Onderzoek Lokale Energielusten finaal .PDF
Tekst van het document
Vergelijkend onderzoek naar de lusten van lokaal opgewekte energie voor de gemeenschap Augustus 2019 – Finaal
Inhoud Samenvatting Aanleiding en onderzoeksvraag • Participatievormen voor inwoners • Trends en best practices • Afwegingen participatievormen • Rol van de gemeente en toepassing casus • Bijlagen
2
3 4 5-10 11-17 18-25 26-28 29-34
Samenvatting
Een gemeente kan op hoofdlijnen drie doelen nastreven met projectparticipatie bij energieprojecten: de gemeenschap mee laten profiteren van lokaal opgewekte energie, draagvlak en gemeenschapszin versterken én extra snelheid maken met de transitie. Een combinatie van afdracht aan inwoners en het bieden van de mogelijkheid tot investeren door inwoners zal deze doelen het beste dienen. Daarbij moet er rekening gehouden worden met het verschil tussen zon- en windprojecten. Het budget voor participatie bij wind is (absoluut gezien) groter omdat de projecten omvangrijker zijn (energieproductie per park) en daarom is, zelfs bij een gelijk bedrag aan inkomsten per MWh, meer mogelijk voor participatie bij windprojecten. De balans tussen snelheid in de energietransitie door een goede business case en een snel besluitvormingsproces moet gezocht worden met voldoende profijt voor de bewoners en draagvlak. Dit is cruciaal voor het succes. Participatievormen kunnen niet eindeloos opgestapeld worden, omdat dat de haalbaarheid van het project tegen kan werken. Financiële participatie wordt meestal georganiseerd via een coöperatie. Dit gebeurt om de transactiekosten te verlagen en het lokaal initiatief enigszins te professionaliseren. Dit is ook een belangrijke reden voor gemeenten om deze beweging van onderop te stimuleren.
De gemeente kan –waar voorhanden - het beste sturen op participatie door zelf grondposities te hebben. Alleen bij grondposities heeft de gemeente de mogelijkheid om participatie af te dwingen tot het punt waarop er geen partij meer te vinden is die iets wil ontwikkelen op de grond. Via beleid en het vergunningsproces is financiële participatie niet afdwingbaar, maar de ervaring is, dat ontwikkelaars onderkennen dat het ten goede komt aan de projectdoelen. Dit manifesteert zich in gedragscodes zoals van de NWEA voor wind en het afsluiten anterieure overeenkomsten bij zon en wind ontwikkelingen. Bij een gemeentelijk energiebedrijf kan de gemeente zelf beslissen over participatie van de inwoners. Echter, een gemeentelijk energiebedrijf is risicovol, is niet bewezen succesvol en blijkt bovendien niet nodig bij zonnevelden en windparken. De crux is gelegen in lokaal eigendom (burgers, ondernemers) niet zozeer in participatie door het lokale bestuur.
3
Aanleiding en hoofdvraag
Om klimaatdoelstellingen te halen willen de provincie Brabant en de gemeenten Oss en Den Bosch dat er op korte termijn meer projecten voor opwekking van duurzame energie worden gerealiseerd in de gemeentes. Windenergie en grootschalig zon hebben een grote potentie. Zij willen daarom in kaart brengen wat de verschillende mogelijkheden zijn om ervoor te zorgen dat de lokaal opgewekte energie de gemeenschap kan versterken. De bevindingen zullen worden gebruikt om kaders op te stellen voor participatie (van de gemeenschap en van individuele investeerders) bij diverse vormen van lokaal opgewekte energie. Hoofdvraag Hoe kunnen verschillende vormen van projectparticipatie in duurzame wind- en grootschalig zonprojecten leiden tot versterking van de gemeenschap? Subvragen • Welke verschillende mogelijkheden zijn er voor (project) participatie van lokaal opgewekte energie? • Wat zijn de trends en best practices daarbinnen? • Wat zijn de voor- en nadelen en haalbaarheid per vorm? • Wat is een zinvolle rol voor de gemeente en welke kaders passen daarbij? • Hoe kan dit toegepast worden op Duurzame Polder?
4
Participatievormen voor inwoners 5
Een gemeente streeft verschillende, soms tegenstrijdige, doelen na waarmee de participatievorm rekening moet houden De participatievorm moet aansluiten op 3 doelen van de gemeente: • De gemeenschap mee laten profiteren van lokaal opgewekte energie. Door individuele investering met rendement, door een gemeentelijke energiebedrijf of door financiele afdracht aan de gemeenschap Financieel profijt participant/ gemeenschap • De gemeenschap versterken -Draagvlak • Snelheid maken met de transitie (25% lokale opwek in 2050) – Investeringsklimaat Burgerparticipatie als versterking van de gemeenschap en lokaal profijt Financiële participatie van inwoners kan zorgen voor draagvlak en minder weerstand, waardoor duurzame projecten sneller tot stand komen. Participatie kan voor de gemeente echter ook een doel op zich zijn. De inwoner kan zo financieel profiteren van de lokale ontwikkelingen en trotse eigenaar worden van groene lokale opwek. Ook brengt het burgers samen en kan het leiden tot een sterkere gemeenschap, doordat gezamenlijk een activiteit ondernomen wordt. Tot slot kan een deel van de winst bij het opwekken van duurzame energie worden gebruikt om de lokale energietransitie te versnellen en te bekostigen.
Door (revolverend) te investeren in bijvoorbeeld isolatie van woningen en kleinschalige opwek wordt de energietransitie nog verder versneld en profiteren bewoners (kostenbesparing). Participatie versus snelheid van de energietransitie Daar waar participatie het draagvlak verhoogt en het weerstand vermindert kunnen de eisen ook té hoog zijn waardoor de business case niet meer sterk is of waardoor het niet meer te organiseren valt. Het voorkomen van slagschaduw kost bijvoorbeeld waardevolle productie-uren, waardoor de business case verslechtert. Vele inspraakrondes vertragen het proces. Juist ook door via financiële participatie inwoners te betrekken kan het gesprek over voor- en nadelen van de energietransitie meer in balans komen.
6
Burgerparticipatie kan op verschillende manieren: via de gemeente in een gemeentelijk energiebedrijf, afdracht aan de inwoners en investeren door inwoners 1/2 Het project richt zich op project participatie, niet op procesparticipatie. Er worden drie manieren onderzocht: 1. De gemeente laat inwoners (indirect) participeren door zelf te investeren in duurzame opwek of een gemeentelijk energiebedrijf 2. De inwoner investeert zelf in het project of draagt bij als financier 3. Het project draagt af aan omgeving waardoor de gemeenschap voordelen heeft (en dus ook “participeert”) Hierbij gaat het om bovenwettelijke financiële bijdrage/ participatievormen naast de door de overheden opgelegde normen en wettelijke vastgelegde tegemoetkomingen zoals planschade Participatie via lokale bedrijven die wind en zonneparken ontwikkelen of exploiteren is buiten beschouwing gelaten
7
Inwoner Gemeente
1. Inwoner (als belastingbetaler) participeert via gemeentelijk energiebedrijf
2. Inwoner investeert zelf in het project
Inwoner of organisatie
Project
3. Project draagt af aan omgeving: a. Aan gemeenschap via fonds (wat vervolgens gebruikt kan worden voor investeringen van inwoners/organisaties) b. Direct aan organisatie of project c. Compensatie direct omwonende
Fonds
geldstroom
Burgerparticipatie kan op verschillende manieren: via de gemeente in een gemeentelijk energiebedrijf, afdracht aan de inwoners en investeren door inwoners 2/2 Project participatie
1. Gemeente investeert in publiek energiebedrijf* Gemeentelijke participatie
* Wanneer de gemeente zelf investeert in een energiebedrijf is dat geen directe participatie voor de inwoners. Wel kan het gemeentelijk energiebedrijf zorg dragen voor betere borging van participatie
8
2. Inwoner investeert in project
3. Project draagt af aan omgeving
Individuele fin. participant
Gemeenschap als participant
2a. Aandelen
3a. Fonds
2b. Achtergestelde obligatielening
3b. Direct aan organisatie of project
2c. Senior lening
3c. Compensatie direct omwonende
Instrumenten
Hierbinnen zijn meerdere varianten mogelijk in theorie en in de praktijk Participatievorm
Omschrijving/variant*
1. Inwoner participeert indirect via gemeentelijk energiebedrijf of asset holding
Gemeente investeert in een gemeentelijk energiebedrijf. Of zij heeft een asset holding met een aandeel in energieprojecten. Door dit belang heeft de gemeente participatie zelf in de hand
2a. Aandelen
Inwoner wordt mede-eigenaar van een deel van het park of de panelen. Zonder coöperatie of andere bundeling van inwonerbelang niet aantrekkelijk voor veel ontwikkelaars
2b. Achtergestelde (obligatie)lening
Participant sluit risicodragende, achtergestelde lening af. Al dan niet via crowdfundingsplatform, zoals duurzaaminvesteren.nl of oneplanetcrowd.nl
2c. Senior lening
Lening met lager risico en een lager rendement dan achtergesteld. Typisch bancair product.
3a. Fonds (gemeenschap)
Het project draagt een vast deel van de omzet af aan een fonds, evt. met variabel component. Dit fonds kan ingezet worden voor velen project initiatieven door verschillende organisaties
3b. Direct aan organisatie of project
Een bedrag wordt direct aan een vereniging, organisatie of project gegeven zonder tussenkomst van fonds
3c. Compensatie direct omwonenden
Korting op stroom. Bedrag per omwonende. Isolatiemaatregelen vergoeden. Omwonende deelt mee in grondvergoeding.
*Voorbeelden van toepassingen zijn uitgewerkt in de bijlage. De vaakst voorkomende vormen zijn risicodragend investeren via een achtergestelde lening (zonder zeggenschap) en een fonds voor afdracht aan de omgeving. Meerdere varianten zijn mogelijk. Een van de bekendste is de postcoderoos regeling. In dit geval is de inwoner eigenaar (via bijvoorbeeld aandelen) én krijgt de participant een gunstig tarief voor groene stroom (compensatie) door de postcoderoosregeling. Helaas is deze voor wind vaak niet mogelijk omdat er niet voldoende omwonenden zijn om de hoge investering te betalen en volledig eigenaar te worden.
9
Samenhang tussen de verschillende wettelijke en bovenwettelijke compensatie en participatievormen Participatie en compensatievormen zijn in te delen in afstand tot het project. Op korte afstand zorgen wettelijke eisen en normen voor minimale beperking van overlast en rechten voor omwonenden zoals planschade. Op grotere afstand zijn m.n. bovenwettelijke maatregelen mogelijk, die resultaat zijn van onderhandeling met de eigenaren van de projecten. Bijvoorbeeld bovenwettelijke compensatie van geluidsoverlast en financiële afdracht. Evt. landelijk, maar zeker ook lokaal aanbieden
Regio of gemeente
< ~3 km
Financiële participatie – aandelen en obligaties
Financiële afdracht aan fonds
Financiële vergoeding – compensatie en grondvergoeding
Bovenwettelijke maatregelen (oa. NWEA gedragscode)
Bovenwettelijke maatregelen
Nadeelcompensatie en Planschade
< 1.1 km Normen
https://www.rvo.nl/sites/default/files/2019/03/Slagschaduw%20en%20windturbines.pdf https://www.univerechtshulp.nl/windmolens-recente-juridische-ontwikkelingen/ http://publicaties.minienm.nl/documenten/brochure-schadevergoeding-in-de-vorm-van-nadeelcompensatie-en-planschade
10
Wettelijke eisen en normen
Voorbeeld voor windparken
Trends en best practices 11
Wat zijn de voor en nadelen van de verschillende participatievormen? Participatievorm
Voordelen
Nadelen
Randvoorwaarden
1. Inwoner participeert indirect via gemeentelijk energiebedrijf of asset holding
•
Gemeente kan waarborgen dat het belang van de gemeente voorop staat. Mits er voldoende winst wordt gemaakt, kan ze participatie goed borgen Mogelijk beter betrekken van lokale ondernemingen
•
Mogelijk minder schaalvoordeel en ervaring dan de markt Gemeente wordt aanjager van projecten en (daarmee) potentieel gewantrouwd
•
De gemeente heeft idealiter grondposities
Inwoner kan hoog rendement ontvangen en trots zijn op eigendom van schone energieproductie Postcoderoosregeling voor zon aantrekkelijk
•
Zonder coöperatie minder aantrekkelijk door hoge transactiekosten van individuele transacties Omwonende wil mogelijk niet investeren in iets waar hij tegen is Risicodragend delen niet interessant voor ontwikkelaars met voldoende eigen kapitaal Risicovol voor participanten en niet voor iedereen betaalbaar
•
Coöperatie moet bestaan of geïnitieerd worden. Voor postcoderoosregeling moet de investering gedragen kunnen worden door de omwonenden
•
2a. Aandelen*
•
•
•
• • •
2b. Achtergestelde obligatielening*
•
Inwoner kan redelijk rendement ontvangen bij een lager risico dan aandelen
• • •
Zie Aandelen Lager rendement Minder invloed voor de inwoner en grotere afstand
•
Zie Aandelen
2c. Senior lening*
•
Financieren met laag risico
•
Bank kan het vaak goedkoper en eisen dat ze eerste recht op uitbetaling en onderpand recht krijgen. Inwoner zal zelden "on par" staan met banken en dus al snel achtergesteld zijn. Bescheiden rendement bij bescheiden risico
•
Bank moet toestaan dat derden (ook) senior lening verschaffen
•
Transparante uitgaven fonds Heldere doelen
• •
12
•
3a. Fonds (gemeenschap)
•
Veel inwoners worden bereikt. Aanjager andere goede doelen
• •
Profijt is vaak indirect voor de bewoners Er bestaat een risico op het verkeerd besteden van het fonds, besteding moet goed gelinkt zijn aan het doel
3b. Direct aan organisatie of project
•
Zichtbare, concrete meerwaarde
• •
Minder aanjagende functie Eenmalige voordelen
3c. Compensatie direct omwonenden
•
Omwonende voelt zich gehoord en krijgt direct een compensatie
•
Per participant een klein bedrag. Niet iedereen kan profiteren. Arbitraire grens “omwonende”
*Meer uitleg over het verschil per type financiële participatie in de bijlage
Collectieve wind en zon komt steeds vaker voor Het vermogen collectieve wind en zonprojecten groeit in Nederland. Zon is de laatste jaren met 78% per jaar gegroeid en het collectieve windvermogen met ongeveer 18% per jaar. Met collectief vermogen wordt bedoeld dat de wind- en zonneparken op enige wijze met burgers in collectief verband ontwikkelen. Hier Opgewekt, het kennisplatform voor lokale duurzame energie-initiatieven, definieert het als volgt: parken die burgers in collectief verband ontwikkelen, beheren, in eigendom hebben; en/of waar ze financieel in participeren.
+78%
+18%
77
71
+46 MW
113
110 71
159
Voornamelijk windpark Krammer
74
57 37 24 1
2
3
7
2012
2013
2014
2015
2016
Collectief Zon (MW) Collectief Wind (MW) 2017
2018
Hier Opgewekt, Lokale energiemonitor 2018. https://www.hieropgewekt.nl/uploads/inline/2018%20PDF%20Lokale%20Energie%20Monitor%20DEF_0.pdf CBS, 2019
13
Ook zonder collectief komen er veel nieuwe parken tot stand De impact van collectieve vermogen op het totale opgestelde vermogen in Nederland is nog beperkt (zon 2% en wind 5%). In de praktijk komt het grootste gedeelte van de wind en zonprojecten dus niet collectief tot stand.
5,000
4,414
4,000
5,000 4,000
2,903
3,000
3,000
2,205
2,135 2,000
0
1
287
650 2
1,007 3
3,300 3,245 3,335
2,000
1,526
1,000
2,485 2,637
3,034
1,000 7
24
37
74
2012 2013 2014 2015 2016 2017 2018 Collectief Zon (MW)
Totaal Zon NL (MW)
0
57
71
71
77
110
159
2012 2013 2014 2015 2016 2017 2018 Collectief Wind (MW)
Totaal Wind (MW)
Hier Opgewekt, Lokale energiemonitor 2018. https://www.hieropgewekt.nl/uploads/inline/2018%20PDF%20Lokale%20Energie%20Monitor%20DEF_0.pdf CBS, 2019
14
113
Eigendom-Zeggenschap-Participatie Deze begrippen lopen nog wel eens door elkaar heen, daarom nadere duiding aansluitend op voorgaande sheets. Eigendom is het meest alomvattende recht wat een natuurlijk persoon (burger) of rechtspersoon (een energie coöperatie) kan hebben over een zaak (windmolen, zon PV). Men spreekt over een aandeel (inbreng eigen vermogen) in de ontwikkeling. Zeggenschap gaat gepaard met aandeelhouderschap maar wordt bij projectontwikkelingen ook wel ontkoppeld. Bijvoorbeeld door aandelen te certificeren en de zeggenschap te laten uitoefenen door een Stichting Administratie Kantoor (zgn. “STAK”). De eigenaar van een gecertificeerd aandeel profiteert van het rendement maar heeft geen of beperkte zeggenschap. Dit is een manier om kleine aandeelhouders mee te laten doen in grotere ontwikkelingen en tegelijk het project bestuurbaar te houden. Participatie –hoewel in de financiële wereld gekoppeld aan het begrip aandeelhouderschap – wordt bij lokale opwekking van duurzame energie ook wel iets breder gebruikt in de zin van “deelnemen aan”. Indien burgers een (obligatie-) lening verschaffen aan een project nemen zij feitelijk (evenals andere vreemd vermogen verschaffers als banken) deel aan het project. Een leningverschaffer heeft echter niet de rechten en plichten en daaraan gekoppelde zeggenschap van een eigenaar.
15
Het streven van het klimaatakkoord is 50% eigendom van de productie van de lokale omgeving In het klimaatakkoord dat in juni gepubliceerd is, staat dat in gebieden met mogelijkheden en ambities voor hernieuwbare opwekking, de omgeving en marktpartijen gelijkwaardig gaan samenwerken in de ontwikkeling, bouw en exploitatie. Dit vertaalt zich in een evenwichtige eigendomsverdeling in een gebied waarbij gestreefd wordt naar 50% eigendom van de productie van de lokale omgeving (burgers en bedrijven). Het streven voor de eigendomsverhouding is een algemeen streven voor 2030. Wat precies bedoeld wordt met een “evenwichtige eigendomsverdeling” en “50% eigendom van de productie” en hoe het tot stand komt is nog onduidelijk (bijvoorbeeld of het hier gaat om juridisch eigendom). De minister laat de ruimte voor lokale invulling/afwijking gebaseerd op businesscases en kenmerken van specifieke projecten. Een gemeente heeft daarom de vrijheid om alle overwegingen met betrekking tot financiële participatie in ogenschouw te nemen.
In de afweging van de gemeente hoe hier nu op in te spelen zijn dit belangrijke overwegingen: Is de wens om te participeren er überhaupt en zo ja in welke rol? Is er financiële draagkracht? (het gaat soms om honderden miljoenen aan investering en verantwoordelijkheid) Wat zijn de transactiekosten? Gaat dit ten koste van de investeringsbereidheid? Zijn de coöperaties professioneel genoeg? (zie de kamerbrief Wiebes) Eisen bewoners straks ook participatie in bijvoorbeeld complexe projecten als geothermie of buiten de sector in andere investeringen die de omgeving belasten? Participatie zal georganiseerd moeten worden via een coöperatie of een andere collectieve rechtsvorm, dan wel opgelegd moeten worden op enigerlei wijze aan projectontwikkelaars. Deze zouden dit bijvoorbeeld kunnen uitvoeren met behulp van crowdfunding.
16
Gemeentelijk energiebedrijf: een goed idee? Investeren in een onzeker en snel veranderend landschap waarbij de duurzaamste en sociaalste oplossing niet in alle situaties rendeert vraagt soms om ingrijpen van de overheid. Echter het besef moet er zijn dat juist daar waar de markt het niet oppakt de risico-rendementsverhouding scheef is. De kosten van ingrijpen met een eigen lokaal energiebedrijf kunnen dan ook hoog oplopen. Zo blijkt bijvoorbeeld bij het Warmtebedrijf Rotterdam “in plaats van de verwachte 27 miljoen euro is Rotterdam op zijn minst 200 miljoen kwijt aan het project”1. Is het verstandig om een gemeentelijk energie bedrijf op te richten?
Minder anekdotisch blijkt dat er na de "hype" van het denken over eigen duurzame energiebedrijven in gemeenteland rond 2009 – 2011 vrijwel niets gerealiseerd is. Van de vele plannen die gemaakt zijn is er vrijwel geen enkele tot uitvoering gekomen. Wel zijn er veel gemeenten die direct of indirect de ontwikkeling van lokale energiecoöperaties gefaciliteerd of zelfs direct ondersteund hebben. Mede hierdoor heeft lokale betrokkenheid bij zon en kleine wind projecten wel een vlucht genomen. Publieke energiebedrijven in de warmtesector zijn vaak een risicovolle investering gebleken. Er zijn kosten verbonden aan het inrichten van het bedrijf, wat vervolgens moet concurreren met netwerkbedrijven in een onzekere markt (prijzen, regelgeving, marktstructuur). Het is het merendeel van de door gemeente opgerichte warmtebedrijven dan ook niet voor de wind gegaan. In de bijlage staan een aantal afwegingen voor een publiek energiebedrijf. De toegevoegde waarde van een gemeentelijk energiebedrijf is niet bewezen en blijkt bovendien niet nodig bij zonnevelden en windparken waar het gaat om participatie door bewoners. De markt pakt dit voldoende op en ook wat betreft belang van de omwonenden zijn er oplossingen, zoals de gedragscode van NWEA en coöperaties die participatie mogelijk maken.
Voor grotere ontwikkelingen zoals warmtenetwerken en geothermie is gebleken dat dat de financiële risico’s aanzienlijk zijn.
17
1https://www.nrc.nl/nieuws/2019/07/12/aftakeling-van-een-rotterdams-prestigeproject-a3966978
Afwegingen participatievormen 18
De beste participatievorm is afhankelijk van het doel. Deze doelen zijn vertaald in een aantal criteria waaraan de participatie wordt getoetst De gemeenten kunnen de volgende doelen nastreven met lokaal opgewekte energie
19
De gemeenschap mee laten profiteren van lokaal opgewekte energie door:
Draagvlak wordt versterkt door:
Snelheid maken met de transitie (25% lokale opwek in 2050) door:
1.Risico voor de participant/gemeenschap 2.Rendement voor de participant/financieel profijt gemeenschap 3.Maximale totale participatiebedrag binnen beschikbare ruimte
1.Zeggenschap van de participant 2.Binding met de omgeving 3.Bereik van de doelgroep (inclusiviteit, aantal) 4.Draagvlak direct omwonenden 5.Instapdrempel: mogelijkheden voor toe- en uittreding
1.(Transactie-)kosten participatie vorm te beperken door locale organisatie te versterken. 2.Evenwicht te bewaren tussen risico/rendement ontwikkelaar en verplichtingen participatie gemeenschap
Financieel profijt participant/ gemeenschap
Draagvlak
Gemeente Amsterdam Ingenieursbureau, 2011. Participatie bij windenergie (bewerkt door Rebel)
Investeringsklimaat
De optimale oplossing is een balans tussen een goed project voor de ontwikkelaar en een goede participatie voor de gemeente. Dat versterkt elkaar niet vanzelfsprekend Ontwikkelaar Lage transactiekosten Langdurig dezelfde participanten Een sterke business case Goedkoop vreemd vermogen bank Zo hoog mogelijk rendement Simpele besluitvormingsprocessen
Gemeenschap Lage instapdrempel Verhandelbaar aandeel Groot bedrag beschikbaar participatie Risicoloos investeren Zo hoog mogelijk rendement
Veel inspraak en zeggenschap
Beide partijen hebben er belang bij dat de business case rendabel blijft. De zoektocht is dus naar het evenwicht tussen voldoende participatie en een interessant investeringsklimaat. De betrokkenheid van de gemeenschap moet waarde scheppen voor de ontwikkelaar, bijvoorbeeld door minder bezwaar/beroep bij projecten. De betrokkenheid van de ontwikkelaar (geld, expertise) moet waarde scheppen voor de gemeenschap, bijvoorbeeld door projecten mogelijk te maken die bijdragen aan duurzame doelstellingen en beschikbaarheid van schone energie.
20
Bijdragen van de instrumenten aan de criteria Participatievorm Gem. Inwoner investeert zelf in Energie het project bedrijf
Vergoeding
Direct aan orga. of project
Fonds
Lening
Obligaties
Aandelen
Gemeentelijke asset holding
Doel gemeente
Project draagt af aan omgeving
Financieel rendement participant Draagvlak Investeringsklimaat
In bovenstaande tabel is te zien op welke wijze de instrumenten kunnen bijdragen aan de verschillende doelstellingen van de gemeente.
21
Draagt veel bij aan doel Draagt niet bij aan doel
Het combineren van verschillende participatievormen geeft een optimale oplossing Een project dat zowel een deel van de opbrengst afdraagt aan de inwoners (bijvoorbeeld via een fonds) én het mogelijk maakt om te participeren via aandelen of een achtergestelde lening, bereikt zowel draagvlak als financieel profijt voor de bewoners. Dit lijkt mogelijk als de kosten samen optellen tot ongeveer 40-50 cent per MWh, wat overeen komt met de gedragscode van windenergie op land die onder andere NWEA heeft opgesteld1. Hoe deze vergoeding precies wordt verdeeld is maatwerk en verschilt per project. Omdat afdracht naar bestaande projecten en organisaties of voor directe compensatie het eenvoudigst is zal dit in de praktijk vaak gekozen worden. In sommige gevallen wordt participatie mogelijk gemaakt en kan dit los van (of bovenop) de bovengenoemde 50 eurocent per MWh. Dit is kansrijk als de eigenaren lokale binding hebben (lokaal MKB bijvoorbeeld) dan wel partijen zijn die een duidelijk maatschappelijk profiel hanteren. Lokale financiële participatie wordt meestal georganiseerd via een coöperatie. Dit gebeurt om de transactiekosten te verlagen en het lokaal initiatief enigszins te professionaliseren. Dit is ook een belangrijke reden voor gemeenten om deze beweging van onderop te stimuleren.
De leden van de coöperatie hebben zeggenschap via de ALV, maar het bestuur van de coöperatie zit als vertegenwoordiger aan tafel. Zie de voor- en nadelen per rechtsvorm in de bijlage. Alleen inwoners die het zich kunnen veroorloven om te investeren kunnen investeren in lokale projecten en rendement ontvangen. Dergelijke investeringen zijn echter niet risicoloos. Van afdrachten aan gemeenschappelijke voorzieningen profiteren meer inwoners.
1 Bron: NWEA, 2016, https://nwea.nl/wp-content/uploads/2019/03/20161215-Gedragscode-Acceptatie-Participatie-Windenergie-op-Land.pdf
22
Er moet een keuze gemaakt worden tussen de verschillende participatievormen. Projectrisico moet opwegen tegen de baten. Minimaal voldoen aan alle wettelijke normen en regels:
Kiezen tussen welke bovenwettelijke tegemoetkomingen
• • • • • • •
•
Planschade vergoeding Voldoen aan geluidsnorm Voldoen aan norm slagschaduw Minimale inspraak Inpassing gebiedsontwerp MER Etc.
• • • •
Geluidshinder beperken boven norm Slagschaduw beperken Inspraak vanaf vroeg stadium Financiële participatie mogelijk maken Inrichten en afdracht aan fonds
• • • •
Afdracht aan specifieke projecten of organisaties Winstdeling Korting op energielevering aan omwonenden Etc.
Hierbij moet rekening gehouden worden met het verschil tussen zon en windprojecten Voorbeeld “best practise” participatie in windpark Blauw Windplan Blauw bestaat uit de initiatiefnemers SwifterwinT, een vereniging van molenaars(-verbanden), en Vattenfall. Normaal gesproken zouden alleen grondeigenaren profiteren van de windontwikkeling, dit is (opgelegd door de provincie) doorbroken, alle grondeigenaren in het gebied kunnen meedoen. Zij krijgen allen het recht om aandelen van de ontwikkeling te kopen. Ongeacht het ontwerp en of de windmolen net wel of niet op hun land komt, profiteert de omgeving dus mee. Waarbij er wel een correctie komt voor de grondeigenaar waar de molen daadwerkelijk komt, ter compensatie van het verlies aan bruikbare grond. Op dit moment wordt naast bovenstaande participatie van grondeigenaren de participatie van omliggende dorpen (inwoners) uitgewerkt.
23
Participatiemogelijkheden bij wind verschillen, door de omvang van het project en de noodzaak, substantieel met die van zonprojecten Wind projecten zijn veel omvangrijker (gemiddeld zo'n 25 keer meer energie per park) en daarom is, zelfs bij een gelijk bedrag aan inkomsten per MWh, meer mogelijk voor participatie bij windprojecten. Er wordt meer overlast ervaren bij wind, waardoor participatie belangrijker is voor het draagvlak. Er zijn heldere afspraken gemaakt over participatie in de gedragscode van wind, die er voor zon nog niet is. Het in de gedragscode vastgelegde bedrag voor participatie is bovenwettelijk. Wind
Zon
Voorbeeld projectgrootte
MW
100
10
Gemiddelde productie
MWh
250.000
9000
Typisch projectrendement
%
10%
5%
Participatievergoeding
Euro/MWh
0,40-0,501
0,372 (5 euro/kWp)*
Totale participatie vergoeding park
Euro per jaar
125.000
~3300
Gedragscode
-
Ja
Nee***
Vermogen per hectare
MW/ha
0,15**
0,8
Productie per grondgebruik
MWh per ha
375
720
Mate van overlast
-
+++
+
* Dit bedrag komt uit een advies van RVO maar is niet vastgelegd en valt buiten het basisbedrag voor de subsidie ** Ivm windvang moeten de molens circa 500 meter uit elkaar. Netto gebruiksoppervlakte van de molen zelf is circa 150 keer kleiner *** Verwacht in 2020
24
1. https://nwea.nl/wp-content/uploads/2019/03/20161215-Gedragscode-Acceptatie-Participatie-Windenergie-op-Land.pdf 2. https://www.rvo.nl/sites/default/files/2018/07/Notitie_advies_najaar-sde-plus-2018-zon-PV.pdf
Rol van de gemeente en toepassing casus 25
De rol van de gemeente en afdwingbaarheid van participatie is afhankelijk van de fase van het project 1-3 jaar
Idee
Participatie als onderdeel van het beleid vastleggen. Afstemmen beleid met gemeentes in de regio Acceptatie van het probleem (lokale opwek is nodig) en de oplossing (wind en zon)
1-4 jaar
~ 1 jaar
~ 20 jaar
Ontwikkeling (vergunning)
Contractering
Realisatie
Exploitatie
Coöperatie activeren (evt. via eigendom)
Aanjagen prestatieafspraken
Verkoop deel van aandelen aan de (burger)coöperatie (momentum omdat ontwikkelrisico’s er niet meer zijn)
Fonds controleren
Organisatie of deelname procesparticipatie
Waarborgen opzet fonds
Afspraken met ontwikkelaar over participatie
Contract-management participatie
Financiële participatie toetsen voor vergunning
Zie voor uitgebreidere rol beschrijving gemeente in de bijlage
26
~ 1 jaar
Aandragen projecten voor het fonds
Aandragen organisatie/projecten voor directe afdracht
Gemeente als grondeigenaar Als de gemeente zelf grondeigenaar is, kan de gemeente in een ontwikkelovereenkomst participatievormen afspreken met de ontwikkelaar. In dit geval is dit veel meer afdwingbaar dan wanneer de gemeente geen grondpositie heeft. Ook kan gewerkt worden met een maximale grondvergoeding (bijvoorbeeld aanbesteding grondpositie), die middelen kunnen bijvoorbeeld in een fonds vloeien voor gemeenschappelijke investeringen.
Case: Duurzame Polder
Duurzame Polder is een windpark dat wordt ontwikkeling en ligt tussen de gemeenten Oss en Den Bosch. Doordat gemeentes geen grondpositie hebben is het advies om te sturen op participatie door middel van: Vastleggen van beleid op participatie en gemeenschappelijk of consistent beleid van de gemeentes Activatie van coöperaties (bijvoorbeeld via een bestaande zoals Windvogel of Deelwind) Evalueren met omwonenden waar het meest behoefte aan is: fonds, directe afdracht aan een organisatie of project of vergoeden van omwonenden Inzetten op minimale vergoeding van 0,50 cent per MWh en onderzoek of daar boven op de mogelijkheid om financieel te participeren mogelijk is via aandelen, of een achtergestelde lening afhankelijk van waar er behoefte aan is. Het is belangrijk dat financiële/project participatie niet ten kostte gaat van de kwaliteit van het project en het proces
Het beschikbare budget zal, afhankelijk van vele factoren zoals het realiseerbaar vermogen, het winstoogmerk van de ontwikkelaars, de overlast en de betrokkenheid van bewoners en de windsnelheden uitkomen op circa 120.000 per jaar.
Variabele
Eenheid
Schatting
Aantal windmolens
Aantal
40
Vermogen
MW
3
Totaal vermogen
MW
120
Gemiddeld aantal vollasturen
Uren
2000
Productie
MWh
240,000
Participatiebedrag
Euro/MWh
0.5
Budget
Euro per jaar
120.000
Ter indicatie, project is nog in ontwikkeling
27
Ter illustratie: hoe kan een combinatie van afdracht aan fonds en financiële participatie werken? Lid
Lid
Lid
Rendement
Financiering
Coöperatie Aandelen
Gedragscode NWEA
Omgevingswet
Investeerder
Beleidsinvloed / vergunningen, etc.
Beleid gemeentes
Bank
Project Duurzame Polder
Subsidies etc.
Fonds (b.v. Stichting)
Financieringsaanvragen Bedrijf
28
Vereniging
etc
Bijlagen 29
1. Varianten van participatievormen 1/2 Participatievorm
Omschrijving/variant
Aantal in Nederland
Succesvolle(re) aanpak
Minder groot succes
1. Inwoner participeert indirect via gemeentelijk energiebedrijf of asset holding
Gemeente heeft een asset holding met een aandeel in energieprojecten. Of is volledig eigenaar van een publiek energiebedrijf. Door dit belang heeft de gemeente participatie zelf in de hand en kan het eventueel lokale ondernemingen beter betrekken.
Weinig, na initiële hype rond 2008 – 2011
•
Haarlemmermeer (Gemeentelijk energiebedrijf van voor privatisering) Achterhoekse Groene Energiemaatschappij
WBR (gemeente als aandeelhouder) AEB
2a. Aandelen
Inwoner wordt mede-eigenaar van een deel van het park of de panelen. Zonder coöperatie of andere bundeling van burgerbelang niet aantrekkelijk voor veel ontwikkelaars
Zon (Postcoderoos ~247 tm 20181) Windcoöperatie ~22 Totaal 484 cooperaties1
•
WInddelen aanpak via Windcentrale Bv. Bommelerwaard Veelal participatie in als "lokaal" ervaren parken, samen met professionele partijen
•
Participant sluit risicodragende, achtergestelde lening af Al dan niet via crowdfundingsplatform, zoals duurzaaminvesteren.nl of oneplanetcrowd.nl
Aantal groeit flink
•
Amelander Energie Cooperatie Windvogel Zuidenwind Krammer
•
2c. Senior lening
Lening met lager risico en een lager rendement dan achtergesteld. Typisch bancair product.
weinig
Crowdfunding bijvoorbeeld via Duurzaam Investeren
3a. Fonds (gemeenschap)
Het project draagt een vast deel van de omzet af aan een fonds, evt met variabel component. Dit fonds kan ingezet worden voor velen project initiatieven door verschillende organisaties
>20
Elzenburg Oss Windfonds Krammer Zie ook www.refs.nu
2b. Achtergestelde (obligatie)lening
30
1. Lokale energiemonitor, 2018
•
• •
• • •
•
• •
Lansingerwind (weerstand) Wijchen (te strenge gedragscode gemeente)
Windpark Houten (transactiekosten) Drentse Monden Verlies op obligaties met te hoge rente
1. Varianten van participatievormen 2/2
Participatievorm
Omschrijving/variant
Aantal in Nederland
Succesvoorbeeld
3b. Direct aan organisatie of project
Een bedrag wordt direct aan een vereniging, organisatie of project gegeven zonder tussenkomst van fonds
>100
Green Deal windenergie A16 Arnhem Nijmegen Maatregelen
3c. Compensatie direct omwonenden
Korting op stroom Bedrag per omwonende
>100
Krammer Zeewolde
Minder groot succes
Varianten en combinaties Participatievorm
Omschrijving/variant
Aantal in Nederland
Succesvoorbeeld
Minder groot succes
Aandelen en korting op energie via postcoderegeling “Poldermolen”
Als er voldoende omwonenden zijn die kunnen investeren in een windmolen zouden die van de postcoderoosregeling gebruik kunnen maken
<10
Poldermolen Wieringermeer
Hollands Kroon Poldermolen
Aandelen als compensatieregeling voor omwonenden
Compensatie in de vorm van (gratis) aandelen
Onbekend
Bij Zeewolde wordt het bedrag voor de omgeving verdeeld volgens een bepaalde verhouden tussen grondeigenaren, grond pachters en een fonds waarbij omwonenden voorrang krijgen.
31
2. De inwoner kan op verschillende manieren investeren in een duurzaam project: vaak risicodragend met winstafhankelijke rente
Kenmerk
Aandelen
Achtergestelde Obligatielening
Senior Lening
Risicodragend
√
√
-
Eigenaar wind/zon
√
-
-
Eigen vermogen (~zeggenschap)
√
-/√
-
2-20%
2-10%
<0%
√
√
% totale investering
Vreemd vermogen Rente (variable = winstafhankelijk)
Variabel
Variable/vast
Vast
Risico
Hoog
Medium
Laag
Minimale inleg
250
250
Transactiekosten
Hoog
Hoog
Opmerkingen
32
Hoog
Tot 100% van eigen vermogen Hoger aandeel als bijvoorbeeld Komt in de praktijk weinig (eigen vermogen vaak 20% van de ontwikkelaar extern is voor door belang bank totale investering)
3. Rechtsvormen voor coöperatie
Criterium
Coöperatie
BV/NV
Vereniging
Stichting
Invulling geven aan een gezamenlijke ondernemingsgedachte
++
+/-
++
-
Invloed van participanten op activiteiten
++
+
++
-
Mogelijkheid voor verschillende participatievormen
++
+
++
-
Mogelijkheid wijziging participatievorm (toe- en uittreding)
++
-
++
n.v.t.
Flexibele structuur
++
+
-
-
Oprichtingsmogelijkheid voor verschillende groeifasen
++
-
-
-
Flexibele mogelijkheden financiering
++
+
-
+
Samenwerkingsmogelijkheden
++
++
+
-
Kosten van de constructie
+
-
++
++
Burgerinitiatieven en participatie wordt meestal georganiseerd via een coöperatie. De leden van de coöperatie hebben zeggenschap via de ALV, maar het bestuur van de coöperatie zit als vertegenwoordiger aan tafel. Het project zelf wordt meestal ondergebracht in een B.V. De coöperatie is dan eigenaar van (deel van de) aandelen van die project B.V.
33
4. Gemeentelijk energiebedrijf: afwegingen
Gemeentelijke energiebedrijf, wanneer wel en wanneer niet..? • Als de markt het niet oppakt maar als er vanuit het publiek belang de noodzaak is om het project te ondernemen • Omdat het belang van (alle) bewoners niet voldoende wordt gewaarborgd, bijvoorbeld cherry picking op alleen de rendabele delen van een warmtenet. • Als er synergie is met andere (beleids)doelen terwijl de stand alone business case niet opgepakt wordt door de markt, bijvoorbeeld de maatschappelijke baten door het voorkomen van luchtvervuiling door een project. • Als de business case gezond is en er voldoende mogelijkheden zijn om risico’s te vermijden of te verleggen • Als het project simpel en groot genoeg is om zeggenschap te delen zonder besluitvorming stroperig te maken
34
• Als de markt het voldoende oppakt • Politiek belang of beloftes als voornaamste drijfveer • Als de overheid in de oplossing gelooft, maar de markt niet • Om belangen te behartigen, terwijl dit ook op een andere manier kan (bv via beleid en vergunningen) • Als toch al het volledige risico bij de overheid ligt, bijvoorbeeld middels garantstellingen • Als de business case helemaal niet rond rekent, zelfs als er subsidies van hogere bestuurslagen (provincie, Rijk) zijn en er alternatieven zijn. • Als de hogere kosten door gebrek aan ervaring of schaalvoordelen niet opwegen tegen de mogelijk lagere rendementseis en er netto niet meer over blijft voor de omgeving