IVN Oss inspreekreactie.pdf
Tekst van het document
Inspreeknotitie IVN Oss bij de raadsvergadering gemeente Oss, dd 28 januari 2021 Onderwerp: Verkenning Duurzame Polder, geschiktheid voor grootschalige energieopwekking met 13 windturbines
U hebt ons, IVN Oss, al vaker gehoord en kent onze argumenten waarom wij de Duurzame Polder niet geschikt achten voor grootschalige energieopwekking. Die gaan we nu niet allemaal herhalen, we beperken ons tot enkele specifieke vragen aan het college en de raadsleden. Wij hopen dat U daar in het debat vanmiddag antwoord op zult geven. 1. Energieopwekking hoort in de bestaande stedelijke en industriële infrastructuur thuis, niet in het buitengebied Waarom is het alternatief voor energieopwekking op bestaande bebouwing en infrastructuur niet diepgaand onderzocht als oplossing voor grootschalige energieopwekking?
2. Eerst een Plan-MER vóóraf laten uitvoeren Bij de mogelijke vestiging van een mestfabriek heeft Oss hemel en aarde bewogen om een MER uit te laten voeren. In de notitie van de gemeente van 6 mei 2020 werd gesteld dat er eerst een Plan MER gemaakt moest worden voor de Duurzame Polder. Waarom hebt U niet ingezet op een Plan-MER vóór vaststellen besluit?
3. Vogelbescherming en windmolens Al in de windmolenkaart van Vogelbescherming Nederland van 2009 werd aangegeven dat onze polders in relatie met vogels, niet geschikt zijn voor windmolens. Waarom wordt door u dan toch overwogen windmolens in dit gebied te plaatsen?
4. De Osse Polder is de enige polder in Brabant van voldoende omvang om weidevogels te kunnen beschermen. Het is gebleken dat weidevogels alleen goed in staat zijn om predatoren te verjagen als ze in grotere aantallen bij elkaar broeden. Kleine populaties zijn extra kwetsbaar [3]. Waarom worden alle signalen van gerenommeerde instanties over de bedreiging van dit waardevolle gebied aan de kant geschoven?
5. Niet alleen sterfte, maar ook verstoring Weidevogels kunnen alleen langdurig overleven in grote open gebieden. Uit onderzoek blijkt steeds weer dat weidevogels opgaande structuren, zoals windmolens, mijden. Een open gebied van minimaal 2500 ha. is een voorwaarde voor succesvolle weidevogelgebied [3]. Er wordt blijkbaar voorgesteld om weilanden tussen de windmolens beter in te richten voor weidevogels en de betreffende boeren te laten profiteren van subsidies voor weidevogel bescherming. Echter als er niet voldoende open terrein is in de polder verdwijnen de kwetsbare weidevogels, en dus ook de subsidie. De subsidieregeling is gebaseerd op de aanwezigheid van kwetsbare soorten, niet op inrichting. Heeft de gemeenteraad de betreffende boeren erop gewezen dat de kans groot is dat de weidevogelsubsidies komen te vervallen?
6. Een bufferzone is noodzakelijk voor beschermingsgebieden Het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit [2] adviseert om als voorzorg afstand minimaal 1200 m (of 10 maal de molen hoogte) te hanteren van een belangrijk weidevogel gebied. Waarom is dit niet opgenomen in de raadsstukken?
7. Alle Brabantse natuurorganisaties komen op voor bescherming van de natuur in onze polders. Het zijn ook onze bewoners, die lid zijn van deze organisaties, die gehoord willen worden. Neemt u de bovenlokale belangen voor de natuur en vogelbescherming mee in uw overwegingen?
8. Het waterschap Aa en Maas heeft miljoenen geïnvesteerd in de ecologische zone langs de Hertogswetering. Uit jaarlijkse tellingen blijkt de Hertogswetering een belangrijke rustplaats te zijn voor overwinterende vogels. Het waterschap beveelt dan ook aan een afstand van 500 meter tussen ecologische zone en windmolen om dodelijke slachtoffers te voorkomen Respecteert u deze afstand om slachtoffers onder vogels zoveel mogelijk te voorkomen en bent u bereid om deze afstand als randvoorwaarde op te nemen?
9. Zowel de broedvogels als de overwinterende vogels vliegen vaak veel lager dan de tiphoogte van de molen en lopen dus een groot risico om geraakt te worden. Uit recent onderzoek van de Universiteit van Wageningen is gebleken dat de gehanteerde norm voor een acceptabel aantal dodelijke slachtoffers (1%) te hoog is om de achteruitgang tegen te gaan [4]. En in onze polders hebben we te maken met veel kwetsbare soorten (zie rapport SOVON). Onderschrijft u de opvatting dat kwetsbare soorten beter dan de huidige 1% norm moeten worden beschermd?
10. Provinciale Staten hebben op 13 november een motie aangenomen waarin is aangegeven dat mitigerende maatregelen niet vrijblijvend kunnen zijn. Dit betekent, in onze ogen, automatisch dat voor de plaatsing van de windmolens de effectieve mitigatiemaatregelen voorgesteld door de Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit [2] moeten worden uitgevoerd. Bent u het eens met Provinciale Staten? Hieraan gekoppeld de vraag of voor de compensatiegebieden contracten worden afgesproken voor de totale levensduur van de windmolens?
Bronnen: [1] “A comparitive analysis of the influence of weather on the flight altitudes of birds”, by Judy Shamoun-Baranes, Emiel van Loon, Hans van Gasteren, Jelmer van Belle, Willem Bouten, and Luit Buurma, American Meteorological Society, january 2006 [2] “Kwetsbare Soorten Voor Energieinfrastrucuur in Nederland’, in opdracht van de ministeries van economische zaken en landbouw uitgevoerd door Wageningen Environmental Research, (2018) [3] “Predatieproblematiek bij weidevogels”, Wolf Teunissen, Christian Kampichler, Frank Majoor, Maja Roodbergen & Erik Kleyheeg. Rapport kwam mede tot stand dankzij een subsidie van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, en Vogelbescherming Nederland, (2020) [4] “Mortality limits used in wind energy impact assessment underestimate impacts of wind farms on bird population”, Peter Schippers,| Ralph Buij, Alex Schotman, Jana Verboom, Henk van der Jeugd, Eelke Jongejans. Ecology and Evolution 10, (2020)