CConstaterende datOss
Koppel je AI →
Document · PDF

informatienota_raad_vertrouwensexperiment.pdf

Adviescommissie Sociaal Bestuurlijk 23 juni 2022, gemeente OssBij agendapunt: B RIB informatie experiment W&I1.930 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Informatienota

Onderwerp Resultaten vertrouwensexperiment Oss: ‘Zelf aan het stuur en op maat. Werkt het?’ Datum

9 april 2020

Naam en telefoon

Afdeling

Werk en Inkomen

Portefeuillehouder

Kees van Geffen

Waarover wil je informeren? De gemeenteraad heeft zich in de commissie Sociaal Bestuurlijk van juli 2015 positief uitgesproken over een experiment Werk en Inkomen. Nadrukkelijk is toen aangegeven dat het niet moet gaan om een experiment met een basisinkomen, maar om een experiment waarbij extra ruimte wordt geboden voor specifieke groepen in de Participatiewet. Binnen de door het ministerie hiervoor speciaal afgegeven Algemene Maatregel van Bestuur was weinig ruimte en had je strikte voorwaarden waaraan je als gemeente moest voldoen. Daarom is er gekozen om binnen de huidige wetgeving mogelijkheden te zoeken om anders om te gaan met de sollicitatie- en reintegratieverplichtingen. En om de begeleiding naar werk te intensiveren en/of met meer maatwerk vorm te geven. Naar aanleiding van dit besluit heeft de afdeling Werk en inkomen 2 jaar lang het ‘vertrouwensexperiment’ uitgevoerd. In dit experiment is onderzocht wat er gebeurt als bijstandsgerechtigden minder regels opgelegd krijgen en meer ruimte krijgen om hun eigen route te bepalen om een baan te vinden of op een andere manier méér mee te doen in de samenleving. En ook wat het doet met het welbevinden, de motivatie en de gezondheid van deze inwoners. De uitkomsten hiervan vindt u in het uitvoerige onderzoeksrapport van de Universiteit van Tilburg (zie bijlage1).

Daarnaast vindt u in de bijlage een boek met verhalen van de deelnemers aan het experiment (zie bijlage 2).

Wat is de aanleiding voor deze informatie? Aan het experiment deden 300 mensen met een bijstandsuitkering mee. Deelname was vrijwillig en met behoud van de bijstandsuitkering. Deelnemers werden door loting door de Universiteit van Tilburg ingedeeld in drie onderzoeksgroepen. 1) Eigen regie (zelf aan het stuur) In deze groep krijgen bijstandsgerechtigden zelf regie over hun plan van aanpak naar reintegratie of participatie. Er is meer ruimte voor inspraak van de inwoner. (Arbeids)verplichtingen worden minder streng toegepast om zo meer ruimte te laten voor eigen regie. Uitgangspunten zijn vertrouwen en zelfredzaamheid. De consulent moedigt aan om zelf met ideeën of een plan te komen. Vervolgens wordt in afstemming met de inwoner beoordeeld of het plan realistisch is. Gedurende het proces is de consulent benaderbaar voor de inwoner om mee te denken over het plan. De inwoner neemt het initiatief tot contact, de

Informatienota

Pagina 1 van 6

Informatienota

consulent niet. In deze groep worden mensen geleerd meer zelfredzaam te zijn door proactief te handelen. 2) Intensieve begeleiding (op maat) In deze groep krijgen bijstandsgerechtigden ook zelf regie over hun plan van aanpak naar reintegratie of participatie maar door middel van een intensievere maatwerkbegeleiding. Net als in de eerste groep is er meer ruimte voor inspraak, worden (arbeids)verplichtingen minder streng toegepast en zijn vertrouwen en zelfredzaamheid de uitgangspunten. Het verschil zit in de wijze waarop contact tussen consulent en inwoner plaatsvindt. Het initiatief tot contact komt niet alleen van de inwoner, maar kan van beide kanten komen. De consulent probeert proactief achter talenten, krachten, kansen en beperkingen van mensen te komen en het plan hierop aan te laten sluiten. De consulent bewaakt daarnaast actief de voortgang van het traject c.q. het nakomen van afspraken. 3) Reguliere aanpak Bijstandsgerechtigden in de controlegroep nemen deel aan het experiment, maar krijgen de reguliere dienstverlening van de gemeente. In Oss betekent dit dat we werkzoekenden helpen bij het vinden van een betaalde baan via reguliere re-integratietrajecten. Consulenten voeren periodiek een voortgangsgesprek.

Informatienota

Pagina 2 van 6

Informatienota

De Universiteit van Tilburg heeft in het experiment onderzocht of eigen regie, vertrouwen en maatwerk een positief effect heeft op onder andere de uitstroom naar werk, motivatie, sociale participatie en welbevinden. Deelnemers, zowel bijstandsgerechtigden als consulenten, vulden drie keer een vragenlijst in van de Universiteit van Tilburg: bij de start, na één jaar en na twee jaar. De onderzoeksresultaten zijn nu bekend. Wat is de kernboodschap? Op basis van de deelnemersvragenlijsten en een analyse van de bijstandsuitkeringenstatistiek (BUS) laat het rapport zien dat bij de deelnemers positieve en betekenisvolle resultaten zijn geboekt op het gebied van uitstroom naar werk, welbevinden en sociale participatie.

a. Uitstroompercentage naar volledig betaald werk is hoger dan bij de bijstandsgerechtigden die niet aan het experiment hebben deelgenomen. De Universiteit van Tilburg heeft onomstotelijk aangetoond dat uitstroom bij alle drie de experimentgroepen groter is dan bij de groep van niet-deelnemers. Het uitstroompercentage bij de experimentgroepen ligt 9 tot 13% hoger dan bij de niet-deelnemers. Tussen de drie experimentgroepen zat weinig verschil in uitstroom. Dat heeft te maken met het effect van dat de reguliere aanpak (groep 3) erg is gaan lijken op groep 1 en 2. Dit is het zogenoemde ‘Hawthorne’ effect1. Dit betekent dat het feit dat je onderzoek doet al een effect heeft op mensen, omdat ze hun beste beentje voorzetten. Dat beïnvloedt de onderzoeksresultaten positief.

1

Meer uitleg en de gevolgen van het ‘Hawthorne’ effect kunt u vinden op pagina 14 van het onderzoeksrapport.

Informatienota

Pagina 3 van 6

Informatienota

b. Stijging sociale participatie Eén van de belangrijkste doelen bij de start van het experiment is dat mensen weer meedoen (sociale participatie) in de samenleving en zich prettig voelen (welbevinden). Sociale participatie is gemeten aan de hand van feitelijke contacten en niet op basis van een gevoel dat iemand daarover heeft. Het niet bij de pakken neer zitten en contacten leggen en onderhouden is de motor tot verbetering van de eigen situatie. Mensen worden actiever in hun sociaal netwerk waardoor een proces van terugtrekking en berusting, die hoort bij een situatie van schaarste en armoede, kennelijk wordt doorbroken. Dit is een belangrijk effect van het experiment dat niet licht kan worden onderschat omdat het een indicatie is voor het oppakken van de eigen verantwoordelijkheid en regie. De geconstateerde stijging van de sociale participatie is een indicatie voor het herwonnen vertrouwen in eigen kunnen. Dit betekent ook dat de afstand tot de arbeidsmarkt is verkleind. De ‘beste’ scores zijn in vergelijking met de andere groepen te vinden bij de eigen regie groep (groep 1). Deze groep was gericht op mensen te leren het zelf te doen.

c. Welbevinden De grootte van het effect uit het experiment op het gebied van welbevinden wordt in de literatuur als groot beschouwd. Uit de literatuur blijkt dat bijna niets zo constant is als geluk of welbevinden of het sociale netwerk waarin mensen leven. In de psychologische literatuur noemen ze dat de ‘setpoint’ van geluk waarnaar iedereen terugkeert. Alleen verlies van een eigen kind of langdurige werkloosheid of arbeidsongeschiktheid (ernstige ziekte, depressie) verandert de setpoint voor een langere periode. Wanneer een andere aanpak (lees: experiment) een duidelijke stijging laat zien bij welbevinden over de tijd dan is dat een belangrijke constatering. Ook al is er geen verschil tussen de experimentgroepen. Zeker omdat we vanuit onderzoek van het Sociaal Cultureel Planbureau weten dat landelijk het welbevinden van mensen in de bijstand afgelopen jaren is gedaald.

Gezegd moet worden dat de consulenten positiever zijn dan de deelnemers. De consulent waardeert de kleine stappen sneller. De deelnemer ervaart op dat moment nog niet dat zijn leven echt beter is geworden. Opvattingen over de eigen situatie veranderen niet snel.

Overige bevindingen a.

Experiment geeft duidelijke richting, ook al zijn niet alle aannames wetenschappelijk bewezen.

Naast de hierboven genoemde positieve uitkomsten bij uitstroom, sociale participatie en welbevinden is er ook een aantal aannames, zoals bijvoorbeeld over gezondheid, zelfredzaamheid, vertrouwen en armoede, niet bevestigd. De Universiteit heeft nog onvoldoende wetenschappelijk bewijs gevonden waardoor er nu nog geen definitieve conclusies getrokken kunnen worden. Bij sommige uitkomsten is het niet duidelijk of dit door het ‘hawthorne effect’ komt. Er is nader onderzoek nodig waarbij een vergelijking wordt gemaakt met een groep die niet beïnvloed is door het experiment. Ondanks dat niet alle aannames wetenschappelijk zijn bewezen geven de

Informatienota

Pagina 4 van 6

Informatienota

uitkomsten van het experiment wel duidelijk een positieve richting aan het gedachtegoed van experiment. b. Minder middelen aan re-integratie trajecten besteed dan verwacht. Voor het experiment zijn door de raad extra middelen beschikbaar gesteld. Deze zijn ingezet voor het onderzoek en samenwerking met de Universiteit, menskracht, communicatie en (maatwerk)trajecten. Er was weinig inzet van middelen uit het Participatiebudget voor re-integratietrajecten omdat gebleken is dat de inzet van een luisterend oor en klankbord beter aansloot dan de reguliere trajecten. Wat zijn de gevolgen? Het experiment heeft een positieve verandering in het dienstverleningsproces gebracht. In de uitvoering is veel ten positieve veranderd. Niet alleen voor de bijstandsgerechtigden maar ook zeker voor de consulent. De manier van werken leidde tot enthousiasme voor een andere meer ‘mensgerichte’ benadering. De analyses van de vragenlijsten bij de consulenten en de focusgroep gesprekken laten zien dat het opbouwen van een persoonlijke relatie, vertrouwen geven en aandacht, meer tijd voor het ‘echte’ gesprek, sturen op intrinsieke motivatie, een luisterend oor en loslaten sleutelbegrippen zijn voor het succes van de aanpak zoals die door de consulenten is ervaren. De rol van de consulent is belangrijk.

We willen deze manier van werken vasthouden en verder ontwikkelen. Dat vraagt veel van de consulent. Terugval in de ‘klassieke aanpak’ ligt snel op de loer. Zeker wanneer vakmanschap en methodiek- ontwikkeling onvoldoende aandacht krijgt. De consulenten hebben meer kennisontwikkeling (training, opleiding, scholing) en ondersteuning (coaching, management) nodig. Wat is het vervolg? 1. Update dienstverleningsconcept Uit de resultaten van het experiment blijkt dat het gedachtegoed en werkwijze vanuit het experiment: meer maatwerk, betere ondersteuning, meer handelingsvrijheid, meer aandacht en meer vertrouwen, werkt. Naast het experiment zijn er nog 2 projecten die van invloed zijn op het dienstverleningsproces. Dit zijn: Pilot Intensieve Aanpak zorgprofielen (PIAZ). De evaluatie van dit project vindt plaats in het tweede kwartaal 2020. De tweede is de pilot “van Zorg naar Werk”. De resultaten van het experiment, van zorg naar werk en PIAZ dienen als input om de uiteindelijke dienstverlening vorm te geven waarbij vakmanschap en mens centraal gericht werken voorop staat. U ontvangt hierover tezijnertijd meer informatie.

2. Vakmanschap In 2017 heeft de afdeling Werk en Inkomen een nieuw dienstverleningsconcept geïntroduceerd. Dat weer een link heeft met de door heel de organisatie in te zetten Samenwerkwijze. Oók in het experiment is gewerkt aan vakmanschap. We willen dit

Informatienota

Pagina 5 van 6

Informatienota

vakmanschap en methodiek ontwikkeling voldoende aandacht blijven geven en borgen. Hiervoor hebben de consulenten verdere verdieping (training, opleiding, scholing) en ondersteuning (coaching, management) nodig. De werkbare elementen (opbouwen van een persoonlijke relatie, vertrouwen geven en aandacht, meer tijd voor het ‘echte’ gesprek, sturen op intrinsieke motivatie, een luisterend oor en loslaten), uit het experiment nemen we mee in het vakmanschap.

3. Personele inzet Het geven van meer aandacht zorgt voor meer klantcontacten en neemt meer tijd in beslag. Om hier ruimte voor te geven hebben de consulenten een kleinere caseload gekregen. Dit betekent inzet van meer consulenten. Vooruitlopend op de update van het dienstverleningsconcept zetten wij 2 fte’s extra structureel in. Deze bekostigen we uit het Participatiebudget. Voor meer informatie hierover verwijzen wij u naar de Prioriteitenlijst.

Bijlagen 1. Onderzoeksrapport Universiteit van Tilburg 2. Verhalenboek: Verhalen van deelnemers aan het experiment ‘Zelf aan het stuur en op maat’.

Samenvatting In 2017 is de afdeling Werk en Inkomen gestart met ‘het vertrouwensexperiment Oss: ‘Zelf aan het stuur en op maat. Werkt het?’ De universiteit van Tilburg heeft het project 2 jaar lang gevolgd en onderzocht. Er zijn betekenisvolle resultaten geboekt op het gebied van uitstroom naar werk, welbevinden en sociale participatie. De afdeling Werk en Inkomen gaat nu door op de ingeslagen weg waarbij mensgerichtheid en vakmanschap centraal staat.

Informatienota

Pagina 6 van 6

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Oss&id=9d09b631-2050-4988-93c1-0b715fbdff4b