CConstaterende datOss
Koppel je AI →
Document · PDF

Notitie Vormvrije mer-beoordeling

Gemeenteraad 5 maart 2026, gemeente OssBij agendapunt: B Bindend adviesrecht gemeenteraad KPN-gebouw1.941 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling Molenstraat 40 te Oss 6 januari 2025

1.

Aanleiding

De wetgeving over de milieueffectrapportage (m.e.r) is opgenomen in afdeling 16.4 van de Omgevingswet en in hoofdstuk 11 en bijlage V bij het Omgevingsbesluit. Daarin is bepaald dat het bevoegd gezag bij de voorbereiding van een plan of programma een milieueffectrapport opstelt, als dat plan of programma het kader vormt voor te nemen besluiten voor projecten die zijn aangewezen in artikel 16.43 van de Omgevingswet. Onder een plan of programma, als bedoeld in artikel 2, onder a, van de SMB-richtlijn (EU-richtlijn voor strategische milieubeoordeling), wordt in ieder geval verstaan een omgevingsvisie, programma, omgevingsplan en voorkeursbeslissing. Voor de plannen en programma's waarvoor een planmilieueffectrapport moet worden opgesteld is in de Omgevingswet een generieke aanwijzing opgenomen. Hiervoor is aansluiting gezocht bij de SMB-richtlijn. In Bijlage V bij het Omgevingsbesluit staan de aangewezen categorieën van projecten waarvoor een m.e.r.-procedure verplicht is. Voor plannen die betrekking hebben op kleine gebieden op lokaal niveau en/of kleine wijzigingen heeft de Omgevingswet de plan-m.e.r.-beoordeling geïntroduceerd. Voor deze ontwikkelingen is een plan-m.e.r. alleen verplicht als voor de activiteit aanzienlijke milieugevolgen worden verwacht.

Een plan-m.e.r.beoordeling is ook van toepassing op plannen die een kader vormen voor m.e.r.-(beoordelings)plichtige projecten en besluiten die niet in het Omgevingsbesluit zijn genoemd. De plan- m.e.r.-beoordeling betreft een toets om na te gaan of sprake is van een plan met grote milieugevolgen. Deze toets dient plaats te vinden aan de hand van de criteria van Bijlage III, van de EUrichtlijn m.e.r. De hoofdcriteria waaraan moet worden getoetst zijn: kenmerken van het project, plaats van het project en kenmerken van het potentiële effect. Voor de beoogde herontwikkeling is gekeken naar activiteiten die een m.e.r.-(beoordelings)plicht kennen. Hierbij is de volgende activiteit gevonden die mogelijk m.e.r.-(beoordelings)plichtig is: J11: Stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra en de aanleg van parkeerterreinen Beoogd wordt een bedrijfslocatie te transformeren naar woningbouwlocatie met 64 appartementen en 157 m² aan commerciële ruimten. Het project is niet aangemerkt als geval waarin de mer-plicht geldt (artikel 16.43, eerste lid, aanhef en onder a, van de wet). Omdat het gaat om een stedelijke ontwikkeling voor wat betreft woningbouw betreft het wel een geval waarin de mer-beoordelingsplicht geldt (artikel 16.43, eerste lid, aanhef en onder b, van de wet).

1

2.

Vormvrije m.e.r.-beoordeling

2.1 Inhoudsvereisten aanmeldnotitie In de vormvrije m.e.r.-beoordeling wordt getoetst of een activiteit gevolgen voor het milieu kan hebben. Een vormvrije m.e.r.-beoordeling kan leiden tot twee conclusies: - belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn uitgesloten: er is geen m.e.r. of m.e.r.beoordeling noodzakelijk; - belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn niet uitgesloten: er moet een m.e.r.beoordeling plaatsvinden of er kan direct worden gekozen voor een m.e.r. De criteria waaraan moet worden getoetst zijn opgenomen in bijlage III bij de EU-richtlijn 2011/92/ER in artikel 4, lid 3. De criteria betreffen: 1. Kenmerken van de projecten Bij de kenmerken van de projecten moet in het bijzonder in overweging worden genomen: - De omvang van het project (en duur), - De cumulatie met andere projecten, - Het gebruik van natuurlijke hulpbronnen, - De productie van afvalstoffen, - Verontreiniging en hinder, - Risico van ongevallen, met name gelet op de gebruikte stoffen of technologieën. 2.

Plaats van de projecten Bij de mate van kwetsbaarheid van het milieu in de gebieden waarop de projecten van invloed kunnen zijn moet in het bijzonder in overweging worden genomen: - Het bestaande grondgebruik, - De relatieve rijkdom aan en de kwaliteit en het regeneratievermogen van de natuurlijke hulpbronnen van het gebied, - Het opnamevermogen van het natuurlijke milieu, met in het bijzonder aandacht voor de volgende typen gebieden: a.Wetlands b.Kustgebieden c. Berg- en bosgebieden d.Reservaten en natuurparken e. Gebieden die in de wetgeving van lidstaten zijn aangeduid of door die wetgeving worden beschermd; speciale beschermingszones door de lidstaten aangewezen krachtens Richtlijn 79/409/EEG (=Vogelrichtlijn) en Richtlijn 92/43/EEG (=Habitatrichtlijn) f. Gebieden waarin de bij communautaire wetgeving vastgestelde normen inzake milieukwaliteit reeds worden overschreden g.Gebieden met een hoe bevolkingsdichtheid h.Landschappen van historisch, cultureel of archeologisch belang. 3. Kenmerken van het potentiële effect Bij de potentiële aanzienlijke effecten van het project moeten in samenhang met de criteria van de punten 1 en 2 in het bijzonder in overweging worden genomen: - Het bereik van het effect (geografische zone en grootte van de getroffen bevolking), - Het grensoverschrijdende karakter van het effect, - De waarschijnlijkheid van het effect, 2

-

De duur, de frequentie en de omkeerbaarheid van het effect.

Deze thema’s worden in de navolgende hoofstukken nader uitgewerkt.

3.

Kenmerken van het project

3.1

Toetsingscriteria

Conform bijlage III van de EU-richtlijn dient in het bijzonder in overweging te worden genomen:  de omvang van het project;  cumulatie met andere projecten;  het gebruik van natuurlijke hulpbronnen;  de productie van afvalstoffen;  verontreiniging en hinder;  risico van ongevallen, met name gelet op de gebruikte stoffen of technologieën.

3.2 Omvang van het project Het project heeft betrekking op de realisatie van 64 appartementen en 157 m² aan commerciële ruimten. Het projectgebied kent een oppervlakte van circa 3.062 m². 3.3 Cumulatie met andere projecten Er vindt geen cumulatie plaats met andere projecten. Er zijn geen relevante activiteiten of projecten waarmee rekening moet worden gehouden in de beoordeling. 3.4 Het gebruik van natuurlijke hulpbronnen Het gebruik van natuurlijke hulpbronnen ten behoeve van realisatie en onderhoud van de gebouwde omgeving zal plaatsvinden op een conventionele manier en geeft geen aanleiding aanzienlijke gevolgen voor het milieu te veronderstellen, zodanig dat daarvoor een MER dient te worden uitgevoerd. De appartementen worden gerealiseerd met steenachtige materialen, staal en/of hout. Grondstoffen die niet bijzonder schaars zijn. 3.5

Productie van afvalstoffen

Het plan voorziet in de toevoeging van 64 woningen. Het plan heeft daarmee dan ook de productie van afvalstoffen van 64 nieuwe woningen tot gevolg en sloop van de bestaande bebouwing.

3.6

Verontreiniging en hinder

Tijdens de realisatiefase is er wellicht enige hinder in de vorm van geluid en trillingen. Het (aannemers)bedrijf welke verantwoordelijk is voor de uitvoering van de realisatie zal zich moeten houden aan de algemene weten regelgeving en de geldende milieuwetgeving.

3.7

Risico van ongevallen, met name gelet op de gebruikte stoffen of technologieën

Woningen zijn geen risicobron. In paragraaf 6.1 van de BOPA-motivering is daarnaast geconcludeerd dat er geen belemmeringen zijn vanuit het plaatsgebonden en groepsrisico ten aanzien van inrichtingen, transportassen en buisleidingen.

3

4.

Plaats van het plan/project

4.1 Toetsingscriteria Bij de mate van kwetsbaarheid van het milieu in de gebieden waarop het project van invloed kan zijn, moet in het bijzonder in overwegen worden genomen:  het bestaande grondgebruik;  de relatieve rijkdom aan en de kwaliteit en het regeneratievermogen van de natuurlijke hulpbronnen van het gebied;  het opname vermogen van het natuurlijke milieu, met in het bijzonder aandacht voor de gevoelige gebieden, in dit geval Natuur Netwerk Nederland, Natura-2000 en landschappen van historisch, cultureel of archeologisch belang. 4.2 Het bestaande grondgebruik Het projectgebied is een bedrijfslocatie. De huidige bebouwing binnen het projectgebied bestaat uit een aantal verschillende volumes variërend in hoogte, bouwstijl en bouwjaar die door KPN deels nog in gebruik zijn als verdeelstation.

4.3 Natuurlijke hulpbronnen Ter plaatse van het projectgebied zijn geen relevante natuurlijke hulpbronnen die bijdragen aan het project dan wel een effect hebben op het project. 4.4 Opname vermogen/ gevoeligheid van het milieu Het projectgebied is gelegen op een afstand van circa 11,2km tot het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied. Dit betreft het gebied ‘Rijntakken’. Indien er sprake zou zijn van een effect, betreft dit een verrijkend extern effect. Voorbeelden van externe werking betreffen een permanente toename van geluid, licht of stikstofdepositie of door optreden van een (grote) tijdelijke toename in dergelijke effecten. Gelet op de afstand tot de nabijgelegen Natura 2000-gebieden, alsmede de inrichting van het tussengelegen gebied, waaronder dichtbebouwd gebied, kunnen effecten anders dan stikstofdepositie bij voorbaat uitgesloten worden. Het projectgebied is gelegen op circa 1,6 kilometer tot de aangemerkte NNB-gebieden. Gezien de afstand, de kenmerken van het tussenliggende gebied met dichte bebouwing, en de aard van de werkzaamheden, kunnen effecten op het Natuurnetwerk Brabant worden uitgesloten. Tevens is de ontwikkellocatie geen onderdeel van andere beschermde gebieden zoals ecologische verbindingszones, natuurcompensatiegebieden of belangrijke weidevogelbeschermingsgebieden.

Op zodanige afstand kan worden gesteld dat de beoogde herontwikkeling geen invloed zal hebben op het NNB. Uit de beoordeling van de planologisch relevante milieuaspecten zal ook blijken dat het project deze aspecten niet belemmert.

4

5.

Kenmerken van de potentiele effecten

5.1 Toetsingscriteria Bij de potentiële effecten van het project wordt voor zover relevant gekeken naar:  het bereik van het effect;  het grensoverschrijdende karakter van het effect;  de waarschijnlijkheid van het effect;  de duur, de frequentie en de omkeerbaarheid van het project. De mogelijke milieueffecten worden, indien aan de orde aan de hand van de verschillende relevante thema’s beschreven. Vanwege de aard van de ingreep wordt nader aandacht besteed aan de potentiële (milieu)effecten die kunnen optreden.

5.2. Toets van het project aan de criteria Het bereik van het effect betreft de zeer nabije directe omgeving van het plangebied. Er is geen sprake van een grensoverschrijdende karakter van de ontwikkeling. Uit het bestemmingsplan en de uitgevoerde onderzoeken blijkt dat de kans op negatief effect op de omgeving zeer klein is. Hierna wordt ingegaan op de verschillende milieu- en omgevingsaspecten. (Milieu)effecten

Beschrijving van de mogelijke effecten

Doorlopen m.e.r.procedure noodzakelijk Nee

Bodem

De bodem is geschikt geacht voor het beoogde gebruik. Dit blijkt uit gevoerd bodemonderzoek. Nader onderzoek wordt niet noodzakelijk geacht.

Archeologie en cultuurhistorie

De ontwikkeling leidt niet tot aantasting van cultuurhistorische waarden of archeologische waarden. Het effect van het project op cultuurhistorische waarden is in de motivering verwoord. De toets op aantasting van archeologische waarden is door een archeologisch onderzoeksbureau verricht.

Nee

Water

Het hemelwater dat valt op de toe te voegen verharding wordt geïnfiltreerd in de bodem. Hiermee is er sprake van hydrologisch neutraal ontwikkeling.

Nee

Natuur/Ecologie

De beoogde herontwikkeling heeft geen negatief effect op flora- en faunawaarden. De beoogde herontwikkeling niet ook leidt tot een toename van stikstofdepositie van meer dan 0,0 mol/ha./jaar. De beoogde herontwikkeling heeft dan ook geen negatief effect op flora en fauna ter plaatse of in de omgeving.

Nee

Geluid

De beoogde herontwikkeling leidt niet tot een toename aan geluidemissie. Andersom blijkt uit uitgevoerd akoestisch onderzoek dat sprake is van een acceptabel woon- en leefklimaat voor wat betreft geluid.

Nee

5

Luchtkwaliteit

6.

Ter plaatse van het projectgebied is sprake van een goed woon- en leefklimaat voor wat betreft luchtkwaliteit. Het project draagt niet in betekenende mate bij aan de luchtkwaliteit.

Nee

Conclusies en advies

In voldoende mate is inzicht verkregen in de milieugevolgen van de beoogde herontwikkeling. Gelet op de kenmerken van het plan, de locatie van het project en de kenmerken van de potentiële effecten moet worden geconcludeerd dat het plan niet leidt tot milieueffecten van een dusdanige omvang dat sprake kan zijn van ‘belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu’. De effecten blijven beperkt tot het projectgebied en de directe omgeving daarvan. Er is daarom geen aanleiding of noodzaak voor het doorlopen van een formele m.e.r.-(beoordelings)procedure of m.e.r.-procedure. Voorgesteld wordt om geen milieueffectrapport voor het project aan Molenstraat 32-34 te Oss op te stellen.

6

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Oss&id=5404845b-e29a-4fb3-a2a1-d773d6f635ed