CConstaterende datOss
Koppel je AI →
Document · PDF

Ontwerp ruimtelijke onderbouwing juni 2021.DOCX

Adviescommissie Ruimte 23 september 2021, gemeente OssBij agendapunt: A Koopovereenkomst Gezondheidscentrum De Ruwaard21.143 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Gezondheidscentrum De Ruwaard, pag. 24 van 51 juni 2021

te bereiken wordt zoveel mogelijk regenwater afgekoppeld van het riool en worden de schoon- en vuilwaterstromen zoveel mogelijk gescheiden. Al het afvalwater moet worden gezuiverd. De ontwikkeling van het gezondheidscentrum geeft invulling aan het waterbeleid zoal opgenomen in het ‘Plan Watertaken’. Het afstromend water wordt niet vermengd met het afvalwater. Er wordt hydrologisch neutraal ontwikkeld. Er worden geen uitlogende materialen gebruikt, waardoor het hemelwater hierdoor niet vervuild kan raken. Via www.dewatertoets.nl is het plan tijdig aangemeld bij het waterschap voor advies. In paragraaf 4.2.9 wordt nader ingegaan op het aspect water met betrekking tot voorliggende planlocatie. Het plan verandert de beleving van water niet. Oppervlaktewater is geen onderdeel van de ontwikkeling.

3.4.5 Verkeer Mobiliteitsvisie, Balans in beweging In de mobiliteitsvisie (2009) staan drie begrippen centraal; bereikbaarheid, verkeersveiligheid en leefbaarheid. Het centrale doel van de mobiliteitsvisie is het in balans brengen van de bereikbaarheid, leefbaarheid en veiligheid in de gemeente, nu en in de toekomst. Om deze balans te bereiken streeft de gemeente naar een verschuiving in het gebruik van vervoerswijzen. Een groter deel van de verplaatsingen moet plaats gaan vinden met de fiets of met het openbaar vervoer. Dit is nodig om Oss bereikbaar en leefbaar te houden. Oss wil de verschuiving bereiken door het gebruik van fiets en openbaar vervoer te stimuleren. Deze vervoerswijzen moeten veilig en comfortabel zijn en men moet snel op de plaats van bestemming kunnen komen. De goede bereikbaarheid is met name gericht op de economisch belangrijke gebieden van Oss. De bedrijventerreinen vallen hieronder. De doorstroming op de wegen naar de bedrijventerreinen (i.c. N329) moet optimaal zijn. Hoewel de bereikbaarheid van de economisch belangrijke gebieden voor alle vervoerswijzen goed moet zijn, streeft de gemeente wel naar een verschuiving van vervoerswijze. Korte verplaatsingen moeten bij voorkeur per fiets of te voet afgelegd worden en niet per auto. Voor het vervoer van goederen zal het gebruik van water en spoor verder gestimuleerd worden.

In de uitwerkingsfase zullen de doelstellingen uit de visie langs drie lijnen worden uitgewerkt: infrastructuur, gedrag en organisatie. Er heeft inmiddels een uitwerking plaatsgevonden in de deelplannen Wegen, Fiets, Openbaar Vervoer en Gedrag. Parkeren Op 22 augustus 2006 heeft het college van burgemeester en wethouders de nota “parkeernormen voor woonwijken” vastgesteld. In deze notitie staat beschreven welke parkeernormen gehanteerd moeten worden bij nieuwe projecten (zowel uitbreidingen als herstructurering). Uitgangspunt voor herontwikkeling is dat het parkeren op eigen terrein dient te worden opgelost. De gemeente Oss heeft een bepaalde aanpak voor parkeerproblemen binnen bestaand gebied. Om het gesignaleerde parkeerprobleem ook objectief vast te kunnen stellen, wordt eerst de parkeercapaciteit in een bepaald gebied bepaald. Hoeveel parkeerplaatsen (zowel in de openbare ruimte en op eigen terrein) zijn er? Vervolgens wordt gekeken naar de parkeerdruk. Daarbij wordt de vraag naar parkeerplaatsen in het gebied afgezet tegen het aantal beschikbare plaatsen. Wanneer de bezettingsgraad in een (deel van een) woonwijk structureel groter is dan 95% is sprake van een parkeerprobleem. Wanneer sprake is van een parkeerprobleem worden de oorzaken nader onderzocht.

Wordt de parkeerdruk veroorzaakt door bewoners van de buurt of is sprake van parkeerdruk van buitenaf? Is het autobezit in een bepaalde buurt hoger dan gemiddeld? Wordt er veel geparkeerd door bezoekers van een voorziening in of aan de rand van een wijk? Hoe is de parkeercapaciteit over de wijk verdeeld? Zijn de aanwezige parkeerplaatsen – met name op eigen terrein - bruikbaar?

Gezondheidscentrum De Ruwaard, pag. 25 van 51 juni 2021

Het vaststellen van de oorzaak van het parkeerprobleem is essentieel om een oplossingsrichting te bepalen. Oplossingen kunnen worden gezocht in het beïnvloeden van het gedrag van mensen, in fysieke ingrepen om meer parkeerplaatsen te realiseren en in parkeerregulering. Wanneer het parkeerprobleem in een woonwijk wordt veroorzaakt door bewoners van de buurt zelf, zal eerst worden gekeken naar het gedrag van mensen. Daarbij kan worden gedacht aan onder andere het stimuleren van alternatieve vervoerswijzen en bewust maken van acceptabele loopafstanden (vooral voor de tweede auto). Soms zijn binnen een straal van 100 meter nog parkeerplaatsen aanwezig. Als de eerste stap geen soelaas biedt, wordt gekeken naar de mogelijkheid meer parkeerplaatsen te realiseren in het openbare gebied. Soms zijn daar mogelijkheden voor. Soms moet een afweging worden gemaakt of het acceptabel is dat het aanwezige groen wordt opgeofferd ten gunste van parkeerplaatsen. In de buurten waar parkeeroverlast is vanwege parkeergedrag van omliggende bedrijven dan wel van treinreizigers (dus van buitenaf) kan worden bezien of parkeerregulering een vermindering van de parkeerdruk geeft. In uitzonderingsgevallen kan als laatste stap gekozen worden voor het creëren van extra parkeerplaatsen bij nieuwe ontwikkelingen of sanering van bebouwing ten behoeve van extra parkeerplaatsen.

Die laatste stap hoeft in Oss eigenlijk niet doorlopen te worden. Op 13 december 2016 heeft het college van burgemeester en wethouders de nota ‘Parkeernormen 2017’ vastgesteld. In deze notitie staat beschreven welke parkeernormen gehanteerd moeten worden bij nieuwe projecten (zowel uitbreiding als herstructurering). Uitgangspunt voor herontwikkeling is dat het parkeren op eigen terrein dient te worden opgelost. In hoofdstuk 4 van deze ruimtelijke onderbouwing wordt nader ingegaan op de parkeernormering van de gemeente Oss in relatie tot de realisatie van het gezondheidscentrum en wordt nader ingegaan op de aanpassing van de parkeervoorzieningen in de nabijheid van de planlocatie.

3.4.6 Prostitutiebeleid Op 1 oktober 2000 is de opheffing van het bordeelverbod in werking getreden. Het gemeentelijk beleid inzake prostitutie heeft zijn juridische neerslag gevonden in de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) van de gemeente Oss. Het doel van het gemeentelijk prostitutiebeleid is door middel van een vergunningenstelsel invloed uit te oefenen op de aard en het aantal van prostitutiebedrijven en daarmee te voorkomen dat de aanwezigheid van deze bedrijven leidt c.q. kan leiden tot aantasting van de openbare orde en/of veiligheid, woon- en/of leefklimaat of andere vormen van overlast. Raam en straatprostitutie zijn verboden. De vestiging van seksinrichtingen en escortbedrijven is alleen mogelijk na vergunningverlening. Voor de vestiging van seksinrichtingen is een concentratiegebied aangewezen, waarbij het aantal inrichtingen is gemaximaliseerd. De planlocatie valt niet binnen het concentratiegebied.

3.4.7 Archeologiebeleid Het provinciale archeologisch beleid is neergelegd in de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant en op de provinciale Cultuurhistorische waardenkaart 2010. Hierin is de bescherming van aardkundig waardevolle gebieden en archeologische landschappen geregeld. Het gemeentelijk archeologisch beleid is veel gedetailleerder dan het algemene provinciale beleid op dit punt en prevaleert daarom ook boven het provinciale archeologisch beleid. Overigens is het gemeentelijk beleid getoetst door de provincie en akkoord bevonden.

Gezondheidscentrum De Ruwaard, pag. 26 van 51 juni 2021

Op 14 oktober 2010 heeft de gemeente Oss haar ‘Archeologiebeleid’ vastgesteld. In 2015 heeft de gemeenteraad het archeologiebeleid (opnieuw) vastgesteld. Dit was nodig vanwege de gemeentelijke herindeling met Maasdonk. Onderdeel van de vaststelling in 2015 is het rapport 'Actualisatie archeologiebeleid gemeente Oss, een herziene archeologische beleidskaart voor het nieuwe grondgebied van de gemeente Oss' (Goddijn, 2012). Aan de hand van onderzoeken, inzichten en boringen in het veld zijn de eerdere archeologische kaarten gedeeltelijk bijgesteld. Op de beleidskaart is sprake van meerdere beleidscategorieën (zie onderstaande tabel). In het beleid is per beleidscategorie vastgelegd wanneer sprake is van een onderzoeksplicht en wanneer ontwikkelingen hiervan zijn vrijgesteld. Verwachting/waarde Archeologisch beschermd rijksmonument

Vrijstellingsgrenzen 0 m2 / 30 cm -Mv

Archeologisch (AMK-) monument Beschermde stadsgezichten

35 m2 / 30 cm -Mv

Historische stads-/dorpskern

50 m2 / 30 cm -Mv

Hoge verwachtingswaarde

100 m 2 / 30 cm -Mv

Hoge verwachtingswaarde – bedrijventerrein

1000 m2 / 30 cm -Mv

Middelhoge verwachtingswaarde Lage verwachtingswaarde

5 hectare / 30 cm -Mv

Reeds onderzocht

Geen onderzoeksplicht

Verstoord

Geen onderzoeksplicht

Vanuit het archeologiebeleid geldt voor het plangebied een archeologische onderzoeksplicht als de bodemingrepen dieper zijn dan 30 cm – het maaiveld én de omvang van het gebied groter is dan 100 m². Er moet dan wel sprake zijn van een groter aaneengesloten, mogelijk onverstoord gebied. Het verdient aanbeveling om aan de ‘voorkant’, dat wil zeggen voordat de ruimtelijke onderbouwing wordt opgesteld, onderzoek te doen. Afhankelijk van de verwachtingswaarde van het gebied waarin de ontwikkeling is voorgenomen, kan dat een bureauonderzoek, een booronderzoek, een proefsleuvenonderzoek of een daadwerkelijk opgravingsonderzoek zijn. Voor de realisatie van het gezondheidscentrum wordt gebruik gemaakt van een projectafwijkingsbesluit, waarmee de omgevingsvergunning in afwijking van het bestemmingsplan kan worden verleend. Daardoor kan er geen dubbelbestemming worden toegevoegd aan het gebied. Archeologie zal dus op voorhand duidelijk moeten zijn, waardoor het archeologisch onderzoek al in het kader van de ruimtelijk onderbouwing moet worden uitgevoerd. In paragraaf 4.3.1 wordt nader ingegaan op dit onderwerp.

Gezondheidscentrum De Ruwaard, pag. 27 van 51 juni 2021

Hoofdstuk 4 4.1

Verantwoording

Programma gezondheidsvoorzieningen (Ladder voor Duurzame Verstedelijking)

Deze paragraaf geeft de verantwoording van het gezondheidscentrum vanuit het gemeentelijk beleid, de provinciale bepalingen en zoals voorgeschreven vanuit de Ladder voor Duurzame Verstedelijking. De aanleg van parkeervoorzieningen is niet ladder-plichtig. De verantwoording van parkeren is opgenomen in paragraaf 4.2. Het plan Zoals aangegeven in hoofdstuk 1 en 2 is het plan voor de realisering van een nieuw gezondheidscentrum een van de ontwikkelingen die spelen rondom het winkelcentrum De Ruwert in Oss. Tot dusver zijn meerdere maatschappelijke voorzieningen, waaronder het wijkcentrum en gezondheidsvoorzieningen geclusterd in het gebouw D’n Iemhof. Dit gebouw is zowel functioneel als ruimtelijk verouderd. Het bestaande pand wordt gesloopt en maakt plaats voor parkeervoorzieningen. Hierdoor verbeteren de parkeervoorzieningen voor zowel de maatschappelijke functies als het winkelcentrum. Het wijkcentrum verplaatst naar de naastgelegen Sterrebosflat, waar op de begane grond een vernieuwd wij(k)huis ‘De Haard’ wordt gerealiseerd. De gezondheidsvoorzieningen die nu in D’n Iemhof zijn gevestigd, waaronder twee huisartsen- en een fysiotherapiepraktijk, verplaatsen naar het nieuwe gezondheidscentrum. Ook de apotheek in het nabijgelegen pand verhuist naar het nieuwe gezondheidscentrum.

Uiteindelijk gaat het nieuwe gezondheidscentrum ruimte bieden aan een breed pakket van eerstelijns gezondheidsvoorzieningen waaronder drie huisartsenpraktijken, een apotheek, twee fysiotherapiepraktijken en andere paramedische voorzieningen (o.a. podotherapie, psychologie en diëtiek). Samen bedienen zij ruim tienduizend patiënten, in hoofdzaak uit de omliggende wijk de Ruwaard. De verwachting is dat het gezondheidscentrum ongeveer 3.000 bezoekers per week ontvangt.

Sloop maatschappelijke voorzieningen (wijkcentrum en gezondheidscentrum); herinrichting met parkeren

Locatie nieuw gezondheidscentrum

Uitsnede bestemmingsplan “Ruwaard Oss 2010”. De locatie van het gezondheidscentrum is globaal aangeduid in een kader.

Gezondheidscentrum De Ruwaard, pag. 28 van 51 juni 2021

Schets toekomstige locatie gezondheidscentrum

De behoefte aan een nieuw gezondheidscentrum Het vernieuwde gezondheidscentrum met een compleet aanbod aan eerstelijnsgezondheidszorg past in de hedendaagse ontwikkeling van onderlinge samenwerking en afstemming van de gezondheidszorg. Vestiging in één centrum draagt bij aan een optimalere en laagdrempelige gezondheidszorg, zowel voor de vragers (inwoners) als aanbieders van zorg. Het gebouw van het gezondheidscentrum is weliswaar nieuw, het merendeel van de te huisvesten zorgvoorzieningen is bestaand (gehuisvest in het pand D’n Iemhof of elders in de wijk) en werkt nu al samen in een actief samenwerkingsverband. In feite is er dus vooral sprake van verplaatsing en bundeling van bestaande verspreid gelegen voorzieningen, en geen algehele uitbreiding met nieuwe functies. Het plan faciliteert vooral in de behoefte aan een kwalitatieve verbetering van bestaande voorzieningen. Het verzorgingsgebied van het gezondheidscentrum wordt vooral gevormd door de wijk De Ruwaard. De beoogde plek, direct grenzend aan het grote winkelcentrum de Ruwert, betekent dat het gezondheidsaanbod gebundeld wordt op een centrale, herkenbare en goed bereikbare plek in de wijk. En tegelijkertijd ook een goede, nabije voorziening is voor meerdere woonlocaties voor ouderen in de directe omgeving, waaronder het naastgelegen wooncomplex de Sterrenbos.

Daarmee draagt het nieuwe gezondheidscentrum bij aan versterking van de leefbaarheid voor inwoners, een van de speerpunten uit het gemeentelijke beleid. Relevante aspecten m.b.t. de ladder voor duurzame verstedelijking Het bestaande pand voor maatschappelijke voorzieningen, D’n Iemhof, wordt gesloopt en ter plaatse worden parkeerplaatsen gerealiseerd. Het vigerende bestemmingsplan wordt echter niet tegelijkertijd aangepast, de bestemming maatschappelijk (waaronder gezondheidsvoorzieningen) blijft geldig. Daardoor is de realisering van het nieuwe gezondheidscentrum in formele zin een uitbreiding van de vestigingsmogelijkheden voor gezondheidsvoorzieningen. Dit is echter alleen een theoretische mogelijkheid, omdat het feitelijke gebruik als parkeerterrein zal zijn, noodzakelijk voor de omliggende voorzieningen (gezondheidscentrum en winkels). Daarmee is verdere toevoeging van maatschappelijke voorzieningen in feite niet meer uitvoerbaar. Overigens neemt het ruimtebeslag voor gezondheidsvoorzieningen door het voorliggende plan netto ook niet toe. De omvang van het nieuwe gezondheidscentrum (totaal ca. 2000 m2 in twee bouwlagen) is zelfs kleiner dan het ruimtebeslag dat in feitelijke zin onttrokken wordt voor vestiging van maatschappelijke

Gezondheidscentrum De Ruwaard, pag. 29 van 51 juni 2021

functies, waaronder gezondheidszorg. De omvang van de te slopen bebouwing van de huidige locatie voor maatschappelijke voorzieningen bedraagt namelijk 2.340 m2. Relevant is ook dat de nieuwe ontwikkeling geheel gericht is op een toekomstbestendige herontwikkeling van bestaande maar verouderde functies. En daarmee juist gericht op zorgvuldig ruimtegebruik, zoals beoogd door de ladder van duurzame verstedelijking en de provinciale kaders. Conclusie: de ontwikkeling van het nieuwe gezondheidscentrum voorziet in een behoefte aan kwalitatieve verbetering van bestaande gezondheidsvoorzieningen in een modern gezondheidscentrum, met een gebundeld en compleet aanbod van de eerstelijnsgezondheidszorg op een centrale locatie in de wijk de Ruwaard. Tevens worden herontwikkelingsmogelijkheden van bestaand, verouderd stedelijk gebied benut. De ontwikkeling sluit daarmee aan bij de gemeentelijke en provinciale kaders en is verantwoord vanuit de Ladder voor duurzame verstedelijking.

4.2

Milieu- en omgevingsaspecten

In deze paragraaf wordt ingegaan op de milieu- en omgevingsaspecten die verband houden met, of betrekking hebben op de ruimtelijke ontwikkeling. Het gaat daarbij meestal om de wisselwerking met de omgeving. Welke gevolgen heeft het initiatief voor de omgeving en omwonenden? Maar ook, welke gevolgen hebben activiteiten in de omgeving voor de mogelijkheden op de projectlocatie? Achtereenvolgens komen de volgende aspecten aan bod: - Bedrijven en milieuzonering (§ 4.2.1) - Bodem (§ 4.2.2) - Externe veiligheid (§ 4.2.3) - Geurhinder: agrarisch (§ 4.2.4) - Geur: industrieel (§ 4.2.5) - Luchtkwaliteit (§ 4.2.6) - Mobiliteit en parkeren (§ 4.2.7) - Straling (§ 4.2.8) - Water (§ 4.2.9) - Weg-, spoor-, en industrielawaai (§ 4.2.10) - Gezondheid (§ 4.2.11)

4.2.1 Bedrijven en milieuzonering Een goede ruimtelijke ordening voorkomt hinder en gevaar. Dit kan door voldoende afstand te houden tussen milieubelastende activiteiten van bedrijven en gevoelige functies, zoals woningen. Het doel van milieuzonering is om de kwaliteit van het woon- en leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Daarnaast kan milieuzonering bedrijven voldoende zekerheid bieden om hun activiteiten duurzaam uitvoeren. De handreiking Bedrijven en milieuzonering van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) geeft richtafstanden om de milieuzonering van bedrijven te kunnen bepalen. In de nabijheid van de projectlocatie liggen diverse bestemmingen. Ten zuiden van de planlocatie is de Sterrebosflat gelegen in de bestemming ‘Wonen’. De begane grond van de Sterrebosflat wordt verbouwd en uitgebreid ten behoeve van de nieuwe Iemhof. Hierdoor verdwijnen appartementen op de begane grond. De kortste afstand tussen het gezondheidscentrum en de flat bedraagt ongeveer 3 meter (ter plaatse van het noodtrappenhuis). De afstand tot het dichtstbijzijnde appartement (gelegen op de eerste verdieping) bedraagt ruim 4 meter. De woningen aan de Brederostraat 35 en Jacob Catsstraat 1 liggen op een afstand van ongeveer 30 meter van de westgevel van het nieuwe gezondheidscentrum. Ten noorden van de locatie (ca. 40 meter) ligt het winkelcentrum De Ruwert.

Het betreft hier de “achterzijde” van het winkelcentrum waar onder andere het laden en lossen plaatsvindt van supermarkt

Gezondheidscentrum De Ruwaard, pag. 30 van 51 juni 2021

Nettorama. Op ruim 20 m afstand ten noord-oosten van de planlocatie is Apotheek Hofsteede gevestigd. Beide functies zijn op grond van het geldende bestemmingsplan gelegen in de bestemming ‘CentrumKernwinkelgebied’. Gronden met deze bestemming zijn bestemd voor detailhandel, horeca 2 en 3, dienstverlening, maatschappelijk, kantoren en parkeervoorzieningen. Een supermarkt, detailhandel, de apotheek (dienstverlening) en kantoren zijn volgens de handreiking van de VNG aan te merken als categorie 1 bedrijven. Ook de horeca in categorie 2 en 3, zoals restaurants, eetcafé, cafetaria, maaltijdafhaalcentrum en ijssalon, zijn aan te merken als categorie 1 bedrijven. Gebaseerd op deze informatie bedraagt de maximale richtafstand voor categorie 1 bedrijven 10 meter. Omdat het gezondheidscentrum op een grotere afstand is gelegen dan 10 meter, zullen de aanwezige bedrijven niet belemmerd worden in hun bedrijfsvoering door de komst van het gezondheidscentrum. Het gezondheidscentrum zelf valt onder de categorie gezondheids- en welzijnszorg onder de specificatie artsenpraktijk. Op grond van de handreiking is een artsenpraktijk aan te merken als categorie 1. De richtafstand afstand bedraagt minimaal 10 m met betrekking tot het aspect geluid. De overige aspecten (geur, stof en gevaar) zijn niet relevant.

De afstand tussen het gezondheidscentrum en de woningen aan de Brederostraat en Jacob Catsstraat is groter. Dit geldt ook voor de noordelijk gelegen functies in het winkelcentrum. Hier worden voor dit aspect geen belemmeringen verwacht. Maar de afstand tussen het gezondheidscentrum en de Sterrebosflat is kleiner dan 10 meter. Daarom moet formeel een geluidsonderzoek worden uitgevoerd. Echter, gekeken naar de ligging (sterke functiemenging, gezien de nabijheid van woningen, maatschappelijke functies, detailhandel en dienstverlening en andere functies) valt de projectlocatie onder het omgevingstype gemengd gebied. Dit betekent dat de richtafstanden van de handreiking Bedrijven en milieuzonering 2009 theoretisch gezien met één afstandsstap kunnen worden verlaagd, zonder dat dit ten koste gaat van het woon- en leefklimaat. Voor voorgenoemde functies heeft dit tot gevolg dat de richtafstand van 10 meter kan worden verlaagd naar 0 meter. Voor het aspect geluid zijn er daarom naar alle waarschijnlijkheid geen belemmeringen.

4.2.2 Bodem Op basis van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening en artikel 3.2 Algemene wet bestuursrecht, moet in planvorming rekening gehouden worden met de bodemkwaliteit in relatie tot de gewenste functies. In de Bouwverordening van de gemeente Oss is geregeld dat onder bepaalde omstandigheden het oprichten van gebouwen pas kan plaatsvinden als de bodem geschikt is (of geschikt is gemaakt) voor het beoogde doel. Om die reden dient bij iedere nieuwbouwactiviteit de bodemkwaliteit door middel van onderzoek te worden vastgesteld. Bij een wijziging van het bestemmingsplan of een omgevingsvergunning voor het gebruik in afwijking van de bestemming dient de haalbaarheid van het plan te worden onderzocht. Onderdeel hiervan is een toets voor wat betreft de bodemkwaliteit. Ter plaatse van winkelcentrum De Ruwert zijn diverse bodemonderzoeken uitgevoerd. Op basis daarvan wordt gesteld dat er geen bodemtechnische bezwaren bestaan tegen de voorgenomen planontwikkeling in het kader van een bestemmingsplanprocedure. Echter, ter plaatse van de exacte bouwlocatie is op dit moment geen actuele bodeminformatie beschikbaar. En in het kader van een omgevingsvergunning bouwen dient de bodemkwaliteit wel onderzocht te worden en is dus een bodemonderzoek conform de NEN-5740 noodzakelijk.

Afhankelijk van de zintuiglijke waarnemingen kan tevens een verkennend asbestonderzoek conform de NEN-5707 noodzakelijk zijn. Het verdient de voorkeur om het bodemonderzoek ná de sloop van D’n Iemhof uit te voeren. Indien toch voor het slopen een bodemonderzoek conform NEN 5740 is uitgevoerd, dan moet ná de sloop een aanvullend bodemonderzoek uitgevoerd worden ter controle op bodemverontreiniging als gevolg van de sloopactiviteiten. Onder andere asbest is hierbij een aandachtspunt als het gebouw vóór 1994 is gebouwd. D’n Iemhof is gebouwd midden jaren zeventig, waardoor de aanwezigheid van asbest

Gezondheidscentrum De Ruwaard, pag. 31 van 51 juni 2021

onderzocht moet worden. Ook de drupzone van (bij)gebouwen met asbestdaken zonder dakgoot is een aandachtspunt. Het bodemonderzoek zal in een later stadium worden uitgevoerd.

4.2.3 Externe veiligheid Externe veiligheid behandelt de risico's die ontstaan als gevolg van opslag van of handelingen met gevaarlijke stoffen. Deze risico’s kunnen hun weerslag hebben op de omgeving. Het wettelijke kader voor externe veiligheid bestaat onder meer uit: - het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) - de circulaire Risiconormering vervoer gevaarlijke stoffen (cRNVGS) - het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Enerzijds gaat het over de risicobronnen (bedrijven of transportroutes). Anderzijds gaat het over de risicoontvangers (omstanders die niets met de opslag van of handelingen met gevaarlijke stoffen te maken hebben). Wat betreft de risico-ontvangers maakt de wetgeving onderscheid in kwetsbare objecten en beperkt kwetsbare objecten. Uit artikel 1 van het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) onderdeel c, lid 2 blijkt dat complexen waarin meer dan vijf winkels zijn gevestigd en waarvan het gezamenlijk bruto vloeroppervlak meer dan 1000 m2 bedraagt als kwetsbaar object worden gezien. Het gezondheidscentrum gaat ruimte bieden aan drie huisartsenpraktijken en een apotheek. Daarnaast worden twee fysiotherapiepraktijken, een podotherapiepraktijk, een psychologenpraktijk en een diëtiekpraktijk gehuisvest in het gezondheidscentrum. Het complex heeft een oppervlakte van ongeveer 2.000 m2.

Hieruit volgt dat het beoogde gezondheidscentrum als kwetsbaar object gezien moet worden. Verder maakt de wetgever onderscheid tussen het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Het plaatsgebonden risico (PR) geeft de kans, op een bepaalde plaats, om te overlijden als gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. De kans heeft betrekking op een fictief persoon die continu op die plaats aanwezig is. Het PR kan op de kaart worden weergegeven met zogeheten risicocontouren: lijnen die punten verbinden met eenzelfde PR. De wetgever schrijft voor hoe moet worden omgegaan met de PR 10-6/jaar. Binnen deze contour heeft iemand die hier continu aanwezig is de kans van 1 op één miljoen om te overlijden als gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het groepsrisico (GR) is een maat voor de kans dat bij een ongeval een groep slachtoffers valt met een bepaalde omvang. Het GR is daarmee een maat voor de maatschappelijke ontwrichting bij een calamiteit. Het GR wordt bepaald binnen het invloedsgebied van een risicovolle activiteit. Dit invloedsgebied wordt begrensd door de 1% letaliteitsgrens (tenzij anders bepaald): de afstand waarop niet meer dan 1% van de blootgestelde mensen in de omgeving komt te overlijden bij een calamiteit met gevaarlijke stoffen. Ook in de gemeente Oss zijn risicobronnen aanwezig in de vorm van transportassen en stationaire activiteiten.

Dit vraagt om een gemeentelijke visie. Op 19 mei 2011 heeft de gemeenteraad de Beleidsvisie Externe veiligheid vastgesteld. Deze beleidsvisie beschrijft op welke manier de gemeente Oss externe veiligheid in haar afwegingen betrekt. Gekeken naar nabijgelegen risicobronnen1 blijkt dat de beoogde locatie niet gelegen is binnen een plaatsgebonden risicocontour (PR10-6/jaar). De beoogde locatie ligt wel binnen het invloedsgebied van een risicobron, in dit geval de spoorlijn Oss – Ravenstein, maar op een relatief grote afstand (> 300 meter). De standaardverantwoording voor een grotere afstand (bijlage 2 van de beleidsvisie externe

1 www.risicokaart.nl

Gezondheidscentrum De Ruwaard, pag. 32 van 51 juni 2021

veiligheid) kan hiervoor gebruikt worden. De beoogde locatie ligt buiten het invloedsgebied van het tankstation met LPG aan de Euterpelaan. Er worden voor de beoogde ontwikkeling vanuit externe veiligheid geen belemmeringen verwacht. 4.2.4 Geurhinder: agrarisch De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) is het beoordelingskader voor geur bij milieuvergunningen, bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen. Het gaat uitdrukkelijk om geurhinder vanwege tot veehouderijen behorende dierenverblijven. De wet maakt onderscheid tussen geurnormen voor intensieve en extensieve veehouderijen. De geurbelasting van intensieve veehouderijen wordt berekend en uitgedrukt in de vorm van een geurcontour. De geurbelasting van extensieve veehouderijen wordt uitgedrukt in vaste afstanden. De gemeente Oss heeft op basis van de wet een eigen geurbeleid opgesteld. Het geurbeleid bestaat uit twee delen: de “Geurgebiedsvisie 2013” en de “Agrarische geurverordening gemeente Oss 2017”. Het hanteert per soort gebied een eigen geurnorm en streeft de volgende doelen na: - de burger beschermen tegen geurhinder; - de veehouderijen niet onnodig beperken; - ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk maken, onder de voorwaarde dat er een aanvaardbaar woon- en leefklimaat is. De gemeentelijke “Beleidsregel ruimtelijke ontwikkelingen en geurhinder” is van belang voor de vraag of een ruimtelijke ontwikkeling kan plaatsvinden.

De beleidsregel geeft aan wanneer sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. In de Verordening geurhinder en veehouderij gemeente Oss 2017 wordt de maximale waarde voor de geurbelasting van een veehouderij op een geurgevoelig object binnen de gemeente Oss vastgelegd. Conform Artikel 3 Waarden voor de geurbelasting, lid 1 van de verordening zijn de volgende waarden vastgelegd: A. Stad Oss

1,0 Ou

B. Woonkern met geen/enige intensieve veehouderij

2,0 Ou

C. Plangebied (bij kern A en B)

3,0 Ou

D. Woonkern met intensieve veehouderij

6,0 Ou

E. Zoekgebied + plangebied Maren-Kessel West en Liesdaal

6,0 Ou

F. Recreatiegebieden

8,0 Ou

G. Extensiveringsgebieden

8,0 Ou

H. Bedrijventerreinen

8,0 Ou

I. Bedrijventerrein Vorstengrafdonk

12,0 Ou

J. Verwevingsgebied

14,0 Ou

K. Landbouwontwikkelingsgebied

14,0 Ou

De geurnorm voor de Stad Oss bedraagt 1,0 Ou. Omdat er in de nabijheid van de locatie geen veehouderijen zijn gelegen, worden met betrekking tot agrarische geur geen belemmeringen verwacht.

4.2.5 Geur: industrieel Het nationale industriële geurbeleid is vastgelegd in de Nederlandse emissierichtlijn (NeR). De brief van het ministerie van Infrastructuur en Milieu van 30 juni 2005 stelt het rijksbeleid in grote lijnen vast. Het algemene uitgangspunt is het voorkomen van (nieuwe) hinder. Dit uitgangspunt vormt samen met het

Gezondheidscentrum De Ruwaard, pag. 33 van 51 juni 2021

toepassen van de Beste Beschikbare Techniek (BBT) de kern van het geurbeleid. Uitgangspunten van het rijksbeleid zijn: - als er geen hinder is, zijn maatregelen niet nodig; - als er wel hinder is, worden maatregelen getroffen op basis van het Beste Beschikbare Techniekprincipe; - de gemeente stelt vast welke mate van hinder acceptabel is. Gemeenten en provincies hebben de bevoegdheid om een eigen geurbeleid vast te stellen. De provincie Noord-Brabant heeft een eigen geurbeleid voor provinciale bedrijven, de Beleidsregel beoordeling geurhinder omgevingsvergunningen industriële bedrijven Noord-Brabant. De gemeente Oss heeft geen eigen industrieel geurbeleid. Per situatie stelt de gemeente Oss vast of sprake is van een acceptabel geurniveau. Er zijn verschillen in het niveau van bescherming mogelijk. Voor een bedrijfswoning kan bijvoorbeeld een hogere geurbelasting gehanteerd worden dan voor aaneengesloten woonbebouwing. In de directe omgeving van de planlocatie zijn geen bedrijven gelegen die kunnen zorgen voor geuroverlast. De dichtstbijzijnde functie betreft supermarkt Nettorama in het winkelcentrum en de huidige apotheek. De apotheek zal in de toekomst een andere functie krijgen binnen de huidige bestemming. Op grond van de handreiking bedrijven en milieuzonering van de VNG bedraagt de richtafstand tot voorgenoemde functies minimaal 10 meter.

De afstand tot de apotheek bedraag ruim 20 meter en tot de supermarkt ongeveer 40 meter. Hiermee wordt voldaan aan de minimale richtafstanden, waardoor er geen belemmeringen worden verwacht met betrekking tot het aspect geur.

4.2.6 Luchtkwaliteit Het beleid en de regelgeving over luchtkwaliteit heeft tot doel om mensen te beschermen tegen de gezondheidseffecten van luchtverontreiniging. Ze bevatten luchtkwaliteitsnormen voor verschillende stoffen. Ruimtelijke plannen of projecten die gevolgen kunnen hebben voor de luchtkwaliteit, zoals bestemmingsplannen, dienen getoetst te worden aan de Wet milieubeheer (afdeling 5.2.). Deze wet bevat grenswaarden voor de stoffen zwaveldioxide, stikstofdioxide, stikstofoxiden, fijn stof, lood, benzeen en koolmonoxide in de buitenlucht. In Nederland zijn de maatgevende luchtverontreinigende stoffen stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10). Overschrijding van de grenswaarden van andere stoffen komt bijna niet voor. De wet maakt onderscheid tussen kleine en grote ruimtelijke projecten. Kleine projecten zijn projecten die de luchtkwaliteit ‘niet in betekenende mate’ (NIBM) verslechteren. Deze projecten hoeven niet meer beoordeeld te worden op luchtkwaliteit. Ze zijn namelijk zo klein dat ze geen wezenlijke invloed hebben op de luchtkwaliteit. Er is geen belemmering als een klein project niet of nauwelijks bij draagt aan luchtverontreiniging, óók niet in overschrijdingsgebieden (gebieden met te veel luchtvervuiling). De ministeriële Regeling NIBM geeft aan in welke gevallen een nieuw project in ieder geval een NIBMproject is.

Dit is bijvoorbeeld het geval als er minder dan 500 woningen worden gebouwd bij minimaal één ontsluitingsweg, of minder dan 1.000 woningen bij twee ontsluitingswegen. Het Besluit gevoelige bestemmingen beperkt de vestiging van zogeheten ‘gevoelige bestemmingen’, zoals een school, in de nabijheid van provinciale en rijkswegen. Het besluit is gericht op bescherming van mensen met een verhoogde gevoeligheid voor fijn stof (PM10) en stikstofdioxide (NO2), met name kinderen, ouderen en zieken. Daartoe voorziet het besluit in zones waarbinnen luchtkwaliteitsonderzoek nodig is: 300 meter aan weerszijden van rijkswegen en 50 meter langs provinciale wegen, gemeten vanaf de rand van de weg. Waar in zo’n onderzoekszone de grenswaarden voor PM10 of NO2 (dreigen te) worden overschreden, mag het totaal aantal mensen dat hoort bij een ‘gevoelige bestemming’ niet toenemen. Dit wordt bereikt door op zo’n plek de vestiging van bijvoorbeeld een school niet toe te staan. Bij uitbreidingen van bestaande gevoelige bestemmingen is een eenmalige toename van maximaal 10% van het totale aantal blootgestelden toegestaan. De volgende gebouwen met de bijbehorende terreinen zijn aangemerkt als gevoelige bestemming: scholen, kinderdagverblijven, en verzorgings-, verpleeg- en

Gezondheidscentrum De Ruwaard, pag. 34 van 51 juni 2021

bejaardentehuizen. Het gaat hierbij niet om bestemmingen in de meest enge zin van het woord, maar om alle vergelijkbare functies, ongeacht de exacte aanduiding ervan in bestemmingsplannen en andere besluiten. Van doorslaggevend belang is de (voorziene) functie van het gebouw en het bijbehorende terrein. In de context van dit besluit worden ziekenhuizen, woningen en sportaccommodaties dus niet als gevoelige bestemming gezien. Ook een gezondheidscentrum zal niet als gevoelige bestemming gezien worden. De gemeente heeft geen eigen regelgeving en beleid over luchtkwaliteit. Door de ontwikkeling van het gezondheidscentrum zal er sprake zijn van een toename van verkeer. Aan de hand van de verkeersgeneratie is de NIBM-tool ingevuld om te onderzoeken of de beoogde ontwikkeling valt onder de regeling Besluit niet in de betekenende mate (NIBM). De resultaten van de NIBM-tool zijn opgenomen in de memo Luchtkwaliteit, zie de bijlage bij deze ruimtelijke onderbouwing. In de memo wordt geconcludeerd dat de ontwikkeling niet in betekenende mate bijdraagt aan de concentraties in de buitenlucht. Er is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ter plaatse van de beoogde ontwikkeling.

4.2.7 Mobiliteit en parkeren De Mobiliteitsvisie Oss uit 2009 heeft als doel het in balans brengen van bereikbaarheid, leefbaarheid en veiligheid. De mobiliteitsvisie is uitgewerkt in het Mobiliteitsplan 2020 Oss. Het deelplan Wegen werkt het gewenste netwerk voor het autoverkeer uit. Per weg wordt de gewenste functie vastgelegd. Van belang is de vraag of een initiatief leidt tot extra verkeersbewegingen en of de toename van verkeersbewegingen passen binnen de normen die voor ontsluitingswegen gelden. De gemeente Oss heeft een gemeentelijk parkeerbeleidsplan vastgesteld. De nota ‘Parkeernormen 2017’ geeft aan welke parkeernormen voor welke gebieden gelden. Verkeersgeneratie en verkeersafwikkeling Voor het bepalen van de verkeersgeneratie als gevolg van de ruimtelijke ontwikkeling is een aantal uitgangspunten gehanteerd, Er wordt daarbij gebruik gemaakt van de CROW-publicatie 381 ‘Toekomstbestendig parkeren’ (incl. kencijfers over verkeersgeneratie). De gemiddelde verkeersgeneratie is toegepast, want er is geen aanleiding om juist het minimum of maximum te kiezen. De kencijfers voor verkeersgeneratie worden uitgedrukt in aantal motorvoertuigen (mvt) per weekdag. Voor het omzetten van deze cijfers naar aantal motorvoertuigen per werkdag wordt factor 1,11 gebruikt. Het nieuwe gezondheidscentrum bestaat uit diverse soorten zorgpraktijken met in totaal 30 behandelkamers.

Deze functies komen in de plaats van een huisartsenpraktijk met in totaal 11 behandelkamers. Daarnaast is in de huidige situatie in een nabijgelegen gebouw een apotheek aanwezig. Deze krijgt ook een plaats in het nieuwe gezondheidscentrum. Op basis van bovengenoemde uitgangspunten is de verwachte toename van de verkeersgeneratie berekend:

functie huidig huisartspraktijk apotheek

toekomst gezondheidscentrum apotheek totaal

omvang

eenheid

norm eenheid mvt/weekdag

totaal mvt/werkdag

11 behandelkamer 1

26 per behandelkamer 136 per apotheek

317 151 468

30 behandelkamer 1

18 per behandelkamer 136 per apotheek

599 151 750

toename

282

Gezondheidscentrum De Ruwaard, pag. 35 van 51 juni 2021

Conclusie: ten opzichte van de huidige situatie neem de verkeersgeneratie (= aantal ritten van/naar het gezondheidscentrum) naar verwachting toe met 282 motorvoertuigen per werkdag. Het nieuwe gezondheidscentrum is een van de ontwikkelingen die spelen rondom het winkelcentrum De Ruwert. Dit winkelcentrum is vanuit alle richtingen goed bereikbaar via gebiedsontsluitingswegen (50 km/uur), zijnde de Schaepmanlaan, Johannes Zwijsenlaan, Joost van den Vondellaan en Vivaldistraat. De verwachting is dat deze wegen de toename als gevolg van de ruimtelijke ontwikkeling vlot en veilig kunnen verwerken. Er is voldoende restcapaciteit op deze wegen. De grote parkeerplaats aan de oostzijde van het winkelcentrum wordt ontsloten via de Paganinistraat. Deze straat heeft een erftoegangsfunctie (30 km/uur). Vanwege de lage snelheden van het gemotoriseerd verkeer is de verwachting dat ook in deze straat geen problemen ontstaan in de verkeersafwikkeling en op het gebied van verkeersveiligheid. Parkeren Voor het bepalen van de parkeervraag als gevolg van de ruimtelijke ontwikkeling is een aantal uitgangspunten gehanteerd. De gemiddelde parkeernorm uit de ‘Parkeernormen 2017 gemeente Oss’ is toegepast. Er is geen aanleiding om juist het minimum of maximum te kiezen. Het nieuwe gezondheidscentrum bestaat uit diverse soorten zorgpraktijken met in totaal 30 behandelkamers.

Deze functies komen in de plaats van een huisartsenpraktijk met in totaal 11 behandelkamers. Daarnaast is in de huidige situatie in een nabijgelegen gebouw een apotheek aanwezig. Deze krijgt een plaats in het nieuwe gezondheidscentrum. Op basis van bovengenoemde uitgangspunten is de verwachte toename van de parkeervraag:

functie huidig huisartspraktijk apotheek

toekomst gezondheidscentrum apotheek totaal

omvang

eenheid

norm aantal pp

eenheid

totaal aantal pp

11 behandelkamer 1

3,0 per behandelkamer 3,2 per apotheek

33 3,2 36,2

30 behandelkamer 1

2,2 per behandelkamer 3,2 per apotheek

66 3,2 69,2

parkeereis (afgerond)

33

Conclusie: ten opzichte van de huidige situatie neem de parkeervraag toe met 33 parkeerplaatsen. Ten aanzien van het aspect parkeren moet het gezondheidscentrum worden gezien als een van de ontwikkelingen die spelen rondom het winkelcentrum. Want naast een nieuw gezondheidscentrum zijn er ook nog andere ontwikkelingen in de directe omgeving die tot gevolg hebben dat de parkeervraag toeneemt. De extra parkeervraag naar aanleiding van de andere ontwikkelingen bedraagt in totaal 49 parkeerplaatsen (zie ook rapport van IV-infra ‘Parkeeradvies Ruwaard-centrum, d.d. 24-12-2019). Dit betekent dat het aantal parkeerplaatsen minimaal met 82 parkeerplaatsen moet toenemen. In de huidige situatie (2021) zijn in totaal 409 parkeerplaatsen rondom het winkelcentrum aanwezig. Na herinrichting van de openbare ruimte neemt het aantal parkeerplaatsen met 124 toe tot 533 parkeerplaatsen. Dit betekent dat er als gevolg van de ruimtelijke ontwikkelingen voldoende parkeerplaatsen extra worden aangelegd.

Gezondheidscentrum De Ruwaard, pag. 36 van 51 juni 2021

Overigens kan als gevolg van dubbelgebruik van parkeerplaatsen het verschil tussen vraag en aanbod groter worden. Een parkeerplaats kan op werkdagen bijvoorbeeld worden gebruikt door een bezoeker van het gezondheidscentrum en op zaterdag door een winkelbezoeker. Met dit dubbelgebruik is in voorgaande berekening geen rekening gehouden. Er worden als gevolg van de ruimtelijke ontwikkelingen dus voldoende parkeerplaatsen extra aangelegd.

4.2.8 Straling Het beleid voor elektromagnetische velden is opgenomen in het Nationaal Milieubeleidsplan (NMP4), de Toekomstagenda Milieu en de beleidsnota Nuchter Omgaan met Risico's, beslissen met gevoel voor onzekerheden (2004). Het ministerie van Infrastructuur en milieu heeft het beleid voor bovengrondse hoogspanningslijnen uitgewerkt in een advies van oktober 2005. Dit advies is verder toegelicht in een brief van november 2008. De gemeente Oss heeft in het Milieubeleidsplan 2010-2014 het rijksadvies vastgelegd als beleidsuitgangspunt. Dit houdt in dat er bij nieuwbouwplannen of het realiseren van nieuwe hoogspanningslijnen voorkomen dient te worden dat er gevoelige bestemmingen terecht komen in een zone waar het magnetische veld gemiddeld over een jaar hoger is dan de norm van 0,4 microtesla. De planlocatie is niet gelegen binnen een zone van 80 meter van een bovengrondse hoogspanningslijn. Straling van bovengrondse hoogspanningslijnen is geen beperkende factor voor deze ontwikkeling.

4.2.9 Water De Waterwet regelt het beheer van oppervlaktewater en grondwater. Ook verbetert de Waterwet de samenhang tussen waterbeleid en ruimtelijke ordening. Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) stelt een watertoets verplicht voor ruimtelijke plannen waarin waterbelangen spelen. De watertoets bewaakt de waterkwaliteit en waterkwantiteit. Een watertoets is het hele proces van vroegtijdig informeren, adviseren, afwegen en beoordelen. Waterhuishoudkundige aspecten zijn onder meer veiligheid, wateroverlast, waterkwaliteit, verzilting en verdroging. De watertoets heeft betrekking op alle wateren: rijkswateren, regionale wateren, gemeentelijke en particuliere wateren en grondwater. Het waterschap Aa en Maas beschrijft in het Waterbeheerplan 2016-2021 haar doelstellingen voor de periode 2016-2021 en de wijze waarop deze doelstellingen bereikt moeten worden. Hiermee geeft het waterschap invulling aan de verplichting vanuit de Waterwet en de Verordening water Noord-Brabant om een waterbeheerplan op te stellen. In het waterbeheerplan wordt een indeling gemaakt in de volgende programma’s: - Veilig en bewoonbaar; - Voldoende water en robuust watersysteem; - Schoon water; - Gezond en natuurlijk water; - Het leveren van maatschappelijke meerwaarde. Deze programma’s zijn in het Waterbeheerplan verder uitgewerkt naar concrete doelstellingen.

Deze doelstellingen vinden onder andere een doorwerking in de beschikbare instrumenten van het waterschap: Keur, legger, communicatie en stimuleringsmiddelen. Keur De Keur is een waterschapsverordening en omvat samen met de Waterwet alle gebods- en verbodsbepalingen met betrekking tot ingrepen of activiteiten die consequenties hebben voor de waterkwantiteit, waterkwaliteit en waterveiligheid. De Keur is verder uitgewerkt in beleids- en algemene regels.

Gezondheidscentrum De Ruwaard, pag. 37 van 51 juni 2021

Legger De Keur verwijst in de gebods- en verbodsbepalingen volop naar de legger. De legger legt de status en afmetingen behorende bij de regels van de Keur vast in een overzichtskaart van het waterbeheersgebied. Op deze kaart zijn onder andere dijken, waterlopen en bijbehorende beschermingszones aangegeven. Waterschap Aa en Maas hanteert onderstaande (beleids)uitgangspunten voor het beoordelen van plannen waarbij het verhard oppervlak toeneemt. Deze (beleids)uitgangspunten zijn opgenomen in ‘Hydrologische uitgangspunten bij de Keurregels voor afvoeren van hemelwater, Brabantse waterschappen’. Voor een toename van het verhard oppervlak tussen de 500 m2 en 10.000 m2 kan de vereiste compensatie berekend worden door de toename van het verhard oppervlak (m2) te vermenigvuldigen met een waterschijf van 60 mm. De gemeente Oss heeft in 2013 een integraal plan Watertaken vastgesteld. Het plan bestaat uit twee delen. Het “verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan” (vGRP) regelt de zorg voor inzameling en transport van afvalwater. Ook regelt het vGPR een doelmatige verwerking van afvloeiend hemelwater en overtollig grondwater. Daarnaast biedt het plan Watertaken een kader voor de andere watertaken van de gemeente. De gemeente is verantwoordelijk voor de openbare ruimte. Het gaat vooral om de zorg voor oppervlaktewater in bebouwd gebied.

De gemeente is ook verantwoordelijk voor een goede ruimtelijke ordening. Het gaat om voldoende ruimte voor water in ruimtelijke plannen. De watertoets is opgenomen in het Besluit op de ruimtelijke ordening (Bro). Beleid van gemeente, provincie en rijk is van toepassing bij een watertoets. Toetsing van uw waterparagraaf gebeurt op kwaliteit en kwantiteit. De verwerking van hemelwater, afvalwater en planologische ‘waterbestemmingen’ komen aan bod. De digitale watertoets is ingevuld op www.dewatertoets.nl. Het waterschap bekijkt aan de hand van de aangeleverde gegevens of in het plan voldoende rekening is gehouden met de waterhuishouding ter plaatse van het plangebied. De watertoets doorloopt de waterhuishoudkundige doelstellingen en levert mogelijk aandachtspunten en knelpunten op. De digitale watertoets heeft het volgende opgeleverd. Uit de door u ingevoerde gegevens blijkt dat de verhardingstoename en/of -afkoppeling maximaal 2.000 m2 is en het plangebied buiten de ruimtelijk begrensde waterbelangen valt. Onze verwachting is dat wij daarom geen of weinig inhoudelijke opmerkingen zullen hebben. Wel verzoeken wij u alvast om bij de bouw af te zien van het gebruik van uitlogende bouwmaterialen. Hiermee worden bijvoorbeeld zink en koper in daken, gevels, goten en leidingen bedoeld.

Het toetsresultaat en de samenvatting van www.dewatertoets.nl zijn opgenomen in de bijlage van deze ruimtelijke onderbouwing. Hemelwater Voldaan moet worden aan het uitgangspunt van hydrologisch neutraal bouwen. Dit betekent dat er door het plan niet meer water mag worden afgevoerd vanuit het plangebied dan in de bestaande situatie. Vaak neemt het verhard oppervlak toe bij de realisatie van nieuwe bebouwing. Met de ontwikkeling van het gezondheidscentrum wordt geen 500 m2 of meer verhard oppervlak gerealiseerd. Het gezondheidscentrum krijgt een oppervlakte van ongeveer 1.175 m2. Maar daarvoor zullen D’n Iemhof en De Spil worden gesloopt. De oppervlakte van de te slopen bebouwing bedraagt ongeveer 2.340 m2. Door de sloop van oude bebouwing en de nieuwbouw van het gezondheidscentrum zal per saldo het verhard oppervlak niet toenemen. Dit betekent dat het waterschap in deze situatie ten aanzien van de tijdelijke berging en verwerking van hemelwater geen compensatie-eis zal stellen. Ook bij vervangende nieuwbouw hanteert de gemeente het uitgangspunt dat regenwater in beginsel op eigen terrein verwerkt dient te worden. Regenwaterafvoeren worden zichtbaar afgekoppeld boven eigen terrein. In een plangebied moet totaal 60 mm berging aanwezig zijn. Voorzieningen dienen daarvan ten

Gezondheidscentrum De Ruwaard, pag. 38 van 51 juni 2021

minste 10 mm van het afstromend regenwater op eigen terrein te kunnen bufferen en 50 mm in het openbaar gebied. Bufferruimte dient binnen 24 uur weer beschikbaar te zijn. Binnen het plangebied dient een voorziening voor waterberging te worden aangelegd. Er wordt nog onderzocht wat voor voorziening op deze locatie mogelijk is. Bij extreme neerslag zal het overtollig hemelwater oppervlakkig worden afgevoerd naar het bestaande (gemengde) riool in de omliggende straten. Afvalwater Uitgangspunt is dat het vuile afvalwater en het schone hemelwater worden gescheiden. Het gescheiden stelsel van het gezondheidscentrum wordt aangesloten op het bestaande riool van D’n Iemhof, Paganinistraat of Brederostraat. Het plan zal in het kader van het wettelijk vooroverleg aan het waterschap worden voorgelegd. Gezien het bovenstaande wordt niet verwacht dat dat zal leiden tot ingrijpende aanpassingen van het plan.

4.2.10 Weg-, spoor- en industrielawaai De Wet geluidhinder (Wgh) biedt bescherming tegen (spoor)weglawaai en tegen industrielawaai van inrichtingen voor zover gelegen op een gezoneerd industrieterrein. In de Wgh wordt een beperkt aantal typen objecten beschermd, de zogenoemde geluidgevoelige objecten. De Wet geluidhinder kent een stelsel van normen ter voorkoming van geluidhinder. Ter bescherming van woningen en andere geluidsgevoelige bestemmingen zijn grenswaarden opgenomen. Hierbij is een ondergrens (voorkeursgrenswaarde) en een bovengrens (maximaal toelaatbare grenswaarde) opgenomen. De Wgh biedt gemeenten de mogelijkheid om gericht in te spelen op de lokale situatie door maatwerk te leveren. Burgemeester en wethouders kunnen een hogere waarde vaststellen dan de ondergrens, maar mogen daarbij de bovengrens niet overschrijden. In 2010 heeft de gemeenteraad van Oss de geluidsnota “Geluidskwaliteit in de leefomgeving” vastgesteld. De gemeente Oss maakt hierbij gebruik van gebiedsgericht geluidbeleid. Per gebied wordt een geluidskwaliteit nagestreefd. Zo zijn er ‘rustige gebieden’, ‘dynamische gebieden’ en er zijn gebieden die ten aanzien van geluid onder druk staan. De geluidsnota gaat ook in op de realistische inzet van onderzoek, het stellen van eigen criteria voor het toestaan van een hogere waarde en bedrijfswoningen op industrieterreinen.

De gemeente Oss streeft naar een leefbare woonsituatie, ook op locaties met een hoge geluidsbelasting. Deze leefbaarheid wordt bereikt door terughoudend te zijn met hogere grenswaarden en door hieraan voorwaarden te verbinden. Deze voorwaarden leggen de initiatiefnemer of de beheerder een inspanning op voor een leefbare woonomgeving als compensatie voor het bouwen en het veroorzaken van een lawaaiige situatie. Zonering van industrielawaai in het kader van de Wet geluidhinder is het ruimtelijk scheiden van industrieterreinen waarop (grote) lawaaimakers zijn gevestigd enerzijds en woningen en andere geluidsgevoelige bestemmingen anderzijds. Ook in Oss is er een aantal gezoneerde industrieterreinen. Met zonering wordt beoogd rechtszekerheid te bieden aan zowel bedrijven als aan bewoners/gebruikers van woningen en andere geluidsgevoelige bestemmingen. Bedrijven kunnen aan de ene kant hun geluid producerende activiteiten niet onbeperkt uitbreiden ter bescherming van woningen en andere geluidsgevoelige bestemmingen binnen en buiten de zone. Aan de andere kant wordt, ter bescherming van hun akoestische ruimte, voorkomen dat woningen en andere geluidsgevoelige bestemmingen te veel oprukken naar de bedrijven toe. Een gezondheidscentrum betreft geen geluidsgevoelig object op basis van de Wet geluidhinder.

Daarnaast is de locatie niet gelegen binnen de geluidszone van een weg, spoor of gezoneerd industrieterrein. Het aspect geluid vormt dan ook geen belemmerende factor voor deze ontwikkeling.

Gezondheidscentrum De Ruwaard, pag. 39 van 51 juni 2021

4.2.11 Gezondheid en veehouderijen Uit de VGO-rapporten die afgelopen jaren zijn gepubliceerd door het RIVM komt duidelijk naar voren dat er een relatie wordt gevonden tussen veehouderijen en de gezondheid van omwonenden. Deze relatie is door de onderzoeker op verschillende manieren vastgesteld. Daarbij komt dichtheid van veehouderijbedrijven en afstand tot bepaalde type individuele veehouderijen concreet naar voren als factoren die van invloed zijn op de gezondheid van omwonenden. Verder blijkt uit VGO-onderzoek dat er in een straal van twee kilometer rondom geitenhouderijen een verhoogde incidentie van longontstekingen (ca. 25-30% hoger) voorkomt. De oorzaak van het verhoogde risico op longontsteking rond geitenbedrijven is vooralsnog onbekend en onderwerp van vervolgonderzoek. Op dit moment kan er geen enkele bron-effect relatie worden beschreven tussen de verhoogde longontsteking incidentie en de uitstoot vanuit geitenhouderijen. Wel is er een causaal verband geconstateerd waarbij de associatie sterker is naarmate de afstand tot een geitenhouderij kleiner is. Tot er meer duidelijkheid is over de bron van de verhoogde incidentie longontstekingen kan niet worden geadviseerd over beschermde maatregelen. Afstand houden en goed informeren is de enige maatregel die de GGD op dit moment adviseert. Er ligt geen geitenhouderij binnen twee kilometer van de locatie.

Er liggen ook geen andere veehouderijen op korte afstand van de beoogde locatie. Er worden geen belemmeringen verwacht met betrekking tot gezondheid en veehouderijen.

4.3

Waarden

Binnen het plangebied voorkomende waarden op het vlak van natuur, archeologie of cultuurhistorie dienen te worden gerespecteerd en beschermd, mogelijk zelfs bevorderd. Bij ontwikkelingen moet proactief rekening worden gehouden met de aanwezige waarden. Achtereenvolgens komen aan bod: - Archeologie en cultuurhistorie (§ 4.3.1) - Natuur (§ 4.3.2)

4.3.1 Archeologie en cultuurhistorie Archeologie Volgens de archeologische beleidskaart van de gemeente is aan het bestemmingsplangebied een hoge verwachtingswaarde (bebouwing Oss) toegekend. Concreet betekent dit dat er een archeologische onderzoeksplicht geldt indien de bodemingrepen dieper reiken dan 30 cm beneden huidig maaiveld én de omvang van het gebied groter is dan 100 m². Er moet dan wel sprake zijn van een groter aaneengesloten, mogelijk onverstoord gebied. Toetsing van de plannen Voor het plangebied geldt een hoge archeologische verwachting. In het plangebied moet vooral rekening worden gehouden met de aanwezigheid van nederzettingsterreinen met bijbehorende grafvelden (‘droge archeologie’). Archeologische resten worden, gezien het aanwezige bodemtype, pas op enige diepte beneden maaiveld (minimaal 50 cm – Mv) verwacht. Momenteel is een deel van het plangebied bebouwd met d’n Iemhof en De Spil. De verwachting is dan ook dat een deel van het te bebouwen gebied reeds verstoord is. De mate waarin is echter nog niet bekend en is mede afhankelijk van de funderingswijze van de gebouwen die er nu staan. Het lijkt niet realistisch om de werkzaamheden (>30 cm –Mv) te beperken tot maximaal 100 m2. Vandaar dat een archeologisch onderzoek wordt geadviseerd. Dit onderzoek dient te bestaan uit een bureauonderzoek, aangevuld met verkennende boringen.

Het bureauonderzoek dient zich ook te richten

Gezondheidscentrum De Ruwaard, pag. 40 van 51 juni 2021

op de verwachte verstoringsgraad van de locaties die momenteel bebouwd zijn. Op basis van dit onderzoek kan vervolgens worden bepaald of verder archeologisch onderzoek noodzakelijk is. Resultaten archeologisch onderzoek In opdracht van de gemeente Oss heeft RAAP in oktober 2020 een archeologisch bureau- en verkennend booronderzoek uitgevoerd, zie bijlage 4 bij deze ruimtelijke onderbouwing. Het rapport is als volgt samengevat. “Het plangebied ligt op de overgang van de hoger gelegen pleistocene dekzanden in het zuiden richting de lager gelegen holocene riviergronden in het noorden. Oorspronkelijk is er wellicht een esdek aanwezig geweest in het plangebied, met eventueel onderliggende podzolbodem, maar het booronderzoek heeft uitgewezen dat de bodem in het plangebied zwaar verstoord is. In of direct rondom het plangebied zijn er geen archeologische vindplaatsen bekend. In een straal van ca. 1 km eromheen zijn er slechts drie vindplaatsen, allemaal ca. 400-800 m ten oosten ervan. Het gaat daarbij om de losse vondst van een geslepen stenen bijl uit het neolithicum en om sporen van ontginning en infrastructuur uit de nieuwe tijd. Vanwege de tijdens het booronderzoek zwaar verstoorde bodem wordt verder archeologisch onderzoek niet zinvol geacht. Dit rapport geeft (selectie)adviezen.

Het is aan de bevoegde overheid, de gemeente Oss, deze al dan niet over te nemen in de vorm van een (selectie)besluit.” De gemeente Oss neemt het advies van RAAP over in het selectiebesluit d.d. 27-10-2020, archeologisch adviesnr. MP20a103. Besloten wordt dat voor het terrein geen archeologische restricties gelden ten aanzien van de werkzaamheden. Archeologisch vervolgonderzoek is niet noodzakelijk. In het gebied geldt echter wel een meldingsplicht bij het aantreffen van archeologische resten. Dit zal als voorwaarde worden opgenomen in de omgevingsvergunning. Cultuurhistorie: wettelijk kader Door een wijziging van het Bro moeten cultuurhistorische waarden voortaan vooraf in het proces van ruimtelijke ordening worden meegenomen, met name bij de voorbereiding en vaststelling van bestemmingsplannen. Het Bro bevat eisen waaraan de voorbereiding van een bestemmingsplan moet voldoen. Zo wordt er onder meer een beschrijving verlangd van de manier waarop met in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden. Dat wordt veranderd in: met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten. De regering wil hiermee bereiken dat aandacht voor cultuurhistorische waarden voortaan in het planproces naar voren wordt gehaald.

Doordat plannen nu nog pas na afloop van het planproces worden getoetst aan de regelgeving van de monumentenzorg, wordt monumentenzorg dikwijls ervaren als hindernis. Dit is door de regering erkend en daarbij is de ambitie uitgesproken om de positie van cultuurhistorie aan het begin van het ruimtelijk ordeningsproces juridisch te versterken. Door de verankering van cultuurhistorische waarden in de bestemmingsplannen vermindert tegelijkertijd de noodzaak tot het aanwijzen van nieuwe beschermde monumenten, omdat het belang van de cultuurhistorie wordt geborgd via het proces van de ruimtelijke ordening. In de Wet tot wijziging van de Monumentenwet 1988 en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht in verband met modernisering van de monumentenzorg is daarom al de mogelijkheid voor burgers en belangengroepen om een aanvraag in te dienen om een monument aan te wijzen als beschermd monument, geschrapt. Dit instrument werd door belangengroepen nogal eens ingezet om afgifte van bouwvergunningen te frustreren of te vertragen. Met de wijziging van het Bro wordt tevens de adviesrol van Gedeputeerde Staten beperkt. Tot nu toe moet bij alle ingrepen aan een beschermd monument buiten de bebouwde kom advies aan Gedeputeerde Staten worden gevraagd.

Met de wijziging van het besluit hoeft dat alleen nog, als het gaat om monumenten die door de minister op grond van de Monumentenwet 1988 zijn aangewezen.

Gezondheidscentrum De Ruwaard, pag. 41 van 51 juni 2021

Daarnaast voorziet het besluit in een aantal versoepelingen van vergunningvrij wijzigen of bouwen in, aan of bij beschermde monumenten. Samengevat komen die versoepelingen er op neer, dat voor gewoon onderhoud of voor inpandige veranderingen aan beschermde monumenten geen monumentenvergunning meer nodig is, als de betreffende onderdelen geen monumentale waarde hebben. Bij twijfelgevallen zal men het bevoegd gezag moeten raadplegen. De bedoeling van het wijzigingsbesluit is om enerzijds cultuurhistorische waarden een duidelijke plaats te geven aan het begin van het planproces en anderzijds onnodige regeldruk, vooral wanneer het gaat om ondergeschikte wijzigingen aan een monument, weg te nemen. Cultuurhistorie: gemeentelijk en provinciaal beleid Het beleid van de gemeente Oss voor wat betreft cultuurhistorie is onder meer neergelegd in het Erfgoedplan Oss 2006 “Op gemengde bodem”. Hierin zijn onder andere opgenomen: historisch bebouwde gebieden, oude verkavelingspatronen, de invloed van de Maas en Rijksmonumenten. Deze nota heeft (nog) geen betrekking op het grondgebied van de voormalige gemeente Lith. Daarnaast heeft de gemeente Oss een Monumentenlijst 2009. Hierin zijn de Rijks- en gemeentelijke monumenten opgenomen. Het provinciale cultuurhistorische beleid is verankerd in de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant en op de Cultuurhistorische waardenkaart 2010.

Hierin zijn onder andere opgenomen: cultuurhistorische vlakken en complexen van cultuurhistorisch belang. Cultuurhistorie: bestemmingsplanregels en regels in de provinciale Interim omgevingsverordening NoordBrabant Het is ook mogelijk om cultuurhistorische waarden in bestemmingsplannen te beschermen. Een en ander voor zo ver het terreinen betreft (inbouwen sloopvergunningstelsel voor bebouwing). De provincie NoordBrabant heeft in de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant bindende regels opgenomen ter bescherming van cultuurhistorische waarden. De ‘vlakken’ die opgenomen zijn op de Cultuurhistorische waardenkaart 2010 komen overeen met de ‘vlakken’ zoals opgenomen in de Interim omgevingsverordening. De systematiek is hetzelfde als met betrekking tot de archeologische waarden. Waarden en karakter van het gebied worden omschreven in de Interim omgevingsverordening en er zijn regels aan de bescherming ervan gekoppeld. Gezien de ligging van het plangebied in het stedelijk gebied van de stad Oss, vormt cultuurhistorie geen belemmering voor deze ontwikkeling. 4.3.2 Natuur Bij de bescherming van natuurwaarden gaat het enerzijds om soortenbescherming en anderzijds om gebiedsbescherming. Bescherming van de plant- en diersoorten ontlenen hun bescherming onder andere aan opname in de Flora- en faunawet.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Oss&id=4839e13d-3cf9-451a-8251-95636b575f6d