koersnota klimaatadaptie [3]
Tekst van het document
Koersnota Klimaatadaptatie 2050
Inhoud 1.
Inleiding
2. Klimaatadaptatie: noodzakelijke aanpassingen aan een nieuwe werkelijkheid 2.1 Urgentie
4
5
2.2 Sustainable Development Goals
6
Afbakening, opgave en doelen
7
3.2 Opgave klimaatadaptatie
8
3.4 Doelen 2030
14
2.3 Klimaatadaptatie naast én met andere opgaven
3
3
3.1 Scope
3.3 Doelen 2050
6
7
8
4. Werkwijze
15
5
Organisatie, financiën en risico’s
17
5.2 Financiering
19
5.1 Rol van de gemeente in klimaatadaptatie 5.3 Risico’s
BIJLAGE 1 Inventarisatie knelpunten uit de stresstest BIJLAGE 2 Uitgangspunten klimaatrobuuste inrichting BIJLAGE 3:Aanzet uitvoeringsplan
18
20
21 30 31
2
1. Inleiding Eén van de grote opgaven in het Osse coalitieakkoord 2022-2026 ‘Samen duurzaam vooruit’ is de verduur
zaming van onze samenleving. Naast duurzame opwek van energie en warmte moeten we voorbereid zijn op
de negatieve effecten van klimaatverandering. Daarom staat klimaatadaptatie prominent op de agenda van
deze coalitie. In het Osse coalitieakkoord is afgesproken dat we uiterlijk 2023 een plan vaststellen waarin we de koers naar een klimaatrobuust Oss in 2050 uiteenzetten. Met deze koersnota geven we hier invulling aan.
In maart 2023 is de “Maatlat groene klimaat-
In deze koersnota maken we de vertaalslag van landelijk
maatlat is ontwikkeld door o.a. de ministeries
voort op de kennis en instrumenten die de afgelopen
adaptieve gebouwde omgeving” uitgebracht. De van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
Infrastructuur en Waterstaat en Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, in samenwerking met de
Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG). Het
pende onderdelen van deze nota. De bedoeling is na
beperking overstromingen. De maatlat schrijft geen
specifieke maatregelen voor. Daardoor blijft er lokaal ruimte voor maatwerk en krijgen innovatieve en slimme oplossingen alle ruimte.
2021 het Grondwaterconvenant ondertekend. Met het
uitvoeringsagenda moeten hebben.
In de Kamerbrief “Water en bodem sturend” van
november 2022 kondigt het Kabinet aan dat ze meer
rekening wil gaan houden met water en ondergrond
willen we verder kijken dan alleen de fysieke opgaven,
ook de sociale opgaven dagen ons uit. De kunst is beide opgaven te verbinden en koppelkansen te verzilveren.
gaan. Belangrijke uitgangspunten zijn water vasthou-
den waar het valt en minder grondwater onttrekken. In het verlengde wordt binnenkort door gemeentes een droogte-agenda opgesteld.
cipes in de “Verstedelijkingsstrategie Brabant 2040”
ruimtelijke beslissingen.
met deze partners handen en voeten te geven. Daarbij
de steeds erger wordende verdroging tegen te willen
o.a. de VNG, de Vereniging Nederlandse Gemeenten)
bodem beter mee te kunnen wegen in het nemen van
vaststelling van deze koersnota de uitvoering samen
ondertekenen van dit convenant spreken de partijen uit
De provincie past klimaatadaptieve principes toe in
instrumenten ontwikkeld om op lokaal niveau water en
en buiten de organisatie betrokken bij de uiteenlo-
Brabantse waterschappen en ketenpartners hebben in
bij het nemen van beslissingen over de inrichting
van Nederland. In dat kader worden ook (samen met
niveau zijn.
droogte, hitte, biodiversiteit, bodemdaling en gevolg-
Ruimtelijke Adaptatie (DPRA) naar buiten gebracht.
2020 een vastgestelde klimaatadaptatiestrategie en –
ste inzichten die op nationaal, provinciaal en lokaal
We hebben een groot aantal belanghebbenden binnen
en geeft richtlijnen voor de thema’s wateroverlast,
De provincie Noord-Brabant, Brabant Water, alle
In het Deltaplan is afgesproken dat alle gemeentes in
jaren zijn ontwikkeld en maken gebruik van de nieuw-
instrument beschrijft doelen en prestatie-eisen,
Klimaatadaptatie is een belangrijke prioriteit op
landelijk niveau. In 2018 heeft het Rijk het Deltaplan
en provinciaal beleid naar de Osse situatie. We bouwen
ruimtelijke afwegingen en in beleid. Als ontwikkelprinzijn bijvoorbeeld opgenomen ‘bodem en watersysteem als basis voor verstedelijking’ en ‘natuur en landschap groeien mee met verstedelijking’.
3
2. Klimaatadaptatie: noodzakelijke aanpassingen aan een nieuwe werkelijkheid
Door klimaatverandering neemt de kans op schade door
wateroverlast, overstromingen, hitte en droogte toe. Dat levert risico’s op voor de economie, voor onze gezondheid, voor de natuur en voor onze veiligheid. In Oss merken we dat ook.
We ondervinden al langer last van warme en droge periodes
afgewisseld met periodes van extreme neerslag en verhoogde afvoeren via de Maas.
4
H2
Het is belangrijk dat we ons wapenen tegen deze risi-
Risico’s van klimaatverandering voor Oss
van klimaatverandering op te vangen vatten we samen
Wateroverlast
en ondergrondse infrastructuur zoals riolering en
het versterken van de dijken, opvangen van water
Een hevige piekbui van 60 millimeter in een uur leidt
bodemdaling.
co’s. Maatregelen die erop gericht zijn om de gevolgen onder het begrip ‘klimaatadaptatie’. Voorbeelden zijn: na hoosbuien en meer water en groen in steden en
dorpen tegen hitte. Door hier in te investeren willen we dat wonen, werken en recreëren in de gemeente Oss voor iedereen veilig, leefbaar en aantrekkelijk
blijft. We maken onze gemeente, met andere woorden, klimaatrobuust.
2.1 Urgentie
Wateroverlast in de bebouwde kom
in alle bebouwde kommen van onze gemeente tot
nutsvoorzieningen kunnen beschadigd raken door
panden die onderlopen en zorgen zo voor schade en
Hitte
ondergronds afvoeren. Ook daken van bedrijfspanden
Tijdens een hete zomerdag wordt het warm in de
overlast. Zoveel neerslag kunnen we niet met buizen en woningen kunnen bezwijken onder het hoge ge-
wicht van zware neerslag. Zie ook ‘compendium voor de leefomgeving, neerslagextremen 1910-2019’
Hittestress in de bebouwde kom
gemeente Oss. Op plekken met veel verharding, wei-
nig schaduw, groen en water kan dit leiden tot extreme hittestress zoals in het stadcentrum, versteende
wijken en op bedrijventerreinen. Dit leidt tot risico’s
Om na te gaan waar in Oss de grootste risico’s lig-
Overstromingen
zogenaamde stresstest uitgevoerd. Daarmee hebben
jaar heen, omdat de Maas voornamelijk regenwater
Meer kans op berm- en natuurbranden
ken langs de Maas groter. Bij een dijkdoorbraak stroomt
en fauna. Droogte en hitte vormen een bedreiging
gen voor klimaatoverlast is in regionaal verband een
we in beeld gebracht hoe kwetsbaar het grondgebied van Oss is voor extreme neerslag, hitte, droogte en
overstroming, en waar de risico’s het grootst zijn. In
onderstaand kader staan de belangrijkste bevindingen van de stresstest, zie ook bijlage 1.
De rivierafvoer van de Maas fluctueert sterk door het afvoert. Bij extreme regenbuien wordt de druk op de dijhet water door de polder tot aan Den Bosch, en staan
veel dorpen en verschillende wijken in Oss onder water. Hulpdiensten kunnen niet uitrukken
Extreme regenval kan wegen tijdelijk onbegaanbaar maken voor hulpdiensten, zoals brandweer, politie, ambulances en netwerkbeheerders. Juist als je ze nodig hebt!
Droogte
Verzakking van gebouwen, wegen en ondergrondse infrastructuur
voor gezondheid en economie.
De gemeente Oss heeft prachtige gebiedseigen flora doordat de kans op bosbranden toeneemt, bijvoor-
beeld in de Herperduin en de Geffense Bosjes. Maar
ook de kans op bermbranden neemt toe bij aanhou-
dende droogte en hitte (zie ook: natuurbrandsignaal 2023, Nederlands Instituut Publieke Veiligheid). Landbouwgewassen onder druk
Het is goed boeren in onze gemeente. Maar droogte, hitte en extreme neerslag kunnen tot grote schade
leiden aan gewassen. Ook vraagt het beschermen van vee tegen hitte en overstromingen aandacht.
Langdurige droogte kan op de kleigronden langs de
Effecten van hitte op gezondheid
gen woningen en bedrijfsgebouwen. Maar ook wegen
heidsklachten en onder ouderen leidt het tot extra
Maas leiden tot bodemdaling en daarmee verzakkin-
Kwetsbare groepen ondervinden door hitte gezond-
5
H2
Amerikaanse rivierkreeft. Dit verstoort ecosystemen en
2.3 Klimaatadaptatie naast én met andere opgaven
waardoor de kosten voor het beheer toenemen.
waar de gemeente de komende jaren in wil en moet
sterfte. Een ander verschijnsel zijn gezondheidsklach-
Waternavel, Japanse duizendknoop, processierups en
tewater, insectenplagen zoals de eikenprocessierups
verdrijft natuurlijke vijanden. Ingrijpen blijkt vaak nodig
ten als gevolg van hitte, zoals blauwalg in oppervlaken effecten voor mensen die gevoelig zijn voor allergieën zoals een langer pollenseizoen. Natuur en biodiversiteit
Natuur en biodiversiteit komen steeds meer onder druk te staan door droogte en hitte, waardoor ecosystemen
steeds minder goed functioneren. Natuurgebieden als
Herperduin hebben nu al last van verdroging, door aanhoudende droogte verergert dit probleem wat bijvoorbeeld leidt tot boomsterfte. Ook in de bebouwde kom heeft groen last van droogte en neemt afsterven van
groen en bomen toe. Anderzijds doen zich in toenemende mate problemen voor met invasieve exoten, zoals
Economische schade
De diverse effecten van klimaatverandering leiden
direct en indirect tot economische schade. Dit loopt uiteen van directe economische schade als gevolg
van productieverlies (bijvoorbeeld door schade aan gewassen), extra kosten voor het beheer van de
openbare ruimte of scheuren in funderingen. Maar ook indirecte effecten als een minder aantrekkelijk stadscentrum als geval van hittestress en gezondheidsklachten. Zie www.teebstad.nl van het RIVM voor meer voorbeelden.
Creëren van waarde
woningen gelegen in of nabij het groen (< 400 meter)
via crisismanagement, zijn er grote risico’s voor de
gen die dat niet doen1.
Als we ons niet aanpassen en alleen zouden reageren leefbaarheid en de economie. Het gevolg is schade
2.2 Sustainable Development Goals
tiviteit. Daarnaast doen we op dit moment grote
ma Klimaatadaptatie dragen we bij aan de doelen van
investeringen in woningbouw, werkgelegenheid en
energie. We willen voorkomen dat die niet toekomstbestendig zijn. Met investeren in klimaatadaptatie investeren we in behoud van eigendommen en
voorzieningen. Anderzijds creëren we ook waarde:
investeren. We hebben ook opgaven op het gebied van bijvoorbeeld woningbouw, landbouw, mobiliteit en
energie. Klimaatadaptatie is een randvoorwaarde voor een toekomstbestendige leef- en werkomgeving voor onze inwoners en bedrijven. Daarom willen we de
mogelijkheden om klimaatadaptatie mee te koppelen
met andere ruimtelijke transities ten volle benutten. Op die manier zorgen we voor duurzaam ruimtegebruik en dragen de investeringen in klimaatadaptatie tevens bij
aan de ruimtelijke kwaliteit. Naast deze fysieke opgaven zijn er ook een aantal belangrijke sociale opgaven. Waar mogelijk zullen we verbindingen leggen tussen deze
ontwikkelingen zodat we daadwerkelijk samen duurzaam vooruit gaan.
hebben een waarde die 6-8% hoger ligt dan wonin-
aan huizen en gebouwen, uitval van basisvoorzie ningen als nuts en telecom en verlies van produc-
Klimaatadaptatie is niet de enige ruimtelijke opgave
Figuur 2.1: Sustainable goals
Wij zijn een Global Goals gemeente. Met het programklimaatakkoord dat in 2015 gesloten is in Parijs en geven we vooral invulling aan SDG 13: het aanpakken van door mensen veroorzaakte klimaatproblemen. Ook draagt het programma bij aan een aantal andere duurzame ontwikkelingsdoelen.
1 Bron: Financiële instrumenten klimaatadaptief bouwen – Deloitte, 2020
6
3
Afbakening, opgave en doelen
3.1 Scope
Klimaatverandering pakken we zoveel mogelijk aan bij de bron (mitigatie).
Wereldwijd zijn daarover afspraken gemaakt in het Klimaatakkoord van Parijs
(2015). Ook in Oss richten we ons op het zo veel mogelijk beperken van klimaatverandering met maatregelen aan de bron. Dit doen we o.a. met de energieen landbouwtransitie, zodat de uitstoot van CO2 en andere broeikasgassen
vermindert. Daarnaast anticiperen we op de gevolgen van klimaatverandering middels klimaatadaptatie. Deze koersnota richt zich op de tweede lijn: anticiperen op de gevolgen van klimaatverandering. Zie figuur 3.1.
KLIMAATMAATREGELEN BRONmaatregelen om emissie te verminderen
GEVOLGmaatregelen: noodzakelijke aanpassingen
Energietransitie (opweklocaties & opgave bestaande woon- en werkgebieden o.a. programma energie)
Klimaatadaptie
Landbouwtransitie Mobiliteitstransitie
3.1: klimaatmitigatie en klimaatadaptatie
7
H3
3.2 Opgave klimaatadaptatie
We maken onze gemeente tot 2050 in stappen klimaatrobuust. Een klimaatrobuust Oss betekent een dat onze inwoners, bedrijven en de natuur bestand zijn tegen
toenemende weersextremen. We hebben inzicht heb-
ben in de gevolgen en weten die het hoofd bieden door
Waterveiligheid Beschermd tegen overstromingen
met elkaar te werken aan maatregelen om de gevolgen van klimaatverandering tot een acceptabel niveau te
beperken2. We kunnen de gevolgen van frequentere en intensievere regenbuien, langere droge perioden en
warmere dagen en nachten beter opvangen. Daarmee
Wateroverlast Beschermd tegen regen
Verkoeling
Houd het hoofd cool!
maken we onze stad, dorpen en het buitengebied
minder kwetsbaar en tegelijkertijd aantrekkelijker als woon- en leefomgeving.
Robuuste ecosystemen Van stadpark en dorpslein tot buitengebied!
Waterzekerheid Grip op droogte
Deze koersnota benoemd doelen op basis van de kennis en inzichten die nu beschikbaar zijn. Daarbij worden
aannames gedaan wat betreft de snelheid en effecten
van mitigerende maatregelen zoals in de energietransitie en landbouwtransitie worden nagestreefd. Wanneer on-
Figuur 3.2: doelen klimaatadaptatie
of deze maatregelen onvoldoende effect hebben, zullen
3.3 Doelen 2050
In dit hoofdstuk zetten we op een rij welke concrete in-
de doelen ten aanzien van klimaatadaptatie te bereiken.
(waterveiligheid, tegengaan wateroverlast en water-
deze doelen maken we gebruik van landelijke inzichten
voldoende mitigerende maatregelen genomen worden,
aanvullende maatregelen genomen moeten worden om
De doelen uit de koersnota zullen dan ook op enig
moment geëvalueerd worden en zo nodig moeten worden bijgesteld. 2
Onze doelen voor 2050 liggen op het vlak van water zekerheid), verkoeling (tegengaan van hittestress) en robuuste ecosystemen. Zie figuur 3.2: doelen klimaatadaptatie.
vulling we daar aan geven. Voor het kwantificeren van en richtlijnen. Als we deze doelen halen kunnen we
onszelf, op basis van de huidige inzichten in klimaatverandering, klimaatrobuust noemen3.
Dit is de definitie die we ook hanteren in de eerder vastgestelde gebiedsvisies Vitaal Buitengebied, Stedelijk gebied Oss-Berghem en Stadjes en Kernen en die we gaan doorvertalen in de Omgevingsvisie.
3
Hierbij moeten we ons realiseren dat het gaat om ‘klimaatrobuust’ conform de huidige inzichten over klimaatverandering. We herijken deze doelen periodiek, op basis van nieuwe cijfers over klimaatverandering en de gevolgen daarvan.
8
H3
3.3.1 Water
Waterveiligheid
Doel voor 2050:
de Maas. Om het overstromingsrisico – en daarmee het
schermd gebied of door dijkdoorbraken):
We willen beschermd zijn tegen overstromingen van
Bij overstromingen vanuit de Maas (in onbe-
risico op gezondheidsschade en economische schade –
•
Sluiten we aan bij landelijk en provinciaal
•
Houden we bij ruimtelijke inrichting rekening
te beperken, is het nodig om actief bij te dragen aan de dijkversterking. Daarom werken we samen met onze partners onder de noemer ‘Meanderende Maas’ aan
het versterken van het stuk dijk tussen Ravenstein en Lith. Ook voor de gebieden Overlangel-Ravenstein en
Lith-’t Wild zijn projecten gestart. Het waterschap Aa en Maas neemt daar het voortouw in, samen met het Rijk
bij landelijk en provinciaal/waterschapsbeleid op het gebied van waterveiligheid.
met gevolgbeperking van overstroming, met
specifieke aandacht voor vitale en kwetsbare •
(Hoogwaterbeschermingsprogramma - HWBP). Ook na de afronding van deze projecten blijven we aansluiten
beleid voor overstromingen.
functies.
Zijn er voldoende plekken om veilig te schuilen voor mens en dier.
Doel voor 2030: •
In 2034 zijn volgens planning alle dijkverster-
kingen op ons grondgebied (m.u.v. de dijkring
om Keent) gerealiseerd. Al deze dijken voldoen dan aan de hoogwaterveiligheidseisen van de Rijksoverheid voor 2050.
9
H3
Wateroverlast
Klaar voor hevige neerslag - Concreet voor 2050
buien4. Dit neemt in de toekomst alleen maar toe. Bij
voorkomt:
We ondervinden nu al periodes met extreme regen-
Bij een extreme bui, die één keer in de 100 jaar
extreme neerslag zorgen we voor het begaanbaar hou-
•
den van onze hoofdwegen en - routes en voorkomen we uitval van vitale en kwetsbare functies. Ook schade aan
gebouwen willen we voorkomen. Overlast beperken we zoveel mogelijk, maar dit zal in de toekomst vaker voor gaan komen.
Ondervinden gebouwen geen schade.
Daarvoor nemen we de landelijke norm over: bij 0,2m waterdiepte op straat, geen water-
• • •
schade aan gebouwen.
Blijven hoofdwegen en hoofdroutes begaanbaar en veilig
Zijn overige wegen binnen een uur weer toegankelijk voor hulpdiensten
Ondervinden vitale en kwetsbare functies geen schade of uitval
Algemeen: •
•
Hebben nieuwe ontwikkelingen in het ene ge-
bied niet geleid tot afwenteling naar een ander gebied (voorkomen van waterbedeffect)
Accepteren we dat er wat vaker en langer
water op straat zal staan en dat er enige wa-
teroverlast is waartegen we ons niet kunnen
beschermen ten gevolge van onredelijke kosten en/of techniek.
4 De doelen die we hanteren zijn gebaseerd op het Nationaal Bestuursakkoord Water. Voor de omvang van de piekbuien gebruiken we de klimaatscenario’s van het KNMI. Deze worden periodiek bijgesteld op basis van geactualiseerde prognoses over de gevolgen van klimaatverandering. Bij de stresstesten in 2018 hebben we aangenomen dat een bui die één keer in de 100 jaar voorkomt kort en hevig of langdurig kan zijn: 60 mm in een uur of 90 mm in 3 dagen.
10
H3
Droogte
Grip op droogte - Concreet voor 2050
problemen. Droogte zal vaker voorkomen door het
•
Naast te veel water, zorgt ook te weinig water voor veranderende klimaat. Om schade (bijvoorbeeld aan
wegen, gebouwen, gewassen en natuur) als gevolg van
Bij droogte door 300 mm neerslagtekort*:
droogte te voorkomen, is het nodig om water langer
•
met drinkwater, om te zorgen dat er ook in de toekomst
•
keursvolgorde: benutten en besparen – vasthouden en
•
vast te houden. Daarnaast moeten we zuiniger omgaan voldoende drinkwater zal zijn. We hanteren de voorinfiltreren – bergen – afvoeren.
Voorkomen we structurele schade aan bebouwing, funderingen, wegen, groen, water en vitale of kwetsbare functies
Blijft schade van bosbranden beperkt en beheersbaar
Blijft economische schade, bijvoorbeeld aan landbouwgewassen, beperkt
Is de biodiversiteit en de weerbaarheid van
ecosystemen tegen droogte aanzienlijk versterkt en is er balans tussen soorten
Algemeen: •
Zijn we zuinig met het beschikbare drinkwater
* in de laatste 5 jaar was het neerslagtekort als volgt:
2018 2019 2020 2021 2022
296 mm 160 mm 209 mm 70 mm 223 mm
11
H3
3.3.2 Verkoeling: tegengaan hittestress
We zijn nog geen hittebestendige stad. Plekken met
Hinder van hitte voorkomen en beperken Concreet voor 2050
veel verharding en weinig groen warmen extra snel op
•
Bij hitte van een 1:1000 zomerdagen en bij een
van hitte5 gebeurt dat bijvoorbeeld in het stadscentrum
•
Beperken we ernstige overlast bij kwetsbare
en houden de hitte langer vast. Tijdens langere periodes en op bedrijventerreinen. Het is dan niet meer prettig om buiten te zijn.
•
gebruik van (drink)water en elektriciteit (bijv. airco’s).
•
Kwetsbare groepen ondervinden gezondheidsklachten
groepen (ouderen, zieken, kinderen) en kwets-
bare locaties (verpleeghuizen, gezondheidscen-
Thuis en op het werk zie je ook effecten van hitte: slecht slapen, een lagere arbeidsproductiviteit, overmatig
hittegolf:
tra, kinderopvang, scholen)
Voorkomen we schade aan vitale functies (nutsvoorzieningen, installaties).
Vinden mens en dier verkoeling. Hiervoor zijn belangrijk:
en onder ouderen leidt hitte tot extra sterfte. De schade
-
Het realiseren van groene koeltestructu-
aan schade aan wegen, sporen of installaties.
-
Het realiseren van koelteplekken op
door hitte kan ook van materiële aard zijn. Denk hierbij
Om overlast te voorkomen is het belangrijk om met
ling : koele omgeving – warmte weren – passief koelen 6
– actief koelen.
loopafstand. Iedereen kan vanuit huis
binnen 300 meter een aangename koel-
voldoende schaduw en verdamping te zorgen voor
verkoeling. Koelen in huis gaat via de ladder van verkoe-
ren bij belangrijke loop- en fietsroutes
teplek vinden, conform de norm van de -
Wereldgezondheidsorganisatie.
Het minimaliseren van verharding.
Bij materiaalkeuze rekening houden met
hoeveel warmte het vasthoudt (vuistregel: hoe donkerder hoe warmer).
5
Bij de stresstesten in 2018 zijn we uitgegaan van een hitte van 1:1000 zomerdagen, met als referentie-dag 1 juli 2015. Het werd toen zo’n 33 graden in de Bilt.
6 Deze is ontwikkeld door OSKA (Overleg Standaarden Klimaatadaptatie).
12
H3
3.3.3 Robuuste en adaptieve ecosystemen
Biodiversiteit herstellen - Concreet voor 2050
ons als mensen, maar ook op de natuur. Andersom kan
buitengebied tot stadspark, en:
Klimaatverandering heeft een negatieve impact op
In 2050 is de gemeente Oss natuurinclusief van het
meer groen juist een bijdrage leveren aan het tegen-
•
gaan van klimaatverandering (bijvoorbeeld door het vastleggen van CO2) én aan het verminderen van de negatieve gevolgen van klimaatverandering.
Robuuste en adaptieve ecosystemen zijn dan ook van
essentieel belang voor behoud van de kwaliteit van de
•
Zijn groenblauwe structuren in de stad ver-
bonden met elkaar en met die in het buitengebied voor zowel mens als dier.
Is de soortenrijkdom in Oss niet verder afgenomen maar juist versterkt.
leefomgeving bij een veranderend klimaat. Dat geldt
de natuurgebieden in het buitengebied, voor de groene
plekken binnen de bebouwde kom, maar ook bedrijventerreinen en agrarisch gebied. Een gezonde bodem die daardoor water beter kan vasthouden is hier een goed voorbeeld van, maar ook de verkoelende werking van
bomen. Daarom zijn robuuste ecosystemen een belangrijk onderdeel van onze aanpak klimaatadaptatie.
Het robuuster en adaptiever maken van onze omgeving kunnen we bereiken door bestaande natuurgebieden
beter met elkaar te verbinden, door in die gebieden de biodiversiteit (soortenrijkdom) te herstellen en met
beplanting te anticiperen op de veranderende omstandigheden in een bepaald gebied.
De basis voor een robuust en adaptief ecosysteem is in veel gebieden in onze gemeente al aanwezig. Het ver-
sterken van deze ecosystemen en vooral het verbinden
ervan, is nodig om de gevolgen van klimaatverandering te dempen en op te vangen.
13
H3
3.4 Doelen 2030
Me de doelen in deze koersnota zetten we een stip aan de horizon voor 2050. We hebben ook tussendoelen
geformuleerd voor 2030, zodat we stapsgewijs de am-
Doelen 2050
Doelen 2030
bities verwezenlijken. In figuur 3.3. is deze doorvertaling uitgewerkt; in bijlage 3 is dit nader uitgewerkt.
Figuur 3.3 Samenvatting van de doelen voor 2050 en de doorvertaling naar 2030
Robuuste ecosystemen
Waterveiligheid
Wateroverlast
Waterzekerheid
Verkoeling
Bij een overstroming: - Voldoende schuilplekken voor mens en dier Algemeen: - We voldoen aan landelijk en provinciaal beleid voor overstromingen. - Rekening houden met gevolgbeperking bij ruimtelijke ordering en inrichting
Bij een bui van 1:100 jaar: - Geen schade aan panden - Hoofdwegen begaanbaar voor calamiteitenverkeer, overige wegen binnen een uur weer toegankelijk - Geen uitval van vitale infrastructuur Algemeen: - Niet afwentelen bij nieuwe ontwikkeling - We accepteren wat vaker water op straat
Bij droogte door 300mm neerslagtekort: - Geen structurele schade aan bebouwing, wegen, groen, water, vitale en kwetsbare functies - Beperkte economische schade, zoals aan landbouwgewassen Algemeen: - We zijn zuinig met drinkwater
Bij een hitte van 1:1000 zomerdagen en hittegolf: - Beperken we ernstige overlast bij kwetsbare groepen en locaties - Geen schade aan vitale infrastructuur - Vinden mens en dier verkoeling: - Koele plek op loopafstand - Minimaal verharden - Materiaalkeuze
In 2050 is de gemeente Oss natuurinclusief van het buitengebied tot de voordeur, en: - Zijn groenblauwe structuren in de stad verbonden met elkaar en met het buitengebied. - Is de soortenrijkdom in Oss niet verder afgenomen, maar juist versterkt.
In 2034 zijn alle dijkversterkingsprojecten gerealiseerd.
In 2030 zijn alle knelpunten met hoge prioriteit aangepakt en er is onderzocht bij gemiddelde prioriteit wat er moet gebeuren.
In 2030 is het grondwaterpeil aangevuld om beter tegen droogte bestand te zijn (orde grootte +10 cm in de polder tot +35 cm in Herperduin)
In 2030 hebben we op één industrieterrein en in twee wijken ‘hitte hotspots’ aangepakt. Bij overige knelpunten is uitgezocht wat er moet gebeuren.
In 2030 hebben we een plan voor het versterken van groenblauwe structuren en gebiedseigen biodiversiteit in stedelijk én landelijk gebied. De eerste projecten zijn afgerond.
Huidige situatie
14
4. Werkwijze
Integrale aanpak
In Oss hebben we veel verschillende ruimtelijke opgaves die de komende jaren
allemaal aandacht verdienen. Met de maatregelen die we treffen voor klimaatadap-
tatie willen we andere opgaves op het gebied van wonen, verstedelijking, mobiliteit, openbare ruimte, recreatie, gezondheid, natuur, de landbouw- en energietransitie
zoveel mogelijk versterken. Dat doen we door te kiezen voor een integrale aanpak in
de uitvoering. Zo zorgen we voor een toekomstbestendige en aangename leefomge-
ving. We werken via een gebiedsgerichte en samenhangende aanpak en zetten onze middelen in samenhang en waar mogelijk gebundeld in.
15
H4
Natuurlijk meebewegen
ondersteunen. Om de doelen van klimaatadaptatie te
Samenwerking met partners is belangrijk, maar kan
ingezet op natuurlijk meebewegen door vergroenen
succes te boeken.
als gemeente hebben. Ook in onze eigen opgaven zullen
Voor het realiseren van klimaatadaptatie kan worden (andere beplanting, natuurlijke waterbuffers, minder
behalen, is samenwerking dan ook een voorwaarde om
verharding) of op technologisch aanpassen met hulp
Onze inwoners en bedrijven spelen een belangrijke rol,
niek, fundering en afwatering van infrastructuur, etc.
zoals het vergroenen van tuinen en bedrijventerreinen
van infiltratietechnieken, materiaalsoorten, koeltech-
In Oss hanteren we natuurlijk meebewegen als
bijvoorbeeld in het mee-ontwikkelen van oplossingen en het opvangen van regenwater.
uitgangspunt; de wijk Piekenhoef is daar een goed
Maatschappelijke partners zijn onder andere de
singen waar dat nodig is. Natuurlijk meebewegen is
GGD en nutspartijen. Maar ook verenigingen als
voorbeeld van. We vullen aan met technologische oplosop de lange termijn goedkoper en duurzamer. Andere manieren van inrichting van de openbare ruimte –
zoals verharding achterwege laten – kan al direct effect hebben. Natuurlijk meebewegen heeft vaak positieve
neveneffecten omdat het naast klimaatadaptatie ook goed is voor bijvoorbeeld gezondheid, het woon- en
leefklimaat en biodiversiteit. Tegelijkertijd vraagt het
over het algemeen meer fysieke ruimte en die is niet op
alle plekken beschikbaar. Daarom zetten we waar nodig ook technologische oplossingen in.
Samen met inwoners, bedrijven en partners
Klimaatverandering is een gemeenschappelijk pro-
bleem en het raakt iedereen. Als gemeente hebben we een gedeelte van alle gronden in bezit, de rest is in het bezit van inwoners, bedrijven en maatschappelijke in-
stellingen of verenigingen. Als gemeentelijke overheid kunnen we zelf initiatieven nemen, maar ook partijen
niet los gezien worden van de voorbeeldfunctie die we we zichtbaar maken dat klimaatadaptatie een priori-
taire opgave is waar we onze schouders onder zetten.
Dat beperkt zich niet tot de inrichting van de openbare
ruimte, maar strekt ook zich uit naar het beheer van die openbare ruimte en de wijze waarop we ons maatschappelijk vastgoed realiseren en beheren.
provincie Noord Brabant, Waterschap Aa en Maas,
Na vaststelling van deze koersnota stellen we een uit-
Natuurmonumenten, VNO/NCW, ZLTO en Stichting
ode 2024-2027 worden uitgewerkt. Een eerste voorzet is
Stadse boeren. Daarnaast werken we samen binnen
Regio Noordoost Brabant (RNOB) en de watersamen-
voeringsplan op waarin de concrete acties voor de peritoegevoegd in bijlage 3.
werking “AS50+”. Bijvoorbeeld door slimme oplossingen te delen en gezamenlijk subsidie aan te vragen
voor projecten. Ook partners als woningcorporaties en natuurorganisaties zijn onmisbaar, bijvoorbeeld voor het realiseren van toekomstbestendige woningen en wijken, en voor een robuuste natuur.
Daarnaast is het belangrijk dat we als samenleving leren accepteren dat niet alle gevolgen van klimaatverandering kunnen worden opgevangen en dat we daar mee
moeten leren leven. Als burgers en als maatschappelijke instellingen moeten we daarom, net als onze omgeving,
weerbaarder worden. Aanpakken waar het kan en accepteren waar het moet, helder communiceren over risico’s en hulp organiseren om schade te beperken.
16
5
Organisatie, financiën en risico’s
We werken met een programmateam dat zorgt voor de ontwikkeling van een aantal producten en dat kennis
en expertise over klimaatadaptatie inbrengt in (andere)
gemeentelijke programma’s, beleid en projecten. Dit team heeft ook contact met partners buiten de gemeente en
ontwikkelt producten met en voor onze inwoners. Om de rol die we als gemeente hebben nader te duiden lichten
we hieronder onze verschillend/e rollen toe met een aantal
voorbeelden. Vervolgens gaan we in op de manier waarop we ons programma willen financieren en welke risico’s er zijn.
17
H5
5.1 Rol van de gemeente in klimaatadaptatie
Presterende overheid: gemeente aan zet
regelen kunnen daarmee goed worden gecombineerd.
adaptatie verschillende rollen. Zo zijn we zelf aan zet
in binnen de projecten en programma’s waarin we zelf
aan het roer staan en locaties en objecten die we zelf als
openbare ruimte haken we waar mogelijk aan bij de
De gemeente speelt in de opgaven rondom klimaat-
waar het de (her)inrichting van onze eigen openbare
ruimte betreft (presterend) en zijn we responsief (vol-
gend) en samenwerkend bij initiatieven vanuit andere partijen. Ook hebben we op sommige onderdelen een kaderstellende en controlerende taak. In onderstaand schema staan de verschillende rollen weergegeven.
Figuur 5.1: rollen van de overheid
De rol van presterende overheid vullen we voornamelijk
gemeentelijke overheid beheren. We hanteren daar-
bij een integrale aanpak en proberen zoveel mogelijk ‘werk-met-werk’ te maken. De komende decennia
spelen immers ook andere grote ruimtelijke opgaven,
zoals nieuwbouw, groot onderhoud aan gebouwen, de
energietransitie en de transitie naar een circulaire eco-
nomie. Het uitvoeren van deze opgaven betekent dat op
allerlei plekken de stad de komende decennia veelvuldig op de schop gaat. Groene en klimaatadaptieve maat-
Voor aanpassingen aan wegen en in de bestaande
geplande onderhouds- en vervangingswerkzaamheden en we leveren kennis en expertise in gebiedsontwikke-
lingsprojecten en voor nieuwbouw en renovatie, zodat daar meteen de noodzakelijke maatregelen worden
doorgevoerd. Door te koppelen aan deze opgaven be-
sparen we tijd in de uitvoering en minimaliseren we de overlast voor de stad.
Samenwerking
We kunnen niet alles zelf als gemeente en vaak is het
efficiënter en effectiever om gezamenlijk op te trekken met mede-overheden en maatschappelijke partners.
Zo werken we bijvoorbeeld samen binnen de “water-
samenwerking As50+”, met de gemeenten Bernheze,
Boekel, Maashorst, Meierijstad, het waterschap Aa en Maas en waterbedrijf Brabant Water. Deze watersa-
menwerking is aangewezen als ‘DPRA-regio’ (DeltaPlan Ruimtelijke Adaptatie – regio) en kan zo provinciale en nationale subsidies en impulsregelingen ten behoeve van klimaatadaptatie benutten.
Ook de regio Noordoost Brabant (RNOB) is belangrijk. Op dit niveau voeren we de regionale stresstesten uit en voeren we risicodialogen met stakeholders
die betrokken zijn bij de effecten van klimaatverandering die gemeentegrenzen overschrijden. Denk
aan de Veiligheidsregio, ZLTO, nutsbedrijven, GGD, provincie, terreinbeherende organisaties zoals
18
H5
Natuurmonumenten en Staatsbosbeheer en de
lat “groene en klimaatadaptieve gebouwde omgeving”
Ook de komende jaren zijn er mogelijkheden om
een vervolg in 2024. We participeren tevens in de
(huidige) eis voor waterberging op eigen terrein als er
aard zoveel mogelijk zullen benutten.
Brabantse Milieufederatie. Deze initiatieven krijgen “Kopgroep Klimaatadaptatie” en de “Kopgroep Natuur en Landschap” van de RNOB.
Een andere samenwerkingsvorm is het project ‘Grote
Oogst’, waarbij provincie, gemeente en het bedrijfsleven
op bedrijventerrein Moleneind samenwerken aan het ver-
duurzamen en toekomstbestendig maken van het terrein. Een van de drie prioritaire thema’s is daarbij klimaat-
adaptatie en vergroenen. Dit versteende gebied, nabij/in
het centrum van Oss, warmt op warme dagen veel sterker op dan zijn omgeving. Daarnaast zijn er aflopend naar
het noordwesten ook wat wateroverlastproblemen. Daar gaan we samen met het bedrijfsleven wat aan doen.
Responsief
Gelukkig zijn we als gemeente niet de enige partij die
initiatieven neemt voor klimaatadaptatie. Zo nemen Rijk en Waterschap bijvoorbeeld het voortouw als het gaat
om de dijkversterking, en werken we daar als gemeente
vertalen naar de Osse situatie. Een ander voorbeeld is de door een nieuwe ontwikkeling extra verharding optreedt.
5.2 Financiering
Door klimaatadaptatie mee te koppelen met andere
prioritaire opgaven en door werk-met-werk te maken
als het gaat om het aanpakken van klimaatknelpunten kunnen we in de financiering ook ‘meeliften’ met deze programma’s en projecten. Het grootste deel van de
maatregelen wordt daarom gefinancierd als onderdeel van ‘andere’ programma’s en projecten.
Daarnaast maken we gebruik van landelijke en provinciale regelingen die bedoeld zijn om gemeenten te
helpen om een klimaatrobuuste omgeving te creëren. Denk aan de versterking van de Maasdijken, die gefinancierd wordt vanuit het
Hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP) en het waterschap, of de Impulsregeling Klimaatadaptatie.
gebruik te maken van dit soort regelingen, die we uiter-
Aanvullend is er door de gemeenteraad een ‘reserve
Klimaatadaptatie’ gecreëerd, die we willen inzetten om een aantal producten te ontwikkelen (zoals de maat-
lat groene en klimaatadaptieve gebouwde omgeving en een plan voor robuuste ecosystemen), bewoners
en ondernemers te stimuleren om klimaatadaptieve
maatregelen te nemen en om waar nodig de transitie te versnellen. Ook is er een aparte reserve gecreëerd voor de dijkversterking en willen we de middelen uit het
Groenfonds landelijk gebied mede inzetten voor groene klimaatadaptieve maatregelen. In figuur 5.2 hieronder is dit schematisch weergegeven.
Middelen die we rechtstreeks koppelen aan het programma Klimaatadaptatie
Figuur 5.2: Overzicht van bekostiging klimaatadaptieve maatregelen in Oss
aan mee. Ook onze inwoners en bedrijven nemen initiatieven, zoals recent het initiatief van een aantal ondernemers voor de aanleg van het “Bos van Oss”. Dit zijn
initiatieven die we als gemeente graag ondersteunen.
Rechtmatig
Tenslotte wordt van ons als gemeente ook verwacht dat
Reserve dijkversterking ₠2,6 miljoen
Reserve klimaatadaptie ₠1,5 miljoen
Groenfond landelijk gebied
we kaders stellen en controleren. Partners zoals wo-
ningcorporaties vinden het prettig als we als gemeente
aangeven wat onze verwachtingen zijn als het gaat over klimaatadaptatie. Daartoe gaan we de landelijk maat-
19
•
H5
Onze eigen stresstesten en risicodialogen gaan
we periodiek (elke zes jaar) herhalen. Zo kunnen
we bijhouden waar we goed mee bezig zijn, en op
welke thema’s of plekken een tandje extra nodig is. Voor dit werkveld vol onzekerheden werkt een adaptieve aanpak het beste. We zetten de stip op de horizon
(vooralsnog) vast en geven aan welke stappen we gaan zetten om daar te komen. Dit in de wetenschap dat we dit periodiek moeten herijken.
Met deze koersnota wordt een daadkrachtige aanpak
voorgesteld om de uitdagingen die klimaatverandering meebrengt aan te gaan. Een aanpak waarbij we antici-
peren op veranderingen en waarbij we waarde creëren
door de leefomgeving van onze inwoners te verbeteren. Figuur 5.3: Overzicht projectgewijze en overige middelen
worden op basis van wetenschappelijk onderzoek
Bovenstaande middelen zetten we projectgewijs of in de rest van de organisatie voor klimaatadapatieve doelen.
5.3 Risico’s
periodiek herzien. Zo verschijnen er eind 2023 nieu•
Met deze koersnota stellen we de lange termijn doelen
die we hebben voor klimaatadaptatie vast. Dit doen we in de wetenschap dat het werkveld van klimaatadaptatie sterk in beweging is. Een aantal oorzaken achter die dynamiek is: •
Inzichten in wat klimaatverandering precies betekent, worden nog steeds onderzocht en bijgesteld op basis van nieuwe inzichten. Wij gaan uit van
de ‘klimaatscenario’s’ van het KNMI uit 2014. Deze
we scenario’s.
We weten al dat we steeds vaker te maken gaan krijgen met extremer en slechter te voorspellen
weer door klimaatverandering. Dit speelt ook al in •
de periode tot 2050.
We hebben te maken met Europees, landelijk en provinciaal beleid dat nog in ontwikkeling
is. Dat geldt ook voor de middelen die vanuit de
Rijksoverheid en de Provincie Noord-Brabant be-
schikbaar worden gesteld. Vooralsnog is het beleid weinig dwingend, maar mogelijk komt er wel dwingender regelgeving aan.
20
BIJLAGE 1 Inventarisatie knelpunten uit de stresstest Wat kenmerkt de gemeente Oss?
Typerend voor onze gemeente is de cultuur van gemeen-
belangrijkste effecten. We beschouwen het hele gebied
bebouwde kommen variërend van de middelgrote stad
samen aan de slag, sociaal en veerkrachtig. Met deze
men, met als redenen dat de urgentie er hoger is voor de
ook met betrekking tot het veranderend klimaat.
is een bewuste keuze in focus geweest voor dit plan en is
Onze gemeente is een veelzijdige gemeente, met
Oss, vestingstadjes en grotere dorpen tot kleine dorpen. Daarnaast kent de gemeente een groot buitengebied met de Maas, natuur en veel agrarisch gebied. Het
landschap van de gemeente wordt gekenmerkt door dekzand, polders en het Maasgebied (Figuur 1).
Figuur 1 Verdeling gemeente Oss in landschapstypen (Bron: Routekaart Groen, Blauw & Natuur, 2017)
schapszin en ondernemerschap: handen uit de mouwen, Osse instelling willen we kansen zien én kansen pakken,
We hebben in 2018 met behulp van klimaatstresstesten
met daarin het stedelijk gebied en alle bebouwde kom-
gemeente, en er meer informatie over beschikbaar is. Dit afgestemd met het waterschap.
in beeld gebracht wat de te verwachten effecten van een
Effecten van hevige neerslag
zen. We omschrijven per klimaatthema (hevige neerslag,
We beschouwen de stresstestresultaten van een hevige
veranderend klimaat zijn binnen onze gemeentegren-
extreme hitte, langdurige droogte en overstromingen) de
Maasgebied
Bui van 60 millimeter in een uur
korte bui van 60 millimeter in een uur als één van de graadmeters voor de robuustheid van het bebouwde gebied (ca. kans van eens per 100 jaar) (Figuur 2). Of
schade ontstaat hangt ervan af wáár en hoe lang het water blijft staan. In een park of lagergelegen groen-
strook leidt dit in het algemeen niet tot overlast of schade. Op een doorgaande weg kan dat tot overlast, hinder of schade leiden. Wanneer water panden binnentreedt, leidt dit nagenoeg altijd tot schade. De doorvertaling
naar kwetsbare panden (Figuur 3) en kwetsbare wegen (Figuur 4) is daarom een zeer relevante.
Polder
Dekzand Stad & Dorp 21
B1
bui is “te groot voor de buis”
Een voorbeeld: Stel dat in Oss een extreme bui valt van 60 millimeter (6 cm) in een uur. Zo’n 20 millimeter kan snel in de riolering worden opgevangen en afgevoerd. Het grootste deel van het regenwater moet simpelweg
“wachten” op de plek waar het valt of verzamelt, totdat het andere water is weggepompt. En dat wegpompen kost nu eenmaal tijd. We hanteren landelijk richtlijnen voor de benodigde capaciteiten. Een rioleringspomp voert 1 millimeter per uur af; ook al zouden we de capaciteit fors vergroten, dan nog zal bij een extreme bui aanvullende waterberging nodig zijn.
Figuur 2 Waterdiepte bij een bui van 60 millimeter in een uur (ca. kans van eens per 100 jaar).
22
B1
Figuur 3 Risico’s op wateroverlast in panden bij een bui van 60 millimeter in een uur.
Lith en Lithoijen
Megen, Macharen
Vorstengraf
Geffen
Ravenstein, Herpen, Overlangel
Maren-Kessel
23
B1
De volgende zaken vielen op bij kwetsbaarheid van pan-
•
In Berghem zijn woningen rondom de
•
de N329 bij de onderdoorgangen van het spoor en
•
In Herpen en Overlangel lijkt de mogelijke water-
•
In Lith geldt dit voor de pastoor van Haperstraat en
•
Dit geldt ook voor de onderdoorgang bij het spoor
•
In Megen, Macharen en Haren zijn nauwelijks
•
In Ravenstein is risico op wateroverlast in wo-
•
den (kans op binnentreden water in panden):
• •
overlast veelal beperkt tot de achtertuinen. risico’s op wateroverlast.
In de stad Oss is de buurt Kortfoort gevoelig voor wateroverlast
Ook op de industrieterreinen vinden een aantal kwetsbare panden
Zevenbergseweg kwetsbaar. Meester van Coothstraat.
ningen langs de Paltszstraat, Drossaardstraat en Nieuwstraat/Fabriekstraat.
Kwetsbare wegen voor wateroverlast die naar voren komen uit de stresstest zijn:
•
kruising.
van de Dorpenweg.
Een aantal andere wegen in bebouwd gebied zijn
ook kwetsbaar voor wateroverlast, zoals in de buurt Kortfoort.
In het buitengebied ligt ook een aantal kwetsbare wegen zoals de Megensebaan ten noorden van
Oss, vanwege het aflopende wegdek in noordelijke richting.
In totaal kwamen uit de stresstest meer dan zes-
tig knelpunten, variërend in grootte en prioriteit. De totale lijst diende als input voor het Water en
Rioleringsprogramma dat eind 2022 is vastgesteld door de gemeenteraad. Sommige knelpunten zijn inmiddels al aangepakt. Voor andere knelpunten is de uitvoering in volle gang, of zijn onderzoeken gestart.
Landelijk gebied:
Er is geen stresstest voor het klimaat in 2050 uitgevoerd voor langdurige buien in landelijk gebied. Daardoor zijn mogelijke knelpunten door langdurige klimaatbuien in de gemeente Oss onbekend. De best beschikbare infor-
matie op dit moment zijn de resultaten van een analyse voor de NBW-toetsing van Waterschap Aa en Maas op
wateroverlast bij een bui van 90 millimeter in 3 dagen, die een herhalingskans van eens in de 100 jaar heeft in het huidige klimaat. Hieruit komen geen knelpunten naar voren. Figuur 4 Risico’s op onbegaanbare wegen bij een bui van 60 millimeter in een uur.
24
B1
Effecten van extreme hitte
Extreme hitte kan een incidentele dag zijn met een
extreem hoge luchttemperatuur (boven de 35 graden
Figuur 5 Gevoelstemperatuur op een dag die statistisch gezien 1:1000 zomerdagen voorkomt (referentiedag is 1 juli 2015), volgens de landelijk vastgestelde methodiek Physical Equivalent Temperature (PET) van Wageningen Universiteit. Onder: op bedrijventerreinen ontstaat op hete zomerdagen relatief de hoogste gevoelstemperatuur
Celsius), vaak in combinatie met meerdere warme of
tropische dagen (een hittegolf = minimaal 5 zomerse
dagen met temperatuur van 25,0 °C of hoger, waarvan er minimaal drie tropisch, 30,0 °C of hoger zijn). De
toenemende verstening van de openbare ruimte, be-
drijfspercelen en tuinen van particulieren, ten koste van groene ruimte in bebouwd gebied draagt bij aan meer zogenaamde ‘hittestress’.
In Figuur 5 is de gevoelstemperatuur voor gemeente
Oss weergegeven. Deze kaart is gebaseerd op de luchttemperatuur, warmtestraling, schaduw en verkoeling van groen en geeft een indicatie waar de hitte het meest gevoeld wordt door mens en dier. In Figuur 5 vielen de volgende zaken op: •
•
In de (woon)buurten Centrum, en de
Verzetsheldenbuurt I en II zijn weinig groene aders
Oss
Ravenstein
of verkoeling anderszins aanwezig.
Buurten waar relatief meer plekken van verkoeling te vinden zijn, zijn de buurten in het oosten en
zuiden van de stad Oss, in het oosten van Geffen en • • •
in de overige dorpen.
De bedrijventerreinen vallen op door de relatief hogere gevoelstemperaturen.
Het opwarmende effect van de kunstvoetbalvelden valt op.
Het overwegend geeloranje kleurende open
De GGD heeft in kaart gebracht waar hittestress op-
gelijkbare inventarisatie gedaan, zie volgende pagina.
gehouden. Op hete dagen kan vee bij gebrek aan
namelijk een gezondheidsrisico. Een samenwerking van
lokaal hitteplan.
landschap in het poldergebied, waar veel vee wordt schaduw hittestress ervaren.
treedt en waar mensen relatief eenzaam zijn. Dit vormt CAS, Tauw en Klimaatverbond Nederland heeft een ver-
Dergelijke informatie vormt bruikbare input voor een
25
B1
Hitte- en eenzaamheidskaart Oss Door klimaatverandering neemt het aantal zomerse en tropische dagen toe. De zomer van 2018 was de warmste in de afgelopen eeuwen en de zomer van 2019 kende de heetste week ooit: het werd voor het eerst warmer dan 40 graden. Op zulke warme dagen kunnen mensen last krijgen van hittestress. In de stad geldt dat vooral voor eenzame ouderen. Deze hitte- en eenzaamheidskaart laat zien waar de risico’s op hittestress het grootst zijn.
Waar is het heet?
Hittekaart gevoelstemperatuur
Deze kaart toont de gevoelstemperatuur buiten tijdens een hete zomermiddag. Als de gevoelstemperatuur te hoog is, krijgen mensen last van hittestress. De omgeving speelt een belangrijke rol voor de gevoelstemperatuur: In de schaduw van gebouwen en bomen is de gevoelstemperatuur lager dan in de volle zon. En in open gebieden koelt de wind. Dit zie je terug in de kaart.
Wat is hittestress? Bij hittestress kan je lichaam zichzelf niet goed afkoelen. Dat kan verschillende gevolgen hebben: huiduitslag, krampen, ververmoeidheid, agressief gedrag, beroertes, nierfalen, ademhalingsproblemen. In het ergste geval kun je er zelfs aan doodgaan.
Wat laat de kaart zien? De hitte- en eenzaamheidskaart laat zien waar de risico’s op hittestress bij eenzame ouderen het grootst zijn. De kaart is een combinatie van een hittekaart en een eenzaamheidskaart. Er is gekozen voor ernstig eenzame ouderen van 75-plus omdat deze groep het meeste risico loopt. Het dorstgevoel van ouderen is verminderd, waardoor ze minder drinken en verhitting en uitdroging op de loer liggen. Andere kwetsbare groepen voor hitte zijn baby’s, mensen met overgewicht en chronisch zieken.
Hittestress + Eenzaamheid = Gezondheidsrisico ouderen
Bron: KEA, 2020
Waar wonen ernstig eenzame 75-plussers?
Dichtheid ernstig eenzame 75-plussers
Deze kaart laat zien in welke buurten relatief veel ernstig eenzame 75-plussers wonen. De kaart maakt geen onderscheid tussen ouderen die thuis wonen of in een zorginstelling verblijven. De data achter deze kaart zijn ontwikkeld door het RIVM. Ze geven een schatting per buurt op basis van een modelberekening.
!
860
Ernstig eenzame 75-plussers gemeente Oss
Bron: RIVM, 2016
Laag
Redelijk hoog
Hoog
<10 / km²
10 - 50 km²
> 50 km²
26
B1
Hitte- en eenzaamheidskaart
Waar is het meeste risico op hittestress?
Deze kaart combineert de eerste twee kaarten op buurt niveau. Hierop zie je in een oogopslag waar hitte en eenzaamheid samenkomen en tot risico’s kunnen leiden bij hittegolven. Gemeenten kunnen deze kaart gebruiken bij risicodialogen.
Wat kun je met deze kaart? Gemeenten kunnen deze kaart gebruiken bij risicodialogen. De kaart helpt bij het bepalen waar de risico’s op hittestress het grootst zijn. Beleidsmedewerkers in het fysieke en sociale domein kunnen zo makkelijker met elkaar in gesprek gaan over de aanpak van de risico’s en beter met elkaar samenwerken.
Een slag dieper? Op gemeentelijk niveau zijn vaak meer gegevens beschikbaar dan in deze kaart zijn gebruikt. Denk hierbij aan gedetailleerdere hittestresskaarten als resultaat van een klimaatstresstest, gegevens over woningtype of gegevens over locaties van zorginstellingen. Het gebruik van deze lokale gegevens levert een diepere analyse op.
Let op!
Gemiddelde gevoelstemperatuur hete zomerdag per buurt lichte hittestress
matige hittestress
grote hittestress
extreme hittestress
Dichtheid ernstig eenzame 75-plussers Laag <10 / km²
Redelijk hoog 10-50 / km²
Hoog >50 / km²
De kaarten geven geen volledig beeld. Houd rekening met het volgende: - De kaart maakt geen onderscheid tussen ernstig eenzame ouderen die thuis wonen of in een zorginstelling verblijven. Ouderen in een zorginstelling lopen minder risico, omdat daar een hitteprotocol is. - De kaart geeft de dichtheid van ernstig eenzame ouderen weer. In een kleine buurt met een hoge dichtheid kan het absolute aantal ernstig eenzame ouderen lager liggen dan een grotere buurt met een lagere dichtheid. - Op de kaart wordt ingezoomd op de 'stedelijke' buurten in de gemeente. Buurten met minder dan 500 adressen per km2 worden niet getoond. Colofon:
Dit is een samenwerkingsproduct van Climate Adaptation Services, TAUW en Klimaatverbond Nederland, mogelijk gemaakt door de VNG, provincie Overijssel en Provincie Zuid-Holland.
27
B1
Effecten van langdurige droogte
Voor het thema langdurige droogte vielen de volgende
en in 2019, vaker gaan voorkomen. Het grondwater
•
De verwachting is dat de droge zomers, zoals in 2018 zakt dieper weg, want het wordt onvoldoende aange-
zaken op:
vuld met regenwater. Ook omdat er weinig organische
sterven mogelijk zelfs. Dit betekent ook een
bodem laag en wordt ook als het regent het grondwater
toenemend risico op bosbranden in Herperduin en
niet optimaal aangevuld.
negatieve effecten op de gezondheid van mens en dier.
mogelijk verlies van gebiedseigen flora en fauna •
Allereerst is het slecht voor de waterkwaliteit in het
oppervlaktewater. Warm water met weinig doorstroom leidt tot vissterfte, botulisme en blauwalgen, wat weer
gevolgen heeft voor de biodiversiteit. Ten tweede wordt tijdens droge periode de lucht onvoldoende ‘schoongespoeld’ door regen. Dit heeft een directe impact op de volksgezondheid.
grootste daling in grondwaterstanden verwacht
(Figuur 6). Bomen, struiken en gras verdrogen en
stofgehalte in de bodem zit, is de sponswerking van de
Droogte, met name in combinatie met warmte, heeft
Op de dekzanden (ten zuiden van Oss) wordt de
(Figuur 7).
Het kleiige poldergebied heeft met andere problemen te maken. Er groeien relatief vochtminnende
soorten, zowel op landbouwgrond als in de natuur.
Figuur 7 Impressie Herperduin (Bron: ivn.nl)
daar droogtestress worden ervaren.
•
Als daar de grondwaterstand verder zakt kan ook •
Traditionele landbouwgewassen kunnen aanzien-
lijke oogstschade oplopen en te maken krijgen met minder opbrengsten.
In het polder- en Maasgebied kan verdroging leiden tot bodemdaling en inklinking van kleigronden) en daarmee verzakking van woningen en wegen. Als het water weg is...
Op de hogere zandgronden van Oss is droogte een groot probleem. Nutriëntarme zandgronden hou-
den minder water vast. Het water zakt gemakkelijk
weg naar grotere diepten. Of het water stroomt via sloten naar de lagere delen.
Figuur 6 Verandering gemiddelde grondwaterstand toekomstig klimaat (bron: Stresstest Light RNOB/AgrifoodCapital)
28
B1
Risico’s op overstromingen
Met het Deltaprogramma Rivieren zijn maatregelen
De hoeveelheid water dat de Maas afvoert neemt toe
beschermd door de winterdijk. Maar wat als het water
gezet. De dijk zal na realisatie van de verschillende
terstanden voor die ook langer kunnen duren. Nu er
Veel dorpen van de gemeente Oss liggen langs de Maas, zo hoog komt, dat de dijk bezwijkt? In het overstro-
mingsbeeld van Figuur 8 vielen de volgende zaken op: •
Risico’s op zeer hoge waterstanden (> 5 meter)
in met name het poldergebied westelijk van de stad Oss. Ook liggen hier scholen en nuts- en
•
ter beperking van het risico op overstroming in gang dijkverbeteringen aan de normen voldoen die in2017
zijn opgesteld voor primaire waterkeringen. Voor 2050 moeten alle dijken in Nederland aan deze nieuwe normen voldoen.
telecom-knooppunten.
de kracht van het water
Oss en Berghem lopen risico op langdurig hoge
zijn groot. Bij een overstroming kunnen vitale en
Ook alle overige dorpen en het noordelijk deel van waterstanden (1.5-2m).
Noot: het gaat om een ‘worst-case’ scenario; een combinatie van verschillende overstromingsscenario’s vanuit de Maas. De kaart zoals hieronder is weergegeven, is een theoretisch maximum en geeft aan hoe hoog
De kans op overstroming is klein, maar de gevolgen kwetsbare functies zoals nooddiensten, telecom en
elektriciteitsnetwerken verminderd functioneren of zelfs uitvallen. In een aantal gebieden dreigen zonder schuilplekken of evacuaties dieren en mensen in levensgevaar te komen.
door klimaatverandering. Er komen vaker hoge wa-
veel meer mensen dan vroeger achter de dijk wonen
en er meer bedrijven en infrastructuur moet worden beschermd, heeft de Maasdijk tussen Ravenstein en Lith een strengere veiligheidsnorm gekregen. Voor
de dijkversterking en rivierverruiming is het traject Meanderende Maas opgestart. Vanaf 2023 gaat dit
project onder regie van het waterschap in uitvoering.
Tussen Ravenstein en Lith wordt de dijk versterkt en de Maas meer ruimte gegeven. Op die manier wordt de
kans op overstromingen in Oss, ’s-Hertogenbosch en
omgeving verkleind. Deze maatregelen worden gecombineerd met kansen voor natuur, recreatie, cultuurhistorie, leefomgeving en economie.
het water maximaal kan komen. En dus hoe kwetsbaar verschillende delen van onze gemeente zijn voor hoogwater.
Ook de andere stukken dijk worden in de dijkverbeteringsprojecten ‘Cuijk-Ravenstein’ en ‘Lith-Bokhoven’
aangepakt. Volgens de planning van het waterschap voldoen in 2034 alle dijken in Oss aan de landelijke normen voor 2050.
Figuur 8 Maximale waterdiepte bij een overstroming (beschermd gebied) en kwetsbare objecten
29
BIJLAGE 2 Uitgangspunten klimaatrobuuste inrichting Wateroverlast: •
•
Hemelwater wordt zo veel mogelijk in het gebied
plek beschikbaar (aangename gevoelstemperatuur,
gehouden door het toepassen van de drietrapsstra-
min. 0,5 ha groen conform norm WHO) en bereik-
tegie van het Rijk: vasthouden-bergen-afvoeren.
baar. Deze groene koeltestructuren verbinden we
Een bui van 60 mm wordt lokaal opgevangen.
zo veel mogelijk met elkaar bij nieuwbouw, herin-
Verwerking van hemelwater op eigen terrein met minimaal 25 mm gerelateerd aan verhard opper-
vlak, geen afwenteling naar belendende percelen, een robuuste en oppervlakkige (op aanwijzing •
woning (5 minuten lopen) een aangename koelte-
•
het uitgangspunt: oppervlakkig bergen/infiltreren.
van bouwkundige constructies (o.a. luifels). De
citeit. Via berekening moet een vertaling worden
hoeveelheid schaduw op totale straat en/of plein
gemaakt naar het ruimtebeslag voor wadi’s en/ infiltratiecapaciteit.
•
groene maatregelen (groene daken, verlaagd uitge-
•
het niet anders kan, civieltechnische maatregelen
•
Waterbergingsvoorzieningen zijn bij voorkeur
voerde boom en/of beplantingsvlakken) of indien met vertraagde leegloop.
Hitte: •
is afhankelijk van de gebruiksfunctie langzaam of
Realisatie van groene koelteplekken en koelte-
structuren langs staten en wegen, oftewel een
boomstructuur in iedere straat heeft de voorkeur.
Voor iedere inwoner is er binnen 300 meter van de
snel verkeer en verblijfsmogelijkheid.
We realiseren minimale verhardingen om opwarming op zomerse dagen te beperken.
Invulling van groensoorten passend bij gebied
specifieke bodem en grondwatersituatie en reke-
aanvoer van nutriënten in de bodem) voor vitaal groen (bomen en beplanting).
Overstromingen: •
•
Het rijk zorgt voor bescherming van inwoners en
economie conform de overstromingsnormen 2017 (uitvoering Deltaprogramma rivieren).
Via het watertoetsproces wordt ontwikkelen in
overstromingsgevoelige locaties inzichtelijk en in de waterparagraaf bewust afgewogen
We benutten het albedo-effect van materialen om
Deze uitgangspunten werken we uit in de regels van
In een woongebied verminderen van hitte gedu-
uitgangspunten passen we toe in aanbestedingsplan-
opwarming zoveel mogelijk te voorkomen.
rende de nacht binnenshuis door aangepaste bouw waardoor hittestress wordt beperkt.
Droogte: •
afstemming met beperken schade extreme buien)
de ruimte voor wortelgroei, infiltratie van water en
te van de straat waar gelopen wordt, op het heetste
natuurlijke schaduw (planten en bomen) in plaats
c.q. minimale ontwateringsdiepte (vraagt goede
zorgen we voor een optimale standplaats (voldoen-
We zorgen voor voldoende schaduw op het gedeel-
schaduwstand in de zomer. Hierbij is voorkeur voor
Zo veel als mogelijk natuurlijke waterhuishouding
ning houdend met meer klimaatextremen. Daarbij
de kansen voor meer biodiversiteit.
moment van de dag rekening houdend met de
Voor de bergingsberekening/oppervlakteclaim is Hierbij rekening houden met de infiltratiecapa-
•
•
richting en bestaande bouw. Hieraan koppelen we
gemeente) escape naar openbaar gebied.
of andere groenvoorzieningen met berging-/
•
het Omgevingsplan. Het basisveiligheidsniveau en de nen. We dagen ontwikkelaars uit om klimaatslimme combinaties te maken ten bate van gezondheid en leefbaarheid.
Regenwater wordt in het gebied waar het valt
verwerkt en aan het grondwater toegevoegd door infiltratie
30
BIJLAGE 3: Aanzet uitvoeringsplan In deze aanzet tot een uitvoeringsplan beschrijven we de prioriteiten die we leggen tot 2027. Die prioriteiten
hebben we vastgesteld op basis van de urgentie en de haalbaarheid van maatregelen.
We beschrijven de prioriteiten per thema (waterveilig-
heid, wateroverlast, droogte, hitte en robuuste ecosystemen), waarbij we de overlap tussen thema’s benoemen. Per thema geven we aan wat het resultaat is in 2027. We beginnen met een aantal overkoepelende acties
die niet aan één thema (water, verkoeling, robuuste
1. Overkoepelende acties Ambitie voor 2050:
Een klimaatrobuust Oss. Deze acties dragen bij
aandacht die we nu hebben voor klimaatadaptatie uiteindelijk standaard wordt meegenomen en meegewogen, bijvoorbeeld in de uitvoering van projecten maar ook in het gedrag van onze inwoners.
Intern: •
aan alle thematische doelen, door klimaatadaptief
handelen onderdeel te maken van ons werk als ge-
meente én van de beleefwereld van onze inwoners en bedrijven.
•
Klimaatadaptatie wordt als belangrijke
bouwsteen afgewogen bij de ontwikkeling van de openbare ruimte en private ruimten en in
•
•
•
maatadaptieve gebouwde omgeving toe met een naar Oss vertaald normenkader
Bewoners en bedrijven zijn goed geïnformeerd
onze partners (o.a. woningcorporaties).
We koppelen onze uitvoering aan lopende processen, zoals het uitvoeren van het IUP en het mobials Amsteleind, Stationskwartier Ravenstein, in
•
Schadewijk etc.
We handhaven bij vergunningverlening en RO
de bestaande norm voor waterberging bij ver- en nieuwbouw zoals vastgelegd in het WRP
Extern: •
over de gevolgen van klimaatverandering en
wat ze zelf kunnen doen aan klimaatadaptatie
maatadaptieve gebouwde omgeving” naar de Osse
liteitsprogramma; en aan grootschalige projecten
gebiedsontwikkelingen
We passen de landelijke maatlat groene en kli-
We vertalen de landelijke maatlat “groene en klisituatie en passen die toe in samenwerking met
Doel voor 2030:
ecosystemen) bijdragen, maar aan allemaal. Daarmee
laten we ook zien dat het de bedoeling is dat de aparte
Prioriteit voor 2024-2027:
We doen mee met landelijke acties rondom be-
wustwording zoals het NK tegelwippen, liefst met onze buurgemeentes samen in watersamenwer-
•
•
•
kingsverband (as50+).
We werken wijkgericht met onze partners, en
voeren minimaal één keer per jaar een voorbeeldproject uit.
We staan open voor burgerinitiatieven op het ge-
bied van buurtgroen en afkoppelen, en reserveren hier budget voor
We bieden subsidie aan voor groene daken en afkoppelen
31
B3
2. Water: waterveiligheid Doel voor 2050: •
Bij overstromingen vanuit de Maas (in onbe-
•
Sluiten we aan bij landelijk en provinciaal
•
schermd gebied of door dijkdoorbraken):
Houden we bij ruimtelijke inrichting rekening met gevolgbeperking van overstroming, met functies.
Zijn er voldoende plekken om veilig te schuilen voor mens en dier.
Doel voor 2030: •
In 2034 zijn volgens planning alle dijkversterkingen op ons grondgebied (muv de dijkring
om Keent) gerealiseerd. Al deze dijken voldoen dan aan de hoogwaterveiligheidseisen van de Rijksoverheid.
Prioriteiten waterveiligheid voor 2024-2027: We werken mee aan: •
Meanderende Maas
•
Lith-Bokhoven
• •
Doel voor 2050:
Prioriteiten wateroverlast voor 2024-2027:
•
Rioleringsplan (2023-2029) uit. Daar is al in vastgelegd
Bij een bui die 1 keer in de 100 jaar voorkomt:
beleid voor overstromingen.
specifieke aandacht voor vitale en kwetsbare •
3. Water: wateroverlast
Cuijk-Ravenstein
Ondervinden gebouwen geen schade.
Daarvoor nemen we de landelijke norm over: bij 0,2m waterdiepte op straat, geen water-
•
•
schade aan gebouwen.
Blijven hoofdwegen en hoofdroutes begaanbaar en veilig en zijn overige wegen binnen
een uur weer toegankelijk voor hulpdiensten
Ondervinden vitale en kwetsbare functies geen schade of uitval
En verder: •
Hebben nieuwe ontwikkeling niet geleid tot
•
Accepteren we dat er wat vaker en langer
We voeren de acties tot en met 2027 uit het Water- en hoe we onze taken op het gebied van wateroverlast willen uitvoeren. Zoals: •