IVN over vogelbescherming in de polders rond Oss.DOCX
Tekst van het document
Van: Frank van Dorst Verzonden: maandag 25 januari 2021 09:27 Aan: Anema, Theo Onderwerp: IVN Oss - Verzoek om in te spreken op de Gemeenteraadsvergadering 28 januari 2021 Beste Theo, Graag zouden wij, IVN Oss, op donderdag as, 28 januari 2021 inspreken bij de raadsvergadering over het onderwerp Verkenning Duurzame Polder het voorstel tot plaatsen van windmolens in die polder. Het woord voor ons zal voeren Toon Voets. Hij wil dit doen vanuit een video-verbinding vanuit Engeland. Ik weet niet welk systeem jullie voor de raadsvergadering gebruiken, maar wij zouden graag woensdagmiddag testen of die verbinding te leggen is. Kan dat? En wij verzoeken u bijgaande artikeltjes onder de raadsleden te verzenden. Met vriendelijke groet, Frank van Dorst IVN Oss 06-52483313 www.ivn.nl/afdeling/ivn-oss
IVN Oss ruim 25 jaar bezig met weidevogelbescherming in de polders rond Oss In het voorjaar van 2021 gaat voor de 25ste keer in de regio Oss het programma voor weidevogelbescherming van start. De voorbereidingen hiervoor starten al deze winter. 2021 zal een bijzonder jaar worden, in velerlei opzichten. Wat ging er aan vooraf In 1992 stelde de provincie hun nieuwe streekplan vast, waarin voor het eerst gebieden werden aangewezen waar extra beschermingsmaatregelen voor onder andere weidevogels en struweelvogels werden genomen. Want ook toen al was duidelijk dat de natuur achteruit ging en extra maatregelen nodig had voor bescherming van sommige soorten. In de regio Oss werden vooral delen van de open polders aangewezen voor bescherming van de aanwezige weidevogels. Boeren waren erg terughoudend over en gesprekken over de vorm van samenwerking sleepten zich voort. In 1996 waren twee leden van de Vogelwerkgroep van IVN Oss het wachten beu. Henk van Grunsven in Berghem kende verschillende boeren in de Stijbeemden goed en in onderling overleg begonnen Henk en de boeren met beschermingsmaatregelen. Hetzelfde deed Martien van Niftrik in Vinkel. Geen moeilijke dingen en gewoon in goed onderling vertrouwen. Henk en Martien begonnen met het plaatsen van duidelijk zichtbare stokjes: één voor het nest van de weidevogel en één achter het nest.
De boer kon dat bij het grasmaaien goed zien en maaide om het nest heen. Maar ook het onderling vertrouwen groeide door deze samenwerking. Steeds meer boeren besloten om mee te gaan doen en ook het aantal vrijwilligers groeide. Er kwamen zogenaamde loopvergunningen, die de
vrijwilligers bij zich moesten hebben, zodat de politie kon zien dat de vrijwilligers toestemming hadden van de boer om op het betreffende perceel bezig te zijn met beschermingswerkzaamheden. In die tijd bestonden er nog geen vergoedingen, alles gebeurde op vrijwillige basis. Het ging om kleine stukjes gras, die bleven staan. Deze start haalde de kou uit de lucht, de samenwerking ging goed: Het kon dus! Zo kwam er weer schot in de gesprekken met de boerenorganisaties en werd de samenwerking officieel voor alle polders van de Beerse Overlaat afgesproken. Het begon met twee IVN’ers, maar ondertussen zijn er veel meer niet IVN’ers actief met weidevogelbescherming in de polders van de Beerse Overlaat dan IVN’ers.
Nesten markeren alleen bleek niet voldoende? Zoals overal in Nederland bleek het markeren van nesten onvoldoende om de achteruitgang te stoppen. Zo gauw de kuikens in het gemaaide gedeelde kwamen vonden ze niet voldoende insecten om te eten. En ook schuilen voor kraaien, reigers en roofvogels was onmogelijk. Daarom kwamen er subsidiemogelijkheden voor meer maatregelen. Europa stelde daarvoor geld beschikbaar aan de provincies en in overleg werden er voorwaarden opgesteld. De eerste waren de zogenaamde verlaat-maaien-subsidieregelingen. Dat betekende dat een boer een contract kon afsluiten om bijvoorbeeld pas na 1 juni of 15 juni of zelfs 1 juli voor de eerste keer te maaien. Hoe later de datum hoe hoger de vergoeding. Het Brabants Landschap voerde de beoordeling en toekenning van de subsidieregels in Brabant uit. Al snel bleek voor veel kuikens dat 1 juni te vroeg was en deze ‘lichte’ regeling bleek niet het beoogde effect te bereiken. Er kwam een aanvulling op de subsidieregeling met de vraag om 0,1 tot 1 hectare extra te laten staan na de afgesproken datum, als er nog kuikens van grutto, wulp of tureluur op het perceel aanwezig zijn. Toch, zoals ook in de rest van Nederland, bleven de aantallen weidevogels achteruit gaan. Het was nog niet voldoende en er kwamen steeds meer subsidiepakketten. Zo gelden er op percelen met mais speciale regelingen voor de kievit.
Plas-dras In 2011 kwam er een vervolg, een nieuwe en vergaand regeling, de plas-drasregeling. Een perceel bij de Macharense eendenkooi werd vanaf 15 februari 2012 gedeeltelijk onder water gezet. Stukken nat en stukken droog, zodat er natte delen zijn waar de weidevogels voedsel kunnen zoeken in de zachte doorweekte bodem en hun nesten kunnen maken op de droge delen. Een ideale combinatie! En het werkt. Nu anno 2020 constateren wij dat er rondom die plas-draspercelen aanzienlijk meer weidevogels broeden dan op andere percelen. Het kan dus wel, maar de laatste drie jaren is de droogte er als extra groot probleem bijgekomen. De bodem wordt te hard en er zijn te weinig insecten. Veel kuikens sterven nu van de honger. De oplossing daarvoor? Meer plas-dras percelen? In ieder geval moet droogte met water bestreden worden. ‘Van schrijven naar intikken naar volledige automatische registratie?’ Toen Henk en Martien 25 jaar geleden begonnen, zetten ze de gevonden nesten op een kaart, zodat de boer ongeveer wist waar de nesten lagen. Daarnaast hielden ze bij hoe vaak ze op pad gingen, hoeveel nesten van welke soort ze hadden gevonden en hoeveel kuikens ze hadden gezien. Dit alles werd netjes op formulieren naar het Brabants Landschap gestuurd, die daar een totaal overzicht van maakte. Hoe anders gaat het nu.
De vrijwilliger gaat met een IPad of mobieltje het veld in en voert de gegevens direct in met een App. Er zijn zelfs al proeven om met een drone de nesten en kuikens op te sporen. Dat zou
betekenen dat de vogels niet meer verstoord hoeven te worden, omdat de vrijwilligers niet meer zelf het veld in hoeven, maar vanaf de rand van het perceel de nesten in kaart kunnen brengen. Sommige boeren hebben tractoren vol elektronica en voeren de gegevens geautomatiseerd in. De locatie kan met locatieherkenning exact snel worden toegevoegd. Wie had dit gedacht 25 jaar geleden? En wat gaat de toekomst ons brengen? Meer vogels? Dat blijft koffiedikkijken, de aantrekkelijkheid van de polder, de klimaatsverandering en onze mogelijkheden voor een goed beheer spelen daar een cruciale rol en daar moeten we gezamenlijk aan blijven werken en de polder rond Oss voor koesteren. IVN Oss
PERSBERICHT
Hard werken voor de kievit en weidevogelbeschemers! De kievit is waarschijnlijk de meest bekende weidevogel in Nederland. Makkelijk te herkennen met zijn kuif, zijn zwart-witte verenkleed en zijn unieke, opvallend brede vleugels. Ook de baltsvluchten vallen op, waarbij de kievitman spectaculaire buitelingen maakt en de zwart-witte ondervleugels van ver zichtbaar zijn. Aan de 'zang' die hij dan laat horen, heeft de kievit zijn naam te danken. Een wedloop in maart Al in het vroege voorjaar hoor je ze bezig in de polders en kun je hun buitelingen in de vlucht zien. Vaak gebeurt dat al in maart. Vroeger was er dan tijd genoeg om de eieren uit te broeden en de jongen groot te brengen. Kieviten zijn in de loop van de jaren vroeger gaan broeden, maar ook de agrariër begint steeds vroeger met zijn werkzaamheden en de vogels kunnen hen niet meer voor blijven. Op de weilanden sneuvelen bij die vroege werkzaamheden veel eieren of jongen. Veel kieviten wijken de laatste tijd uit naar akkerlanden om daar te broeden, maar ook daar vinden tegenwoordig al vroeg werkzaamheden plaats. Uit onderzoek van SOVON, in onder andere de Beerse Overlaet, is gebleken dat het probleem vooral is dat de kuikens het niet overleven. Veel vogelliefhebbers en boeren gaat dat aan het hart, dus werden de handen ineen geslagen om de kievit te beschermen. Dat vereist wel een grote inzet van alle betrokkenen.
Rapen en terugleggen Allereerst moeten de vrijwilligers op zoek gaan en de nesten vinden. Dan moet de boer aangeven wanneer hij of de loonwerker gaat werken op het land. Vrijwilligers moeten bereid zijn op die dag aanwezig te zijn. Afhankelijk van de werkzaamheden moeten er maatregelen worden genomen. Als het gaat om ploegen, moeten de eieren worden geraapt en daarna in een nestkom worden teruggelegd. Kieviten gaan dan al snel weer op de eieren zitten. Als het gaat om bemesten moeten de eieren worden afgedekt. In de weilanden wordt tegenwoordig vaak een lange slang gebruikt om de mest van de straatkant naar de tractor te pompen. Die slang rolt steeds heen en weer over het weiland. Een vrijwilliger uit Nuland ontdekte dat als je het nest afdekt met een bolle deksel je én het nest afdekt én de slang rustig over de bolle deksel rolt. Rust van 1 maart tot 15 mei voor het broeden Maar dan houden de werkzaamheden nog niet op. Op weilanden wordt later het gras gemaaid, geschud en tenslotte opgeharkt. Op akkers wordt er gemest, geploegd, geëgd en ingezaaid. Om te voorkomen dat de vrijwilligers de eieren steeds moeten oprapen, worden ze nu bij de eerste werkzaamheden in een mandje gelegd. De rest van het seizoen hoeft dan alleen het mandje te
worden opgepakt en na de werkzaamheden weer te worden teruggezet. Blijft bestaan dat er voor iedere actie overleg moet zijn tussen de boer en de vrijwilligers en dat de vrijwilligers iedere keer aanwezig moeten zijn, soms uren per keer. Het beschermen waard Om het iets eenvoudiger te maken kunnen er ook contracten worden afgesloten om pas later het gras te maaien, zodat de jongen eerst vliegvlug kunnen worden. Voor akkerland is er subsidie beschikbaar om een groenbemester er vóór 1 maart onder te werken en vervolgens tussen 1 maart en 15 mei geen werkzaamheden meer uit te voeren. Kieviten houden van wat vochtiger omstandigheden en de polders rond Oss (Beersche Overlaet) zijn juist door hun bijzondere, lage ligging altijd wat vochtiger en dus uitermate geschikt hiervoor. ‘Plas-draspercelen’ zijn een nog betere oplossing gebleken waar de broedresultaten hoog zijn. Voor deze ingrijpende maatregel is ook subsidie beschikbaar. Dat hele pakket van inzet vrijwilligers en boeren en subsidieregelingen moet de achteruitgang van de kievit tot staan brengen. We hebben nog steeds een redelijk aantal broedende kieviten in onze regio (afhankelijk van het weer tussen de 500 en 750 broedparen). En dat is het beschermen waard.
IVN Oss 3 januari 2021
De Lithse Polder en de Stijbeemden, een laatste redding voor de wulp in Brabant
Het gaat niet goed met de wulp in Nederland en hij staat daarom sinds 2017 op de Rode Lijst van bedreigde broedvogels. ‘De laatste wulp is verdwenen uit het gebied van de Kampina’, wist Boswachter Frans Kapteijns van Natuurmonumenten onlangs te melden. Weer een signaal van de achteruitgang van de vogelstand in het algemeen en die van de wulp in het bijzonder. De wulp zit als broedvogel vooral in oost en noord Nederland. Daarbuiten zijn er nog maar weinig plekken over (zie kaartje). Dat geeft direct het belang aan van die enkele plekken in het zuiden van Nederland, die er nog zijn, zoals de Lithse Polder en de Stijbeemden. Vooral openheid en uitgestrektheid is een voorwaarde voor de wulp om zich ergens te vestigen en die openheid is er nog volop in de polders rondom Oss. De wulp staat op de Rode Lijst van Nederlandse broedvogels. Rode Lijsten bevatten soorten die bedreigd worden of kwetsbaar zijn. Rode Lijsten hebben geen officiële juridische status, maar hebben in de praktijk wel een belangrijke signaleringfunctie. Voor deze soorten geldt een hogere prioriteit bij het nemen van actieve beschermingsmaatregelen, bijvoorbeeld door hun leefgebieden te beschermen en te verbeteren. Maar gelukkig is er nog een redelijk aantal, 20 à 30 broedparen, aanwezig in de Lithse Polder en Stijbeemden.
Twee gebieden bij Oss waar hij zich thuis voelt, waar nog voldoende water, voedsel en rust te vinden is. Vanwege de toenemende droogte staat het broedsucces de laatste drie jaren nog meer onder druk. Natte weilanden met aangepast maaibeheer kunnen de negatieve trend waarschijnlijk nog keren. Sinds 1996 doen steeds meer boeren, tegen vergoeding, mee aan dat aangepaste beheer van de weilanden door het creëren van plasdrasgebieden. Een gezamenlijk project van ZLTO en Brabants Landschap. In de winter trekken de wulpen naar het noorden.
De kleine zwaan: 5% van de wereldpopulatie overwinterd in de Lithse Polder De herfst breekt en komen de kleine zwanen vanuit hun broedgebieden in het hoge noorden weer terug naar Nederland. Ergens in oktober verschijnen ze voor het eerst in het Lauwersmeer, in de Lithse polders zien we ze meestal vanaf november. De kleine zwaan is de kleinste soort. In groepen zwanen vallen ze op omdat ze een stuk kleiner zijn dan de knobbelzwaan. Zeker als ze in gemengde groepen zitten is het verschil in grootte opvallend. Met een verrekijker kun je ook goed zien dat ze een geel-zwarte snavel hebben. Dat geel is bij iedere kleine zwaan verschillend: het is zijn unieke ‘vingerafdruk’. Dat kleine zwanen in onze polders voorkomen is best bijzonder. De kleine zwaan is een op wereldschaal bedreigde soort: er zijn nog maar ongeveer 20.000 exemplaren. In onze polders leeft de kleine zwaan van oogstresten en gras; schade richten ze nauwelijks aan. Mocht er toch schade optreden dan wordt die vergoed door het Faunafonds. Verjaging is bij deze soort verboden. Inmiddels weten we heel veel over de kleine zwaan. In het verleden werden ze geringd met een grote gekleurde halsring met unieke nummercombinaties. Vogelliefhebbers konden de cijfers op de ring aflezen en doorgeven. Tegenwoordig worden satellietzenders gebruikt en zijn al hun bewegingen nauwkeurig te volgen.
In december 2009 zijn daarvoor in de Lithse Polder acht kleine zwanen met zo’n zender uitgerust. In de polder rond Oss worden er jaarlijks grote groepen van meer dan 400 kleine zwanen geteld. In topjaren zitten er soms verspreid over meerdere groepen meer dan 1000 exemplaren. Moet je voorstellen: dat is 5% van de wereldpopulatie! De laatste jaren zijn het er wat minder, waarschijnlijk omdat er nu weer volop kranswieren in het IJselmeergebied voor komen. De kleine zwanen eten daarvan de voedselrijke knolletjes af. Ook blijven ze in zachte winters meer in Duitsland en Denemarken hangen. Maar de Lithse blijft van groot belang voor deze mooie soort.
De Grutto: Koning van de Polder In 2015 werd de Grutto gekozen tot Nationale Vogel van Nederland. En dat is niet zo verwonderlijk. De grutto is een opvallende vogel in weidevogelgebieden, die in het voorjaar luidruchtig zijn eigen naam roept. En Nederland is het belangrijkste land voor de grutto, liefst 85% van de West Europese populatie broedt in ons land. Helaas gaat het niet goed met de grutto. De populatie zakte van 120.000 broedparen in 1970 naar nog maar 35.000 broedparen in 2015. Ons land heeft een grote verantwoordelijkheid om die terug uitgang te stoppen. Net zoals wij van (arme) landen verwachten dat ze dieren beschermen, moet Nederland dat zeker ook in eigen land doen. Nog maar één grote aaneengesloten poldergebieden in onze regio Evenals de andere weidevogels hebben grutto’s grote aaneengesloten poldergebieden nodig met weinig bomen waardoor ze een goed zicht hebben op mogelijke vijanden. In zulke weidevogelgebieden is plaats voor grotere aantallen grutto’s, kievieten, tureluurs, scholeksters en wulpen. En het blijkt dat ze gezamenlijk heel aardig in staat zijn om vijanden, zoals kraaien en roofvogels op een afstand te houden of te verjagen. Het is gebleken dat kleine aantallen weidevogels dat niet meer lukt. En grotere polders zijn ook noodzakelijk om verliezen op het ene weiland te
compenseren met goede broedresultaten op andere weilanden. Uitwisseling en verplaatsingen beperken zich meestal tot korte afstanden, je ziet dat ook in onze polders. Eigenlijk is daarvoor een aaneengesloten poldergebied van zo’n 2500 hectaren nodig. En die bestaat er nog maar één in onze regio: de Lithse Polder. Pappen en nathouden De polders rondom Oss is het belangrijkste weidevogelgebied in Brabant. Door samenwerking tussen boeren en vrijwilligers wordt al 25 jaar gewerkt aan bescherming van de weidevogels. Met inzet van subsidies kunnen boeren nu zelfs zogenaamde plas-dras gebieden maken, die vanaf 15 februari gedeeltelijk onder water worden gezet. Deze weilanden hebben daardoor een zachtere bodem, zodat grutto’s in de bodem kunnen porren op zoek naar voedsel. Een harde droge bodem, zoals in 2020 is funest voor alle weidevogels. Zoals gezegd zijn onze polders het belangrijkste weidevogelgebied van Brabant. Zo’n 60 broedparen grutto’s zijn gemiddeld succesvol en dat is hard nodig om het aantal op peil te houden. De laatste droge jaren zijn er harde klappen gevallen, maar laten we hopen op een minder droog komend voorjaar. En laten we met die plas-drasprojecten ook een steentje bijdragen aan het tegengaan van die verdroging. Daar zijn landbouw en natuur beide mee gebaat.
Meer bescherming noodzakelijk 15 november jl is een ‘Aanvalsplan Grutto’ door initiatiefnemer Pieter Winsemius aan minister Schouten van Landbouw en Natuur aangeboden. Het aanvalsplan dat gesteund wordt door zes weidevogelprovincies, boerenorganisaties en natuurorganisaties, waaronder Vogelbescherming Nederland, werd positief ontvangen door de minister. Ze gaf aan dat dit het juiste moment is omdat er nu meerdere kansen zijn het plan te realiseren. Ze gaf daarbij aan dat er mogelijkheden zijn tot synergie met opgaven voor het veenweidegebied, tegen bodemdaling en klimaatverandering en ook uit het Europese Landbouwbeleid. De minister bood aan om het plan verder samen uit te werken. Het aanvalsplan schets wat er moet gebeuren om de grutto, en met de grutto andere weidevogels, te redden. Het plan legt de nadruk op het creëren van grote aaneengesloten weidevogelgebieden met optimaal beheer. Die gebieden hebben een open karakter, geen bosjes maar een weids uitzicht, een hoog waterpeil, kruidenrijk grasland waar laat gemaaid wordt en weinig roofdieren. Bijzonder aan het plan is dat het niet alleen perspectief biedt aan de weidevogels maar juist ook aan de boeren die hun land optimaal voor de grutto bewerken. Het biedt een verdienmodel voor boeren gekoppeld aan weidevogelbeheer.
Het aanvalsplan is nodig om, naast ander natuurbeleid zoals het Deltaplan Biodiversiteit en maatregelen tegen stikstof, de teloorgang van de grutto en andere weidevogels, waar Nederland een internationale verantwoordelijkheid voor heeft, te stoppen.
IVN Oss