Gebiedsvisie stadjes en kernen 24-08
Tekst van het document
Visie: wat vinden we belangrijk?
meer doen. Ook bijvoorbeeld in het verhuren van een accommodatie, catering en
ten voldoen, zoals voor sociale hygiëne. Maar als de voetbalclub voor een lage prijs alcohol aanbiedt, krijgt de horeca geen kans. Willen we dat?
Scholen, clubgebouwen, sportvelden en gemeenschapshuizen zijn belangrijke ont-
We moeten steeds de vinger aan de pols houden, en horen wat er speelt. Daarom is
de GGD: bewegen, ontmoeten, sporten. Ze maken van een kern een dorpsgemeen-
of houden.
moetingsplekken. Voorzieningen zijn ook belangrijk voor de gezondheid, benadrukt schap en vergroten de vitaliteit van een kern. Het allereerste uitgangspunt voor scho-
het belangrijk dat de verenigingen een goede contactpersoon bij de gemeente hebben
len is de kwaliteit van onderwijs en daarvoor moet een school voldoende leerlingen
Net als voor bedrijven geldt voor verenigingen ook: We kunnen niet elke club in de
zijn wel ingrijpend in gezinnen. Het is belangrijk dat verplaatsen elke keer zorgvuldig
van kernen is en dat deze clubs de ruimte krijgen om zich te ontwikkelen. Grotere
hebben. Fusies en opheffingen van scholen komen in een kern niet vaak voor, maar ze gebeurt, waarbij onderwijs, ouders en overheid samenwerken, bijvoorbeeld om te zorgen voor veilige fietsroutes of leerlingenvervoer. Zie mobiliteit voor wat meer details.
lucht houden. Maar we vinden het wel belangrijk dat er voldoende aanbod per cluster centrale accommodaties helpen daarbij: ze stimuleren de ontmoetingen en maken
voorzieningen betaalbaar. Mensen tussen de 8 en pakweg 80 kunnen wat verder fiet-
sen voor activiteiten in hun vrije tijd. Ook de keerzijde is belangrijk: het feit dat steeds
28
meer via internet verloopt, maakt digitale bereikbaarheid tot een belangrijke voorzie-
Dilemma:
Als we voorzieningen slim en vernieuwend combineren of kiezen, kunnen we ze
accommodaties voor sport en cultuur of vragen we dat aan de leden en onderne-
ning; ook voor verenigingen.
betaalbaar houden. Dat betekent dan ook dat de gemeente voldoende kansen voor verenigingen en ondernemers moet creëren.
Uitwerking: Wat gaan we doen?
Eerder vastgesteld en in gang gezet beleid dat we voortzetten
De gemeente ziet het belang dat verenigingen hebben voor ontmoeten en heeft
daarom in 2021 het Beleidskader Vitale Verenigingen aan de raad voorgelegd. Hierin
helpen we (sport)verenigingen om te werken aan vitaliteit. De gemeente ziet vereni-
gingen als partner in het maatschappelijke domein op het gebied van laagdrempelig ontmoeten en stelde daarom Thuis in de buurt in 2020 vast. De verenigingen spelen
ook een rol bij de zogenoemde ‘Positieve Gezondheid’ en de raad stelde in juli 2021 ook
daarvoor een beleidskader vast. Net als sport dragen culturele activiteiten dragen bij
aan ontmoeten en aan de identiteit van een gemeenschap. Hiervoor is aandacht in de
Willen we dat de gemeente (en dus de belastingbetaler) flink bijdraagt aan de mers (bijvoorbeeld door de contributie of de prijs van een consumptie)?
We willen bij het clusteren wel in elke kern een centrale ontmoetingsplek bewaren,
vooral een plek waar de oudste en jongste inwoners graag naartoe gaan en genieten van de dorpse gezelligheid. Bij voorkeur is dat een plek die uitnodigt omdat hij een dorpse uitstraling heeft, maar ook de plek waar wat voorzieningen samen komen, zoals een gemeenschapshuis en de plek voor een groente- of viskraam. Het aan-
bod van de dingen die we regelmatig nodig hebben en de gezellige plek zorgt voor
‘reuring’ en een levendig kern. Bij de plannen moet integrale toekomstbestendigheid voorop staan: hoe kunnen we voor de komende jaren wonen, ondernemen, ont-
moeten, gezondheid en groen zo slim mogelijk combineren met duurzaamheid en betaalbaarheid?
in maart 2021 vastgestelde cultuurnota Cultuur Verbindt OnSS.
Dilemma’s:
We willen de accommodaties voor verenigingen voor meerdere kernen bij elkaar
accommodatie?
brengen om de kwaliteit te borgen en ze tegelijk (ook met horeca) betaalbaar
Hoe kan de gemeente bijdragen aan een optimaal gebruik van een
te houden. Voor een deel zijn we daar al mee begonnen vanuit de zogenoemde
Wie bepaalt wat er in het dorpsgebouw gebeurt, hoe de openbare ruimte eruit
van een kernencluster hiervoor de aangewezen plek. Maar andere keuzes zijn in de
de bevolking? Hoe gaan we dit ook nadat de visie klaar is, samen vormgeven?
‘Voorzieningenkaarten’. Over het algemeen is een centrale locatie in een hoofdkern kernen mogelijk, in overleg met de verenigingen en bewoners en op voorwaarde dat ze het ontmoeten en de gezondheid op de beste manier stimuleren.
De goedlopende locatie ‘Onder d’n Plag’ in Over d’n Dam (Demen, Dieden, Deursen-
Dennenburg en Neerlangel) in het buitengebied tussen de genoemde kernen is een
ziet en of de inrichting van de groenvoorziening nog past bij de samenstelling van
Heeft de gemeente een rol bij het aanleggen van glasvezel en andere voorzieningen?
goed voorbeeld van de ‘uitzondering op de regel’. Van groot belang hierbij is de be-
Welke rol krijgen bewoners met het onderhouden van groen, nu de gemeente
mogelijkheden voor ontmoeten. Dit is ook belangrijk in tijden dat er minder vrijwilli-
Wijzen we groen aan dat essentieel is voor het aangezicht van de kernen? Welke
taalbaarheid van de voorziening voor de verenigingen en het vergroten van het aantal gers zijn. Op die manier kunnen ze bardiensten en andere taken voor meer verenigingen combineren. We doen dat in samenspraak met de verenigingen en bewoners.
wat meer op de achtergrond blijft? Mogen ze bomen in hun eigen straat snoeien? randvoorwaarden zijn er?
29
Nieuw en niet eerder vastgesteld beleid
Vanuit de genoemde beleidskaders Vitale Verenigingen, Thuis in de buurt, Positieve Gezondheid’ en Cultuur Verbindt OnSS start de gemeente een transformatie van de
dorpshuizen. Deze spelen een belangrijke rol in het laten meedoen in de samenleving van (kwetsbare) inwoners. We kijken wat de dorpshuizen nodig hebben om daar een
goede invulling aan te geven. Daarnaast werken we aan een passende manier om de kosten te beheren, omdat de accommodaties nu vaak geld te kort komen.
We vertalen de visies en beleidsstukken naar de uitvoering, met de juiste randvoor-
waarden. Hetzelfde doen we voor vitale verenigingen en amateurkunst. Het samenbrengen van deze verschillende visies is de grote uitdaging voor de komende jaren,
aangezien elke situatie in elke kern weer anders is. Daarbij willen we dit samen met
de verenigingen, wijk- en buurthuizen, andere organisaties en de inwoners doen. Dat raakt aan de kern van deze visie op de stadjes en kernen: maatwerk waarbij de bewoners een hoofdrol hebben.
30
4. Mobiliteit: bereikbaar, maar ook duurzaam en veilig
Oss wil duurzaam vervoer stimuleren. Meer elektrisch, meer fietsen in plaats van de
auto. Dat is goed voor de gezondheid (beweging) en voor de leefbaarheid (minder ver-
keersoverlast, geluid, uitstoot). In de kernen was tot voor kort altijd alles dichtbij: scholen, winkels, werk, cultuur. Veel zaken komen wat meer op afstand, maar het OV komt vaak minder in de kernen. Dorpelingen vanaf achttien koesteren de auto. Met een
gezin is de auto in de kernen nagenoeg onmisbaar. Dat heeft gevolgen voor: wegen,
parkeren, milieu en veiligheid. Kunnen we de kernen minder afhankelijk maken van
de auto? Of levert het platteland andere bijdragen aan de grote vragen rond milieu?
Hoe vinden we duurzaam en gezond vervoer én houden we de kernen en voorzieningen goed bereikbaar? Zijn er mogelijkheden voor gezamenlijk (openbaar) vervoer? Burgerpanel, april 2021: In de eigen buurt verplaatst men zich vooral lopend
(66%) en met de fiets (55%). Binnen de gemeente neemt men meestal de auto
(74%) of de fiets (53%). Bij wat mis je in de wijk, staan snelheid remmende maatregelen op nummer 4, na woningen voor ouderen, betaalbare woningen en rust en stilteplekken. In Ravenstein vindt 52% het aantal opstappunten voor OV voldoende, in Herpen is dat 24%.
Context: Wat speelt er in de kernen?
Wat hoorden we afgelopen jaar in de kernen?
De voornaamste reacties waren gericht op overlast van het te snelle verkeer op de doorgaande wegen door de dorpen, met name Lith en Geffen. Een inwoner van
Huisseling zei daarover het volgende: ’De wethouder of ambtenaren zouden eens
een dagje in de oogsttijd op een klapstoeltje voor de kerk in Huisseling moeten gaan
zitten om te ervaren wat de overlast is.’ Daarnaast noemen ze parkeeroverlast. Als we
straks de kernen verdichten, dus meer mensen op minder oppervlak, dan betekent dat waarschijnlijk ook meer auto’s in de kernen. Daarnaast zeggen vooral jongeren goed openbaar vervoer te missen. Sommige gepensioneerden waarderen de buurtbus als plek om een praatje te maken.
31
Wat speelt er in de Osse kernen en daarbuiten?
Visie: wat vinden we belangrijk?
veiligheid. Verkeer is nodig om goederen, plekken en mensen bereikbaar te maken
me vormen van vervoer, zoals lopen, fietsen, gedeeld vervoer en schoon (elektrisch)
In Oss zoeken we naar een balans in bereikbaarheid, duurzaamheid, leefbaarheid en – en dus voor ontmoeten. Verschillende vervoersmogelijkheden zorgen ervoor dat
meer inwoners deel kunnen nemen aan de samenleving. We zien dat veel vormen van openbaar of collectief vervoer onder druk staan, zoals de buslijnen en de pontjes. Inwoners van Geffen, Ravenstein en Herpen ervaren geluidshinder van de A50 of
Dorpenweg. Over transport van gevaarlijke stoffen zijn goede afspraken (snelweg,
spoor, binnenvaart op de Maas en door ondergrondse leidingen), al blijft er een kleine kans op incidenten, met giftige stoffen of een ongeval, brand of explosie in deze plaatsen.
Om de kernen bereikbaar en gezond te houden zien we graag gezonde en duurzavervoer. Het stimuleren van duurzame vervoersvormen draagt bij aan verschillen-
de doelen en opgaven: het is goed voor de gezondheid en luchtkwaliteit, reduceert
geluidshinder, draagt bij aan gelijke kansen (mobiliteit voor iedereen), versterkt de
economische structuur (betere doorstroming) en draagt bij aan een leefbare en veilige gemeente. Vooral voor het vervoer binnen en tussen de kernen kan dat vaak goed.
Goede fietspaden moeten de voorzieningen in de stad voor de inwoners van de kernen milieuvriendelijk en goedkoop bereikbaar maken. Verkeersveiligheid, bereikbaarheid of afstand moet geen argument zijn om de auto te pakken. De gemeente vindt het
32
belangrijk dat er goede snelfietspaden zijn en andere duurzame verbindingen tussen de kernen en de stad.
Naast fiets, lopen en openbaar vervoer blijven autoverbindingen belangrijk, vooral
Tot slot: We moeten niet-zelfredzame mensen beschermen tegen de risico’s van transport van gevaarlijke stoffen. Bij het vestigen van nieuwe basisscholen, kinderdagverblijven en zorginstellingen moet er daarom voldoende afstand zijn.
voor de verbinding met het stedelijk gebied en de regio. Voor veel voorzieningen zijn
Dilemma:
toekomst nog belangrijker worden. Daarom zal de auto voor de stadjes en kernen
maken we de mobiliteitsbehoefte duurzaam? Is er draagvlak voor deelvervoer?
de inwoners van de kernen aangewezen op het stedelijk gebied. En dat kan in de
een belangrijk vervoermiddel blijven. Een goede ontsluiting op het hoofdwegennet
is dus noodzakelijk. Hierin vervullen de Dorpenweg, Beatrixbaan, de N329 en de N625 (provinciale weg: Lithoijensedijk, Meester van Coothstraat) een belangrijke functie
Hoe maken we de bewoners in de kernen minder afhankelijk van de auto en Buurtbus? Betere directe fietsverbindingen..?
richting de stad Oss en de grotere omgeving. Toch blijft dat ook de inwoners van de
Uitwerking: Wat gaan we doen?
nen willen we vooral lopen en fietsen stimuleren.
Inwoners kunnen op veel terreinen zelf actie ondernemen. Als vooral lokaal verkeer
kernen kritisch naar het gebruik van de auto kunnen kijken. Binnen en tussen de ker-
Eerder vastgesteld en in gang gezet beleid dat we voortzetten
voor overlast of onveiligheid zorgt, bijvoorbeeld rond een school, zien we soms dat
33
ouders aan het begin van het schooljaar de automobilisten een snel kopje koffie
kunnen aanbieden en meteen vragen of ze oog hebben voor de scholieren op hun
wiebelende fietsen. Parkeerplaatsen op wat verdere afstand van de school kunnen de directe schoolomgeving veiliger maken. En spandoeken van Veilig Verkeer Nederland attenderen op een schoolomgeving waardoor verkeersdeelnemers hun gedrag kunnen aanpassen. Waar nodig kan de gemeente in overleg met de bewoners maatregelen treffen. Het is belangrijk dat bewoners dan een luisterend oor hebben bij de gemeente.
Openbaar vervoer wordt steeds schaarser, zeker in de kernen. Daarom werken we samen met de provincie aan ‘gedeelde mobiliteit’. Dat wil zeggen: we stemmen
de verschillende soorten verkeer op elkaar af waardoor een reiziger zelf de reis kan
samenstellen die past bij zijn of haar mobiliteitsbehoeften. In dit systeem zal voor de
kernen de buurtbus een belangrijke voorziening blijven, niet alleen voor vervoer, maar ook voor ontmoeten. Daarnaast gaan we zoeken naar oplossingen om Wmo- of doelgroepenvervoer te combineren met vrijwilligersvervoer of flexibel halt-halte vervoer (hubtaxi), waarbij een taxi je naar een overstappunt brengt. Bijvoorbeeld een halte met overstap op bus of trein.
Maar ook initiatieven van inwoners voor gezamenlijk vervoer (zoals deelauto’s of
leerlingenvervoer) kunnen hierbij helpen. Bijvoorbeeld ter vervanging van een tweede auto of een dorpsauto om mensen die zelf niet (meer) kunnen rijden te vervoeren,
zijn initiatieven die kunnen bijdragen aan meer duurzaam vervoer. De gemeente kan hierbij ondersteunen.
Nieuw en niet eerder vastgesteld beleid
We gaan dit uitwerken in een nieuwe Mobiliteitsvisie en Mobiliteitsplan. Hierin zal duurzame mobiliteit een belangrijk onderdeel worden. Daarin gaan we ook kijken
welke maatregelen dan prioriteit krijgen. Denk hierbij aan hoofdfietsroutes, het meer autoluw maken van de kernen en initiatieven voor gezamenlijk (elektrisch) vervoer.
Daar is op dit moment geen budget voor, maar de afweging welke financiële middelen we hiervoor vrij moeten maken wordt hierin meegenomen.
34
5. Duurzame ontwikkeling: verantwoord, veilig en gezond leven
Onze leefomgeving geven we door aan onze kinderen, horen we vaak. Er zijn echter steeds meer aanwijzingen dat dat niet meer vanzelfsprekend een betere toekomst
voor onze kinderen betekent dan ons eigen leven nu. Denk daarbij aan de gevolgen
van klimaatverandering die we nu al merken, zoals hitte, droogte en wateroverlast.
Anders dan bij wonen en voorzieningen gaat het hier om nu nog minder opvallende zaken, die echter in de toekomst grotere gevolgen dan nu gaan krijgen.
Als we nu niets doen, zal het grote gevolgen hebben voor de leefbaarheid en het
milieu. We zoeken volop naar oplossingen en hoe we ze kunnen uitvoeren, ondanks
kosten, regels en belemmeringen in de uitvoering. Het gaat om aanpassen aan veranderend klimaat en om verdere verandering van het klimaat te beperken. Stoppen met gebruik van fossiele brandstoffen, zoals aardgas, is van dat laatste een voorbeeld.
Er zijn ontwikkelingen die we nog niet helemaal overzien, bijvoorbeeld nieuwe technologieën en wetgeving. Dat kunnen we echter niet afwachten. Daarom richt deze
visie zich niet op het statische ‘duurzaamheid’ , op concrete maatregelen die we nu
nemen of pas op te lossen in de toekomst. Het gaat ook om ‘duurzame ontwikkeling’ van alle plannen die we voortaan gaan maken..
Dat wil zeggen: kunnen we alle plannen, van inwoners, bedrijven en gemeente voor
de kernen bekijken vanuit het perspectief van de komende generaties? Dat werken we allereerst uit in de programma’s die voor de hele gemeente gelden. In de hoofdstuk-
ken wonen, ondernemen, voorzieningen, mobiliteit en het hoofdstuk over inwonerinitiatieven speelt duurzaamheid ook een grote rol. Hier concentreren we ons op de leefomgeving in de kernen.
Context: Wat speelt er in de kernen?
Wat hoorden we afgelopen jaar in de kernen?
Als we de leefomgeving in de kernen bespreken met inwoners, dan brengen ze onder-
werpen als klimaat, energie en duurzaamheid nauwelijks ter sprake. Dat wil niet zeggen dat de onderwerpen niet leven, maar minder in het kader van een gebiedsvisie. Soms
35
reageren mensen op initiatieven in het buitengebied of in de stad, waar vaak al eerder
Oss gaat de komende jaren vorm geven aan de energietransitie, ook vanuit de regio,
in deze visie niet verder uit. Wel spreken we over wat we zelf als inwoners, bedrijven en
telijke campagne ‘Oss schakelt door’ en met onze duurzaamheidsleningen. Voor
gen te beperken. Daarvoor zijn soms ingrijpende maatregelen voor nodig.
gemaakt. Duurzaam grondstoffengebruik maakt al enkele jaren onderdeel uit van
besluiten over genomen zijn, bijvoorbeeld rond wind- of zonne-energie. Die werken we
gemeente nu kunnen doen om klimaatverandering te beperken en de negatieve gevol-
Wat speelt er in de Osse kernen en daarbuiten?
De brief van de gemeentelijke organisatie aan de nieuwe raadsleden voor de periode 2022-2026 benadrukt de noodzaak van transities, van grondige systeemwijzigingen. Hij gaat in op klimaatverandering, biodiversiteit, grondstoffen en de kwaliteit van
bodem, water en lucht. We beginnen ook in de kernen de gevolgen van onze levens-
bijvoorbeeld met een regionaal energieloket, Brabant Woont Slim en een gemeen-
klimaatkwetsbaarheid hebben we onderzoek gedaan. Daar zijn ook kaarten van
ons werk. Denk aan het Grondstoffenakkoord, het VANG en de Green Deal Duurzaam
GWW. Voorbeelden zijn: circulaire verkeersborden, duurzamer asfalt en verhardingen, vergoenen, en de LED-verlichting in de openbare ruimte om milieu-impact en CO2uitstoot te verminderen. Dat zijn enkele voorbeelden van hoe Oss zijn footprint wil verkleinen.
stijl te ondervinden voor onze leefbaarheid. Hitte zorgt ook voor extra overlijden van
Visie: wat vinden we belangrijk?
moeten onze kernen dus ook voorbereiden op extremer weer, zoals storm en water.
leid vastgelegd. Oss is in 2050 energieneutraal en klimaatrobuust. Alle energie
met name ouderen en mensen met een zwakke gezondheid. Droogte neemt toe. We Natuurlijke grondstoffen worden steeds schaarser en duurder. Fossiele brandstoffen zijn daarbij schadelijk voor milieu en gezondheid. We voelen onze ‘footprint’
steeds meer als een verantwoordelijkheid: we kunnen niet blijven consumeren, maar moeten verantwoord beheren; beschermen of hernieuwbaar gebruiken. We krijgen
opdrachten van de Europese unie en de rijksoverheid en moeten daar lokaal invulling aan geven.
De omvang en sociale samenhang (het ‘ons-kent-ons’) van een dorp biedt ook een
goede basis om daarmee aan de slag te gaan. Een voorbeeld uit Oss is een initiatief van zeven inwoners van ‘Over d’n Dam’ om 433 woningen en alle bedrijven in hun
kernen in 2030 energieneutraal te maken. Het gaat om besparing, aardgasvrij maken
De visie op energie, klimaat en andere duurzaamheidsvragen is dus in ander bedie inwoners en bedrijven in de kernen dan gebruiken is duurzaam opgewekt. De
kernen zijn beter bestand tegen gevolgen van het veranderen van het klimaat zoals de stijging van het peil in de rivieren, hevige regenval, extremere hitte en lange
droogte. Belangrijk om daarbij het historische karakter van de kernen te koesteren en benutten: aansluiten bij het natuurlijke landschap, het bodem- en watersysteem, de historisch gegroeide vorm en de eigenheid waar inwoners zich thuis voelen. Bij dat
laatste hoort ook de saamhorigheid. Inwoners van de Osse dorpen lossen samen hun problemen op. We willen in onze kernen ook voldoende leefruimte voor vele soorten planten en dieren (‘natuurinclusief’ en ‘biodivers’). We willen ook dat samen met bewoners aanpakken.
en duurzaam opwekken. Maar ze willen tegelijk de sociale samenhang en samenwer-
Uitwerking: Wat gaan we doen?
wording te creëren en bewoners op gang te helpen. Als dat gelukt is, willen ze acties
We gaan door met maatregelen die we afgelopen jaren zijn begonnen. We van-
king in Over d’n Dam versterken met een laagdrempelige instap om brede bewust-
als gezamenlijke inkoop van zonnepanelen of isolatiemateriaal helpen organiseren. Daarnaast onderzoeken ze de mogelijkheden voor grootschalige, lokale opwek met zonne-energie. Dit soort initiatieven kan de gemeente ondersteunen, bijvoorbeeld met voorlichting en begeleiding.
Eerder vastgesteld en in gang gezet beleid dat we voortzetten
gen regenwater zoveel mogelijk op daar waar het valt. We willen hittestress zoveel
mogelijk voorkomen door meer groen in de kernen, meer schaduw, door de kleur van materialen, door water, koelteplekken en een hittebestendige bodem en gebouwen. Door meer water vast te houden willen we ook droogteschade beperken. We kiezen
36
vaker voor soorten die bestand zijn tegen droogte. We verbeteren en herstellen zo veel
ringsplan samen met bewoners. Voor energieopwekking heeft de gemeente kaders
partijen het Schone Lucht Akkoord ondertekend. We monitoren vanuit dat akkoord
gezamenlijk op te pakken.
mogelijk de biodiversiteit door onze leef- en werkomgeving. Oss heeft met andere
ook de meldingen over houtstook We zijn ook kritisch op houtstook, omdat vooral de uitstoot van fijnstof risico’s met zich meebrengt voor de luchtkwaliteit en klachten aan de luchtwegen.
Het probleem van klimaatverandering is collectief. Als gemeente kunnen we sommige dingen zelf doen. Dat is alleen niet genoeg om echt de gevolgen van klimaatverande-
ring op te vangen. Daarvoor hebben we anderen nodig: inwoners, bedrijven en andere en eigenaren van groen en woningen en ander vastgoed. We gaan dat intensiever stimuleren en erover communiceren.
We willen dus zoveel mogelijk samenwerken, lokaal en in de regio, met andere
gemeentes, het waterschap en de provincie. Water en bodem stoppen niet bij de
gemeentegrens. Bovendien ontwikkelen we samen meer kennis en ervaring dan we
alleen kunnen. Klimaatadaptatie in kleigronden van sommige kernen vraagt bijvoorbeeld om andere maatregelen dan op de hoge zandgronden. Andere overheden hebben daar ook ervaring mee. De samenwerking is ook belangrijk omdat veel partijen
opgesteld voor zonne- en windenergie. De kernen bieden de kans om energie lokaal en
Nieuw en niet eerder vastgesteld beleid
Wat we precies in welke kern gaan doen, werken we de verder uit, bijvoorbeeld in het
‘Actieplan groen en klimaatrobuust Oss’. We bouwen ook voor de toekomstige generaties, en we weten dat de dingen die dit jaar nodig zijn in de loop van de jaren veranderen. Er zijn bijvoorbeeld nu vooral woningen voor starters en senioren nodig, maar dat kan veranderen. We willen gebouwen niet eerder dan nodig afbreken. Daarom willen
we flexibel bouwen, zodat we in kunnen spelen op nieuwe ontwikkelingen en risico’s. De komende jaren gaat Oss nieuwe, meer circulaire woningconcepten stimuleren,
voor modulair en ‘losmaakbaar’ (demontabel) bouwen. Dit verlengt levensduur en
herbruikbaarheid van materialen. Gebruikers kunnen de indeling van een huis aanpassen aan de veranderende behoeften, eventueel door extra bij te bouwen ruimte.
Als circulair en industrieel bouwen samengaan, zijn woningen ook sneller te realiseren, gemiddeld vier keer sneller dan conventioneel bouwen.
betrokken zijn bij bodem, energie, warmte, water en ondergrondse infra. Denk aan
In de Transitievisie Warmte (dec 2021 vastgesteld) staan “’startwijken: met deze ker-
onder de kernen dan dat je boven de grond soms zou denken.
Dat doen we samen met de bewoners. In zo’n buurtuitvoeringsplan geven we aan
Brabant Water, telecombeheerders, Enexis, aannemers en de provincie. Het is drukker
De gemeenschapszin in de kernen geeft kansen om collectief vaart te maken, met gezamenlijke aanpak of inkoop bijvoorbeeld. Alleen al het beter isoleren van de wonin-
nen gaan we op korte en middellange termijn werken aan een buurtuitvoeringsplan. welke alternatieven er zijn voor aardgas en wanneer zo’n gebied ook daadwerkelijk van het aardgas af gaat.
gen en gebouwen draagt flink bij aan energiebesparing. Ook meer ruimte geven aan
We gaan vanuit de Uitvoeringsagenda Energiebesparing 2020-2023 werken aan
draagt in de kernen bij aan minder en hernieuwbaar energiegebruik.
campagne www.ossschakeltdoor.nl waar mensen terecht kunnen voor tips, advies en
duurzame vormen van mobiliteit (deelauto’s, openbaar vervoer, elektrische auto’s)
De opgave om per gebied woningen aardgasvrij te maken staat omschreven in de
besparen en duurzaam opwekken van energie. Dat gebruiken onder meer in de informatie.
Transitievisie Warmte. Voor kernen zijn kleine collectieve oplossingen of individu-
ele oplossingen het meest voor de hand liggend. Daarin staat ook omschreven met
welke kernen we op korte en middellange termijn gaan werken aan een buurtuitvoe-
37
6. Natuur en landschap: een groene leefomgeving
Een soms onderschat deel van de leefbaarheid is: identiteit. Terugkerende vakantie-
gangers weten waar we het over hebben. Jezelf ergens thuis voelen. ‘Ik ben een echt dorpsmens…’ Dat heeft te maken met de gemeenschap waar je woont, de cultuur,
maar ook de omgeving: het groen, de vorm van de kern. Vooral buitenstaanders en
nieuwkomers maken de mensen in de kernen erop attent dat de omgeving prachtig en dierbaar is.
Context: Wat speelt er in de kernen?
Wat hoorden we afgelopen jaar in de kernen?
Inwoners waarderen de groene omgeving. Zoals bijvoorbeeld de Megense ‘lulboom’,
die met 5500 stemmen met een ruime winst verkozen is tot nummer 1 in de Nationale Bomen Top 50. De kwaliteit van het onderhoud kan wel beter, horen we. Verschillende bewoners willen het openbare groen graag meer zelf beheren. In Lith vroegen bewo-
ners of ze bomen die overlast geven zelf mochten onderhouden. Ook bijvoorbeeld de
Geffense Stamtafel sprak zich uit over het belang van het groen. Gezamenlijk groenbeheer is ook een vorm van ontmoeten en sociale samenhang en het zorgt ervoor dat de inwoners zich eigenaar voelen van hun omgeving en er nog trotser op mogen zijn. De bewoners vinden het belangrijk dat er vanuit het dorp fiets- en wandelpaden zijn, de routestructuren om ‘ommetjes’ in de natuur te kunnen maken. Wat speelt er in de Osse kernen en daarbuiten?
Oss is een groene gemeente. Buitengebied en de kernen en zelfs de stad. 16 procent
van de stad bestaat uit bomen. 58 procent van het Osse groen is publieke ruimte. De
kernen zijn nog groener. Het groen is daar overigens vaker in particuliere handen. In
de stad Oss is per inwoner 125 m2 groen. In de kernen loopt dat op tot 778 m2 in Dieden en 955 m2 in Neerloon.6 Zoals een jonge inwoner zei over zijn eigen kern: ‘Neerloon is rust, meer is’t ook nie... Een paar weilanden mi wa huizen erop!’ De inwoners van de kernen waarderen het groen.
6
Zie daarvoor: https://hugsi.green/city/?Oss%20Municipality#Oss
38
Elk Osse kern heeft een eigen vorm, geschiedenis en karakter. Compleet met de bijbe-
voor bewoners. Wereldwijd hebben we te maken met een enorm verlies van natuur-
palen voor een deel de kwaliteit en eigenheid, bijvoorbeeld een karakteristieke boom
mee houden. Dat zal ook in de kernen voelbaar en zichtbaar worden. We hopen dat
horende rivaliteit, zagen we al bij de beschrijving van de kernen. Die verschillen be-
of groen straatje. Rond de kernen zien we polderlandschap, rivierenlandschap en het typisch Brabantse kleinschalige landschap van de zandgronden.
De fiets- en wandelroutes combineren vaak natuur en erfgoed, zoals de fietsroutes
gebieden en biodiversiteit. Ook in onze Osse leefomgeving moeten we daar rekening inwoners met ons blijven meedenken hoe we hier vorm aan geven. Meewerken bevordert ook hier de acceptatie.
met audiotour die de Vrijstaat Land van Ravenstein afgelopen jaar ontwikkelde. De
Maatregelen om de biodiversiteit in het bebouwd gebied te ontwikkelen zijn hier
dige humor. Het stimuleert ook een bezoekje aan de horeca, die na de zware coronatij-
goed mogelijk. Bloemenlinten, bomenrijen, bosjes, slootkanten en ‘overhoekjes’ zijn
gratis app vertelt op elke plek wat er te zien is en wat er te doen was, vaak met de noden wel wat extra klandizie kan gebruiken.
De kernen liggen ook allemaal midden in de natuur. Zogenoemde ‘doorgaande struc-
turen’ zorgen voor verbindingen tussen buitengebied en kernen voor zowel dieren als
kansrijk omdat er veel ruimte is voor groen. Aansluiting op het buitengebied is vaak netwerken voor dier- en plantensoorten. Vlinders, egels, vleermuizen, eekhoorns en vogels zullen hier dankbaar gebruik van maken. Bij nieuwbouw hoort voldoende
groen dat op een goede manier aansluit op bestaande groene structuren. We noemen dat ‘natuurinclusief bouwen’: zo min mogelijk verharden en veel inheems groen.
39
Maatregelen gaan hier vaak samen met wat vanuit klimaatadaptatie nodig is. In kernen is er vaak ook meer mogelijk met vrijwilligers die het beheer oppakken.
Een plek waar in ieder geval groen aanwezig moet zijn is op de schoolpleinen. De
voordelen van een groen schoolplein ten opzichte van een verhard schoolplein zijn vrij groot. Ook is het een mooie manier om veel mensen te betrekken bij (en informeren over) het vergroenen van de leefomgeving.
Landschappen zijn ook ecosystemen. Als je daar één schakel uit haalt, zeg de bijen, dan kun je het hele systeem uit balans brengen, bijvoorbeeld een voedselketen, of
de gezondheid op het spel zetten. Een groeiende groep bewoners vindt biodiversiteit belangrijk. Een voorbeeld is Lithoijen in Vogelvlucht en de Plantdagen in Lithoijen.
Bewoners hebben geëxperimenteerd met ‘natuur-inclusief bouwen’, met ruimte voor bijen, vogels en vleermuizen. Zo verbonden ze de dorpskern met het landelijk gebied.
Visie: wat vinden we belangrijk?
We vinden het belangrijk om het rijke groen in de kernen te behouden en uit te breiden. We maken maximaal gebruik van de goede effecten van groen en natuur, voor
een gezonde en duurzame leefomgeving voor onszelf en voor onze kinderen. Dit is ook belangrijk voor de biodiversiteit. We willen zo veel mogelijk aansluiten bij de kwali-
teiten die er al zijn. Bodem en water zijn daarbij leidend. We werken met de natuur
in plaats van er tegenin. Het is belangrijk om samen met de bewoners de kwetsbare
natuur en het landschap te beschermen en te werken aan een robuust groen netwerk. Groen in de kernen is niet alleen mooi, maar ook uitnodigend en dus belangrijk voor
de gezondheid en ontmoeten. Het helpt ook bij het opvangen van de gevolgen van de klimaatverandering, zoals hittestress en vasthouden van water. Het opvangen van
piekbuien, bieden van verkoeling door schaduw en verdamping zijn voorbeelden hoe groen helpt voor leefbaarheid en gezondheid.
Dat deden ze met nestkasten, bijenhotels, fruitbomen en schuilplekken in hagen,
Groen en natuur zijn belangrijke kwaliteiten in de kernen. Het belangrijkste groen
is een illustratie voor het grote Osse vrijwilligersnetwerk met veel lokale initiatieven.
kern is, onder meer voor het genieten van de natuur, het cultuurhistorische landschap
struiken en bloemenranden. De bewoners kregen hierbij deskundige begeleiding. Dit Naast Lithoijen hebben ook Lith en Megen aanvragen ingediend voor vergelijkbare projecten en anderen gaan hopelijk volgen.
De Stamtafel van Geffen heeft in een eigen toekomstvisie ook aandacht voor de
ligt buiten de bebouwde kom. Het is belangrijk dat er een goede verbinding met de
en recreatie. De kwaliteit van het groen kunnen we verbeteren door ‘natuurinclusief werken’. Dus: minder verharding, meer (gebiedseigen) groen. Dit helpt ook mee in klimaatadaptatie.
groene omgeving. Bij de gesprekken in de kernen werd dat nog eens duidelijk voor
De cultuurhistorie kan ook helpen bij de aanpassing van het klimaat, staat in het vori-
langzaam verkeer en zorg dat deze elkaar niet in de weg zitten.
waar het veilig en droog was. Die vorm geeft de kernen zijn karakter. Maar ook binnen
alle kernen verwoord: zorg voor een goede geledingszone, en ook verbindingen voor
Dilemma:
Welke rol willen bewoners met het onderhouden van groen, als de gemeente wat meer op de achtergrond blijft? Mogen ze bomen in hun eigen straat snoeien?
Welke begeleiding is dan nodig? Wijzen we groen aan dat essentieel is voor het aangezicht van de kernen?
ge hoofdstuk. Hoe zit dat? De vorm van de kernen ontstond vaak uit noodzaak: wonen de kernen helpt de geschiedenis. Als in het verleden een stroom gedempt is, blijkt dat nu vaker een plek met wateroverlast. Een nieuwe sloot kan water juist te snel afvoeren. Kennis van de geschiedenis is nodig bij nieuwe maatregelen. Het terugbrengen
van die oude structuren past ook in het historische karakter van een kern. Het kan de betrokkenheid van de bewoners vergroten, en dus meer draagvlak en snellere proce-
dures en de trots van zich eigenaar voelen. Net als bij bouwen, ondernemen, voorzie-
40
ningen is hier het credo: werk integraal. Dat betekent: de muren weg tussen bewoners en gemeente, net als de hokjes in het gemeentehuis.7
We vinden het waardevol dat bewoners en verenigingen hier intensief aan meewerken. Het klimaat stelt wel andere eisen aan het groen, ook bij zelfbeheer: het moet
water vasthouden, en zich bijvoorbeeld na stormen en droogte weer kunnen herstel-
len. Het is dus belangrijk om zelfbeheer te ondersteunen. We maken samen een goede mix van randvoorwaarden (duurzaam, gezamenlijk, effectief, integraal, biodivers,
klimaatbestendig etc.) en laten tegelijk ruimte voor inwoners om dit per plek voor een groot deel naar eigen inzicht in te vullen.
Uitwerking: Wat gaan we doen?
Eerder vastgesteld en in gang gezet beleid dat we voortzetten
We gaan bij het beheer nog meer klimaatadaptief werken, waarbij we nog beter aansluiten op oude structuren.
Nieuw en niet eerder vastgesteld beleid
We ondersteunen bewoners die zelf het groen in de kernen willen beheren of meer
groen willen ontwikkelen als dat bijdraagt aan de biodiversiteit, historische structuren, klimaatadaptatie, duurzaamheid, ontmoeten, gezondheid en/of het gemeen-
schapsgevoel in de kern. We maken daarvoor ook randvoorwaarden, omdat het groen belangrijk is voor klimaat, leefbaarheid, ontmoeten en gezondheid.
En daar waar het groen van de inwoners en bedrijven is, stimuleren we nog meer het onderhoud en weghalen van verharding en meer groen in de tuinen. Bij verharding geldt: groen en open, tenzij er heel goede redenen zijn om wel te verharden.
Rond de kernen proberen we een toegankelijk landschap te ontwikkelen waar naast landbouw en natuur ook recreatie en toerisme kunnen plaatsvinden.
7
Zie daarvoor: https://klimaatadaptatienederland.nl/actueel/actueel/
nieuws/2019/cultuurhistorie/
41
7. Cultureel erfgoed: eigenheid van de kernen en stadjes
Wat speelt er in de Osse kernen en daarbuiten?
identiteit van de kernen en stadjes. Hieronder vallen archeologische vondsten, bij-
ristieke gebouwen. Megen was een katholieke enclave in het protestante Nederland.
Naast landschap en natuur is ook cultureel erfgoed een belangrijke drager van de
zondere gebouwen, historische landschappen, collecties, verzamelingen, verhalen en tradities. Stuk voor stuk erfgoed dat bijdraagt aan een mooie en prettige leefomge-
ving. Denk bijvoorbeeld aan sfeervolle oude gebouwen die je ziet als je door de kernen loopt. Veel gebouwd erfgoed is particulier bezit, maar belangrijk voor het (gemeenschappelijke) karakter van een kern. Als het stof van een afgebroken melkfabriek of
klooster opgetrokken was, hoorde je vaak: ‘toch sunt…’. Gewone (of soms zelfs lelijke)
gebouwen (en straatjes, groen) bleken dierbaarder dan gedacht. Net als oude foto’s en familiebezit, gooi je cultureel erfgoed niet achteloos weg. Je kunt het verleden van een
Elk Osse kern heeft een eigen geschiedenis, verschijningsvorm en vaak ook karakte-
Ravenstein was lang geen deel van Nederland, maar kreeg ergens in de onderhandelingen wel een garnizoen en wat protestante accenten. Bewoners financierden een
kerk met een loterij. Geffen was een kern van aanpakkers, met vooral veel aannemers. Herpen herbergde lang landlopers. Lith koestert het verhaal van de grote Snoek en de excentrieke dorpsdokter Tjerk van Taeke. Net als Herpen, Ravenstein (en Oss) had het
kleine Oijen een kasteel. Die historische verschillen bepalen nog altijd een deel van de kwaliteit en eigenheid van de kernen en stadjes.
kern maar één keer afbreken. De afbraak van een katholieke kerk in 1621 in opdracht
De fysieke leefomgeving van de Osse kernen is rijk aan erfgoed, uit alle perioden en
Immaterieel erfgoed is minstens zo belangrijk voor de identiteit van de kernen. Denk
dere protestantse kerk en de barokke Luciakerk, zijn geliefd. Net als de oude paden
van het Staatse leger ligt nog altijd wat gevoelig bij sommigen in Huisseling.
aan sociale gewoonten, voorstellingen, rituelen, tradities, uitdrukkingen, verhalen,
bijzondere kennis of vaardigheden. Erfgoed laat zien waar we vandaan komen, wie
we nu zijn en wie we kunnen worden. Het zegt iets over onze identiteit en verbindt
gemeenschappen. Maar je kunt (ook als gemeente) niet al het erfgoed behouden. Hoe kan erfgoed bijdragen aan een prettige en herkenbare leefomgeving? En wat kan een gemeente doen om dat te stimuleren?
in veel soorten. De stadjes Megen en Ravenstein, met ook een in deze streek bijzonin Lith, de Sint Sebastianuskerk in Herpen en de Joodse begraafplaats in Geffen en
bijvoorbeeld klooster Bethlehem in Haren. Kerken en kloosters raken leeg, maar ook niet-gelovigen noemen de kerk vaak als belangrijk herkenningspunt van hun kern.
Dijkhuisjes bepalen ook het karakter van dorpen aan de Maas. Tot het immateriële erfgoed horen evenementen als ‘Effe noar Geffe’, de Maasdijkmarathon en de vele sport- en carnavalsactiviteiten in de kernen.
Context: Wat speelt er in de kernen?
Erfgoed is door de wet beschermd, bijvoorbeeld archeologische vondsten en monu-
Opvallend, maar begrijpelijk was de uitspraak die we vooral in Megen en Ravenstein
waarden aan verbinden. Vaak is daar ook geen inspraak over mogelijk.
Wat hoorden we afgelopen jaar in de kernen?
hoorden: we merken pas aan buitenstaanders hoe mooi onze omgeving is. ‘We horen
menten. De gemeente kan vanuit de wet ook monumenten aanwijzen en daar voor-
van de toeristen hoe mooi het hier is’… Vaak zijn inwoners trots op de oude gebouwen,
Voorbeeld: Wandelen door oud Maren
we zijn en ons verbindt als gemeenschap’.
Nol Steenbruggen stipt aan wat Maren bijzonder maakt en maakte: dijkhuizen,
karakteristieke bomen en een archeologisch of overgeleverd verhaal. ‘Het maakt wie
We horen vanuit de inwoners van de kernen de roep om meer maatwerk bij behoud van erfgoed, en om de identiteit van kernen te benoemen. Tegelijkertijd horen we
daarin ook verschillen. Niet iedereen vindt hetzelfde belangrijk of kenmerkend voor een kern.
In het voorjaar van 2021 verscheen het boekje ‘Wandelen door oud Maren’. Gids
Boerenbond, het paadje van Drika de Meurs (tussen kerk en café), bijnamen en de arbeidershuisjes. Het fotoboekje, dat meteen uitverkocht was, laat zien wat mensen belangrijk vinden in hun kern, ook de herinnering aan wat er niet meer is.
In september 2022 verschijnt er een nieuw boekje met wandelingen in MarenKessel en ’t Wild.
42
Visie: wat vinden we belangrijk?
leefomgeving. Die verandert continu. Zeker de komende jaren door onder andere grote
Maar wat Oss liever doet, dat is: erfgoed betrekken bij voorzieningen en woningbouw. We
beschermen en het als inspiratie laten dienen om ontwikkelingen in gang te zetten. Dan
Een gemeente kan dus veel zelf bepalen bij cultureel erfgoed en vooral monumenten.
willen bij elke verandering vooraf actief het belang van erfgoed afwegen. Welke kansen
zijn er voor hergebruik? We willen dat vanaf het begin in elk proces meenemen. We doen
dat in goede dialoog met bewoners, heemkunde en vooral de eigenaren van erfgoed. Door de gemeenschap actief te betrekken, kunnen we meer mogelijk maken en behouden. Dat betekent ook: niet strak vasthouden aan regels, maar samen betaalbaar behouden.
In de stad Oss is veel industrieel erfgoed helaas verdwenen. Maar wie een kijkje neemt in de kernen zal zich verbazen over de hoeveelheid en verschillende soorten cultureel
erfgoed. We vinden het erfgoed dus belangrijk. Het draagt bij aan een mooie en prettige
vraagstukken rond klimaat en wonen. We willen het erfgoed beheren, behouden en is het belangrijk om het beter zichtbaar te maken en opnieuw te beleven.
Het Osse erfgoed is van de gemeenschap, dus het moet toegankelijk zijn voor zoveel
mogelijk inwoners, voor jong en oud. We horen van het erfgoedveld dat nu vooral de
oudere generaties of erfgoedkenners zich inzetten voor het erfgoed en ervan genieten.
Zij zijn erg belangrijk voor Oss. Maar we willen ook jongere generaties trots laten zijn op het verleden. We willen dat een breed publiek het eigene van de gemeente Oss ervaart
en er trots op is. We willen niet ‘beslissen over’, maar ‘beslissen met’. Sterker: we stimu-
leren initiatieven vanuit de samenleving. Toegankelijk erfgoed is ook belangrijk voor de vrijetijdssector: het trekt bezoekers, toeristen en recreanten en bindt hen aan Oss.
43
Inwoners willen meer maatwerk en de identiteit van kernen versterken, maar niet iedereen vindt hetzelfde belangrijk. Als we als gemeente daarin een keuze zouden
maken, ligt versplintering op de loer, daar waar we juist samenwerking en draagvlak
willen creëren. En niet onbelangrijk: veel organisaties doen een beroep op de gemeente bij het behoud van erfgoed, vaak ook financieel. De gemeente heeft te weinig geld
om hierin flink tegemoet te komen. Maar de gemeente kan wel andere rollen spelen, bijvoorbeeld rond hergebruik. Denk aan: meewerken aan herbestemming en de weg wijzen bij het vinden van geld. Dilemma:
Wil de gemeenschap een grotere rol in spelen bij het behoud van erfgoed of
moeten we accepteren dat we niet alles kunnen behouden? Welke rollen zien inwoners en verenigingen dan?
Uitwerking: Wat gaan we doen?
Eerder vastgesteld en in gang gezet beleid dat we voortzetten
We gaan het Osse erfgoed voor een breder publiek toegankelijk maken. Dat staat ook in de kort geleden vastgestelde Erfgoedvisie. Nieuw en niet eerder vastgesteld beleid
We willen een cultuurhistorische waardenkaart opstellen, met daarop alle cultuurhistorische elementen (gebouwd erfgoed, historisch landschap, archeologie) in de
kernen. Onderdeel daarvan is mogelijk ook een fonds ter bescherming van cultuurhistorische waarden. Zo kunnen we bij nieuwe plannen direct zien wat er aan erfgoed-
waarden in een gebied is. We kunnen ze beter meenemen in het plan en beschermen. Ook kunnen de waarden als inspiratiebron bij de plannen worden meegenomen. Op die manier maken we van erfgoed geen sluitstuk, maar startpunt. In de uitvoerings-
agenda van de nieuwe Erfgoedvisie staat verwoord wat we als gemeente qua uitvoering met ons erfgoed gaan doen.
44
D Inwonersinitiatieven en samenwerking in de kernen
In deze visie willen we niet alleen een uitspraak doen over
de huidige leefomgeving, maar ook over de manier waarop gemeente, inwoners en maatschappelijke partners en
ondernemers daarbij samenwerken. Bewoners krijgen meer
ruimte voor initiatieven. Vooral als deze een bijdrage leveren
aan het versterken van de gemeenschappen, wil de gemeente ze graag ondersteunen. Maar hoe? Welke rollen hebben gemeente en bewoners?8 Wanneer is de gemeente aan zet en wanneer de inwoners? Welke rol kunnen ondernemers en anderen spelen?
En belangrijk: onder welke randvoorwaarden? Maatwerk is geen willekeur. 8
Een belangrijke leidraad is een publicatie van de Nederlandse School voor
Openbaar Bestuur (NSOB) over de rollen van de overheid. Zie: https://www.nsob.nl/ sites/www.nsob.nl/files/2019-10/NSOB-2017-Sturen-en-stromen.pdf
45
Het is belangrijk dat we beseffen dat betrokken inwoners eigenaar blijven van hun
eigen woning of bedrijf, maar ook ondernemers die iets willen in een woonstraat, groe-
goed bewust zijn van onze rol, en niet gaan overnemen. Begeleiding vanuit de ge-
de gemeente die een straat of plein aanpakt, verkeersmaatregelen. Bewoners die samen
eigen initiatief. Als ze ondersteuning van de gemeente vragen, dan moeten we ons meente moet iets toevoegen, bijvoorbeeld kennis bieden, ondersteunen bij het proces of helpen bij het delen van ervaringen.
In deze visie kijken we naar die initiatieven vanuit de fysieke omgeving. De gemeente werkt aan een brede visie op participatie, vanuit de Bestuursopdracht Participatie, waarin we dit uitwerken. Daarnaast komt er een visie op de Osse sociale basis en
gemeenschapskracht. Ook de rol van de wijk- en dorpsraden bij het versterken van de gemeenschappen gaan we daarin samen met hen opnieuw bekijken. Hieronder dus
ne omgeving of wijkgebouw. Verenigingen die hun accommodatie willen verbeteren,
groen, een straat of natuur in de kern willen onderhouden en beheren, een vereniging
die een evenement wil organiseren, een boerderij die activiteiten voor zorg of recreatie wil bieden. Maar denk ook aan hergebruik van een oud, beeldbepalend gebouw, maat-
regelen om regenwater vast te houden, energie opwekken in een kern… Elk van dit soort
activiteiten heeft voor- en nadelen voor mensen in de omgeving. Die moeten met elkaar in balans zijn. Een voordeel voor de een, mag geen groot nadeel voor de omwonenden opleveren. Daarom is draagvlak voor het initiatief heel belangrijk.
alleen een verkenning.
Visie: wat vinden we belangrijk?
We gaan in dit hoofdstuk in op twee aspecten van inwonersinitiatieven. Eerst be-
publieke ruimte het algemene belang en het beschermen van de omgeving voorop
schrijven we de initiatieven: over welke initiatieven hebben we het hier? Wat vinden
inwoners? En wat is onze visie en afwegingskader bij deze initiatieven? Daarna gaan we in op de samenwerking en rolverdeling tussen gemeente, inwoners en andere betrokkenen.
1. Maatwerk bij initiatieven in de openbare ruimte
Leefbaarheid is in eerste instantie een verantwoordelijkheid van inwoners zelf.
Bewoners koesteren hun kern, maar vinden wel dat er dingen mogelijk gemaakt
Binnen de Omgevingsvisie blijft de gemeente bij het afwegen van initiatieven in de stellen. Dat geldt voor eigen activiteiten (zoals beheer van de openbare ruimte), maar
ook bij het meewerken aan initiatieven van ondernemers, verenigingen en bewoners. We willen daarbij de regels minder belangrijk laten zijn dan het effect dat die zaken
hebben op de leefbaarheid van de kern. Dat wil zeggen dat we meer mogelijk maken. Maar maatwerk is geen willekeur. In deze visie willen we een aantal uitgangspunten opstellen voor maatwerk, een afwegingskader. Wanneer mag iets strikt genomen niet, maar helpen we bij het zoeken naar mogelijkheden?
moeten worden. Bijvoorbeeld voor woningen, winkels, bedrijven, evenementen en
Dit afwegingskader is de basis waarop gemeente en inwoners afspraken kunnen
gevolgen hebben. Om de leefbaarheid van de kernen te behouden, is het nodig dat
we als gemeente hoe dan ook willen beschermen, zoals veiligheid, duurzaamheid
ingrepen in de omgeving. Een goed idee van iemand, kan voor anderen vervelende de gemeente een balans zoekt tussen initiatieven en het algemeen belang, tussen
koesteren van de bestaande omgeving en toch niet te veel vasthouden aan de regels. De gemeente moet tegelijk beschermen en dingen mogelijk maken.
Context: Wat speelt er in de kernen?
Bewoners laten soms weten dat ze initiatief willen nemen in hun kern. Om wat voor initiatieven gaat het hier? Allereerst particulieren die een vergunning aanvragen voor een
maken en bewoners kunnen inschatten of iets wel of niet kan. En er zijn zaken die en blijvende vitaliteit van de kernen. Een heel groot deel van het beleid is daarnaast vastgelegd in wetten, waar ook een gemeente zich aan moet houden. Maar wat we
wel kunnen doen, is helpen zoeken naar de ruimte die er wel is, die ruimte ook bieden en de initiatiefnemers begeleiden.
We willen het afwegingskader de komende jaren in praktijk brengen en bijstellen.
Dit zijn de eerste uitgangspunten die we in het achterhoofd houden bij onze afwegingen:
46
•
•
Draagt het initiatief bij aan maatschappelijke doelen, zoals leefbaarheid, ont-
andere kenmerken van duurzaam leven en ondernemen. Als bewoners zelfs het
bouwen van de gemeenschap?
oneel, gericht op het behoud van het groen en niet alleen op het tegengaan van
moeten, gezondheid, duurzaamheid (energie, klimaat, materialen) en aan het Algemeen belang gaat voor individuele belangen. Heeft de samenleving dit
hier nodig? Is het afhankelijk van de kern? Past het? Stimuleert het ontmoeten,
gezond en duurzaam leven? In welke vorm gebeurt dat het best? Is het geen aan•
groen onderhouden en bijvoorbeeld bomen snoeien, gebeurt dat dan professi-
•
tasting van het algemeen belang of grote privébelangen?
Slim combineren of juist eenvoud: soms zoeken we met bewoners naar de best mogelijke manier om functies te combineren: een gemeenschapshuis dat cen-
traal ligt, voor veel mensen aantrekkelijk is, waar ook een fysiotherapeut of prik-
•
mooi…’ Het gaat dan om toekomstbestendige plannen voor de hele gemeenschap
of samen met anderen een faciliteit delen? Willen we in elke kern een eigen ge-
of grotere groepen. Een groep is daarbij minder kwetsbaar dan een individu.
meenschapshuis of waarderen we een bestaande kantine op, zodat ook anderen
Belangrijk is dat niemand dan over het hoofd gezien wordt en dat de kwaliteiten
er gebruik van kunnen maken? Wat is proportioneel en passend in de kern? Zijn
van de mensen in de groep elkaar aanvullen. Dat soort initiatieven versterkt de
er eenvoudiger alternatieven?
gemeenschappen en een gedeelde identiteit. Ze zorgen ervoor dat inwoners (oud
Gaan we slim om met de ruimte? We gebruiken per persoon meer ruimte. We
én nieuwkomers) zich trots een deel voelen van hun kern. Bij plannen moet dus •
en open ruimte draagt echter ook bij aan het karakter van de kern. Deze ruimtes
maar ook gezamenlijk onderhoud en een aantrekkelijk uitzicht. We vragen ons af: verbetert het initiatief de ruimtelijke kwaliteit? Past het in het karakter van deze •
plek? Maakt het de ruimte toegankelijk en aantrekkelijk voor meer mensen?
Is het initiatief duurzaam? We delen de ruimte met planten en dieren, we willen onze kleinkinderen of mensen waar dan ook op de wereld niet opzadelen met
problemen die wij veroorzaakt hebben. We kijken naar opwekken en besparen van energie, gebruik van materialen, betrekken van mensen, biodiversiteit en
wat er gebeurde in de openbare ruimte. Vanaf de eeuwwisseling gingen burgers
aan uitspraken als: ‘wij zijn aanpakkers’, ‘wij regelen het samen’ en ‘kijk dan hoe
stellen. Een voorbeeld: wil een club flink mee investeren in een eigen clubhuis
maken ook ontmoeten en bewegen aantrekkelijk: wandelen, fietsen, een praatje,
Een collectief initiatief gaat voor een individueel: Lange tijd bepaalde de overheid
baarheid en vanuit een gedeeld belang of een lokale waarde. Denk bij die waarde
er alleen een ontmoetingsplek nodig is, kan de gemeente een huis huren en open
wordt. Ook bedrijven en organisaties omheinen hun terrein. Gedeelde, groene
daarvoor nodig?
inwoners daarbij intensief samenwerken. Samen zetten ze zich in voor de leef-
en anderen. Dat stimuleert de levendigheid. Maar soms is ook eenvoud nodig. Als
met een tuin en een heg eromheen, waardoor het (logisch) echt privéruimte
doen? Bijvoorbeeld als bewoners een initiatief nemen voor beheer van groen of
(inwoners of ondernemers) zich meer inzetten. De laatste jaren zie je vaker dat
met bijvoorbeeld een kinderopvang en ruimte voor activiteiten van verenigingen
wonen met minder mensen in een huis, in de kernen staan vaak grote huizen
Bij duurzaam hoort ook de vraag: is dit iets dat we voor onbepaalde tijd kunnen opwekken van energie, is dat dan over tien jaar nog steeds een succes? Wat is
post is, waar een ondernemer een bar kan uitbaten en activiteiten organiseren,
•
overlast, waardoor het groen verdwijnt?
duidelijk zijn of het een gezamenlijke inspanning is voor een algemeen belang. Is duidelijk wie de eigenaar is? Juist bij samenwerking is het belangrijk om af te
spreken wie eigenaar is van een project, activiteit of ontwikkeling: een groep bewoners, de gemeente, een organisatie (zoals Ons Welzijn of Mooiland). En welke rol de
•
andere partijen daarin spelen. Hoe kunnen zij ondersteunen, zonder over te nemen? Draagvlak: is er draagvlak bij de omgeving? De initiatiefnemer moet dat aantonen. Veel activiteiten hebben gevolgen voor de directe omgeving. Horeca in een
gemeenschapshuis stimuleert de levendigheid en houdt het gemeenschapshuis
betaalbaar, maar het kan er ook voor zorgen dat het plaatselijke café moet sluiten omdat de verenigingen of klanten wegblijven. Bij draagvlak kijken we of de buren en andere belanghebbenden kunnen meepraten of misschien zelfs mee beslissen over wat er komt en hoe het er komt?
47
•
The right tot challenge: Kunnen bewoners taken (en dan ook geld) van de gemeente overnemen? Hoe wordt dat geregeld, ook voor de langere termijn?
Regels zijn meestal zo opgesteld dat ze in alle gevallen tot een beslissing leiden. Er
kunnen rechten aan ontleend worden en dus moeten ze duidelijk zijn. Een wegingskader is veel minder star, het maakt afwijken mogelijk. Het nodigt uit voor een gesprek.
Het moet vooral tegemoet komen aan wat op dat moment en in de toekomst nodig is. Het is goed om wel iets achter de hand te houden, voor als het mis gaat. We leggen afspraken en voorwaarden vast op papier bij onomkeerbare processen.
Dit is geen magisch medicijn tegen teleurstelling. Nieuwe initiatieven kunnen niet
op alle punten scoren, maar plannen kunnen wel verbeterd worden (en makkelijker geaccepteerd) als ze deze in het achterhoofd houden. Door alle betrokkenen (‘stakeholders’) aan de voorkant mee te nemen kunnen ook inspraakprocedures sneller of
eenvoudiger zijn. Als de omwonenden een plan omarmen en er invloed op uit kunnen oefenen, hoeven ze vaak geen formeel bezwaar maken. De vragen hierboven kunnen initiatiefnemers op weg helpen bij het inpassen van hun plannen.
Uitwerking: Wat gaan we doen?
Vanuit de visie op de leefomgeving in de kernen zijn dit nog geen concrete plannen, maar ideeën. We gaan ze vanuit de Bestuursopdracht Participatie uitwerken met
collega’s (beleidsmakers, wijkcoördinatoren etc.) en met belanghebbenden (bewoners, verenigingen, ondernemers) en zorgen dat ze bruikbaar zijn in de praktijk. Als we
deze gebiedsvisie voorleggen aan inwoners, krijgen we reacties. Die reacties nemen
we ook mee bij de uitwerking van de Bestuursopdracht. We willen die elke paar jaar opnieuw tegen het licht houden. Leveren ze een bijdrage aan flexibel omgaan met
2. De rol van gemeente, bewoners en anderen bij samenwerking
De rol van de overheden is aan het veranderen, ook die van de gemeente. Oude structuren zijn minder vanzelfsprekend. Gemeenten zijn efficiënter en meer marktgericht gaan werken met grotere taken of minder budget. Of bescheidener: Op veel terrei-
nen laten we meer aan bewoners over. Dat mag niet leiden tot desinteresse en laten
waaien. We zullen nieuwe manieren van samenwerken en beslissen moeten vinden, waarbij we ons bewust zijn van onze kerntaken en wat we aan anderen overlaten.
Daarin zullen drie partijen gelijkwaardig moeten samenwerken: een initiatiefnemer
(vaker dan vroeger een groep; meestal bewoners, ondernemers, verenigingen), omwonenden en de overheid. Dat is in lijn met de nieuwe Omgevingswet. Overheden kunnen flexibel inspelen op ontwikkelingen in de leefomgeving. Maar het betekent ook
dat iedereen de taak heeft om met de andere partij in overleg te blijven. De betrokke-
nen moeten het eens zijn wie de eigenaar is van het initiatief. De gemeenschappelijke doelen én de verschillen moeten al vroeg helder zijn.
Betrokken bewoners en ondernemers nemen een initiatief
Vitale gemeenschappen kunnen veel betekenen voor hun kern of buurt. Vooral als
inwoners en ondernemers zich betrokken voelen. Vaak slaan ze de handen ineen om zaken met een algemeen belang op te pakken. Denk aan inrichting van de openbare
ruimte, beheer van gemeenschappelijke voorzieningen, collectief vervoer, energiecorporaties etc. Er zit ook heel veel kennis en ervaring in de samenleving, bijvoorbeeld
bij mensen die na hun pensioen als vrijwilliger aan de slag gaan met erfgoed, sport, cultuur, sociale activiteiten en nog veel meer.
lokale initiatieven, maar beschermen ze ook de waardevolle zaken in de kern? Helpen
Ze weten wat er speelt, verdienen respect voor wat ze doen en kunnen een cruciale rol
bij aan de vitale gemeenschappen die de Osse kernen zijn? Om dit mogelijk te maken,
adviseur en op heel veel andere manieren. Soms hebben initiatiefnemers behoefte
ze zowel de gemeente als de initiatiefnemers bij het kiezen en beslissen? Dragen ze zijn vanzelfsprekend mensen en budget nodig, maar ook afstemming met andere
beleidsterreinen (stedelijk gebied, sociale sector). Vanuit deze visie brengen we ze al onder de aandacht.
spelen in een kern. Als aanpakker, maar ook als aanspreekpunt, antenne, coördinator, aan ondersteuning. De kunst is om het eigenaarschap bij inwoners te laten en die energie niet dood te slaan in structuren en subsidies, maar juist aan te wakkeren
en helpen kanaliseren. Daar zijn veel vormen voor, van een dorpsondersteuner (een
48
inwoner die zijn rol in de kern bewezen heeft) tot de maatschappelijke organisaties en
Er is ruimte voor initiatief, samenwerken en dus leren van elkaar. In elk kern ontstaan
brengen. Daarbij hoort: ‘Welke vorm van participatie past hier het best?’
manier om in elke kern maatwerk te bieden, in te spelen op wat er op dat moment
ambtenaren, in allerlei mixvormen. De Bestuursopdracht Participatie gaat dit in kaart
Gemeente: Loslaten en ondersteunen
Het coalitieakkoord heeft als belangrijk speerpunt het vergroten van het vertrouwen van gemeente en inwoners in elkaar. Dit vraagt om lef als gemeente om los te laten
en alleen daar in te springen als de hulp leidt tot een grotere maatschappelijke winst. En dat laatste is vooral: leefbaarheid, ontmoeten en gezondheid, groen, lulbenkskes,
fietsroutes, een knarrenhofje met een openbare tuin. Het vergt ook wat van de amb-
tenaren, die dan vooral energie kanaliseren en bijvoorbeeld instrumenten aanreiken. Het vergt ook lef van bestuurders en politiek: erkennen dat inwoners soms keuzes
maken die niet passen binnen onze kaders, ruimte maken voor experiment en durven investeren in koplopers.
Bij veel initiatieven in de Osse kernen zien we goede samenwerking tussen inwoners,
ook gezamenlijke initiatieven en dus kansen. Deze kansen ondersteunen is ook de
op die plek nodig is en zo het karakter van elke kern te behouden of versterken. Het
kan zijn dat de kosten hiervan terugverdiend moeten worden door op andere plekken echte keuzes te maken. En initiatiefnemers zullen in veel gevallen zelf de financiering
moeten regelen. Het goede gesprek voeren is geen garantie natuurlijk dat de gemeente of een groep initiatiefnemers het iedereen naar de zin maakt. Dat kan gewoon niet. Maar het moet er wel voor zorgen dat we niet achteraf zeggen: ‘Hadden we maar…’
Om als gemeente echt samen te werken en te helpen initiatieven mogelijk maken, zijn nog wel wat stappen te zetten. Hier gaan we de komende tijd hard aan werken.
Meer info over de initiatieven in de kernen: Vereniging Kleine Kernen Noord-Brabant en de brochure ‘Goed voor elkaar Kernen’ van de Landelijke Vereniging voor Kleine Kernen. Dit soort documenten nemen we mee bij de verdere uitwerking.
ondernemers en gemeente, met name rond wonen, ecologie en duurzaamheid. Maar bij bijvoorbeeld groen en accommodaties, horen we dat er nog wel wat te verbeteren valt.
Inwoners stoppen veel energie in hun plannen en de gemeente probeert hen de weg te wijzen en te ondersteunen. Maar het kan breder en beter, horen we in de kernen.
Vertrouwen moet groeien
Nog betere samenwerking tussen gemeente, inwoners, ondernemers is niet iets dat binnen één collegeperiode af is. Het gaat met vallen en opstaan. Vertrouwen moet
groeien. Tussen gemeente en initiatiefnemers natuurlijk, maar ook bij die initiatiefnemers zelf. Sommige zaken, zoals een verpleeghuis, een gezamenlijk initiatief om energie op te wekken of bijvoorbeeld hergebruik van erfgoed, vergen veel geld en
jarenlange verplichtingen. Dat alles vraagt een overdachte rol van de gemeente, dui-
delijke afspraken over eigenaarschap, overleg, geduld, een solide plan en financiering, de wil om te leren en soms structurele ondersteuning; en dus tijd. Maar het draagt wel bij aan vitale gemeenschappen die deskundig hun zaakjes kunnen regelen. En gemeenten die merken dat het dan goed gaat.
49
Tot slot:
Over het proces, het vervolg:
Dit najaar gaan we de visie voorleggen aan raad en bewoners.
Consequenties van deze visie
Initiatieven ondersteunen we als ze aan bepaalde randvoorwaarden voldoen, zoals
duurzaamheid Als we meer mogelijk gaan maken, moeten we goed nadenken hoe we dat kunnen doen. Initiatiefnemers gaan intensiever toetsen wat hun plannen beteke-