CConstaterende datOss
Koppel je AI →
Document · PDF

II 05 Antwoord artikel 41 vragen van GroenLinks over aanvulling op artikel 41 vragen over Mag je eten met elkaar delen.PDF

Gemeenteraad 28 januari 2021, gemeente OssBij agendapunt: Schriftelijke vragen ex artikel 41 Reglement van Orde11.051 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Fractie GroenLinks Ester Bos E-mail gemeente@oss.nl

Heidi Poessé

www.oss.nl

Postbus 5 5340 BA Oss

Wilt u bij uw reactie de datum van deze brief en ons kenmerk vermelden?

Datum

Ons kenmerk

12 januari 2021

Behandeld door

Doorkiesnummer

E. Biezen

Onderwerp: Art. 41-vragen in aanvulling op vragen Mag je eten met elkaar delen?

Geachte fractieleden van Groenlinks, Op 4 januari 2021 heeft u ons artikel 41 vragen gesteld in aanvulling op de artikel 41-vragen Op Mag je eten met elkaar delen? van D66 en CDA. U stelde hierover de volgende vragen. 1. Op welke wijze informeert de gemeente Oss haar uitkeringsgerechtigde inwoners over de regels die met deze uitkering samenhangen? We vinden het belangrijk dat inwoners weten welke regels gelden. En kunnen vertrouwen op de juistheid ervan. Goede voorlichting en heldere uitleg voorkomt achteraf problemen die herstel nodig maken. We zetten daarom sterk in op informatievoorziening aan de voorkant. Door voortdurend vanaf het begin goed en helder te informeren willen we in contact blijven met de inwoner. Dat voorkomt misverstanden, oneigenlijk gebruik en misbruik. Verder bespreken wij uitgebreid hoe de Participatiewet werkt en wat we van elkaar mogen verwachten. Iedere aanvrager ontvangt het informatieboekje ‘Zo zit het met participatie en bijstand’. Dit is een landelijke uitgave van serviceorganisatie Stimulansz (zie bijlage). Over de minimaregelingen geven wij eveneens uitleg (met eigen folders). Rijzen er vragen bijvoorbeeld bij afwijkingen over inkomen of woonsituatie, dan bespreken we dat met de inwoner. Zo nodig vragen wij aanvullende bewijsstukken. Van de beslissing

Volgvel

Ons kenmerk

2

ontvangt de aanvrager altijd een officiële brief. Daarin staan zowel de rechten als de plichten in Klare Taal (B1-niveau) beschreven. Wij informeren inwoners ook in algemene zin via de website van de gemeente Oss en via Weekblad Regio Oss (Oss actueel). Thema’s als inkomsten, vakantie, samenwonen en reintegratie worden uitgelegd. Als er vragen of twijfels zijn over de dienstverlening nodigen wij de inwoner uit om contact met ons op te nemen. 2. Spoort de gemeente Oss actief fraude op? - Zo ja, om hoeveel gevallen gaat het dan over de afgelopen 5 jaar en wat voor bedragen zijn er teruggevorderd? In onderstaande tabel ziet u de opgelegde boetes en de daarbij behorende bedragen in de afgelopen 5 jaar. Tabel: Boete bij schending inlichtingenverplichting 2020 Aantal

2019 Bedrag

Aantal

2018 Bedrag

Aantal

2017 Bedrag

Aantal

2016 Bedrag

Aantal

Bedrag

Waarschuwing

35

0,00

52

0,00

39

0,00

34

0,00

39

0,00

Boete

32

24.552,00

43

12.270,31

43

15.826,89

39

16.664,67

47

25.042,07

Totaal

67

24.552,00

95

12.270,31

82

15.826,89

73

16.664,67

86

25.042,07

- Zo ja, op welke wijze gebeurt dit? Worden hiervoor bijvoorbeeld bankafschriften nageplozen zonder dat er sprake is van verdenking van fraude? Wordt voor opsporen van fraude gebruik gemaakt van ingehuurde bureaus? De handhaving van regels van de Participatiewet is voor Werk en Inkomen een integraal onderdeel van de dienstverlening. Door goede voorlichting en een goed onderbouwde dienstverlening kan, preventief, al heel veel worden bereikt en mogelijke regelovertreding worden voorkomen. Handhaving van regels is daarom voor Werk en Inkomen in eerste aanleg geen specialisme. We gaan op voorhand niet actief op zoek naar fraude, maar gaan vooral uit van vertrouwen in de inwoner. We hechten daarbij veel waarde aan een goede relatie tussen de inwoner en de consulenten. Soms kunnen signalen of ervaringen aanleiding zijn voor verder onderzoek. De consulent kan daarbij zelfstandig een nader onderzoek uitvoeren of ter ondersteuning een beroep doen op de specialisten handhaving. In dergelijke gevallen kan nadere informatie worden ingewonnen. Daarbij kunnen bankafschriften over een bepaalde periode worden opgevraagd, bijvoorbeeld

2

Volgvel

Ons kenmerk

3

om mogelijk verzwegen inkomen te onderzoeken. Het opvragen van gegevens moet onderbouwd en proportioneel zijn. De opgevraagde gegevens moeten uiteraard betrekking hebben op de Participatiewet, een doelbinding hebben. De regels van de AVG (privacy) zijn voor Werk en Inkomen hierbij leidend. In het Handhavingsplan is het waarborgen van de privacy een belangrijk thema. In uitzonderlijke gevallen voeren specialisten handhaving zelfstandig onderzoek uit. Gemiddeld genomen over de afgelopen 5 jaar zijn dit 30 onderzoeken per jaar. Aanleiding voor deze onderzoeken zijn vaak zwaarwegend. Denk aan sluiting van woningen omdat er verdovende middelen zijn gevonden en waar een inwoner met een uitkering woonde. Of signalen die wijzen op het witwassen van geld waarbij een inwoner met een uitkering is betrokken, waarover onder andere het Brabants Dagblad op 5 en 8 januari j.l. berichtte. Werk en Inkomen voert deze onderzoeken zelfstandig uit. Voor het opsporen van mogelijke fraude maakt de gemeente Oss geen gebruik van gespecialiseerde bureaus. 3. Op welke wijze gebruikt de gemeente Oss informatie van het inlichtingenbureau om fraude bij uitkeringen op te sporen? Het Inlichtingenbureau levert periodiek, op basis van bestandsvergelijkingen, gegevens over bijvoorbeeld inkomen, vermogen, detentie en autobezit.

De meeste gegevens die door het Inlichtingenbureau worden aangeleverd, zijn bij Werk en Inkomen al bekend. Dit wijst erop dat verreweg de meeste inwoners de informatie tijdig en correct hebben doorgegeven. Soms zijn de gegevens niet bij Werk en inkomen bekend of hebben wij andere informatie. Dan hoeft er nog geen sprake te zijn van fraude. We onderzoeken eerst de reden waardoor er sprake is van een signaal. En dan blijkt bijvoorbeeld dat de inwoner de gegevens toch heeft doorgegeven maar dat Werk en Inkomen het nog niet heeft verwerkt. En soms is er wel sprake van het verzwijgen van inkomen of vermogen. Het Inlichtingenbureau wordt vooral gebruikt om gegevens en bestanden te vergelijken. De wettelijke grondslag daarvoor ligt vast in de Participatiewet (artikel 64, lid 3). Het biedt Werk en Inkomen vooral ook de mogelijkheid om veel minder gegevens op te vragen bij de aanvrager of betrokken instantie. Het blijkt namelijk, zoals eerder gemeld, dat de meeste gegevens die relevant zijn voor de uitkering door de inwoner correct en tijdig worden gemeld. Dit versterkt de opvatting, zoals bij de beantwoording van vraag 1 al is weergegeven, dat we uit mogen gaan van vertrouwen in de verklaringen van de inwoner en van de bereidheid van de inwoner om deel te nemen aan onze dienstverlening.

3

Volgvel

Ons kenmerk

4

4. Maakt de gemeente Oss gebruik van algoritmes of digitale opsporingssystemen? - Zo ja, kunnen we dan inzicht krijgen in de werking van deze systemen? - Zo ja, hoe wordt gewaarborgd dat deze systemen niet discrimineren? Nee, de afdeling Werk en Inkomen maakt geen gebruik van algoritmes of andere digitale opsporingssystemen. 5. Vindt het college dat er voldoende ruimte is voor maatwerk om onderscheid te maken tussen mensen die een relatief kleine of onbewuste misstap hebben gepleegd tegenover mensen die met opzet frauderen? Landelijke wetgeving bij schending inlichtingenplicht is dwingend en soms knellend van aard. Het laat beperkt ruimte voor maatwerk. Hierin zoeken we de grenzen op waar maatwerk mogelijk is. Inmiddels is op vrijdag 8 januari bekend geworden dat er op korte termijn een aanpassing op de Participatiewet komt. Gemeenten krijgen dan meer mogelijkheden om van regels af te wijken. 6. Hoe verhouden de maatschappelijke kosten van de terugvorderingen zich tot de opbrengsten (Bijvoorbeeld doordat mensen in de schulden raken of hun huis kwijtraken als gevolg van een sanctie)? Uw vraag laat zich lastig beantwoorden. Bij het beoordelen van boetes wordt zoveel als mogelijk rekening gehouden met de individuele persoonlijke omstandigheden. Er wordt bij eventuele terugvordering rekening gehouden met de afloscapaciteit van de inwoner.

Hierbij wordt 95% van de bijstandsuitkering en het gehele vakantiegeld vrijgelaten voor de inwoner. Zie verder beantwoording van vraag 5.

Met vriendelijke groet, Burgemeester en wethouders van Oss Namens deze,

dhr. C.P.W. van Geffen, Wethouder Werk, Inkomen, Onderwijs en Jeugdhulp

4

met participatie en bijstand

juli 2020

e v a g p udso

Inho

3 Participatiewet 4 Recht op bijstand Kom ik in aanmerking voor een bij­ standsuitkering? • Wat moet ik doen voor ik een uitkering aanvraag? 5 Aanvraag en uitbetaling van de bijstandsuitkering Waar moet ik de uitkering aanvra­gen? • Hoe vraag ik de uitkering aan? • Zoek­ periode voor jongeren • Hoe wordt de uitkering uitbetaald? • Bijstand voor ouderen en zelfstandigen • Tozo 8 Hoogte van de uitkering, inkomsten en vermogen Hoe hoog is de bijstandsuitkering? • Wat is de kostendelersnorm? • Hoe werkt de kostendelersnorm? • Hoe zit het met jongeren tot 21 jaar? • Hoe zit het met de uitkering voor alleen­staan­de ouders? • Wat gebeurt er met an­de­re inkomsten? • Eigen vermogen en bij­ stand • Eigen huis en bijstand • Schulden 13 Naar het buitenland en verhuizen Mag ik met een bijstandsuitkering naar het buitenland? • Hoe lang mag ik op vakantie in Nederland? • Wat gebeurt er met mijn uitkering als ik ga verhuizen? 14 Bedragen 15 Informatie en nuttige websites 16 Op weg naar werk Moet ik solliciteren? • Wat zijn ar­beids­ verplichtingen? • Wat is een re-inte­gra­ tie­traject? • Wat is een plan van aan­

pak voor jongeren? • Moet ik altijd aan alle arbeids­ver­plichtingen vol­ doen? • Wat is een tegenprestatie? 20 Participatie en voorzieningen voor mensen met een arbeidsbeperking Wat is participatie? • Wat is een ar­beids­beperking? • Wat is loon­ kosten­subsidie? • Wat is beschut werk? • Wat is een individuele studie­toeslag? 22 Verplichtingen, controle en onder­ zoek bij de uitkering Aan welke regels moet ik mij houden? • Hoe weet de gemeente wat mijn inkomsten zijn? • Kan de gemeente bij mij op huisbezoek komen? • Wat is fraude plegen? • Wanneer moet ik geld terugbetalen? 24 Bijzondere bijstand Wat is bijzondere bijstand? • Kan ik bijzondere bijstand krijgen? 25 Individuele inkomenstoeslag Wat is de individuele inkomens­ toeslag? • Kan ik een inkomens­ toeslag krijgen? 26 Andere extra’s voor mensen met een laag inkomen Wat is woonkostentoeslag? • Wat is een collectieve zorgverzekering van de gemeente? 27 Bezwaar en beroep Wat moet ik doen als ik het niet eens ben met een beslissing? • Wat kan ik doen als mijn bezwaar wordt afgewezen?

Participatiewet Participeren betekent meedoen, deel­ nemen. Participatie wil zeggen dat alle mensen actief deelnemen aan de samen­leving. Dat kan op verschillende manieren. Bijvoorbeeld door betaald werk te hebben, een opleiding te volgen of door vrijwilligerswerk te doen. De bedoeling van de Participatiewet is dat iedereen actief meedoet en daarmee zo veel mogelijk zijn eigen inkomsten verdient. Maar als dat niet lukt, om wat voor reden dan ook, dan is bijstand mogelijk.

Voor wie is deze brochure? Deze brochure is voor u als u: • niet genoeg geld hebt om van te leven; • en niet zelf snel voor voldoende inkomsten kunt zorgen. Misschien hebt u dan recht op een bij­stands­uitkering. Het recht op bijstand is geregeld in de Participatie­ wet. De bij­stands­uitkering is er om bijvoorbeeld huur, eten en kleren van te betalen. U kunt bijstand krijgen als u in Neder­ land woont en een geldig Nederlands paspoort of een Nederlandse ID-kaart hebt. Bent u geen Nederlander? Dan is meestal ook een geldige verblijfs­ vergunning of een paspoort van een ander EU-/EER-land goed.

3

In deze brochure leest u welke voor­waarden er nog meer gelden, hoe u bijstand aanvraagt, wat er van u ver­wacht wordt vanaf het moment dat u bijstand wilt aanvragen, hoe hoog de uit­kering is en welke rechten en plichten u hebt.

Digitale aanvraag De overheid, ook de gemeente, biedt veel diensten digitaal aan. Zo moet u een bijstandsuitkering meestal via internet aanvragen. Hebt u geen computer met internet? Dan kunt u hiervoor terecht in bijvoorbeeld de bibliotheek, op het Werkplein of in het gemeentehuis of stadskantoor in uw gemeente.

Vragen? Hebt u na het lezen van deze brochure nog vragen? Ga dan naar de gemeente, naar het wijkteam of naar een bureau Sociaal Raadslieden. Meer informatie vindt u ook op de websites van de gemeente en het Werkplein. De informatie in deze brochure is gebaseerd op gegevens van 1 juli 2020. U kunt aan de inhoud geen rechten ontlenen.

Recht op bijstand Kom ik in aanmerking voor een bijstands­uitkering? U komt in aanmerking voor een bij­stands­­uitkering als u: • 18 jaar of ouder bent; • niet genoeg inkomen of vermogen hebt om van te leven; • geen betaalde baan kunt vinden; • en u geen recht hebt op een andere uitkering. Niet iedereen heeft recht op een bij­ stands­uitkering. U hebt geen recht als u: • een opleiding volgt die recht geeft op studiefinanciering; • illegaal in Nederland bent; • in de gevangenis zit of een straf moet uitzitten, maar dit niet doet; • in het buitenland bent en u (vermoedelijk) wilt aansluiten bij een terroristische organisatie.

Aanvraag en uitbetaling van de bijstandsuitkering Jonger dan 27 jaar Ben je jonger dan 27 jaar? Dan kun je pas 4 weken na je melding bij UWV bij­ stand aan­vragen. In deze 4 weken moet je solliciteren of een opleiding zoeken (zie bladzijde 6).

Wat moet ik doen voor ik een uitkering aanvraag? Bent u in staat om te werken? Dan moet u voordat u een bijstandsuitkering aanvraagt, de volgende dingen doen: • U meldt u aan bij www.werk.nl. • U schrijft u als werkzoekende in bij UWV. • U maakt een werkmap aan. • U schrijft u in bij verschillende uitzendbureaus. • U maakt een CV en plaatst deze op verschillende vacaturesites. • U reageert op vacatures. Daarna kunt u een bij­stands­uitkering aanvragen (zie bladzijde 5).

4

Bijstand vraagt u meestal aan via www.werk.nl. In enkele gemeenten moet u de uitkering aanvragen bij de gemeente zelf. Op www.werk.nl kunt u zien waar en hoe u de bijstands­ uitkering aanvraagt. In sommige situaties moet u de bijstand altijd direct bij de gemeente aan­vragen. Dat kan als u: • langer dan 3 maanden in een instel­ling woont. In een revalidatie­centrum of een verpleeghuis bijvoor­beeld. U vraagt de uitkering aan in de gemeente waar de instelling staat; • geen vaste woon- of verblijfplaats hebt en dakloos bent; • alleen bijzondere bijstand wilt aanvrage­n.

Hoe vraag ik de uitkering aan?

Op zoek naar werk U hebt niet genoeg inkomen of vermogen om van te leven. Bijvoorbeeld omdat u geen werk hebt en uw WW-uitkering afloopt. Of omdat u net gescheiden bent en geen baan hebt. Het is belang­rijk dat u zo snel mogelijk (weer) aan het werk gaat en zo een inkomen krijgt. Voor de periode dat u op zoek bent naar werk, kunt u een bijstandsuitkering aanvragen. Kunt u niet meer werken? En hebt u geen inkomsten en ook geen recht op een uitkering van UWV? Dan kunt u ook bijstand aanvragen.

Waar moet ik de uitkering aanvragen?

Hebt u extra uitleg nodig bij het gebruik van www.werk.nl en de werkmap? Op de site leest u onder het kopje ‘Contact’ hoe UWV u hierbij kan helpen. UWV is op werkdagen van 8.00 tot 17.00 uur telefonisch bereikbaar op 088-898 9294.

In een aantal stappen vraagt u een bij­standsuitkering aan. Vaak gaat dat op de hierna beschreven manier. Wan­neer u getrouwd bent of samen­ woont, vraagt u samen een bijstands­ uitkering aan. U én uw partner moeten dan allebei in­geschre­ven staan bij UWV en allebei aanwezig zijn bij gesprekken met UWV of de gemeente. De gemeente bepaalt of u recht hebt op een bijstands­uitkering.

5

De aanvraag U vraagt de bijstandsuitkering aan via www.werk.nl. U gebruikt hier­voor uw DigiD, uw eigen inlogcode bij de overheid (www.digid.nl). Op het digitale aanvraagformulier vult u uw gegevens in. Het invullen duurt ongeveer een uur. Ook krijgt u te zien welke bewijsstukken u nodig hebt voor uw aanvraag. Door een klik op de knop stuurt u alles naar UWV. U bent nu ook gelijk als werkzoekende ingeschreven bij UWV. Na de inschrijving maakt u een afspraak met UWV. U moet zelf bellen of u wordt gebeld. Dit krijgt u te zien op de website.

Op gesprek Na de aanvraag krijgt u een gesprek op het Werkplein of bij de gemeente. Meestal krijgt u eerst een gesprek met een werkcoach. U bespreekt uw moge­ lijkheden om te werken en bekijkt gelijk of er werk is voor u. Is dat er niet, dan bespreekt u wat voor u de beste manier is om aan werk te komen. Daarna praat u met een medewerker over uw uitkeringsaanvraag. Dit kan tij­dens hetzelfde gesprek zijn, of in een apart gesprek. U moet de bewijsstukken die gevraagd werden laten zien, bijvoor­ beeld een geldig identiteitsbewijs, uw huurcontract en een recent overzicht van uw bank­rekening. Als al het nodige is ingeleverd, kan de gemeente uw aan­ vraag in behandeling nemen.

UWV en de gemeente werken met het Digitaal Klantdossier (DKD). In het DKD worden gegevens uit de administraties van het UWV en de gemeenten bij elkaar gezet. Zij mogen u niet meer vragen naar gegevens die al in uw DKD staan. Bij­voor­beeld wat over u bekend is bij de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO, diploma’s en studiefinanciering), bij de Sociale Ver­zekeringsbank (SVB) en bij de Rijksdienst voor wegverkeer (RDW). Via de website van UWV (www.werk.nl) of uw gemeente kunt u uw dossier ook zelf inzien. U moet u aanmelden met uw DigiD.

Behandeling van de aanvraag Soms wordt u voor de aanvraag van bij­stand nog een keer voor een gesprek uit­genodigd, soms komt er iemand van de gemeente bij u thuis. Meestal neemt de gemeente binnen 8 weken na de aanvraag een beslissing. U ontvangt een brief waarin staat of u een uitkering krijgt. Mist de gemeente nog bewijsstukken? Dan moet u die eerst inleveren en kan de beslissing later komen. De uitkering gaat in op de dag dat u zich voor een aanvraag bij UWV hebt gemeld, bijna nooit vanaf een eerdere datum.

Zoekperiode voor jongeren Ben je jonger dan 27 jaar? Dan moet je eerst 4 weken actief naar werk of een (vervolg)opleiding zoeken.

6

In die periode mag je nog geen bijstands­ uitkering aanvragen. De zoekperiode van 4 weken gaat in op de dag dat je je meldt bij UWV. Je mag na 4 weken een bijstands­uitkering aanvragen als je: • met sollicitaties en afwijzingen laat zien dat je op zoek bent geweest naar werk, en • met een verklaring van bijvoorbeeld ROC of RMC laat zien dat een opleiding (op dit moment) niet mogelijk is. Krijg je een uitkering toegekend? Dan gaat de uitkering in vanaf de 1e dag van de zoekperiode.

Taaleis Bij een bij­standsuitkering bent u verplicht om de Nederlandse taal te kunnen spreken, verstaan, lezen en schrijven op minimaal het niveau van groep 8 van de basisschool. Als u laat zien dat u dit niveau hebt, voldoet u aan de taaleis. U kunt bijvoor­beeld een diploma van school of van een Nederlandstalige opleiding laten zien. Of een diploma inburgering. Kunt u niets laten zien? Dan moet u een taaltoets doen. Haalt u de toets? Dan voldoet u alsnog aan de taaleis. Maar als u de toets niet haalt, moet u uw kennis van het Nederlands zo snel mogelijk verbeteren, bijvoorbeeld met een taalcursus. Doet u niets om uw Nederlands te verbeteren? Dan kunt u een lagere uitkering krijgen! Hebt u vanwege een beperking moeite met Nederlands lezen of schrijven, spreken of verstaan? Dan krijgt u geen lagere uitkering.

Hoe wordt de uitkering uitbetaald? De gemeente stort de uitkering iedere maand op uw bankrekening. Bij de bij­standsuitkering hoort een vakantie­ toe­slag van 5%. De gemeente spaart die toe­slag elke maand op en betaalt u die in juni uit, of bij beëindiging van uw uitkering.

Kan ik een voorschot krijgen? Het kan 8 weken duren voordat u uw 1e bijstandsuitkering krijgt. Zolang de gemeente nog geen beslissing heeft genomen, kunt u een voorschot krijgen. Hiervoor moet u wel alle gevraagde gegevens hebben ingeleverd. En de gemeente moet redelijk zeker weten dat u recht op bijstand hebt, anders krijgt u geen voorschot. U krijgt eens per 4 weken minimaal 90% van het voor u geldende bijstands­bedrag. Dit krijgt u tot het moment waar­op u uw uitkering definitief ontvangt. Tijdens de zoekperiode voor jongeren (zie bladzijde 6) is geen voor­schot mogelijk.

In die brief stelt u de gemeente in gebreke en vraagt u om een dwangsom. De gemeente heeft nu nog 2 weken om een beslissing te nemen. Gebeurt dat niet, dan begint na die 2 weken een dwangsom te lopen. Dat betekent dat u voor elke dag dat de gemeente dan nog te laat is met beslissen een vergoeding krijgt. Dit is 1 23 per dag voor de 1e 14 dagen, 1 35 voor de 2e 14 dagen en 1 45 voor de 14 dagen daarna. Het maximum­ bedrag dat u zo kunt krijgen is 1 1.442.

Bijstand voor ouderen en zelfstandigen Bent u een oudere werkloze? Of bent u een startende of gevestigde zelfstandige? En hebt u bijstand nodig? Voor u is er een speciale regeling: de IOAW, het Bbz of de IOAZ. Vraag hier­naar bij de gemeente. Krijgt u een lager AOW omdat u in het buitenland hebt gewoond? Dan kunt u recht hebben op de AIO-aanvulling van de SVB (zie bladzijde 15).

Moet ik direct aan het werk? Direct bij uw aanvraag bekijkt de werk­ coach of u aan het werk kunt. Lukt dat niet? Dan moet u zo snel mogelijk beginnen met een re-integratietraject (zie blz 17).

De gemeente heeft 8 weken de tijd om te beslissen over uw aanvraag. Hebt u na 8 weken nog geen bericht gekregen? Dan kunt u de gemeente een brief sturen.

7

Tozo Tot 1 oktober 2020 kunt u als zelf­ standige een uitkering of een lening voor bedrijfskapitaal aanvragen als u door de coronacrisis minder inkomsten uit uw bedrijf of beroep hebt. Hiervoor is een speciale regeling, de Tozo. Kijk op www.krijgiktozo.nl of u in aanmerking komt.

Hoogte van de uitkering, inkomsten en vermogen Hoe hoog is de bijstandsuitkering? De hoogte van de bijstandsuitkering hangt van 2 dingen af: • Uw leeftijd. Bent u 18, 19 of 20? Dan krijgt u een lagere uitkering dan als u 21 jaar of ouder bent. • Uw woonsituatie. Als u alleen woont of alleen met uw minderjarige kinderen, krijgt u een hogere uitkering dan als u een partner hebt of met andere volwas­senen in één huis woont en de woonkosten kunt delen. In dit laatste geval krijgt u te maken met de kosten­ delersnorm. Zie voor alle bedragen bladzijde 14.

Wat is de kostendelersnorm? Kort gezegd betekent de kostendelers­ norm dat als u een woning deelt met meer volwassenen, uw bijstands­ uitkering daarop wordt aangepast. Hoe meer personen van 21 jaar of ouder in uw woning, hoe lager uw bijstandsuitkering. De reden hiervoor is dat u dan de woonkosten kunt delen. Vandaar de kostendelersnorm.

Voor wie is de kostendelersnorm? De kostendelersnorm geldt voor volwas­senen die samen een woning delen. Dit zijn kostendelende medebewoners. Dit kan bijvoorbeeld een gezin zijn met 2 ouders en een aantal volwassen inwonen­de kinderen. Er kan ook nog een inwonende (groot)ouder bij horen, een broer of zus, neef of nicht. Of de partner van de volwassen zoon of dochter.

8

Voor de kostendelersnorm maakt het niet uit of u wel of geen familie bent van elkaar. Het maakt ook niet uit waarom u samen een woning deelt. De voordelen van woning­delen staan los van de redenen waarom u samen­woont. Daarom geldt de kosten­delersnorm.

Kostendelers

Bijstandsnorm per persoon in %

Totale bijstandsnorm als alle personen bijstand ontvangen in %

1 2 3 4 5

70 50 43 1/3 40 38

70 100 130 160 190

Wie telt er niet mee? Bij de kostendelersnorm tellen de inkom­sten en het vermogen van u en – als u getrouwd bent of samenwoont – van uw partner mee voor uw recht op een uit­kering. De inkomsten en het vermogen van andere huis­geno­ten niet. De huis­genoten zelf tellen wél mee voor de hoogte van uw uitkering. Maar niet alle volwassenen tellen mee voor de kostendelersnorm. Wie niet? • jongeren tot 21 jaar; • de meeste studenten die een studie volgen die recht kan geven op studie­ financiering (Wsf 2000); • leerlingen die de beroepsbegeleidende leerweg (BBL) volgen; • de meeste meerderjarige leerlingen die onderwijs volgen dat recht geeft op een tegemoet­koming onderwijskosten voor school­gaande kinderen (Wtos). Verhuurt u een kamer of hebt u een kostganger in huis? En ontvangt u een normale (commerciële) prijs voor de kamer of de kost en inwoning? Dan telt uw huurder of uw kostganger niet mee voor de kostendelersnorm.

Bent u zelf de huurder of de kostganger? Dan telt/tellen uw verhuuder(s) of kost­gever(s) niet mee voor uw uitkering. Vraag bij de gemeente wat met commer­ciële (ver)huur wordt bedoeld.

Hoe zit het met jongeren tot 21 jaar? Ben je jonger dan 21? Dan val je niet onder de kostendelersnorm. De uitkering van een 18-, 19- of 20-jarige wordt niet volgens de kostendelersnorm berekend. Ook niet als je bij je ouders inwoont.

Hoe werkt de kostendelersnorm? Hoe meer volwassen personen de kosten kunnen delen, hoe lager de bijstandsuitkering per uit­kerings­ gerechtigde. In de tabel hierboven ziet u de hoogte van de bijstandsuitkering in percentages per aantal kostendelers. Hierbij staat 100% voor de bijstandsuitkering voor gehuwden en samenwonenden. Dus bij een huis­houden met 4 mee­tellende personen krijgt elke persoon die recht heeft op een bijstandsuitkering een uitkering van maximaal 40% van de gehuwdennorm. De tabel stopt bij 5 kostendelende mede­ bewoners, maar de kosten­delers­norm geldt ook voor huishoudens met nog meer personen.

9

Hoe zit het met de uitkering voor alleenstaande ouders? De uitkering voor een alleenstaande ouder is even hoog als die van een alleenstaande. Maar als alleenstaande ouder kunt u in aanmerking komen voor een hoger kindgebonden budget van de Belastingdienst. U krijgt dan bij uw budget een zogenoemde alleenstaandeouderkop, een extra bedrag. Als u nog geen kindgebonden budget hebt, moet u dit voor het einde van het jaar zelf aanvragen bij de Belastingdienst. Het is mogelijk dat u voor de gemeente wél een alleenstaande ouder bent, maar voor de Belastingdienst niet. Dit is het geval als u niet samenwoont, maar wel een toeslagpartner hebt.

Dit kan als uw partner gedetineerd is of in een verpleeg­instelling verblijft. Of als u net geschei­den bent en al apart woont, maar u nog geen verzoek voor de scheiding bij de rechtbank hebt ingediend. Ontvangt u als alleenstaande ouder geen extra bedrag op uw kindgebonden budget? Vraag dan bij de gemeente of u een aanvulling op uw uitkering kunt krijgen.

Tip Wilt u weten of u een toeslagpartner hebt? Kijk dan op www.belastingdienst.nl/rekenhulpen/ toeslagpartner/.

Wat gebeurt er met andere inkomsten? Hebt u nog andere inkomsten? Bijvoor­ beeld inkomsten uit betaald werk, alimen­tatie of een WW- of een WIAuitkering? Deze inkomsten tellen mee voor de bijstandsuitkering. Alles wordt bij elkaar opgeteld. De gemeente vult dit bedrag aan tot het voor u geldende bijstandsbedrag. Dat is uw aanvullende uitkering.

Welke inkomsten tellen niet mee? Sommige inkomsten tellen niet mee voor de bijstanduitkering. Bijvoorbeeld: • kinderbijslag, kindgebonden budget en kinderopvangtoeslag; • huurtoeslag en zorgtoeslag; • bijzondere bijstand.

10

Deze inkomsten zal de gemeente niet verrekenen met uw bijstands­uitkering.

Deeltijdwerk U hebt een uitkering en vindt werk voor een paar dagen per week. U verdient minder dan de uitkering die u krijgt. De gemeente vult uw loon dan aan met uitkering, tot het bedrag waar u recht op hebt. Bent u 27 jaar of ouder? Dan kan de gemeente besluiten om tijdelijk een kwart van uw loon niet te verrekenen met uw uitkering. Dit bete­kent dat u dan een iets hoger inkomen hebt. De gemeente mag 6 maanden tot maxi­maal 1 217 per maand vrijlaten. Dit moet de kans dat u meer gaat werken, of dat u blijft werken, vergroten.

Regeling voor alleenstaande ouders Hebt u als alleenstaande ouder deel­­tijd­werk en een aanvullende bijstands­ uitkering? Dan kan de gemeente na de vrijlating van maximaal 6 maanden 1 217, nog een extra periode een deel van uw loon niet verrekenen met uw uitkering. Het gaat om maximaal 30 aaneengesloten maanden 12,5% van uw loon en een maximumbedrag per maand van 1 135,49. Voor deze vrijlating gelden de volgende voorwaarden: • U bent alleenstaande ouder. • U bent 27 jaar of ouder. • Uw jongste kind is jonger dan 12 jaar. • U zorgt volledig zelf voor dit kind.

Vrijwilligerswerk Bent u 27 jaar of ouder, doet u met toe­stemming van de gemeente vrij­ willigers­werk en krijgt u voor dit werk een onkosten­vergoeding? Dit geld mag u houden, maar nooit meer dan 1 170 per maand en 1 1.700 per jaar. U hoeft bij deze vrijlating niet aan te tonen welke kosten u maakt. Bij een hogere onkostenvergoeding moet u de kosten wél aantonen. Kunt u dit niet? Dan wordt de vergoeding verrekend met uw uitkering. Ben je jonger dan 27? Dan geldt dat de gemeente een onkostenvergoeding alleen kan vrijlaten als je de kosten kunt aantonen.

Hebt u een medische urenbeperking (zie bladzijde 20)? Dan kunt u recht hebben op nóg een vrijlating van uw inkomsten. De gemeente zal 15% van uw inkomsten niet verrekenen met uw uitkering. Het maximumbedrag per maand is 1 137,42. Deze vrijlating geldt zo lang u werkt en een aanvullende bijstandsuitkering ontvangt.

Andere heffingskortingen moet u zelf aanvragen bij de Belasting­dienst. Die krijgt u dan iedere maand op uw rekening gestort. De heffingskortingen die u krijgt moet u doorgeven aan de gemeente. Ze gel­den als inkomsten en worden met uw uitkering verrekend. Let op! Hebt u de heffingskortingen niet aangevraagd, maar hebt u er wel recht op? Ook dan verrekent de gemeente ze met uw uitkering. Vraag ze dus aan!

Eigen vermogen en bijstand Onder eigen vermogen valt niet alleen spaargeld, maar bijvoorbeeld ook een auto en een eigen huis. Het maximaal eigen vermogen dat u voor de bijstand mag hebben, hangt af van de samen­ stelling van uw huishouden. Zie voor alle bedragen bladzijde 14. Spullen die algemeen zijn, zoals de meu­ bels in uw huis of de wasmachine, telt de gemeente niet mee bij uw vermogen. Hebt u een aangepaste auto, omdat u een beperking hebt? Of hebt u andere voor u noodzakelijke spullen? De gemeente zal deze helemaal niet of voor een deel meetellen als vermogen.

Wat zijn heffingskortingen? Over uw bijstandsuitkering betaalt de gemeente belasting aan de Belasting­ dienst. U hebt recht op kortingen op de belasting die de gemeente voor u betaalt. De algemene heffingskorting, die iedereen krijgt, verrekent de gemeente al met uw uitkering.

11

Lijfrente Hebt u vermogen in een of meer lijfrentepolissen? Dan kan dit worden vrijgelaten voor de bijstandsuitkering. Hiervoor gelden wel enkele voorwaarden. Vraag hiernaar bij de gemeente.

Naar het buitenland en verhuizen Meer vermogen

Schulden

Hebt u meer eigen vermogen dan het maximumbedrag? Dan hebt u geld om van te leven. U moet dit ‘extra vermogen’ eerst gebruiken voor uw boodschappen en maandelijkse kosten. De gemeente gaat ervan uit dat u voor deze kosten per maand een bedrag uitgeeft van maximaal 11/2 keer een uitkering. De gemeente kan niet aangeven wanneer u weer een nieuwe aanvraag mag doen. Als u uw extra vermogen hebt opgemaakt en opnieuw bijstand aanvraagt, zal de gemeente bekijken of u recht hebt op een uitkering.

Als u schulden hebt, worden die van uw vermogen afgetrokken. Maar studie­ schulden en schulden zonder aflossings­ verplichting niet!

Eigen huis en bijstand Ook met een koophuis, een eigen woon­ boot of woonwagen kunt u bijstand krijgen. U moet wel zelf in de woning wonen en deze niet verhuren. De gemeente onderzoekt of u recht hebt op bij­stand. En of u de uitkering dan als lening krijgt of als een geldbedrag dat u niet hoeft terug te betalen. Een eigen huis telt mee als vermogen, maar niet helemaal. U mag altijd een deel van het vermogen in uw huis houden (zie bladzijde 14). Soms beslist de gemeente dat u geen bijstand krijgt, maar woonkostentoeslag (zie bladzijde 26).

12

Hebt u schulden? Ga dan zo snel mogelijk naar uw contactpersoon bij de gemeente. Die zal ervoor zorgen dat u in contact komt met een schuldhulpverlener. Samen bepaalt u wat u aan uw schulden gaat doen. U kunt bijvoorbeeld: • afspraken maken met de schuldeisers over de aflossing. Dit heet schuldbemiddeling; • een speciale lening aanvragen om uw verschillende schulden mee af te lossen. U moet dan wel die lening aflossen, maar u hebt dan nog maar één schuld bij één bank; • een wettelijk traject (WSNP) aanvragen, waaraan uw schuldeisers verplicht mee moeten werken. Dit kan alleen wanneer u geen lening of schuldbemiddeling kunt krijgen. • Ook moet u waarschijnlijk meedoen aan een schuldhulpverleningstraject. Zo’n traject kan bestaan uit hulp van een maatschappelijk werker om eventuele (gezins)problemen te verhelpen, meedoen aan een budgetcursus (hoe u moet om­gaan met weinig geld) of budgetbegeleiding. Meer weten over schulden en wat er aan te doen is? Kijk op www.nibud.nl of op www.zelfjeschuldenregelen.nl.

Mag ik met een bijstandsuitkering naar het buitenland? Ja, dat mag. U mag 4 weken per jaar met behoud van uw uitkering naar het buitenland. Het maakt niet uit of dit voor een vakantie is of voor iets anders. Uw uitkering wordt deze weken gewoon doorbetaald. Die 4 weken mag u zelf opdelen, bijvoorbeeld 2 keer 2 weken of één keer 4 weken. U mag niet langer dan 4 weken achter elkaar weg. U geeft een paar weken voordat u weg­gaat aan de gemeente door dat u naar het buitenland gaat. U laat weten wanneer u vertrekt en wanneer u weer terugkomt. Blijft u langer weg dan u mag? Dan zet de gemeente uw uitkering stop! U moet de uitkering dan opnieuw aanvragen als u weer thuis bent.

Hoe lang mag ik op vakantie in Nederland? Als u in Nederland blijft mag u langer weg dan 4 weken, terwijl uw uitkering doorloopt. U moet dan wel: • toestemming vragen aan de gemeente; • bereikbaar blijven; • op zoek blijven naar werk (dus solliciteren); • direct terugkeren naar huis als u kunt starten met werk of een re-integratie­ traject, voor een gesprek met de gemeente of voor een onderzoek.

13

Een kort bezoek, bijvoorbeeld een week­end naar familie, is geen vakantie. U hoeft dat niet door te geven aan de gemeente.

Wat gebeurt er met mijn uitkering als ik ga verhuizen? Gaat u verhuizen binnen de gemeente? Dan geeft u dit zo snel mogelijk door aan de gemeente. Gaat u verhuizen naar een andere gemeente? Dan stopt uw bijstands­ uitkering. U krijgt de uitkering namelijk van de gemeente waar u woont. Ga in uw nieuwe woonplaats zo snel mogelijk op zoek naar werk, al voordat u gaat verhuizen. Bewaar uw sollicitatiebrieven en afwijzingen! U moet u in uw nieuwe woonplaats inschrijven in de Basisregistratie personen (BRP). Dat kan vlak voor of meteen na uw verhuizing. Woont u in de nieuwe gemeente en hebt u nog geen baan gevonden? Dan kunt u daar een bijstandsuitkering aanvragen (zie bladzijde 5). Hebt u een bijstandsuitkering en gaat u in het buitenland wonen? Dan moet u dit melden bij de gemeente en UWV. U komt dan niet meer in aan­merking voor een bijstandsuitkering.

Bedragen

Per 1 juli 2020

Netto uitkeringsbedragen voor personen van 21 jaar tot AOW-leeftijd Alleenstaande (ouder) Partners / 2 kostendelers 3 kostendelers 4 kostendelers 5 kostendelers 6 kostendelers

Uitkering per maand

Vakantie toeslag

1 1.006,08 1 718,63 1 622,81 1 574,90 1 546,15 1 526,99

1 1 1 1 1 1

52,95 37,82 32,78 30,26 28,75 27,74

1 248,37 1 496,74 1 784,19 1 967,00 1 1.254,45

1 1 1 1 1

13,07 26,14 41,27 50,89 66,02

Bedragen per persoon en berekend volgens de kostendelersnorm (zie blz. 8)

personen van 18 tot 21 jaar Alleenstaande (ouder) Partners, beiden jonger dan 21, zonder kinderen Partners, beiden jonger dan 21, met kinderen Partners, één jonger dan 21, zonder kinderen Partners, één jonger dan 21, met kinderen Partners met kinderen en kostendelers, norm partner jonger dan 21

1

535,82

1 1

318,56 495,51

Hierbij komt een tegemoetkoming voor de zorgpremie. Die is 1 33 voor alleenstaanden en alleenstaande ouders en 1 74 voor gezinnen.

Vermogensgrenzen Alleenstaanden Alleenstaande ouders, gehuwden en samenwonenden Vrijlating vermogen in eigen huis

14

in 2020

1 6.225,00 1 12.450,00 1 52.500,00

Werk en inkomen: • www.werk.nl: voor inschrijving bij UWV, CV, sollicitaties en aanvraag van bijstand. • www.uwv.nl: voor WW, Wajong en andere uitkeringen. • www.svb.nl: voor AOW en de aan­ vullende inkomensvoorziening voor ouderen (AIO), kinderbijslag en meer. • www.belastingdienst.nl > toeslagen: voor aanvraag van huur-, zorg- en kinderopvangtoeslag.

Solliciteren: Vacaturebanken: • www.monsterboard.nl • www.nationalevacaturebank.nl • www.uitzendbureau.nl • www.werk.nl

1 28,20

Informatie voor mensen met een minimuminkomen

personen van 21 tot AOW-leeftijd in een instelling Alleenstaande (ouder) Gehuwden en samenwonenden

Informatie en nuttige websites

1 € 16,77 1 26,08

• www.berekenuwrecht.nl: voor welke regelingen komt u in aanmerking. • www.nibud.nl: alles over uitgaven, sparen, schulden en andere geldzaken.

Tip Kijk eens op de website van uw gemeente bij ‘Werk en inkomen’ of bij ‘Extra’s voor mensen met een laag inkomen’. Vaak staat daar wat de gemeente mensen met een minimum­ inkomen allemaal extra kan bieden. Bijvoorbeeld bijzondere bijstand, de individuele inkomenstoeslag en regelingen op sport- en cultureel gebied.

15

Bij schulden • www.zelfjeschuldenregelen.nl: een stappenplan voor het aflossen van schulden

Onafhankelijke hulp en advies • www.sociaalraadslieden.nl: voor hulp bij problemen met regels en instanties. • www.juridischloket.nl: voor gratis juridisch advies over uitkering, werk enz.

Veel gemeenten hebben een cliënten­raad (ook wel adviesraad of participatie­ raad). Deze raad behartigt uw belangen bij de gemeente. De cliëntenraad praat mee over het bijstandsbeleid en de uitvoering. Wilt u hier meer over weten? Vraagt u dan bij de gemeente om het adres van de cliëntenraad. Veel cliëntenraden hebben een eigen website, een eigen pagina op de gemeentelijke website of een eigen facebookpagina met informatie en contactgegevens.

Op weg naar werk Moet ik solliciteren? Ja, betaald werk zoeken en vinden is heel belangrijk. U moet zelf zoveel mogelijk doen om werk te vinden. Dit is zelfs een verplichting bij een bijstandsuitkering. U solliciteert en aangeboden werk neemt u aan. Oók als dit werk: • minder goed wordt betaald dan uw vorige werk; • verder weg is dan uw vorige werk; • tijdelijk werk of deeltijdwerk is; • (te) makkelijk is voor u en onder uw opleidingsniveau ligt.

Wat zijn arbeidsverplichtingen? Bij een bijstandsuitkering gelden deze arbeidsverplichtingen: 1 U probeert betaald werk te vinden. Daarvoor moet u bijvoorbeeld vacatures zoeken, solliciteren, een werkmap aan­ maken op www.werk.nl en ingeschreven staan bij een of meer uitzendbureaus. 2 U zoekt niet alleen naar werk in uw eigen woonplaats, maar ook in uw regio of nog verder weg. Vindt u werk of wordt u werk aangeboden, dan neemt u dit aan. 3 U bent bereid om voor uw werk te rei­zen. Werk waarvoor u elke dag tot maxi­maal 3 uur moet reizen (11/2 uur heen en 11/2 uur terug) moet u aannemen. U mag dit werk alleen weigeren als de reistijd echt een probleem is voor u.

16

4 U helpt de gemeente om een plan van aanpak voor uw re-integratie te maken en uit te voeren. U houdt zich aan de afspraken die u hierover met de gemeente maakt. U neemt de re-integratievoorzieningen die de gemeente u biedt aan. 5 U zorgt ervoor dat u uw kennis en vaardigheden bijhoudt of verbetert, als dit nodig is voor het krijgen of behouden van werk. Dus als u een cursus moet volgen om de nieuwste benodigde technieken in uw vakgebied te leren, dan doet u dat ook. 6 U doet geen dingen die het krijgen van werk of het behouden daarvan moeilijker maken. En u doet uw best bij sollicitaties. Zo zorgt u ervoor dat u netjes gekleed, met een verzorgd uiterlijk en op tijd op uw sollicitatie­ gesprek of op uw werk verschijnt.

Wat is een re-integratietraject? Bent u 27 jaar of ouder en is werk vinden moeilijk voor u? Dan kan de gemeente u een re-integratietraject aanbieden. Een re-integratietraject be­staat uit activiteiten die uw kans op een betaalde baan vergroten. U krijgt een vaste begeleider. Die bekijkt samen met u welke activiteiten het beste bij u passen. U maakt samen een plan van aanpak. Hier­in staat precies wat u gaat doen. Bijvoorbeeld:

• een cursus of opleiding; • een detacheringsbaan of ander gesubsidieerd werk. U bent dan in dienst van de gemeente en wordt uitgeleend aan een andere organisatie; • een participatieplaats. Dat is een baan met behoud van uitkering. Met dit werk doet u een (1e) stap op weg naar betaald werk; • vrijwilligerswerk. Uw begeleider helpt u tijdens uw tra­ject. Ook praat hij met werkgevers die mis­schien een baan voor u hebben.

Wat is een plan van aanpak voor jongeren? Ben je jonger dan 27 jaar? Zodra je een bijstandsuitkering aanvraagt, maakt de gemeente samen met jou een plan van aanpak. Hierin staat: • hoe je jouw kansen op betaald werk kunt vergroten, bijvoorbeeld met een cursus of een werkstage; • wat de gemeente daarbij van jou verwacht, en; • hoe de gemeente je daarbij gaat helpen. Wordt aan jou een bijstandsuitkering toegekend? Dan krijg je bij de toe­ kenningsbrief ook dit plan van aanpak toegestuurd. Je moet zo snel mogelijk beginnen met de activiteiten die in je plan van aanpak staan.

17

Moet ik altijd aan alle arbeids­ verplichtingen voldoen? Ja, alle mensen met een bijstands­ uitkering moeten de arbeidsverplich­ tingen nakomen. U moet er ‘naar vermogen’ alles aan doen om werk te vinden of te behouden. De gemeente zal daarom nagaan wat u kunt doen om werk te zoeken. Maar er kan iets aan de hand zijn waar­ door u (tijdelijk) niet kunt werken. Bijvoorbeeld: • U bent ernstig ziek of om een andere reden lange tijd arbeidsongeschikt. • U verzorgt iemand die niet zonder hulp kan en er is niemand anders die de verzorging kan overnemen (mantelzorg). U hoeft dan voor korte of langere tijd niet op zoek naar werk.

Alleenstaande ouders en solliciteren Als u als alleenstaande ouder een kind jonger dan 5 verzorgt, dan mag u ontheffing vragen van de sollicitatie­ plicht. Dat betekent dat u dan tijdelijk niet hoeft te solliciteren. Maar u moet deze periode wel gebruiken om uw kansen op werk te vergroten. Daarom maakt de gemeente samen met u een plan van aanpak. Hierin staat wat u gaat doen, bijvoorbeeld welke opleiding of welke werkstage. Na ieder half jaar bespreekt u met de gemeente hoe het gaat met de activiteiten uit uw plan van aanpak.

Is uw kind 5 jaar of ouder, maar jonger dan 12 jaar? Dan hoeft u niet te sollicite­ren als werken echt niet samengaat met de zorg voor uw kind. Is er kinderopvang mogelijk? Dan kan de gemeente u toch verplichten om naar werk te zoeken.

Kunt u niet werken of re-integreren? Dan moet u dit zo snel mogelijk melden bij de gemeente. Uw contactpersoon bekijkt dan wat in uw situatie het beste is. De gemeente zal u altijd een brief sturen waarin staat of u wel of niet moet solliciteren en welke arbeids­verplichtingen (tijdelijk) niet voor u gelden.

Wat gebeurt er als ik mij niet aan de arbeidsverplichtingen houd? Als u geen werk zoekt of niet solliciteert kan de gemeente een passende maatregel opleggen. U krijgt dan waarschijnlijk één of enkele maanden een lagere uitkering. Als u zich niet aan de andere arbeids­ verplichtingen (zie bladzijde 16) houdt, dan geldt er dit: • De 1e keer dat u de verplichtingen niet nakomt krijgt u ten minste een maand helemaal geen uitkering. De gemeente mag die maand verrekenen met uw uitkering voor de maand of de 2 maanden erna. U krijgt dan 2 of 3 maanden een lagere uitkering (50% of 662/3%).

18

• De 2e keer binnen een jaar krijgt u 2 of 3 maanden helemaal geen uitkering. • Iedere volgende keer binnen een jaar na de vorige keer krijgt u 3 maanden geen uitkering.

Altijd een maatregel U krijgt altijd één of enkele maanden een lagere uitkering of helemaal geen uit­kering als u de arbeidsverplichtingen niet nakomt. Maar de gemeente kan wel rekening houden met uw situatie en u een minder lage uitkering geven. Dat is mogelijk: • als hier dringende redenen voor zijn. Bijvoorbeeld als u een gezin met kleine kinderen hebt en ook nog schulden; of • als u kunt aantonen dat u er niets aan kon doen dat u zich niet aan de arbeidsverplichtingen hield. U kon bijvoorbeeld door een plotselinge zieken­­huisopname niet naar uw sollicitatiegesprek. Bent u tijdens de periode van verlaging van uw uitkering bereid om uw arbeids­ verplichtingen toch (weer) na te komen? Laat dit de gemeente zien! Dan kan die de verlaging meteen stoppen. Vanaf dat moment hebt u dan weer recht op uw volledige uitkering.

Wat zijn de kenmerken van een tegenprestatie? Een tegenprestatie bestaat uit activitei­ ten met de volgende kenmerken: • Het zijn activiteiten voor een paar uur per dag of per week. • Het zijn activiteiten voor enkele weken of maanden, dus niet voor lange tijd. • Het is geen werk waarvoor u eigenlijk betaald moet worden. Het mag dus geen ‘gewone baan’ zijn. • Het hoeft geen activiteit te zijn waarmee u uw kansen op betaald werk vergroot, zoals bij een participatieplaats of vrijwilligerswerk vaak wel het geval is. • Maar de activiteit mag uw kansen op betaald werk ook niet in de weg zitten. • En het moeten activiteiten zijn die u in staat bent om te doen. Dat wil zeggen dat de gemeente bij een tegenprestatie rekening moet houden met – lichamelijke of psychische beperkingen, – de zorg voor (jonge) kinderen, – de zorg voor een hulpbehoevende partner of familielid (mantelzorg), – uw beheersing van de Nederlandse taal en – de reistijd van uw huis naar de werk­ zaamheden. Bespreek met de gemeente wat voor soort activiteiten u zou kunnen doen en wat voor u mogelijk is en wat niet.

Wat is een tegenprestatie? U ontvangt een uitkering van de gemeente. Die mag u vragen daarvoor een tegenprestatie te doen. Die tegen­ prestatie bestaat uit onbetaald werk dat nuttig is voor de samenleving.

19

Voorbeelden van tegenprestaties • Koffie schenken in een wijkcentrum. • Leesouder zijn op school. • Het opknappen van speelplekken in de

wijk. • Taalmaatje zijn voor mensen die nog geen

Nederlands spreken. • Na een storm de takken van wandelpaden

in het stadspark verwijderen en ander klein natuuronderhoud.

Wat gebeurt er als ik geen tegen­ prestatie wil doen? Als de gemeente van u een tegen­ prestatie vraagt, maar u wilt hieraan niet meewerken, dan kunt u een maatregel krijgen. Dat betekent dat u één of enkele maanden een lagere uitkering krijgt.

Participatie en voorzieningen voor mensen met een arbeidsbeperking Wat is participatie? De bedoeling van de Participatiewet is dat iedereen actief meedoet en daarmee zo veel mogelijk zijn eigen inkomsten ver­dient. Daarom moeten meer mensen – ook mensen met een arbeids­ beperking – aan het werk. Van 2015 tot 2026 komen er speciaal voor mensen met een arbeids­beperking 125.000 banen bij. Dit is de banenafspraak.

Hulp voor mensen met een arbeids­ beperking De gemeente kan verschillende soor­ten hulp bieden om uw kansen op werk te vergroten. Zoals een cursus of opleiding, een detacheringsbaan, gesubsidieerd werk of een participatie­plaats. De gemeente heeft ook een aantal voor­ zieningen speciaal voor mensen met een arbeidsbeperking. Dit zijn loonkosten­ subsidie en beschut werk. Bij deze voor­ zieningen is begeleiding op de werkplek mogelijk, bijvoorbeeld van een jobcoach.

Wat is een arbeidsbeperking? Het is mogelijk dat u door een beperking minder productief bent. Dat wil zeggen dat u per uur minder doet of maakt dan iemand zonder beperking. Omdat u lang­zamer werkt, kunt u eigenlijk niet het minimumloon (per uur) verdienen. U hebt dan een arbeidsbeperking. Het is ook mogelijk dat u in een uur wel evenveel kunt doen als iemand zonder beperking, maar dat u per dag of per week slechts een aantal uur kunt werken.

20

U hebt dan een medische urenbeperking. En het is mogelijk dat u wel een beper­ king hebt, maar dat u evenveel kunt doen en even lang kunt werken als iemand zonder beperking. Dan hebt u géén arbeidsbeperking en ook geen medische urenbeperking.

De gemeente vergoedt dus een deel van uw loon. Wordt uw loonwaarde nog niet meteen vastgesteld? Dan krijgt uw werk­gever voor de proefperiode een loon­kos­ten­subsidie van 50% van het minimum­loon. Zodra uw loonwaarde bekend is, wordt de subsidie aangepast aan uw loonwaarde.

Wat is loonkostensubsidie? Loonkostensubsidie is geld van de ge­meen­te voor werkgevers die iemand met een arbeidsbeperking in dienst nemen. Kunt u door een beperking minder goed werken? Dan stuurt de gemeente u naar een arbeidsdeskundige, bijvoorbeeld van UWV. Die bekijkt of u een arbeids­ beperking hebt. Als dit zo is, dan kunt u samen met de gemeente een betaalde baan zoeken. Hebt u die gevonden? Dan bekijkt uw werkgever op uw werkplek wat u in een uur of dag kunt doen en wat u daarmee zou kunnen verdienen. Dit is uw loonwaarde. Waarschijnlijk gaat u eerst een paar maanden werken. Uw werkgever en de gemeente stellen pas na die maanden uw loonwaarde vast. Deze proefperiode mag maximaal 6 maanden duren.

Loon en subsidie U krijgt voor het werk vanaf de start een volledig uurloon betaald. Dit is het minimumloon of het cao-loon. Voor het verschil tussen uw loonwaarde en het loon dat u betaald krijgt, krijgt uw werkgever loonkostensubsidie.

Loonwaarde opnieuw vaststellen Uw loonwaarde hoort bij de baan die u hebt. Gaat u ander werk doen? Dan moet uw loonwaarde opnieuw worden vast­gesteld. Blijft u hetzelfde werk doen? Dan wordt uw loonwaarde alleen als dat nodig is opnieuw bekeken en vast­gesteld. Uw werkgever kan zo lang als dat nodig is loonkostensubsidie voor u ontvangen.

Wat is beschut werk? Beschut werk is bedoeld voor mensen die alleen kunnen werken als zij hierbij intensieve begeleiding krijgen en als het werk en de werkomgeving voor hen is aangepast. Als de gemeente wil weten of beschut werk voor u de enige mogelijk­heid is om te werken, gaat u voor een advies naar UWV. U kunt ook zelf bij UWV een advies vragen voor beschut werk. UWV bepaalt of u voor beschut werk in aanmerking komt. En als dat zo is, dan regelt de gemeente voor u een beschutte werkplek. Hier voert u in uw eigen tempo eenvoudige taken uit. U krijgt hierbij begeleiding.

21

No-riskpolis Als een werknemer ziek wordt, moet de werkgever het loon maxi­maal 2 jaar gewoon doorbetalen. Als u als werknemer met een arbeids­ beperking ziek wordt, dan kan uw werkgever met de no-riskpolis een vergoeding voor uw loon­kosten krijgen. Uw werkgever hoeft dan niet bang te zijn dat hij kosten voor u maakt, terwijl u door ziekte niet kunt werken. UWV voert de no-riskpolis uit voor de gemeente.

Wat is een individuele studietoeslag? Dit is geld voor studenten met een beperking. Door die beperking kunnen zij soms niet voldoende bijverdienen.

Kan ik studietoeslag krijgen? Je kunt een studietoeslag krijgen als je aan de volgende voorwaarden voldoet: • Je bent 18 jaar of ouder. • Je volgt een opleiding of studie en ontvangt studiefinanciering (Wsf 2000) of een tegemoetkoming in de studiekosten. • Je hebt geen of weinig eigen vermogen. • En je bent door een medische beperking niet in staat om naast je studie altijd voldoende bij te verdienen. De gemeente bekijkt of je echt recht hebt op de studietoeslag. De hoogte van de toeslag kan in 2020 nog per gemeente verschillen, maar zal waarschijnlijk in 2021 overal ongeveer 1 300 per maand zijn.

Verplichtingen, controle en onderzoek bij de uitkering Aan welke regels moet ik me houden? Er gelden bij een bijstandsuitkering regels voor u én voor de gemeente. Zo mag u ervan uitgaan dat de medewerkers van de gemeente: • beleefd zijn en naar u luisteren; • hun best doen voor u; • uitleggen waarom zij een bepaalde beslissing nemen; en • uitleggen wat zij van u verwachten. De gemeente mag van u verwachten: • dat u alle informatie geeft die nodig is om een juiste beslissing over uw uitkering te nemen; • dat u wijzigingen op tijd doorgeeft. Bijvoorbeeld dat u gaat samenwonen of werken; • dat u netjes en beheerst blijft als u met medewerkers van de gemeente praat; en • dat u alle afspraken nakomt. Bijvoorbeeld de afspraken over uw arbeidsverplichtingen.

Hoe weet de gemeente wat mijn inkomsten zijn? In veel gemeenten moet u elke maand een verklaring invullen en inleveren. Hierop geeft u aan welke inkomsten u die maand hebt en of er verder nog wijzigingen zijn in uw situatie. De gemeente kan dan uitrekenen hoe hoog uw bijstandsuitkering die maand moet zijn. Ook laten de meeste gemeenten elke maand controles uitvoeren door het Inlichtingenbureau. Met behulp van uw

22

burgerservicenummer (BSN) vergelijkt dit bureau de gegevens die de gemeente van u heeft met die van de Belasting­ dienst, UWV, Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO, studie­financiering) en andere gemeenten. Zo is snel te zien of u inkomsten had die maand. Zo nu en dan wordt u door de gemeente uitgenodigd voor een heronder­zoek. In de brief met de uitnodiging staat welke gegevens u mee moet nemen. Uw contactpersoon bekijkt bij dit onderzoek of er iets is veranderd in uw situatie en wat u kunt doen om uw kansen op werk te verbeteren. Is er iets veranderd? Dan kan het zijn dat uw uitkering wordt aangepast.

Kan de gemeente bij mij op huisbezoek komen? Ja, dat kan. Bij een huisbezoek komen medewerkers van de gemeente bij u thuis. Het is een manier om vast te stellen of u bijvoorbeeld echt woont op het adres dat u hebt opgegeven. Bij een huisbezoek komen er altijd 2 medewerkers langs. Bijvoorbeeld uw contactpersoon en zijn collega. U krijgt meestal van tevoren te horen dat u een huisbezoek krijgt. Maar soms hoort u dat niet. Een huisbezoek wil nog niet zeggen dat u verkeerde informatie hebt gegeven. De medewerkers willen graag zien dat alles klopt en dat u de juiste uitkering krijgt.

Wat is fraude plegen? U moet de gemeente veel vertellen. Alles wat bij de aanvraag van de uit­kering of daarna nodig is om te bepalen of u recht hebt op een uitkering, moet u doorgeven. Ook zonder dat de gemeente daarom vraagt. Dit heet de inlichtingenplicht. U gaat bijvoorbeeld samenwonen of werken. Hierdoor hebt u waarschijnlijk recht op minder uitkering of geen recht meer op uitkering. Als u met opzet wijzigingen niet doorgeeft of als u liegt, pleegt u fraude. Fraude plegen heeft grote gevolgen voor uw uitkering. De gemeente kan u een hoge boete geven, (een deel van) de uit­kering terugeisen of de uitkering zelfs beëindigen. Bij ernstige fraude van meer dan 1 50.000 doet de gemeente aan­gifte bij het Openbaar Ministerie. De officier van justitie beslist dan of u voor de rechter moet komen.

Hoe hoog is de boete? U krijgt een boete als u zich niet aan de inlichtingenplicht houdt. Dat is als u met opzet informatie niet of te laat doorgeeft (fraude), maar ook als u per ongeluk infor­matie niet of niet op tijd doorgeeft. De hoogte van de boete hangt af van de ernst van de overtreding en van uw inkomen en vermogen. Die boete kan de 1e keer maximaal even hoog zijn als het bedrag dat u ten onrechte aan bijstand hebt gekregen,

23

dus 100% van dit bedrag. Een 2e of volgende keer kan dit 150% zijn! En u moet ook het bedrag aan bijstand waar u geen recht op had helemaal terugbetalen. Let dus goed op dat u alle informatie over inkomsten, werk of uw gezinssituatie op tijd doorgeeft!

Wanneer moet ik geld terugbetalen? U moet geld terugbetalen aan de gemeente als u te veel bijstand hebt gekregen. Bijvoorbeeld als u inkomsten of een geldbedrag hebt gekregen, waarop u al eerder recht had. Of als de gemeente u door een fout te veel uitkering heeft betaald. De gemeente eist het teveel gekregen geld van u terug. Dit heet terugvorderen. U krijgt een brief van de gemeente over wat en wanneer u moet terug­betalen. Hebt u nog een bijstands­uitkering? Dan houdt de gemeente het geld op uw uitkering in.

Kan de gemeente ook geld van anderen terugeisen? Ja, dat kan. Dat heet bijstand ‘verhalen’ Hebt u bijvoorbeeld geld geschonken aan iemand vóórdat u een bijstands­ uitkering aanvroeg? Dan kan dit geld worden terug­­geëist van de persoon aan wie u het geld hebt gegeven. De gemeente mag ook geld opeisen bij erfgenamen van iemand die nog een schuld had bij de gemeente.

Bijzondere bijstand Wat is bijzondere bijstand? Soms komt u voor extra kosten te staan die u niet zelf kunt betalen. Hiervoor kunt u bijzondere bijstand aanvragen. Die kosten moeten wel aan een aantal voorwaarden voldoen: • Het zijn bijzondere kosten. Dat betekent dat u die normaal niet heeft, maar nu wel moet maken. • Het zijn kosten die noodzakelijk zijn. U móet ze maken. Soms wordt aan een arts of andere deskundige gevraagd of de kosten noodzakelijk zijn. • Het zijn kosten die nergens anders vergoed worden. Kosten kunnen vaak op een andere manier worden vergoed. Bijvoorbeeld door de zorgverzekeraar, via het zorg­ loket van de gemeente (Wmo) of via teruggave van belasting. U krijgt dan geen of minder bijzondere bijstand. U kunt voor veel kosten bijzondere bij­stand krijgen. Denk aan de kosten voor een opleiding die nodig is om werk te vinden of een bril. Voor uitgaven die iedereen doet, zoals voor eten, kleding, huur en een nieuwe koelkast of was­machine, krijgt u meestal geen bijzon­de­re bijstand. Soms is er dan wel leen­bijstand mogelijk. U krijgt nooit bij­zondere bijstand of leenbijstand voor het betalen van een boete of alimentatie. Weet u niet zeker of u voor iets bijzon­dere bijstand kunt krijgen? Vraag het dan aan de gemeente.

24

Individuele inkomenstoeslag Kan ik bijzondere bijstand krijgen? Ook met andere inkomsten dan een bijstandsuitkering kunt u bijzondere bijstand krijgen. Uw recht op bijzondere bijstand hangt af van uw inkomen en vermogen (zie bladzijde 8 en verder). U vraagt bijzondere bijstand aan bij de gemeente. Vraag deze altijd aan vóór u de kosten maakt. De gemeente kan anders niet meer goed beoordelen of de kosten echt nood­zakelijk zijn en zal uw aanvraag dan afwijzen.

Bijna elke gemeente heeft extra regelingen voor mensen met weinig geld. Daarmee kunt u bijvoorbeeld met korting lid worden van een sportclub, culturele vereniging, de bibliotheek of deelnemen aan cursussen. Veel gemeenten hebben een Kindpakket. Hierin zitten regelingen voor deelname aan een sport- of een muziekvereniging. Soms kunnen ook de kosten voor een schoolreisje of schoolspullen worden vergoed. Gemeenten kunnen ook een bijdrage geven voor een laptop of fiets die nodig is voor de middelbare school. Kijk voor deze regelingen op de website van de gemeente of op www.berekenuwrechtplus.nl.

Wat is de individuele inkomens­ toeslag?

Niet in staat om een hoger inkomen te krijgen?

De individuele inkomenstoeslag is een geldbedrag tussen 1 250 en 1 550, dat de gemeente u één keer per jaar kan geven als u al lange tijd een laag inkomen hebt. U kunt het geld vrij besteden, bijvoor­beeld aan spullen die u met een minimum­inkomen soms moeilijk kunt betalen, zoals een nieuwe koelkast of televisie. De toeslag is een extraatje en wordt niet verrekend met uw uitkering. U betaalt ook geen belasting over de toeslag. De individuele inkomenstoeslag is ook voor mensen met een ander minimum­ inkomen dan een bijstandsuitkering.

Bij de individuele inkomenstoeslag moet u aan de genoemde voorwaarden vol­ doen. Maar daarnaast zal de gemeente beoordelen of u het u echt niet lukt om uw inkomen te verbeteren. U moet aantonen dat u de afgelopen periode hebt geprobeerd een hoger in­komen te krijgen. Dit kunt u doen in een gesprek met uw contactpersoon. U hebt bijvoorbeeld – voor zover dat mogelijk was – gesolliciteerd, uw vak­kennis bijgehouden, uw re-integratie­traject gevolgd of vrijwilligers­werk gedaan. Laat hiervan bewijzen zien. Hebt u een beperking en kunt u hierdoor niet actief naar werk zoeken? Dan kan de gemeente voor u een arbeidsmedisch advies aanvragen waarin staat wat u wel en niet kunt doen. Als u al een arbeids­ medisch advies van UWV hebt, kunt u dit laten zien. Pas als de gemeente vindt dat u aan alle voorwaarden voldoet en u recht hebt op de toeslag, krijgt u een individuele inkomenstoeslag.

Kan ik een inkomenstoeslag krijgen? Er gelden enkele voorwaarden om de toe­slag te kunnen krijgen, onder andere deze: • U bent 21 jaar of ouder, maar u hebt nog niet de AOW-leeftijd. • Uw inkomen is de afgelopen jaren niet veel hoger geweest dan het voor u geldende bijstandsbedrag. • U bezit niet méér eigen vermogen dan u voor de bijstand mag hebben. • U ontving in de afgelopen 12 maanden niet eerder een individuele inkomens­ toeslag. • En het lukt u niet om met werk een hoger inkomen te krijgen.

25

Zelf aanvragen U moet de inkomenstoeslag zelf aan­vragen bij de gemeente. Hebt u een partner? Dan moet u samen de inkomens­toeslag aanvragen en beiden aan alle voorwaarden voldoen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Oss&id=b5607025-bc00-4acc-93a1-28b7a3e9febd