inspreektekst Oss4Palestine
Tekst van het document
Goedenavond, ik ben Marieke van Oss4Palestine. Sinds september voeren wij campagne tegen een hondentrainingscentrum in de gemeente, dat afgelopen jaar opnieuw 100 honden leverde aan het Israëlische leger. Deze honden worden ingezet om Palestijnse burgers te onderdrukken – in een tijd waarin we spreken van genocide. Maar vanavond spreek ik hier niet alleen als activist, maar als mens, moeder, dochter. Ik hoop dat u hier vanavond ook zit als mens. De afgelopen anderhalf jaar zag ik op mijn telefoon ouders die hun kinderen zonder ledematen terugvonden – soms zonder hoofd. Ik zag kinderen zonder armen of benen, zonder verdoving geopereerd. Ik zag mensen branden. Een moeder uit Gaza schreef dat ze haar man en kinderen elke nacht vasthoudt, niet wetend of ze de ochtend halen. Mijn hart is keer op keer gebroken. Vanavond wil ik met jullie praten over de grens, de rode lijn. Afgelopen zondag liepen 100.000 mensen in het rood door Den Haag. Ook Ossenaren. Want die grens is allang overschreden. En als Den Haag zwijgt, moeten wij spreken – voor de kinderen van Gaza, voor de ouders die dat niet meer kunnen. Stel je dit voor: Oss telt ruim 13.000 kinderen. In Gaza zijn naar schatting 18.000 kinderen vermoord. Wat als alle kinderen in Oss er niet meer waren? Oss telt 94.634 inwoners. In Gaza zijn mogelijk 50.000 mensen gedood.
Wat als de helft van onze stad weg was? Maar Den Haag blijft stil. Daarom moet Oss spreken. Om Den Haag eraan te herinneren: dit is niet wie wij zijn. Hind Rajab was zes jaar. Ze zat in een auto met haar familie toen ze onder vuur kwamen. Iedereen werd gedood. Doodsbang belde ze de hulpdiensten: “Kom me halen, ik ben bang.” Ze bleef uren aan de lijn. Dertien dagen later werd ze gevonden – nog in die auto, met 335 kogelgaten. De ambulance die haar moest redden? Ook vernietigd. Je hoeft geen Palestijn te zijn om om Hind te rouwen. Je hoeft alleen maar mens te zijn. Nu staan er 35.000 kinderen onder de vijf op de rand van de dood door uithongering.
Moeders kunnen geen melk meer geven, vaders schrapen eten van de grond. Terwijl voedselhulp wordt geblokkeerd. Als kogels en bommen je niet doden, dan doet honger dat. 18.000 kinderen. 50.000 mensen. Hun levens zijn evenveel waard als die van onze kinderen, onze buren. Ik weiger te geloven dat dit is wie wij zijn. Maar het is hier geen ver-van-ons-bed-show: De gevechtshonden uit Geffen, bulldozers uit Den Bosch, kennis uit Tilburg en Eindhoven – allemaal dragen ze bij. Maar wij kunnen iets doen. De gemeenteraad van Oss kan een signaal geven aan Den Haag: tot hier en niet verder. Wij willen dat Nederland opstaat voor mensenrechten. Niet in onze naam. En dat begint in iedere stad. Dat begint ook hier. In Oss. Als wij nu zwijgen, dan kiezen we de kant van de dader. Maar Oss kiest vandaag voor menselijkheid. Voor recht. Voor leven. Laten we aan de wereld laten zien: wij keken niet weg.