Nieuwe Toelichting MFA en woningbouw Looveltlaan Oss -2023
Tekst van het document
MFA en woningbouw Looveltlaan Oss – 2023, pag. 1 van 44 vastgesteld
Bestemmingsplan MFA en woningbouw Looveltlaan Oss - 2023 Toelichting
Gemeente Oss, 5 maart 2024
MFA en woningbouw Looveltlaan Oss – 2023, pag. 2 van 44 vastgesteld
MFA en woningbouw Looveltlaan Oss – 2023, pag. 3 van 44 vastgesteld
INHOUDSOPGAVE TOELICHTING Hoofdstuk 1 Inleiding ............................................................................................................................... 5 1.1 Aanleiding ..................................................................................................................................... 5 1.2 Plangebied .................................................................................................................................... 5 1.3 Geldende bestemmingsplannen ................................................................................................... 5 Hoofdstuk 2 Bestaande situatie ................................................................................................................ 6 Hoofdstuk 3 Beoogde situatie ................................................................................................................... 7 Hoofdstuk 4 Ruimtelijk beleidskader ......................................................................................................... 9 4.1 Wettelijk kader .............................................................................................................................. 9 4.2 Rijksbeleid ..................................................................................................................................
11 4.3 Provinciaal beleid ....................................................................................................................... 12 4.4 Gemeentelijk beleid .................................................................................................................... 14 Hoofdstuk 5 Omgevingsaspecten ........................................................................................................... 20 5.1 Natuur ......................................................................................................................................... 20 5.3 Archeologie en Cultuurhistorie ................................................................................................... 21 5.4 Mobiliteit en parkeren ................................................................................................................. 24 5.5 Water .......................................................................................................................................... 24 5.6 Defensie...................................................................................................................................... 27 5.7 Milieuaspecten ............................................................................................................................
27 5.8 Milieueffectrapportage (M.e.r.) ................................................................................................... 37 Hoofdstuk 6 Toelichting op de regels .................................................................................................... 38 6.1 Algemeen.................................................................................................................................... 38 6.2 Regels ......................................................................................................................................... 39 Hoofdstuk 7 Handhaving........................................................................................................................ 39 7.1 Beleidskader ............................................................................................................................... 39 7.2 Professionele handhaving en handhavingsprogramma ............................................................. 40 7.3 Handhaafbaarheid, positief bestemmen, overgangsrecht .......................................................... 41 Hoofdstuk 8 Economische uitvoerbaarheid ........................................................................................... 42 Hoofdstuk 9 Overleg en maatschappelijke uitvoerbaarheid ..................................................................
43 9.1 Omgevingsdialoog ...................................................................................................................... 43 9.2 Vooroverleg ................................................................................................................................ 43 9.3 Zienswijzen ................................................................................................................................. 43 Bijlagen ....................................................................................................................................................... 44
REGELS VERBEELDING BIJLAGEN zie separaat bijlagenboek
MFA en woningbouw Looveltlaan Oss – 2023, pag. 4 van 44 vastgesteld
TOELICHTING Bestemmingsplan MFA en woningbouw Looveltlaan Oss – 2023
MFA en woningbouw Looveltlaan Oss – 2023, pag. 5 van 44 vastgesteld
Hoofdstuk 1
Inleiding
1.1 Aanleiding Aan de Looveltlaan in Oss ligt Wijkcentrum De Hille, daarnaast is verzorgingshuis Loovelt gelegen. Woningcorporatie Brabant Wonen (hierna initiatiefnemer) is eigenaar van verzorgingshuis Loovelt, de gemeente is eigenaar van Wijkcentrum De Hille. Zij hebben het voornemen om beide panden te slopen en tot nieuwbouw over te gaan. In de nieuwbouw zal het buurthuis terug komen in combinatie met 18 reguliere appartementen en 48 zorgappartementen. Bijna alle benodigde parkeerplekken zullen binnen het plangebied worden gerealiseerd. 1.2 Plangebied Het plangebied heeft een oppervlakte van 3.062 m2 en ligt in het centrum van de wijk Ussen van de gemeente Oss. Hier ligt het plangebied ten oosten van de Looveltlaan, ten westen van de Saturnusstraat en ten zuidelijk van de Jupiterweg. Daarnaast wordt het doorsneden door de steeg Grote Beer die het buurtcentrum scheidt van het verzorgingshuis. De planlocatie is kadastraal bekend als gemeente Oss, sectie K, nummer 3884, 3883 en 2864. Kavels 2864 en K 3883 zijn in eigendom van de gemeente Oss.
Figuur 1. Luchtfoto, plangebied rood omkaderd.
1.3 Geldende bestemmingsplannen In de bestaande situatie gelden binnen het plangebied van bestemmingsplan Loovelt verschillende bestemmingsplannen en herzieningen. Deze zijn opgenomen in onderstaande lijst. Naam bestemmingsplan
Datum vaststelling
Parapluplan Wonen - 2023
16 juni 2023
Noord-West-Oss - 2013
14 februari 2013
Na de inwerkingtreding van voorliggend bestemmingsplan verliezen deze plannen, binnen het plangebied, hun rechtskracht.
MFA en woningbouw Looveltlaan Oss – 2023, pag. 6 van 44 vastgesteld
Hoofdstuk 2 Bestaande situatie De gecombineerde locatie van wijkcentrum De Hille en verpleeghuis Loovelt ligt centraal in de wijk Ussen. Het is gelegen tussen het winkelplein Wolfskooi en woonwijk Loovelt. De planlocatie is gelegen aan de rand van een rustige woonwijk, met een gunstig ontsloten ligging aan de Looveltlaan met diverse voorzieningen, zoals een apotheek, huisartsenpraktijk, GGD en winkels op korte afstand. Verpleeghuis Loovelt is met 50 plekken gericht op zorg voor ouderen, deze zijn verdeeld over vier verdiepingen. In het vigerende bestemmingsplan is op het zuidelijke deel van de planlocatie (waar verpleeghuis Loovelt is gelegen) een gebouwhoogte van maximaal 14 meter toegestaan. Wijkcentrum De Hille is in het noordelijk deel van het plangebied gelegen. Het is een centraal punt in de wijk Ussen waar verschillende activiteiten worden georganiseerd. In het vigerende bestemmingsplan is in dit deel van het plangebied een maximale bouwhoogte van 9 meter toegestaan. In het vigerende bestemmingsplan heeft de planlocatie een maatschappelijke bestemming, hieronder vallen zowel het wijkcentrum als het verzorgingshuis. De twee functies hebben één gezamenlijk bouwvlak, per functie is een aparte maatvoeringsaanduiding opgenomen.
Figuur 2. Foto van de entree De Hille (links) & Loovelt (rechts).
Figuur 3. Foto van de entree Loovelt.
MFA en woningbouw Looveltlaan Oss – 2023, pag. 7 van 44 vastgesteld
Hoofdstuk 3 Beoogde situatie Aan de Looveltlaan/Saturnusstraat in Oss bevinden zich twee gebouwen die in eigendom zijn van BrabantWonen. Dit is het buurtcentrum De Hille en verzorgingshuis Loovelt. Deze twee gebouwen vormen samen de planlocatie. De planlocatie bevindt zich aan de rand van een rustige woonwijk en wordt aan de westzijde begrensd door de Looveltlaan en winkelplein Wolfskooi. De bebouwing van het wijkcentrum en het verzorgingshuis is verouderd. Om deze reden heeft de initiatiefnemer gekozen om beide gebouwen te slopen en een nieuw multifunctioneel gebouw terug te plaatsen waarin meerdere functies terugkomen. Het nieuwe gebouw wordt naar de huidige maatstaven gerealiseerd met betrekking tot isolatie en energievoorziening, op het dak van de nieuwe bebouwing worden PV panelen geplaatst. De nieuwbouw wordt in de vrijkomende ruimte gepast na de sloop van de bestaande verouderde panden. In het beoogde multifunctionele gebouw worden 18 zelfstandige appartementen gerealiseerd, deze worden verhuurd door woningcorporatie BrabantWonen. Daarnaast worden 48 zorgappartementen gerealiseerd met de bijbehorende zorgfaciliteiten, het buurthuis en een inpandige, bovengrondse parkeervoorziening. De zorgfaciliteiten, het buurthuis en de inpandige parkeervoorziening worden op de begane grond gerealiseerd, de zelfstandige- en zorgappartementen worden op de verdiepingen gerealiseerd.
Op de begane grond worden de grote zaal, de huiskamer, biljartruimte, ondersteunende horeca en verschillende activiteitenruimtes gerealiseerd. Verder zal op de begane grond de inpandige parkeervoorziening worden gesitueerd met 18 parkeerplekken en met bergingen. De overige 16 benodigde parkeerplekken zullen buiten aan de Saturnusstraat worden aangelegd. Door de combinatie van functies onder één dak wordt dit gebouw een multifunctionele accommodatie genoemd, in het vervolg afgekort als MFA. Bestaande functies worden behouden, de onderhavige ontwikkeling zorgt voornamelijk voor een uitbreiding van de bestaande locatie met 18 aanleunwoningen. Hierdoor wordt geen afbreuk gedaan op de maatschappelijke voorzieningen binnen de wijk. Echter heeft de beoogde bebouwing een grotere bouwhoogte dan het bestaande.
Figuur 4. Ontwerp planlocatie (begane grond).
MFA en woningbouw Looveltlaan Oss – 2023, pag. 8 van 44 vastgesteld
In de beoogde situatie worden op de planlocatie verschillende functies ingepast zoals wonen, een buurthuis, zorg, ondersteunende horeca en parkeren. De bomen rondom de locatie blijven behouden. Aan de Saturnusstraat worden een aantal bomen toegevoegd rondom de nieuwe parkeerplaatsen. Daarnaast worden groene hagen toegevoegd aan de Looveltlaan en Saturnusstraat. Ook worden de mogelijkheden onderzocht om groen aan de gevels toe te kunnen voegen. In figuur 5 is de inrichtingsschets weergegeven van het groen in de openbare ruimte.
Figuur 5: Inrichtingsschets openbare ruimte.
Om deze verschillende functies op één locatie mogelijk te maken krijgt de hele locatie enkelbestemming ‘gemengd’. Het zuidelijk deel van de planlocatie krijgt functieaanduiding ‘maatschappelijk’, in dat gedeelte worden het verzorgingshuis en het buurthuis ondergebracht. Dat deel heeft een maatvoeringsaanduiding voor een maximale goothoogte van 15 meter en een maximale bouwhoogte van 18,5. In het noordelijk deel van de planlocatie is een maatvoeringsaanduiding opgenomen voor de maximale bouwhoogte van 15 meter. In de bestaande situatie is alleen een verzorgingshuis met bijbehorend buurthuis mogelijk met de maximale bouwhoogte van 14 meter. Omdat de initiatiefnemer aan het verzorgingshuis en het buurthuis zelfstandige wooneenheden op de locatie wil toevoegen, zijn ruimere bouw- en gebruiksmogelijkheden op de locatie nodig. Om dit te kunnen realiseren is deze herziening van het bestemmingsplan noodzakelijk.
MFA en woningbouw Looveltlaan Oss – 2023, pag. 9 van 44 vastgesteld
Hoofdstuk 4 4.1
Ruimtelijk beleidskader
Wettelijk kader
4.1.1 Wet ruimtelijke ordening De hoofdlijnen van de Wet ruimtelijke ordening zijn: Decentraal wat kan en centraal wat moet: rijk en provincie moeten en mogen niet meer regelen dan wat de taak van deze overheden direct met zich brengt; Rijk, provincie en gemeente hebben gelijke instrumenten en kunnen die inzetten voor de eigen taken op het gebied van de ruimtelijke ordening: structuurvisie, bestemmingsplan en projectafwijkingsbesluit; Rijk en provincie kunnen zaken voor gemeente dwingend voorschrijven via een verordening en via een aanwijzing; Er is een strikte scheiding tussen beleid en bestemmingsplan; beleidsdocumenten hebben geen directe juridische werking meer; De goedkeuring van de provincie op bestemmingsplannen is vervallen; Voor de realisering van projecten kan een projectafwijkingsbesluit genomen worden; Voor gebieden waar geen ruimtelijke ontwikkelingen spelen kan de gemeente kiezen om een beheersverordening te maken in plaats van een bestemmingsplan; Er is een drempel voor planschade van 2%; De mogelijkheid van kostenverhaal bij grondexploitatie is verbeterd; Bestemmingsplannen moeten analoog en digitaal worden gemaakt. Onderdeel van de Wet ruimtelijke ordening is de Grondexploitatiewet (Grex-wet). De grondexploitatiewet is als paragraaf 6.4 in de nieuwe Wet ruimtelijke ordening opgenomen.
Doelstelling van de nieuwe wet is een goede regeling voor kostenverhaal, binnenplanse verevening en enkele locatie-eisen bij particuliere grondexploitatie. Onder de Grex-wet is kostenverhaal mogelijk via het privaatrechtelijke spoor (door middel van een vrijwillige samenwerkingsovereenkomst) en door middel van het publiekrechtelijke spoor. Het kostenverhaal heeft een verplichtend karakter. Privaatrechtelijke afspraken hebben de voorkeur. Maar als een gemeente er niet in geslaagd is met alle particuliere eigenaren in een gebied een overeenkomst te sluiten over grondexploitatie moet de gemeente publiekrechtelijk kosten verhalen bij partijen waarmee geen contract is gesloten. Dit publiekrechtelijke verhaal gaat door middel van een exploitatieplan, waarvan de totstandkoming gelijk op moet lopen met een bestemmingsplan. De verplichting tot een publiekrechtelijke regeling is gekoppeld aan twee voorwaarden: 1. In de eerste plaats is een ruimtelijk besluit op grond van de Wet ruimtelijke ordening nodig. Het publiekrechtelijk instrumentarium is alleen van toepassing bij de vaststelling van een bestemmingsplan, wijziging van een bestemmingsplan, of een projectafwijkingsbesluit. 2. De tweede voorwaarde is dat het ruimtelijk besluit voorziet in nieuwbouw of in belangrijke en omvangrijke verbouwplannen met functiewijzigingen.
De bouwplannen waar het om gaat zijn in het Besluit ruimtelijke ordening aangewezen. 4.1.2 Besluit ruimtelijke ordening; “Ladder voor duurzame verstedelijking” Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is de nadere uitwerking van de Wet ruimtelijke ontwikkeling. In het Bro staat onder meer dat gemeenten bij het opstellen van een bestemmingsplan rekening moeten houden met bijvoorbeeld cultuurhistorie of bodem. Verder staat in het Bro dat een plan moet voldoen aan de Ladder voor duurzame verstedelijking. De ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ is een procesvereiste voor ruimtelijke plannen die nieuwe stedelijke ontwikkelingen mogelijk maken (Bro art. 3.1.6 lid 2). “De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien”. Stedelijke ontwikkelingen zijn bijvoorbeeld een bedrijventerrein, kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen. Nieuwe stedelijke ontwikkelingen zijn
MFA en woningbouw Looveltlaan Oss – 2023, pag. 10 van 44 vastgesteld
ontwikkelingen, die nog niet eerder in een bestemmingsplan of ander juridisch verbindend ruimtelijk plan zijn opgenomen. Doorwerking projectlocatie Met dit bestemmingsplan wordt de herbouw van een verzorgingstehuis en buurthuis mogelijk gemaakt, met bijbehorende ondersteunende functionaliteiten. Het voornemen betreft voornamelijk een vernieuwing van de bebouwing, waarbij het aantal woningen wordt uitgebreid. Bestaande functies worden behouden en blijven nagenoeg gelijk in oppervlakte, de onderhavige ontwikkeling zorgt voornamelijk voor een uitbreiding van de bestaande locatie met 18 aanleunwoningen. Omdat 18 nieuwe aanleunwoningen worden mogelijk gemaakt is toetsing aan de ladder van duurzame verstedelijking benodigd. De ontwikkeling is een binnenstedelijke ontwikkeling. Aan de uitbreiding van het aantal aanleunwoningen is behoefte omdat er een krapte is op de woningmarkt, met name voor deze doelgroep. Voor de complete verantwoording van de behoefte naar de onderhavige ontwikkeling, wordt doorverwezen naar paragraaf 4.4.4 van deze toelichting. Hiermee voldoet het plan aan de eisen van duurzame verstedelijking. 4.1.3 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Indien nationale belangen met het oog op een goede ruimtelijke ordening dat vergen, kan de minister regels stellen aan de inhoud van bestemmingsplannen.
Dit heeft de minister, in de vorm van een algemene maatregel van bestuur, gedaan in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Op 30 december 2011 is dit besluit in werking getreden. Het kabinet heeft in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) vastgesteld dat voor een aantal onderwerpen verdere regels gesteld moeten worden. In het Barro komen dertien nationale belangen als titels terug. De volgende kunnen relevant zijn voor ruimtelijke plannen in de gemeente Oss: Rijksvaarwegen Grote rivieren Defensie Hoofdwegen en landelijke spoorwegen Elektriciteitsvoorziening Buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen Natuurnetwerk Nederland Primaire waterkeringen buiten het kustfundament De regels in het besluit zijn concreet normstellend benoemd en moeten direct of indirect (door tussenkomst van de provincie) doorwerken tot het niveau van de lokale besluitvorming. De indirecte doorwerking komt enkel bij de Ecologische Hoofdstructuur en de Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarden voor. Het Barro voorziet verder in een hoofdstuk overige bepalingen en gaat gepaard met meerdere bijlagen. In deze bijlagen worden onder andere de belangen van de grote rivieren en defensie geografisch begrensd. Bij het opstellen van bestemmingsplannen (en andere ruimtelijke besluiten) dient rekening te worden gehouden met de bepalingen van het Barro.
Voor de gemeente Oss zijn met name de titels met betrekking tot de rijksvaarwegen, de grote rivieren, primaire waterkeringen buiten het kustfundament en defensie (rechtstreeks) van belang. De regels in titel 2.4 Grote rivieren vormen feitelijk de doorwerking van de Beleidsregels Grote rivieren. Ten aanzien van titel 2.6 Defensie wordt de enige mogelijke beperking gevormd door de bescherming van het radarverstoringsgebied van de vliegbasis Volkel. Doorwerking projectlocatie De locatie is gelegen binnen een radarverstoringsgebied, waardoor een maximale bouwhoogte van 90 meter t.o.v. NAP geldt. In het onderhavige plan komt de genoemde bouwhoogte niet in het geding. Het Barro en het Rarro zorgen niet voor consequenties voor dit plan.
MFA en woningbouw Looveltlaan Oss – 2023, pag. 11 van 44 vastgesteld
4.2
Rijksbeleid
4.2.1 De Nationale Omgevingsvisie De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is de langetermijnvisie van het Rijk op de toekomstige inrichting en ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De belangrijkste speerpunten uit de NOVI zijn: -
-
-
Een klimaatbestendige inrichting van Nederland. Dat betekent dat we Nederland zo inrichten dat ons land de klimaatveranderingen aankan. Daarvoor is nodig dat we functies meer in evenwicht met natuurlijke systemen (bodem en water) inpassen. Een voorbeeld hiervan is het op termijn verhogen van grondwaterstanden in veenweidegebieden; De verandering van de energievoorziening. Bij de inpassing van duurzame energie hebben we oog voor omgevingskwaliteit. Een voorbeeld hiervan is dat we eerst kijken naar ongebruikte daken om zonnepanelen op te plaatsen; De overgang naar een circulaire economie, waarbij we tegelijk goed kunnen blijven concurreren en een aantrekkelijk vestigingsklimaat bieden. Een voorbeeld is het aanpassen van productieprocessen en het gebruik van reststoffen in het haven- en industriegebied; De ontwikkeling van het Stedelijk Netwerk Nederland. Hiermee sturen we op een goed bereikbaar netwerk van steden. We gebruiken zo de ambities en mogelijkheden in steden en regio’s in heel Nederland. Voorbeelden van regionale uitwerking hiervan zijn de verstedelijkingsstrategieën, waarin vooruitgekeken wordt hoe verschillende ruimtelijke functies in en rondom steden het beste ingepast kunnen worden; Het bij elkaar plaatsen van zogenaamde logistieke functies (bijvoorbeeld distributiecentra, datacenters) om hiermee de openheid en de kwaliteit van het landschap te behouden.
We maken daarbij gebruik van een voorkeursvolgorde logistieke functies; Het toekomstbestendig maken van het landelijk gebied in goed evenwicht met de natuur en landschap. We werken bijvoorbeeld aan de overgang naar de kringlooplandbouw zodat gebruik van de grond meer wordt afgestemd op de natuurlijke water- en bodemsystemen.
Doorwerking projectlocatie Door het nationale karakter van de Nationale Omgevingsvisie en de kleine schaal van onderhavig plan, heeft dit bestemmingsplan nauwelijks raakvlak met dit nationaal beleid. Echter speelt het plan in op de toepassing van pv-panelen op de hoogst gelegen daken van het plan. Er kan geconcludeerd worden dat het onderhavige plan in lijn is met de NOVI.
MFA en woningbouw Looveltlaan Oss – 2023, pag. 12 van 44 vastgesteld
4.3
Provinciaal beleid
4.3.1 Brabantse Omgevingsvisie: De kwaliteit van Brabant, visie op de Brabantse leefomgeving Op 14 december 2018 hebben Provinciale Staten de Omgevingsvisie ‘De kwaliteit van Brabant’ vastgesteld. De Omgevingsvisie bevat de hoofdlijnen van het provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving. De visie beschrijft de strategische hoofdopgaven voor de lange termijn over klimaatverandering, energietransitie, verstedelijking en bereikbaarheid, concurrerende duurzame economie en de basis op orde. Voor deze opgaven wordt aangegeven wat de ambities op lange termijn zijn: wat is er nodig om Brabant in 2050 een gezonde, veilige en prettige leefomgeving te laten zijn? Ook is een concreet tussendoel geformuleerd voor het jaar 2030, om zo te kijken wat in dat jaar minimaal bereikt moet zijn om het lange termijndoel te kunnen halen. De Omgevingsvisie geeft ook aan op welke nieuwe manieren de provincie met betrokkenen wil samenwerken aan omgevingsvraagstukken en welke waarden daarbij centraal staan. Na de inwerkingtreding van de Omgevingswet zal de Omgevingsvisie de provinciale plannen, zoals de structuurvisie, het verkeers- en vervoersplan, het milieu- en waterplan en de natuurvisie vervangen. De basisopgave van de Brabantse Omgevingsvisie is werken aan veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit.
Deze basisopgave is veelomvattend en gaat over milieuaspecten, als een schone bodem, schoon water (ondergrond) en schone lucht. Maar ook om landschappelijke en cultuurhistorische aantrekkelijkheid, een goede woon- en werkomgeving met een aantrekkelijk aanbod aan voorzieningen, stilte en een natuurrijke omgeving, waarin biodiversiteit en recreatie hand in hand gaan. Om deze basisopgave te verwezenlijken zijn er vier hoofdopgaven gesteld: Werken aan de Brabantse energietransitie Werken aan een ‘klimaatproof’ Brabant Werken aan de slimme netwerkstad Werken aan een concurrerende, duurzame economie Doorwerking projectlocatie In dit plan wordt de bestemming maatschappelijk gewijzigd in de bestemming gemengd voor het realiseren van een multifunctionele accommodatie. Door de toepassing van pv-panelen wordt een bijdrage geleverd aan de Brabantse energietransitie. Daarnaast vergroot het plan het voorzieningenniveau binnen de buurt door het vergroten van de capaciteit van het buurthuis. 4.3.2 Interim omgevingsverordening Noord-Brabant In oktober 2019 is de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant vastgesteld. De Interim omgevingsverordening Noord-Brabant bevat alle provinciale regels voor de fysieke leefomgeving. De verordening zorgt voor kaderstellende doorvertaling van de omgevingsvisie en het bestaande provinciaal beleid.
In april 2022 is de Interim Verordening Noord-Brabant gewijzigd. Deze wijzigingen zijn al doorgevoerd als voorloper op de Omgevingsverordening van de provincie die inwerking treedt als de Omgevingswet inwerking treedt. De Interim omgevingsverordening Noord-Brabant is een eerste stap in de implementatie van de Omgevingswet op provinciaal niveau. Voordat de Omgevingswet in werking treedt, wordt de definitieve omgevingsverordening vastgesteld. Net zoals de Omgevingswet een groot aantal wetten vervangt, vervangt de Brabantse omgevingsverordening een aantal provinciale verordeningen. De Interim omgevingsverordening Noord-Brabant vervangt de Provinciale milieuverordening, Verordening natuurbescherming, Verordening Ontgrondingen, Verordening ruimte, Verordening water en de Verordening wegen. In de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant staan regels voor: Burgers en bedrijven: dit zijn rechtstreeks werkende regels voor activiteiten. Deze regels bevatten de voorwaarden om zo’n activiteit te mogen verrichten. Deze regels geven ook aan of de start van een activiteit vooraf moet worden gegaan door een melding.
MFA en woningbouw Looveltlaan Oss – 2023, pag. 13 van 44 vastgesteld
-
Bestuursorganen van de overheid: dit zijn zogenaamde instructieregels. Met deze regels kan de provincie een opdracht geven aan gemeenten over onderwerpen die zij in het bestemmingsplan moeten opnemen of aan het waterschap over de manier waarop ze hun taken uitvoeren.
Doorwerking projectlocatie De locatie van dit plan, waar 66 woon- en zorgwooneenheden worden mogelijk gemaakt, is in de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant aangeduid als ‘Stedelijk gebied’. De uit artikel 3.42, 3.6 en 5.18 van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant voortvloeiende verantwoording van deze ontwikkeling is opgenomen in paragraaf 4.4.4.
MFA en woningbouw Looveltlaan Oss – 2023, pag. 14 van 44 vastgesteld
4.4
Gemeentelijk beleid
4.4.1 Visie stedelijk gebied Oss-Berghem Voor het Stedelijk gebied, de Stadjes & kernen en voor het Buitengebied zijn drie aparte visies opgesteld die samengevoegd gaan worden tot één integrale omgevingsvisie. Er is voor deze opzet gekozen omdat de opgaven en kwaliteiten van de gebieden sterk verschillen. Naast grote verschillen zijn er natuurlijk ook veel relaties tussen stad, land en vooral de kernen. Denk bijvoorbeeld aan recreatie, voorzieningen, wonen, werken maar ook uitbreidingen van woongebieden. Kenmerkend voor de gemeente Oss is de grote diversiteit binnen de gemeentegrenzen. Behalve de stad Oss kent de gemeente 23 kernen en historische stadjes, verschillende landschappen met natuur en landbouw en ruim 35 kilometer Maasoever. Een “mini-provincie” van 170 km². De schaalsprong, de wisselwerking tussen de verschillende gebieden en de opgaven en ontwikkelingen die spelen, leiden tot een aantal ambities. De hoofdlijnen van de gemeentelijke ambities zijn hierna geformuleerd. • Gezond en veilig stedelijk gebied • Een groene stad: energieneutraal, klimaatrobuust en biodivers • Ontspannen en compleet woongebied • Een ondernemende stad • Bereikbaar stedelijk gebied • Een slimme netwerkstad Doorwerking project Het plan Loovelt voorziet in een uitbreiding van het verzorgingshuis en een toevoeging van corporatie appartementen.
Hierbij wordt het buurthuis in stand gehouden in een vorm waar vraag naar is in de gemeente Oss. Door de toevoeging van appartementen vanuit de woningcorporatie wordt het aanbod van betaalbare woningen vergroot in de stad. Het gebouw wordt gerealiseerd naar moderne maatstaven op het gebied van isolatie en energievoorziening. Op deze manier wordt invulling gegeven aan diverse ambities uit de Visie stedelijk gebied Oss-Berghem. 4.4.2 Structuurvisie Op 1 maart 2006 is de structuurvisie voor de gemeente Oss vastgesteld. De structuurvisie schetst de ruimtelijke koers van de gemeente op de langere termijn (tot 2020). Het is de opvolger van het Ruimtelijk Ontwikkelingsplan 1996 - 2015. In de visie zijn op het gebied van het wonen de volgende opgaven geformuleerd: het versterken van de kwaliteit en de diversiteit van de woonmilieus; het verhogen van de leefbaarheid in de wijken en de kernen; het voorzien in de woningbehoefte, met name voor ouderen en jongeren; het verhogen van de keuzemogelijkheden in het aanbod van woningen en woonmilieus; het vasthouden van de huishoudens met de hogere inkomens. Ten aanzien van het voorzieningenniveau is in de visie neergelegd dat de gemeente Oss er naar zal streven een bereikbaar voorzieningenpakket voor de wijken en de kernen in stand te houden.
Doorwerking project De vernieuwing en samenvoeging van De Hille en Loovelt zorgen ervoor dat de waarden van beide functies toenemen en zorgen voor een verhoogde kwaliteit van de directe omgeving en voor de gebruikers. Daarnaast zal het blijven voorzien in de woningbehoefte voor ouderen, en de woonkwaliteit van ouderen. Op deze wijze past het plan binnen de Structuurvisie. 4.4.3 Wonen De Woonvisie Gemeente Oss 2020 formuleert de belangrijkste doelen en ambities voor het wonen in Oss voor de komende jaren. In 2022 is daar met de Woonagenda 2022-2024 een actualisatie op gemaakt. De Woonagenda 2022-2024 geeft richting en focus op het gemeentelijk woonbeleid voor de komende jaren en borduurt voort op de Woonvisie van 2020. Zo wordt uitvoering gegeven aan vier ambities:
MFA en woningbouw Looveltlaan Oss – 2023, pag. 15 van 44 vastgesteld
• • •
•
Complete woongemeente. Aandacht voor de woonomgeving in bestaande wijken en kernen. Een flexibel en gedifferentieerd woningbouwprogramma. Comfortabele woningvoorraad. Een woningvoorraad die aansluit bij de behoeften en wensen van de bewoners. De woningen zijn duurzaam en toekomstbestendig. Een (t)huis van alle groepen inwoners. Aandacht voor de groep kwetsbare inwoners met een zorgbehoefte die in de toekomst in een reguliere woning moeten blijven wonen. Ook aandacht voor de inwoners met een middeninkomen en jongeren die in de koop- en huursector buiten de boot dreigen te vallen. Versterking van de woonfunctie van Oss, ook in regionaal opzicht.
4.4.4 Portefeuillemanagement ‘Wonen’ Voor de bepaling van het woningbouwprogramma hanteert de gemeente Oss de systematiek van het Portefeuillemanagement Wonen (PFM Wonen Oss). Dit is ook vastgelegd in de Woonvisie 2020. Er vindt periodiek een strategische afweging en prioritering van woningbouwprojecten plaats. De provinciale prognoses en de gemeentelijke doelstellingen voor woningbouw zijn de basis voor deze afweging. De systematiek van de PFM wordt steeds toegepast bij de afweging van nieuwe plannen voor woningbouw, telkens tegen de achtergrond van de meest actuele ontwikkelingen op de Osse woningmarkt. De uitgangspunten van het portefeuillemanagement Wonen worden jaarlijks bijgesteld. Daarmee wordt aangesloten op de actuele behoefte en ontwikkelingen. De systematiek van de PFM werkt met een bandbreedte van de actuele provinciale woningbehoefteprognose en het model Oss met een verhoogde ambitie. Daarmee wordt ingespeeld op de oplopende tekorten op de woningmarkt, de ambitie om de woonfunctie van Oss te versterken en de noodzaak om tussentijdse vertraging bij planontwikkeling of planuitval op te kunnen vangen. Enkele uitgangspunten van de woningbouwprogrammering zijn: • Met het portefeuillemanagement bepalen we het woningbouwprogramma van Oss, zowel naar omvang als kwalitatieve samenstelling.
Dit programma stemmen we af op de bestaande woningvoorraad en de behoefte van de verschillende doelgroepen qua woningtype, eigendomsvorm en woonmilieus. • PFM Wonen maakt het mogelijk om nieuwbouwprojecten in de hele gemeente strategisch af te stemmen in planning en prioriteit. De keuzen en prioritering maken we op basis van een afweging van beleidskeuzes uit de woonvisie. Maar ook de ruimtelijk-functionele meerwaarde voor een gebied, de verplichtingen uit het verleden en de financiën wegen we mee. • Voor de omvang van de woningbouwopgave wordt uitgegaan van een bandbreedte. De basisopgave is afgeleid van de meest recente prognose van de provincie Noord-Brabant (september 2020). Het Osse model gaat uit van een extra inspanning voor de ontwikkeling van woningbouwplannen gezien de grote tekorten op de woningmarkt. Deze bandbreedte geeft de noodzakelijke flexibiliteit om planuitval en planvertraging op te vangen. Tegelijkertijd wil Oss de woningbouw op korte termijn versnellen gezien de oplopende tekorten op de woningmarkt en tegelijkertijd de woonfunctie van Oss versterken. De bandbreedte van de woningbouwopgave en de kwalitatieve doelstellingen vanuit de woonvisie is het kader waarbinnen we woningbouw in dit bestemmingsplan afwegen. • De provinciale prognose is berekend op het niveau van de totale gemeente.
We vertalen deze prognose door naar de woningbehoefte in de verschillende gebiedsdelen van Oss. Voor het landelijke gebied is de opgave voor woningbouw gericht op de behoefte vanuit de natuurlijke bevolkingsontwikkeling in de kernen. Voor Geffen en Ravenstein wordt uitgegaan van extra programmering, gezien hun strategische ligging in de stedelijke zone Den Bosch – Nijmegen, in combinatie met de goede bereikbaarheid, voorzieningen en specifieke woonmilieus. Het zwaartepunt van stedelijke ontwikkelingen, waaronder woningbouw, ligt in de stedelijke zone Oss-Berghem. Dit is ook het uitgangspunt van het provinciale beleid. • De kwalitatieve samenstelling van het woningbouwprogramma is afgestemd op de behoefte vanuit de verwachte ontwikkeling van de bevolkingssamenstelling en de bevindingen uit
MFA en woningbouw Looveltlaan Oss – 2023, pag. 16 van 44 vastgesteld
•
verschillende onderzoeken1. De kwalitatieve opgave verschilt per gebiedsdeel (stedelijk gebied landelijk gebied). Gezien de vergrijzing van de bevolking en de toename van kleinere huishoudens zijn starters en ouderen belangrijke doelgroepen. In de programmeringen liggen de hoofdaccenten bij toegankelijkheid, betaalbaarheid en duurzaamheid van de nieuwe woningen. Aandachtspunt blijft ook de verbreding naar toekomstgerichte woonmilieus en de versterking van Oss als woongemeente. Voor de afweging en prioritering in het woningbouwprogramma zijn de mogelijkheden voor woningbouw in Oss in beeld gebracht. Op de eerste plaats is dit de zogenaamde harde plancapaciteit. Woningbouw is op deze plekken al rechtstreeks mogelijk op basis van de bestaande bestemmingsplannen en bouwvergunningen. Daarnaast hebben we ook de zachte plancapaciteiten in beeld gebracht. Dit zijn concrete initiatieven voor woningbouw, die al dan niet al in procedure zijn, globale plannen die in gebiedsvisies zijn opgenomen en mogelijkheden voor woningbouw door herontwikkeling of transformatie van bestaande gebouwen of functies.
Verantwoording Wonen Deze paragraaf geeft de verantwoording van de woningbouw in dit bestemmingsplan vanuit het gemeentelijke beleid, de provinciale bepalingen, regionale afspraken en de Ladder voor Duurzame Verstedelijking. De ontwikkeling van het programma voor woningbouw in dit bestemmingsplan is nadrukkelijk afgestemd op de uitgangspunten van de Woonvisie Oss 2020 en PFM Wonen Oss, zoals eerder weergeven. Ook is rekening gehouden met de kaders vanuit de provincie en de regionale afspraken. Het plan Dit plan geeft de mogelijkheid om 18 appartementen voor de sociale huur te bouwen met daarnaast 48 zorgappartementen met bij behorende zorgvoorzieningen. Ook zal het plan worden vorozien van een bovengrondse parkeergarage en een MFA op de begane grond. De capaciteit voor woningbouw in dit bestemmingsplan is afgewogen en beoordeeld volgens de systematiek van Portefeuillemanagement Wonen Oss (PFM Wonen). Met het PFM Wonen wordt zowel kwantitatief als kwalitatief sturing gegeven aan het totale woningbouwprogramma van de gemeente Oss. Regionaal kader woningbouw De gemeentelijke woningbouwplanning- en programmering is opgenomen in de Woondeal van de Regio Noord Oost Brabant (RNOB) en volgt de meest actuele provinciale prognose. De prognose van de provincie is gebaseerd op de verwachte ontwikkeling van de bevolking en huishoudens per gemeente.
Hieruit is de verwachte behoefte aan woningen afgeleid. De meest actuele provinciale prognose is van september 2020. Over plannen voor wonen door inbreiding, herstructurering en transformatie wordt regionaal niet afgestemd. Deze worden jaarlijks met elkaar gedeeld. Kwantitatieve woningbehoefte gemeente Oss Per 1 januari 2020 zijn er ongeveer 40.300 woningen in de gemeente Oss. Op basis van de provinciale woningbehoefteprognose 2020 moeten er tot 2030 nog circa 5.300 woningen toegevoegd worden (exclusief vervangende nieuwbouw). Tot 2040 is volgens de prognose een totale toevoeging van circa 8.500 woningen nodig. De gemeentelijke programmering gaat uit van een verhoogde opgave. Deze bandbreedte geeft de noodzakelijke flexibiliteit om planuitval en planvertraging op te vangen. Tegelijkertijd wil Oss de woningbouw op korte termijn versnellen gezien de oplopende tekorten op de woningmarkt en de ambitie om de woonfunctie van Oss te versterken. In onderstaande tabel is de bandbreedte van de woningprogrammering afgezet tegen de plancapaciteit in Oss.
1 Onder andere de regionale woondeal Noordoost-Brabant (2023) ,de Regionale Woningmarktmonitor 2022, het Regionale
Woonwensenonderzoek (2023).
MFA en woningbouw Looveltlaan Oss – 2023, pag. 17 van 44 vastgesteld
bandbreedte opgave woningvoorraad periode 2023 t/m 2032 2032 t/m 2039 Totaal Totaal 2022 - 2032
prognose 2020 5.270 2.561 7.381 5.270
gemeente Oss
model Oss 5.985 2.371 8.356 5.985
concrete capaciteit* 5.012 0 5.012 5.012
* inventarisatie augustus 2023
De totale concrete capaciteit in woningbouwplannen voor de hele gemeente Oss bedraagt circa 5.000 woningen. Dit is niet alleen de harde plancapaciteit (juridisch bindende plannen, opgenomen in vastgestelde bestemmingsplannen of bouwvergunningen), maar ook woningbouw in concrete plannen, die nog in procedure zijn. Ook de concrete mogelijkheden tot herontwikkeling of transformatie van bestaande bebouwing zijn hierin opgenomen. Duidelijk is dat Oss nog een opgave heeft om plancapaciteit voor woningen voor de hele gemeente uit te breiden. Daarom werkt Oss aan de (versnelde) planontwikkeling voor meerdere locaties in het stedelijk gebied en de landelijke kernen. Het voorliggende plan voor 18 zelfstandige woningen is reeds opgenomen in de geïnventariseerde capaciteit. Duidelijk is dat de plancapaciteit voor woningen voor de gehele gemeente binnen de kaders van de provinciale prognose en de regionale afspraken blijft en er nog forse tekorten zijn. De woningbehoefte in het stedelijk gebied De woningprogrammering in Oss is gebiedsgericht, zodat ingespeeld wordt op de woonbehoefte in de verschillende delen (kernenclusters) van de grote gemeente. Het zwaartepunt van de woningbouw ligt in de stedelijke zone van Oss langs de A59. Naast het stedelijke gebied Oss-Berghem zijn dit ook de kernen Geffen en Ravenstein.
Onderstaande tabel geeft de behoefte en capaciteiten voor woningen in het stedelijk gebied weer. De 18 woningen van het plangebied zijn reeds opgenomen in de capaciteiten. Uit het overzicht blijkt dat deze woningen qua omvang passen in de bandbreedte van de behoefte van het stedelijk gebied. Ook in kwalitatieve zin voldoen de nieuwe woningen aan de behoefte. In de Woonvisie Oss 2020 en PFM Wonen Oss is een indicatieve raming gemaakt van de behoefte aan verschillende kwaliteiten, met een onderscheid naar woningtype, eigendomsvorm, woonmilieus en prijssegmenten2. De raming is gebaseerd op recente woningmarktonderzoeken en ontwikkelingen in de woningmarkt van Oss en de regio. Hierbij is ook rekening gehouden met de wisselwerking met de bestaande woningvoorraad en de behoefte vanuit de verschillende doelgroepen (starters, gezinnen, ouderen, inkomensklassen e.d.). Gezien de verwachte bevolkingsontwikkeling wordt er een toenemende behoefte aan woningen voor kleinere huishoudens en ouderen voorzien, als gevolg van vergrijzing van de samenleving en gezinsverdunning. In de kwalitatieve raming is dit vertaald naar een toenemend aandeel appartementen of levensloopbestendige woningen. Belangrijk is ook de betaalbaarheid van wonen, met een blijvende behoefte aan betaalbare woningen (zowel koop als huur) en vrije sector huur.
Dit is onder andere het gevolg van de sterk gestegen woningprijzen, de beperkte toegankelijkheid van de sociale sector en de toenemende behoefte aan kleinere woningen. In onderstaande figuren is de indicatieve behoefte voor het stedelijk gebied weergegeven. Het programma voor MFA Loovelt met 18 sociale huur zelfstandige appartementen en 48 vervangende nietzelfstandige zorgappartementen, past binnen deze behoefte. Het betreft netto een toevoeging van 18 woningen.
2 De prijssegmenten 2023 zijn als volgt: huur goedkoop, kale huur < liberalisatiegrens; huur middelduur, kale huur >
liberalisatiegrens; koop goedkoop < € 240.000; koop middelduur, > € 240.000 < €405.000, koop duur > € 405.000. Deze prijsgrenzen zijn gekoppeld aan landelijke standaarden zoals de liberalisatiegrens, de NHG grens en de consumentenprijsindex en zullen daarom per jaar meebewegen met deze landelijke standaarden.
MFA en woningbouw Looveltlaan Oss – 2023, pag. 18 van 44 vastgesteld
Opgave tot 2040 versus capaciteit stedelijk gebied 2.500 2.000 1.500 1.000 500 0 sociale huur
vrije sector huur
prognose 2020
goedkope koop middeldure koop model Oss
dure koop
concrete capaciteit*
Totaal, stedelijk gebied appartementen -grondgebonden 7.000 6.000 5.000 4.000 3.000 2.000 1.000 0 prognose 2020
model Oss
appart./levensloopbestendig
concrete capaciteit* Grondgebonden
Duidelijk is dat het voorliggende plan voorziet in de behoefte aan zowel appartementen als (vervangende) zorgwoningen in de sociale huursector. Ook na realisering van dit plan blijven nog tekorten in deze segmenten. De conclusie is dan ook dat de beoogde woningen aan de Looveltlaan aansluiten bij de behoefte aan toekomstbestendige en duurzame woonmilieus in het stedelijk gebied Oss/Berghem. En daarmee voldoet aan de Ladder voor duurzame verstedelijkingen aansluit bij de Woonagenda van provincie, regio en de gemeente Oss. 4.4.5 Welstandsbeleid Op 24 september 2020 is “Samen bouwen aan een mooi Oss, Nota uiterlijk van bouwwerken Oss 2020” vastgesteld. Dit welstandsbeleid legt meer verantwoordelijkheid bij de inwoners en bedrijven van de gemeente Oss. Met deze nota geldt in principe voor het gehele grondgebied van de gemeente een welstandsvrij beleid. Nieuwe bouwaanvragen hoeven niet te worden voorgelegd aan het Adviesteam Architectuur om te worden getoetst aan ‘redelijke eisen van welstand’. Er gelden drie uitzonderingssituaties: - bebouwing binnen beschermde stads- en dorpsgezichten; - monumenten en de panden in de directe omgeving van een monument (binnen een straal van 25 meter vanaf een monument); - bebouwing binnen gebieden waar een beeldkwaliteitsplan geldt.
MFA en woningbouw Looveltlaan Oss – 2023, pag. 19 van 44 vastgesteld
In deze gevallen is voor bebouwing een welstandadvies wél verplicht. In het welstandsvrije deel van de gemeente blijft de mogelijkheid bestaan om bouwplannen voor te leggen aan het Adviesteam Architectuur voor een vrijblijvend welstandsadvies. Het plangebied ligt niet in een beschermd stads- en dorpsgezicht of in de nabijheid van een monument. Voor het plan is geen beeldkwaliteitsplan opgesteld waaraan de bebouwing zal worden getoetst. De plannen zullen niet vrijwillig aan het Adviesteam Architectuur worden voorgelegd.
MFA en woningbouw Looveltlaan Oss – 2023, pag. 20 van 44 vastgesteld
Hoofdstuk 5 5.1
Omgevingsaspecten
Natuur
5.1.1 Wet natuurbescherming De Wet natuurbescherming beschermt Nederlandse natuurgebieden en planten- en diersoorten. Het is belangrijk voor de natuur dat er veel verschillende planten- en diersoorten zijn. Wanneer het met de natuur goed gaat, is er ook meer ruimte voor economische en andere maatschappelijke activiteiten. Maar sommige soorten zijn kwetsbaar, zoals vleermuizen en mussen. Een goede natuurbescherming is dan ook belangrijk. Rolverdeling tussen provincies en Rijk Sinds 1 januari 2017 bepalen de provincies wat wel en niet mag in de natuur binnen de provincie. De provincies zorgen voor de vergunningen en ontheffingen. De Rijksoverheid blijft verantwoordelijk voor het beleid van grote wateren en internationaal beleid (zoals Natura2000). Ruimtelijke plannen en omgevingsvergunningen die invloed hebben op beschermde natuur moeten passen binnen de Wet natuurbescherming. Daarnaast gelden ook provinciale regelingen voor natuurbescherming. 5.1.2 Natuurtoets Bij de bescherming van natuurwaarden gaat het enerzijds om soortenbescherming en anderzijds om gebiedsbescherming. Gebiedsbescherming is gericht op de bescherming van kwetsbare natuurgebieden. Soortenbescherming moet er toe leiden dat het voortbestaan van soorten niet in gevaar komt. Binnen Nederland zijn 166 Natura 2000-gebieden aangewezen. Dit zijn gebieden met een Europese beschermingsstatus.
Veel van deze gebieden zijn (ook) gevoelig voor stikstofdepositie. Een verdere toename van de stikstofdepositie kan leiden tot ‘significante negatieve effecten’ op de instandhoudingsdoelstellingen van de Natura 2000-gebieden. Programma Aanpak Stikstof (PAS) Op 29 mei 2019 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State uitspraak gedaan in enkele beroepszaken tegen Natura 2000-vergunningen die zijn gebaseerd op het Programma Aanpak Stikstof (PAS) 2015-2021 (Kamerstuk 32 670, nr. 146). Het is een stevige uitspraak die per direct forse consequenties heeft voor individuele ondernemers, maar ook voor ambities van gemeenten, provincies en Rijksoverheid op het terrein van onder meer waterveiligheid, infrastructuur, woningbouw en klimaat. De uitspraak komt er op neer dat de PAS ‘gesneuveld’ is als aanpak en systeem voor vergunningverlening van stikstofvergunningen op basis van de Wet natuurbescherming. Wet stikstofreductie en natuurverbetering (Wsn) Sinds 1 juli 2021 is de Wsn samen met het bijbehorende Besluit stikstofreductie en natuurverbetering van kracht. Deze regelgeving wijzigt de Wet en het Besluit natuurbescherming en moet voorzien in een nieuwe, structurele aanpak van de stikstofproblematiek. 5.1.2.1. Gebiedsbescherming Voor de Natura 2000-gebied zijn instandhoudingsdoelstellingen opgesteld.
Activiteiten en ontwikkelingen die een negatief effect op de instandhoudingsdoelstellingen hebben, zijn verboden. Voor een plan geldt op grond van artikel 2.7 lid 1 van de Wet natuurbescherming dat bepalend is of het significante gevolgen kan hebben voor een (of meer) Natura 2000-gebied(en). Is dat het geval, dan dient het bestuursorgaan, onderscheidenlijk de aanvrager van de vergunning, bij de vaststelling van een plan met toepassing van artikel 2.7 Wnb, een passende beoordeling te maken, zoals bedoeld in artikel 2.8 Wnb. In een toetsing wordt bepaald of er negatieve effecten kunnen optreden. Een eerste toetsing (voortoets) geeft aan of er negatieve effecten kunnen optreden en zo ja of deze van dien aard kunnen zijn dat de instandhoudingsdoelstellingen in gevaar kunnen komen. Indien dat het geval is, wordt een tweede toetsing verricht welke dieper ingaat op de mate van effect (passende beoordeling).
MFA en woningbouw Looveltlaan Oss – 2023, pag. 21 van 44 vastgesteld
Doorwerking projectlocatie Het projecteffect op de Natura 2000-gebieden ten gevolge van zowel de aanleg- als de gebruiksfase is kleiner dan of gelijk aan 0,00 mol/ha/jaar. Bij een dergelijk projecteffect zal het beoogde plan niet voor een significante toename in stikstofdepositie zorgen en kunnen negatieve effecten worden uitgesloten. Op basis van het onderzoek blijkt dat er geen vergunning Wet natuurbescherming (gebiedsbescherming) benodigd is voor het aspect stikstof. Voor de berekening en bijbehorende onderbouwing, zie bijlage 1. 5.2.3.2. Soortenbescherming De Wnb geeft kaders voor de bescherming van planten en dieren. Zo is het verboden om dieren te vangen of verwonden en om vaste rust- en verblijfplaatsen te vernielen. Dit is vastgelegd in drie vergelijkbare beschermingsregimes voor soorten. Indien deze verbodsbepalingen overtreden worden, is er een ontheffing nodig. Voor ieder ruimtelijk plan is het verplicht om te toetsen of deze leiden tot overtreding van de verbodsbepalingen. Doorwerking projectlocatie Op basis van de uitgevoerde quickscan Wet natuurbescherming dient voorafgaand aan de werkzaamheden middels aanvullend ecologisch onderzoek duidelijkheid te worden verkregen omtrent de functie van de onderzoekslocatie voor huismus, gierzwaluw en vleermuizen.
Wat betreft vleermuizen dient de bebouwing grenzend ten zuidoosten van de onderzoekslocatie mee te worden genomen in het onderzoek. Gelet op de bebouwing ten oosten en de bomenlanen rondom de onderzoekslocatie, zijn overtredingen van de Wet natuurbescherming ten aanzien van vleermuizen te vermijden als mogelijke verblijfplaatsen en vliegroutes functioneel en duurzaam behouden blijven. Additionele (bouw)verlichting richting deze elementen tijdens de werkzaamheden en eindfase dient te worden voorkomen. Indien een verlichtingstoename niet te voorkomen is, dienen maatregelen genomen te worden om de toename tot een minimum te beperken. Overtredingen ten aanzien van algemene broedvogels kunnen worden voorkomen door te werken buiten het broedseizoen (globaal van maart tot half augustus). Indien binnen het broedseizoen gewerkt wordt, kan dit enkel nadat tijdens een broedvogelinspectie is bevestigd dat er geen broedgevallen aanwezig zijn. Daarnaast wordt geadviseerd het snoeiafval buiten het broedseizoen te verwijderen. Voor beschermde soorten behorend tot de overige soortgroepen zijn overtredingen ten aanzien van de Wet natuurbescherming wegens het ontbreken van geschikt habitat/verblijfsmogelijkheden, op basis van de verspreidingsgegevens, de aanwezigheid van voldoende alternatieven en/of gezien de aard van de ingreep niet aan de orde.
Wel dient rekening te worden gehouden met de algemene zorgplicht. Ten aanzien van Natura 2000-gebieden, het Natuurnetwerk Nederland en beschermde houtopstanden worden geen bezwaren voorzien in de uitvoering van de voorgenomen werkzaamheden op de onderzoekslocatie. Het rapport behorend bij de uitgevoerde quickscan is bijgevoegd als bijlage 2. 5.3
Archeologie en Cultuurhistorie
5.3.1 Erfgoedwet en overgangsregeling omgevingswet De Erfgoedwet beschermt het cultureel erfgoed in Nederland. In deze wet staan regels om belangrijk cultureel erfgoed beter te beschermen en behouden. In de Erfgoedwet staat wat cultureel erfgoed is, hoe de overheid omgaat met roerend cultureel erfgoed (zoals schilderijen), wie welke verantwoordelijkheden heeft en hoe de overheid daar toezicht op houdt. Het beschermingsregime voor de in de grond aanwezige dan wel te verwachten monumenten (lees archeologische resten) net als de bescherming van gebouwde rijksmonumenten wordt opgenomen in de Omgevingswet. Vooruitlopend op de ingang van de Omgevingswet is het deel van de Monumentenwet 1988 dat gaat over de fysieke leefomgeving geregeld in het overgangsrecht van de Erfgoedwet. Het gaat om: • vergunningen tot wijziging, sloop of verwijdering van rijksmonumenten. • verordeningen, bestemmingsplannen, vergunningen en ontheffingen op het gebied van archeologie. • bescherming van stads- en dorpsgezichten.
MFA en woningbouw Looveltlaan Oss – 2023, pag. 22 van 44 vastgesteld
Het erfgoed in de ruimtelijke ordening wordt nu nog voor een belangrijk deel geregeld via de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Ruimtelijke plannen die toepassing hebben op cultureel erfgoed moeten passen binnen wettelijke kaders van de Erfgoedwet en ook de regelingen die in andere wetten en regelgeving is opgenomen, zoals de Wabo en het Bro. 5.3.2 Archeologiebeleid Het provinciale archeologisch beleid is neergelegd in de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant van 25 oktober 2019 en op de provinciale Cultuurhistorische waardenkaart 2010, herzien 2016. Hierin is de bescherming van aardkundig waardevolle gebieden en archeologische landschappen geregeld. Het gemeentelijk archeologisch beleid is veel gedetailleerder dan het algemene provinciale beleid op dit punt en prevaleert daarom ook boven het provinciale archeologisch beleid. Op 14 oktober 2010 heeft de gemeente Oss haar ‘archeologiebeleid’ vastgesteld. In 2015 heeft de gemeenteraad het archeologiebeleid opnieuw vastgesteld. Dit was nodig vanwege de gemeentelijke herindeling met Maasdonk. Onderdeel van de vaststelling in 2015 is het rapport 'Actualisatie archeologiebeleid gemeente Oss, een herziene archeologische beleidskaart voor het nieuwe grondgebied van de gemeente Oss' (Goddijn, 2012).
Aan de hand van onderzoeken, inzichten en boringen in het veld zijn de eerdere archeologische kaarten gedeeltelijk bijgesteld. Op de beleidskaart is sprake van meerdere beleidscategorieën (zie onderstaande tabel). In het beleid is per beleidscategorie vastgelegd wanneer sprake is van een onderzoeksplicht en wanneer ontwikkelingen hiervan zijn vrijgesteld.
5.3.3 Archeologietoets Volgens de archeologische beleidskaart van de gemeente is aan het bestemmingsplangebied een middelhoge verwachtingswaarde toegekend. Concreet betekent dit dat er een archeologische onderzoeksplicht geldt indien de bodemingrepen dieper reiken dan 30 cm beneden huidig maaiveld én de omvang de bodemingrepen groter is dan 1000 m². Doorwerking projectlocatie In opdracht van de gemeente Oss is een archeologisch vooronderzoek uitgevoerd. Hierin is geconcludeerd dat de nieuwe bebouwing nagenoeg op dezelfde locatie komt als de voormalige bebouwing. Dit gebied is niet onderzoeksplichtig, aangezien de voormalige bebouwingscontouren zijn vrijgegeven (zie ‘Van kennis naar beleid’). De werkzaamheden buiten de bebouwingscontouren zijn beperkt, en blijven onder de 1000 m² verstoring (herinrichting terrein, aanleg verhardingen). Aanvullend archeologisch onderzoek wordt daarom niet nodig geacht. Wel geldt er een meldingsplicht voorafgaande aan graafwerkzaamheden (min. 2 weken voor aanvang) en uiteraard bij eventuele vondsten. Het rapport is bijgevoegd als bijlage 3. 5.3.4 Cultuurhistorie Wettelijk kader Door een wijziging van het Bro moeten cultuurhistorische waarden voortaan vooraf in het proces van ruimtelijke ordening worden meegenomen, met name bij de voorbereiding en vaststelling van
MFA en woningbouw Looveltlaan Oss – 2023, pag. 23 van 44 vastgesteld
bestemmingsplannen. Het Bro bevat eisen waaraan de voorbereiding van een bestemmingsplan moet voldoen. Zo wordt er onder meer een beschrijving verlangd van de manier waarop met in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden. Dat wordt veranderd in: met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten. De regering wil hiermee bereiken dat aandacht voor cultuurhistorische waarden voortaan in het planproces naar voren wordt gehaald. Doordat plannen nu nog pas na afloop van het planproces worden getoetst aan de regelgeving van de monumentenzorg, wordt monumentenzorg dikwijls ervaren als hindernis. Dit is door de regering erkend en daarbij is de ambitie uitgesproken om de positie van cultuurhistorie aan het begin van het ruimtelijk ordeningsproces juridisch te versterken. Door de verankering van cultuurhistorische waarden in de bestemmingsplannen vermindert tegelijkertijd de noodzaak tot het aanwijzen van nieuwe beschermde monumenten, omdat het belang van de cultuurhistorie wordt geborgd via het proces van de ruimtelijke ordening.
In de Wet tot wijziging van de Monumentenwet 1988 en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht in verband met modernisering van de monumentenzorg is daarom al de mogelijkheid voor burgers en belangengroepen om een aanvraag in te dienen om een monument aan te wijzen als beschermd monument, geschrapt. Dit instrument werd door belangengroepen nogal eens ingezet om afgifte van bouwvergunningen te frustreren of te vertragen. Met de wijziging van het Bro wordt tevens de adviesrol van Gedeputeerde Staten beperkt. Tot nu toe moet bij alle ingrepen aan een beschermd monument buiten de bebouwde kom advies aan Gedeputeerde Staten worden gevraagd. Met de wijziging van het besluit hoeft dat alleen nog, als het gaat om monumenten die door de minister op grond van de Monumentenwet 1988 zijn aangewezen. Daarnaast voorziet het besluit in een aantal versoepelingen van vergunningsvrij wijzigen of bouwen in, aan of bij beschermde monumenten. Samengevat komen die versoepelingen er op neer, dat voor gewoon onderhoud of voor inpandige veranderingen aan beschermde monumenten geen monumentenvergunning meer nodig is, als de betreffende onderdelen geen monumentale waarde hebben. Bij twijfelgevallen zal men het bevoegd gezag moeten raadplegen.
De bedoeling van het wijzigingsbesluit is om enerzijds cultuurhistorische waarden een duidelijke plaats te geven aan het begin van het planproces en anderzijds onnodige regeldruk, vooral wanneer het gaat om ondergeschikte wijzigingen aan een monument, weg te nemen. Cultuurhistorie: gemeentelijk en provinciaal beleid Het beleid van de gemeente Oss voor wat betreft cultuurhistorie is onder meer neergelegd in het Erfgoedplan Oss 2006 “Op gemengde bodem”. Hierin zijn onder andere opgenomen: historisch bebouwde gebieden, oude verkavelingspatronen, de invloed van de Maas en Rijksmonumenten. Deze nota heeft (nog) geen betrekking op het grondgebied van de voormalige gemeente Lith. Daarnaast heeft de gemeente Oss een Monumentenlijst 2019. Hierin zijn de Rijks- en gemeentelijke monumenten opgenomen. Het provinciale cultuurhistorische beleid is verankerd in de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant en op de Cultuurhistorische waardenkaart 2010. Hierin zijn onder andere opgenomen: cultuurhistorische vlakken en complexen van cultuurhistorisch belang. Cultuurhistorie: bestemmingsplanregels en regels in de provinciale Interim omgevingsverordening NoordBrabant Met de onder het kopje ‘archeologie’ genoemde bestemmingsplanregels, is het ook mogelijk om cultuurhistorische waarden in bestemmingsplannen te beschermen.
Een en ander voor zo ver het terreinen betreft (inbouwen sloopvergunningstelsel voor bebouwing). Kortheidshalve wordt naar het kopje ‘archeologie: bestemmingsplanregels’ verwezen. De provincie Noord-Brabant heeft in de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant bindende regels opgenomen ter bescherming van cultuurhistorische waarden. Uitwerking plangebied Alle dermate aanwezige relevante cultuurhistorische waarden zijn meegenomen in het eerder benoemde archeologische onderzoek, dit is ook afgestemd met de gemeente Oss.
MFA en woningbouw Looveltlaan Oss – 2023, pag. 24 van 44 vastgesteld
5.4
Mobiliteit en parkeren
5.4.1 Verkeer De Koersnota Mobiliteit (2023) heeft als doel het versterken van de kwaliteit van de openbare ruimte, het toegankelijk en bereikbaar houden van basisvoorzieningen, het verduurzamen van de mobiliteit, het versterken van het economisch vestigingsklimaat, het vergroten van de verkeersveiligheid en het terugdringen van de hinder. Van belang is de vraag of een ruimtelijke ontwikkeling leidt tot extra verkeersbewegingen, of deze toename van verkeersbewegingen past binnen de normen die voor de verschillende typen wegen gelden en hoe het perceel aansluit op de openbare weg. Uitwerking plangebied In de bestaande situatie zijn er ca. 50 appartementen in het plangebied aanwezig, dit aantal neemt met 16 appartementen toe. De verkeersgeneratie van de planlocatie neemt daardoor maximaal toe met ca. 120 verkeersbewegingen per dag. Dit betreft een geringe toename. Gemotoriseerd verkeer kan de planlocatie bereiken via de Saturnusstraat. De toekomstige parkeerplaats krijgt, om de verkeerskeerveiligheid te vergroten, twee ontsluitingen op de Saturnusstraat. De toekomstige ontsluitingen voldoen aan de normen van het Mobiliteitsplan 2020. Het aspect verkeer vormt geen belemmering voor het initiatief. 5.4.2 Parkeren De gemeente Oss heeft een gemeentelijk parkeerbeleidsplan vastgesteld. De nota ‘Parkeernormen 2017’ geeft aan welke parkeernormen voor welke gebieden gelden.