Notitie Speerpunten coalitieakkoord VTH.DOCX
Tekst van het document
Notitie
Aan
College van burgemeester en wethouders
Betreft
Notitie Speerpunten coalitieakkoord VTH. Bijlage bij adviesnota college “Jaarverslag VTH-plan 2022” en uitwerking “VTH-TOR/HOR Uitvoeringsplan 2023”
Van
VTH
Datum
22 maart 2023
Aanleiding en opzet van deze notitie In het Jaarverslag VTH-plan 2022 staat een terugblik naar 2022. In paragraaf 2.3. van het Jaarverslag staan diverse thema’s waar we, ter uitwerking van het VTH-TOR/HOR Uitvoeringsplan 2023, een vooruitblik op 2023 willen geven. Dit staat in deze notitie. 1. Bibob 1.1. Wat is de aanleiding? In het Coalitieakkoord “Samen Duurzaam” is de wens uitgesproken om te bekijken op welke wijze de toepassing van het Bibob instrumentarium kan worden verbreed. 1.2. Terugblik 2022 Op 1 april 2022 heeft de vorige Bibob-Coördinator de gemeente Oss verlaten. Wij hebben daarna een nieuwe Bibob-Coördinator en Bibob-onderzoeker geworven (capaciteit uitgebreid van 1 naar 1,6 FTE). Sinds 1 juli 2022 vormen zij het Cluster Bibob. Zij voeren de Bibob onderzoeken uit en adviseren over de toepassing van het Bibob instrument. Het Cluster Bibob is gestart met de projecten “Basis op Orde” en “Verbreding toepassingsbereik”. Het Cluster Bibob werkt actief samen met de grote Brabantse gemeenten en de diverse omliggende gemeenten bij de toepassing van Bibob. In oktober is de Tweede Tranche van de Wet Bibob in werking getreden. 1.3. Aantallen In 2022 zijn in totaal 62 onderzoeken uitgevoerd. Uit deze onderzoeken zijn geen bijzonderheden naar voren gekomen. In drie gevallen heeft het Bibob onderzoek geleidt tot het buiten behandeling laten van de aanvraag. 1.4.
Vooruitblik 2023 In 2023 brengen wij de basis verder op orde. Wij voeren onderzoek uit naar de mogelijkheid om Bibob breder in te zetten. Wij hebben hierbij specifiek aandacht voor de gebieden Vastgoed, Aanbestedingen en Subsidies. In 2023 stellen we hiervoor een nieuwe beleidslijn op. Daarnaast versterken we de samenwerking met omliggende en de B5 gemeenten op het gebied van Bibob. Wij doen dit vooralsnog binnen de bestaande capaciteit. 2. Toezicht op horeca 2.1. Wat is de aanleiding? Als gemeente verlenen we jaarlijks veel horecavergunningen. Deze vergunningen zijn nodig om bepaalde doelen te realiseren en tegelijkertijd het publiek belang te borgen. Een vergunning draagt bij aan een veilige/gezonde horeca met een prettige en fijne woon- en werkomgeving. Maar het draagt ook bij aan de bescherming van de concurrentiepositie van bonafide ondernemers. Het is hierbij belangrijk om over een actueel vergunning bestand te kunnen beschikken zodat het veilig, gezond en bonafide blijft en we bovendien beter een prettige woon- en werkomgeving kunnen waarborgen
1
Notitie
2.2. Terugblik 2022 De afgelopen jaren heeft de actualiteit van horecavergunningen weinig prioriteit gehad (onder andere door de coronamaatregelen). We hebben met een steekproef geconstateerd dat het vergunningbestand voor horecabedrijven in ons gemeente niet actueel is. Wij hebben een steekproef uitgevoerd. Bij meer dan 40% bleek dat de vergunningen niet op orde zijn. En bij 20% zou nader onderzoek noodzakelijk zijn om de actualiteit te kunnen bepalen. Daarnaast blijkt dat in meer dan de helft van de onderzochte gevallen er na vergunningverlening wijzigingen geweest zijn in de bedrijfsvoering die niet zijn doorgegeven.. Een toetsing op het gebied van de zedelijkheidseisen (in het kader van de Alcoholwet of de APV) als in het geval van de Wet Bibob heeft daarom niet plaats kunnen vinden. 2.3. Vooruitblik 2023 In 2023 gaan wij samen met de horecabedrijven het horecavergunningenbestand actualiseren. Ook gaan we een werkwijze bepalen om daarna het bestand actueel te houden (toezicht). Bovendien gaan we een werkwijze/strategie bepalen hoe we in de toekomst met horeca willen om gaan die niet (tijdig) beschikken over actuele vergunningen. We gaan er van uit dat we deze acties binnen onze bestaande capaciteit kunnen uitvoeren. Mocht de nog te kiezen strategie om andere of extra inzet vragen, bepalen we op dat moment hoe we daar mee om gaan. 3. MIT 3.1.
Wat is de aanleiding? Na een pilot zijn we in 2022 gestart met het Maasland Interventieteam (MIT). Dit team pakt complexe handhavingscasussen integraal op (met zowel interne als externe partners). Het MIT doen we samen met Bernheze. Het MIT wordt gecoördineerd door een MIT-coördinator waarvoor formatie beschikbaar is gesteld. 3.2. Terugblik 2022 Het MIT heeft in 2022 niet gebracht wat we er van gehoopt hadden. Voornaamste reden is dat de MIT-coördinator in de eerste helft van het jaar is ingezet bij de huisvesting van de Oekraïense vluchtelingen. Daarnaast is deze persoon aan het einde van het jaar elders gaan werken. Het MIT heeft wel een aantal acties uitgevoerd, maar dat was minder dan gepland. De inzet is met name geweest op illegale prostitutie. 3.3. Vooruitblik 2023 In 2023 gaan we de vacature voor de MIT-coördinator invullen. De nieuwe coördinator zal dan de werkwijze/strategie gaan vastleggen als ook de doelen voor 2023. Gelet op de notitie Overbewoning zal een groot deel van de inzet op overbewoning plaats vinden. De coördinator zal een beroep doen op de inzet van met name de afdeling VTH, team TOR/HOR en team Veiligheid. Het een en ander zal gebeuren binnen de bestaande capaciteit of binnen het kader van de notitie Overbewoning. 4. Preventief toezicht ondermijning 4.1.
Wat is de aanleiding? Bij de begrotingsbehandeling in 2022 heeft de raad een motie aangenomen voor het aanwijzen van een preventief toezichthouder ondermijning. Daaropvolgend is 1 FTE beschikbaar gesteld voor deze functie. De bedoeling van die functie is dat we inzetten op het voorkomen van ondermijnende activiteiten op bedrijventerreinen en het buitengebied. 4.2. Terugblik 2022 Na de vaststelling van de begroting hebben we onderzocht op welke wijze we de capaciteit het beste kunnen inzetten. We hebben er voor gekozen om de capaciteit in te vullen binnen het cluster Toezicht van de afdeling VTH. Ook hebben we er voor gekozen om de FTE te verspreiden over 2 toezichthouders om kwetsbaarheid te voorkomen. Twee toezichthouders zullen het reguliere toezichtswerk dus combineren met het preventieve toezicht ondermijning.
2
Notitie
4.3. Vooruitblik 2023 Inmiddels hebben we de vacature ingevuld en starten de twee toezichthouders per 1 april met de invulling. De komende maanden zullen zij met name inzetten op het opbouwen van een netwerk, inventariseren van de risicovolle adressen en het bepalen van de juiste strategie. Uiteraard zullen zij ook al de benodigde adresbezoeken uitvoeren. Afstemming met het RIEC, de ZLTO en team Veiligheid vindt al plaats. Conform de motie van de raad zullen wij de komende 3 jaren deze functie vervullen en daarna evalueren en bepalen hoe we verder gaan. 5. Toezicht Evenementen 5.1. Wat is de aanleiding? De afgelopen jaren hebben we het team Evenementen op de afdeling VTH vernieuwd en zijn we met onze partners bezig om het toetsen van evenementenvergunningen verder te professionaliseren. Die verdere professionalisering heeft ook gevolgen voor het toezicht en handhaving op de verleende vergunningen. 5.2. Terugblik 2022 In 2022 hebben we weer meer vergunningen voor evenementen verleend dan de (Corona)jaren er voor. Het aantal lag nog wel lager dan voor de pandemie. Daardoor hebben we tijd gehad om te investeren in ons team Evenementen. Het gevolg is dat we een nieuw team hebben en dat we aan de slag zijn gegaan met een verdere profesionalisering. Tijdige vergunningverlening, actualiseren beleid, opstellen locatieprofielen, etcetera. 5.3.
Vooruitblik 2023 In 2023 gaan we verder met die professionalisering. Dat houdt ook in dat we naast de vergunningverlening, ook het toezicht en de handhaving op de verleende vergunningen moeten verbeteren. We willen de specialistische partners (ODBN, politie, brandweer en GGD) op de juiste evenementen inzetten. Die inzet zal met name plaatsvinden op de “zwaarste” categorie evenementen (c-evenementen). Maar soms is het ook nodig om toezicht in te zetten op de evenementen die qua openbare orde en veiligheid weliswaar minder risico’s hebben, maar die op gebied van gebruik en constructieve zaken toch ook risico’s hebben (de b-evenementen). Wij gaan onderzoeken hoe wij onze eigen toezichthouders meer hierop kunnen inzetten. 6. Recreatieparken 6.1. Wat is de aanleiding? In de Corona-jaren hebben wij ons toezicht op de recreatieparken, en dan met name op het gebruik van de recreatiewoningen, afgeschaald. We krijgen steeds meer signalen dat het strijdige gebruik van die woningen weer toe neemt. 6.2. Terugblik 2022 Net zoals in de jaren er voor, hebben we geen toezicht gehouden op het strijdige gebruik van recreatiewoningen. Reden hiervoor was dat wij in eerste instantie vanwege Corona geen huisbezoeken deden en later in de pandemie geen mensen “op straat” wilden zetten.
Gedurende het jaar hebben wij diverse signalen ontvangen dat recreatiewoningen weer meer gebruikt worden voor strijdige bewoning zoals permanente bewoning en het huisvesten van arbeidsmigranten. 6.3. Vooruitblik 2023 Illegale bewoning heeft in ons VTH-plan een hoge prioriteit. Wij gaan daarom ons toezicht op de recreatieparken weer verhogen. In eerste instantie om in beeld te krijgen hoeveel strijdige bewoning er daadwerkelijk plaats vindt en in welke vorm. Vervolgens bepalen we welke strategie nodig is om deze strijdigheden ongedaan te krijgen. Dat kan zijn in het kader van Overbewoning (zie notitie overbewoning), aanpak via het Maasland Interventieteam, een gezamenlijke aanpak met de eigenaar van het park, en/of de reguliere handhavingsprocedures. Vooralsnog schatten wij in dat we deze taak kunnen uitvoeren binnen de bestaande capaciteit.
3
Notitie
7. Duurzaamheid 7.1. Wat is de aanleiding? In het Coalitieakkoord “Samen Duurzaam” is duurzaamheid een rode draad. Welke bijdrage kunnen wij als VTH leveren aan de beleidsdoelen met betrekking tot duurzaamheid. 7.2. Terugblik 2022 Net zoals de jaren er voor, hebben wij de ODBN opdracht gegeven om adviserend toezicht uit te voeren op de verplichting voor bedrijven om energiebesparende maatregelen te nemen. We hadden daar geen geld voor, maar we hebben er steeds in het jaarlijkse werkprogramma ODBN slim uren voor verzameld. 7.3. Vooruitblik 2023 Op basis van de Osse werkwijze heeft de ODBN in 2022 het zogenoemde “Energiebod” neergelegd. In het kort houdt dat in dat de ODBN verspreid over 9 jaren bij alle bedrijven in de regio adviserend toezicht gaat uitvoeren. Dit betekent voor Oss een intensivering van het toezicht (en daarmee ook de kosten) in vergelijking met de voorgaande jaren. Maar omdat de ODBN het grootschaliger gaat aanpakken, kan het toezicht efficiënter worden uitgevoerd. Effectief kost het ons niet meer geld. Maar zoals in de terugblik al gezegd, hebben we er geen geld voor. We zouden derhalve geld moeten vragen om het Energiebod uit te kunnen laten voeren. Ondertussen is het duidelijk dat de ODBN vanuit het Rijk subsidie kan krijgen, en hebben we in het jaarlijkse werkprogramma ODBN ruimte gevonden.
Daarmee kunnen we de uitvoering van het Energiebod binnen het bestaande budget dat we voor de ODBN beschikbaar hebben, uitvoeren. 8. Cultureel erfgoed 8.1.
Wat is de aanleiding?
In het coalitieakkoord 2022-2026 “Samen Duurzaam Vooruit” is de volgende ambitie opgenomen: “Erfgoed houden we (be)leefbaar, met een goede rolverdeling tussen ons en de eigenaren van het erfgoed. De beleidsvisie erfgoed is actueel. We zetten vooral accenten in de uitvoering”. 8.2.
Terugblik 2022
Samen met de portefeuillehouder zijn de afdelingen LWE, RO en VTH bezig om een uitvoeringsprogramma op te stellen. In dat programma zal VTH zich focussen op het gebouwde erfgoed en dan met name de pijlers “Beschermen, Beheren, Behouden”. Speerpunten in het programma zullen voor VTH zijn: • Basis VTH-taken voor cultureel erfgoed op orde brengen; • Aanwijzingsprocedures 100 nieuwe gemeentelijke monumenten volgen; • Borging Cultuurhistorische waardenkaart en vertaling naar Toepasbare regels Omgevingswet • Uitvoering verduurzamingsbeleid gebouwde monumenten; • Opstarten herziening Subsidieverordening in stand houding (gemeentelijke) monumenten. 8.3.
Vooruitblik 2023
Binnen de afdeling VTH hebben we de beschikking over een Erfgoedspecialist. Dat is minimaal, maar met de juiste ondersteuning, prioritering en strategie is dat voldoende om een voldoende bijdrage te leveren aan het uitvoeren van de visie en het jaarlijkse uitvoeringsprogramma. De juiste ondersteuning regelen we door intern op de afdeling te gaan werken met een subteam Cultureel Erfgoed (met vergunningverleners, toezichthouders en juristen).
4