Geanonimiseerd Rapport Amateursport fit voor de toekomst 20240614 (002)
Tekst van het document
Amateursport fit voor de toekomst Optiedocument Versnelling Routekaart Verduurzaming Sport
14 juni 2024
Amateursport fit voor de toekomst
Optiedocument Versnelling Routekaart Verduurzaming Sport
Voorwoord In steden en dorpen is de lokale sportvereniging de plek waar mensen samenkomen om te bewegen, plezier te hebben en de onderlinge banden te versterken. De amateursport is van grote waarde voor onze samenleving. Maar liefst 9,2 miljoen Nederlanders sport iedere week en 4,3 miljoen Nederlanders zijn lid van een sportvereniging. Veel van deze verenigingen zijn echter kwetsbaar. Het aantal vrijwilligers loopt terug en veel clubs kampen met de nasleep van een hoge energierekening van de winter 2022/2023 en missen een buffer voor de toekomst. Overheden zijn toen ruimhartig bijgesprongen maar kunnen dat niet jaar op jaar doen, terwijl dat misschien wel nodig is om de bestaanszekerheid van deze amateursportclubs te borgen wanneer de energieprijs verder stijgt. Uit de vele gesprekken die ik de afgelopen maanden heb gehad blijkt dat verduurzaming voor amateursportclubs een bijzonder ambitieuze opgave is. Dat geldt ook voor de grotere verenigingen met veel vrijwilligers, een stabiel bestuur en enige investeringsruimte. Ook bij deze verenigingen is de beschikbare tijd, kennis en investeringsruimte vaak te krap en vraagt het veel van het organisatievermogen. Tegelijk horen we ook van verenigingen die de stap al gezet hebben dat de voordelen groot zijn: zo zijn er clubs die hun contributie konden halveren of jeugdtrainers konden gaan betalen.
Clubs floreren en bovendien dienen zij als vliegwiel voor verdere verduurzaming omdat zij leden en bezoekers inspireren. Bij de uitreiking van de duurzaamste sportaccommodatie van het jaar verwoorde een genomineerde mooi waarom verduurzaming zo bij sport past: “Een vereniging bestaat om met z’n allen iets voor elkaar te krijgen wat individueel niet lukt.” Dit sterkt mij in de gedachte dat verduurzaming in de sport niet alleen voor de bestaanszekerheid van clubs van belang is, maar dat de sport een belangrijke rol kan spelen in de energietransitie van Nederland. Om amateurclubs een steun in de rug te geven, heeft het Nationaal Klimaat Platform met partijen in het veld een voorstel ontwikkeld voor een versnellingsimpuls die aansluit bij de Routekaart Verduurzaming Sport. Dit in de vorm van een optiedocument dat mogelijkheden benoemt om de belangrijkste knelpunten voor amateursportclubs weg te nemen. Bij de opstelling van dit optiedocument heeft het NKP intensief samengewerkt met de Vereniging Sport en Gemeenten, NOC*NSF, de Nederlandse Vereniging Duurzame Energie, Triodos Nederland, het Kenniscentrum Sport & Bewegen, RVO en de betrokken ministeries van BZK, VWS en EZK. Mijn dank gaat uit naar de directies en medewerkers van deze organisaties. Zonder hun kennis en inzet vanuit was dit optiedocument niet tot stand gekomen.
Voorzitter Nationaal Klimaat Platform
2
Management summary Nederland kent ruim 10.000 sportaccommodaties waarvan het merendeel gebruikt wordt door amateursporters. Veel sportverenigingen kampen met een hoge energierekening en missen een buffer om verdere stijging in de energieprijs op te vangen. Verduurzaming van deze accommodaties is urgent. Tegelijkertijd wijst de praktijk uit dat verduurzaming veel van amateursportclubs vraagt in tijd, kennis, organisatievermogen en investeringen. Niettemin zijn er al schitterende voorbeelden van sportclubs die hun energiekosten weten te drukken door isolatie, ledverlichting, zonnepanelen, warmtepompen en vergelijkbare maatregelen. Een aantal is nog een stap verder; daar is de sportaccommodatie al een energiehub voor de naastliggende wijk. Zij leveren een bijdrage aan leveringszekerheid in tijden van netcongestie. In nauwe samenwerking met partijen in het veld en de drie betrokken ministeries heeft het Nationaal Klimaat Platform een versnellingsimpuls ontwikkeld die de belangrijkste knelpunten bij de verduurzaming van sportaccommodaties kan wegnemen. Primair doel is om de energierekening van amateursportverenigingen betaalbaar te maken en te houden zodat sporten voor iedereen betaalbaar en bereikbaar blijft. Deze versnellingsimpuls bevat drie sleutels.
De eerste sleutel verbetert de ontzorging die amateurclubs wordt geboden met hoogwaardig energieadvies gedurende het gehele traject en actieve uitwisseling van succesvolle praktijkvoorbeelden. De tweede sleutel verlaagt de financieringsdrempel voor amateursportclubs door de toegang tot financiering te vereenvoudigen, de rentelasten van leningen te verlagen en door regionale clustering van sportaccommodaties bij verduurzaming. De derde sleutel positioneert verduurzaming van sportaccommodaties in de bredere, gebiedsgerichte aanpak onder gemeentelijke regie, als onderdeel van de regionale energiestrategie en de lokale warmtetransitie. Ten opzichte van de huidige projectmatige aanpak, waarin elke sportclub bij verduurzaming hetzelfde leerproces moet doormaken, beoogt deze versnellingsimpuls amateursportclubs met een programmatische aanpak meer structurele financiering en ondersteuning te bieden gedurende het gehele verduurzamingstraject. Zodat daadwerkelijk een oplossing wordt geboden die verdere stijging van energieprijzen opvangt, de bestaanszekerheid van de amateursport borgt, sporten betaalbaar houdt voor iedereen en lokale sportverenigingen klaarmaakt voor een duurzame toekomst. Daartoe zijn de hier aangedragen sleutels voor versnelling te implementeren bij de herijking van de Routekaart Verduurzaming Sport in 2024.
Bovendien verdient het aanbeveling om de betrokkenheid van de Vereniging Nederlandse Gemeenten en het ministerie BZK te intensiveren en het samenwerkingsverband dat deze Routekaart draagt te versterken met de expertise en inzet van lokale energiecoöperaties, duurzame energie bedrijven en het ministerie van EZK.
3
1 Een structurele oplossing Nederland kent circa 10.000 sportaccommodaties, die door meer dan 22.000 sportverenigingen en sportorganisaties gebruikt worden. Een groot deel daarvan, zo’n 60 tot 70%, is in eigendom van de gemeenten. De overige 30-40% van de accommodaties is in bezit van andere partijen dan de gemeente. Hierbij is sprake van zowel commercieel (bijvoorbeeld fitness, golf, squash) als niet-commercieel (voetbal, tennis, hockey, golf) vastgoed. In de winter van 2022/2023 kwamen veel sportverenigingen en -organisaties in financiële problemen door een hoge energierekening. Overheden zijn toen ruimhartig bijgesprongen, maar kunnen dat niet jaar op jaar doen. Een structurele oplossing is nodig om verdere stijging van energieprijzen op te vangen en er voor te zorgen dat lokale sportverenigingen in steden en dorpen de plek blijven waar mensen samenkomen om plezier te hebben, te bewegen en de onderlinge banden te versterken. De Routekaart Met de Routekaart Verduurzaming Sport1 hebben de sportbonden, gemeenten, de rijksoverheid, sportondernemers, leveranciers en aannemers in 2019 de handen ineen geslagen om het tempo van verduurzaming in de sport te verhogen. Sindsdien zijn stappen gezet in de reductie van broeikasgasemissies en bestrijdingsmiddelen en op het gebied van circulariteit en klimaatadaptatie.
Niettemin leert de ervaring dat verduurzaming voor het merendeel van de Nederlandse amateursportverenigingen een ambitieuze opgave is. Dit geldt ook voor de grotere verenigingen met veel vrijwilligers, een stabiel bestuur en enige investeringsruimte. Ook bij deze verenigingen is de beschikbare tijd, kennis en investeringsruimte vaak te krap en vraagt het veel van het organisatievermogen. Versnellingsimpuls Medio 2023 hebben drie bewindslieden, te weten de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, de minister voor Klimaat en Energie en de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, aan het Nationaal Klimaat Platform (verder: NKP) verzocht om met partijen in het veld een voorstel te ontwikkelen voor versnelling van de verduurzaming van de amateursport2. Deze versnellingsimpuls beoogt de amateursport te ondersteunen en de impact van de Routekaart te versterken. Op dit moment moet elke sportclub bij verduurzaming hetzelfde leerproces doormaken. Een programmatische aanpak, met inbreng van kennis en expertise, kennisuitwisseling tussen clubs, samenwerking met energiecoöperaties en financiers, waarin meerdere accommodaties tegelijk worden aangepakt, zou veel tijd, geld en energie kunnen besparen.
Primair doel van deze versnellingsimpuls is de energierekening van amateursportverenigingen betaalbaar te maken en houden zodat sporten voor iedereen betaalbaar en bereikbaar blijft. Daarbij sluit deze versnellingsimpuls aan bij nationaal beleid ten aanzien van sport, energietransitie en maatschappelijk vastgoed en bij de uitvoering van verschillende Europese richtlijnen op het gebied van energiebesparing3, zoals de EPBD IV, EED en RED. En niet minder belangrijk: verduurzaming van de amateursport biedt een kans om het thema klimaat concreet te maken in de dagelijkse leefomgeving, zodat mensen in verenigingsverband in actie kunnen komen. 4
2 Waar staan we nu? In de kamerbrief over toekomstig sportbeleid4 heeft de minister van VWS de Tweede Kamer geïnformeerd over de voortgang van de Routekaart. De landelijke voortgang wordt gevolgd door het Mulier Instituut. In het rapport Sportaccommodaties 2023 5 concludeert het Mulier Instituut dat de sportsector steeds meer aandacht heeft voor duurzaamheid, met jaarlijks toenemende investeringen van sportverenigingen en gemeenten in energiebesparing, circulariteit en klimaatadaptatie. Zo had tijdens de eerste meting in 2014 slechts 4% van de verenigingen zonnepanelen, inmiddels is dit opgelopen tot 33%. Ook heeft de helft van de verenigingen geïnvesteerd in energiebesparende maatregelen, dit is sinds juli 2022 gestegen van 36% naar 51%. Ontwikkelingen in sportverduurzaming5 Op het gebied van duurzaamheid van sportaccommodaties is veel veranderd sinds 2016. Er waren toen nog vrijwel geen relevante data beschikbaar en slechts een paar kleine onderzoeken gedaan. Voor zover er een vergelijking mogelijk is, zijn er twee grote veranderingen te noteren: • In 2016 werd de aanwezigheid van ledverlichting genoteerd door 14% van de sportverenigingen en andere vormen van energiebesparende verlichting door 26%.
In 2023 geeft 60% van de sportverenigingen aan binnen ledverlichting te hebben en 39% bij het veld of in de zaal • Zonnepanelen waren in 2014 bij 4% van de verenigingen te vinden en in 2023 bij 33%. Op het gebied van isolatie zijn nauwelijks of geen veranderingen te noteren. De HRverwarmingsketel scoort in 2023 met 7% gedaald ten opzichte van 2016. Tussen 2020 en 2023 is het aantal verenigingen met een warmtepomp gestegen van 3 naar 5%. De helft van de sportverenigingen heeft sinds zomer 2022 geïnvesteerd in energiebesparende maatregelen (jaar daarvoor 36%) en 16% in duurzame energieopwekking (jaar daarvoor 12%). Vier op de tien verenigingen willen de komende twee jaar investeren in energiebesparende maatregelen en één op de vier in duurzame energieopwekking. De belangrijkste impuls tot verduurzaming van het sportvastgoed is gekomen met de ondertekening van de Routekaart Verduurzaming Sport in 2020. Wat betreft de voortgang richting de doelstelling voor CO2-reductie uit de Routekaart Verduurzaming Sport (50% minder CO2-uitstoot in 2030) is op basis van de gegevens weinig te zeggen. De daling in energieverbruik in 2020 en 2021 is niet toe te schrijven aan de inspanningen van de sportsector omdat ze samenhangen met de beperkende maatregelen die golden tijdens de coronacrisis. De benodigde data over 2022 zijn nog niet beschikbaar.
De Routekaart Verduurzaming Sport wordt om de twee jaar geëvalueerd en is voor het laatst herijkt in 2022. De evaluatie over voorgaande jaren 6 laat zien dat voornamelijk het laaghangend fruit is geplukt. In 2018 en 2019 heeft de focus gelegen op de relatief eenvoudig toe te passen maatregelen, zoals ledverlichting binnen, buiten en op het sportveld, installatie van zonnepanelen en isolatie van kleedkamers en clubgebouwen. In 2020 is ook de warmtepomp in de top 5 maatregelen van de BOSA-regeling terecht gekomen. Maar er is meer nodig. Dat is ook de boodschap van de minister van VWS. In de kamerbrief van januari 2024 constateert deze dat een coördinerende rol van gemeenten van groot belang is voor versnelling, maar dat gemeenten passende financiering en inhoudelijke ondersteuning nodig hebben om hun coördinerende rol
5
waar te maken. Ook op het gebied van de uitvoering signaleert de minister diverse barrières die versnelling in de weg staan.
3 Aanpak Versnellingsimpuls Het Nationaal Klimaat Platform heeft op 31 mei 2023 een gezelschap van mensen uit de sport- en energiesector, de financiële wereld en de overheid uitgenodigd voor een dialoog over verduurzaming van de amateursport. In de kleedkamers van sportcentrum Kampong in Utrecht is gesproken over de noodzaak en mogelijkheden om de energierekening van amateursportverenigingen betaalbaar te maken en houden. Een belangrijke conclusie uit deze bijeenkomst was dat een meer programmatische aanpak voor de sportsector als geheel, beter dan de huidige projectmatige aanpak, zou passen bij de urgentie en kansen. Een programmatische aanpak, met inbreng van kennis en expertise, kennisuitwisseling tussen clubs, samenwerking met energiecoöperaties en financiers, waarin meerdere accommodaties tegelijk worden aangepakt, zou veel tijd, geld en energie kunnen besparen. Op basis van deze bijeenkomst heeft het NKP de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, de minister voor Klimaat en Energie en de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties een plan van aanpak aangeboden voor de ontwikkeling van een dergelijke programmatische aanpak 7.
Op hun verzoek en in samenspraak met een groot aantal sleutelpersonen uit de sportwereld, overheden, kennisinstellingen, financiële instellingen en energieleveranciers heeft het NKP gedurende een periode van 6 maanden onderzocht met welke knelpunten amateursportverenigingen te maken krijgen en welke mogelijkheden er zijn om die knelpunten weg te nemen en zo de verduurzaming van sportaccommodaties te versnellen. In die periode zijn ook enkele werkbijeenkomsten georganiseerd om inzichten te toetsen en te verrijken, onder meer over ontzorging (15 maart en 22 april 2024), financieringsvormen (15 april 2024) en de rol van filantropie (18 mei en 10 juni 2024). Kernteam Voor begeleiding van het proces heeft het NKP een kernteam samengesteld, met deelname van de ministeries van BZK, VWS en EZK, de Vereniging Sport en Gemeenten, NOC*NSF, de Nederlandse Vereniging Duurzame Energie en Triodos Nederland. Ook is een secretariaat ingesteld met deelnemers van het ministerie van VWS, RVO, NOC*NSF, de Vereniging Sport en Gemeenten, het Kenniscentrum Sport & Bewegen en het NKP. Het kernteam is ongeveer maandelijks samengekomen en het secretariaat elke twee of drie weken. Eerdere versies van dit document zijn bijgesteld op basis van commentaar van het kernteam en ook breder getoetst. De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust uitsluitend bij het Nationaal Klimaat Platform.
4 Sleutels voor versnelling: Ontzorging Met de Routekaart Verduurzaming Sport zijn in de periode 2018-2022 eerste stappen gezet richting het ontzorgen van sportaccommodaties bij verduurzaming. Dit is gedaan door een landelijk netwerk van energiecoaches op te richten die sportclubs aan de hand van een kwaliteitskader bijstonden bij het verduurzamen. Deze coaches
6
werkten onder regie van NOC*NSF en hebben in deze periode 1.750 sportclubs 8 voorzien van een energiescan van de accommodatie. Hierbij wordt een nulmeting op locatie uitgevoerd en een toelichting gegeven over mogelijke maatregelen voor energiebesparing. Op basis daarvan wordt een plan van aanpak opgesteld met de voorlopige keuze voor te nemen maatregelen en een businessplan, rekening houdend met beschikbare subsidies. Dit businessplan dient vervolgens geaccordeerd te worden binnen de vereniging (meestal de ALV). De volgende stap is begeleiding bij het opvragen van (lokale) offertes. Tot slot is er ook hulp bij realisatie en monitoring van het nieuwe energieverbruik en de kosten(besparing). In augustus 2022 heeft het Ministerie van VWS (middels een Europese aanbesteding) de regie hiervan overgenomen en zijn inmiddels ruim 4.000 nieuwe aanvragen 9 voor een gratis energiecoach geregistreerd binnen Sport NL Groen (het verduurzamingsplatform). Het overgrote deel hiervan is of gaat daadwerkelijk aan de slag met verduurzaming en wordt hierin begeleid door de externe energiecoach. Ruim 75% van de aanvragen is afkomstig van sportclubs, de overige betreft ondernemende sportaanbieders, (gemeentelijke) sportbedrijven en gemeentelijke diensten.
In totaal hebben sinds 2018 al bijna 5.000 van de 7.500 sportclubs 10 die geheel of gedeeltelijk eigenaar zijn van hun sportaccommodatie, een gratis energiecoach. Een klein deel hiervan is (bijna of geheel) gereed met de realisatie. Voorbeelden hiervan zijn jaarlijks zichtbaar in de tientallen aanmeldingen voor de verkiezing Sportaccommodatie van het Jaar. Het grootste deel is echter nog bezig met de uitvoering van het plan of moet nog beginnen. Een bestaande accommodatie verduurzamen duurt gemiddeld vijf jaar, een nieuwe accommodatie bouwen duurt gemiddeld zeven jaar (inclusief voorbereiding). Het gemiddeld benodigde investeringsbedrag per bestaande accommodatie komt uit op €170.000 per accommodatie (prijspeil 2023). Knelpunten De meeste amateurclubs hebben zelf weinig kennis van en ervaring met verduurzaming. Zij hebben over een langere periode deskundig advies en betrouwbare informatie nodig om te kunnen beoordelen welke maatregelen in hun situatie nodig en rendabel zijn. De kwaliteit van de energiecoaches en hun adviezen wordt door sportclubs wisselend gewaardeerd. Zo is de ervaring dat verschillende adviseurs verschillende adviezen geven, waarbij sommige adviseurs uitsluitend het laaghangende fruit benoemen, terwijl anderen ook hogere ambities en een langere termijn in hun advies opnemen.
Een gezamenlijk kwaliteitskader of enige vorm van normering en certificering ontbreekt. Daarbij is het ook belangrijk dat het advies over te nemen maatregelen onafhankelijk is en de club niet wordt gebonden aan bepaalde leveranciers of installateurs. Een club moet zelf kunnen kiezen met wie ze aan de slag gaan en of ze bijvoorbeeld de voorkeur willen geven aan lokale partners. De energiescan is stap 1 van een veel langer implementatietraject. Amateurclubs hebben behoefte aan continuïteit in de begeleiding en ondersteuning in het gehele traject. In de loop van het traject worden de afwegingen namelijk complexer en de kosten vaak hoger. Het begint vaak met relatief eenvoudige maatregelen, zoals energiebesparing en ledverlichting, maar als een club die maatregelen al heeft getroffen, is de volgende stap vaak om zonnepanelen aan te schaffen en uiteindelijk gasloos te worden. Advies en ondersteuning zouden meerjarig beschikbaar moeten 7
zijn om effectief aan het gehele implementatietraject bij te dragen. In de huidige opzet van de ondersteuning blijkt het voor zowel clubs als voor de energiecoaches uitdagend om de gewenste continuïteit te borgen. Bovendien geven nieuwe adviseurs vaak aan vaak niet verder te kunnen bouwen op het eerdere advies van de vorige adviseur. Dit leidt tot dubbel werk en vertraagt de voortgang. Niet alle sportclubs zijn in staat om zelfstandig een verduurzamingsproces te doorlopen, zelfs niet met een langjarige ondersteuning door een energiecoach. Dit geldt met name voor kleinere, minder sterke clubs. Bij deze clubs is een actieve rol van gemeente of provincie bepalend voor succes. Sportclubs hebben de gemeente sowieso nodig omdat gemeenten vaak eigenaar zijn van een deel van de gebouwen, velden en/of installaties (bijv. veldverlichting). Samenwerken met sportclubs in de verduurzaming van sportaccommodaties is ook in het belang van de gemeente. Dit vormt namelijk onderdeel van een grotere opgave waar gemeenten voor staan: de transitie naar een klimaatneutrale gebouwde omgeving. Sportclubs en gemeenten hebben elkaar dus nodig bij de verduurzaming van sportaccommodaties. Er zijn diverse voorbeelden van constructieve samenwerking, maar de praktijk leert ook dat samenwerking zich niet vanzelf ontwikkelt.
Drenthe Sport Duurzaam, de succesvolle Drentse aanpak Al sinds 2018 geeft de provinciale sport organisatie SportDrenthe een versnelling aan de verduurzaming van sportclubaccommodaties in deze provincie. Er is gekozen voor een brede, actieve aanpak en dat heeft resultaat. Het succes zit vooral in de integraliteit van de aanpak en de actieve begeleiding: • Al vanaf het begin van de regeling voor gratis energie coaches in 2018, hebben gemeenten en provincie sportclubs actief geattendeerd op deze kans en gestimuleerd een aanvraag te doen • De landelijke BOSA-subsidie-regeling is breed gecommuniceerd en wordt goed benut • Meerdere gemeenten beschikken inmiddels ook over een eigen, aanvullende verduurzamingsubsidie regeling voor verenigingen • SportDrenthe begeleidt trajecten voor gezamenlijke inkoop voor bijvoorbeeld aanschaf van LEDverlichting door sportclubs of gemeenten; hiermee worden kosten, tijd en uiteindelijk ook energie en CO2 bespaard. • SportDrenthe coördineert de ontwikkeling van een energiehub in Assen bij een voetbalclub die meer energie produceert dan deze zelf nodig heeft. Een aparte energiecoöperatie ontzorgt de voetbalclub en brengt alle benodigde partijen al in een vroeg stadium om tafel.
• Het Energiefonds Drenthe (gelieerd aan en gefinancierd door de provincie Drenthe) verstrekt maatschappelijke instellingen leningen voor verduurzaming tegen 0% rente voor een periode van 10 jaar tot een maximum van € 200.000,-. Aflossingen komen terug in het revolverend energiefonds en kunnen weer gebruikt worden voor een lening aan een andere sportclub.
Opties 1. Een optie om de verschillen in kwaliteit van energieadviezen en in waardering van adviseurs te verkleinen is herintroductie van een kwaliteitskader voor de gratis energieadviezen. Een minimaal kwaliteitsniveau zou geborgd kunnen worden door middel van een periodieke assessment of een reguliere kwaliteitsaudit. Een structureel tevredenheidsonderzoek bij amateurclubs zou bovendien behulpzaam zijn om de ondersteuning beter te laten aansluiten bij de behoeften van sportclubs.
8
2. Een optie om continuïteit in advisering en ondersteuning te borgen is het realiseren van langjarige trajectfinanciering in plaats projectsubsidie per onderdeel van het implementatietraject. Daarbij schrijven adviseurs en amateurclubs zich in beginsel in voor het gehele adviestraject, van energiescan tot en met implementatie. De naar verwachting benodigde financiering wordt bij toekenning voor het gehele traject gereserveerd en in tranches uitgekeerd. Deze vorm van trajectfinanciering is te combineren met een vorm van monitoring met bijvoorbeeld kpi’s gebaseerd op de stappen die clubs met hun adviseurs hebben gezet. 3. Verduurzaming van sportfaciliteiten is maatwerk dat zich ontwikkelt met de beschikbare kennis, ervaring en technologieën. Een optie om de kennisuitwisseling tussen energiecoaches van sportclubs en adviseurs van gemeenten te versterken is de ontwikkeling van een landelijk platform voor adviseurs. De exacte organisatie en opzet van een dergelijk platform is nader uit te werken, waarbij ook kan worden gekeken naar uitbreiding van bestaande structuren zoals de online duurzaamheidsatlas voor de sport11 en naar verbinding van bestaande provinciale platforms waar adviseurs elkaar regelmatig treffen en bijscholen. De kernfunctie is dat adviseurs met elkaar informatie en best practices uitwisselen en van elkaars praktijkervaring blijven leren. 4.
Zicht op succesvolle praktijkvoorbeelden is ook van belang voor amateurclubs en gemeenten. Bestuurders hebben over het algemeen vertrouwen in de tips en voorbeelden die ze van andere bestuurders krijgen. Dat vertrouwen wordt belangrijker naarmate het implementatietraject complexer en de beslissingen kostbaarder worden. De verkiezing van de Sportaccommodatie van het Jaar en de communicatie daarover op duurzamesportsector.nl voorziet al in deze behoefte. Dit zou verder kunnen worden uitgebouwd, bijvoorbeeld in de vorm van workshops tijdens sportvakbeurzen, regionale open dagen en thematische workshops waar bestuurders en experts elkaar treffen. Zo kunnen bestuurders van clubs en gemeenten van elkaar leren en elkaar helpen, bijvoorbeeld door regionaal meer gezamenlijk op te trekken. Randvoorwaarden Voor alle genoemde opties zijn een aantal randvoorwaarden van belang om met ontzorging een versnelling in de verduurzaming te realiseren: a) Continuïteit in de ontzorging van sportclubs bij verduurzaming. Belangrijk is dat clubs meerjarig - tijdens het gehele implementatietraject – toegang hebben tot hoogwaardig advies en dat er continue voldoende budget voor de implementatie beschikbaar is bij fondsen en regelingen. b) Commitment van de bestuurders van amateurclubs en gemeenten.
Elke structurele aanpak van energie-armoede en bestaansonzekerheid van amateursportverenigingen vraagt om visie en doorzettingsvermogen. c) Onafhankelijke monitoring van de voortgang, de investeringen en de (potentiële) impact over alle amateursportclubs heen. Tot dusver ontbreekt de informatie die nodig is om voor op nationaal niveau de maatschappelijke baten van de investeringen in sportverduurzaming te kwantificeren in (o.m.) vermeden energiegebruik en CO2-emissiereductie. d) Tot dusver hebben veel clubs geïnvesteerd in het laaghangende fruit: energiebesparing, ledverlichting en zonnepanelen. Onderzoeksinstellingen zoals de TU Delft en de bedrijven en instellingen in het netwerk van Sportinnovator 9
ontwikkelen innovatieve concepten die kunnen bijdragen aan realisatie van energieneutrale en energieleverende sportaccommodaties. Voorbeelden daarvan zijn grote projecten zoals Innovation Clubhuis, maar er zijn ook vele kleinschaliger projecten waarin innovaties in de praktijk worden doorontwikkeld. Deze innovatieve kennis moet doorstromen naar de sportwereld, bijv. in pilots en living labs, om met een diversiteit aan opties het tempo van verduurzaming te verhogen.
5 Sleutels voor versnelling: Financiering Het Mulier Instituut heeft ten behoeve van de herijking van de Routekaart geschat dat er vanaf 2022 ongeveer 3,5 miljard euro nodig is voor verduurzaming van circa 10.000 sportaccommodaties. Hiervan is naar schatting 2,5 miljard nodig voor verduurzaming van ijsbanen en zwembaden en ongeveer 1 miljard voor andere sportaccommodaties, waaraan sportverenigingen ongeveer 548 miljoen euro zullen moeten bijdragen. Deze sportverenigingen kunnen voor realisatie van hun duurzaamheidsplannen een beroep doen op diverse landelijke subsidies en belastingvoordelen (zie tekstkader). Bestaande landelijke subsidies en belastingregelingen Voor verduurzaming van sportaccommodaties kunnen overheden, verenigingen en sportondernemers een beroep doen op een aantal landelijke ondersteuningsregelingen. Voor amateursportverenigingen is met name de BOSA regeling (Stimulering Bouw en Onderhoud Sport Accommodaties) relevant. De BOSA is specifiek bedoeld voor amateursportorganisaties met een eigen sportaccommodatie. Hier kunnen zij subsidie aanvragen voor bouw- en onderhoudskosten en voor de aanschaf van sportmaterialen. Ook maatregelen voor energiebesparing, toegankelijkheid, circulariteit en klimaatadaptatie komen voor subsidie in aanmerking.
Gemeenten kunnen een beroep doen op de Regeling Specifieke Uitkering Stimulering Sport (SPUK Sport) voor ondersteuning bij activiteiten die voortvloeien uit het Hoofdlijnen Sportakkoord II, het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA) en het Preventieakkoord. Via de SPUK Sport kunnen gemeenten een aanvraag indienen voor de btw die aan hen in rekening is gebracht voor investeringen in de hardware van sportaccommodaties (bouw, renovatie en onderhoud) en voor exploitatie van sportaccommodaties (beheer). Daarnaast kunnen gemeenten een beroep doen op de DUMAVA regeling voor verduurzaming van maatschappelijk vastgoed, waaronder gemeentelijk sportvastgoed. Voor sportondernemers zijn er fiscale regelingen zoals de TEK (Tegemoetkoming Energiekosten energie-intensief mkb-ondernemingen, de EIA (Energie Investeringsaftrek) en de MIA/Vamil (milieu- investeringsregelingen). Daarnaast kunnen zij een beroep doen op de ISDE (Investeringssubsidie Duurzame Energie en Energiebesparing) voor ondersteuning bij duurzame energieproductie en efficiënte verwarmingsapparatuur.
Ook veel provincies en gemeenten kennen subsidies om amateurclubs financieel op weg te helpen bij verduurzaming, waarbij de voorwaarden en bijdragen per regeling variëren. Daarnaast steunen diverse banken, verzekeraars, bedrijven, fondsen en loterijen verduurzamingsprojecten die zijn aangedragen door amateursportclubs. Nu de EU richtlijn voor Corporate Sustainability Reporting12 steeds meer bedrijven verplicht om inzicht te geven in de maatschappelijke impact van hun financieringen, 10
mag worden verwacht dat bij financiële instellingen de bereidheid toeneemt om maatschappelijke investeringen te doen en zichtbaar te maken. Om een project financieel rond te krijgen moeten sportclubs naast deze financieringsbronnen meestal ook een bancaire lening aangaan. Naast de commerciële banken is hier met name de BNG Bank actief. Sportverenigingen kunnen bij het BNG Duurzaamheidsfonds een Sportlening aanvragen voor investeringen in hun accommodatie. Het BNG Duurzaamheidsfonds verstrekt de Sportlening vanaf € 10.000 tot € 1.000.000 aan sportverenigingen tegen een marktconforme rente. Het BNG Duurzaamheidsfonds verstrekt deze Sportlening aan sportverenigingen die zijn aangesloten bij NOC*NSF en financiert tot 100% van de investering indien er sprake is van een borgstelling door de Stichting Waarborgfonds Sport (SWS), al dan niet aangevuld met gemeentegarantie. Het BNG duurzaamheidsfonds had per januari 2024 een omvang van ca € 50 miljoen. In de periode 2018 – 2022 zijn in totaal 240 sportleningen verstrekt, waaronder 99 nieuwe leningen in 2022 voor een totaalbedrag van € 11.8 miljoen. Knelpunten Het is voor amateurclubs niet altijd eenvoudig om de weg te vinden naar een passende financieringsmix. De landelijke, provinciale en/of gemeentelijke fondsen en regelingen waarop ze beroep kunnen doen zijn niet altijd bekend en hanteren allemaal hun eigen voorwaarden.
De samenhang van en toegang tot financiering kunnen dus worden verbeterd, maar het belangrijkste financiële knelpunt voor amateursportclubs hangt samen met de lening die ze moeten afsluiten voor verduurzaming van hun sportfaciliteiten. Sommige clubs zijn terughoudend omdat ze liever geen langjarige verplichting aangaan, een enkele club is financieel onvoldoende robuust om voor een lening in aanmerking te komen. Voor de meeste clubs vormen marktconforme rentelasten (in 2023 ging het om 5,4 tot 8% rente) een te grote drempel. Daarom is in dit traject met name gekeken naar opties die helpen om de rentelasten voor amateurclubs te verlagen. In Nederland zijn de gemeenten de grootste investeerders in sportaccommodaties. Zij droegen de afgelopen jaren gezamenlijk jaarlijks voor ruim 1 miljard euro bij. Ook bij leningen aan sportverenigingen is de gemeente vaak betrokken. Deels heeft dat te maken met gedeeld eigendom, waarbij bijvoorbeeld de velden in handen zijn van de gemeente en de kantine en de kleedkamers in eigendom van de vereniging. Daarnaast zijn gemeenten actief met garantstellingen. De Stichting Waarborgfonds Fonds staat 100% garant bij leningen tot € 100.000. De gemeente dient 50% garant te staan bij leningen van € 100.000 tot € 250.000. Boven dat bedrag staat de gemeente 100% garant.
Bij uitwerking van opties voor financiering moet dus ook de positie van de gemeente worden overwogen. Opties De volgende opties zijn geopperd om de rentelasten voor amateursportclubs te verlagen: 1. In enkele gevallen lukt het amateursportclubs om verduurzaming van de accommodaties te financieren door meerdere subsidies te stapelen, in combinatie van eigen middelen en sponsoring. Op deze manier is het voor een vereniging niet nodig om een lening aan te gaan. Deze optie is alleen kansrijk wanneer rijksoverheid, provincies en gemeenten hun financiële regelingen zodanig op elkaar afstemmen dat stapeling van subsidies tot nagenoeg 100% kan optellen 11
voor alle sportaccommodaties. 2. Een optie is om de Sportlening van het BNG Duurzaamheidsfonds verder te versterken. Dat kan door voor sportverenigingen een laag rentetarief in te voeren (maximaal 1%) en tegelijkertijd het fondsvermogen te vergroten met extra dotaties van het Rijk, pensioenfondsen of andere institutionele financiers. In de Voorjaarsnota 2024 is het voorstel aangenomen tot een aanvullende subsidie van 29 miljoen euro met terugbetalingsvoorwaarden. Doel van deze subsidie is het mogelijk maken van voordelige leningen tot € 250.000 voor alle partijen in het maatschappelijk vastgoed (dus niet alleen sport). Tevens wordt 20 miljoen vrijgemaakt voor subsidie richting de Regionale Energiefondsen, voor voordelige leningen met laagdrempelige voorwaarden voor het verduurzamen van maatschappelijk vastgoed in de breedte. 3. Een andere optie is de instelling van een nieuw revolverend fonds dat leningen voor sportverduurzaming verstrekt tegen een laag rentetarief (maximaal 1%). Dit naar voorbeeld van het fonds voor noodleningen dat door Sport Vlaanderen is ingericht13. Deze optie zou voor sportverenigingen alleen meerwaarde hebben wanneer dit nieuwe fonds een lagere rente zou rekenen dan het bestaande BNG duurzaamheidsfonds. 4.
Een optie is de scope te verbreden naar alle maatschappelijk vastgoed door het instellen van een Waarborgfonds Maatschappelijk vastgoed voor financiering van verduurzaming van multifunctionele panden en energieoplossingen die verbonden kunnen worden aan het maatschappelijk vastgoed en energie intensieve panden als schaatsbanen en zwembaden. Met een contragarantie van gemeenten of provincies zou het Waarborgfonds Maatschappelijk vastgoed voor risicodeling zorgen én zogenaamde solvabiliteitsvrije leningen aantrekken. Dit zorgt in de regel voor een aantrekkelijkere rente en het mogelijk maken van langere looptijden. 5. Ontwikkeling van een rentesubsidie, waarmee de overheid (een deel van) de rentelasten van een club subsidieert, zodat de club maximaal 1% rente over de lening moet betalen. Omdat de marktrente fluctueert kan de benodigde subsidiepot niet op voorhand gemaximeerd worden. 6. Verlaging van de marktrente met een groenverklaring voor sportverduurzaming. Via de regeling Groenprojecten kunnen banken of beleggers met een fonds dat de overheid erkent als groene instelling voor duurzame projecten een lening verstrekken tegen een 0,5% lagere rente dan de rente op de markt. Daarvoor is een groenverklaring nodig, die op dit moment aangevraagd kan worden voor projecten op het gebied van o.m. duurzame energie, duurzaam bouwen en klimaatadaptatie.
Sportverenigingen kunnen hiervan gebruik maken bij grote projecten (minimum investeringsbedrag € 25.000) die bovendien zeer innovatief zijn. Deze optie wordt aantrekkelijk voor sportverduurzaming wanneer de renteverlaging aanzienlijk groter is dan het huidige niveau. 7. Regionale aanbesteding van sportverduurzaming. Op dit moment vindt verduurzaming plaats per individuele sportaccommodatie. Bij een regionale aanpak neemt de gemeente het initiatief om meerdere accommodaties in gecoördineerd verband aan te pakken, eventueel in samenwerking met andere 12
gemeenten. Deze schaalgrootte biedt kansen voor versnelling en kostenreductie. De focus kan daarbij specifiek liggen op verduurzaming van sportaccommodaties, maar ook breder op maatschappelijk vastgoed. 8. Gebiedsgerichte aanpak van de energietransitie. Verduurzaming van sportaccommodaties hoeft zich, als het gaat om elektriciteit en warmte, niet te beperken tot het sportcomplex. Sportaccommodaties liggen immers in steden en dorpen die een Transitievisie Warmte hebben ontwikkeld en stappen zetten in verduurzaming op wijkniveau. Door verduurzaming van sportaccommodaties op te nemen in een gebiedsgerichte aanpak van de energietransitie kunnen voordelen behaald worden voor zowel de vereniging als de wijk. Bovendien zijn er voor deze gebiedsgerichte aanpak aanvullende fondsen beschikbaar, zoals o.m. regionale energiefondsen en transitiefondsen voor de gebouwde omgeving. 9. In contacten met private financiers, filantropische instellingen en bedrijven met interesse in sportsponsoring wordt bevestigd dat er brede belangstelling bestaat om bij te dragen aan versnelling van verduurzaming van sportaccommodaties.
Een belangrijk vraagstuk is hoe vanuit de sportorganisaties bezien het ontsluiten van diverse financieringsbronnen (goedkope leningen, geefgeld, subsidies van Rijk en medeoverheden) op een voor hen behapbare wijze geregeld kan worden, waarbij de interesse vanuit private en maatschappelijke partijen om hieraan bij te dragen optimaal wordt benut. Een route kan zijn om hiervoor een aantal standaardproposities te ontwikkelen waarin verschillende bronnen van financiering op elkaar wordt afgestemd en in samenhang worden aangeboden aan de clubs. Gebundelde inkoopkracht Natuurgrasvelden worden in Nederland steeds vaker vervangen door kunstgrasvelden. Met het innovatieve aanbestedingstraject Scale up Toekomstbestendige kunstgrasvelden vragen de gemeenten Amsterdam en Haarlem marktpartijen om een duurzaam en toekomstbestendig kunstgrasveld te ontwikkelen. Beide gemeenten bundelen in dit traject hun inkoopvolumes. Zij dagen ondernemers uit om te komen met energie-positieve kunstgrasvelden van circulaire materialen, een verbeterde waterhuishouding en een betere aanpak van hittestress, die op grote schaal kunnen worden toegepast. Met meer dan 200 sportvelden in Amsterdam en Haarlem kan dit project veel impact hebben op het verduurzamen van beide steden.
Randvoorwaarden Voor alle genoemde opties zijn een aantal randvoorwaarden van belang om met financiering een versnelling in de verduurzaming te realiseren: a) Standaardisering van voorwaarden voor financiering, zodat de onderdelen van de financieringsmix op elkaar aansluiten qua looptijd en qua eisen aan het project en aan kredietwaardigheid. Dit geldt in het bijzonder voor de voorwaarden van landelijke, provinciale en gemeentelijke subsidies. b) Gedegen toetsing van kredietwaardigheid, zodat de beschikbare middelen worden ingezet voor realistische projecten. Concreet betekent dit dat maximaal moet worden geput uit de ervaring die sinds 1981 is opgebouwd door de Stichting Waarborgfonds Sport c) Vereenvoudiging van de toegang tot financiering, zodat amateurclubs snel hun weg vinden naar een passende (combinatie van) financiering. Naast een toegankelijk overzicht van beschikbare fondsen en regelingen (‘one stop shop’) zou ook pro bono begeleiding door accountants, in het kader van 13
maatschappelijke dienstverlening, voor clubs de drempel voor het aangaan van een lening kunnen verlagen. d) De maatschappelijke baten van een investering in sportverduurzaming worden tot dusver niet gemonetariseerd bij opstelling van de businesscase. Toch zouden juist deze maatschappelijke baten - in termen van bewegen en gezondheid, sociale cohesie en verbinding met duurzaamheid – reden kunnen zijn om een lagere dan marktconforme rente te rekenen. Hierbij kan worden voortgebouwd op de studies die zijn gedaan naar toepassing van Social Return on Investment (SROI) sport door het Kenniscentrum Sport & Bewegen14, het Mulier Instituut15, en de Vlaamse overheid16.
6 Sleutels voor versnelling: gebiedsgerichte aanpak Gemeenten hebben de regie in de energietransitie in de gebouwde omgeving. In 2030 moeten 1,5 miljoen gebouwen van het aardgas af zijn en in 2050 alle gebouwen. Dat is een grote opgave waarin veel verschillende partijen met elkaar moeten gaan samenwerken. Denk aan verduurzaming van maatschappelijk vastgoed, aan de opwekking van duurzame energie in het kader van de Regionale Energie Strategie (NPRES) en aan de Lokale Warmtetransitie (NPLW). Momenteel lopen deze sporen vaak nog parallel aan elkaar, maar er zijn voorbeelden waarin gemeenten de aanpak van meerdere opgaven combineren in een organisatie. Gresco: de Groningse Energie Service Compagnie Het projectbureau Gresco van de gemeente Groningen richt zich op het verduurzamen van het gemeentelijk vastgoed. Dit vastgoed bestaat onder andere uit gymlokalen, sporthallen, kantoorgebouwen, wijkposten en een stadhuis. Ook het energiemanagement van het vastgoed is een taak van Gresco. De doelstellingen van Gresco passen bij het streven van de gemeente Groningen om in 2035 CO2-neutraal te zijn. De activiteiten van Gresco zijn opgenomen in de Monitor Groningen Energieneutraal 2035.
Binnen de ruimtelijke ordening is een gebiedsgerichte aanpak ontwikkeld voor een samenhangende aanpak van meerdere opgaven die in een gebied spelen. In deze aanpak staat het gebied met zijn knelpunten en mogelijkheden centraal. Het gebied kan binnen een gemeente liggen, bijvoorbeeld een wijk of een bedrijventerrein, maar kan ook gemeentegrenzen, RES-regio’s en provinciale of landsgrenzen overstijgen. Terwijl een sectorale aanpak zich beperkt tot een specifieke opgave, combineert een gebiedsgerichte benadering meerdere opgaven in een integrale aanpak. Hierbij kan worden gedacht aan opgaven zoals klimaatadaptatie, woningbouw, verduurzaming van maatschappelijk vastgoed of realisatie van energieopwekking uit zon of wind. Een integrale, gebiedsgerichte aanpak heeft diverse voordelen. Zo biedt het de mogelijkheid om meerdere projecten in een aanbesteding te combineren en daarmee de kostenefficiëntie en coördinatie te versterken. Een andere mogelijkheid is om functies die verspreid zijn over meerdere gebouwen in een gebouw te integreren. Dit heeft als voordeel dat de bezettingsgraad van het vastgoed hoger wordt. Zo kan sportvastgoed worden gerealiseerd dat ruimte biedt aan binnen- en buitensporten, dag- en avondsporten, aan meerdere clubs en eventueel ook aan andere functies zoals scholing en zakelijk overleg.
Tot slot biedt een gebiedsgerichte aanpak de mogelijkheid om projecten die in financieel opzicht winstgevend zijn (zoals de bouw
14
van woningen en kantoren en de opwek van duurzame energie) in te zetten voor de bekostiging van projecten die inzet van publieke middelen vereisen, zoals reservering van openbare ruimte voor bewegingsonderwijs en aanleg van sportvoorzieningen. Verduurzaming van sportaccommodaties is goed in te passen in een gebiedsgerichte benadering. De praktijk leert dat nieuwbouw of renovatie van een clubgebouw ook kansen biedt voor de omliggende woningen en gebouwen. Een aansprekend voorbeeld is de Apeldoornse voetbalvereniging Robur et Velocitas. Robur et Velocitas uit Apeldoorn De amateurvoetbalvereniging Robur et Velocitas beschikt over zestien kleedkamers en vier velden. Het gebouw en de velden zijn in eigendom van de club. Zo’n vijf jaar geleden startte Robur met het thema duurzaamheid. Dat begon met een energiescan. De energierekening lag toen rond de 25.000 euro op jaarbasis. Na een aantal energiebesparende maatregelen in het gebouw zijn in mei 2019 zo’n 224 zonnepanelen op het dak van het clubhuis en de tribune geplaatst. Dit in samenwerking met de Apeldoornse buurtcoöperatie Zon op K&N (de Apeldoornse wijken Kerschoten en de Naald) en binnen de postcoderoosregeling die toen nog van kracht was. Met de stroom uit deze panelen voorziet de vereniging inmiddels niet alleen in de eigen behoefte aan electriciteit, maar levert ze ook aan huizen in de directe omgeving.
Veel van de omliggende woningen hebben schaduw van bomen, waardoor zonnepanelen op die daken te weinig opleveren. Het enthousiasme van omwonenden om mee te investeren in de zonnepanelen van de club was dan ook groot.
Ook de aanleg of vervanging van kunstgrasvelden biedt interessante mogelijkheden voor de naastliggende wijken. Veel sportclubs geven de voorkeur aan kunstgrasvelden omdat ze minder onderhoud vragen en intensiever bespeeld kunnen worden dan gewoon gras. Maar kunstgras heeft ook nadelen. Het wordt bijvoorbeeld in de zomer zo warm dat er niet meer op gespeeld kan worden. Dit nadeel is om te zetten in een voordeel door onder de kunstgrasmat een leidingensysteem met koud water aan te leggen. Zo koel je het kunstgras en win je warmte of elektriciteit voor woningen en gebouwen in de directe omgeving. Op basis van de lab-tests en de eerste proefvelden is de verwachting dat één voetbalveld op jaarbasis ongeveer 200 huizen van warmte kan voorzien. Op die manier kunnen kunstgrasvelden een warmte leveren aan toekomstige (zeer) lage temperatuur warmtenetten en Warmte Koude Opslag, oplossingen waar veel gemeenten in het kader van hun Transitievisie warmte naar op zoek zijn. In diverse gemeenten wordt momenteel ervaring met collectorvelden opgedaan. Zo is in Eindhoven op sportpark Strijp een collectorveld aangelegd welke in zomer 2023 is aangesloten op de gemeentelijke warmte-en koudeopslag.
Eind april heeft de gemeenteraad van Gouda ingestemd met het eerste collector-voetbalveld en de gemeente Leiden wil over een aantal jaar door middel van 7 collectorvelden ongeveer 1.200 woningen verwarmen. Ook de gemeente Tilburg is bezig om de opvang van warmte op een sportaccommodatie te koppelen aan het bestaande warmtenet. In samenwerking met Energie, Water en Vastgoed van de gemeente wordt onderzocht wat 2 energieleverende sportvelden op sportaccommodatie Matterhornhoek (OVC’26) kunnen bijdragen aan de thema’s energietransitie, bestrijding hittestress, klimaatadaptatie en natuur inclusief (ver)bouwen in Tilburg Zuid. En tot slot zijn de gemeenten Amsterdam en Haarlem onlangs gestart met het project Scale up Toekomstbestendige kunstgrasvelden. Deze velden vormen een 15
proeftuin om duurzame innovaties te testen die de sportfunctie combineren met waterberging, hittebestrijding en energieopwekking. Knelpunten In een gebiedsgerichte aanpak moeten veel verschillende partijen met elkaar gaan samenwerken, veelal onder regie van de gemeente. Amateursportverenigingen hebben voordeel bij zo’n aanpak als binnen dit samenwerkingsverband veel complexe taken met en voor de club worden opgepakt. Denk aan het in kaart brengen van verduurzamingskansen, beschikbare financieringsvormen en verbindingen met de omgeving. Maar de club wordt in zo’n aanpak ook afhankelijk van de gemeente en van andere betrokken partijen. Die afhankelijkheid kan nadelen hebben en – wanneer partijen op elkaar moeten wachten - tot vertraging leiden. Bestuurders van sportverenigingen zien de gemeente als een belangrijke partner bij het ondersteunen van verduurzamingsprocessen17. Ongeveer een kwart van alle verenigingen is hier regelmatig met de gemeente over in gesprek. Voor een aantal verenigingen is (een deel van) hun sportaccommodatie in eigendom of beheer van de gemeente. Deze verenigingen overleggen met de gemeente welke acties ze kunnen ondernemen en wie wat financiert. Sommige bestuurders zouden graag zien dat de gemeente meer (financiële) verantwoordelijkheid neemt in het verduurzamingsproces.
Bijvoorbeeld door zonnepanelen (deels) te financieren, waarvan naast de vereniging ook inwoners uit de gemeente kunnen profiteren. Of door verduurzamingsprocessen te organiseren die te groot en complex zijn voor een vereniging, bijvoorbeeld omdat ze het hele sportpark omvatten. Zij geven wel aan dat de organisatie binnen gemeenten vaak niet duidelijk is, waardoor verduurzamingstrajecten niet efficiënt verlopen. Opties 1. De gemeente kan een belangrijke functie vervullen door de versnellingsaanpak (lokaal en regionaal) samen met de amateursportverenigingen vorm te geven. Van de gemeentelijke organisatie vraagt dit een integrale inzet van kennis op het terrein van sportaccommodaties, verduurzaming en financiering. Zo’n integrale aanpak overstijgt het traditionele werkgebied van de gemeentelijke beleidsadviseur Sport. Voor gemeenten is het daarom belangrijk om interne kennisverbetering c.q. verbreding te realiseren en te borgen. 2. Een optie om de beperkte personele capaciteit binnen gemeenten effectief in te zetten is versterking van de samenwerking tussen gemeenten. Bij verduurzaming van sportaccommodaties komen gemeenten voor vergelijkbare vragen te staan. In de aanpak kunnen ze dan ook van en met elkaar leren.
Dit is ook de ervaring binnen het NP Regionale Energie Strategie, waarin gemeenten binnen hun regio kennis uitwisselen en samenwerken, soms door pooling van medewerkers. Ook samenwerking met externe partners, zoals lokale energie coöperaties en de provincie kan bijdragen aan de gemeentelijke slagkracht. 3. Een gebiedsgerichte aanpak van maatschappelijk vastgoed biedt de gemeente de kans om de verduurzaming van (maatschappelijk) vastgoed te clusteren. Dit in plaats van de gebruikelijke aanpak om gebouw per gebouw te renoveren. Een clustering kan in de eerste plaats binnen het gemeentelijk vastgoed, zoals sportaccommodaties en scholen, maar ook zakelijk vastgoed kan hierin worden betrokken en eventueel ook woningen. Deze aanpak sluit aan bij de 16
programmatische aanpak die het ministerie van BZK ontwikkelt voor verduurzaming van maatschappelijk vastgoed en bij de industrialisatie van renovatieconcepten door marktpartijen. Een meer programmatische samenwerking, binnen de gemeentelijke organisatie en met marktpartijen, draagt bij aan kosten efficiëntie en kan verduurzaming van maatschappelijk vastgoed – waaronder sportaccommodaties – versnellen. Randvoorwaarden Een gebiedsgerichte aanpak biedt meerwaarde door de integratie van opgaven en de krachtenbundeling van betrokken partijen. Aangezien de gemeente in deze aanpak de regie heeft, is het cruciaal dat de gemeente beschikt over de kennis, instrumenten en middelen die nodig zijn om deze regierol te vervullen. Dit betreft in de eerste plaats de gemeentelijke kennisbasis rondom verduurzaming van sportaccommodaties. Het op peil brengen en houden daarvan maakt deel uit van de missie van de Vereniging Sport en Gemeenten, in samenwerking met kennisorganisaties zoals het Kenniscentrum Sport & Bewegen en met andere organisaties binnen Sport NL Groen. Door verduurzaming van sportaccommodaties te combineren met andere opgaven in een gebied kan de gemeente extra capaciteit, instrumenten en middelen inzetten.
Dit vraagt allereerst van gemeenten dat ze binnen de eigen organisatie de kennis en middelen op de beleidsterreinen sport, ruimtelijke ordening en verduurzaming meer met elkaar integreren. Daarbij kunnen gemeenten ook samen optrekken, zoals binnen de regionale energiestrategieën gebeurt. Ook de inzet van andere overheden is nodig. Zo zijn de wetsvoorstellen voor de Wet Collectieve Warmte en de Wet Gemeentelijke Instrumenten Warmtetransitie, die recent in de Tweede Kamer zijn aangenomen, bedoeld om de benodigde instrumenten voor de lokale warmtetransitie aan te reiken. En vanuit diverse nationale en provinciale regelingen zijn middelen beschikbaar waarop gemeenten een beroep kunnen doen, zoals o.m. regionale energiefondsen, transitiefondsen voor de gebouwde omgeving en het BNG Duurzaamheidsfonds voor verduurzaming van maatschappelijk vastgoed. Deze combinatie van sportverduurzaming met andere opgaven biedt kansen, maar stelt ook nieuwe eisen aan de samenwerking binnen gemeenten en tussen overheden.
7 Governance en borging In de afgelopen zes maanden heeft het NKP in samenspraak met een groot aantal sleutelpersonen uit de sportwereld, overheden, kennisinstellingen, financiële instellingen en energieleveranciers onderzocht met welke opties huidige knelpunten bij verduurzaming van sportaccommodaties weg te nemen zijn. Met dit optiedocument legt het NKP het initiatief weer bij de partijen die met elkaar de Routekaart Verduurzaming Sport dragen. Zij zijn als eerste aangewezen om de opties te verankeren in de Routekaart en zo deze versnellingsimpuls een blijvende doorwerking te geven. Governance Met de herijking 2024 van de Routekaart start een nieuwe fase in de samenwerking die sinds 2019 is opgebouwd in de Routekaart tussen het ministerie VWS, NOC*NSF, de Vereniging Sport en Gemeenten, het Platform Ondernemende Sportaanbieders, de Branchevereniging Sport en Cultuurtechniek (BSNC) en het Kenniscentrum Sport & 17
Bewegen. Dit samenwerkingsverband behoefte versterking bij de realisatie van de versnellingsopgave. Ten eerste verdient het aanbeveling de betrokkenheid van de Vereniging Nederlandse Gemeenten en het ministerie van BZK te intensiveren. Dit gezien de essentiële rol van gemeenten bij de ontzorging en financiering en in het bijzonder bij een gebiedsgerichte aanpak. Ten tweede is de expertise en inzet van lokale energiecoöperaties (verenigd in de Energie Samen), duurzame energie bedrijven (verenigd in de Nederlandse Vereniging Duurzame Energie) en het ministerie van EZK onmisbaar voor verduurzaming van de sportsector, ook in relatie tot de bredere energie- en klimaattransitie. Borging Verduurzaming van sportaccommodaties vereist continuïteit van beleid in een meerjarig programma met structurele middelen en fondsen, zodat daadwerkelijk een oplossing wordt geboden die verdere stijging van energieprijzen opvangt, de bestaanszekerheid van de amateursport borgt en lokale sportverenigingen klaarmaakt voor een duurzame toekomst. Om die continuïteit te borgen zijn drie elementen noodzakelijk: • Een programmatische aanpak, waarin simultaan meerdere accommodaties tegelijk worden aangepakt en voortdurend best practices worden ontwikkeld en uitgewisseld zodat adviseurs, bestuurders van amateurclubs en gemeenten met en van elkaar blijven leren.
• Onafhankelijke monitoring van de voortgang, de investeringen en de (potentiële) impact over alle amateursportclubs heen. Met als doel helder in beeld te brengen welke maatschappelijke baten voortvloeien uit de investeringen in verduurzaming van sportaccommodaties. • Trajectfinanciering voor (in beginsel) het gehele verduurzamingstraject, van energiescan tot en met implementatie. Hierbij wordt de naar verwachting benodigde financiering bij toekenning voor het gehele traject gereserveerd en in tranches uitgekeerd. Deze vorm van trajectfinanciering is te combineren met een vorm van trajectmonitoring met bijvoorbeeld kpi’s gebaseerd op de stappen die clubs met hun adviseurs hebben gezet. Legolisering “Elke club vraagt om maatwerk” was een terugkerende constatering in de afgelopen maanden. Met als boodschap dat het verduurzamingstraject zoveel mogelijk moet aansluiten bij de eigen karakteristieken van een club. Tegelijkertijd moet worden voorkomen dat elke club, adviseur en gemeente het wiel opnieuw moet uitvinden. De uitdaging is dus om flexibiliteit, in de vorm van individuele begeleiding van amateurclubs, te combineren met standaardisatie van producten en maatregelen. Hier ligt een paralellel met de opkomst van ‘legolisering’ in de bouw. In die industriële context gaat het om het realiseren van maatwerk gebouwen op basis van gestandaardiseerde componenten.
Binnen een programmatische aanpak voor verduurzaming zou de combinatie van flexibiliteit en standaardisatie invulling kunnen krijgen door een beperkt aantal standaardmenu’s te ontwikkelen, waaruit clubs en gemeenten met hulp van hun adviseurs kunnen kiezen op basis van hun uitgangssituatie, mogelijkheden en ambities.
18
Maatwerk op basis van gestandaardiseerde menu’s Een club die aan het begin van een verduurzamingstraject staat kan beginnen met wat ze zelf kunnen doen. Eventueel advies en ontzorging zou zich in dit menu richten op energiebesparing, bijvoorbeeld door korter douchen, isolatie van gebouwen en ledverlichting op het veld. Clubs die deze stappen al hebben gezet kunnen op eigen terrein verder gaan, bijvoorbeeld met maatregelen gericht op het zelf opwekken en opslaan van zonne-energie voor eigen gebruik. Advies en ontzorging zou zich in dit menu richten op aanschaf en installatie van zonnepanelen en/of opslag van stroom of warmte. Wanneer een club meer stroom of warmte wil opwekken dan nodig voor eigen gebruik, verbreedt de scope zich naar de buren op het sportpark of in de wijk. Dit zou weer opstap kunnen zijn naar een gebiedsgerichte aanpak waarin het sportpark zich ontwikkelt als energiehub voor de naastgelegen wijken. Deze twee laatste menu’s stellen hogere eisen aan de club, aan de ontzorging en financiering en aan de samenwerking met buren en gemeente.
19
Bronnenlijst
1 2
3 4 5 6 7
8 9 10 11 12 13 14 15
16
17
Routekaart Verduurzaming Sport | Duurzame Sportsector Verduurzaming van topsportfaciliteiten en van zwembaden, sporthallen en ijsbanen onder gemeentelijk beheer vereist een eigenstandige aanpak en blijft hier buiten beschouwing. Richtlijnen energie - Overzicht EU-beleid Nederlandse bouw en vastgoedsector (foleon.com) Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 30 234, nr. 384 d.d. 15 januari 2024 www.mulierinstituut.nl/publicaties/27790/sportaccommodaties-in-nederland-2023 DEF_-Herijking-Routekaart-Verduurzaming-Sportsector-2022.pdf (duurzamesportsector.nl) Plan van aanpak Versnellingsakkoord Verduurzaming Sport, Nationaal Klimaat Platform d.d. 7 september 2023, brief met nummer IENW/BSK-2023/256041 Bron: NOC*NSF, 2022 Bron: CFP Green Buildings, 2024 Bron: CFP/NOC*NSF, 2024 Atlas - Duurzaamheidsatlas (duurzamesportsector.nl) Corporate sustainability reporting - European Commission (europa.eu) sport.vlaanderen/wij-helpen-bij-subsidies/energiesubsidies/ https://www.kenniscentrumsportenbewegen.nl/producten/sroi-van-sport-en-bewegen/ https://www.mulierinstituut.nl/actueel/geschatte-sroi-van-sport-en-bewegen-in-nederland1-op-251/ https://www.vlaanderen.be/publicaties/social-return-on-investment-sroi-van-sport-enbewegen-in-vlaanderen www.mulierinstituut.nl/publicaties/27767/verenigingsondersteuning-bij-regeldrukverduurzaming-en-sportklimaat
20
Nationaal Klimaat Platform Daalsesingel 1 3511SV Utrecht nkp.nl @PlatformKlimaat nationaalklimaatplatform