CConstaterende datOss
Koppel je AI →
Document · PDF

Ontwerp ruimtelijke onderbouwing juni 2021.DOCX

Adviescommissie Ruimte 23 september 2021, gemeente OssBij agendapunt: A Positionering Gezondheidscentrum De Ruwaard21.143 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Gezondheidscentrum De Ruwaard, pag. 1 van 51 juni 2021

Ruimtelijke onderbouwing Gezondheidscentrum De Ruwaard ontwerp Toelichting

Gemeente Oss, juni 2021

Gezondheidscentrum De Ruwaard, pag. 2 van 51 juni 2021

Gezondheidscentrum De Ruwaard, pag. 3 van 51 juni 2021

INHOUDSOPGAVE TOELICHTING Hoofdstuk 1 Inleiding................................................................................................................................5 1.1 Aanleiding en korte planbeschrijving ............................................................................................5 1.2 Begrenzing plangebied .................................................................................................................5 1.3 Geldende bestemmingen..............................................................................................................6 Hoofdstuk 2 Bestaande situatie en programma .......................................................................................8 2.1 Bestaande situatie ........................................................................................................................8 2.2 Beoogde situatie ...........................................................................................................................9 2.3 Stedenbouwkundige karakteristiek .............................................................................................10 2.4 Functionele karakteristiek ...........................................................................................................10 2.5 Groen en water

...........................................................................................................................10 Hoofdstuk 3 Beleidskader en programma..............................................................................................11 3.1 Wettelijk kader ............................................................................................................................11 3.2 Rijksbeleid ..................................................................................................................................13 3.3 Provinciaal beleid........................................................................................................................15 3.4 Gemeentelijk beleid ....................................................................................................................21 Hoofdstuk 4 Verantwoording..................................................................................................................27 4.1 Programma gezondheidsvoorzieningen (Ladder voor Duurzame Verstedelijking).....................27 4.2 Milieu- en omgevingsaspecten ...................................................................................................29 4.3 Waarden .....................................................................................................................................39 4.4

Defensie......................................................................................................................................42 4.5 Milieueffectrapportage (M.e.r.)....................................................................................................43 Hoofdstuk 5 Economische uitvoerbaarheid ...........................................................................................45 Hoofdstuk 6 Overleg en maatschappelijke uitvoerbaarheid...................................................................46 6.1 Vooroverleg ................................................................................................................................46 6.2 Thema-bijeenkomst ....................................................................................................................50 6.3 Zienswijzenprocedure.................................................................................................................51

BIJLAGEN zie separaat bijlagenboek

Gezondheidscentrum De Ruwaard, pag. 4 van 51 juni 2021

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING Gezondheidscentrum De Ruwaard

Gezondheidscentrum De Ruwaard, pag. 5 van 51 juni 2021

Hoofdstuk 1

1.1

Inleiding

Aanleiding en korte planbeschrijving

In het gebied rondom winkelcentrum De Ruwert speelt een aantal ontwikkelingen. Eén van die ontwikkelingen is de verplaatsing van wijkcentrum D’n Iemhof naar de Sterrebosflat. Andere ontwikkelingen in het gebied zijn de uitbreiding van de Albert Heijn, het herschikken van winkels binnen het winkelcentrum en verbeteren van de ingangen van het winkelcentrum. Gemeente Oss wil het parkeren rondom winkelcentrum De Ruwert verbeteren en uitbreiden daar waar nu D’n Iemhof is gelegen en herinrichten nabij de Albert Heijn. Daarnaast wil de gemeente op de locatie van D’n Iemhof grond beschikbaar stellen ten behoeve van een gezondheidscentrum. Met de initiatiefnemers (huisartsen en apothekers) is hiervoor een intentieovereenkomst getekend. Omdat op de beoogde locatie verschillende bestemmingen geldend zijn, is het realiseren van een nieuw gezondheidscentrum op basis van het geldende bestemmingsplan niet rechtstreeks mogelijk. Het plan kan wel gerealiseerd worden door een projectafwijkingsprocedure te volgen. Voor deze afwijking van het geldende planologische beleid is een goede ruimtelijke onderbouwing nodig met bijbehorende onderzoeken. Deze ruimtelijke onderbouwing voorziet hierin.

1.2

Begrenzing plangebied

Het plangebied voor de nieuwbouw van het gezondheidscentrum ligt in de Dichtersbuurt van de wijk Ruwaard in de kern Oss. De planlocatie is gelegen tussen Paganinistraat (oostzijde) en de Brederostraat (westzijde) ter hoogte van de Jacob Catsstraat. Het plangebied wordt aan de zuidzijde begrensd door de Sterrebosflat. Aan noordzijde is de huidige Iemhof gelegen. Het plangebied bestaat uit de kadastrale percelen bekend als gemeente Oss, sectie L, nummers 2006 (ged.), 4837 (ged.) en 4814 (ged.). De gronden zijn in eigendom van Stichting Wijkcentrum Ruwaard, Stichting Brabantwonen en gemeente Oss. Op onderstaande luchtfoto is de planlocatie globaal aangeduid met een gele cirkel.

Globale aanduiding plangebied

Gezondheidscentrum De Ruwaard, pag. 6 van 51 juni 2021

1.3

Geldende bestemmingen

Het plangebied is gelegen in het geldende bestemmingsplan “Ruwaard Oss 2010”. Dit bestemmingsplan is vastgesteld op 4 november 2010 en in werking getreden op 27 januari 2011. Het plangebied is gelegen binnen de bestemmingen ‘Maatschappelijk’, ‘Wonen-Woongebouwen’, ‘Tuin’ en ‘Verkeer-Verblijf’.

Uitsnede bestemmingsplan “Ruwaard Oss 2010”. De locatie van het gezondheidscentrum is globaal aangeduid in een blauw kader.

De voor ‘Maatschappelijk’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. maatschappelijke voorzieningen op het gebied c.q. in de vorm van: - gezondheidszorg (incl. apotheek) - jeugdopvang - kinder- en naschoolse opvang - onderwijs - openbaar bestuur en dienstverlening - religie en levensbeschouwing - uitvaartcentrum - verenigingsleven - welzijnsinstelling - zorginstelling b. alsmede onzelfstandige en ondergeschikte dienstverlening, detailhandel en horeca in combinatie met en ten dienste van deze voorzieningen; c. aan de hoofdfunctie ondergeschikte verkeers- en groenvoorzieningen, tuinen, erven, terreinen en waterhuishoudkundige voorzieningen. Daarnaast is bepaald dat gebouwen uitsluitend binnen het bouwvlak mogen worden gebouwd met een maximale goot- en bouwhoogte van 9 meter. De voor ‘Wonen-Woongebouwen’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen in de vorm van woongebouwen; b. bijbehorende bovengrondse en/of ondergrondse parkeervoorzieningen; c. aan de hoofdfunctie ondergeschikte verkeers- en groenvoorzieningen, tuinen, erven en terreinen.

Gezondheidscentrum De Ruwaard, pag. 7 van 51 juni 2021

Daarnaast is bepaald dat gebouwen uitsluitend binnen het bouwvlak mogen worden gebouwd met een maximale goot- en bouwhoogte van 9 meter. De voor ‘Tuin’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. tuinen behorende bij de op de aangrenzende gronden met de bestemming gelegen hoofdgebouwen; b. ondergeschikte bebouwing; c. aan de hoofdfunctie ondergeschikte voorzieningen zoals terrassen, paden, parkeervoorzieningen en waterhuishoudkundige voorzieningen. Op deze gronden mogen bij de woning behorende bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd. De voor ‘Verkeer-Verblijf’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wegen, woonstraten, erven en pleinen; b. parkeervoorzieningen; c. de overdekte stalling van motorvoertuigen uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'garage'; d. nutsvoorzieningen; e. groenvoorzieningen; f. speelvoorzieningen en kunstobjecten; g. terreinen voor markten, standplaatsen en evenementen; h. voorzieningen ten behoeve van afvalinzameling en openbaar vervoer; i. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; Op of in deze gronden mogen geen gebouwen, maar uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd. Gezien bovenstaande bestemmingen zou het realiseren van een gezondheidscentrum alleen rechtstreeks mogelijk zijn binnen het bouwvlak van de bestemming ‘Maatschappelijk’.

Maar het te realiseren gebouw is voor het grootste gedeelte gelegen buiten het bouwvlak van de bestemming ‘Maatschappelijk’. Het ligt hoofdzakelijk in de andere genoemde bestemmingen, waarbinnen het realiseren van een gezondheidscentrum niet direct is toegestaan. Er zijn geen binnenplanse afwijkings- of wijzigingsmogelijkheden aanwezig op grond waarvan medewerking kan worden verleend. Daarom is besloten om via een projectafwijkingsprocedure medewerking te verlenen aan deze ontwikkeling. Deze medewerking is mogelijk door een buitenplanse afwijking van het bestemmingsplan toe te passen op grond van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3º van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Voor deze afwijkingsprocedure moet de uitgebreide voorbereidingsprocedure van afdeling 3.4 Algemene wet bestuursrecht (Awb) worden doorlopen. De aanvraag omgevingsvergunning moet worden voorzien van een ruimtelijke onderbouwing, waaruit blijkt dat sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Voorliggende ruimtelijke onderbouwing met bijbehorende onderzoeken voorziet hierin.

Gezondheidscentrum De Ruwaard, pag. 8 van 51 juni 2021

Hoofdstuk 2

2.1

Bestaande situatie en programma

Bestaande situatie

De bestaande locatie is weergegeven in onderstaande afbeeldingen. De gele omlijning op de luchtfoto geeft globaal de planlocatie weer. Op de foto’s is de huidige staat en het gebruik van de planlocatie te zien. Zo is er bebouwing aanwezig van D’n Iemhof en De Spil. Ten zuiden en zuid-westen van deze bebouwing is het terrein gedeeltelijk bestraat en ingericht met lage beplanting. Ten westen van De Spil is in het plangebied een grote boom aanwezig. Ook zijn er bomen aanwezig aan de rand van het plangebied, ter plaatse van het trottoir aan de Brederostraat. Ten oosten van De Spil is het terrein ook ingericht met lage beplanting en bestrating. Aan de rand bij het trottoir aan de Sterrebos zijn bomen aanwezig. Aan de Sterrebos zijn parkeervoorzieningen ingericht.

Luchtfoto planlocatie

Foto vogelvlucht in zuidelijke richting

Openbaar groen en bestrating ten zuid-westen van d’n Iemhof en De Spil

Foto vogelvlucht in noordelijke richting

De bebouwing van D’n Iemhof en De Spil dateert uit midden jaren zeventig van de vorige eeuw. Ook de Sterrebosflat en het winkelcentrum zijn in de jaren zeventig gebouwd. De hoogte van D’n Iemhof bedraagt maximaal circa 8 meter, maar is gedeeltelijk lager (ongeveer 4 meter). De hoogte van De Spil bedraagt ongeveer 4 meter. De Sterrebosflat bestaat uit 7 verdiepingen en is ongeveer 24 meter hoog. Winkelcentrum De Ruwert heeft een bouwhoogte van ongeveer 4,5 meter. Ter hoogte van de planlocatie zijn aan de westzijde van de Brederostraat en in de Jacob Catsstraat rijwoningen aanwezig. Deze zijn eind jaren zestig van de vorige eeuw gebouwd en bestaan uit twee bouwlagen met een kap.

Gezondheidscentrum De Ruwaard, pag. 9 van 51 juni 2021

De bebouwing van D’n Iemhof en De Spil zal worden gesloopt nadat de ontmoetingsfunctie van wijkcentrum D’n Iemhof is verplaatst naar de Sterrebosflat. De opening van het wij(k)huis De Haard staat gepland voor het 1e kwartaal van 2021.

2.2

Beoogde situatie

Het wijkcentrum krijgt onderdak in de Sterrebosflat. Daarna wordt de oude Iemhof gesloopt. Ook de bebouwing van De Spil wordt gesloopt, als het nieuwe wijkcentrum in de Sterrebosflat gereed is. Door de sloop van deze bebouwing komt er ruimte vrij voor een nieuw gezondheidscentrum. Daarnaast worden de vrijkomende gronden ingericht met parkeerplaatsen. Deze zijn zowel voor het gezondheidscentrum, het wijkcentrum als ook voor het winkelcentrum. Het gezondheidscentrum wordt geprojecteerd ten noorden van de Sterrebosflat, op enige afstand van de flat. Op die manier blijft er meer ruimte over voor het realiseren van voldoende parkeerplaatsen. Het gezondheidscentrum gaat ruimte bieden aan drie huisartsenpraktijken en een apotheek. Daarnaast worden twee fysiotherapiepraktijken, een podotherapiepraktijk, een psychologenpraktijk en een diëtiekpraktijk gehuisvest in het gezondheidscentrum. Samen bedienen zij ruim tienduizend patiënten. De verwachting is dat het gezondheidscentrum ongeveer 3.000 bezoekers per week ontvangt. Om de huisartsen, apotheker en andere gebruikers van het centrum voldoende ruimte te bieden is een gezondheidscentrum nodig met een oppervlakte van ongeveer 2.000 m2 in twee bouwlagen. Het gebouw heeft een lengte van ruim 42 meter en een breedte van circa 28 meter. Onderstaande afbeelding geeft de toekomstige locatie weer van het gezondheidscentrum.

Schets toekomstige locatie gezondheidscentrum

Het gezondheidscentrum krijgt zowel aan de Paganinistraat als aan de Brederostraat een entree. De beide entrees zijn via een centrale ruimte met elkaar verbonden. In het midden bevindt zich de toegang tot de verdieping. Beide entrees hebben een directe verbinding met de nieuwe parkeerplaats, waar nu D’n Iemhof nog staat. De personeelsingang van de huisartsen ligt ook aan dit parkeerterrein. De huisartsen houden praktijk op de verdieping. De paramedici hebben hun ruimtes op de begane grond. De apotheek bevindt zich naast de entree aan de Paganinistraat.

Gezondheidscentrum De Ruwaard, pag. 10 van 51 juni 2021

Aan de architectuur en uitstraling van het gebouw wordt veel aandacht besteed. Uiteraard moet het nieuwe centrum voldoen aan alle eisen die de gezondheidszorg daaraan stelt. Het parkeerterrein aan de noordzijde van het gezondheidscentrum wordt bereikbaar vanuit de Paganinistraat. Het gezondheidscentrum is veilig te bereiken voor voetgangers en fietsers. Onderstaande afbeelding geeft een impressie van het nieuwe gezondheidscentrum.

Impressie nieuwe gezondheidscentrum

2.3

Stedenbouwkundige karakteristiek

Het gezondheidscentrum ligt in de wijk Ruwaard. De Ruwaard is een wijk uit de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw. De wijk is functioneel en planmatig van opzet. De hoofdrichting in de verkaveling van Ruwaard wordt bepaald door de spoorlijn en de daarop haaks gesitueerde straten. Kenmerkend voor de wijk Ruwaard zijn de ruime ontsluitingswegen die in het groen liggen. De verkeersstructuur knipt de wijk qua grootte in vergelijkbare delen. Binnen deze opzet zijn verschillende woonbuurten te onderscheiden. Centraal tussen de buurten ligt een voorzieningenstrook, hier komt het gezondheidscentrum.

2.4

Functionele karakteristiek

De wijk Ruwaard kent een helder opgezette stedenbouwkundige structuur. De verkeerstructuur deelt de wijk op in negen buurten. De buurten hebben een woonkarakter met uitzondering van een bedrijventerrein en een wijkpark. Andere functies zijn geconcentreerd in de voorzieningenstrook. Daar ligt winkelcentrum De Ruwert en de Sterrebosflat, een woningcomplex voor oudere bewoners. In de Sterrebosflat is sinds kort het nieuwe wijkcentrum gevestigd. Het oude wijkcentrum D’n Iemhof stond tussen het winkelcentrum en de Sterrebosflat in. In dat wijkcentrum hadden huisartsen en paramedische voorzieningen hun praktijk. Door de sloop van D’n Iemhof is er ruimte voor een toekomstbestendig gezondheidscentrum. In het gezondheidscentrum komt een groepspraktijk voor huisartsen, is ruimte voor paramedische diensten en een apotheek.

2.5

Groen en water

Binnen het plangebied is ten westen van De Spil een Ailanthus altissima (Hemelboom) aanwezig. Het betreft hier geen waardevolle boom. Deze boom zal waarschijnlijk gerooid moeten worden om plaats te maken voor de nieuwbouw van het gezondheidscentrum. De bomen aan de rand van de planlocatie (eik en linde) kunnen waarschijnlijk behouden blijven, omdat de nieuwbouw daar niet geprojecteerd wordt. Het aanwezige groen betreft heesters en bodembedekkers. De omliggende gronden van het gezondheidscentrum zullen opnieuw worden ingericht met groen en bestrating. Regenwater zal worden opgevangen binnen de planlocatie.

Gezondheidscentrum De Ruwaard, pag. 11 van 51 juni 2021

Hoofdstuk 3

3.1

Beleidskader en programma

Wettelijk kader

3.1.1 Wet ruimtelijke ordening Op 1 juli 2008 is de Wet ruimtelijke ordening in werking getreden. De hoofdlijnen van de wet zijn samengevat: - Decentraal wat kan en centraal wat moet: rijk en provincie moeten en mogen niet meer regelen dan wat de taak van deze overheden direct met zich brengt; - Rijk, provincie en gemeente hebben gelijke instrumenten en kunnen die inzetten voor de eigen taken op het gebied van de ruimtelijke ordening: structuurvisie, bestemmingsplan en projectafwijkingsbesluit; - Rijk en provincie kunnen zaken voor gemeente dwingend voorschrijven via een verordening en via een aanwijzing; - Er is een strikte scheiding tussen beleid en bestemmingsplan; beleidsdocumenten hebben geen directe juridische werking meer; - De goedkeuring van de provincie op bestemmingsplannen is vervallen; - Voor de realisering van projecten kan een projectafwijkingsbesluit genomen worden; - Voor gebieden waar geen ruimtelijke ontwikkelingen spelen kan de gemeente kiezen om een beheersverordening te maken in plaats van een bestemmingsplan; - Er is een drempel voor planschade van 2%; - De mogelijkheid van kostenverhaal bij grondexploitatie is verbeterd; - Bestemmingsplannen moeten analoog en digitaal worden gemaakt.

3.1.2 Grondexploitatiewet Tegelijk met de Wet ruimtelijke ordening is de Grondexploitatiewet (Grex-wet) in werking getreden. De grondexploitatiewet is als paragraaf 6.4 in de Wet ruimtelijke ordening opgenomen. De Grex-wet is noodzakelijk omdat eerdere wettelijke instrumenten voor kostenverhaal, te weten de exploitatieverordening en de baatbelasting, niet toereikend bleken. Doelstelling van de nieuwe wet is een goede regeling voor kostenverhaal, binnenplanse verevening en enkele locatie-eisen bij particuliere grondexploitatie. Onder de Grex-wet is kostenverhaal mogelijk via het privaatrechtelijke spoor (door middel van een vrijwillige samenwerkingsovereenkomst) en door middel van het publiekrechtelijke spoor. Eén van de belangrijkste vernieuwingen die de wet brengt, is het verplichtende karakter van kostenverhaal. Privaatrechtelijke afspraken hebben de voorkeur. Maar als een gemeente er niet in geslaagd is met alle particuliere eigenaren in een gebied een overeenkomst te sluiten over grondexploitatie moet de gemeente publiekrechtelijk kosten verhalen bij partijen waarmee geen contract is gesloten. Dit publiekrechtelijke verhaal gaat door middel van een exploitatieplan, waarvan de totstandkoming gelijk op moet lopen met een bestemmingsplan. De verplichting tot een publiekrechtelijke regeling is gekoppeld aan twee voorwaarden: 1.

In de eerste plaats is een ruimtelijk besluit op grond van de Wet ruimtelijke ordening nodig. Het publiekrechtelijk instrumentarium is alleen van toepassing bij de vaststelling van een bestemmingsplan, wijziging van een bestemmingsplan, of een projectafwijkingsbesluit. 2. De tweede voorwaarde is dat het ruimtelijk besluit voorziet in nieuwbouw of in belangrijke en omvangrijke verbouwplannen met functiewijzigingen. De bouwplannen waar het om gaat zijn in het Besluit ruimtelijke ordening aangewezen.

Gezondheidscentrum De Ruwaard, pag. 12 van 51 juni 2021

Dit plan voorziet in nieuwe bouwmogelijkheden. De Grondexploitatie-wetgeving is dan ook van toepassing. Dat betekent dat meerkosten voor de planologische procedure als gevolg van particuliere ontwikkelingen dienen te worden verhaald op de initiatiefnemer(s). De verhaal van deze kosten kan op twee manieren worden geregeld, namelijk via een anterieure overeenkomst of via een exploitatieplan. De gemeente Oss heeft nadrukkelijk de voorkeur om dit via een anterieure overeenkomst met de initiatiefnemer te regelen omdat het opstellen van een exploitatieplan aanzienlijke meerkosten voor gemeente én initiatiefnemer tot gevolg heeft.

3.1.3 Wet natuurbescherming De Wet natuurbescherming is op 1 januari 2017 in werking getreden en beschermt Nederlandse natuurgebieden en planten- en diersoorten. Het is belangrijk voor de natuur dat er veel verschillende planten- en diersoorten zijn. Wanneer het met de natuur goed gaat, is er ook meer ruimte voor economische en andere maatschappelijke activiteiten. Maar sommige soorten zijn kwetsbaar, zoals vleermuizen en mussen. Een goede natuurbescherming is dan ook belangrijk. De Wet natuurbescherming vervangt 3 wetten die tot 1 januari 2017 golden:  De Natuurbeschermingswet 1998. Deze wet regelde de natuurbescherming van gebieden.  De Flora- en faunawet. Deze wet beschermde in het wild voorkomende diersoorten en plantensoorten.  De Boswet. Deze wet beschermde de Nederlandse bossen. Met één wet en minder regels wordt de regelgeving voor natuurbescherming overzichtelijker. Rolverdeling tussen provincies en Rijk Sinds 1 januari 2017 bepalen de provincies wat wel en niet mag in de natuur binnen de provincie. De provincies zorgen voor de vergunningen en ontheffingen. De Rijksoverheid blijft verantwoordelijk voor het beleid van grote wateren en internationaal beleid (zoals Natura2000).

Ruimtelijke plannen en omgevingsvergunningen die invloed hebben op beschermde natuur moeten passen binnen de Wet natuurbescherming, Daarnaast gelden ook provinciale regelingen voor natuurbescherming.

3.1.4 Erfgoedwet en overgangsregeling omgevingswet De Erfgoedwet beschermt het cultureel erfgoed in Nederland. De wet is op 1 juli 2016 in werking getreden en vervangt zes wetten en regelingen. In deze wet staan regels om belangrijk cultureel erfgoed beter te beschermen en behouden. De Erfgoedwet vervangt de volgende zes wetten en regelingen op het gebied van cultureel erfgoed:  Monumentenwet 1988 (deels);  Wet verzelfstandiging rijksmuseale diensten;  Wet tot behoud van cultuurbezit;  Wet tot teruggave cultuurgoederen uit bezet gebied;  Uitvoeringswet UNESCO-verdrag 1970 over onrechtmatige invoer, uitvoer of eigendomsoverdracht van cultuurgoederen;  Regeling materieel beheer museale voorwerpen. In de Erfgoedwet staat wat cultureel erfgoed is, hoe de overheid omgaat met roerend cultureel erfgoed (zoals schilderijen), wie welke verantwoordelijkheden heeft en hoe de overheid daar toezicht op houdt. Het beschermingsregime voor de in de grond aanwezige dan wel te verwachten monumenten (lees archeologische resten) net als de bescherming van gebouwde rijksmonumenten wordt opgenomen in de Omgevingswet. Vooruitlopend op de ingang van de Omgevingswet is het deel van de Monumentenwet 1988 dat gaat over de fysieke leefomgeving geregeld in het overgangsrecht van de Erfgoedwet. Het gaat om:

Gezondheidscentrum De Ruwaard, pag. 13 van 51 juni 2021

  

vergunningen tot wijziging, sloop of verwijdering van rijksmonumenten. verordeningen, bestemmingsplannen, vergunningen en ontheffingen op het gebied van archeologie. bescherming van stads- en dorpsgezichten.

Het erfgoed in de ruimtelijke ordening wordt nu nog voor een belangrijk deel geregeld via de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Ruimtelijke plannen die toepassing hebben op cultureel erfgoed moeten passen binnen wettelijke kaders van de Erfgoedwet en ook de regelingen die in andere wetten en regelgeving is opgenomen, zoals de Wabo en het Bro.

3.2

Rijksbeleid

3.2.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte Op 13 maart 2012 heeft de minister van Infrastructuur en Ruimte de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) vastgesteld. De visie stelt het (integrale) kader voor het ruimtelijk- en mobiliteitsbeleid op rijksniveau in Nederland. In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte schetst het kabinet hoe Nederland er in 2040 uit moet zien: concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig. Tot 2028 heeft het kabinet in de SVIR drie Rijksdoelen geformuleerd: - Het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijkeconomische structuur van Nederland. (concurrerend) - Het verbeteren en ruimtelijk zekerstellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat. (bereikbaar) - Het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke cultuurhistorische waarden behouden zijn. (leefbaar en veilig) Verstedelijkings- en landschapsbeleid wordt overgelaten aan gemeenten en provincies. Gemeenten krijgen ruimte voor kleinschalige natuurlijke groei geënt op het bouwen van huizen die aansluiten bij de woonwensen van mensen. Bij het beheren en ontwikkelen van natuur krijgen boeren en particulieren in het landelijk gebied een grotere rol. Bij gebiedsontwikkelingen moet de daadwerkelijke vraag van bewoners, bedrijven en organisaties leidend worden.

Om zorgvuldig ruimtegebruik te bevorderen wordt een ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd: eerst kijken of er vraag is naar een bepaalde nieuwe ontwikkeling, vervolgens kijken of het bestaande stedelijk gebied of bestaande bebouwing kan worden hergebruikt en, mocht nieuwbouw echt nodig zijn, altijd zorgen voor een optimale (multimodale) bereikbaarheid. Bij het verbeteren van de bereikbaarheid wordt sterk gelet op het samenspel tussen alle modaliteiten (weg, spoor, water) in samenhang met ruimtelijke ontwikkeling. Er moet innovatief worden omgegaan met de benutting van de infrastructuur.

3.2.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Indien nationale belangen met het oog op een goede ruimtelijke ordening dat vergen, kan de minister regels stellen aan de inhoud van bestemmingsplannen. Dit heeft de minister, in de vorm van een algemene maatregel van bestuur, gedaan in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Op 30 december 2011 is dit besluit in werking getreden.

Gezondheidscentrum De Ruwaard, pag. 14 van 51 juni 2021

Het kabinet heeft in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) vastgesteld dat voor een aantal onderwerpen verdere regels gesteld moeten worden. In het Barro komen dertien nationale belangen als titels terug. De volgende kunnen relevant zijn voor ruimtelijke plannen in de gemeente Oss: - Rijksvaarwegen - Grote rivieren - Defensie - Hoofdwegen en landelijke spoorwegen - Elektriciteitsvoorziening - Buisleidingen van nationaal belang voor het vervoer van gevaarlijke stoffen - Natuurnetwerk Nederland - Primaire waterkeringen buiten het kustfundament De regels in het besluit zijn concreet normstellend benoemd en moeten direct of indirect (door tussenkomst van de provincie) doorwerken tot het niveau van de lokale besluitvorming. De indirecte doorwerking komt enkel bij Natuurnetwerk Nederland en de Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarden voor. Het Barro voorziet verder in een hoofdstuk overige bepalingen en gaat gepaard met meerdere bijlagen. In deze bijlagen worden onder andere de belangen van de grote rivieren en defensie geografisch begrensd. Bij het opstellen van ruimtelijke besluiten dient rekening te worden gehouden met de bepalingen van het Barro. Voor de gemeente Oss zijn met name de titels met betrekking tot de rijksvaarwegen, de grote rivieren, primaire waterkeringen buiten het kustfundament en defensie (rechtstreeks) van belang.

De regels in titel 2.4 Grote rivieren vormen feitelijk de doorwerking van de Beleidsregels Grote rivieren. Ten aanzien van titel 2.6 Defensie wordt de enige mogelijke beperking gevormd door de bescherming van het radarverstoringsgebied van de vliegbasis Volkel.

3.2.3 Besluit ruimtelijke ordening en “Ladder voor duurzame verstedelijking” Plannen, die nieuwe stedelijke ontwikkelingen mogelijk maken, moeten gemotiveerd worden vanuit de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’. Het doel van de Ladder is zorgvuldig en duurzaam ruimtegebruik, met oog voor de toekomstige ruimtebehoefte en ontwikkelingen in de omgeving. De bepaling luidt (artikel 3.1.6 lid 2 Besluit ruimtelijke ordening): “De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien”. Stedelijke ontwikkelingen zijn bijvoorbeeld een bedrijventerrein, kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen. Nieuwe stedelijke ontwikkeling zijn ontwikkelingen, die nog niet eerder in een bestemmingsplan of ander juridisch verbindend ruimtelijk plan zijn opgenomen. De ladder voor duurzame verstedelijking is ook van toepassing bij een omgevingsvergunning op basis van een projectafwijkingsprocedure, zoals bij deze ontwikkeling.

Het plan voor het nieuwe gezondheidscentrum betreft in feite verplaatsing van bestaande gezondheidsvoorzieningen en toevoeging van parkeervoorzieningen. Formeel echter is het een toevoeging van de vestigingsmogelijkheden voor gezondheidsfuncties op een locatie waar dit nu niet kan. Daarom is het realiseren van een gezondheidscentrum een nieuwe stedelijke ontwikkeling in de zin van de Ladder en moet dus verantwoord worden vanuit de huidige behoefte. De planlocatie ligt binnen het bestaand stedelijke gebied van Oss. De ladderverantwoording is daarom alleen gericht op de beschrijving van de behoefte. Een verzwaarde motivering is niet nodig. In paragraaf 4.1 gaan we hier verder op in.

Gezondheidscentrum De Ruwaard, pag. 15 van 51 juni 2021

3.3

Provinciaal beleid

3.3.1 Brabantse Omgevingsvisie: De kwaliteit van Brabant, visie op de Brabantse leefomgeving Op 14 december 2018 hebben Provinciale Staten de Omgevingsvisie ‘De kwaliteit van Brabant’ vastgesteld. De Omgevingsvisie bevat de hoofdlijnen van het provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving. De visie beschrijft de strategische hoofdopgaven voor de lange termijn over klimaatverandering, energietransitie, verstedelijking en bereikbaarheid, concurrerende duurzame economie en de basis op orde. Voor deze opgaven wordt aangegeven wat de ambities op lange termijn zijn: wat is er nodig om Brabant in 2050 een gezonde, veilige en prettige leefomgeving te laten zijn? Ook is een concreet tussendoel geformuleerd voor het jaar 2030, om zo te kijken wat in dat jaar minimaal bereikt moet zijn om het lange termijndoel te kunnen halen. De Omgevingsvisie geeft ook aan op welke nieuwe manieren de provincie met betrokkenen wil samenwerken aan omgevingsvraagstukken en welke waarden daarbij centraal staan. Na de inwerkingtreding van de Omgevingswet zal de Omgevingsvisie de provinciale plannen, zoals de structuurvisie, het verkeers- en vervoersplan, het milieu- en waterplan en de natuurvisie vervangen. De basisopgave van de Brabantse Omgevingsvisie is werken aan veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit.

Deze basisopgave is veelomvattend en gaat over milieuaspecten, als een schone bodem, schoon water (ondergrond) en schone lucht. Maar ook om landschappelijke en cultuurhistorische aantrekkelijkheid, een goede woon- en werkomgeving met een aantrekkelijk aanbod aan voorzieningen, stilte en een natuurrijke omgeving, waarin biodiversiteit en recreatie hand in hand gaan. Om deze basisopgave te verwezenlijken zijn er vier hoofdopgaven gesteld: Werken aan de Brabantse energietransitie Door de grote invloed van klimaatverandering nu, en in de toekomst werkt de provincie aan een energietransitie met als einddoel om in 2050 100% duurzame energie op te wekken. Door aan te sluiten bij de Nationale Energieagenda wordt het landelijk beleid gevolgd. Vervolgens wordt een heldere koers opgesteld met regio en gemeentes. Participatie zal een essentieel onderdeel vormen voor verdere planvorming. Werken aan een ‘klimaatproof’ Brabant Door de alsmaar groter wordende impact van klimaatverandering op ons dagelijks leven dient Brabant hier maatregelen voor te nemen. Er zal een klimaatbestendige en waterrobuuste inrichting worden ontwikkeld. Dit houdt in dat het beeklandschap wordt aangepast om wateroverlast te voorkomen. Om schade aan de landbouwsector te voorkomen wordt innovatie van deze sector, om in te spelen op klimaatverandering, gestimuleerd.

Het einddoel is dat Brabant in 2050 klimaatbestendig en waterrobuust is ingericht. Werken aan de slimme netwerkstad Duurzame verstedelijking draagt bij aan de ontwikkeling van steden die voorbereid zijn op de toekomst. Steden worden beter met elkaar verbonden. Mensen moeten zich makkelijker kunnen verplaatsen. Ook wordt de bereikbaarheid van nabije voorzieningen gestimuleerd. Hierdoor wordt het aantal verkeersbewegingen met de auto teruggedrongen en wordt deze van de fiets bijvoorbeeld gestimuleerd. Ondertussen wordt de mobiliteit gestimuleerd door het openbaar vervoer toekomstbestendig te maken, wordt innovatie van zelfrijdende auto’s gestimuleerd en wordt de mobiliteit van bedrijven vergroot. Met als

Gezondheidscentrum De Ruwaard, pag. 16 van 51 juni 2021

doel: dat in 2050 het stedelijk netwerk van Brabant als één samenhangend duurzaam en concurrerend netwerk van steden en dorpen functioneert, als onderdeel van de Noordwest- Europese metropool. Werken aan een concurrerende, duurzame economie Een concurrerende, duurzame economie bestaat uit verschillende onderdelen. Het stimuleren van een circulaire economie zorgt voor een toekomstbestendige economie. Innovatie wordt hierdoor gestimuleerd en de productencyclus wordt efficiënter. Hiernaast is een verdergaande digitalisering een ontwikkeling die moet worden gestimuleerd en waaruit vele voordelen kunnen worden gehaald. Het kan bijdragen aan de aantrekkelijkheid van bedrijven in de provincie waarmee het vestigingsklimaat wordt gestimuleerd. Met al deze ontwikkelingen dient echter de sociale impact altijd in ogenschouw te worden genomen. Door het benadrukken van de sociale impact van al deze veranderingen worden de inwoners van Brabant betrokken en zullen zij uiteindelijk het meest profijt van de ontwikkelingen hebben. Met als einddoel: in 2050 is Brabant de top kennis- en innovatieregio in Europa. De omgevingsvisie van de provincie Noord-Brabant gaat niet specifiek in op de planlocatie of op de ontwikkeling van een gezondheidscentrum. De voorgenomen ontwikkeling is relatief kleinschalig en past binnen de Omgevingsvisie ‘De kwaliteit van Brabant’.

3.3.2 Structuurvisie Ruimtelijke Ordening 2010 – partiële herziening 2014 Op 19 maart 2014 is de Structuurvisie ruimtelijke ordening 2014 in werking getreden. Deze structuurvisie is een actualisatie van de visie die in 2010 werd vastgesteld. Belangrijke beleidswijzigingen ten opzichte van de structuurvisie van 2010 hebben betrekking op de realisatie van natuur en de transitie naar zorgvuldige veehouderij in Brabant. Deze structuurvisie blijft gelden tot de inwerkingtreding van de Omgevingswet. De structuurvisie is een schakel tussen de structuurvisies van Rijk en gemeenten op het gebied van ruimtelijke ordening. De structuurvisie geeft helderheid over de ruimtelijke belangen en doelen van de provincie en de wijze waarop zij haar instrumentarium inzet. De provincie kiest met de structuurvisie voor een duurzame ontwikkeling, waarin de kwaliteiten van de provincie sturend zijn bij de ruimtelijke keuzes die de komende jaren op de provincie afkomen. Nieuwe ontwikkelingen moeten bijdragen aan de kracht en de identiteit, aan het vestigings- en leefklimaat van Noord-Brabant.

De visie van de provincie bestaat op hoofdlijnen uit een robuust en veerkrachtig natuuren watersysteem, uit een multifunctioneel landelijk gebied waar functies landbouw, recreatie en natuur in relatie tot elkaar ruimte krijgen, en een gevarieerd en aantrekkelijk stedelijk gebied, met sterke steden, groene geledingszones en uitloopgebieden. Structuren: ambitie, beleid en uitvoering De structuren geven een hoofdkoers aan, een ruimtelijk ontwikkelingsperspectief voor een combinatie van functies. Maar ook waar functies worden uitgesloten of welke randvoorwaarden de provincie aan functies stelt. Binnen de structuren is ruimte voor regionaal maatwerk. De volgende vier structuren worden onderscheiden. - De groenblauwe structuur - Het landelijk gebied - De stedelijke structuur - De infrastructuur

Gezondheidscentrum De Ruwaard, pag. 17 van 51 juni 2021

Structurenkaart

De stedelijke structuur bestaat uit de steden en dorpen. De verschillen tussen de steden, suburbane kernen, dorpen en plattelandskernen zijn in ruimtelijk, sociaal en economisch opzicht een belangrijke kwaliteit van Brabant. Concentratie van verstedelijking vindt plaats in het zogenaamd ‘kralensnoer’ van steden (op de overgang van zand naar klei, tussen Bergen op Zoom en Oss) en rond de steden op het zand. Hier wordt de bovenlokale groei van de verstedelijking opgevangen. Grootschalige stedelijke ontwikkelingen met een bovenregionaal karakter wil de provincie concentreren in de vijf grote Brabantse steden. Binnen de stedelijke structuur onderscheidt de provincie twee ontwikkelingsperspectieven: stedelijk concentratiegebied en kernen in het landelijk gebied. De stad Oss behoort tot het stedelijk concentratiegebied. Binnen de stedelijke structuur wil de provincie het volgende bereiken: 1. Concentreren van verstedelijking Om bij te dragen aan een onderscheidend leef- en vestigingsklimaat is het belangrijk dat er in NoordBrabant verschil blijft tussen de steden en de kernen in het landelijk gebied. De provincie wil dat er verschillende kwaliteiten worden ontwikkeld voor wonen en werken rond de steden en in het landelijk gebied.

Bij de opgave voor werken wordt het accent verlegd naar de te ontwikkelen kwaliteiten, de inzet op herstructurering en het beheer van bestaand stedelijk gebied. Door verstedelijking te concentreren zijn er meer mogelijkheden om een hoog voorzieningenniveau in stand te houden en verder te ontwikkelen. Dat gebeurt rond goed ontsloten gebieden, zoals in dynamische stadscentra en op knooppunten van infrastructuur. 2. Inspelen op demografische ontwikkelingen Naar verwachting zal overal in Brabant de komende decennia de bevolkingsgroei afnemen en zullen steeds meer gemeenten te maken krijgen met een afname van de bevolking. Deze demografische ontwikkelingen hebben voor vele beleidsterreinen gevolgen en hierop moet tijdig worden ingespeeld. Om concurrentie tussen gemeenten en regio’s, overproductie en leegstand te voorkomen neemt het belang van regionale afstemming en het maken van afspraken toe, bijvoorbeeld met betrekking tot de programma’s voor wonen en werken. 3. Zorgvuldig ruimtegebruik De provincie wil dat de kansen voor functiemenging, inbreiding, herstructurering en zo nodig transformatie in het stedelijk gebied goed worden benut, inclusief de mogelijkheden voor intensivering en meervoudig ruimtegebruik. Hierdoor is minder ruimte nodig voor stedelijke uitbreidingen. Het ‘aansnijden van nieuwe ruimte’ voor verstedelijking wordt in samenhang bezien met deze mogelijkheden.

Zorgvuldig omgaan met de beschikbare ruimte betekent dat er ook aandacht is voor de kwalitatieve vraag naar woon- en werklocaties; het is soms nodig nieuwe ruimte aan te snijden om in de kwalitatieve vraag te voorzien.

Gezondheidscentrum De Ruwaard, pag. 18 van 51 juni 2021

4. Meer aandacht voor ruimtelijke kwaliteit De provincie wil dat nieuwe ontwikkelingen meer inspelen op het karakter en de kwaliteit van de plek, zodat karakteristieke verschillen tussen locaties zichtbaar blijven. In gebiedspaspoorten is aangegeven welke regionale kwaliteiten de provincie belangrijk vindt. Ook voor ontwikkelingen langs grote infrastructuren (weg, spoor, water) worden eisen aan de kwaliteit gesteld. 5. Betere verknoping van stedelijke ontwikkelingen aan de infrastructuur Een betere verknoping van stedelijke ontwikkelingen aan infrastructuur draagt bij aan een goede bereikbaarheid en daarmee aan het (inter)nationale vestigingsklimaat van Noord-Brabant. Verstedelijking en infrastructuur worden in onderlinge samenhang ontwikkeld. De provincie wil dat de ontwikkeling van bezoekersintensieve voorzieningen, kantorenlocaties, werklocaties en grootschalige recreatieve voorzieningen zich concentreren op goed ontsloten, multimodale plekken. 6. Versterking van de economische kennisclusters Noordoost Brabant legt zich toe op life sciences & medische technologie, food & nutricion en hightech. De positie van de kennisclusters kan worden versterkt door een vestigingsklimaat te bieden dat de uitwisseling van kennis tussen bedrijven, overheden en onderwijsinstellingen stimuleert.

Door de verdienstelijking van de economie en het thematiseren van werklocaties ontstaat er steeds meer menging van verschillende soorten bedrijven en functies. De menging heeft niet alleen positieve gevolgen. De provincie wil de negatieve effecten van deze menging tegengaan door voldoende ruimte te bieden aan bedrijven met een hinder- en risicoprofiel die zich niet laten mengen met ander soortige bedrijven en functies. In het Regionaal Ruimtelijke Overleg vindt afstemming plaats en worden afspraken gemaakt over wonen, werken en voorzieningen. In regionaal verband worden jaarlijks regionale agenda’s voor wonen opgesteld. Dit gebeurt ook voor werken. Zorgvuldig ruimtegebruik en de toepassing van de SER-ladder zijn voorwaarden bij het maken van regionale afspraken. Voorliggende ontwikkeling is relatief kleinschalig en past binnen de opgaven zoals die door de provincie Noord-Brabant zijn geformuleerd in de herziening van de provinciale structuurvisie.

3.3.3 Interim omgevingsverordening Noord-Brabant In oktober 2019 is de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant vastgesteld. De Interim omgevingsverordening Noord-Brabant bevat alle provinciale regels voor de fysieke leefomgeving. De verordening zorgt voor kaderstellende doorvertaling van de omgevingsvisie en het bestaande provinciaal beleid. De Interim omgevingsverordening Noord-Brabant is een eerste stap in de implementatie van de Omgevingswet op provinciaal niveau. Voordat de Omgevingswet in werking treedt, wordt de definitieve omgevingsverordening vastgesteld. Net zoals de Omgevingswet een groot aantal wetten vervangt, vervangt de Brabantse omgevingsverordening een aantal provinciale verordeningen. De Interim omgevingsverordening Noord-Brabant vervangt de Provinciale milieuverordening, Verordening natuurbescherming, Verordening Ontgrondingen, Verordening ruimte, Verordening water en de Verordening wegen. In de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant staan regels voor: - Burgers en bedrijven: dit zijn rechtstreeks werkende regels voor activiteiten. Deze regels bevatten de voorwaarden om zo’n activiteit te mogen verrichten. Deze regels geven ook aan of de start van een activiteit vooraf moet worden gegaan door een melding.

Gezondheidscentrum De Ruwaard, pag. 19 van 51 juni 2021

-

Bestuursorganen van de overheid: dit zijn zogenaamde instructieregels. Met deze regels kan de provincie een opdracht geven aan gemeenten over onderwerpen die zij in het bestemmingsplan moeten opnemen of aan het waterschap over de manier waarop ze hun taken uitvoeren.

De planlocatie ligt in een gebied dat volgens de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant de aanduiding ‘Stedelijk gebied’ heeft. Daarom zijn de regels uit Afdeling 3.5 stedelijke ontwikkeling en mobiliteit relevant. Voor stedelijke ontwikkelingen zijn er twee werkingsgebieden opgenomen: 1. Stedelijk gebied met een onderverdeling in:  Stedelijk concentratiegebied  Kernen in landelijk gebied 2. Verstedelijking afweegbaar. Er is een basisregeling geformuleerd voor duurzame stedelijke ontwikkeling. Uitgangspunt daarbij is dat eerst de mogelijkheden in ‘Stedelijk gebied’ worden benut of de mogelijkheden in leegkomend of leegstaand erfgoed elders in de gemeente. Als daarbinnen vanuit kwalitatieve- of kwantitatieve overwegingen geen ruimte beschikbaar is, kan een afweging worden gemaakt voor nieuw ruimtebeslag in ‘Verstedelijking afweegbaar’. In artikel 3.42 duurzame stedelijke ontwikkeling is het volgende opgenomen: Lid 1: Een bestemmingsplan dat voorziet in de ontwikkeling van een locatie voor wonen, werken of voorzieningen ligt binnen Stedelijk gebied en bevat een onderbouwing dat: a. de ontwikkeling past binnen de regionale afspraken, bedoeld in afdeling 5.4 Regionaal samenwerken; b. het een duurzame stedelijke ontwikkeling is. Lid 2: Een duurzame stedelijke ontwikkeling voor wonen, werken of voorzieningen: a.

bevordert een goede omgevingskwaliteit met een veilige en gezonde leefomgeving; b. bevordert zorgvuldig ruimtegebruik, waaronder de transformatie van verouderde stedelijke gebieden; c. geeft optimaal invulling aan de mogelijkheden voor productie en gebruik van duurzame energie; d. houdt rekening met klimaatverandering, waaronder het tegengaan van hittestress en voldoende ruimte voor de opvang van water; e. geeft optimaal invulling aan de mogelijkheden voor duurzame mobiliteit; f. draagt bij aan een duurzame, concurrerende economie. In artikel 3.6 zorgvuldig ruimtegebruik is het volgende opgenomen: Lid 1: Zorgvuldig ruimtegebruik houdt in dat: a. de toedeling van functies in beginsel plaatsvindt binnen bestaand ruimtebeslag voor bebouwing behalve in de gevallen dat: 1. nieuwvestiging mogelijk is op grond van de bepalingen in dit hoofdstuk; 2. er feitelijk of vanuit kwalitatieve overwegingen onvoldoende ruimte is en uitbreiding, al dan niet gelijktijdig met de vestiging van een functie, op grond van de bepalingen in dit hoofdstuk is toegestaan; b. bij stedelijke ontwikkeling toepassing is gegeven aan artikel 3.1.6. tweede lid, Besluit ruimtelijke ordening (ladder voor duurzame verstedelijking); c. gebouwen, bijbehorende bouwwerken en andere permanente voorzieningen worden geconcentreerd binnen een bouwperceel.

Lid 2: Onder bestaand ruimtebeslag voor bebouwing wordt verstaan het werkingsgebied Stedelijk Gebied of een bestaand bouwperceel.

Gezondheidscentrum De Ruwaard, pag. 20 van 51 juni 2021

Bij stedelijke ontwikkelingen is de relatie gelegd met de afspraken die in het regionaal overleg zijn gemaakt. Deze afspraken gaan over onder andere over duurzame verstedelijking en zorgvuldig ruimtegebruik. Afdeling 5.4 Regionaal samenwerken gaat nader in op de wijze van regionale samenwerking, de onderwerpen van de samenwerking en het maken van regionale afspraken in het regionale overleg. Van belang daarbij zijn de prognoses en analyses die periodiek door de provincie worden opgesteld. In artikel 5.18 prognoses is hierover het volgende opgenomen: Lid 1: Gedeputeerde Staten stellen in overleg met de regio’s ten minste eens per bestuursperiode relevante prognoses en analyses op, zoals in ieder geval een bevolkings- en woningbehoefteprognose, een prognose voor de ruimtebehoefte aan bedrijventerreinen en een trendanalyse van de mobiliteitsontwikkeling, die richting gevend zijn voor de gezamenlijk te maken afspraken. Lid 2: De prognoses en analyses houden rekening met het principe van concentratie en verstedelijking. Artikel 5.19 regionale omgevingsagenda gaat in op de opstelling van een regionale omgevingsagenda. De regionale omgevingsagenda is het instrument waarin regio en provincie hun gezamenlijke ambitie en de bijbehorende opgaven en acties benoemen en de wijze waarop partijen willen gaan samenwerken om die doelen te halen.

De regionale omgevingsagenda is leidend bij de verdere uitwerking en bespreking van de opgaven in het tweejaarlijkse regionaal overleg. In artikel 5.20 uitwerking regionale omgevingsagenda zijn regels opgenomen over de uitwerking van de regionale omgevingsagenda. Een belangrijk doel van het werken met omgevingsagenda’s is het komen tot een meer integrale en gebiedsgerichte aanpak. Lid 2: Gedeputeerde Staten maken jaarlijks – uiterlijk 31 december – ten minste afspraken over: 1. duurzame verstedelijking en bereikbaarheid binnen het netwerk van de (sub-)regionaal samenwerkende steden en dorpen, in samenhang met de opgaven met betrekking tot klimaatadaptatie, energietransitie, mobiliteit, economische structuurversterking, sociale veerkracht en zorgvuldig ruimtegebruik; 2. de prioritaire integrale gebiedsopgaven in de betreffende (sub-)regio’s en de gezamenlijke aanpak hiervan, die liggen in gebieden waar meerdere urgente transitieopgaven uit de provinciale omgevingsvisie samenkomen Lid 3: De afspraken over duurzame verstedelijking, als bedoeld in het tweede lid over de ontwikkeling, herbestemming en/of transformatie van locaties voor wonen, werken en voorzieningen: 1. maken duidelijk hoe het (sub-)regionale woningbouwprogramma en de behoefte aan werklocaties, zowel in kwantitatieve, kwalitatieve als ruimtelijke zin, de komende jaren worden ingezet; 2.

zijn gericht op zorgvuldig ruimtelgebruik en op een realistische, flexibele en vraaggerichte planning en programmering van woningbouw, werklocaties en voorzieningen; 3. zijn er op gericht overprogrammering te voorkomen en gaan waar nodig in op deprogrammering; 4. worden gemaakt, rekening houdend met (toekomstige) binnenstedelijke transformatieopgaven en het aanpakken en voorkomen van leegstand; 5. de werkwijzen die gehanteerd worden, de voorwaarden waaraan voldaan moet worden, en het (sub)regionale besluitvormingsproces dat doorlopen wordt om nieuwe locaties voor wonen, werken en voorzieningen te ontwikkelen of bestaande locaties van functie te laten veranderen. De in het regionaal overleg gemaakte afspraken krijgen met de instructieregels uit de verordening doorwerking in concrete bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen. Ze hebben daarnaast ook een functie voor de onderbouwing van stedelijke ontwikkelingen in de toelichting c.q. ruimtelijke onderbouwing.

Gezondheidscentrum De Ruwaard, pag. 21 van 51 juni 2021

Het onderhavige plan voor de realisatie van een gezondheidscentrum ligt in de kern Oss, in de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant aangeduid als ‘Stedelijk gebied’. De uit artikel 3.42, 3.6, 5.18, 5.19 en 5.20 van de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant voortvloeiende verantwoording van deze ontwikkeling is opgenomen in paragraaf 4.6.

3.4

Gemeentelijk beleid

3.4.1 Structuurvisie Op 1 maart 2006 is de structuurvisie voor de gemeente Oss vastgesteld. De structuurvisie schetst de ruimtelijke koers van de gemeente op de langere termijn (tot 2020). Het is de opvolger van het Ruimtelijk Ontwikkelingsplan 1996 - 2015. In de visie zijn op het gebied van het wonen de volgende opgaven geformuleerd: - het versterken van de kwaliteit en de diversiteit van de woonmilieus; - het verhogen van de leefbaarheid in de wijken en de kernen; - het voorzien in de woningbehoefte, met name voor ouderen en jongeren; - het verhogen van de keuzemogelijkheden in het aanbod van woningen en woonmilieus; - het vasthouden van de huishoudens met de hogere inkomens. Ten aanzien van het voorzieningenniveau is in de visie neergelegd dat de gemeente Oss er naar zal streven een bereikbaar voorzieningenpakket voor de wijken en de kernen in stand te houden.

3.4.2 Toekomstvisie Oss op weg naar 2020 In 2004 is de toekomstvisie voor de gemeente Oss opgesteld. Hierin wordt aangegeven welke ontwikkelingen voor Oss op de langere termijn van belang zijn. De visie geeft richting aan de beleidsontwikkeling voor de komende jaren. Voor het thema wonen is aangegeven dat sociale woningbouw aandacht behoeft. Met extra inspanningen wil de gemeente Oss de komende jaren het tekort aan woningen voor starters, ouderen en mensen met een laag inkomen wegwerken door de bouw van zowel betaalbare huurwoningen als betaalbare koopwoningen. Verder wordt aangegeven dat regionale voorzieningen op het gebied van cultuur, sport en zorg in een regionaal centrum als de stad Oss thuishoren. Er wordt ingezet op behoud van aanwezige regionale voorzieningen (zorg, dienstverlening, onderwijs en cultuur) en waar mogelijk op uitbreiding daarvan. De recreatieve functie dient te worden versterkt en een brede deelname aan sport en cultuur te worden ondersteund. Tot slot dient een goede bereikbaarheid van het centrum gewaarborgd te blijven. De ontwikkeling van een gezondheidscentrum in de kern Oss past binnen de doelstelling van de toekomstvisie.

3.4.3 Groen en natuur/biodiversiteit Natuur- en landschapsvisie 2005 De visie vormt een toetsings- en ontwikkelingskader voor het natuur- en landschapsbeleid in Oss. Zij geeft richting aan ontwikkelingen en nodigt initiatiefnemers uit om een bijdrage te leveren aan projecten. De visie heeft als bouwsteen bijgedragen aan de Structuurvisie Oss 2020. Een ambitie die in de visie uitgesproken wordt is dat er een Groenblauwe Slinger in en om de stad wordt gerealiseerd in zogenaamde parkzones. Deze slinger verbindt de ‘Groene Geledingszone’ met het Ossermeer via een ‘snoer’ bestaande uit langgerekte groengebieden en waterpartijen die de verbinding vormen tussen parken zoals de Mettegeupel. Deze slinger vervult een ecologische, landschappelijke, waterhuishoudkundige en recreatieve functie.

Gezondheidscentrum De Ruwaard, pag. 22 van 51 juni 2021

Routekaart Groen, Blauw en Natuur In deze nota is aangegeven dat we de natuur en de biodiversiteit willen verbeteren door in te zetten op een gemeentelijk natuurnetwerk, aanvullend op het provinciaal netwerk. Het landschap en de ontstaansgeschiedenis van de gemeente Oss vormen daarbij de basis. Daarbij onderscheiden we de vijf gebieden die ook in de Natuur- en Landschapsvisie worden genoemd. Natuurinclusief bouwen De gemeente streeft er naar om bij (ver)bouwen zoveel als mogelijk rekening te houden met de natuur en de biodiversiteit ofwel ‘natuurinclusief’ te bouwen. Aan initiatiefnemers wordt gevraagd om dit ook te doen. Bijzonder waardevolle bomen In 1998 is de beleidsnota “Bijzonder waardevolle bomen” opgesteld, waarin bomen zijn opgenomen die vanwege specifieke waarden bescherming verdienen. De lijst met waardevolle bomen wordt periodiek geactualiseerd. De laatste actualisatie is opgenomen in de nota “Bijzondere bomen in Oss 2018”. In deze nota is vastgelegd dat de aanvraag van een omgevingsvergunning voor de aangewezen waardevolle bomen altijd geweigerd moet worden tenzij het kappen van deze bomen vanuit het algemene belang noodzakelijk is. Dit is verder vertaald in de Algemene Plaatselijke Verordening (APV). Op grond van de APV is voor het kappen van bomen die op de Beschermde bomenlijst staan een vergunning vereist.

De vergunning kan op grond van verschillende criteria door het college van burgemeester en wethouders worden geweigerd. Spelen Het beleid voor speelvoorzieningen in de gemeente Oss is vastgelegd in het beleidsplan ‘Speelruimtebeleid in Oss’. De gemeente Oss wil met het speelruimtebeleid bereiken dat kinderen en jongeren vaak, goed en veilig in de openbare ruimte kunnen spelen of verblijven. Voor een bespeelbare openbare ruimte hanteert de gemeente een aantal uitgangspunten: spreiding en inrichting van formele speelplekken, nieuwe verdeling van speelplekken en het idee ‘meer met minder’. Daarbij gaat de gemeente ervan uit de speelruimte veilig, uitdagend en divers is, voor verschillende doelgroepen. Er moet voldoende ruimte zijn voor spel en initiatief. Niet alle ruimte wordt gedefinieerd, zodat er plaats is voor informele speelruimten. De gemeente grijpt natuurlijke momenten aan waarop dit beleid wordt vormgegeven in concrete projecten. In veel gevallen is er noodzakelijk groot onderhoud, een herinrichting, een nieuwe inrichting of een veranderde vraag.

3.4.4 Water Het beleid van waterschap Aa en Maas is uitgewerkt in het Waterbeheerplan 2016-2021. Dit is een nadere invulling van de doelstellingen zoals geformuleerd in het nationaal waterplan en het provinciaal waterplan. Het waterschap streeft naar het ontwikkelen, beheren en in stand houden van gezonde, robuuste en veerkrachtige watersystemen, die ruimte bieden aan een duurzaam gebruik voor mens, dieren en plant in het gebied, waarbij veiligheid is gewaarborgd en met oog voor economische aspecten. De belangrijkste doelen voor de periode tot en met 2021 zijn: 1. Implementatie van het hoogwaterbeschermingsprogramma. Concreet betekent dit dat in de planperiode de voorbereidingen worden getroffen om de dijken te laten voldoen aan de nieuwe landelijk vastgestelde normen; 2. Oplossen van nog resterende wateroverlastknelpunten in bebouwd gebied en aanpakken van de wateroverlastlocaties in landelijk gebied (reserveringsgebieden);

Gezondheidscentrum De Ruwaard, pag. 23 van 51 juni 2021

3. Voortgaan met de aanleg van ecologische verbindingszones en (hydrologisch) herstel van natuurgebieden (NNB); 4. Aanpak van verdroging op de hogere zandgronden via bijvoorbeeld aangepast peilbeheer (GGOR), watertoevoer en lokale maatregelen om water vast te houden aan de bron; 5. Verbetering van de waterkwaliteit en een meer ecologisch beheer van de watersystemen; 6. Het, samen met gemeenten, treffen van maatregelen in bebouwd gebied waarbij water en groen een bijdrage leveren aan een gezonder woon- en werkomgeving; 7. Het verder optimaliseren van het zuiveringsproces op de rioolwaterzuiveringen waarbij energie en grondstoffen worden terug gewonnen. Het gemeentelijke beleid voor water is uitgewerkt in het ‘Plan Watertaken’. Volgens dit plan wordt voor de komende tijd ingezet op onderstaande ruimtelijk relevante zaken: - Duurzame instandhouding van het systeem waarbij beperking van overlast en schade voorop staan; - Doorzetten van anders omgaan met afstromend regenwater. Dit betekend voor nieuwe gebieden dat hemelwater niet wordt gemengd met afvalwater. In bestaand gebied wordt bij rioolvervanging waar mogelijk ook regenwater niet meer afgevoerd via de riolering maar lokaal verwerkt oftewel afgekoppeld. Op lange termijn is dit goed voor mens, milieu en portemonnee.

Lokaal vasthouden van hemelwater draagt bij aan een gezonde leefomgeving, duurzaam omgaan met water en opvang van klimaatverandering; - Via het watertoetsproces wordt in ruimtelijke plannen noodzakelijke ruimte voor water en waterveiligheid verzekerd. Waterveiligheid en hydrologisch neutraal ontwikkelen zijn daarbij leidend; - In het landelijke gebied werkt de gemeente samen met het waterschap aan de invulling van de Ecologische verbindingszones (EVZ) langs waterlichamen als uitwerking van reconstructieafspraken en afspraken in het kader van de KaderRichtlijn Water (KRW). In het gemeentelijk Waterplan uit 2005 is een lange termijn visie op water in Oss opgenomen. Deze visie, een gezamenlijk product van gemeente en waterschap, is nog steeds de gewenste ontwikkeling en is daarom opnieuw in dit plan opgenomen als vertrekpunt voor beleid in de komende planperiode. Uitgangspunt van het beleid is dat er in Oss naar een duurzaam watersysteem wordt gestreefd, waarbij voorkomen wordt dat de problemen worden afgewenteld naar elders of naar later. Aan de hand van vier thema’s wordt het waterbeleid verder uitgewerkt. Beleving van water Oss streeft naar een functioneel, veerkrachtig en mooi watersysteem met zichtbaar en veilig water waardoor een prettige leefomgeving ontstaat. Water als ordenend principe De gemeente wil rekening houden met water tijdens het ontwerp van nieuwe wijken.

Water is steeds meer ordenend. Er wordt hydrologisch neutraal ontwikkeld. Herinrichting of nieuwbouw mag dus niet leiden tot een grotere afvoer uit het plangebied. Het beleid is erop gericht om veel meer en langer water vast te houden, te bergen en pas daarna af te voeren. Waterkwaliteit Oss streeft naar water dat helder en schoon is. De kwaliteit van oppervlaktewater en grondwater moet op alle punten aan de vereiste ecologische en milieukwaliteitsmaatstaven voldoen. De vuiluitworp van overstorten en andere lozingen mogen het oppervlaktewater niet nadelig beïnvloeden. Voor de waterkwaliteit wordt de strategie gevolgd van schoon houden, schoon en vuil scheiden, zuiveren. Waterketen De gemeentelijke riolering moet op termijn volledig voldoen aan het waterkwaliteitsspoor. Om dit

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Oss&id=c23e12df-e802-4f1f-9176-a72be4e120e0