 2020 In 2004 is de toekomstvisie voor de gemeente Oss opgesteld. Hierin wordt aangegeven welke ontwikkelingen voor Oss op de langere termijn van belang zijn. De visie geeft richting aan de beleidsontwikkeling voor de komende jaren. Voor het thema wonen is aangegeven dat sociale woningbouw aandacht behoeft.
Met extra inspanningen wil de gemeente Oss de komende jaren het tekort aan woningen voor starters, ouderen en mensen met een laag inkomen wegwerken door de bouw van zowel betaalbare huurwoningen als betaalbare koopwoningen. Verder wordt aangegeven dat regionale voorzieningen op het gebied van cultuur, sport en zorg in een regionaal centrum als de stad Oss thuishoren. Er wordt ingezet op behoud van aanwezige regionale voorzieningen (zorg, dienstverlening, onderwijs en cultuur) en waar mogelijk op uitbreiding daarvan. De recreatieve functie
Herziening 1 – Noord-West Oss - 2013 , pag. 24 van 54 ontwerp datum
dient te worden versterkt en een brede deelname aan sport en cultuur te worden ondersteund. Tot slot dient een goede bereikbaarheid van het centrum gewaarborgd te blijven. 3.4.3 Wonen De Woonvisie Gemeente Oss 2020 formuleert de belangrijkste doelen en ambities voor het wonen in Oss voor de komende jaren. De woonvisie 2020 bestendigt de visie en ambities uit de Woonvisie 2013 en plaatst deze in het huidig tijdsgewricht. Daarbij geeft de Woonvisie 2020 de richting en focus op het gemeentelijk woonbeleid voor de komende jaren. Met de woonvisie wil de gemeente Oss aan vier ambities uitvoering geven: • Complete woongemeente. Aandacht voor de woonomgeving in bestaande wijken en kernen. Een flexibel en gedifferentieerd woningbouwprogramma. • Comfortabele woningvoorraad. Een woningvoorraad die aansluit bij de behoeften en wensen van de bewoners. De woningen zijn duurzaam en toekomstbestendig. • Een (t)huis van alle groepen inwoners. Aandacht voor de groep kwetsbare inwoners met een zorgbehoefte die in de toekomst in een reguliere woning moeten blijven wonen. Ook aandacht voor de inwoners met een middeninkomen en jongeren die in de koop- en huursector buiten de boot dreigen te vallen. • Versterking van de woonfunctie van Oss, ook in regionaal opzicht.
3.4.4 Portefeuillemanagement ‘Wonen’ Voor de bepaling van het woningbouwprogramma hanteert de gemeente Oss sinds 2012 de systematiek van het Portefeuillemanagement Wonen (PFM Wonen Oss). Dit is ook vastgelegd in de Woonvisie Oss, actualisatie 2020. Er vindt periodiek een strategische afweging en prioritering van woningbouwprojecten plaats. De provinciale prognoses en de gemeentelijke doelstellingen voor woningbouw zijn de basis voor deze afweging. De systematiek van de PFM wordt steeds toegepast bij de afweging van nieuwe plannen voor woningbouw, telkens tegen de achtergrond van de meest actuele ontwikkelingen op de Osse woningmarkt. In 2019 zijn de uitgangspunten van het portefeuillemanagement Wonen geactualiseerd (PFM Wonen, actualisatie december 2019). Daarmee wordt aangesloten op de actuele behoefte, ontwikkelingen en de prognoses. Enkele uitgangspunten van PFM Wonen Oss zijn: • Met het portefeuillemanagement bepalen we het woningbouwprogramma van Oss, zowel naar omvang als kwalitatieve samenstelling. Dit programma stemmen we af op de bestaande woningvoorraad en de behoefte van de verschillende doelgroepen qua woningtype, eigendomsvorm en woonmilieus. • PFM Wonen maakt het mogelijk om nieuwbouwprojecten in de hele gemeente strategisch af te stemmen in planning en prioriteit. De keuzen en prioritering maken we op basis van een afweging van beleidskeuzes uit de woonvisie.
Maar ook de ruimtelijk-functionele meerwaarde voor een gebied, de verplichtingen uit het verleden en de financiën wegen we mee. • De omvang van de woningbouwopgave is afgeleid van de prognose van de provincie Noord-Brabant. De meest recente prognose is van mei 2017 en geeft een bandbreedte voor de opgave: Laag (autonome opgave woningvoorraad vanuit bevolkingsprognose) en hoog (autonome opgave + inlopen huidige tekorten). We richten ons voor de komende 10 jaarsperiode op de opgave op basis van de hoge prognose. Dit is het kader waarbinnen we woningbouw in dit bestemmingsplan afwegen. • De provinciale prognose is berekend op het niveau van de totale gemeente. We vertalen deze prognose door naar de woningbehoefte in de verschillende gebiedsdelen van Oss. Voor het landelijke gebied is de opgave voor woningbouw gericht op de behoefte vanuit de natuurlijke bevolkingsontwikkeling in de landelijke kernen. Het zwaartepunt van stedelijke ontwikkelingen, waaronder woningbouw, ligt in de stedelijke zone Oss-Berghem. Dit is ook het uitgangspunt van het provinciale beleid.
Herziening 1 – Noord-West Oss - 2013 , pag. 25 van 54 ontwerp datum
•
De kwalitatieve samenstelling van het woningbouwprogramma is afgestemd op de behoefte vanuit de verwachte ontwikkeling van de bevolkingssamenstelling en de bevindingen uit verschillende onderzoeken 1. De kwalitatieve opgave verschilt per gebiedsdeel (stedelijk gebied - landelijk gebied). Gezien de vergrijzing van de bevolking en de toename van kleinere huishoudens zijn starters en ouderen belangrijke aandachtgroepen. In de programmeringen liggen de hoofdaccenten bij toegankelijkheid, betaalbaarheid en duurzaamheid van de nieuwe woningen. Aandachtspunt blijft ook de verbreding naar toekomstgerichte woonmilieus, Oss als woongemeente versterken.
Voor de afweging en prioritering in het woningbouwprogramma zijn alle mogelijkheden voor woningbouw in Oss in beeld gebracht. Op de eerste plaats is dit de zogenaamde harde plancapaciteit. Woningbouw is op deze plekken al rechtstreeks mogelijk op basis van de bestaande bestemmingsplannen en bouwvergunningen. Daarnaast hebben we ook de zachte plancapaciteiten in beeld gebracht. Dit zijn concrete initiatieven voor woningbouw, die al dan niet al in procedure zijn, globale plannen die in gebiedsvisies zijn opgenomen en mogelijkheden voor woningbouw door herontwikkeling of transformatie van bestaande gebouwen of functies. 3.4.5 Visie Toerisme en Recreatie In de nota toerisme & recreatie staat de economische ontwikkeling en het behoud van de leefbaarheid centraal. Daarbij wordt met name gericht op de het landelijk gebied in de gemeente Oss en de voormalige gemeente Lith. Binnen de gemeenten wordt onderscheid tussen verschillende zones. Deze zones zijn de Maasrand, het poldergebied, de stad Oss, Herperduin en de stadsrand. Per zone worden de sterke en zwakke punten beschreven, maar ook de onderlinge relatie tussen de verschillende zones. Dit bestemmingsplan gaat niet over Toerisme en Recreatie dus in zoverre is de nota toerisme & recreatie niet van toepassing.
3.4.6 Beleid aan huis gebonden activiteiten Op 22 november 2012 heeft de gemeenteraad het Beleid aan huis gebonden activiteiten – Actualisatie 2012 vastgesteld. Het beleid voor aan huis gebonden activiteiten is opgesteld om mogelijkheden te bieden aan ondernemen vanuit de eigen woning. Door de jaren heen zijn de activiteiten die aan huis worden ondernomen steeds meer divers geworden. Het gaat allang niet meer alleen om een huisarts of accountant aan huis. Er is een breed scala dat aan huis uitgeoefend kan worden. Voorbeelden zijn een adviesbureau, pedicure of afslanksalon. Ook komen er steeds vaker vragen om kleinschalige cursussen te mogen geven, voor kleinschalige kinderopvang, ambachtelijke bedrijfjes of een bed en breakfast. Met het beleid wordt ingespeeld op de veranderende inzichten over aan huis gebonden activiteiten. Er wordt ruimte gegeven aan deze nieuwe vormen om vanuit de thuissituatie te werken. Het gaat dus altijd om een bewoner die de activiteit uitvoert. Een andere belangrijke voorwaarde is steeds dat de activiteit zich goed verhoudt met de woonomgeving. Het beleid aan huis gebonden activiteiten is er op gericht om zoveel mogelijk rechtstreeks toe te staan. Er is een lijst opgesteld met een breed scala aan activiteiten die rechtstreeks mogen worden uitgeoefend in de woning. Deze lijst is als bijlage 2 opgenomen bij de regels van het moederplan.
Bij het opstellen van de lijst van rechtstreeks toegestane activiteiten is de woonomgeving het uitgangspunt geweest. Dit houdt in dat er geen bedrijven op staan die veel verkeer aantrekken of activiteiten die milieuhinder veroorzaken, die niet past in een woonomgeving. Het oppervlak van de rechtstreeks toegestane activiteiten is 35m2.
1 Onder andere het regionaal perspectief op bouwen en wonen (2019) en de Regionale Woningmarktmonitor 2018, het Regionale Woningmarktonderzoek (2019).
Herziening 1 – Noord-West Oss - 2013 , pag. 26 van 54 ontwerp datum
Maar niet alle activiteiten kunnen rechtstreeks in een woning worden uitgevoerd. Soms is een toetsing vooraf nodig. Als dit positief is, wordt toestemming verleend in de vorm van een ‘omgevingsvergunning waarbij van het bestemmingsplan wordt afgeweken’. Bij deze afweging spelen publieksaantrekkende werking en milieu- en verkeersaspecten altijd een rol. Voor het verlenen van een omgevingsvergunning voor afwijkend gebruik moet de aanvrager een concrete aanvraag om toestemming bij de gemeente indienen. 3.4.7 Detailhandel De Visie op de detailhandelsstructuur Oss 2006-2015 (vastgesteld op 14 februari 2008) kent een concentratiegedachte en hiërarchie in winkelgebieden als uitgangspunten. Doel van de concentratiegedachte is de consument te bedienen in een fijnmazige verzorgingsstructuur van winkelcentra, waarbinnen de detailhandel zoveel mogelijk is geconcentreerd. Uitgegaan wordt van een duurzame aanbodstructuur die bestaat uit ook op de langere termijn levensvatbare en elkaar aanvullende detailhandelsvoorzieningen. Het hiërarchische systeem kent het centrum van Oss als hoofdwinkelcentrum (recreatieve functie, aanbod op modisch gebied, versterking lokale en regionale positie). In de wijken en buurten zijn de voorzieningen geclusterd in een wijk- of buurtcentrum gericht op de dagelijkse aankopen (de ‘boodschappencentra’).
Daarnaast zijn er winkelbranches benoemd die zich buiten de winkelcentra kunnen vestigen. Ook hierbij wordt gestreefd naar clustering binnen zogenaamde perifere detailhandelszones op bedrijventerreinen, bij voorkeur in de vorm van thematisering: bijvoorbeeld de wooninrichting op de woonboulevard. Voor de wijken en buurten is het uitgangspunt dat de inwoners van Oss, waar het draagvlak het toelaat, beschikken over een zo compleet mogelijk dagelijks winkelaanbod op acceptabele afstand van de woning. Hierbij wordt ingezet op een geconcentreerd voorzieningenaanbod in de winkelcentra. Een moderne fullservice supermarkt is daarbij een randvoorwaarde om voldoende trekkracht en perspectief te genereren voor de overige dagelijkse voorzieningen. Dit bestemmingsplan gaat niet over detailhandel dus in zoverre is voornoemde visie niet van toepassing. 3.4.8 Horeca In het Integraal Horecabeleidsplan zijn de sociaal-maatschappelijke, economische en ook ruimtelijke aspecten van de horecabranche betrokken.
Ruimtelijk gezien zijn de volgende uitgangspunten uit het horecabeleidsplan van belang: gestreefd wordt naar een clustering van horeca met andere publieksgerichte voorzieningen; gebieden met een overheersende woonfunctie zijn horecaluwe gebieden; het beleid is niet gericht op uitbreiding van de horecafuncties; in de gemengde gebieden met voorzieningen (wijk- en buurtcentra) en langs hoofdstraten waar al meerdere publieksgerichte voorzieningen aanwezig zijn, is horeca met een gebiedsgerichte functie toelaatbaar. voor de wijk- en buurtcentra gaat het vooral om daghoreca die zich richt op het winkelende publiek, zoals een lunchroom of cafetaria. In specifieke situaties kan bij voorzieningenclusters de vestiging van een café als gerichte buurtontmoetingsplek voorstelbaar zijn. De bestaande horecavoorzieningen in de buurten en wijken liggen veelal aan de hoofdstraten waar al meerdere publieksgerichte voorzieningen aanwezig zijn. Het ruimtelijk beleid is hier consoliderend, dat wil zeggen dat deze voorzieningen overwegend gehandhaafd kunnen blijven. In het beleidsplan wordt verder aangegeven dat het streven erop is gericht om bij de actualisering van bestemmingsplannen de regels te standaardiseren aan de hand van standaardregels. Voor de horeca zijn hiertoe vijf horecabestemmingen geformuleerd.
Dit bestemmingsplan gaat niet over horeca dus in zoverre is voornoemd beleidsplan niet van toepassing.
Herziening 1 – Noord-West Oss - 2013 , pag. 27 van 54 ontwerp datum
3.4.9 Kantoren Eind 2011 heeft de gemeenteraad de Kantorennota ‘Meer grip op de Osse Kantorenmarkt’ vastgesteld. Dit is een herziening van de gemeentelijke kantorennota uit 2008. Door de economische crisis was het wenselijk de berekeningen uit 2008 opnieuw tegen het licht te houden. Uit de nota van 2010 blijkt dat er binnen de gemeente Oss nog steeds behoefte is aan nieuwe kantoorruimte. Die behoefte is wel minder dan in 2008. Daaruit volgt dat duidelijke keuzes moeten worden gemaakt over locaties. Waar in de nota van 2008 nog verschillende locaties (waaronder bedrijventerrein Euterpelaan) als geschikt voor kantoorontwikkeling werden genoemd, legt de nota uit 2010 de nadruk op het kiezen voor de beste locatie. In een veranderende kantorenmarkt is een centrum/stationslocatie het locatietype dat toekomstgericht is en het beste aansluit bij de wensen van de moderne kantoorgebruiker. Dit o.a. vanwege de dubbele bereikbaarheid, multifunctionaliteit en gebiedskwaliteit. Nieuwe kantoorontwikkelingen dienen plaats te vinden op centrum/stationslocaties. Vanuit de beperkte behoefte betekent dit dat met het toestaan van kantoren op andere locaties terughoudend moet worden omgegaan, zeker gezien de geconstateerde versnippering van het Osse kantooraanbod. Dit bestemmingsplan gaat niet over kantoren dus in zoverre is voornoemde nota niet van toepassing.