Meedoen begint bij de basis def.PDF
Tekst van het document
Meedoen begint bij de basis Verbeteren basisvaardigheden 2019-2022
Taalnetwerk Oss, juni 2019
Infographic
Ons doel Met dit plan van aanpak willen we elk jaar van 100 mensen hun taal, rekenen of digitale vaardigheden verbeteren. Onze regels Meedoen begint bij de basis Mens centraal Samen verantwoordelijk en afspraken voor langere tijd vastleggen Aanbod dichtbij Verbinden met andere afdelingen van de gemeente Wat gaan we doen? Sterker maken van het netwerk en meer samenwerking Taalhuis verbeteren Taalakkoord en Taalconvenant Meer over laaggeletterdheid praten en schrijven, zodat mensen ervan weten Voorkomen van laaggeletterdheid Opmerken van laaggeletterdheid en toeleiding naar opleidingen Leren en ontwikkelen (formeel en non-formeel) Meer aandacht voor laaggeletterden met Nederlands als eerste taal Duidelijke manier van praten en schrijven We werken samen met Het Kernteam (De Bibliotheek Oss, ONS welzijn, ROC de Leijgraaf, Volksuniversiteit Oss, Stichting Lezen & Schrijven en de gemeente Oss). Tweede schil partners, waaronder IBN en de Talentencampus
2
Makkelijk Nederlands - Taalniveau B1 Wij hebben dit plan van aanpak geschreven in gemakkelijk Nederlands. Hiervoor gebruiken we taalniveau B1. Taalniveau B1 is voor de meeste mensen in Nederland te begrijpen. Ook voor mensen die geen hoge opleiding hebben gehad.
Wat bedoelen we? Hieronder staan woorden die we in dit plan veel gebruiken. Ze komen uit een lijst die is gemaakt door Steunpunt Basisvaardigheden, ‘Het begint met Taal’ en het Kennisinstituut voor Taalontwikkeling (ITTA). Voor een compleet overzicht van alle woorden: www.hetbegintmettaal.nl/begrippenlijst. Laaggeletterde: iemand die een beetje kan lezen en schrijven, maar onvoldoende om zichzelf te kunnen redden in de samenleving. Analfabeet: iemand die helemaal niet kan lezen en schrijven. Digibeet: iemand die wel kan lezen en schrijven, maar digitale apparaten en digitale programma’s moeilijk vindt. Anderstalige: iemand die een andere moedertaal heeft dan de Nederlandse en het Nederlands nog niet kan. Basisvaardigheden: de taal-, reken- en digitale vaardigheden die je als volwassene moet hebben om zonder hulp mee te kunnen doen in de samenleving. Volwasseneneducatie/Educatietrajecten: onderwijs of opleidingen voor volwassenen op het gebied van basisvaardigheden. Formele educatie: opleidingen die worden afgesloten met een diploma. Non-formele educatie: opleidingen die niet worden afgesloten met een diploma. Non-formele opleiders geven vaak wel een certificaat. NT1: Lees- en schrijfonderwijs in het Nederlands voor mensen met Nederlands als eerste taal. NT2: Lees- en schrijfonderwijs in het Nederlands voor mensen met Nederlands als tweede taal.
In dit plan gebruiken wij de wij-vorm. Wij zijn: De Bibliotheek Oss, ONS welzijn, ROC de Leijgraaf, Volksuniversiteit Oss, Stichting Lezen & Schrijven en de gemeente Oss.
3
1. Wat betekent het om laaggeletterd te zijn? In Nederland hebben 2,5 miljoen mensen vanaf 16 jaar moeite met taal en/of rekenen1. Veel van deze mensen hebben ook moeite met digitale vaardigheden. Dit heeft grote invloed op hun persoonlijke leven. Ze vinden minder snel een baan, hebben minder grip op hun geldzaken en er is een grotere kans dat ze minder gezond leven. Ook vinden sommigen reizen met openbaar vervoer en gebruik maken van computers lastig. Als je moeite hebt met taal of rekenen is zonder hulp meedoen aan de samenleving niet gemakkelijk. Het aantal mensen dat moeite heeft met basisvaardigheden groeit We hebben veel aandacht voor de aanpak van laaggeletterdheid. Toch is het aantal mensen dat moeite heeft met taal en/of rekenen de laatste jaren gestegen. Hier zijn verschillende redenen voor: we worden ouder, de instroom van nieuwkomers, we doen steeds meer met computers, de samenleving vraagt steeds meer en de opleidingseisen worden gemakkelijker. Taal en spelling krijgen minder aandacht in het onderwijs. We worden steeds ouder en er komen steeds meer ouderen bij. Als je ouder wordt nemen je taalen andere basisvaardigheden af. Mensen die al een laag startniveau hebben, kunnen hier later last van krijgen. Veel nieuwkomers komen uit gebieden waar ze weinig onderwijs hebben afgemaakt. Hierdoor hebben zij moeite om op voldoende taal- en/of rekenniveau te komen.
De Inspectie van het Onderwijs ziet meer leerlingen van school komen die niet goed kunnen lezen, schrijven en rekenen. De leesmotivatie onder Nederlandse jongeren is ook erg laag. Daarnaast werken we in de samenleving steeds meer met computers. De overheid biedt veel diensten alleen nog digitaal aan. Om met een computer, tablet of smartphone te kunnen werken moet je kunnen lezen en schrijven. Om een wasmachine aan te zetten of informatie op te zoeken moet je digitaal vaardig zijn. Dit is een probleem voor veel mensen die moeite hebben met de basisvaardigheden.
Onnodig kwetsbaar Iemand is maatschappelijk kwetsbaar als hij een achterstand heeft of eenzaamheid ervaart. Bijvoorbeeld door werkloosheid, schulden of een slechte gezondheid. Mensen die lezen, schrijven of rekenen lastig vinden hebben een grotere kans op een achterstand. Zij hebben bijvoorbeeld moeite
1
F.J. Israël, M. Kingma, A.J.W. Zielman en S. van As (2016), Aanpak van laaggeletterdheid, Den Haag: Algemene Rekenkamer
4
met hun administratie bijhouden, toeslagen aanvragen en lezen van medische bijsluiters. Hierdoor hebben zij voor veel normale taken hulp van anderen nodig. Dit zorgt vaak voor schaamte, weinig zelfvertrouwen en angst om te mislukken. Moeite hebben met taal, rekenen of digitale vaardigheden maakt mensen onnodig kwetsbaar. Onnodig, omdat er makkelijk iets aan te doen is. Meedoen aan taaltrajecten leidt tot een betere taalbeheersing, meer sociale contacten en een betere gezondheid. Mensen hebben minder hulp nodig en zijn dus zelfredzamer2. Na meedoen aan een taaltraject: verbetert 54% zijn/haar leesvaardigheden; voelt 53% zich geestelijk gezonder en voelt 39% zich lichamelijk gezonder; ervaart 70% van de deelnemers betere taalvaardigheden; ervaart 56% een afname in alleen zijn; heeft 21% een betaalde baan gevonden of een stap gemaakt binnen een betaalde baan; heeft 56% meer zelfvertrouwen gekregen en is zekerder geworden. Veel mensen die moeite hebben met taal of rekenen hebben dit geaccepteerd en weten dit goed te verbergen. Door schaamte volgen mensen vaak pas een cursus als het echt niet anders kan. Ook vinden zij school en leren vaak niet prettig. Door basisvaardigheden te verbeteren kunnen we problemen voorkomen of oplossen. Daarom verbinden we ‘verbeteren van basisvaardigheden’ aan andere programma’s, zoals schuldhulpverlening en armoede.
De woorden laaggeletterd en digibeet hebben een negatieve lading. Ze zorgen voor meer schaamte. Ook roepen zij zonder goede reden het beeld op van een niet op te lossen probleem. We vinden dit onprettig en proberen deze woorden in onze plannen en uitleg dan ook zoveel mogelijk te voorkomen. Dit lukt niet altijd. Nog wat informatie en cijfers2 Algemeen Bijna 18% van de 15-jarigen in Nederland heeft het risico laaggeletterd te worden; Arbeidsmarkt Mensen tussen 16 en 34 jaar met te weinig rekenvaardigheden zijn vaker werkloos. Wel driemaal zo vaak als mensen met goede rekenvaardigheden; 25% van de mensen die lang werkloos zijn, heeft moeite met taal en/of rekenen; Armoede en schulden Mensen die moeite hebben met lezen of rekenen worden vaker geholpen met hun schulden; Bijna 100.000 mensen leven in armoede door onvoldoende taal- en rekenvaardigheden; Niet goed kunnen lezen, schrijven of rekenen kost iemand zelf elk jaar zo’n 575 euro. Gezondheid Laaggeletterden omschrijven hun gezondheid vaker als matig tot slecht dan nietlaaggeletterden (40% tegenover 10%). Ook gaan zij vaker naar een arts of een ziekenhuis;
2
M. De Greef, M. Segers en J. Nijhuis, Maastricht University School of Business and Economics (vakgroep Educational Research & Development) (2018), Feiten & Cijfers Laaggeletterdheid, De invloed van lage basisvaardigheden op deelname aan de maatschappij, Den Haag: Stichting Lezen en Schrijven
5
2. Ons doel en ons plan De kernpartners van het Taalnetwerk Oss vinden ‘verbeteren van basisvaardigheden’ iets dat we samen moeten doen. Alleen door samen te werken kunnen we zicht krijgen op laaggeletterden. Samen kunnen we laaggeletterdheid aanpakken en voorkomen. Een betere taal- en/of rekenbeheersing zorgt ervoor dat mensen minder hulp nodig hebben. Ook maakt het de kans op vinden of houden van werk groter. Een betere taalvaardigheid maakt mensen sociaal actiever, gezonder en gelukkiger. Daarom vinden wij dat iedereen in Oss zo goed mogelijk moet kunnen lezen, schrijven en rekenen en voldoende digitale vaardigheden moet hebben. Verbeteren van basisvaardigheden is geen doel op zich. Wij zien het als de basis om te kunnen leren. We zien het als middel om goed mee te kunnen doen in de samenleving. Hoe zit het in Oss? In Oss hebben ongeveer 7.000 mensen van 16 tot 65 jaar moeite met taal en/of rekenen3. Dit is ongeveer 12% van het totaal aantal inwoners. Als we ook de mensen van 65+ erbij optellen komen er nog 3.500 mensen bij. Vergeleken met het landelijke gemiddelde (11,9%) scoort Oss gemiddeld. Vergeleken met Noord-Brabant (10,5%) ligt Oss iets hoger.
3
Cubiss (2016), Ken uw doelgroep. Laaggeletterdheid en maatschappelijke kwetsbaarheid in Oss, Tilburg.
6
In Oss-Centrum, Ussen, Schadewijk en Ruwaard wonen veel mensen die moeite hebben met taal en/of rekenen. Ook in Macharen, Megen en Herpen is de kans op laaggeletterden hoger. Lithoijen en Berghem kennen weinig laaggeletterden. Hier zijn verschillende redenen voor. De eerste is leeftijd. Hoe ouder de bevolking hoe groter de kans op een hoger deel laaggeletterden. Vooral in Oss-Centrum, Macharen en Megen wonen veel oudere mensen. Terwijl bijvoorbeeld Berghem veel meer jongere mensen heeft. Een andere reden is het opleidingsniveau. Hoe lager het opleidingsniveau hoe groter de kans op laaggeletterdheid. Oss kent vergeleken met andere plaatsen veel praktisch opgeleiden. Ongeveer 37% heeft maximaal mavo of lbo afgemaakt. In wijken met veel laaggeletterden zijn mensen ook vaker werkloos dan in wijken met minder laaggeletterden. In Oss-Centrum, Schadewijk en Ruwaard heeft meer dan 20% van de mensen die kunnen werken geen werk. Een laatste reden is dat in deze wijken veel mensen wonen met Nederlands als tweede taal. Dit geldt niet voor de gemeente als geheel. Vergeleken met Nederland (21%) wonen er in Oss namelijk minder mensen met Nederlands als tweede taal (16%). Welk doel willen we halen? Onze ambitie is dat iedereen in Oss zo goed mogelijk kan lezen, schrijven en rekenen. En voldoende digitale vaardigheden heeft.
Iedereen in Oss moet zo goed mogelijk en zoveel mogelijk zonder hulp mee kunnen doen aan de samenleving. Het doel van dit plan is meer zicht krijgen op de doelgroep. Wij willen de doelgroep vinden en deze doorleiden naar een passend formeel of non-formeel opleidingsaanbod. Dat doel willen we halen door: 1. Altijd aandacht te blijven vragen voor de problemen van laaggeletterdheid; 2. Samen met lokale en regionale partners een goede aanpak te bedenken. Deze aanpak spreken we voor langere tijd af; 3. Te zorgen voor een goed aanbod op het gebied van taal, rekenen en digitale vaardigheden. Het aanbod sluit aan op wat de mensen willen, vinden en kunnen; 4. De aanpak te verbinden met andere onderwerpen (meedoen in de samenleving, schulden en armoede, opvoeding, zorg en gezondheid). Het eerste jaar na de opening van het Taalhuis hebben 40 mensen zich gemeld bij het Taalhuis. Hiervan hebben 25 mensen een passend traject gevolgd. Wij gaan vanaf 2019 actiever op zoek naar de doelgroep. Ook zorgen we voor een beter aansluitend aanbod. Wij verwachten daarom in de periode 2019-2022 dat elk jaar 100 mensen hun taalniveau gaan verbeteren door een traject te
7
volgen. Hiervoor verwijzen wij elk jaar 160 mensen naar een passend taalaanbod. Het kan ook gaan om rekenen of digitale vaardigheden. Wij volgen de mensen die we doorverwijzen en vragen wat het traject hen heeft opgeleverd. Hiervoor sluiten we aan bij een regionaal volgsysteem. Uitwerking van dit volgsysteem gaat dit jaar van start. De uitwerking staat onder leiding van dr. Maurice de Greef, onderzoeker aan Maastricht University. Voor wie doen we dit? Wij doen dit voor alle mensen in Oss die moeite hebben met taal, rekenen of digitale vaardigheden. De mensen in deze groep zijn erg verschillend. Het gaat om mannen en vrouwen, werkenden en niet-werkenden, jongeren en ouderen. Het gaat om mensen met Nederlands als eerste taal en mensen met Nederlands als tweede taal. In onze aanpak houden we rekening met deze verschillen. We houden ook rekening met andere verschillen. Sommige mensen willen graag leren, andere niet. Sommige mensen leren snel, andere langzamer. Wij passen ons lesaanbod hierop aan. Wij luisteren en leven ons in. Het aanbod is voor iedereen met een wens op het gebied van taal, rekenen en/of digitale vaardigheden. Sommige groepen krijgen voorrang: 1. 2. 3. 4.
Laaggeletterden met Nederlands als eerste taal (NT1); Mensen met een uitkering; Jongeren (zonder voldoende schooldiploma’s); Kwetsbaren, zoals laagtaalvaardige ouders van jonge kinderen en laagtaalvaardige werkenden. Ook mensen zonder werk en zonder uitkering vallen onder deze groep.
Wat zijn onze regels? 1. Meedoen begint bij de basis Onvoldoende basisvaardigheden maken mensen maatschappelijk kwetsbaar en zijn vaak één van de oorzaken van andere maatschappelijke problemen. Voldoende basisvaardigheden kunnen deze problemen voor een deel helpen oplossen of voorkomen. Wij zien het hebben van voldoende basisvaardigheden daarom als belangrijkste voorwaarde voor echt meedoen. Verschillende onderzoeken laten zien dat verbeteren van basisvaardigheden nodig is. Ook financieel en maatschappelijk zijn er voordelen4,5. 2. Mens centraal Wij sluiten aan bij de vraag van onze inwoners. Daarbij kijken we ook naar hun talenten, mogelijkheden en problemen. Wel vragen wij aan onze inwoners om hun leven zoveel mogelijk zelf in de hand te nemen. Wanneer het niet vanzelf gaat, helpen wij. 3. Samen verantwoordelijk en afspraken voor langere tijd vastleggen Een sterk netwerk is belangrijk voor onze aanpak ‘verbeteren basisvaardigheden’. Door samen te werken met verschillende organisaties maken we de steun voor de aanpak groter. Hierdoor horen meer mensen van onze aanpak en kunnen meer mensen meedoen. 4. Aanbod dichtbij Wij maken ons taalaanbod makkelijk bereikbaar, zodat nog meer mensen er gebruik van kunnen maken. Wij verzorgen formele en non-formele educatie en doen dat het liefst in de wijken met de meeste laaggeletterden. 4
5
M. De Greef, M. Segers en J. Nijhuis, Maastricht University School of Business and Economics (vakgroep Educational Research & Development) (2018), Feiten & Cijfers Laaggeletterdheid, De invloed van lage basisvaardigheden op deelname aan de maatschappij, Den Haag: Stichting Lezen en Schrijven Programme for the International Assessment of Adult Competencies PIAAC (2018), Survey of adult skills, Parijs: The Organisation for Economic Co-operation and Development (OECD)
8
5. Verbinden met andere afdelingen van de gemeente Wij verbinden ‘verbeteren van basisvaardigheden’ met verschillende andere maatschappelijke onderwerpen. Zo ontwikkelen we een brede aanpak voor meedoen aan de samenleving.
3. Wat gaan we doen? De laatste twee jaar hebben de organisaties in het Taalnetwerk Oss veel samengewerkt. Dit heeft geleid tot veel activiteiten en een sterk vertrouwen in elkaar. We hebben hard gewerkt om zoveel mogelijk mensen te informeren over laaggeletterdheid. We hebben het Taalhuis geopend. Ook hebben we iemand aangenomen die ervoor zorgde dat we het vorige plan goed volgden. Dit plan heette: ‘Iedere Ossenaar Geletterd’. Met dit nieuwe plan ‘Meedoen begint bij de basis’ gaan we het Taalnetwerk en het Taalhuis professioneler maken. We maken afspraken voor een langere periode. We proberen meer mensen op geschikte taaltrajecten te krijgen. We zorgen dat werkgevers ook mee gaan doen met de aanpak. We ontwikkelen een goede manier om onze plannen uit te leggen en mensen te informeren. We verbinden onze aanpak met andere maatschappelijke onderwerpen. Actielijnen 1. Bewustwording en bespreekbaar maken De laatste twee jaar hebben we mensen en organisaties informatie gegeven over laaggeletterdheid. We hebben ervoor gezorgd dat mensen er vaker en makkelijker over praten. We hebben teams van verschillende organisaties getraind in herkennen van laaggeletterdheid. Verbeteren van basisvaardigheden staat nu op de agenda bij veel organisaties. De trainingen
9
zijn vooral voor organisaties geweest en minder voor de mensen zelf. Nu gaan we vooral de mensen zelf informeren over laaggeletterdheid en wat je er aan kunt doen. Activiteit Bewustwordingscampagne doelgroep
Bewustwordingscampagne werkgevers
Meer aandacht voor begrijpelijk communiceren
Agenderen
Nader te bepalen door werkgroepen
Hoe -Inzetten boegbeelden -Taalambassadeurs -Gebruiken social media -Communicatiemiddelen -Voorlichtingsbijeenkomsten -Themabijeenkomsten -Betrekken UWV en SVB -Vergroten betrokkenheid Leren en Werken -Inzetten Osse boegbeelden -Taalambassadeurs -Taalakkoord Werkgevers -Social media -Communicatiemiddelen -Voorlichtingsbijeenkomsten -Themabijeenkomsten -Betrekken Talentencampus -Betrekken ondernemersverenigingen -Betrekken Kernteam Economie -Betrekken WSP -Inzetten van het instrument Klare Taal
-Taalakkoord Werkgevers promoten -Taalconvenant verlengen -Laaggeletterdheid opnemen in beleidsstukken Behoeften peilen en inspelen op de vraag
Gewenst resultaat -Het onderwerp is een normaal gespreksonderwerp en staat op verschillende agenda’s
Wanneer Hele periode
-Werkgevers zijn bekend met gevolgen laaggeletterdheid en voordelen van aanpak
Hele periode
-We hebben het aantal taaltrajecten bij werkgevers vergroot
-Eenvoudiger taalgebruik in communicatie met inwoners -Het thema laaggeletterdheid is (politiek) geborgd
Hele periode
Hele periode
2. Preventie Met preventie bedoelen we hier: voorkomen van achterstanden en voorkomen van andere maatschappelijke problemen door laaggeletterdheid. We vinden verbeteren van basisvaardigheden belangrijk, maar voorkomen dat mensen een achterstand krijgen ook. Het onderwijs speelt hierin een belangrijke rol. Door vroeg extra aandacht te hebben voor de ontwikkeling van basisvaardigheden voorkomen we achterstanden. Hiermee voorkomen we ook dat we laaggeletterdheid van generatie op generatie doorgeven. In onze nieuwe aanpak kijken we dus breder naar preventie. Daarom hebben we ook aandacht voor laaggeletterdheid bij andere maatschappelijke onderwerpen, zoals hulp bij schulden en zoeken naar (ander) werk. Activiteit Verbinden met onderwijsachterstandenbeleid en uitvoering
Verbinden met Schuldhulpverlening en armoede en uitvoering
Hoe -Koppelen aan ouderbetrokkenheid VVE programma’s -Opnemen in beleid -Taal voor Thuis -Opnemen in beleid
Gewenst resultaat -Meer laagtaalvaardige ouders bereikt
Wanneer 2019-2020
- Meer aandacht voor laaggeletterdheid bij schulden en armoede
2019-2020
10
Verbinden met participatie
-Opnemen in beleid -Betere koppeling met WEBgelden
Verbinden onderwijspartners
-Taalkennis -Woordenschat -Leesattitude en motivatie -Loopbaanoriëntatie -Beter betrekken primair onderwijs (tweede schil) -Mogelijkheden onderzoeken voor een brede aanpak (schoolbesturen, RMC, VSVbeleid)
Verbinden andere maatschappelijke partners Gezinsaanpak
Nader te bepalen door werkgroepen Door werkgroep Taal en Ouderbetrokkenheid Nader te bepalen door werkgroepen Nader te bepalen door werkgroepen
Interventiemogelijkheden bij 6 tot 12 jarigen onderzoeken Interventiemogelijkheden bij 12 tot 18 jarigen onderzoeken Nader te bepalen door werkgroepen
-Non-formele deel van WEB-gelden wordt binnen het netwerk ingezet -Duidelijk krijgen welke rol het onderwijs heeft bij preventie -Een sterkere koppeling tussen de aanpak van laaggeletterdheid en het onderwijs -Meer verwijzingen naar het Taalhuis vanuit het onderwijs
2019-2020
Hele periode
Behoeften peilen en inspelen op de vraag
3. Signalering en toeleiding Mensen die moeite hebben met taal en/of rekenen zijn moeilijk vindbaar. Ondanks alle aandacht voor laaggeletterdheid praten veel mensen liever niet over het onderwerp. Veel mensen voelen schaamte. Zij zullen de problemen proberen te verbergen of minder erg te maken. Ook komt het voor dat mensen niet weten dat ze laaggeletterdheid zijn. Onze aanpak kenmerkt zich door: herkennen, verleiden en opleiden. We spreken mensen aan op een manier die bij hen past. Wij gebruiken daarbij de Klasse! systematiek en Hoger Bereik (zie bijlage voor uitleg). Activiteit Versterken positie Taalhuis
Workshops herkennen, doorverwijzen en gesprekstechnieken
Gerichte gezamenlijke wervingscampagne(s)
Hoe -Digitale inclusie -Betere bezetting door kernpartners en vrijwilligers -Uitbreiding taken Taalhuiscoördinator -Meer doelgroepgerichte activiteiten -Betere digitale positionering van het Taalhuis en het taalaanbod -Koppelen aan mediacampagne -Inzet van Stichting Lezen & Schrijven
-Inzet Klasse! -Inzetten taalambassadeurs en ervaringsdeskundigen
Gewenst resultaat -Taalhuis heeft een duidelijkere plek in het netwerk gekregen en wordt beter gevonden
Wanneer 2019-2020
-Alle consulenten van relevante vindplaatsen zijn getraind in het herkennen en doorverwijzen -Een duidelijke toename in aantal NT1 deelnemers
Hele periode
Hele periode
11
Gerichte wervingsacties binnen de kernpartners (plus deelnemers aan tweede schil) en camouflagecursussen
Gerichte wervingsacties binnen bedrijfsleven
Nader te bepalen door werkgroepen
-Koppelen aan mediacampagne -Betere screening bij kernpartners en tweede schil
-Subsidies bedrijfsleven kenbaar maken door inzet WSP en accountmanagers Kernteam Economie - Meer aandacht voor het nationale Taalakkoord Werkgevers Behoeften peilen en inspelen op de vraag
-Een duidelijke toename in aantal doorverwijzingen vanuit de kernpartners en deelnemers aan de tweede schil -Meer verwijzingen naar het Taalhuis vanuit werkgevers -Meer aandacht bij werkgevers voor de problematiek
Hele periode
Hele periode
4. Leren en ontwikkelen Het taalaanbod in Oss is van goede kwaliteit. Ook zijn er genoeg plaatsen waar mensen een cursus of opleiding kunnen volgen. Toch hebben we de laatste twee jaar moeite gehad om laaggeletterden te verleiden mee te doen aan deze cursussen. Met dit plan gaan we ons nonformele taalaanbod nog beter afstemmen op wat mensen willen en kunnen. Hierdoor maken we de drempel om een cursus te volgen lager. Wij maken hiervoor gebruik van de Klasse! systematiek en Hoger Bereik. Activiteit Gezamenlijk ontwikkelen camouflagecursussen
Hoe -Met Klasse! -Netwerk van non-formele cursussen
Werving, opleiden en inzetten taalvrijwilligers
-Via verenigingsleven -Via bestaande vrijwilligers -Via vrijwilligersteunpunt -Via sociale teams -Media-aandacht
Afstemmen en uitbreiden non-formele aanbod
Onderzoeken inzet WEBgelden non formeel aanbod
Koppelen vrijwilligers en taalambassadeurs aan nonformele aanbod
-coördinatie vanuit het Taalhuis
Koppeling tussen nonformele en formele educatie versterken
-Meer aandacht voor doorgaande ontwikkelingslijnen. Van nonformeel naar formeel en de omgekeerde weg -Beter monitoren Klik & Tik, Digisterker, Digitale inclusie en het Belasting Café
Meer aandacht voor digitale vaardigheden als gevolg van onder andere
Gewenst resultaat -Toename van laagdrempelig taalaanbod in Oss en omgeving -Meer NT1 deelnemers -Voldoende getrainde vrijwilligers in Oss -Betere inzet van vrijwilligers bij activiteiten van het Taalhuis -Uitgebreid netwerk van non-formele aanbieders
Wanneer Hele periode
-Betere binding tussen Taalhuis en non-formeel aanbod -Betere inzet van vrijwilligers -Mensen stromen makkelijker door naar een formele opleiding
2019-2020
2019-2020
2019-2020
Hele periode
Hele periode
12
internetbankieren en andere digitale voorzieningen Nader te bepalen door werkgroepen
4. Hoe gaan we het doen? De laatste twee jaar hebben we een sterk netwerk gebouwd. Dit netwerk is de basis van de aanpak ‘verbeteren van basisvaardigheden’. We hebben wel gezien dat bouwen van een goed netwerk aandacht en tijd vraagt. Het Taalnetwerk Oss heeft besloten samen verder te gaan met de aanpak. We gaan het netwerk en het Taalhuis professioneler maken. Ook vragen we maatschappelijke organisaties en werkgevers om mee te doen. We maken werkgroepen die met verschillende onderwerpen aan de slag gaan. En we kijken of we Taalpunten kunnen openen in Lith, Ravenstein, en Berghem. In Herpen is al een Taalpunt. De opbouw van de organisatie Strategisch niveau Tactisch niveau Uitvoerend niveau
Stuurgroep Taalnetwerk | Programmateam (+ Taalhuiscoördinator) – Klankbord | Thematische werkgroepen
13
-
De stuurgroep bestaat uit bestuurders van de vier grootste organisaties die meedoen: gemeente Oss, de Bibliotheek, ONS welzijn en ROC de Leijgraaf. De stuurgroep komt elk jaar 2 keer bij elkaar. Voorzitterschap en secretariaat liggen bij de gemeente Oss. De afspraken over de samenwerking leggen we vast in een convenant.
-
Het programmateam bestaat uit managers en/of beleidsmedewerkers van deze organisaties en de coördinator van het Taalhuis. Het programmateam zorgt ervoor dat we volgens de afspraken werken. We maken een tweede schil die bestaat uit maatschappelijke organisaties (waaronder IBN en de Talentencampus), werkgevers, taalaanbieders, het onderwijs, leraren en taalambassadeurs. Voorzitterschap en secretariaat liggen bij de gemeente Oss. Het team komt elk jaar ongeveer 6 keer bij elkaar.
-
De werkgroepen bestaan uit leden van het programmateam. Wij vullen de werkgroepen aan met mensen uit het netwerk en vrijwilligers van het Taalhuis. De coördinator van het Taalhuis stuurt de werkgroepen aan. De onderwerpen en hoe vaak we bij elkaar komen gaan we nog bepalen.
-
De klankbordgroep bestaat uit mensen die zelf moeite hebben met taal en/of rekenen. Zij adviseren het programmateam over de inhoud van het programma en de manier waarop we dingen doen.
Taalhuis Het Taalhuis is het middelpunt in onze aanpak ‘verbeteren basisvaardigheden’. Het Taalhuis is een makkelijk te bereiken echte plek om elkaar te ontmoeten. Iedereen met vragen over taal, rekenen of digitale vaardigheden kan er naar toe. Het Taalhuis organiseert de aanpak en ziet problemen tussen vraag en aanbod. Op dit moment is het Taalhuis nog onvoldoende te herkennen. Dit gaan we verbeteren door meer activiteiten onder te brengen bij het Taalhuis. Ook gaan we zorgen dat mensen het Taalhuis met de computer makkelijker kunnen vinden. Wij willen het Taalhuis uitbreiden met meer informatie over digitale vaardigheden. Wij vinden het belangrijk dat iedereen mee kan doen in de digitale wereld. Dit noemen wij digitale inclusie. Zo wordt het Taalhuis een plaats voor vragen over álle basisvaardigheden. Wij maken van het Taalhuis een plaats waar verschillende organisaties actief zijn. Er zijn altijd mensen in het Taalhuis die precies weten waar het over gaat. De coördinator van het Taalhuis krijgt een belangrijke rol in het sturen van de werkgroepen. De coördinator zorgt er ook voor dat er voldoende getrainde vrijwilligers zijn. De coördinator van het Taalhuis is het gezicht van ons Taalnetwerk. Hij of zij ziet wat er nodig is en verbindt de taalvraag en het taalaanbod binnen het netwerk. We gaan kijken of we Taalpunten kunnen openen in buurthuizen of bibliotheken.
Hiermee brengen we het aanbod vanuit het Taalhuis dichter bij de mensen die het nodig hebben. De Taalpunten geven vooral informatie. Ook brengen ze laaggeletterden met de juiste mensen of organisaties in contact.
14
5. Regionale samenwerking Voor onze aanpak ‘verbeteren basisvaardigheden’ sluiten wij graag aan op ideeën uit de regio. Daarbij gaat het vooral om uitwisseling van kennis en ervaring. Door goed samen te werken zien we sneller zaken die bovenlokaal en bovenregionaal spelen. Zo kunnen we daar beter en sneller op reageren. De gebieden waar kernpartners ROC de Leijgraaf, ONS welzijn, de Noord Oost Brabantse Bibliotheken en Stichting Lezen & Schrijven werken bieden hiervoor voldoende mogelijkheden. Regionaal Programma Educatie 2019-2022 Regio Noordoost-Brabant In dit regionale plan beschrijven de samenwerkende gemeenten in Noordoost-Brabant de manier waarop we de WEB-gelden uitgeven. Met deze WEB-gelden kopen gemeenten cursussen voor taal, rekenen en digitale vaardigheden. De gemeente Oss heeft een actieve rol in dit plan. De aanpak in dit plan sluit op de belangrijkste onderdelen aan op deze regionale aanpak. Regionaal coördinatorenoverleg Taalnetwerk Oss neemt actief deel aan het regionaal overleg tussen coördinatoren. Taalnetwerken van verschillende gemeenten in Noordoost-Brabant doen aan dit overleg mee. Bondgenootschap geletterdheid Noordoost-Brabant
15
Taalnetwerk Oss doet mee aan het Bondgenootschap geletterdheid Noordoost-Brabant. Dit is een open netwerk van mensen die werken bij bedrijven, scholen, overheden en maatschappelijke organisaties in de regio’s Oss, Uden-Veghel en Land van Cuijk. Zij organiseren elk jaar drie bijeenkomsten om kennis en ervaringen te delen. De goede ideeën helpen ons om een succesvolle aanpak te ontwikkelen. Servicepunt Leren en Werken Bij Servicepunt Leren en Werken kunnen mensen vragen stellen over loopbaan, opleiden en kansen op een baan. Daarnaast helpt Servicepunt Leren en Werken het Ministerie van SZW om het Taalakkoord Werkgevers uit te voeren. Het doel is om het belang van taalvaardigheid van medewerkers onder de aandacht te brengen van werkgevers. Dit doen zij samen met Cubiss en Stichting Lezen & Schrijven. Servicepunt Leren en Werken en Stichting Lezen & Schrijven doen mee in Taalnetwerk Oss.
6. Berekening van de kosten Een deel van onze aanpak ‘verbeteren basisvaardigheden’ bestaat uit activiteiten die we al doen. Deze activiteiten vallen onder de basistaken van de organisaties in het Taalnetwerk. Deze inzet nemen we in de berekening van de kosten op als Pm post. De kosten voor een succesvolle aanpak zitten vooral in personeelskosten voor de coördinator van het Taalhuis. Ook geven we geld uit aan communicatie en hulp aan lokale ideeën. Taalnetwerk Oss zoekt elk jaar naar extra geld via subsidies en fondsen. Door een slimme inzet van kennis, kunde en samenwerking proberen we de kosten zo laag mogelijk te houden. De inzet van vrijwilligers in onze aanpak past hier bij. Voor een succesvolle, langdurige aanpak is structurele financiering nodig.
Activiteit Taalhuiscoördinator volgens CAO Bibliotheek (24 uur) Inzet uren partners Kerngroep Vrijwilligerskosten (reiskosten, waardering, inspiratiebijeenkomsten) Vrijwilligerstraining (Stichting Lezen en Schrijven)
Kosten per jaar € 45.000 Pm € 5.000 Pm 16
Activiteiten Taalhuis (PR-activiteiten, organiseren netwerkbijenkomsten (twee per jaar), evenementen) Mediacampagne (communicatieplan + materialen) Huisvestingskosten Taalhuis/Taalpunten (gebruik van bestaande ruimtes Bibliotheek + faciliteiten/ruimtes samenwerkingspartners) Materiaal voor workshops, spreekuur, oefenen, etc. Ondersteunen lokale initiatieven en (door)ontwikkelen en uitvoeren van camouflagecursussen Structurele kosten per jaar
Dekking Structurele bijdrage gemeente Oss Inzet gedeelte van non-formele deel WEB-budget voor uitvoering lokale non-formele initiatieven en camouflagecursussen Structurele dekking per jaar
€ 5.000 € 5.000 Pm € 2.500 € 30.000 € 92.500
Dekking per jaar € 62.500 € 30.000 € 92.500
Bijlage
Klasse! Klasse! is een nieuwe methode voor het vinden, benaderen en werven laaggeletterde NT1-ers. De gemeente Oss heeft in 2018 € 2.000 bijgedragen aan de ontwikkeling van deze methode. De methode Klasse! is gebaseerd op het idee dat we mensen alleen kunnen bereiken als we hen aanspreken op een manier die bij hen past. Om dat te doen is het belangrijk dat we weten hoe hun belevingswereld eruit ziet. En om te beseffen dat deze belevingswereld niet voor iedereen hetzelfde is. Bij Klasse! onderscheiden we vier verschillende doelgroepen binnen de groep laaggeletterden. We noemen dit profielen. Per doelgroep kijken we naar bepaalde kenmerken. Dit zijn: leeftijd, gezinssituatie, werk, bezigheden en mensen die invloed hebben op deze groep. Ook drijfveren om iets te leren en
17
vindplaatsen komen aan bod. Per doelgroep ontwikkelen we gerichte, laagdrempelige cursussen die passen bij de leervraag. Deze cursussen dienen als ‘opstapje’ naar een training basisvaardigheden.
Hoger Bereik In het project Hoger Bereik hebben een aantal bibliotheken op verschillende manieren laaggeletterden beter proberen te bereiken. De resultaten en uitkomsten van het project zijn verzameld in de Strategiekit Hoger Bereik. Deze Strategiekit geeft handvatten voor het vinden, benaderen en werven van de NT1 doelgroep.
18