CConstaterende datOss
Koppel je AI →
Document · PDF

Kadernota & Herstelagenda 2022-2025.pdf

Gemeenteraad 22 juli 2021, gemeente OssBij agendapunt: Kadernota36.089 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Kadernota & Herstelagenda 2022-2025

Aanbiedingsbrief Geachte leden van de gemeenteraad,

Voor u ligt de kadernota 2022-2025. Deze kadernota stellen we op in bijzondere tijden. COVID-19 is nog steeds onder ons en beïnvloedt onze levens nog veel, maar het gaat de goede kant op. De samenleving gaat met flinke sprongen open en de druk op de ziekenhuizen neemt af. We zien echter ook dat er inwoners, maatschappelijke organisaties en bedrijven zijn, die te lijden hebben onder de coronacrisis en de gevolgen daarvan. Nog steeds zijn de lange termijn effecten niet duidelijk. We houden er rekening mee dat er naschokken komen. Voor onze inwoners, de samenleving en onze economie. COVID-19 Herstelagenda De huidige coronacrisis zorgt ervoor dat we nog altijd sturen in de mist. Het zicht is echter scherper dan vorig voorjaar. We weten veel meer over de implicaties op de economie en de herstelkracht. We zien in tal van onderdelen in de samenleving dat de veerkracht van inwoners en ondernemers groot is en de draad snel wordt opgepakt. Het herstelvermogen is groot. We hebben in beeld waar COVID-19 nauwelijks tot geen effect heeft gehad, maar ook waar de gevolgen groot zijn.

De sociale implicaties zijn echter nog steeds lastig te voorspellen: hoe gaan jongeren om met anderhalf jaar sociale distantie en welke beroep gaan ze doen op jeugdzorg? Blijven inwoners lid van hun verenigingen of hebben ze andere tijdsbesteding gevonden? Neemt het aantal inwoners met schulden toe? We volgen de ontwikkelingen nauwgezet, maken een inschatting van wat dat betekent voor onze inwoners, bedrijven en instellingen en treffen indien gepast maatregelen. In deze kadernota hebben we speciale aandacht voor onze COVID-19 herstelagenda. Deze wordt tijdens een aparte vergadering van de gemeenteraad behandeld, maar we laten de herstelagenda onderdeel zijn van deze Kadernota. Daarmee onderstrepen we dat de herstel maatregelen in onze dagelijkse werkzaamheden geïntegreerd hebben. We houden hierbij vast aan de uitgangspunten die vorig jaar hebben opgesteld: 1.

We geven inkomenssteun aan mensen die dat nodig hebben, geen omzetsteun aan bedrijven, of sectoren

2.

Helpen verdienen is beter dan helpen besparen

3.

Op naar werk

4.

We investeren in samenleven

5.

We investeren in zorgcontinuïteit

6.

We zijn en blijven een financieel gezonde organisatie.

We volgen kritisch de landelijke ondersteuningsmaatregelen en bepalen welke aanvullende ondersteunende maatregelen we noodzakelijk vinden. Indien nodig, betalen we dit uit de algemene reserve. Vanuit bovenstaande criteria kiezen we voor een herstel en versterkingspakket gericht op de volgende pijlers: 

Anticyclisch investeren; hiermee zorgen we voor een (lokaal) positief effect. We investeren in de kracht en de toekomst van onze stad en de kernen.

Investeren in een sociaal sterke gemeente; de coronacrisis heeft een grote sociaal en maatschappelijke impact op onze gemeente Naast onze inzet voor de ondersteuningsmaatregelen COVID-19 verwachten wij vanaf 2021 meer instroom in de bijstand, een groter beroep op onze armoedevoorzieningen en meer mensen in een problematische financiële situatie. We zetten daarom stevig in op het gebied van participatie, inkomensvoorziening, armoede en schulden.

Helpen verdienen: We vervullen hierbij vaak een randvoorwaardelijke rol. Ruimte voor ondernemerschap en ook het versterken van het ondernemingsklimaat.

2

Op weg naar de begroting In deze kadernota en begroting richten we ons op bestaande speerpunten en projecten. In maart 2022 zijn er gemeenteraad verkiezingen en daarom kiezen we voor een beleidsarme kadernota en programmabegroting. Dit betekent dat we inzetten op het afronden van het Coalitie Akkoord, bestaande speerpunten en projecten die in de Prioriteitennota en Programmabegroting 2021 zijn gehonoreerd. We nemen geen nieuwe speerpunten op. Ideeën of richtingen voor de toekomst worden in een Overdrachtsdocument vastgesteld. Daarnaast staat onze financiële positie onder druk. In de Eerste financiële tussenrapportage van 2021 hebben we aangegeven dat we ons moeten voorbereiden op code ‘rood. Recente berichten van het Rijk laten een minder somber beeld zien. Bovendien is onze reservepositie op orde en kunnen wij turbulentie aan. Maar een aantal onzekerheden blijft. Op weg naar de begroting spreken we nu van code oranje. Dit alles bij elkaar maakt dat we de komende begroting opstellen vanuit de volgende kaders: 

Niet bezuinigen maar ook geen nieuw beleid: we zien geen ruimte voor nieuw of intensiveringen van beleid. We moeten strak begroten en kritisch zijn waar we ons geld aan uitgeven.

Realistisch begroten, niet rijk rekenen: we hebben te maken met grote landelijke onzekerheden. Besluitvorming over structurele compensatie voor jeugdhulp, het abonnementstarief, de opschalingskorting en de herijking van het gemeentefonds laten op zich wachten totdat er een nieuw kabinet is. Deze onzekerheden kunnen veel impact hebben op onze begroting. Op dit moment laat het meerjarig perspectief een tekort zien. Als een aantal onzekerheden in ons voordeel uitvallen kan dit zomaar omslaan tot financiële ruimte. Zolang er echter geen nieuw kabinet is rekenen we ons niet rijk.

Gemeentelijke lasten stabiel: in het eerste en het derde jaar van deze raadsperiode hebben we de gemeentelijke lasten fors verhoogd. Toch zitten we nog altijd ruim meer dan € 22,50 onder het landelijk lasten gemiddelde. Ondanks de belasting ruimte van € 15 verhogen we de gemeentelijke lasten in 2022 met alleen het inflatie percentage.

Kostenbeheersing en transformatie sociaal domein: we geven prioriteit aan kostenbeheersing én transformatie in het sociaal domein. We blijven inzetten op deze transformatie in de zorg en sturen scherper op de uitvoering.

Woningbouwplannen prioriteit: we geven absolute prioriteit aan de plannen voor woningbouw: ruim 8000 woningen de komende 15 jaar. De woningmarkt verandert qua behoefte en de vraag groeit nog steeds. Met als gevolg een groot woningtekort, sterk gestegen prijzen van bestaande huizen en van bouwkosten. Daarmee staat de primaire levensbehoefte van een passende woongelegenheid onder druk. Dat maakt “wonen” onze topprioriteit. We streven naar een beter evenwicht tussen vraag en aanbod en daarom werken we op vele fronten aan de ontwikkeling van woningbouwplannen. De reserves binnen het grondbedrijf zetten we vanaf 2022 zo veel mogelijk in voor de versnelling van de woningbouw en bedrijventerreinen en daarmee samenhangende aanpassingen in de infrastructuur.

Inzetten op het verhogen van inkomsten: We blijven inzetten op het verhogen van onze inkomsten via het binnenhalen van subsidies en via het grondbedrijf.

Hoewel we geen extra middelen kunnen toekennen wil dit niet zeggen dat het karige tijden worden. We hebben afgelopen jaren al op veel plekken geïnvesteerd. We maken af wat we begonnen zijn en geven vol gas in de uitvoering. Er is genoeg moois om af te ronden en op te leveren en Oss op een optimistische manier over te dragen aan een volgende gemeenteraad. Uitvoering onder druk Bij de behandeling van de Prioriteitennota 2021 heeft de gemeenteraad een motie aangenomen over de 100.000 gemeente. Het college kreeg de opdracht een organisatie visie voor te leggen hoe het ambtelijk apparaat kan toegroeien naar een 100.000 gemeente. Onlangs heeft het college deze organisatie visie vastgesteld en naar de gemeenteraad verzonden.

3

Oss op de lange termijn De speerpunten die we hebben opgenomen in deze kadernota komen voort uit de visie de we hebben voor Oss op de lange termijn. We hebben hier vorig jaar samen met u de grote lijnen voor uitgezet en blijven hier aan vast houden en deze verder vorm geven. Het lange termijn perspectief is aan de ene kant sturend voor onze jaarlijkse inzet en aan de andere kant voortdurend in ontwikkeling. Zo werken we dit jaar aan de drie gebiedsvisies op de stad, de stadjes/kernen en het buitengebied. We werken aan de economische visie, we hebben een mobiliteit ambitie voor het spoor gemaakt, in het sociaal domein doen we aan de hand van de transformatie nieuwe inzichten op. Dit alles zorgt ervoor dat Oss op de lange termijn een kompas is dat ieder jaar geijkt en verrijkt wordt. VERGEZICHTEN Oss: een gemeente met veel verschillende kanten Oss is een bijzondere gemeente: een provincie in het klein, een stadteland. We hebben de uitdagingen van een middelgrote stad en van een uitgestrekte platteland gemeente. Het levert een cumulatie van opgaven en kansen op, een profiel dat niet door één kenmerk wordt gedomineerd en voortdurend zoeken naar het beste voor de stad, de kernen en het buitengebied. Dat is onze opgave: een balans en verbinding zoeken tussen die drie werelden (stad, kernen en buitengebied) en ervoor zorgen dat eigen inwoners én bezoekers daar van kunnen genieten.

We ontwikkelen door naar een 100.000+ gemeente om nog beter in staat te worden om voor en met onze inwoners het beste uit ons prachtige gebied te halen. Maatschappelijke voorzieningen en ontmoeten We sluiten aan bij sociale netwerken: daar zit de kracht van de samenleving, het oplossingsvermogen en de kennis van wat er speelt in een dorp of wijk. De gemeente heeft een breed scala aan voorzieningen om het sociale leven te ondersteunen, wat ook heeft geleid tot een overaanbod. En er komen gebouwen leeg die we willen behouden maar waar een nieuwe functie gezocht moet worden (bv kerken). We willen op zoek naar nieuwe mogelijkheden voor ontmoeten die ook voor de lange termijn (financieel) haalbaar blijven en waar de inwoners zelf meer invloed en zeggenschap op hebben. Sociaal domein De vraag naar hulp en ondersteuning neemt toe, terwijl de middelen niet toereikend zijn. Dat gaat ten koste van andere terreinen, wat voor de lange termijn niet wenselijk is. Ons uitgangspunt is eenvoudig en robuust. Voor wie het op eigen kracht of samen met haar en zijn omgeving niet kan, vormt de gemeente een springplank of betrouwbaar vangnet. Bedoeld om weer regie te krijgen over het eigen leven, maar zeker ook om een bestaan te garanderen dat er toe doet.

We stoppen meer energie in de transformatie: van zware naar lichte hulp, van curatie naar preventie, van individueel naar collectief, van professioneel naar maatschappelijk, van intramuraal naar ambulant, van verkokerd naar integraal. Vermaatschappelijking van de zorg, maar wel met een goed vangnet en specialistische hulp voor wie dat nodig heeft. In Oss laten we niemand vallen! Stadscentrum Het stadshart transformeert van een winkelgebied naar een ontmoetings- en verblijfsgebied met een combinatie van functies. Naast winkels, wonen en horeca hoort daar ook de cultuur bij met voorzieningen als de Lievekamp, de Groene Engel en museum Jan Cunen. En natuurlijk het nieuwe Walkwartier waar inwoners ook zelf invulling geven aan hun culturele activiteiten. We faciliteren de ontwikkeling naar een compact en divers centrum. Bouwen voor de toekomst We gaan voor gevarieerd bouwen, aansluitend bij de behoefte van de verschillende doelgroepen. We bouwen stevig, ook voor mensen uit de regio, maar wel passend bij de locatie en bij het ritme van de inwoners. Uitbreidingen mogen niet ten koste gaan van de sociale verbondenheid.

4

Ondernemen en onderwijs We kennen een divers bedrijfsleven, waardoor we minder vatbaar zijn voor schommelingen in de economie. Dat koesteren we, bijvoorbeeld door te zorgen voor goede vestigingsmogelijkheden (een opdracht voor de taskforce wonen en bedrijventerreinen). Er ligt veel nadruk op werk voor lager en middelbaar opgeleide mensen. Daarom is het voor ons van groot belang dat er een goed aanbod van beroepsopleidingen in Oss aanwezig is en blijft. Het VMBO en een stevig MBO horen bij Oss! Zuinig op ons klimaat We zijn ambitieus maar ook realistisch. We zetten actief in op wind- en zonne-energie om te voldoen aan onze opwekkingsopgave. Bij de besparingsagenda zijn we vooral faciliterend: we maken besparing door inwoners mogelijk door leningen, kijken actief naar ons eigen vastgoed en spreken bijvoorbeeld woningbouwcorporaties aan op hun verantwoordelijkheid. Meer ruimte voor de samenleving De toenemende overheidsbemoeienis in de afgelopen decennia heeft ertoe geleid dat problemen vaak op het bordje van de gemeente worden gelegd. Maar we merken steeds vaker dat die gemeente niet de oplossing kan bieden. Of dat oplossingen die van de overheid komen niet altijd de beste zijn. Het kan ook anders. Ten eerste kijken we naar wat er zonder onze bemoeienis sowieso mogelijk is. Afschaffen van welstand is daar een voorbeeld van.

Maar er zijn veel meer terreinen waar we de ruimte voor onze ondernemende inwoners groter kunnen maken. Eenzaamheid aanpakken door dorps coöperaties, bouwen in eigen beheer, etc.. Ten tweede geven wij in onze nieuwe omgevingsplannen op hoofdlijnen aan wat we belangrijk vinden, waardoor meer ruime ontstaat voor inwoners. Dat brengt wel een aantal dilemma’s met zich mee: wat is voor de gemeente en wat is van de samenleving? Waarop zijn wij aanspreekbaar en wat kunnen we van onze inwoners, ondernemers, gemeenschappen vragen. Welke rol nemen wij als gemeente? Bij de uitvoering van grote projecten kijken we kritischer naar wat we zelf doen en wat we aan ondernemers, maatschappelijke organisaties en inwoners overlaten. Dat vraagt regie vaardigheden van ons, zakelijkheid, het lef om los te laten en helder zijn aan de voorkant. Partner van de samenleving zijn, het netwerk organiseren, partijen langjarig aan je binden. Inzetten op digitalisering: de snelweg en de meer complexe route We kennen allemaal de situaties waarin de regels niet voldoen en waar we naar meer maatwerk willen. Maar er is ook een andere kant: veel vragen zijn eenvoudig en vragen om een eenvoudig en snel antwoord. We zetten in op digitalisering en standaardisering van die eenvoudige vragen, zodat we meer tijd hebben om waar nodig maatwerk te leveren.

De snelweg voor 70-80% van de vragen, de passende route voor de overige met persoonlijke aandacht, verschillende invalshoeken, multidisciplinaire bijdragen. Onze menselijke maatvoering blijft altijd: komt de inwoner er via de snelweg niet uit, dan zijn er altijd medewerkers om mee te spreken. In zeven ontwikkelingsstappen samengevat is dit de kern: 1.

We groeien naar een woon en werk gemeente met 100.000 inwoners: met variatie in de breedste zin van het woord als vertrekpunt voor het bouwen en in een tempo dat past bij de inwoners.

2.

In de sociale verbinding zit veel oplossend vermogen. Daarom sluiten we meer aan bij het eigenaarschap in de samenleving en bieden we meer ruimte voor initiatieven.

3.

De transformatie in het sociaal domein intensiveren we door onder andere vermaatschappelijking van zorg en scherper sturen op de uitvoering.

4.

We willen niet overal van zijn, voeren niet alles zelf uit en vervullen vaker een regie functie

5.

We zetten in op standaardiseren en digitaliseren

5

6.

We versterken onze organisatie passend bij onze rol en omvang

7.

We blijven een financieel solide gemeente, die durft te investeren in het toekomst bestendig houden van onze samenleving.

Tenslotte Wij zijn als eerste overheid voor een (groot) gedeelte afhankelijk van de andere overheden: Rijk en Provincie. We schreven al over de implicaties van een lange kabinetsformatie. Een ander facet is dat het Rijk nog altijd een decentralisatie agenda voert. Van de decentralisaties in het sociaal domein hebben wij geleerd dat taken overnemen alleen mogelijk is, als er voldoende budget overkomt. Bij volgende decentralisaties stappen wij (lobby van VNG, G40 etc.) pas in als de financiering ervan klopt. Daarnaast zijn wij voor bijvoorbeeld woningbouw, regionale energie strategie of mestfabriek afhankelijk van het provinciale beleid. We treffen het niet met het gegeven dat we ons binnen circa 2 jaar voorbereiden op het derde College van GS. In onzekere tijden is stabiliteit en continuïteit van bestuur een ankerpunt, dat gemeenten hard nodig hebben. Half oktober bieden wij u de begroting aan. Wellicht is er dan een kabinet aangetreden dat een aantal beslissingen heeft genomen dat van invloed is op onze begroting. Deze zullen we dan zeker verwerken, zoals we ook de opbrengst van de raadsvergadering over deze nota in de begroting een plaats geven. Als dit niet het geval is, zal de begroting in de geest van deze kadernota blijven: strak begroten, geen extra uitgaven en niet bezuinigen.

Burgemeester en wethouders van Oss. De secretaris,

De burgemeester,

drs. H. Mensink

drs. W.J.L. Buijs-Glaudemans

6

Inhoudsopgave Aanbiedingsbrief

2

Inhoudsopgave

7

Leeswijzer

8

Op weg naar de begroting: Investeren vanuit een stabiele basis

9

Financiële positie

13

COVID-19: Herstelagenda

22

Programma 1. Zorg en Welzijn

41

Programma 2. Werk, inkomen en onderwijs

44

Programma 3. Ontmoeten, sport en cultuur

48

Programma 4. Dynamisch stadscentrum

52

Programma 5. Zuinig op ons klimaat

55

Programma 6. Vitale economie

59

Programma 7. Mobiliteit

62

Programma 8. Aantrekkelijk wonen in Oss

65

Programma 9. Veilige omgeving

72

Programma 10. Besturen in verandering van tijden

75

Programma 11. Financieel solide

80

Bijlage 1: Meicirculaire 2021

83

Bijlage 2: Overzicht reserves

87

Bijlage 3: COVID-19 Cijfermatige effecten

90

7

Leeswijzer De kadernota bestaat uit diverse onderdelen. In deze leeswijzer wordt bij alle onderdelen een korte uitleg gegeven. Aanbiedingsbrief In de aanbiedingsbrief geeft het college van burgemeester en wethouders de hoofdlijnen van deze kadernota weer. Op weg naar de begroting en de financiële positie In deze 2 hoofdstukken geven we aan hoe we er financieel voor staan en wat de koers is voor het opstellen van de programmabegroting. We staan stil bij de structurele en incidentele begrotingsruimte en geven we aan welke financiële uitgangspunten we zullen hanteren bij het opstellen van de begroting. COVID-19: Herstelagenda We hebben een apart hoofdstuk over COVID-19. We beschrijven hier de effecten voor Oss, welke lijnen en acties we zien voor de herstelagenda, de financiële compensatie vanuit het Rijk en de specifieke compensatiemaatregelen die we als Oss hebben genomen. Programma’s Per programma beschrijven we wat we willen bereiken en wat de speerpunten zijn voor de komende periode. Bijlagen In de bijlagen geven we de analyse van de meicirculaire 2021, een overzicht van de reserves weer en cijfermatige effecten van COVID-19 weer.

8

Op weg naar de begroting: Investeren vanuit een stabiele basis

1. De koers voor de begroting In dit hoofdstuk schetsen we de financiële koers voor de programmabegroting. We geven aan hoe we ons geld optimaal in willen zetten in deze tijden waar de begroting flink onder druk staat. We maken hierin onderscheid tussen onze structurele ruimte en onze incidentele investeringsruimte. In deze kadernota schetsen we de kaders voor aankomende programmabegroting. In de verschillende programma's geven we weer wat de speerpunten zijn die we uit gaan werken in de begroting. We doen dit binnen het financiële kader wat we hebben. En dit financiële kader is strak. We lichten dit in het volgende hoofdstuk over de financiële positie nader toe. In deze kadernota en begroting richten we ons op bestaande speerpunten en projecten. In maart 2022 zijn er gemeenteraad verkiezingen en daarom kiezen we voor een beleidsarme kadernota en programmabegroting. Dit betekent dat we inzetten op het afronden van het coalitieakkoord, bestaande speerpunten en projecten die in de Prioriteitennota en Programmabegroting 2021 zijn gehonoreerd en geen nieuwe dingen opnemen. Ideeën of richtingen voor de toekomst worden in een Overdrachtsdocument vastgesteld. Financieel zien we geen ruimte voor nieuw beleid, we moeten strak begroten en kritisch zijn in waar we ons geld aan uitgeven. We hebben echter afgelopen jaren al op veel plekken geïnvesteerd.

We gaan dus ook afmaken wat we begonnen zijn en geven vol gas in de uitvoering. Dit maakt dat we weliswaar een beleidsarme begroting maken, maar zeker niet dat het een karig jaar wordt. Er is voldoende budget aanwezig (uit bestaand beleid, de reserves en de overhevelingen van afgelopen jaar) om nog veel te kunnen doen. Er is genoeg moois om af te ronden en op te leveren en Oss op een optimistische manier over te dragen aan een volgende gemeenteraad. We willen ook een optimale ondersteuning bieden voor de coronacrisis. We lichten dit verder toe in het hoofdstuk COVID-19: herstelagenda. We zetten de middelen die we vanuit het Rijk ontvangen voor specifieke ondersteuningsmaatregelen zo goed mogelijk in. En waar we zien dat deze niet voldoende zijn vullen we het aan als het nodig is. Op dit moment doen we dit vooral vanuit eenmalige middelen, omdat de structurele effecten van COVID19 nog lang niet duidelijk zijn. 2. Financieel de basis op orde Omdat de begroting flink onder druk staat en we willen komen tot een meerjarig sluitende begroting waarin we de basis op orde hebben, hebben we de volgende kaders geformuleerd: Niet bezuinigen maar ook geen nieuw beleid We hebben voldoende incidentele middelen vanuit de ABR. Maar onze financiële positie op basis van de meerjarenbegroting staat fors onder druk.

Op tal van gebieden zijn er onzekerheden: neem de herverdeling van het gemeentefonds, het aanvullen van de tekorten op jeugdzorg, het WMO-abonnementstarief, het mogelijk verdwijnen of juist afmaken van de opschalingskorting. We weten veel niet. Wat we wel weten is dat we voor eventuele begrotingsruimte bijna volledig afhankelijk zijn van het nieuwe kabinet, omdat zij op deze onzekere onderdelen keuzes moeten maken. De tijdigheid van aantreden van het nieuwe kabinet is hierin een risico. Wanneer dit niet (ruim) op tijd is voor onze begroting, dan kunnen we het nieuwe kabinetsbeleid niet meenemen. Op dit moment zien we geen directe aanleiding om een bezuinigingsoperatie op te starten maar benadrukken we dat er géén ruimte is voor nieuw beleid (ook niet voor bijbehorende formatie). Uiteraard bestaat de mogelijkheid van oud voor nieuw en dat kan alleen als oud ook echt geschrapt wordt.

9

Realistisch begroten, niet rijk rekenen Afgaande op de landelijke verkiezingsprogramma’s kunnen de gemeentes waarschijnlijk wel op enige steun rekenen van het nieuwe kabinet. Zolang er geen kabinet is, rekenen we ons echter niet rijk. Voor jeugdzorg nemen we de tegemoetkoming 2021 mee. Daarnaast nemen we voor de volgende jaren alleen de (verwachte) tegemoetkoming jeugdzorg mee bij deze Kadernota, zoals we ook de afgelopen twee jaar hebben gedaan. Over de verdeling van extra middelen 2022 en structurele extra compensatie is nog geen duidelijkheid. De mogelijke uitkomsten van de herverdeling van het gemeentefonds volgen we kritisch en bekijken richting de programmabegroting hoe we hiermee omgaan. We zouden hier een fors voordeel kunnen krijgen. Onze financiële toezichthouder (de Provincie) geeft aan dat we hier nog geen rekening mee mogen houden. Kostenbeheersing en transformatie sociaal domein We geven ook prioriteit aan kostenbeheersing en transformatie in het sociaal domein. In het sociaal domein zien we al een aantal jaren dat het gebruik toeneemt, terwijl de financiële middelen niet toereikend zijn. Door het abonnementstarief is het gebruik zelfs explosief gestegen. We blijven inzetten op transformatie in de zorg en sturen scherper op de uitvoering. Gemeentelijke lasten In het eerste en het derde jaar van deze raadsperiode hebben we de gemeentelijke lasten fors verhoogd.

Toch zitten we nog altijd ruim meer dan € 22,50 onder het landelijk lasten gemiddelde. Ondanks de belasting ruimte van € 15 verhogen we de gemeentelijke lasten in 2022 met alleen het inflatie percentage. Algemene reserve blijft boven minimale norm Onzeker is wat COVID-19 op de lange termijn betekent. De korte termijn effecten kunnen over het algemeen worden opgevangen met de beschikbare Rijksmiddelen. Onze algemene reserve moet minimaal € 18 miljoen zijn en is nu ongeveer € 20 miljoen (na geplande onttrekkingen in 2021). Hoewel de raad heeft aangegeven het te zullen accepteren wanneer we door COVID-19 tijdelijk onder onze norm van € 18 miljoen terecht komen, willen we toch graag deze raadsperiode met een gezonde financiële positie afsluiten. Dit betekent dat we als leidraad hanteren dat er nog een incidentele ruimte aanwezig is voor aanvullende COVID-19 maatregelen tot maximaal € 2 miljoen. De effecten op de lange termijn kennen we niet en dat betekent dat we vasthouden aan de minimale omvang van de algemene reserve om een buffer te hebben voor onverwachte tegenvallers. Woningbouwplannen prioriteit Het college geeft prioriteit, focus en ruimte aan de woningbouwplannen: ruim 8000 woningen de komende 15 jaar. Dat betekent dat we de reserve van het Grondbedrijf zo veel mogelijk inzetten is voor plannen die bijdragen aan het realiseren van woningbouwplannen.

Daarom gaan we deze reserve zo min mogelijk inzetten op eenmalige projecten of gebruiken om tekorten op de exploitatie af te dekken. Dat vraagt nauwkeurig begroten. Inzetten op verhogen van inkomsten Afgelopen jaren hebben we al extra ingezet op het binnenhalen van subsidies. Ook komende periode blijven we hier nadrukkelijk de aandacht voor hebben. Met het inzetten van dit soort financiering kunnen we onze slagkracht op een aantal terreinen vergroten. Daarnaast willen we extra inkomens uit ons grondbedrijf halen. Dit doen we via onze grondexploitaties en het verhalen van kosten.

10

3. Structurele begrotingsruimte De financiële positie is als volgt: Bedragen x € 1.000 Omschrijving

2021

2022

2023

2024

2025

Financieel kader

1.899

1.285

4.627

3.793

2.652

1.700

1.700

1.700

2.927

2.093

952

Geaccepteerd tekort Actueel financieel kader

1.899

1.285

Uit deze tabel blijkt dat we een structureel tekort hebben van afgerond € 1 miljoen. Voor de programmabegroting is het belangrijk dat het jaar 2022 én het jaar 2025 sluitend is. We zien nog veel onzekerheden en risico's richting de toekomst. Een aantal van deze onzekerheden kunnen ook een positief effect hebben op onze begroting, zoals structurele compensatie voor jeugdzorg en de herverdeling van het gemeentefonds. We verwachten echter dat we voor veel van deze ontwikkelingen nog geen duidelijkheid hebben bij het opstellen van de programmabegroting. Om te zorgen voor een sluitende meerjarenbegroting is het van groot belang dat we vasthouden aan de kaders die we hiervoor hebben geschetst. Richting de toekomst kan het zijn dat door keuzes van het nieuw te vormen kabinet misschien weer financiële ruimte ontstaat. Dit biedt perspectief voor de toekomst. Voor nu is deze duidelijkheid er nog niet. Daarom willen we nu ook geen bezuinigingen opstarten. Wanneer er bij de begroting nog geen duidelijkheid is over extra compensatie en de financiële positie nog onder druk staat betekent dit wel dat we moeten bekijken of we uitgaven kunnen doorschuiven of faseren om de begroting alsnog sluitend te krijgen. Mocht er dan volgend jaar wel financiële ruimte zijn dan kunnen we deze maatregelen weer terugdraaien. 4.

Incidentele begrotingsruimte De incidentele begrotingsruimte wordt vooral bepaald door de ruimte binnen de algemene reserve en door de ruimte die ontstaat door winsten uit het grondbedrijf (de algemene bedrijfsreserve). Onderstaand geven we de kaders aan hoe we hiermee om willen gaan richting de begroting. Algemene reserve De omvang van de algemene reserve is op dit moment hoger dan de minimale omvang. Onze ambitie is om deze raadsperiode af te sluiten met een algemene reserve die voldoet aan de minimale omvang van € 18 miljoen. Zo hebben we richting de toekomst een buffer van voldoende omvang voor onverwachte tegenvallers. Op basis van het huidige meerjarenperspectief willen we echter benadrukken dat we deze ruimte nodig zullen hebben voor het opvangen van de tussentijdse tekorten. Indien nodig zetten we de algemene reserve nog in voor de COVID-19 herstelagenda. Dit kan wel als gevolg hebben dat we dan tijdelijk onder de minimale norm komen. Winsten uit het grondbedrijf Per 1-1-2021 is de ruimte binnen de algemene reserve van het grondbedrijf circa € 13 miljoen. Door toekomstige winsten in de komende jaren stijgt deze ruimte naar verwachting richting € 22,5 miljoen.

Vorig jaar in de programmabegroting 2020-2024 hebben we extra investeringsimpulsen gedaan op het gebied van bouwen voor de toekomst, dynamisch stadscentrum en voor voorzieningen op het gebied van ontmoeten, sport en cultuur. De financiële vrije ruimte die ontstaat vanaf 2021 zetten we nagenoeg volledig in voor de versnelling van de woningbouw en bedrijventerreinen en daarmee samenhangende aanpassingen in de infrastructuur. Dit betekent dus dat deze gelden in principe niet meer beschikbaar zijn voor andere beleidsprioriteiten. De taskforce "versnelling aanpak woningbouw en bedrijventerreinen" heeft begin 2021 een eerste rapportage opgeleverd. Opdracht van de taskforce is: 

primair focus op woningbouw, gericht op o.a. het versnellen van 300 naar 600 woningen per jaar. Dit met inachtneming van de andere doelstellingen zoals afgesproken percentages sociale huur en goedkope woningen etc.;

secundair focus op bedrijventerreinen;

11

door anticyclisch te investeren bij te dragen aan het op gang houden van de (woning) bouw en de lokale economie.

De taskforce heeft 5 actielijnen uitgewerkt. Onderstaand gaan we vooral in op de financiële effecten van deze versnelling. Om de ambitie te realiseren zetten we vooral in op actief grondbeleid. Bij een actief grondbeleid blijft de regie voor de ontwikkeling bij de gemeente. De versnelling en dit actieve grondbeleid heeft op hoofdlijnen de volgende financiële gevolgen: 

Vorming reserve strategische aankopen: bij een actief grondbeleid hoort het aankopen van strategische gronden. In sommige situaties kan dit ertoe leiden dat wanneer er nog geen (structuur)visie/ masterplan ligt deze aankoop van gronden (tijdelijk) afgewaardeerd moet worden naar de lagere huidige waarde, veelal de agrarische waarde. Dit kan een forse (tijdelijke) afboeking zijn, waarvoor we extra gelden moeten reserveren in de reserve strategische aankopen. Hoe groot dit bedrag moet zijn, wordt nader uitgewerkt en is mede afhankelijk van te ontwikkelen aankoopstrategieën. Bij de programmabegroting 2022 zullen we een eerste storting doen in deze reserve. Deze reserve is grotendeels "revolverend". De (tijdelijke) afwaardering wordt uit deze reserve betaald. Als er een grondexploitatie wordt vastgesteld kunnen de gronden in principe weer tegen de oorspronkelijke aankoopwaarde worden ingebracht. Komt er geen ontwikkeling dan blijft de waarde uiteraard afgewaardeerd.

Verliesvoorzieningen voor binnenstedelijke transformaties: binnenstedelijke transformaties heeft impact op de financiën. In zijn algemeenheid kan gesteld worden dat uitbreidingslocaties in financiële zin winsten kunnen opleveren en binnenstedelijke transformaties en herontwikkelingen vragen om een investering ofwel verliesgevend zijn. De binnenstedelijke transformaties gaan vaak gepaard met hoge investeringskosten, zoals aankoopkosten/inbrengwaarden en lange doorlooptijden. Een deel van de kosten zijn op termijn terug te verdienen en een deel kunnen we zien als een investeringen in de leefbaarheid van onze gemeente. Hierin vallen bijvoorbeeld de ontwikkeling van de Euterpelaan, Lievekamp, locatie Golfbad, schoollocaties e.d. De ruimte binnen de algemene bedrijfsreserve van het grondbedrijf zal hiervoor ingezet worden.

Aanleg van bovenwijkse (netwerk)voorzieningen: bovenwijkse voorzieningen hebben betekenis voor meerdere exploitatiegebieden en in het geval van netwerkvoorzieningen zijn ze van gemeentelijk of zelfs regionaal belang. Het gaat om investeringen op het gebied van o.a. infrastructuur en recreatie. Naast kostenverhaal op private ontwikkelingen zal de gemeente vanuit (te ontwikkelen) grondexploitaties en vanuit reguliere financieel middelen ook een bijdrage moeten doen om de investeringen in deze voorzieningen mogelijk te maken. Deze investeringen overstijgen een bedrag van € 100 miljoen.

Kostenverhaal: belangrijk is een nota kostenverhaal op te stellen en vast te stellen. De nota kostenverhaal biedt het kader om de bijdrage van ontwikkelingen aan deze investeringsopgave in bovenwijkse (netwerk)voorzieningen te vragen. De nota kostenverhaal gaat daarnaast in op de andere aspecten van het kostenverhaal, zodat de gemeente voldoet aan de wettelijke kaders om de gemeentelijke kosten van private ontwikkelingen te verhalen.

Uit de rapportage van de taskforce bleek dat een globale doorrekening van bovenstaande onderdelen leidt tot een forse vraag naar middelen. Vandaar dat we deze onderdelen verder uitwerken en integraal afwogen moeten worden. Van belang is om daarbij een goede balans te vinden tussen uitbreidingslocaties, binnenstedelijke transformatie, investeringen in benodigde bovenwijkse (netwerk)voorzieningen en de financiële mogelijkheden. Binnenstedelijke transformatie en de aanleg van bovenwijkse (netwerk)voorzieningen kunnen daarbij pas starten als hiervoor voldoende financiële dekking aanwezig is (winsten grondexploitatie gerealiseerd en afdrachten voldaan of andere bronnen van dekking).

12

Financiële positie

Inleiding In dit hoofdstuk staan we uitgebreid stil bij onze financiële positie. Dat doen we aan de hand van de volgende onderwerpen: 

Samenvatting en conclusies;

De financiële kaders en uitgangspunten;

De huidige financiële positie;

Incidentele begrotingsruimte;

Financiële ontwikkelingen en risico’s;

Onze reservepositie.

1. Samenvatting en conclusies De financiële positie staat onder druk. Dit bleek al uit de Eerste financiële tussenrapportage 2021 en de programmabegroting 2021-2024. De provincie beoordeelde onze begroting destijds als "ORANJE". Bedragen x € 1.000 Omschrijving

2021

2022

2023

2024

2025

Programmabegroting 2021-2024

1.120

-154

2.828

1.689

1.689

Eerste financiële tussenrapportage 2021

2.288

1.197

1.142

1.070

1.055

Meicirculaire 2021

-1.509

242

657

1.034

-92

Financieel kader

1.899

1.285

4.627

3.793

2.652

1.700

1.700

1.700

2.927

2.093

952

Geaccepteerd tekort Actueel financieel kader

1.899

1.285

Daarnaast zien we risico's en onzekerheden op het gebied van: 

COVID-19: compensatiemaatregelen en vooral wat de structurele effecten zijn van deze crisis;

Kostenstijgingen in het sociaal domein;

Onzekerheden vanuit de landelijke verkiezingen, waarbij we denken aan: o Tijdigheid van nieuw kabinet o Effect op het accres o Effect op het abonnementstarief o Effect op de opschalingskorting o Effect op compensatie kosten Jeugdhulp o Effect op herverdeling van gemeentefonds (kan voor onze gemeente positief uitvallen).

Hierbij zien we tegelijkertijd een "streng" toetsingskader vanuit de provincie Noord-Brabant voor de begroting 20222025. Dit toetsingskader van de provincie schrijft voor: 

Jeugdzorg: we mogen rekening blijven houden met € 1,7 miljoen extra inkomsten, zoals we dit tot nu toe ook doen als "geaccepteerd" tekort. We mogen geen rekening houden met extra middelen.

We mogen geen rekening houden met overige extra inkomsten, ook niet met positieve herverdeeleffecten van het gemeentefonds.

De raming van investeringslasten is strenger dan onze voorschriften voorschrijven, wat jaarlijks maximaal tussen € 0,3 en € 0,7 miljoen extra kosten in de begroting betekent. We gaan nog kijken hoe we hier mee om kunnen gaan.

Samengevat zien we een forse uitdaging om de (meerjaren)begroting sluitend te maken.

13

2. Financiële kaders en uitgangspunten In het coalitieakkoord ‘Kansen zien, kansen pakken’ is gekozen voor een solide financieel beleid met sluitende meerjarenbegrotingen. Er is gekozen voor stabiliteit. Wel willen we kansen benutten als deze zich voordoen. We vermijden extra bezuinigingen zoveel mogelijk. Tegen deze achtergrond gelden de volgende algemene financiële kaders en uitgangspunten: 1.

Ons financieel beleid blijven we gedegen en solide vormgeven. We hebben een begroting die meerjarig (structureel) sluitend is. We blijven daarbij werken met een geaccepteerd tekort (zie volgende paragraaf). Tussentijdse beperkte, niet structurele, tekorten zijn aanvaardbaar als we deze uit reserves kunnen afdekken.

2.

We hebben een algemene reserve die in principe voldoet aan de gestelde normen (10% van de algemene uitkering). We zetten deze reserve in om risico's en extra kosten door de COVID-19 crisis incidenteel op te vangen. En ook tussentijdse tekorten in de begroting dekken we hiermee af.

3.

De financiële positie en de meerjarenbegroting staat onder druk. We hebben een goede reservepositie, mede dankzij het grondbedrijf wordt deze positie de komende jaren verder versterkt. Maar onze meerjarenbegroting laat een verlies zien. Nieuwe bezuinigingen proberen we zoveel mogelijk te voorkomen. We moeten dus extra kritisch zijn op de beschikbare budgetten en nieuw beleid.

4.

We kijken jaarlijks kritisch naar alle reserves. In de nota reserves, die de gemeenteraad tegelijk met de programmabegroting behandelt, lichten we de reserves uitgebreid toe.

Meer specifiek gelden de volgende kaders: Gemeentelijke belastingen en heffingen De lokale lastendruk houden we minimaal op € 22,50 onder het landelijke gemiddelde. De lokale lastendruk blijft stabiel onder het landelijke gemiddeld, namelijk € € 37. Dit is opmerkelijk omdat zowel de OZB als de afvalstoffenheffing in Oss relatief fors zijn gestegen. We constateren echter dat veel gemeentes in Nederland – vaak vanwege een lastige financiële positie – besloten hebben de gemeentelijke lasten wat meer te verhogen. De Osse afvalstoffenheffing was historisch gezien laag. Onze OZB en afvalstoffenheffing liggen nu rond het landelijk gemiddelde. Toch blijven we qua totale lastendruk nog steeds ver onder het landelijk gemiddelde. Dit wordt voor het overgrote deel veroorzaakt door een lagere rioolheffing. Kaders voor 2022 zijn: 

Voor het jaar 2022 verhogen we de OZB alleen met prijsinflatie (2%).

De tarieven voor rioolheffing en afvalstoffenheffing zijn in principe kostendekkend.

In de Atlas van de lokale lasten heeft het COELO voor 2021 het volgende beeld berekend: Lastendruk standaardwoning 2021

Oss prognose

Landelijk prognose

Onroerende zaakbelastingen

€ 307

€ 305

Afvalstoffenheffing

€ 298

€ 305

Rioolheffing

€ 169

€ 201

Totaal

€ 774

€ 811

Prijsontwikkeling Het CPB verwacht in 2022 voor de overheidsuitgaven een prijsontwikkeling van 1,4% (prijs overheidsconsumptie netto materieel). Voor de loonontwikkeling gaan ze uit van 1,2% (prijs overheidsconsumptie beloning werknemers). Dit is erg laag. We zien dat de werkelijke loonstijging (inclusief premiestijgingen sociale lasten) in 2021 zonder CAO al uitkomt op 2,3%. Uitgaande van bod VNG (dat niet door vakbonden is geaccepteerd) komt hier dan minimaal 0,5% structureel bij. Dus is de totale loonstijging 2021 eerder richting 3 tot 4%. Op basis hiervan is niet reëel te verwachten dat loonstijging in 2022 naar 1,2% gaat. Vandaar dat we in de programmabegroting 2022 rekening houden met een prijs- en loonontwikkeling van 2%. Dit cijfers sluit nagenoeg aan bij het algemene inflatiecijfer (CPI) van 1,9%.

14

In de jaarlijkse meicirculaire van het gemeentefonds krijgen gemeenten in principe geld voor de verwachte loon- en prijsontwikkeling. Vanuit de meicirculaire zetten we daarom de noodzakelijke bedragen apart om loon- en prijsstijgingen op te kunnen vangen. Gesubsidieerde instellingen Bij gesubsidieerde professionele instellingen is in zijn algemeenheid sprake van een 80/20-verhouding tussen het loongevoelige en prijsgevoelige deel van de uitgaven. Voor budgetsubsidies wordt voor de compensatie van loonstijging uitgegaan van de specifieke CAO-ontwikkelingen per sector en voor de compensatie van prijsstijging wordt uitgegaan van de nullijn. Bij de overige subsidies zoals professionele instellingen zonder budgetovereenkomst en nietprofessionele organisaties wordt de nullijn voor prijscompensatie gehanteerd. Post onvoorzien In de begroting hebben we een jaarlijkse post onvoorzien van € 300.000 opgenomen. Dit bedrag kan door het college gedurende het jaar ingezet worden voor incidentele tegenvallers. Criteria daarvoor zijn: 

onuitstelbaar

onvermijdbaar

onvoorzienbaar

De verantwoording van de inzet van deze post nemen we op in de reguliere planning- en controldocumenten. 3. Huidige financiële positie Het financieel beeld wordt bepaald door: 

De meerjarenraming van de programmabegroting 2021-2024.

De uitkomsten van de meicirculaire 2021.

3O-ontwikkelingen vanuit de eerste financiële tussenrapportage over 2021(met focus op doorwerking vanuit de jaarrekening).

3O-ontwikkelingen die pas bij het maken van de programmabegroting 2022-2025 bekend zijn.

De uitkomsten van de septembercirculaire 2021

De COVID-19 crisis heeft financiële gevolgen voor onze financiële positie. De financiële impact is nog niet in te schatten. In het volgende hoofdstuk geven we de belangrijkste financiële risico's weer.

In de volgende tabel hebben we de uitkomsten samengevat. Bedragen x € 1.000 Omschrijving

2021

2022

2023

2024

2025

Programmabegroting 2021-2024

1.120

-154

2.828

1.689

1.689

Eerste financiële tussenrapportage 2021

2.288

1.197

1.142

1.070

1.055

Meicirculaire 2021

-1.509

242

657

1.034

-92

Financieel kader

1.899

1.285

4.627

3.793

2.652

1.700

1.700

1.700

2.927

2.093

952

Geaccepteerd tekort Actueel financieel kader

1.899

1.285

De conclusie uit de tabel is dat de financiële positie flink onder druk staat. In 2022 verwachten we nu een tekort van € 1,3 miljoen, in 2023 € 2,9 miljoen, in 2024 € 2,1 miljoen en structureel een tekort van afgerond € 1 miljoen. Bij deze saldi moet opgemerkt worden dat we nog steeds werken met een geaccepteerd tekort van € 1,7 miljoen, zijnde de extra middelen die we van het Rijk voor de jaren 2021 en 2022 hebben gekregen voor jeugdzorg. Het is en blijft nog onzeker in hoeverre deze extra middelen structureel worden. Voor het jaar 2022 ligt er een forse toezegging, die de komende maanden geconcretiseerd wordt. Over de jaren erna gaat het nieuwe kabinet pas een beslissing over nemen. Het financiële beeld wordt richting de begroting echter slechter door: 

Reguliere 3O-ontwikkelingen bij de begroting

Structurele effecten vanuit de COVID-19 crisis voor 2022 en volgende jaren.

15

Toelichting op de tabel: Programmabegroting 2021-2024 Het beginsaldo van deze rapportage komt uit de programmabegroting 2021-2024. We werken met een geaccepteerd tekort van € 1,7 miljoen voor de jaren 2023 en 2024. Reden hiervan is dat we voor de jaren ervoor extra gelden voor de uitvoering van jeugdzorg hebben ontvangen ter hoogte van € 1,7 miljoen. Dit geld is echter (nog) niet structureel beschikbaar gesteld. Wanneer het kabinet inderdaad besluit om structurele steun te verlenen n.a.v. de tekorten in de jeugdzorg, is het werkelijke tekort dus lager. Deze handelingswijze is net als vorig jaar ook goedgekeurd door onze toezichthouder de provincie. Deze programmabegroting was hierdoor net structureel sluitend met tekorten van ongeveer € 1,1 miljoen in 2021 en 2023. Eerste financiële tussenrapportage 2021 De Eerste financiële tussenrapportage van 2021 zorgde ervoor dat de financiële positie verder onder druk kwam te staan. Met name in 2021 zien we een fors nadeel door de 3O-ontwikkelingen van afgerond € 2,4 miljoen. Meerjarig geven deze 3O-ontwikkelingen een nadeel van ongeveer € 1,4 miljoen. De belangrijkste oorzaken waren: 

We zien forse kostenstijgingen binnen de Wmo van in totaal afgerond € 1 miljoen (structureel). Het gaat om de onderdelen Dagbesteding en begeleiding (€ 604.000), Wmo voorzieningen (€ 209.000) en huishoudelijke verzorging (€ 175.000).

Voor ICT zien we ook meerdere nadelen, in totaal gaat het om een structureel bedrag van ongeveer € 355.000. Dit is onder andere voor hogere kosten voor software, extra licentiekosten en de nieuwe business case voor het thuiswerken.

Daarnaast zien we incidenteel hogere kosten voor de BSOB, namelijk € 261.000 voor een hogere deelnemersbijdrage voor 2021 en het project ‘Waarderen op oppervlakte’ van € 228.000.

Daarnaast hebben we in deze financiële tussenrapportage de decembercirculaire van 2020 en de maartcirculaire van 2021 verwerkt. Voor het jaar 2021 ontvangen we vanuit de decembercirculaire een bedrag van € 1.361.000 en vanuit de maartbrief een bedrag van € 1.146.000. Dit is voor compensatiemaatregelen COVID-19. We reserveren dit bedrag voor deze doelen. Daarnaast is er per saldo sprake van een structureel voordeel van afgerond € 0,25 miljoen. Meicirculaire 2021 Samengevat is de uitkomst van de meicirculaire als volgt: + is nadeel: hogere uitgaven/lagere inkomsten - is voordeel: lagere uitgaven/hogere inkomsten Bedragen x € 1.000 2021

2022

2023

2024

2025

Meicirculaire 2021

-190.833

-189.033

-186.962

-186.568

-187.375

Maartcirculaire 2021

-186.631

-184.059

-182.280

-182.286

-182.286

-4.202

-4.974

-4.682

-4.282

-5.089

Totaal af te zonderen

2.693

5.216

5.339

5.316

4.997

Netto ontwikkeling

-1.509

242

657

1.034

-92

Saldo

We hebben een analyse gemaakt ten opzichte van de maartcirculaire 2021. In de eerste financiële rapportage 2021 hebben we reeds de effecten uit de decembercirculaire 2020 en deze maartcirculaire 2021 verwerkt in de begroting. Belangrijkste punten uit de circulaire zijn: Algemene ontwikkelingen: 

In verband met de huidige crisis zijn de accressen voor de jaren 2020 en 2021 bevroren op het niveau van de Voorjaarsnota 2020 (landelijk). Vanaf 2022 zijn de accressen weer gekoppeld aan de rijksuitgaven.

16

De algemene uitkering valt voor het jaar 2021 positief uit. Er is sprake van een incidentele groei van het gemeentefonds in 2021.

De jaren erna zijn negatief. De rijksuitgaven dalen vooral omdat het Rijk een lagere loon- en prijsstijging voorziet dan dat ze geraamd hadden. Het gemeentefonds daalt daarom evenredig mee.

De herijking van de verdeling van het gemeentefonds is uitgesteld met één jaar naar 2023. Voor een nadere toelichting wordt verwezen naar het hoofdstuk financiële positie “ontwikkelingen en risico’s”.

Compensatiepakket COVID-19 Het Rijk heeft in de meicirculaire de volgende vooraankondigingen gedaan voor aanvullende compensatie: 

Buurt- en dorpshuizen: indicatief € 50.000 voor Oss

Lokaal culturele infrastructuur: € 250.000 voor Oss

Afrekening inkomstenderving 2020: PM. Daarnaast beziet het kabinet de reële compensatie voor de inkomstenderving over 2021.

Meerkosten WMO en Jeugdwet 2021: indicatie landelijk € 141 miljoen, verdeling niet bekend. Er is reeds afgesproken dat voor geheel 2021 volledige compensatie plaatsvind voor de meerkosten van jeugd en Wmo.

Concretisering hiervan zal bekend worden bij de septembercirculaire. Dit met uitzondering van de meerkosten Wmo en jeugd, deze komen naar verwachting in de decembercirculaire. Gezien de economie weer opengaat in de tweede helft van dit jaar worden voor andere dossiers in beginsel geen nieuwe middelen gereserveerd. Extra gelden voor acute problematiek in de jeugdzorg 2021 Het kabinet heeft voor het jaar 2021 (incidenteel) € 613 miljoen beschikbaar gesteld voor acute problemen in de jeugdzorg. Van de extra compensatie zal € 493 miljoen via het gemeentefonds lopen. De rest ter hoogte van € 120 miljoen gaat via specifieke uitkeringen (zogenaamde SPUK’s). Hierbij praten we over uitbreiding van de crisiscapaciteit en het verbeteren van accommodaties. Deze compensaties worden verstrekt aan een beperkt aantal gemeenten of jeugdzorgregio’s. De compensatie via het gemeentefonds betreft: 

Vormgeven consultatiefunctie ggz, tegen gaan wachtlijsten bij lichtere jeugdhulpproblematiek en tegengaan verdringing van andere uitgaven bij gemeenten: € 228 miljoen

Uitbreiden aantal praktijkondersteuners jeugdzorg: € 10 miljoen

Extra inzet en regie op het voorkomen en aanpakken van wachttijden van (regionaal) ingekochte specialistische jeugdzorg op basis van goede data, zodat kwetsbare kinderen de hulp krijgen die ze nodig hebben: € 200 miljoen

Regionale coördinatie en landelijke informatievoorziening door de VNG ten aanzien van de wachtlijsten specialistische jeugdzorg, € 55 miljoen. Dit laatste bedrag wordt in de komende septembercirculaire verwerkt.

Richting de programmabegroting onderzoeken we in hoeverre we deze extra gelden in moeten zetten voor intensiveringen en/of we deze gelden deels kunnen inzetten om de huidige tekorten binnen jeugdzorg af te dekken. De compensatie via specifieke uitkeringen betreft: 

Tijdelijke uitbreiding van de crisiscapaciteit jeugd-GGZ: € 50 miljoen

Beter passend maken van accommodaties om de leefomstandigheden van kwetsbare jeugdigen te verbeteren(driemilieuvoorzieningen): €50 miljoen

Het ombouwen van separatieruimten in de gesloten jeugdhulp tot High Intensive Care Units: € 5 miljoen

Het vereenvoudiging en verbetering van de jeugdbeschermingsketen (o.a. verbreding en verdere uitrol pilots vereenvoudiging Jeugdbescherming en doorbraakaanpak): € 15 miljoen.

Deze middelen zullen aan een beperkt aantal gemeenten of jeugdzorgregio’s uitgekeerd worden. Dit wordt landelijk uitgewerkt. Een klein deel van de middelen zal gebruikt worden voor landelijke coördinatie en activiteiten die centraal door het Rijk georganiseerd worden. Hierover zullen in een bestuurlijk overleg tussen Rijk en VNG nadere afspraken worden gemaakt.

17

Extra gelden jeugdzorg 2022: uitkomsten arbitrage en bestuurlijk overleg Onlangs heeft de arbitragecommissie aangegeven dat ze vinden dat er fors extra geld moet komen voor gemeenten. Van 2005 tot en met 2015 stegen de jeugdzorgkosten met 250%. Volgens de commissie was het te optimistisch om te veronderstellen dat het na een periode van zulke sterke groei het mogelijk zou zijn om in korte tijd een structurele daling van de uitgaven voor de jeugdzorg te realiseren door overdracht aan de gemeenten. De arbitragecommissie spreekt zich niet uit over een compensatie met terugwerkende kracht voor de jaren tot en met mei 2021. Het doet een semi-bindend advies aan het nieuwe kabinet over de jaren erna. Structureel zou het tekort volgens AEF € 1,2 miljard tot € 1,5 miljard bedragen (na besparingen). In het Bestuurlijk Overleg van 2 juni jl. hebben het kabinet en de VNG de uitspraak van de Commissie van Wijzen (CvW) besproken en daarover de onderstaande afspraken gemaakt: 

Het oordeel van de Commissie van Wijzen (CvW) is verzonden aan de Tweede Kamer, waarmee het ook als inbreng voor de kabinetsformatie dient. Het oordeel onderstreept de grote, gezamenlijke opgave om het jeugdstelsel beter te beheersen en te verbeteren. Het Rijk stelt voor (alleen) het jaar 2022 een bedrag van extra € 1.314 miljoen beschikbaar aan gemeenten ter compensatie, waarbij Rijk en gemeenten zich committeren aan een aantal afspraken

Dit bedrag wordt verwerkt in de miljoenennota 2022

Het Rijk geeft hierover op korte termijn helderheid aan gemeenten zodat het mee kan lopen in hun begrotingscyclus en inkoop 2022. De komende weken vindt tussen Rijk en gemeenten besluitvorming plaats over de wijze van uitkeren en verdeling van € 1.314 miljoen.

Verdeling gelden beschermd wonen Per 1 januari 2021 is de Wet Langdurige zorg (Wlz) opgesteld voor mensen met een psychische stoornis. Dit heeft geleid tot een verlaging van het budget voor beschermd wonen. Inmiddels is bekend dat meer cliënten de overstap vanuit beschermd wonen naar de Wlz maken. Dit betekent een extra verlaging van het budget voor beschermd wonen. In hoeverre dit (regionaal) gerealiseerd kan worden in onze eigen budgetten wordt de komende tijd duidelijker. Besluitvorming over de invoering van een nieuw landelijk verdeelmodel voor beschermd wonen is voorzien vanaf 2023. Dit zal herverdeeleffecten hebben in positieve en negatieve zin. Uitstel nieuwe inburgeringswet De inwerkingtreding van de nieuwe inburgeringswet is met een half jaar uitgesteld naar 1 januari 2022. Dit heeft (beperkte) financiële impact op de compensatie van de uitvoeringskosten vanuit het Rijk aan gemeenten. Conclusie meicirculaire De meicirculaire 2021 van de algemene uitkering uit het gemeentefonds laat ten opzichte van de maartcirculaire 2021 voor alle jaren een stijging zien. Van deze bedragen moeten we diverse bedragen afzonderen voor specifieke onderwerpen. Afzonderen als we voor specifieke beleidsvelden extra geld krijgen, maar ook afzonderen in gevallen dat we gekort worden op specifieke beleidsvelden. Als we daar rekening mee houden hebben we de volgende saldo’s: 

2021: € 1,5 miljoen positief

2022: € 0,2 miljoen negatief

2023: € 0,7 miljoen negatief

2024: € 1 miljoen negatief

2025: € 0,1 miljoen positief.

In bijlage 1 hebben we een uitgebreide toelichting op de uitkomsten van de meicirculaire opgenomen.

18

4. Incidentele begrotingsruimte De incidentele begrotingsruimte wordt vooral bepaald door de ruimte binnen de algemene reserve en de ruimte binnen de algemene bedrijfsreserve van het grondbedrijf. Algemene reserve De omvang van de algemene vrije reserve is per 1 januari 2021 afgerond € 24,6 miljoen (inclusief saldobestemming jaarrekening 2020). De minimale norm van deze reserve is 10% van de algemene uitkering. Op basis van de meicirculaire 2021 is dat € 18 miljoen. De reserve is nu hoger dan de minimale omvang. Op basis van het huidige meerjarenperspectief willen we echter benadrukken dat we deze ruimte nodig zullen hebben voor het opvangen van de tussentijdse tekorten. Indien nodig zetten we de algemene reserve nog in voor de COVID-19 herstelagenda. Dit kan wel als gevolg hebben dat we dan tijdelijk onder de minimale norm komen. Algemene bedrijfsreserve van het grondbedrijf De algemene reserve van het grondbedrijf is per 1-1-2021 gestegen naar € 24,3 miljoen. Het minimale niveau van deze reserve om risico's in bestaande grondexploitaties af te dekken bedraagt € 5,6 miljoen. We verwachten vanuit het grondbedrijf nog extra winsten in de jaren 2021 tot en met 2024 circa € 12,5 miljoen. Rekening houdend met o.a.

het besluit in de programmabegroting 2021-2024 om de ABR in 2021 met € 5,7 miljoen te verlagen verwachten we dat de ABR eind 2024 uitkomt op circa € 29 miljoen (bron MPG 2021-2024). We willen deze gelden strategisch goed inzetten, wetende dat na 2025 deze geldstroom grotendeels opdroogt. Daarom moeten we dit geld alleen uitgeven aan investeringen die op termijn rendement opleveren. Rendement kan worden uitgedrukt in besparingen, maatschappelijke winst, voorfinanciering die na verloop van tijd geld oplevert. We willen met deze middelen het profiel van Oss langjarig kunnen versterken. Daarom willen we deze gelden reserveren voor de versnelling van de woningbouw en bedrijventerreinen. De taskforce die hiervoor ingesteld is, komt met concrete voorstellen. In het hoofdstuk "op weg naar de begroting" lichten we dit verder toe. Overige reserves We hebben ook diverse bestemmingsreserves waar in principe nog bestedingsmogelijkheden zijn. In bijlage hebben we een overzicht van de grootste bestemmingsreserves opgenomen. Deze reserves geven een beeld van de incidentele investeringsruimte in de komende jaren. 5. Financiële ontwikkelingen en risico's Zoals we al eerder hebben toegelicht zien we veel risico's, zowel negatieve als positieve risico's. We schetsen de belangrijkste risico's: COVID-19 De COVID-19 crisis heeft de wereld nog steeds in zijn grip.

We keren op tal van plekken compensatie uit voor effecten van deze crisis. Het is echter nog onzeker wat de effecten op de lange termijn zijn. Het CEP is optimistisch over het herstel van de economie, maar we zien ondanks dit mogelijke herstel wel risico's op het gebied van werk, bijstand en schuldhulpverlening. Daarnaast is onzeker wat het effect van COVID-19 op de vraag naar jeugdhulp is. De vraag is als we hier in de toekomst extra kosten voor moeten gaan maken of we deze voldoende gecompenseerd krijgen vanuit het Rijk. Kostenstijgingen in het sociaal domein We zien de afgelopen jaren forse kostenstijgingen binnen het sociaal domein. Ook richting de toekomst zien we hier risico's. Door de invoering van het abonnementstarief is het aantal aanvragen voor de Wmo in 2020 en 2021 opnieuw fors gestegen. We zagen een stijging van het aantal klanten huishoudelijke verzorging ZIN met 1% per maand. Dit is een landelijk beeld. Het Rijk compenseert deze aanhoudende kostenstijging niet. Een besluit over een eventuele aanpassing van het abonnementstarief ligt bij een nieuw kabinet. We voorzien nog geen afvlakking van de groei. Hetzelfde beeld geldt voor de Wmo voorzieningen, vooral voor de vervoersvoorzieningen.

19

Voor jeugdhulp geldt dat de inkoop 2021 en inkoop vanaf 2022 een risico vormen. In 2021 kopen we op een andere manier in dan nu, waarbij we ook werken met een nieuw productenboek. Daarbij zijn bij de financiering van aanbieders prikkels ingebouwd om meer op kosten te gaan sturen. Verder krijgt de toegang een grotere rol in de toewijzing van zorg. De praktijk zal leren wat de effecten hiervan zijn. De inkoop vanaf 2022 is ook een onzekerheid. Dat geldt onder andere voor de inkoopmethodiek vanaf 2022 (volledig pxq) en voor de uitkomsten van de aanbesteding. Bovendien worden vanaf 2022 de regionale solidariteitsafspraken grotendeels losgelaten. Tenslotte wijzigt vanaf 2022 het woonplaatsbeginsel. Dat zorgt voor een aanpassing welke gemeente verantwoordelijk is voor welke jeugdige. Hoe dat uitpakt voor onze regio en specifiek Oss is nog niet bekend. Activering van personele kosten Elk jaar besteden we in onze organisatie tijd aan investeringsprojecten. We spreken over een investeringsproject als het gaat om uitgaven waarvan het nut zich over meerdere jaren uitstrekt. Veel voorkomende investeringsprojecten hebben betrekking op de bouw, verbouw en / of verbetering van gebouwen, de aanleg van wegen, straten en openbaar groen en de accommodaties op het gebied van onderwijs, sport, cultuur en recreatie. Deze investeringen worden geactiveerd.

Dit betekent dat er jaarlijks op wordt afgeschreven en dat dus de kosten worden verdeeld over deze jaren. Onze accountant heeft eerder aangegeven (jaarrekening 2019) dat de uren die direct besteed worden aan dat investeringsprojecten hieraan toegerekend moeten worden. Dit is verplicht gesteld in de verslagleggingsvoorschriften. We doen dit op dit moment nog niet. We zijn in overleg met de accountant om dit op een praktische manier vorm te geven. In financieel opzicht leidt dit tot een voordeel van circa € 0,7 tot € 1 miljoen. Dit komt omdat de personele kosten nu in 20-40 jaar worden verdeeld in plaats van in eens ten laste van de begroting komen. Onzekerheden vanuit de landelijke verkiezingen Veel besluitvorming die effect heeft op de financiële positie is door het vorige kabinet uitgesteld tot het nieuwe kabinet. De vraag is wat de effecten zijn voor: 

Het accres: we weten dat het gemeentefonds in de vorige kabinetsperiode was gekoppeld aan de brede rijksuitgaven en dat gemeenten deze brede koppeling ook in de volgende kabinetsperiode willen. Voor 2020 en 2021 was deze ‘uitgezet’ vanwege de coronacrisis. Wat we niet weten is of en op welk niveau de accressen voor 2022 en verder dadelijk worden ‘vastgeklikt’ en of dit nadelig of voordelig uitvalt ten opzichte van de bestaande ramingen.

Het abonnementstarief: in de verkiezingsprogramma's werd door een groot aantal partijen benoemd dat ze het abonnementstarief wilde aanpassen of afschaffen. Het abonnementstarief zorgt voor een forse volumestijging. Een aanpassing of afschaffing ervan, of meer compensatie zou een positief effect op onze begroting kunnen hebben.

De opschalingskorting: de opschalingskorting is al grotendeels doorgevoerd in onze begroting. We weten nog niet of een nieuw kabinet in gaat op de wens van gemeenten om de opschalingskorting (gedeeltelijk) te schrappen. Voor onze gemeenten gaat het nog om een bedrag van € 0,7 miljoen wat we extra zouden moeten realiseren in 2025. Hiermee is de totale bezuiniging voor onze gemeente € 4,9 miljoen structureel. Het afschaffen van deze opschalingskorting per 1-1-2022 zou voor ons een voordeel betekenen van circa € 0,6 miljoen per jaar, oplopend tot structureel 2,4 miljoen.

Compensatie kosten Jeugdhulp: We ontvangen tot en met 2022 € 1,7 miljoen van het Rijk ter compensatie van de kosten voor jeugdhulp. Na de uitspraak van de arbitragecommissie zijn er ook afspraken gemaakt voor het jaar 2022. Voor de toelichting hierop verwezen we naar de tekst bij de meicirculaire 2021 in dit hoofdstuk. Onduidelijk is hoe en in welke mate de tekorten voor de jaren erna gecompenseerd worden.

Deze onzekerheden vanuit de landelijke verkiezingen kunnen veel impact hebben op onze begroting. Het grote risico voor dit moment is dat de tijdigheid van een nieuw kabinet veel onzekerheid geeft voor de komende programmabegroting 2022-2025. Wanneer er binnen de komende maanden geen nieuw kabinet komt blijven deze onzekerheden ook bij de begroting van kracht en blijven we sturen in de mist.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Oss&id=14a4c8aa-0733-4abd-86fe-4f8f56975882