Nota van zienswijzen.DOC
Tekst van het document
Nota van zienswijzen en wijzigingen ontwerpbestemmingsplan en MER ‘Herinrichting uiterwaarden Demen – Dieden’ I. INLEIDING Deze nota gaat over de volgende stukken: het ontwerpbestemmingsplan ‘Herinrichting uiterwaarden Demen – Dieden 2020’ De milieueffectrapportage ‘MeerMaas project Planontwikkeling Demen-Dieden’ en de ‘Aanvulling milieueffectrapportage ‘MeerMaas project Planontwikkeling Demen-Dieden’ Deze nota bevat de volgende onderdelen: een weergave van de gevolgde procedure een samenvatting van de reacties (‘zienswijzen’) over het ontwerpbestemmingsplan en het ‘Milieueffectrapport MeerMaas project Planontwikkeling Demen-Dieden’ en de ’Aanvulling milieueffectrapportage MeerMaas-Planontwikkeling Demen-Dieden’ ons besluit over de zienswijzen een beschrijving van de gevolgen van ons besluit voor de inhoud van het bestemmingsplan en het MER een toelichting op ons besluit een overzicht van de wijzigingen in het bestemmingsplan ten opzichte van het ontwerp die wij ambtshalve aanbrengen (dat wil zeggen: die niet het gevolg zijn van zienswijzen) Deze nota behoort bij het voorstel van burgemeester en wethouders aan ons, en bij ons besluit over de vaststelling van het bestemmingsplan. Volgens de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) mogen wij naw-gegevens (naam, adres en woonplaats) en enkele andere persoonsgegevens niet digitaal aanbieden.
Een uitzondering geldt voor gegevens van ondernemingen die behoren tot een rechtspersoon (zoals een bv of een vof) personen die beroepsmatig betrokken zijn bij de procedure, bijvoorbeeld advocaten en gemachtigden Als het voor de uitoefening van een publieke taak moet, mogen wij persoonsgegevens wel digitaal aanbieden. Wij bieden deze nota digitaal aan. Daarom noemen wij geen naw-gegevens, behalve waar de wet dat toelaat. II. PROCEDURE Iedereen kon het ontwerpbestemmingsplan met bijbehorende stukken van 26 november 2020 tot en met 6 januari 2021 in het gemeentehuis bekijken. Ook stond het ontwerpbestemmingsplan met bijbehorende stukken in deze periode op het internet. Dit hebben burgemeester en wethouders bekendgemaakt in Oss Actueel en de Staatscourant van 25 november 2020 en op www.oss.nl. Van 26 november 2020 tot en met 6 januari 2021 kon iedereen schriftelijk en mondeling op het ontwerpbestemmingsplan reageren. De gemeente heeft vier reacties (‘zienswijzen’) ontvangen. Alle indieners konden hun zienswijze mondeling toelichten bij de Hoorcommissie Bestemmingsplannen. Dit hebben indieners niet gedaan. III. ZIENSWIJZEN Wij vinden de zienswijzen ontvankelijk. ‘Ontvankelijk’ betekent dat de indieners aan alle eisen hebben voldaan om een zienswijze in te dienen. Op zienswijzen die niet ontvankelijk zijn, hoeven wij niet inhoudelijk in te gaan.
Hieronder vatten wij alle ontvankelijke zienswijzen samen. Daarna volgen per zienswijze ons besluit, een beschrijving van de gevolgen van ons besluit voor de inhoud van het bestemmingsplan en een toelichting daarop.
Pagina 1 van 7
Het kan zijn dat wij een deel van een zienswijze niet of niet helemaal beschrijven. Dan hebben wij bij de beoordeling toch rekening gehouden met dat deel. Als wij vinden dat de indiener van een (ontvankelijke) zienswijze gelijk heeft, verklaren wij de zienswijze gegrond. Als wij vinden dat de indiener geen gelijk heeft, verklaren wij de zienswijze ongegrond. Wij kunnen een zienswijze ook gedeeltelijk gegrond en gedeeltelijk ongegrond verklaren. De gemeenteraad van Oss
Pagina 2 van 7
IV. BEOORDELING ZIENSWIJZEN Zienswijze 1 Waterschap Aa en Maas Samenvatting zienswijze Reclamant verzoekt de formulering van artikel 11.3.3, afwijken van de bouwregels, aan te passen. Besluit Wij vinden de zienswijze gegrond. Wijzigingen in bestemmingsplan Wij passen artikel 11.3.3. van de planregels als volgt aan: ‘’Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 11.3.2, ten behoeve van het oprichten van bouwwerken binnen de overige bestemmingen van deze gronden mits: a. het belang van de waterkering niet onevenredig wordt aangetast; b. bebouwing mogelijk is op grond van de onderliggende bestemming. Alvorens het bevoegd gezag beslist over een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 11.3.3 wint het schriftelijk advies in bij de waterkeringbeheerder zijnde het waterschap’’. Toelichting van de gemeenteraad Waterschap Aa en Maas wil graag een uniforme regeling hanteren. Hier kan aan tegemoet gekomen worden. Zienswijze 2 Provincie Noord-Brabant Samenvatting zienswijze 1. Reclamant stelt dat het plan in strijd is met artikel 3.29 van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant (IOV). Het plangebied ligt volgens de provinciale Cultuurhistorische Waardenkaart (CHW) in cultuurhistorische vlakken van provinciaal belang.
Dit betekent dat dit bestemmingsplan mede gericht dient te zijn op behoud, herstel of de duurzame ontwikkeling van de cultuurhistorische waarden en kenmerken zoals beschreven in de Cultuurhistorische Waardenkaart en dat in de regels cultuurhistorische waarden en kenmerken van de onderscheiden gebieden zijn beschermd. Met het voorgenomen plan worden verschillende doelen nagestreefd; onder meer op het gebied van ecologie en water. Toch liggen er volgens reclamant kansen om de cultuurhistorische waarden in het gebied meer te benadrukken. Reclamant verzoekt dan ook om de gemaakte keuzes nader te onderbouwen. 2. In het inrichtingsplan wordt een pleidooi gehouden voor het herstel van de verschillende bakenbomen langs de Maas. Reclamant onderschrijft dit pleidooi. Echter, reclamant dringt er op aan in het bestemmingsplan de locatie van de verschillende bestaande en verdwenen bakenbomen op de kaartlaag specifiek aan te duiden en in de legenda op te nemen. 3. In de planregels wordt bij de begrippen het begrip ‘archeologie’ niet genoemd, terwijl in een deel van het bestemmingsplan betrekking heeft op de archeologische verwachting en de omgang die daarmee behandeld wordt. Reclamant verzoekt het begrip ‘archeologie’ toe te voegen aan de planregels. In artikel 5 van de planregels is de bestemming ‘Waarde-Archeologische historische kern’ opgenomen.
Deze waarde komt niet voor op de verbeelding van het bestemmingsplan. Reclamant verzoekt aan te geven of deze bestemming van toepassing is dan wel te schrappen in het plan. In hoofdstuk 4 van de toelichting is in paragraaf 4.5.6 Archeologie en cultuurhistorie, in de tweede alinea het volgende opgenomen; “Zo moet in gebied met een hoge archeologische verwachtingswaarde archeologisch onderzoek uitgevoerd worden indien de oppervlakte van de ontwikkeling 18m2 of meer bedraagt en de bodem dieper dan 30 cm geroerd wordt”.
Pagina 3 van 7
Uit de tabel op pagina 37 van de toelichting blijkt dat in gebieden met een hoge archeologische verwachting, archeologisch onderzoek verplicht is bij de verstoring van de bodem als de oppervlakte groter is dan 100m2 en dieper dan 0.30m-mv. Reclamant verzoekt de toelichting op dit onderdeel te verduidelijken. Besluit Wij vinden de zienswijze gedeeltelijk gegrond en gedeeltelijk ongegrond. Wijzigingen in bestemmingsplan Paragraaf 4.5.6. van de toelichting van het bestemmingsplan wordt aangepast. Toelichting van de gemeenteraad 1. In een digitaal overleg (03-02-2021) tussen reclamant, gemeente en initiatiefnemers is door initiatiefnemers een toelichting gegeven op de omgang met cultuurhistorische waarden. Hierbij is onder andere verwezen naar de ontwerptoelichting (bijlage 19 bij het ontwerpbestemmingsplan). In het overleg is onderkend dat het benadrukken van cultuurhistorische waarden met het oog op de (hoofd)doelstellingen voor natuurontwikkeling en hoogwaterveiligheid - niet overal in het plan mogelijk is gebleken. Niettemin zijn er wel degelijk kansen om de historie van het gebied te vertellen (bijv. via informatieborden/-panelen). Het plaatsen van informatieborden ten behoeve van extensieve dagrecreatie wordt met het (ontwerp)bestemmingsplan mogelijk gemaakt (zie art. 3.2.3, lid d.).
In de informatievoorziening kan een verbinding worden gelegd met het binnendijks gelegen (voormalige) Kasteel Huis te Dieden / Eerbosch. Het (ontwerp)bestemmingsplan ‘Herinrichting uiterwaarden Dieden-Demen’ is weliswaar niet van toepassing op dit gebied, maar binnen het raakvlakproject Meanderende Maas wordt de mogelijkheid onderzocht om elementen van Kasteel Huis te Dieden / Eerbosch uit Dieden al dan niet gedeeltelijk in oude luister te herstellen (bijv. de oude oprijlaan of gracht). Het ontwerpbestemmingsplan wordt op deze onderdelen niet aangepast, maar de afstemming tussen initiatiefnemers en de overige betrokken partijen binnen het project Meanderende Maas voortgezet. 2. De locatie van de verschillende bestaande en verdwenen bakenbomen is opgenomen in bijlage 1 bij de regels. Daarnaast zijn de bestaande bakenbomen in het beleidsstuk ‘Bijzondere bomen in Oss 2018’ opgenomen en aangeduid als beeldbepalend/cultuurhistorisch/monumentaal. Er is daarom geen reden om dit ook op de kaartlaag specifiek aan te duiden. 3. De dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologisch historische kern’ is op het plangebied van toepassing en ook op de verbeelding opgenomen. In paragraaf 4.5.6. van de plantoelichting is per abuis een verouderde tekst opgenomen.
In een gebied met hoge archeologische verwachtingsaarde moet onderzoek uitgevoerd worden indien de oppervlakte van de ontwikkeling 100m2 of meer bedraagt en de bodem dieper dan 30 cm geroerd wordt. In de tabel is dit juist opgenomen. Zienswijze 3 Samenvatting zienswijze Reclamanten geven aan positief tegenover de dijkversterking in dit gebied te staan. Er wordt echter een viertal opmerkingen geplaatst: 1. Het ontwerpbestemmingsplan heeft een belangrijke verwevenheid met de planontwikkeling van het aangrenzende ontwikkelgebied, Meanderende Maas. Reclamanten maken bezwaar tegen de aanpak om dit ontwerpbestemmingsplan losstaand in procedure te brengen en niet te integreren met het ontwikkelplan voor het gebied Meanderende Maas. Reclamanten zijn van mening dat een aantal
Pagina 4 van 7
relevante verweven zaken onvoldoende is uitgewerkt op dit moment, bijvoorbeeld op het gebied van recreatie en de verkeerssituatie. 2. Reclamanten geven aan dat een aantal conclusies die in het ontwerpbestemmingsplan genoemd zijn, niet juist dan wel niet reëel zijn. Dit betreft de onderwerpen verkeer, geluidsbelasting en natuur. 3. Voor de planning en de uitvoer van het project wordt zeven tot tien jaar gerekend. Reclamanten vragen zich af wat er gebeurt als de tijdsduur overschreden wordt, bijvoorbeeld omdat de kleimarkt krimpt. 4. De MER is in grote mate puur gericht op de uiterwaarden zelf en op de uitvoeringsfase. Deze ontwikkeling kan niet separaat worden gezien van de ontwikkeling van de omgeving en de interactie die plaatsvindt tussen de beide gebieden. Besluit Wij vinden de zienswijze ongegrond. Wijzigingen in bestemmingsplan Wij passen het ontwerpbestemmingsplan niet aan. Toelichting van de gemeenteraad 1. Het plan voor de uiterwaarden van Demen-Dieden maakt als autonome ontwikkeling onderdeel uit van het voorkeursalternatief voor Meanderende Maas, waarbij we de dijk tussen Ravenstein en Lith verbeteren, de Maas meer ruimte geven en het gebied ontwikkelen. Dit is een omvangrijke activiteit. We hebben daarom gefocust op plekken waar we dat als eerste gaan doen. De uiterwaarden bij Demen-Dieden is één van die plekken.
In onze Structuurvisie voor het buitengebied (2015) zien we voor de uiterwaarden hoofdzakelijk een rol voor het faciliteren van een goede en voldoende afvoercapaciteit van de Maas. Ruimte voor de rivier en waterveiligheid staan in dit gebied voorop. De plannen voor Demen-Dieden zijn dus al verder uitgewerkt en kunnen eerder in procedure worden gebracht. Dit stelt ook eisen aan de afstemming tussen het plan en de planontwikkeling van Meanderende Maas. Hierover heeft al goed en veelvuldig overleg plaatsgevonden en hebben positieve stappen in afstemming en ontwerp plaatsgevonden. Met het plan Demen-Dieden wordt een belangrijke bijdrage geleverd aan de (hoofd)doelstellingen van Meanderende Maas: het ontwikkelen van rivier- en moerasnatuur binnen het Natuurnetwerk Brabant en het realiseren van een waterstandsdaling bij maatgevend hoogwater (hoogwaterveiligheid). 2. De opmerkingen van reclamanten met betrekking tot verkeer en de effecten hiervan op de omgeving (natuur en woningen) hebben hoofdzakelijk betrekking op de bestaande situatie in de directe omgeving van het bestemmingsplan. De opmerkingen gaan over het ontwerp en de inrichting van infrastructuur, verkeersovertredingen, houding en gedrag. Dit is niet 100% het gevolg van het plan, en kan dus niet 100% hieraan worden toegekend.
Een aantal bewoners van de dijk heeft duidelijke signalen afgegeven over verkeersoverlast en drukte op mooie dagen door o.a. groepen wielrenners, motoren, cabrio’s en solexrijders. Te hard rijden en met name geluidsoverlast door motoren is een veel geuite klacht. Wij zijn al vanaf 2019 bezig met verkenning en onderzoek naar verkeersaspecten op de dijk. Ook hebben we op verschillende plekken op de dijk gemeten hoeveel voertuigen er rijden en met welke snelheid. Zo houden wij de vinger aan de pols, mede gelet op onze ambitie voor recreatie en toerisme in het gebied op en rondom de Maasdijk. 3. De uitvoeringsperiode van zeven tot tien jaar is gebaseerd op de vraag van steenfabrieken naar Maasklei over de afgelopen jaren en langjarige leveringscontracten van initiatiefnemers met deze steenfabrieken. Van belang is dat de keramische klei na ontgraven direct benut kan worden als grondstof voor de keramische industrie (steenfabrieken). Indien de genoemde uitvoeringsperiode niet kan worden gehaald, dan moeten de betrokken overheden aan de hand van
Pagina 5 van 7
vigerende wet- en regelgeving beoordelen of vergunningen en andere toestemmingen verlengd kunnen worden. Er wordt rekening gehouden met de omgeving door telkens in kleine aaneengesloten deelgebieden te werken, waarbij deelgebieden ook zoveel mogelijk fasegewijs worden opgeleverd. Hierdoor kan de natuur zich al tijdens de uitvoering van het project ontwikkelen en blijft de hinder voor de directe omgeving zoveel mogelijk beperkt. Zo ontstaat geleidelijk van west naar oost een aaneengesloten natuurgebied. 4. Initiatiefnemers hebben geen invloed op het omliggende gebied, waaronder de dijk. De planontwikkeling Demen-Dieden heeft hier ook geen noemenswaardige invloed op (zie ook bij punt 2). Zienswijze 4 Samenvatting zienswijze Reclamant, de holding van een tweetal baksteenfabrieken, geeft aan dat het plangebied van dit ontwerpbestemmingsplan overlapt met het projectgebied Diedensche Uiterdijk, waarvan de ontwikkeling in samenwerking tussen Natuurmonumenten en reclamant tot stand zal komen en de daaruit winbare keramische klei voor reclamant beschikbaar zal blijven. Als zodanig acht reclamant voor dit deel van het plangebied Demen-Dieden deze planontwikkeling en daarmee derhalve ook het ontwerpbestemmingsplan niet uitvoerbaar. Besluit Wij vinden de zienswijze ongegrond. Wijzigingen in het bestemmingsplan Wij passen het bestemmingsplan niet aan.
Toelichting van de gemeenteraad De zienswijze heeft betrekking op privaatrechtelijke afspraken tussen reclamant en Vereniging Natuurmonumenten. In dit privaatrechtelijke spoor vinden inmiddels reeds gesprekken plaats om concretere afspraken te maken. Een oplossing lijkt binnen handbereik. Verdere inhoudelijke uitwerking en vergunningverlening is voor het aangegeven ‘overlapgebied’ zonder meer gewenst en is wat betreft Natuurmonumenten noodzakelijk voor het verkrijgen van voldoende voortgang in de daadwerkelijke realisatie van riviernatuur binnen het project MeerMaas en het Natuurnetwerk Brabant. Vanuit de totaalvisie voor het gebied is het logisch het overlapgebied nu mee te nemen in de planontwikkeling. Voor de verdere planuitwerking brengt de zienswijze geen inhoudelijke en publiekrechtelijke veranderingen teweeg.
Pagina 6 van 7
V. AMBTSHALVE WIJZIGINGEN Hiervóór hebben wij bij de behandeling van de zienswijzen al wijzigingen (al dan niet ambtshalve) ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan benoemd. Het bestemmingsplan bevat ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan geen ambtshalve wijzigingen.
Pagina 7 van 7