K Remi dd 22 januari 2021 derde document inspreektekst Rutte doctrine in de Lithse Polder.PDF
Tekst van het document
Van: Kees Remi Verzonden: vrijdag 22 januari 2021 10:46 Aan: Akker, Roger van den CC: Onderwerp: FW: Derde document inspreektekst raadsvergadering 28 agendapunt 5 > Rutte doctrine in de Lithse polder Geachte heer van den Akker, Vriendelijk verzoek bijgaande brief en bijlage als inspreektekst te plaatsen bij Agendapunt 5 > Spreekrecht voor het publiek. Gemeenteraadsvergadering 28 Januari 2021. Derde onderwerp van inspreektekst: Rutte doctrine in de Lithse polder. Tot mijn verbazing heeft u de mogelijkheid om in te spreken verplaats naar de vrijdagmorgen. Is dit besluit in de gemeenteraad met een meerderheid aangenomen? Van iedere fractie is een raadslid aanwezig tijdens de ochtend. Welke fractieleden zijn dat? Hebben zij zich ingelezen in de op iBabs geplaatste ingezonden stukken? Welke ervaring of expertise hebben deze raadsleden op het gebied van energieopwekking? Welke hiaten in kennis hebben deze fractieleden en kunnen zij vooraf hun vragen toezenden zodat de insprekers daar aandacht aan kunnen besteden in de 5 minuten die ze krijgen ? Voor de insprekers kan deze informatie van belang zijn bij de afweging of het moeite waard is een snipperdag op te nemen en de werkgever om toestemming te vragen hieraan deel te nemen i.v.m. gevaar van besmetting. Bij voorbaat dank voor de respons. Met vriendelijke groet, Kees Remi
Van: Kees Remi Verzonden: maandag 18 januari 2021 10:43 Aan: Akker, Roger van den CC: Onderwerp: Tweede document inspreektekst raadsvergadering 28 agendapunt 5 > Black-out Europese elektriciteitsvoorziening binnen 5 jaar te verwachten. Geachte heer van den Akker, Vriendelijk verzoek bijgaande brief als inspreektekst te plaatsen bij Agendapunt 5 > Spreekrecht voor het publiek. Gemeenteraadsvergadering 28 Januari 2021. Tweede onderwerp van inspreektekst:
Black-out Europese elektriciteitsvoorziening binnen 5 jaar te verwachten. Met vriendelijke groet, Kees Remi
Van: Akker, Roger van den Verzonden: vrijdag 15 januari 2021 11:49 Aan: 'Kees Remi' CC: Onderwerp: RE: Ingezonden brief raadsvergadering duurzame polder 28 januari 2021 Geachte heer Remi, Bijgaande brief is geplaatst op de lijst ingekomen stukken van de raadsvergadering van donderdag 28 januari 2021. U heeft hier op woensdag 13 januari een ontvangstbevestiging over gehad die ik bij zal voegen. De ingekomen brieven zijn niet zichtbaar op ibabs voor de burgers, dat heeft te maken met de bescherming van de persoonsgegevens. De brieven zijn wel zichtbaar voor de raads- en burgerleden. Op maandag 25 januari plaatsen we een geanonimiseerde lijst van ingekomen stukken op iBabs die voor iedereen zichtbaar is. Vandaag gaat een persbericht uit dat de gemeenteraadsvergadering van 28 januari over de Duurzame Polder doorgaat. Het wordt een hybride vergadering (deels fysiek, deels digitaal). Ik vertrouw er op u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. Met vriendelijke groet, Roger van den Akker Raadsgriffier
Raadhuislaan 2 Postbus 5 5340 BA Oss Telefoon 14 0412 www.oss.nl
Van: Kees Remi Verzonden: vrijdag 15 januari 2021 10:56 Aan: Akker, Roger van den CC: Onderwerp: FW: Ingezonden brief raadsvergadering duurzame polder 28 januari 2021 Geachte heer van den Akker , Vriendelijk verzoek bijgaande brief als inspreek tekst te plaatsen bij Agendapunt 5 > Spreekrecht voor het publiek. Gemeenteraadsvergadering 28 Januari 2021. Wat is er besloten 12 januari agendacommissie? https://portal.ibabs.eu/Agenda/View/d6ad41a5-9bf9-46c0-93dd-dd89a83c1e1f Zou u mij willen informeren waarom deze brief niet is geplaatst bij de ingezonden stukken. Deze brief heb ik u 2 x eerder toegestuurd.
met vriendelijke groet , Kees Remi Van: Kees Remi Verzonden: vrijdag 8 januari 2021 15:27 Aan: Akker, Roger van den <R.van.den.Akker@oss.nl> CC: Raadsgriffie@oss.nl <Raadsgriffie@oss.nl> Onderwerp: FW: Ingezonden brief raadsvergadering duurzame polder 28 januari 2021 Geachte heer van de Akker, Vriendelijk verzoek de in bijlage meegestuurde brief toe te voegen aan de agenda gerelateerde documenten voor de raadsvergadering van 28 januari 2021 duurzame polder . Bij voorbaat dank. met vriendelijke groet , Kees Remi Van: Kees Remi Verzonden: maandag 4 januari 2021 10:24 Aan: Raadsgriffie@oss.nl <Raadsgriffie@oss.nl> Onderwerp: Ingezonden brief raadsvergadering duurzame polder 28 januari 2021 Geachte Griffie, Bijgaand ingezonden brief raadsvergadering duurzame polder 28 januari 2021. met vriendelijke groet , Kees Remi Atalantastraat 17 5345 GN Oss Let op: De gemeente Oss gaat geen verplichtingen aan via e-mail van of naar individuele medewerkers. U kunt aan deze e-mail geen rechten ontlenen, tenzij er een besluit bij zit.
Oss 21 Januari 2021 Ingezonden brief raadsvergadering 28 januari 2021 Rutte doctrine in de Lithse polder Beste raadsleden Algemeen Dagblad/DPG Media 29-07-2018. Citaat Jan Rotmans : “Soms denk ik: er mag best een verlichte dictatuur op dit gebied komen. Dat schiet tenminste op . https://www.ad.nl/wetenschap/hoogleraar-straks-is-elke-woning-een-energiecentrale~a912b173/ In een totalitaire staat met een dictator is het eenvoudig om tegenstanders uit te schakelen, in een verlichte dictatuur gaat dat subtieler. De verlichte dictatuur heeft nu ook een naam : RUTTE DOCTRINE Twee jaar verder ,2021,kunnen we inventariseren hoe de Rutte doctrine in de praktijk werkt.
In 2015 wordt het klimaatakkoord van Parijs door Nederland ondertekend. https://nl.wikipedia.org/wiki/Akkoord_van_Parijs Aan de onderhandelingstafel voor het regeerakkoord 2017-2021 en de te vormen coalitie ,met VVD,CDA,D66 en CU ,kwam het klimaatakkoord uit de hoge hoed. Aan de klimaattafels ,van VVD,er Nijpels, worden afspraken gemaakt over CO2 reductie. Kritische deelnemers worden geweerd.. Om te voorkomen dat de bevolking nog roet in het eten kan gooien werd het referendum afgeschaft. Noodwetten als de Rijks Coördinatie Regeling en de Crisis en Herstelwet worden ingezet ,waardoor het voor burgers onmogelijk is om succesvol bezwaar te maken via de rechter.. RES-regio’s werden ingesteld ,verdeel en heers, door het ministerie van Economische Zaken en Klimaat .De RES heeft geen staatsrechtelijke grondslag Als blijkt dat de klimaatdoelen niet gehaald worden is Jan Rotmans ,gesponsord door de postcodeloterij, er als de kippen bij om deze doelen via de rechter af te dwingen Internationale verdragen gaan voor nationale verdragen. De staat verliest in de rechtszaak omdat het voorkomen van een temperatuurstijging van verandering van 0.0003 oC een mensenrecht is. Insprekers s morgens laten inspreken wegens avondklok
Hoe heeft dit onder het oog van onze gekozen volksvertegenwoordigers kunnen gebeuren ? Pieter Omtzigt (CDA) beschrijft dit in zijn position paper 9 november 2020 ,voor de parlementaire onderzoekscommissie uitvoeringdiensten. --------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------1. De wetten zijn veel ingewikkelder geworden de afgelopen 50 jaar. En de politieke akkoorden zijn volledig dichtgetimmerd, zodat er geen controle op uitvoerbaarheid meer plaatsvindt. 3. De Tweede Kamer heeft steeds minder ervaren, gezaghebbende en ter zake deskundige Kamerleden. Het klimaatakkoord uit 2019 telt 250 pagina’s en maar liefst 600 maatregelen, die niet individueel behandeld en beoordeeld worden op hun effectiviteit bij de behandeling van het klimaatakkoord. Nieuwe regelingen worden achter een onderhandeltafel bedacht. Daar zijn per definitie maar een
aantal partijen aanwezig, om de onderhandelingen overzichtelijk te houden. Vervolgens worden de uitkomst van deze onderhandelingen in politiek beton gegoten. ----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------Ik kan u adviseren nog eens terug te luisteren wat Pieter Omtzigt (CDA) hierover heeft gezegd tijdens het tweedekamer debat over het kindertoeslag schandaal. Hij noemde hierbij expliciet het klimaatakkoord als vergelijkbaar dossier. Bovenstaande geldt ook voor de gemeenteraad ,die volgen blindelings de wethouder en de landelijke politieke partij. De propagandamachine doet zijn werk. Wethouder Van de Schoot (CDA):”We moeten iets doen voor ons klimaat. Is het niet voor ons zelf dan toch tenminste voor onze kinderen en hun kinderen. Het zijn lastige keuzes ,maar ze moeten wel gemaakt worden. Door het Brabants Dagblad/DPG Media wordt Van de Schoot uit de wind gehouden en bestempelt als “kop van jut”. De typering is terecht. Het niet plaatsen van ingezonden brieven , het negeren van insprekers ,het bagatelliseren en schofferen van de aanbieders van 5000 handtekeningen is normaal in Oss.
Uit de diverse raadsvergaderingen ,commissievergadering en hoorcommissies kan worden geconcludeerd dat de raadsleden niet de vereiste ervaring en kennis beschikken om over energieopwekking een op getallen gebaseerd standpunt in te nemen. Als je de technische details niet snapt ben je afhankelijk en moet het raadslid zich verschuilen achter de autoriteiten die het systeem hebben bedacht, hetgeen blijkt tijdens inspreekreacties van gedupeerden. De corona crisis komt gelegen, er wordt niet hoofdelijk gestemd, elke fractie stuurt een afgevaardigde die zijn hand op mag steken, voor of tegen. Enige verantwoording naar de kiezer en zelfreflectie is de raadsleden volkomen vreemd, hun optreden kan worden gekenmerkt als een gênante vertoning die de burger veel geld gaat kosten. Luister mee vanaf 2.03.07. https://channel.royalcast.com/oss/#!/gemeenteoss/20201203_4 Zo kan het gebeuren dat in de commissievergadering van 3 December 2020 door een beperkt aantal raadsleden wordt besloten in te stemmen met 13 windmolens van 250 meter hoog in de Lithse polder. De gemeenteraadsvergadering van 28 januari 2021 is het slot van deze klucht ,insprekers zijn niet welkom . Besluiten over de energievoorziening van de toekomst horen niet thuis in de dorpspolitiek.
Met de tweede kamer verkiezingen in het vooruitzicht is het lastig een keus te maken als je je realiseert dat de partijprogramma’s na het stemmen in de onderste la verdwijnen. De Rutte doctrine werkt. Kees Remi Oss https://resinbeeld.nl/lithse-polder-langs-de-randen/
Tweede Kamer, 45e vergadering Dinsdag 19 januari 2021
Aanvang 13:00 uur Sluiting 01:25 uur Status Ongecorrigeerd
De voorzitter: Dank u wel. Dan geef ik nu het woord aan de heer Omtzigt namens het CDA. De heer Omtzigt (CDA): Dank u wel, voorzitter. Ook dank aan de commissie-Van Dam voor het werk dat ze gedaan heeft, waardoor we hier nu met een snoeihard rapport staan. Want deze drie constateringen van de parlementaire ondervragingscommissie waren de hardste die de CDA-fractie gezien heeft in onderzoeken en enquêtes van de Kamer in de afgelopen 70 jaar. De rechtsstaat is in het geding. De regering heeft de Kamer ontijdig, onjuist en onvolledig geïnformeerd, en dat bij herhaling. En openheid, volledigheid en transparantie waren niet de leidende principes richting de Kamer en de pers en bij het samenstellen van dossiers voor rechtbanken. Dit is in meerdere gevallen ingegeven door gewenste politieke of juridische uitkomsten. Vrij vertaald: ze hebben niet de waarheid gesproken, zelfs niet bij de rechter, en ze hebben stukken in dossiers achtergehouden om er maar voor te zorgen dat de ouders geen gelijk kregen. Een grote groep ouders en hun kinderen stond machteloos tegenover machtige instituten van de rechtsstaat. Vrij vertaald: tienduizenden ouders zijn jarenlang vermalen, met gruwelijke resultaten voor privélevens. Zij hebben geen enkele, maar dan ook geen enkele bescherming gehad van de rechtsstaat of zijn instituties.
Neemt de regering deze conclusies over of neemt zij daar afstand van? Graag een helder betoog. In de huidige omstandigheden, namelijk een coronapandemie, nam de regering twee terechte besluiten. Zij formuleerde een inhoudelijke reactie op het rapport en besloot af te treden. In deze omstandigheden kan en moet de demissionaire regering in de ogen van de CDA-fractie de lopende zaken voluit blijven behartigen. Dat betreft in ieder geval de bestrijding van de coronapandemie in al haar facetten, zoals de grote economische en sociale gevolgen, de brexit, de opvolging — heel belangrijk — van het rapport Ongekend onrecht, en de Groningers en de hersteloperatie, die een aantal dingen vandaag zullen herkennen in de inbreng. Dat klinkt uitzonderlijk en dat is het ook. Het rapport Ongekend onrecht vraagt, nee, schreeuwt om herstel van de rechtsstaat, zowel in het kinderopvangtoeslagschandaal als in zijn algemeenheid. Niet wachten. Een paar maatregelen op de korte termijn zijn noodzakelijk. Dit dossier gaat niet weg als we er niet over spreken. De ouders zitten vaak nog diep in de problemen en de rechtsstaatproblemen zijn groot en diep.
Deze problemen zijn niet alleen ontstaan door problemen bij de regering en de Belastingdienst, maar juist ook doordat andere instellingen niet ingrepen, rechters, de Ombudsman en de media, en niet in de laatste plaats doordat de Tweede Kamer zowel als wetgever als controleur tekortgeschoten is. Wij erkennen dat en vinden dat een groep Kamerleden wanneer het rapport van de commissie-Bosman uitkomt, voorstellen moet doen. Wijzelf denken aan dat we onafhankelijker moeten zijn van regeerakkoorden en grote klimaatakkoorden, meer tijd voor wetsbehandelingen moeten nemen en de commissie voor de Rijksuitgaven moeten heroprichten.
De heer Omtzigt (CDA):
Ik moet ook heel eerlijk zeggen — daar kom ik zo meteen op — dat ik onderzoek heb gedaan op Malta, zoals u weet. Ik kwam daar een staat tegen die niet functioneerde. Heel lang heb ik het voor onmogelijk gehouden om een vergelijking tussen Malta en Nederland te maken, maar bij ons functioneert iets anders niet: macht en tegenmacht. Er is hier zo'n innige band tussen het kabinet en de Tweede Kamer dat, als je een moeilijke vraag hebt, jij het probleem bent in het kabinet. Er is zo'n innige band tussen het kabinet en de pers dat er wel vragen aan het kabinet gesteld zijn door moedige journalisten als Jan Kleinnijenhuis en Pieter Klein, maar dat die 20.000, 30.000 ouders — wat zeg ik; 100.000, want het waren allemaal gezinnen — nooit in beeld zijn gekomen in ons land. Er is iets fundamenteels mis in ons land, iets fundamenteels in de checksand-balances. En het gaat verder. De rechtspraak beschermt niet. De belangenorganisaties eten allemaal uit de staatsruif. Allemaal! Die noemen wij belangenorganisaties. Maar weet je wat er gebeurt? Ze zeggen weleens wat, maar je hoort ze nooit keihard zeggen: en nu is het afgelopen! En waarom? Omdat dan de subsidie stopt. Ik kan u de voorbeelden daarvan geven.
Wij hebben de Staat zo ingericht dat onze kliek in Den Haag — ik zeg "onze", maar hoewel ik een van de langstzittende Kamerleden ben, doe ik mijn best om daarbuiten te blijven — meer kijkt naar de partijvoorzitter dan naar de kiezer. Dat zullen we moeten veranderen. Daar ligt een bredere agenda onder dan alleen zeggen: er was één belastingambtenaar. Was het maar één belastingambtenaar, die ik kon vinden. Was het maar één minister. Dat is precies waarom ik al vier jaar zeg: dat opstappen kan me niet schelen. Waarom zeg ik dat? Omdat het niet één persoon is. We hebben een structuur en een systeem gecreëerd waarin van alles centraal staat, maar niet de hardwerkende Nederlandse burger. Die staat alleen centraal in de verkiezingscampagne.
De Tweede Kamer en de Uitvoering, een moeilijke combinatie Pieter Omtzigt Geschreven ten behoeve van de parlementaire onderzoekscommissie uitvoeringdiensten Enschede, 7 november 2020
Inleiding De Tweede Kamer heeft twee hoofdtaken, het maken van wetten als medewetgever en het controleren van de regering. In beide taken zou de uitvoerbaarheid van wetten en regelingen een grote rol moeten spelen. Helaas is dat niet het geval. Hiervoor zijn vele redenen aan te voeren. Het is daarom zeer goed dat de commissie uitvoeringsorganisaties hier in zijn algemeenheid onderzoek naar doet en de commissie kinderopvangtoeslagen onderzoek doet naar een specifiek schandaal. In een eerdere bijdrage1 heb ik al geschetst dat er grote problemen zijn met macht en tegenmacht in Nederland. Bij het toeslagenschandaal functioneerden de mechanismen van de rechtsstaat totaal niet: interne klokkenluiders werden op een zijspoor gezet. De belastingdienst bracht onvolledige stukken in bij het bestuursrecht. De ombudsman en de autoriteit persoonsgegevens waarschuwden wel, maar beten niet door, ook omdat de belastingdienst gewoon glashard loog en stukken achterhield. De Raad van State zag het wel, maar corrigeerde het niet. De afgelopen jaren heeft ons politieke systeem steeds minder aandacht gegeven aan de uitvoering. Daar zijn zoals gezegd helaas veel redenen voor aan te voeren. Ik schets de redenen die hun oorzaak hebben in de politieke besluitvorming en in een aantal concrete besluiten die gaan over de structuur van de overheid. 1.
De wetten zijn veel ingewikkelder geworden de afgelopen 50 jaar. En de politieke akkoorden zijn volledig dichtgetimmerd, zodat er geen controle op uitvoerbaarheid meer plaatsvindt
De (on)betrouwbare overheid, tijd voor een nieuw sociaal contract, https://socialechristendemocratie.nl/2020/10/02/de-onbetrouwbare-overheid/ 1
pagina 1/11
In Nederland hebben we een traditie om zeer, zeer gedetailleerde regeerakkoorden te sluiten. Maar die zijn steeds gedetailleerder geworden. Het regeerakkoord van 19942 telde 43 pagina’s met heel veel wit en een paar tabellen. Het regeerakkoord van 2017 was twee keer zo lang en veel gedetailleerder en telde 68 pagina’s van een veel kleiner lettertype en maar liefst 161 maatregelen waarvan heel precies berekend was wat ze moesten opbrengen. Regeringsfracties keuren deze regeerakkoorden doorgaans in een paar uur goed. Misschien herinnert u zich nog dat de VVD-fractie de inkomensafhankelijke zorgpremie daarbij over het hoofd gezien had in 2012. Bij uitzondering is dat teruggedraaid. De praktijk is echter dat alle maatregelen in het regeerakkoord goedgekeurd moeten worden, ongeacht of ze uitvoerbaar zijn of niet. Slechts een enkel totaal onuitvoerbaar plan, zoals de huishoudtoeslag, sneuvelt later alsnog, maar dat is de uitzondering. De regeringspartijen laten elkaar nauwelijks ruimte om naar de uitvoerbaarheid te kijken. Ze dwingen elkaar om de zeer gedetailleerde afspraken nauwgezet na te komen.
Toen de decentralisatie van de jeugdzorg naar de gemeente (inclusief de meest complexe vormen) in het regeerakkoord stond, kon iedereen waarschuwen dat een gemeenteambtenaar van een kleine gemeente geen verstand heeft van de jeugd-GGZ, van intramurale jeugdzorg en kon iedereen waarschuwen. Het plan ging gewoon door. Bovenop het regeerakkoord zijn recentelijk ook akkoorden gekomen. Het klimaatakkoord uit 2019 telt 250 pagina’s en maar liefst 600 maatregelen, die niet individueel behandeld en beoordeeld worden op hun effectiviteit bij de behandeling van het klimaatakkoord. Het parlement accepteert het akkoord – net als het pensioenakkoord – en er is de facto nauwelijks politieke ruimte om dit nog te wijzigen of aan te passen aan nieuwe politieke of maatschappelijke inzichten, of aan praktische moeilijkheden die pas later aan het licht komen. Dat is de essentie van het probleem. Nieuwe regelingen worden achter een onderhandeltafel bedacht. Daar zijn per definitie maar een aantal partijen aanwezig, om de onderhandelingen overzichtelijk te houden. Vervolgens worden de uitkomst van deze onderhandelingen in politiek beton gegoten. Dat heeft twee consequenties. In de eerste plaats is het bijna onmogelijk om vanachter de tekentafel, wanneer je een regeling schetst, alle consequenties te overzien.
Een echt beeld krijg je pas als je bezig bent met de concrete uitwerking van deze regeling en dat bespreekt met alle belanghebbenden, voornamelijk die in de praktijk.
2
Kamerstuk 23715, nr. 11 Herdruk
pagina 2/11
In de tweede plaats zijn per definitie niet alle belanghebbenden evenredig in deze besloten onderhandelingsfase aanwezig. Ongeacht of het een formatie betreft of het sluiten van een ‘akkoord’: het aantal plaatsen aan de tafel is beperkt. Er zijn aan zo’n onderhandelingstafel altijd dominantere en eloquentere deelnemers: hun belangen zijn daardoor overmatig bepalend voor het eindresultaat. Sommige deelnemers zitten daar ook niet echt namens een achterban maar zijn meer te betitelen als lobby-organisaties en zitten daar voor hun eigenbelang. Zo’n stoel aan de onderhandelingstafel is heel veel waard. Pas als het akkoord gesloten is en bekend wordt gemaakt, komt deze onevenwichtigheid aan het licht. Maar dit kan niet meer gecorrigeerd worden, omdat het akkoord al in politiek beton is gegoten. Op deze manier wordt het feitelijk onmogelijk gemaakt om tot een goed uitvoerbare regeling te komen. Want dat vergt, naarmate je deze verder praktisch uitwerkt, voortdurende correctie en aanpassing, en soms zelfs heroverweging van de uitgangspunten. Maar dat kan niet, omdat de regeling van te voren al vastligt. Het gaat er dus steeds minder om of een regeling het beoogde doel dient. Ook als dat geenszins het geval is, wordt zo’n regeling door regering en parlement aangenomen en ingevoerd.
Het gaat er enkel om of we kunnen volhouden dat de regeling in overeenstemming is met wat er in het regeerakkoord of het klimaatakkoord of welk akkoord dan ook, zodat we andere partijen kunnen dwingen akkoord te gaan. Dat is de werkelijke toetssteen waaraan het parlement helaas toetst. We drijven zo steeds verder van de werkelijkheid. Tot slot worden vooral de fiscale en de socialezekerheidswetgeving steeds ingewikkelder. Weinigen kennen nog het hele stelsel van inkomstenbelasting en toeslagen of de Wet Gedeeltelijk Arbeidsgeschikten en het ingewikkelde schattingsbesluit dat onder de bepaling het percentage arbeidsgeschiktheid zit. Iedereen wordt geacht de wet te kennen en te begrijpen. Ik durf hier gerust te beweren dat er vele Kamerleden zijn die de wet inkomstenbelasting en de toeslagen niet goed kennen of begrijpen. Hetzelfde geldt voor de zeer complexe arbeidsongeschiktheidswetgeving. Dat geldt natuurlijk in nog grotere mate voor burgers. Die kennen of begrijpen de wetten niet en komen er achteraf achter dat zij ergens wel of geen recht op hebben. Dan zitten ze zonder inkomen, zonder uitkering of met een enorme terugvordering. Politici begrijpen vaak niet waarom die AOW en kinderbijslag zo populair zijn. Nou een essentieel element is dat ze begrijpelijk zijn. Je weet wanneer je er recht op hebt en wanneer niet.
Je weet ook wanneer je buurman en er wel of geen recht op heeft. De mogelijkheden tot fraude zijn bij deze eenvoudige wetten relatief beperkt.
pagina 3/11
U vraag zich af hoe ingewikkeld het is. Ik zal u een voorbeeld geven over belastingen: De algemene rekenkamer deed onderzoek in 2017 en vond 179 belastingfaciliteiten en 34 belastinginstrumenten, die samen minimaal 97,6 miljard euro waard waren in dat jaar. De ARK heeft vrij vernietigende conclusies zoals: “Wij constateren dat het parlement op dit moment geen periodiek geactualiseerd totaal- beeld heeft van de fiscale regelingen in Nederland die de belastingontvangsten beperken; door ons gedefinieerd als belastingfaciliteiten en -instrumenten. Het ontbreekt voor een groot deel van de belastingfaciliteiten aan inzicht of de beoogde doelen en effecten zijn behaald, en tegen welke ‘prijs”. 3
2. De politiek heeft veel aandacht voor krantenartikelen, maar niet voor uitvoerbaarheid. Het enige dominante frame zijn koopkrachtplaatjes. Mechanismen om te controleren zijn afgeschaft. De Tweede Kamer zou dit recht kunnen zetten door zich goed te concentreren op haar kerntaken. Wetgeving is gewoon complex en een individueel wetsartikel kan ertoe doen. Als de strafbepaling disproportioneel is of de kring van mensen die voor een bepaalde regeling in aanmerking komt, niet klopt, dan ontstaat er gegarandeerd een probleem in de uitvoering. Dat hebben we gezien bij de boetes van het UWV. De Kamer heeft daarvoor een instrument, namelijk artikelsgewijze behandeling van een wet (artikel 101 en 102 van het reglement van orde). Alleen wordt er nooit een wet artikelsgewijs behandeld. Liever besteedt de Kamer haar tijd aan 30-leden debatten over de laatste krantenartikelen. Een ander controlemechanisme is feitelijk ook afgeschaft: de commissie rijksuitgaven, die als taak had de controle op de juiste besteding door de regering van de begrotingsmiddelen, is in 2015 opgegaan in de commissie Financiën. De fiscale en socialezekerheidswetten zijn tegelijk zo ingewikkeld geworden, dat Kamerleden en in toenemende mate experts steeds moeilijker kunnen inschatten welke gevolgen die wetten hebben voor de uitvoering en voor de burger zelf hebben.
Besluiten worden dan nog uitsluitend genomen op basis van koopkrachtplaatjes. En die worden berekend met behulp van een bepaald model.
Zicht op belastingverlichtende regelingen, een inventaris van fiscale regelingen die de belastingontvangsten van het rijk beperken, Algemene Rekenkamer 2017 3
pagina 4/11
En dit gebruik van een model heeft perverse consequenties, omdat het model, en niet de werkelijkheid leidend wordt. En dat leidt dikwijls juist tot meer ingewikkeldheid. Dat mechanisme werkt als volgt: de politici willen zowel geen extra geld uitgeven omdat de uitgaven niet omhoog kunnen als ook betere koopkrachtplaatjes presenteren. Dat kun je bijvoorbeeld via deze twee manieren doen: 1. Een groep die in het standaardkoopkrachtplaatje zit krijgt extra geld, maar wordt zo klein mogelijk geworden. Dat kan alleen met zeer ingewikkelde regelingen en we hebben veel ingewikkelde regelingen en knoppen om aan koopkracht te draaien. 2. De koopkrachtverbetering gaat niet via een belastingverlaging die iedereen krijgt, maar via een inkomensafhankelijke regeling die je speciaal moet aanvragen. Omdat niet iedereen de regeling aanvraagt, maar een bepaalde groep er wel altijd recht op heeft, is dit goedkoper. Het is belangrijk om hierbij op te merken dat hier dus gestuurd wordt op het model, en niet op echte koopkracht. Sturen op echte koopkracht zou vanzelfsprekend veel duurder (vanuit overheidsoogpunt) zijn. Het doel is juist om zo goedkoop mogelijk ervoor te zorgen dat het model toch aangeeft dat de koopkracht toeneemt. Met andere woorden, we moeten de gaten in het model vinden, en daarvoor hebben we buitengewoon ingewikkelde regelingen nodig.
Om die koopkrachtplaatjes ‘rond’ te krijgen, zijn de afgelopen bijvoorbeeld de heffingskortingen in de loon- en inkomstenbelasting steeds inkomensafhankelijker geworden. Voor burgers is daarmee compleet onduidelijk wat de gevolgen zijn voor belasting en doorwerking naar toeslagen als zij meer of minder zouden gaan werken/verdienen. Het is duidelijk dat beide manieren tot ingewikkelde regelingen leiden. En zolang uitvoerbaarheid een veel minder criterium is, leidt dit tot steeds ingewikkeldere wetten. 3. De Tweede Kamer heeft steeds minder ervaren, gezaghebbende en ter zake deskundige Kamerleden. Het duurt gewoon een paar jaar om de regering goed te kunnen controleren. Of misschien moet ik gewoon zeggen: het heeft mij een aantal jaren gekost om te begrijpen hoe ik dat een beetje effectiever kon doen. De meeste Kamerleden kregen die tijd niet. Bij het aantreden van een nieuwe Kamer was de gemiddelde
pagina 5/11
ervaring van een Kamerlid ongeveer 6 jaar in de jaren 60 en 804. Daarna is dat gedaald naar 3 tot 4 jaar. Geen van de woordvoerders belastingzaken in de Tweede Kamer is een fiscalist op dit moment (Martin Wörsdörfer, VVD) is wel een ervaren fiscalist, maar nooit woordvoerder geweest). Het is mijn ervaring dat een Kamerlid met ervaring in het veld het verschil kan maken in een commissie. Echter het Kamerlidmaatschap mist het maatschappelijke aanzien en heeft een hoog afbreukrisico. Hier speelt overigens mee dat er vroeger een aantal grote partijen in de Tweede Kamer zat dat qua omvang de mogelijkheden had om bewust een aantal specialisten aan te trekken. Nu hebben we meer middelgrote (middelkleine partijen zo u wilt) in de Kamer, die daarvoor minder ruimte lijken te nemen c.q. kunnen nemen. Dit betekent ook dat Kamerleden minder tijd hebben om gezag en expertise op te bouwen in hun veld en in de samenleving, zowel door harde selecties van partijen als ook door wat grotere electorale schommelingen dan in het verleden. Tegelijk zijn wetgevingstrajecten langer geworden. Vooral wetgeving die uit Europa komt, kan een lange doorlooptijd hebben. De Europese Commissie schrijft witboeken, groenboeken en dan Richtlijnvoorstellen. Die moeten vervolgens worden omgezet in nationale wetgeving.
Als je echt invloed wilt hebben, moet je aan het begin van het proces aanwezig zijn en begrijpen welke invloed een voorstel op Nederland heeft. Dat vereist echt jaren ervaring, diepe materiekennis en toegang tot een goed netwerk van experts. Die randvoorwaarden zijn gewoon niet altijd aanwezig en dat kost Nederland erg veel geld. Een voorbeeld? Nederland kan de nieuwe btw-richtlijn op e-commerce niet op tijd invoeren. En als hij ingevoerd is, zijn er 408 extra ambtenaren5 nodig en jaarlijks 55 miljoen extra kosten. En dan zijn we nog te laat. 4. De Staten-Generaal heeft een steeds slechtere informatiepositie Artikel 68 van de Grondwet is duidelijk: “De ministers en de staatssecretarissen geven de kamers elk afzonderlijk en in verenigde vergadering mondeling of schriftelijk de door een of meer leden verlangde inlichtingen waarvan het verstrekken niet in strijd is met het belang van de staat.”
Zie bijlage 6 bij het eindrapport staatscommissie parlementair stelsel en deze blog van Tom Louwerse: https://blog.tomlouwerse.nl/2010/05/het-onervaren-kamerlid-over-de-dalende.html 5 Uitvoeringstoets bij het wetsvoorstel, kamerstuk 35527, nr. 3 4
pagina 6/11
In 2002 legde minister De Vries doel en strekking van dit artikel duidelijk uit aan de Eerste Kamer6. De inlichtingenplicht komt toe aan een individueel Kamerlid, ziet op openbare verstrekking van documenten en strekt zich uit tot documenten. Tot een recente clash met de Kamer begin 2020 probeerde de huidige regering de uitleg te veranderen en de afdwingbaarheid te laten toekomen aan de meerderheid van de Kamer en hem niet langer uit te laten strekken tot documenten. Het gevolg hiervan was dat Kamerleden vele Kamervragen gesteld hebben om informatie te verkrijgen over politiek gevoelige onderwerpen zoals de toeslagenaffaire. De informatie en documenten bestonden wel, maar doken pas na jaren op. Meestal met behulp van klokkenluiders (die vertelden waarnaar gevraagd moest worden) en journalisten (die gelijktijdige WOB-verzoeken indienden). Dat is natuurlijk geen manier van werken. Al in maart 2017 lag er een snoeihard en duidelijk juridisch advies over de toeslagenaffaire. Dat werd alleen uit alle WOB-verzoeken gehouden en de Kamer werd steeds voorgespiegeld dat de regering niets wist. De top van de belastingdienst/toeslagen wist werkelijk alles. Indien de Kamer niet op haar strepen staat en documenten en informatie eist, komen problemen in de uitvoering nooit boven tafel. Een accountant die geen bonnetjes krijgt van een bedrijf geeft zijn opdracht ook onmiddellijk terug.
Dit is geen theoretisch probleem. Met Renske Leijten heb ik drie jaar vragen gesteld over het kinderopvangtoeslagschandaal. Daar leek niemand iets van af te weten of te begrijpen. Terwijl alles geWOBt werd en wij duizenden vragen gesteld hebben. Toen ik afgelopen maand nog een keer doorvroeg kwam er een memo uit maart 2017 boven tafel van de senior jurist waarin alles al stond, inclusief het advies te gaan compenseren. Als wij dat drie jaar geleden gezien hadden, waren de ouders nu al uit de problemen. En hadden wij de afgelopen jaren ander nuttig controlewerk kunnen verrichten. Dus wanneer problemen bekend zijn bij Kamerleden, dan moet de Kamer ook de mogelijkheid hebben om snel en duidelijk de informatie van de regering te ontvangen. Het enige machtsinstrument dat beschikbaar is, een motie van wantrouwen tegen de minister of het kabinet is nogal zwaar, zeker als je lid van de coalitie bent en wanneer je niet weet welke informatie je niet kent. Bij de huidige stand van zaken is er feitelijk een mechanisme nodig zoals een grondwettelijk hof om dit grondwetsartikel af te dwingen. 6
Kamerstuk 28362, nr. 2
pagina 7/11
Een informatieprotocol zoals voorgesteld door de staatscommissie parlementair stelsel zou een eerste stap zijn, maar of die stap voldoende is, waag ik zeer te betwijfelen vanwege het (te) vrijblijvende karakter.
5. De regering permitteert zich een aantal zaken, die toezicht moeilijk maken en waarop de Staten-Generaal niet terugvechten Indien een wetsvoorstel niet voortkomt uit het regeerakkoord staat en gezaghebbende Kamerleden hun werk doen en de regering alle informatie verschaft, blijven er helaas nog steeds problemen over in het wetgevingsproces. Bijna elke wet eindigt tegenwoordig met de volgende zin: “Zij treedt in werking op een door Ons te bepalen tijdstip. Wij kunnen het inwerkingtreden van de verschillende onderdelen van deze wet op verschillende tijdstippen bepalen.” Hiermee houdt de regering de flexibiliteit om een wet later, gedeeltelijk of geheel niet in werking te laten treden, zonder de Staten-Generaal hierover in te lichten. Dan heb je dus een volledig behandelde en goedgekeurde wet en treden wetsartikelen gewoon nooit in werking. In 2016 nam de Kamer de fiscale verzamelwet 20177 aan, die voorzag dat iemand met schulden bij de belastingdienst en de belastingdienst/toeslagen met één invorderingsregime te maken zou hebben en er een kwijtscheldingsmogelijkheid zou zijn. Recentelijk bleek dit niet in werking te zijn getreden en de regering denkt nu na over de uitvoerbaarheid, terwijl de originele uitvoeringstoets8 gewoon positief was.
De Staten-Generaal hebben dus werkelijk geen idee wanneer welke onderdelen van wetten ingaan, ook omdat de regering niet eens een informatieplicht heeft om dat te melden. Om dit probleem van ‘geparkeerde’ maar wel aangenomen wetsvoorstellen inzichtelijk te hebben, dient periodiek (bijvoorbeeld eens per 6 maanden) een overzicht te worden verstrekt door de regering aan de Staten-Generaal van dit soort wetsvoorstellen zodat duidelijk is en blijft welke voorstellen deze status hebben. 6. Veel media zijn in Nederland weinig geïnteresseerd in wetgeving maar wel zeer geïnteresseerd in een leuke podcast of een sappige rel U vraagt zich wellicht af waarom u deze zaken hier voor het eerst leest. De werkelijke reden is dat behandelingen van wetsvoorstellen vaak relatief weinig aandacht opleveren in de media. Een wetsvoorstel doorgronden kost tijd en omdat de uitslag van de stemming toch al vaak vaststaat (bijvoorbeeld omdat het 7 8
Wetsvoorstel 345554 Bijlage bij kamerstuk 34554, nr. 3
pagina 8/11
in het regeerakkoord of in coalitieoverleg zo is afgesproken), zijn de debatten vaak ook niet spannend. Kamerleden krijgen vaak ook relatief weinig interrupties en die gebruik je niet gemakkelijk om een uitvoeringsprobleem recht te zetten, maar veel liever om nog een sneer te geven naar een politieke opponent of even een politieke positie te markeren. Het gevolg is dat ingewikkelde socialezekerheidswetten en ingewikkelde belastingwetten vaak niet goed gevolgd worden door de media, wanneer ze gewijzigd worden. Dat geldt voor alle media, ook voor de media die zichzelf betitelen als kwaliteitsmedia. Deze onderwerpen zijn gewoon niet sexy genoeg, terwijl hier zeer belangrijke besluiten genomen worden. Kleine fouten in deze wetten leiden tot uitvoeringsproblemen of schrijnende individuele gevolgen. Het aspect ‘uitvoering’ moet een hogere prioriteit krijgen, tijdens het wetgevend proces. De werkwijze waarbij voorafgaand aan een wetsvoorstel een consultatieversie wordt gelanceerd, levert reeds in de voorfase veel bruikbare suggesties op, ook in de sfeer van risico’s en problemen bij de uitvoering. Maar met die informatie wordt te vaak niets c.q. te weinig gedaan in het verdere verloop van de behandeling van zo’n wetsvoorstel. 7.
We maken de organisatie van het rijk zo, dat niemand een probleem hoeft te zien of ziet en dat niemand verantwoordelijk is voor de oplossing Natuurlijk gaat de politiek ook over een aantal structuurzaken die kunnen bijdragen aan slechte wetgeving en daardoor uitvoeringsproblemen. a. De Algemene bestuursdienst: dit roulatiemechanisme zorgt ervoor dat veel topambtenaren moeten rouleren naar een andere plek. Soms droom ik wel eens van een ingenieur Lely, die van het begin tot het einde verantwoordelijk was voor de inpoldering. Als je dat vergelijkt met hoeveel mensen een kleine verantwoordelijkheid hadden voor de aanleg van de Betuwelijn of de HSL, dan merk je dat de verantwoordelijkheid gewoon niet helder belegd wordt en regelmatig wijzigt. De aansturing van grote projecten waarbij de facto niemand zich echt verantwoordelijk voelt voor uitvoering, is fnuikend voor de efficiency en het draagvlak. b. Bij de toeslagenwetten is het ene ministerie beleidsverantwoordelijk (Sociale Zaken voor de kinderopvangtoeslag) en het ander ministerie (Financiën, belastingdienst) verantwoordelijk voor de uitvoering. Die leidt ertoe dat de lijnen heel lang worden. Toen de ambtenaren van de belastingdienst de wetten rond 2015 en 2016 echt wilden veranderen, werd dat gewoon keihard geblokkeerd in het ministerie van Sociale Zaken
pagina 9/11
c.
d.
e.
f.
9
waar de ernst van de zaak niet doordrong. Het is namelijk algemeen bekend dat deze twee Ministeries niet echt goed samenwerken. Interne discussies worden niet aangemoedigd. Sterker nog, ik kom klokkenluiders tegen, loyale ambtenaren, die kapot gemaakt worden. Het gebrek aan klokkenluidersbescherming (nu een heel klein beetje verbeterd in de CAO) staat overigens in schril contrast met het feit dat (het beperkte aantal) ambtenaren die zich niet aan de wet houden, daar altijd mee wegkomt. Interne discussie wordt ook niet aangemoedigd als de eerste lijn van klachtenontvangers bestaat uit veel uitzendkrachten zoals bij de belastingtelefoon. Nederland moet heel nodig meer werk maken van de bescherming van klokkenluiders. Uitvoering wordt zeer bewust op zo’n groot mogelijke afstand gezet van de politiek om politiek niet verantwoordelijk te zijn voor problemen. De Kaderwet ZBO’s moest een aantal problemen oplossen maar de Rekenkamer9 heeft meerdere keren forse lacunes gesignaleerd. Het gaat hier om meer dan 120 miljard euro uitgaven. Wanneer er problemen zijn bij de overheid, dringt de Kamer vaak op een onderzoek aan dat onder verantwoordelijkheid van de minister wordt uitgevoerd en soms zelf door een onderdeel van het ministerie. Of door een commissie die de regering zelf aanstelt.
Dit leidt in de regel niet tot het boven krijgen van de onderste steen omdat er sturing is op zowel de vraagstelling als beïnvloeding van het onderzoek. Slechts wanneer bepaalde personen van statuur de opdracht onafhankelijk kunnen uitvoeren, komen er echt zaken uit het onderzoek, zoals bij de commissieDavids of bij het inroepen van de parlementair advocaat. De ervaring tot nu toe leert dat de Kamer echt nog meer een eigen onderzoekscapaciteit zal moeten creëren als zij de regering echt goed wil controleren. De meeste ideeën in de doorrekening van verkiezingsprogramma’s komen nu uit stukken zoals ‘kansrijk beleid’ van het CPB. Alleen als iets goed komt uit de econometrische CPB-modellen, die veel limieten kennen, wordt het echt beleid. De adviesraden zijn grotendeels afgeschaft, politieke partijen hebben heel erg kleine wetenschappelijke bureaus en denktanks zijn zo goed als non-existent in Nederland. Het gevolg is dat er in vergelijking met andere landen weinig over goed doordachte mogelijke hervormingen gepubliceerd wordt. Van de in ons land aanwezige kennis (wetenschap, praktijk, beroepsorganisaties, etc.) wordt veel te weinig gebruik gemaakt. En er zullen weer denktanks moeten komen die doordachte ideeën over stelselwijzigingen kunnen uitwerken en over de voordelen en nadelen schrijven.
Bijvoorbeeld in het rapport ‘Kaderwet ZBO’s, Reikwijdte en implementatie, 2012
pagina 10/11
Oplossingen De oplossingen voor de geconstateerde problemen zijn impliciet opgenomen in de punten die hiervoor zijn opgenomen en dus evident. Daar wil ik er graag nog één aan toevoegen. Wilt u als onderzoekscommissie heldere aanbevelingen doen en er eer in leggen dat een aantal van de aanbevelingen ook echt uitgevoerd gaat worden. Te veel onderzoekscommissies van de Kamer hebben schitterende rapporten geschreven, die daarna helaas maar zeer ten dele zijn uitgevoerd.
pagina 11/11