energiebesparingsplicht_tg
Tekst van het document
Energie besparings plicht EEN REKENKAMERONDERZOEK NAAR ENERGIEBESPARINGSPLICHT IN DE GEMEENTE OSS
Rekenkamerbrief REKENKAMERBRIEF
Uitkomsten DoeMee onderzoek en onderzoek Algemene Rekenkamer
Wat je bespaart...
‘Wat je bespaart, hoef je ook niet op te wekken’ Het afgelopen jaar heeft onze rekenkamer deelgenomen aan het grootschalige onderzoek naar het toezicht op en de handhaving van de energiebesparingsplicht en informatieplicht energiebesparing bij bedrijven en instellingen. Het onderzoek geeft u inzicht over de mogelijkheden om te sturen op beide plichten. Het levert ook een bijdrage aan een nationaal onderzoek van de Algemene Rekenkamer. Door de samenwerking tussen het Doe-mee-onderzoek en het onderzoek van de Algemene Rekenkamer zijn beide onderzoeken versterkt. Zo ontving de Algemene Rekenkamer van ons decentrale informatie die zijzelf niet kan verkrijgen. Het rapport van de Algemene Rekenkamer kan hierdoor een compleet beeld geven van hoe toezicht en handhaving van de energiebesparingsplicht vormgegeven is en waar nog kansen of weeffouten zijn. Het DoeMee rapport van de 109 rekenkamers geeft daarnaast inzicht in hoe gemeenten, provincies en omgevingsdiensten omgaan met de beide plichten en hoe zij meer energiebesparing kunnen bewerkstelligen.
2
>
Wat is de energiebesparingsplicht, wat is de informatieplicht energiebesparing; wat is de rol van de volksvertegenwoordiging? • Energiebesparingsplicht: bedrijven en instellingen die jaarlijks meer dan 50.000 kWh stroom of 25.000 m3 aardgas gebruiken, zijn verplicht energiebesparende maatregelen te nemen. Het gaat hierbij specifiek om investeringen die zij binnen vijf jaar kunnen terugverdienen. • Informatieplicht energiebesparing: bedrijven en instellingen zijn verplicht eens in de 4 jaar actief informatie te verstrekken aan hun omgevingsdienst over de energiebesparende maatregelen die zij hebben genomen. De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) beheert het digitale loket waarmee bedrijven dit aan hun omgevingsdienst laten weten. Het is de omgevingsdienst die het toezicht op de energiebesparingsplicht en de informatieplicht energiebesparing uitvoert in opdracht van het bevoegd gezag. De volksvertegenwoordigingen krijgen, zo laat het onderzoek zien, weinig zicht op de bereikte energiebesparing. Zij vragen daar ook bijna niet om. Meer nadruk op energiebesparing zou echter wel een bijdrage kunnen leveren aan het verminderen van energie- en netcongestieproblemen. Volksvertegenwoordigers kunnen enerzijds meer inzicht in de besparing en handhaving hierop vragen.
Anderzijds kunnen zij ook een sterkere focus vragen op controle van de daadwerkelijke besparing bij bedrijven als gevolg van de energiebesparingsplicht. Ze kunnen ook aandringen op hogere prioriteit voor (handhaving van en controle op) energiebesparing en meer inzicht in de feitelijke besparing om hier op te kunnen sturen.
Aanbevelingen aan de raad van Oss
Het DoeMee onderzoek: achtergrond en opzet
In deze benchmark én in ons onderzoek naar de Energietransitie1 constateerde de rekenkamer ook al dat er slechts beperkt zicht is op resultaten van de besparingsopgave. Het is aannemelijk dat een intensivering van de inspanningen voor de energiebesparings- en informatieplicht een extra besparing kan opleveren.
Waarom is dit een relevant thema?
REKENKAMERBRIEF
Aanbevelingen aan de raad van Oss Het DoeMee onderzoek
1. Vraag het college om een voorstel hiertoe, voorzien van de benodigde dekking, aan u voor te leggen2. Gezien de goede contacten die de afdeling economische zaken heeft met het Osse bedrijfsleven zou ook onderzocht kunnen worden of het gebrekkig zicht op het energiebesparingspotentieel kan worden verbeterd, waardoor de controlemogelijkheden van de omgevingsdienst kunnen worden vergroot. 2. Vraag het college u inzicht te geven in de mogelijkheden om het energiebesparingspotentieel via het netwerk van gemeente met bedrijven te vergroten. Het dashboard van de omgevingsdienst, waarin de prioriteit voor toezicht aan de hand van enkele parameters wordt berekend, dient geactualiseerd te worden om daarmee hun inspanningen efficiënter te maken. 3. Verzoek het college de actualisatie van het dashboard binnen de gemeenschappelijke regeling aan de orde te stellen. In het vervolg van deze brief informeren we u over de achtergrond en opzet van het DoeMee onderzoek, de belangrijkste bevindingen voor Oss, de belangrijkste bevindingen van het onderzoek bij 109 lokale overheden en die van het onderzoek van de Algemene Rekenkamer.
3
>
Kort samengevat: Wat je bespaart hoef je niet op te wekken en drukt niet op het stroomnet. Door netcongestie kunnen nieuwe huizen en bedrijven soms niet aangesloten worden op het stroomnet. Daarnaast is er nogal eens politieke onrust over de plaats waar windmolens of zonneparken kunnen komen. Ook zijn er hoge kosten gemoeid met het verzwaren van het stroomnet en de transitie naar gasloos. Dit maakt het besparen van energie een uiterst belangrijk onderwerp binnen de energietransitie. Alle energievraag die weggenomen kan worden door besparing, ontlast het net, spaart het milieu en leidt tot minder beslag op de ruimte voor windmolens en zonneparken. Zo komt er meer ruimte op het stroomnet voor andere gebruikers of groei bij bedrijven en instellingen, is er minder nieuwe opwek nodig en wordt het stroomnet ontlast. De energiebesparingsplicht (in combinatie met de informatieplicht energiebesparing) is een bestaand instrument om bedrijven en instellingen hierin hun rol te laten nemen. Het effect van deze plicht is echter tot op heden beperkt. Dat komt doordat er decentraal (te) weinig prioriteit aan controle en handhaving gegeven wordt. Het komt ook doordat de Rijksfinanciering te weinig stabiel is en de regeling complex is.
Met de controle en handhaving van de energiebesparingsplicht heeft de gemeenteraad een knop in handen om mee te sturen: zij kunnen de omgevingsdienst daartoe in staat stellen. Het onderzoek dat onze rekenkamer uitvoerde, als één van 109 overheden, heeft op landelijk niveau bijgedragen aan het agenderen van dit onderwerp en daarbij de urgentie over te brengen dat er op dit moment onvoldoende – en onvoldoende structurele - middelen beschikbaar zijn om de controle op en handhaving van de energiebesparingsplicht goed in te vullen.
1
De energietransitie in Oss, november 2023
2
De rekenkamer wijst erop dat u de politieke afweging kunt maken om hiermee geen haast te maken en af te wachten of de minister op basis van het advies van de Algemene Rekenkamer (zie verder in deze brief) komt met regelgeving voor een verbeterde energiebesparingsplicht. Dergelijke processen kosten echter in de regel vaak jaren.
De belangrijkste uitkomsten voor de gemeente Oss ( zie ook bijlage 1: Factsheet onderzoeksresultaten gemeente Oss) REKENKAMERBRIEF
Uitkomsten voor de gemeente Oss
In Oss zijn de rollen en taken van gemeenten, provincies en omgevingsdienst Brabant Noord (ODBN) met betrekking tot het toezicht op de energiebesparings- en informatieplicht helder. De opdracht op toezicht en handhaving van de energiebesparingsplicht aan de omgevingsdienst is in de begroting opgenomen, onder het overkoepelende onderwerp ‘omgevingsdiensten’. Er is een opdracht geformuleerd voor de omgevingsdienst over de invulling van toezicht en handhaving op de energiebesparingsplicht. De omgevingsdienst heeft een zogenoemd ‘Energiebod’ opgesteld. Dit heeft de gemeente vervolgens geborgd in het jaarlijkse werkprogramma dat samen met de omgevingsdienst wordt opgesteld. De opdracht wordt in de praktijk ook uitgevoerd: de omgevingsdienst voert de acties uit het Energiebod uit en rapporteert daarover richting de gemeente. De omgevingsdienst maakt daarnaast gebruik van rijksbijdragen. Tussen 2020 en 2023 was dat de regeling ‘versterkte uitvoering energietoezicht’ (VUE) en vanaf 2022 een specifieke uitkering van het rijk voor toezicht en handhaving van energiewetgeving (SPUK-THE). Deze rijksbijdragen zijn een aanvulling op de gemeentelijke opdracht, voor de SPUK-THE regeling is dat een voorwaarde. Het budget voor de opdracht aan de omgevingsdienst is bepaald in het Energiebod. Om te sturen op de taak van de omgevingsdienst m.b.t.
toezicht en handhaving van de energiebesparings- en informatieplicht vindt periodieke evaluatie plaats van het werk- en uitvoeringsprogramma op basis van voortgangsrapportages. In 2023 heeft de ODBN in de gemeente Oss 109 inspecties uitgevoerd op de energiebesparingsplicht. Toezichthouders van de ODBN toetsen tijdens de inspectie of bedrijven alle (erkende) maatregelen hebben uitgevoerd die zich binnen 5 jaar terugverdienen. Wanneer dat niet het geval is, ontvangen bedrijven een termijn waarbinnen zij die maatregelen alsnog moeten uitvoeren. In een hercontrole ziet de ODBN erop toe dat dit daadwerkelijk gebeurt. De energie-inspecties zijn uitgevoerd vanuit vier opdrachten/budgetten: het energiebod, het themaplan energie, de subsidieregeling versterkte uitvoering energietoezicht (VUE3) en de Specifieke uitkering toezicht en handhaving energie (SPUK-THE). De VUE3-regeling is in 2023 afgerond met een besteding van 100%. De uitvoering van de SPUK-THE subsidie is gestart in maart 2023, rekening houdend met een aanloop ligt de besteding daarvan op schema.
4
>
De gemeente geeft zelf ook invulling aan toezicht en handhaving van de energiebesparings- en informatieplicht energiebesparing, naast de taken
die bij de omgevingsdienst zijn belegd sinds 1 juli 2023. Vanuit de beleidsafdeling leefomgeving, wonen en economie (LWE) worden incidenteel communicatie-acties uitgezet. De omgevingsdienst geeft aan dat de basistaken sinds 1 juli 2023 volledig belegd zijn bij de omgevingsdienst. De taken die de gemeente zelf uitvoert, zijn de taken in het kader van de label C verplichting van kantoren. Oss is tevreden over de rapportage, die is binnen de huidige kaders voldoende. De gemeente ontvangt periodieke tussenrapportages, een jaarlijkse eindrapportage en de omgevingsdienst beantwoordt indien noodzakelijk vragen over de resultaten van de handhaving van de energiebesparingsplicht. In Oss is er -zoals overal in het land- slechts gedeeltelijk zicht op het aantal bedrijven dat valt onder de energiebesparings- en informatieplicht. Deze informatie downloadt de omgevingsdienst bij het e-loket van RVO.nl (Rijksdienst voor Ondernemend Nederland) en combineren zij met bedrijven waarvan zij op basis van eigen toezicht data uit algemene milieu-inspecties weten dat ze aan de energiebesparingsplicht moeten voldoen. De informatie ontbreekt in sommige gevallen omdat de omgevingsdienst geen inzicht heeft in energieverbruiksgegevens van bedrijven. Deze gegevens kunnen worden opgevraagd, maar dan moeten deze bedrijven wel bij de omgevingsdienst bekend zijn.
Dat is niet altijd het geval, omdat niet alle bedrijven waarvoor de informatie- of energiebesparingsplicht geldt milieurelevant zijn en onder milieutoezicht van de omgevingsdienst vallen. De omgevingsdienst heeft acties ondernomen om (volledig) inzicht te krijgen door een voorspelling te maken welke bedrijven boven de grenswaarden zitten en deze aan te schrijven. Daaruit bleek helaas dat de voorspelling niet nauwkeurig was. De omgevingsdienst heeft dus geen zicht op het energiebesparingspotentieel bij bedrijven en instellingen. De omgevingsdienst heeft wel indicatief zicht op de totaal gerealiseerde energiebesparing die dankzij de energiebesparingsplicht is gerealiseerd in 2023: 848.000 kWh elektriciteit en 77.000 m3 aardgas. De in Oss bereikte besparing door toezicht is 847.509 kWh x 0,0036 = 3.051 GJ aan elektra en 76.645 m3 x 0,03165 GJ = 2.426 GJ aan aardgas. Samen 5.477 GJ. Deze besparing is vergelijkbaar met het energieverbruik van 119 huishoudens en voorkomt de uitstoot van 445 ton CO2. De bedrijven die in Oss zijn bezocht, besparen met de maatregelen gemiddeld 5,7% op hun energieverbruik.
REKENKAMERBRIEF
Uitkomsten bij 109 overheden
Het aantal bedrijven dat per jaar wordt gecontroleerd wordt bepaald aan de hand van het beschikbare budget. Naar schatting zou de omgevingsdienst 5-10 jaar nodig hebben vanaf de start van de werkzaamheden om alle bedrijven en instellingen binnen de gemeente te controleren op de energiebesparings- en informatieplicht. De omgevingsdienst stelt prioriteiten met betrekking tot welke partijen gecontroleerd worden op de energiebesparingsplicht, namelijk op basis van een eigen risicoanalyse die specifiek gericht is op de energiebesparingsplicht. De omgevingsdienst heeft een dashboard waarin de prioriteit voor toezicht aan de hand van enkele parameters berekend wordt. Dit dashboard moet wel worden geactualiseerd. De omgevingsdienst voert voor de gemeente Oss veel werk uit (23000 uur per jaar) en energie is daar een onderdeel van. De gemeente ontvangt dan ook niet specifiek alleen voor dit onderwerp rapportages. De handhaving op de energiebesparings- en informatieplicht is een (klein) onderdeel van al het werk. De Osse raad heeft, net als het overgrote deel van de raden van deelnemende gemeenten, nooit vragen gesteld over de invulling van de energiebesparings- en informatieplicht, nog over de bereikte resultaten (zoals reductie CO2 en vermindering verbruik van gas en elektriciteit).
Wat zijn de belangrijkste uitkomsten van het onderzoek bij 109 overheden?3 97 gemeenten en 12 provincies hebben samen onderzoek laten doen naar het toezicht op en de handhaving van de energiebesparingsplicht van bedrijven en instellingen. De Algemene Rekenkamer heeft, parallel hieraan, onderzoek gedaan naar de totstandkoming, bekostiging en uitvoering van dit beleid op Rijksniveau. Wij rapporteren hier de belangrijkste bevindingen en geven aan wanneer Oss afwijkt van het landelijke beeld.
De opzet van het DoeMee onderzoek 2024: • De hoofdvraag: “Welke inspanningen plegen gemeenten en provincies bij het toezicht en de handhaving van de energiebesparingsplicht en de informatieplicht energiebesparing en wat zijn daarvan de resultaten?” • Onderzoek doormiddel van enquêtes, aangevuld met desk-study en focusgroepen. • De rol van gemeenten en provincies: sturing, handhaving en toezicht. • De rol van omgevingsdiensten: informatiepositie, toezicht en handhaving. • Omgevingsdiensten leverden informatie over resultaten: inspanningen, maatregelen en gerealiseerde energiebesparing.
Rolneming gemeenten en provincies, het overgrote deel: • Heeft een opdracht aan de omgevingsdienst geformuleerd; de omgevingsdienst voldoet hieraan. • Stuurt op de taken bij de omgevingsdienst. • Is minder tevreden over kwaliteit van de rapportages van de omgevingsdiensten. In Oss is men wel tevreden over de rapportages. • Organiseert zelf, los van de omgevingsdienst, geen toezicht en handhaving op de energiebesparingsplicht. De gemeente Oss doet dit wel in het kader van de label C4 verplichting uit het bouwbesluit.
5
>
3
Voor het volledige rapport en de factsheet van alle resultaten bij gemeentes zie de bijlagen 2 en 3.
4
De Energielabel C-verplichting stelt dat kantoorgebouwen per 1 januari 2023 een geldig label met een maximumwaarde voor primair fossiel energiegebruik van 225 kWh per m2 per jaar moeten hebben. Dit staat gelijk aan een label C bij een gebouw dat uitsluitend een kantoorfunctie heeft.
REKENKAMERBRIEF
Uitkomsten Algemene Rekenkamer
De rolneming van de volksvertegenwoordiging:
De conclusies van het DoeMee onderzoek
• Amper meer dan een kwart van de gemeenten (27%) geeft aan dat er wel eens vragen of opmerkingen vanuit de gemeenteraad zijn geweest. Vragen gingen bijvoorbeeld over de werkwijze, de voortgang van de uitvoering van de werkzaamheden (aantal controles, naleefgedrag) en de bereikte resultaten. De meeste van de vragen over de bereikte resultaten gingen over de gerealiseerde CO2 reductie, over de hoeveelheid controles en naleefgedrag en het type uitgevoerde maatregelen. • Zeven van de twaalf provincies geven aan dat er wel eens vragen/opmerkingen zijn geweest van Provinciale Staten over de uitvoering van toezicht en handhaving op de energiebesparingsplicht. Deze vragen gingen met name over de samenwerking tussen de bevoegde gezagen en de omgevingsdienst in de regio. Ook werd gevraagd naar de voortgang en implementatie van de energiebesparings- en informatieplicht, naar energiebesparingsmogelijkheden van bedrijven en de efficiëntie van de werkzaamheden van omgevingsdiensten en naar de invulling, controle op en voortgang van de verplichtingen bij de gemeenten binnen de provincie.
• Landelijke en provinciale middelen hebben intensivering van de controle en handhaving op de energiebesparingsplicht mogelijk gemaakt. • Door het tijdelijke karakter van de intensiveringen is er een gebrek aan continuïteit bij de omgevingsdiensten, dit uit zich bijvoorbeeld in het niet in kunnen zetten van vast personeel. • Er is bij gemeenten, provincies en omgevingsdiensten gebrekkig zicht op bedrijven en instellingen die moeten voldoen aan de energiebesparingsplicht en de plicht hier inlichtingen over te geven. • Er is gebrekkig zicht op zowel het energiebesparingspotentieel als de gerealiseerde energiebesparing. • De complexe regelgeving vereist specialistische toezichthouders bij omgevingsdiensten.
Uitkomsten omgevingsdiensten: • Hebben over het algemeen redelijk zicht op bedrijven en instellingen en gebruiken hiervoor diverse bronnen. • Hebben geen inzicht in energieverbruikgegevens bij de te controleren bedrijven. • Voeren controles soms gericht uit, soms als onderdeel van algemene controles. • Het aantal controles op de energiebesparingsplicht is afhankelijk van (aanvullende) decentrale en landelijke middelen. • De prioritering van controles is veelal op basis van de rubricering van bedrijven door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland. • Tussen 2019 en 2023 was er een intensivering van de controles en daarmee ook een stijging van het aantal geconstateerde overtredingen. • Met het huidige tempo van controles van alle bedrijven wordt 36% elke 2 à 5 jaar , en 44% elke 5 à 10 jaar gecontroleerd. • Het merendeel van de omgevingsdiensten geeft aan “geen zicht te hebben op het energiebesparingspotentieel van bedrijven”. Dit is hoeveel energie bedrijven zouden kunnen besparen als zij aan de energiebesparingsplicht zouden voldoen. • Daarmee kunnen de omgevingsdiensten dit inzicht ook niet aan volksvertegenwoordigingen en dagelijkse besturen bieden.
6
>
Wat zijn de belangrijkste uitkomsten van het Algemene Rekenkamer onderzoek? Op 21 november publiceert de Algemene Rekenkamer het rapport Energiebesparingsplicht, 2008-2023. Hoge ambities, Onbekend resultaat. Hoewel al vaak werd gesteld dat de plicht niet werkte, is dat voor het eerst structureel in kaart gebracht. De minister weet niet hoeveel energie wordt bespaard door de plicht, hoeveel bedrijven voldoen aan de plicht en hoeveel controles plaatsvinden. Deels is dat het gevolg van het gedecentraliseerde systeem waarbinnen de energiebesparingsplicht wordt gehandhaafd. Deels komt het ook omdat de minister geen acties heeft ondernomen om zicht te krijgen op zaken als kosten, controles en naleving. Veel van de ingrepen van de minister en haar voorgangers om de energiebesparingsplicht te verbeteren werden niet onderbouwd en de resultaten worden niet onderzocht. Door het onderzoek bij 109 decentrale overheden, kreeg de Algemene Rekenkamer inzichten in de decentrale situatie die zij anders nooit hadden kunnen verkrijgen. Zo is er nu meer bekend over controles die gemeenten en provincies bekostigden. Ook weten we nu meer over hoeveel jaar omgevingsdiensten nodig hebben om alle bedrijven die onder de plicht vallen te controleren. Door het DoeMee onderzoek van de Vereniging van Rekenkamers, ontstond een compleet beeld van de energiebesparingsplicht: van beleid tot uitvoering.
Hiermee kan het realiteitsgehalte van de ambities en doelen van de minister beter worden ingeschat. De Tweede Kamer kan hierdoor nog beter worden geïnformeerd.
REKENKAMERBRIEF
Uitkomsten Algemene Rekenkamer
Voor lokale rekenkamers zijn enkele zaken in dit rapport van de Algemene Rekenkamer bij uitstek interessant, omdat dit raakt aan het onderzoek dat zij uitvoerden naar het toezicht op en de handhaving van de plicht: • Opeenvolgende ministers en kabinetten wilden dat elke 4 jaar 100% van de bedrijven en instellingen die onder de energiebesparingsplicht vallen, laten controleren. Volgens een vorig kabinet zijn hierover afspraken gemaakt (hoofdstuk 6.1). • De minister weet niet hoeveel controles plaatsvinden die zijn bekostigd door provincies en gemeenten. De cijfers uit het DoeMee-onderzoek 2024 + cijfers van de minister over door haar bekostigde controles wijzen uit dat de ambitie niet is gehaald. (hoofdstuk 6.2). • De minister van Klimaat weet echter niet hoeveel een complete controle van de hele doelgroep kost én zij weet niet hoeveel provincies en gemeenten uitgeven aan de controles. De Algemene Rekenkamer schat in dat € 20-54 miljoen per jaar nodig is voor een volledige controle (hoofdstuk 6.3). De minister maakte echter maar € 5,5-18,5 miljoen per jaar vrij. • Bij dit alles vraagt de Rekenkamer aandacht voor de doelmatigheid van het toezicht. Een complete 4-jaarlijkse controle van de hele doelgroep kost veel geld.
Maar de opbrengst van de energiebesparingsplicht bij de circa 90.000 bedrijven die ook al voor 2023 onder de plicht vielen, levert waarschijnlijk minder op dan volledige controle bij de circa 300 ETS-bedrijven.5 De Algemene Rekenkamer beveelt de minister van Klimaat en Groene Groei ook aan om de scenario’s te ontwikkelen voor een verbeterde energiebesparingsplicht en daaruit een keuze te maken. Ook wordt aanbevolen om afspraken te maken met de staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat, provincies en gemeenten over een gewenst en realistisch toezicht. Namens de rekenkamer Oss, Astrid van de Klift, voorzitter
5 7
ETS-bedrijven zijn bedrijven met installaties met een totaal thermisch ingangsvermogen van meer dan 20 megawatt (MW). Het thermisch ingangsvermogen geeft aan hoeveel brandstof maximaal verstookt kan worden.
Bestuurlijke reactie
Geachte voorzitter van de rekenkamer Oss,
BESTUURLIJKE REACTIE
Wij hebben van u een aantal documenten ontvangen met betrekking tot de zogenoemde energiebesparingsplicht. Het betreft de Rekenkamerbrief Uitkomsten DoeMee onderzoek en het onderzoek van de Algemene Rekenkamer: Wat je bespaart, hoef je niet op te wekken. Het onderzoek, zeker nu dit landelijk is uitgevoerd, doet recht aan het belang van toezicht op energiebesparende maatregelen. Wij zijn blij dat u concludeert dat wij deze taak goed in samenwerking met onze Omgevingsdienst Brabant Noord (ODBN) uitvoeren. Middels deze brief informeren wij u hierover. En geven wij onze reactie op de aanbevelingen.
Vooraf
Eerst willen wij opmerken dat het onderwerp Energiebesparingsplicht bij bedrijven onderdeel uit maakt van het speerpunt Duurzaamheid zoals opgenomen in het VTH-plan 2023-2026. Binnen dat speerpunt laten wij de ODBN toezicht en handhaving uitvoeren op de wettelijk bepaalde energiebesparingsplicht bij bedrijven. Wij doen dat via het zogenoemde Energiebod: de ODBN bezoekt in de periode 2022 t/m 2030 alle energierelevante bedrijven, waar de gemeente een wettelijke toezichttaak heeft, gemiddeld één keer. Het doel is om conform de regionale Energiestrategie (RES) 11% energie te besparen in 2030 ten opzichte van 2017. De uitvoering loopt volgens planning. Wij zullen in ons Jaarverslag VTH 2025 (planning eerste kwartaal 2026) daar dieper op ingaan. Naast het uitvoeren van deze controles, sluit het onderwerp energiebesparing aan bij een aantal van onze grotere beleidsdoelen zoals de Energietransitie, Klimaatadaptatie en Circulaire Economie. Vanuit die doelen lopen er ook een aantal concrete acties. Zo hebben we een Zakelijk energieloket. En zijn we aan de slag met projecten als Grote Oogst Moleneind.
Aanbevelingen aan de Raad
Intensivering inspanningen: U constateert dat er slechts beperkt zicht is op resultaten van de besparingsopgave. Het is aannemelijk dat een intensivering van de inspanningen voor de energiebesparings- en informatieplicht een extra besparing kan opleveren. Daarom stelt u voor om het college een voorstel hiertoe, voorzien van de benodigde dekking, aan de gemeenteraad voor te leggen. Uw voorstel is begrijpelijk. Wij zullen samen met de ODBN een voorstel maken met mogelijke scenario’s. Belangrijk daarbij is dat de ODBN aan geeft dat er momenteel meerdere landelijke subsidiemogelijkheden of andere Rijksbijdragen in de maak zijn, die mogelijk al extra besparing of een versnelling op gaan leveren. Eind 2025 of begin 2026 is daar meer duidelijkheid over. Daarom zullen wij uw voorstel mee nemen in het nieuwe VTH beleidsplan 2027-2030. Dat plan stellen wij in 2026 op en wij zullen de gemeenteraad in het najaar van 2025 nader informeren over dit plan, haar rol daarin en de planning. Netwerk gebruiken: Volgens u zouden we, gezien de goede contacten die we hebben met het Osse bedrijfsleven, kunnen onderzoeken of het gebrekkig zicht op het energiebesparingspotentieel kan worden verbeterd, waardoor de controlemogelijkheden van de omgevingsdienst kunnen worden vergroot.
U stelt voor dat wij de raad inzicht geven in de mogelijkheden om het energiebesparingspotentieel via het netwerk van gemeente met bedrijven te vergroten. Naast het uitvoeren van controles op de energiebesparende maatregelen, zetten wij op onze beleidsvelden ook op andere manieren in op onder andere energiebesparing. Concrete voorbeelden zijn ons Zakelijk energieloket. En zijn we aan de slag met projecten als Grote Oogst Moleneind. Door de uitvoering van de controles en de acties vanuit de genoemde beleidsvelden nog beter op elkaar af te gaan stemmen, willen we nog meer energiebesparing bereiken. Hoe we dat gaan doen, en hoe we dat integraal met andere doelen op gebied van duurzaamheid (Energietransitie, Klimaatadaptatie en Circulaire Economie), gaan we onderzoeken. in het nieuwe VTH beleidsplan 2027-2030 komen we daarop terug.
8
Actueel dashboard: Het dashboard van de omgevingsdienst, waarin de prioriteit voor toezicht aan de hand van enkele parameters wordt berekend, dient volgens u geactualiseerd te worden om daarmee hun inspanningen efficiënter te maken. U verzoekt ons de actualisatie van het dashboard binnen de gemeenschappelijke regeling aan de orde te stellen. Net zoals bij de aanbeveling over het intensiveren van de inspanningen, hebben we hier de ODBN voor nodig. Wij hebben de ODBN ook al gevraagd om de mogelijkheden te onderzoeken om het dashboard te verbeteren. Momenteel is de ODBN hiermee bezig. In het eerstvolgende jaarverslag (Jaarverslag VTH 2025, planning voorjaar 2026) zullen wij u hier nader over informeren. BESTUURLIJKE REACTIE
Wij gaan er van uit met deze reactie voldoende te hebben gereageerd op uw rapport. Hoogachtend, Burgemeester en wethouders van de gemeente Oss, Namens dezen, De secretaris, H. Reints De burgemeester, F.T. de Jonge
9
Factsheet DoeMee Onderzoek 2024
Energiebesparingsplicht en informatieplicht energiebesparing Het DoeMee Onderzoek 2024 richt zich op de energiebesparingsplicht en informatieplicht energiebesparing. Deze factsheet is opgesteld voor de gemeente Oss op basis van de ingevulde vragenlijst door de gemeente en omgevingsdienst Brabant-Noord. De dikgedrukte blauwe tekst geeft het antwoord op de enquête en eventuele toevoegingen/ wijzigingen vanuit de schriftelijke validatie weer. Er is gevraagd om aanvullende informatie aan te leveren over de opdrachtformulering, afgesproken doelstellingen, resultaten en energiebesparende maatregelen die zijn getroffen. Een documentenanalyse is indien er documenten zijn aangeleverd opgenomen aan het eind van de factsheet. De factsheet is gevalideerd door de omgevingsdienst Brabant-Noord, de gemeente Oss heeft de factsheet niet gevalideerd.
BIJLAGEN
Gemeente Oss
1. FACTSHEET OSS
Algemene informatie De rollen en taken van gemeenten, provincies en omgevingsdienst met betrekking tot het toezicht op de energiebesparings- en informatieplicht zijn op dit moment helder. De opdracht op toezicht en handhaving van de energiebesparingsplicht aan de omgevingsdienst is in de begroting opgenomen, onder het overkoepelende onderwerp ‘omgevingsdiensten’. Er is een opdracht geformuleerd voor de omgevingsdienst over de invulling van toezicht en handhaving op de energiebesparingsplicht. De omgevingsdienst heeft een zogenoemd ‘Energiebod’ opgesteld. Dit heeft de gemeente vervolgens geborgd in het jaarlijkse werkprogramma dat samen met de omgevingsdienst wordt opgesteld. De opdracht wordt in de praktijk ook uitgevoerd: de omgevingsdienst voert de acties uit het Energiebod uit en rapporteert daarover richting de gemeente.
10
>
De omgevingsdienst maakt daarnaast gebruik van rijksbijdragen. Tussen 2020 en 2023 was dat de regeling ‘versterkte uitvoering energietoezicht’ (VUE) en vanaf 2022 een specifieke uitkering van het rijk voor toezicht en handhaving van energiewetgeving (SPUK-THE). Deze rijksbijdragen zijn een aanvulling op de gemeentelijke opdracht, voor de SPUK-THE regeling is dat een voorwaarde. Het budget voor de opdracht aan de omgevingsdienst is bepaald in het
Energiebod. Om te sturen op de taak van de omgevingsdienst m.b.t. toezicht en handhaving van de energiebesparings- en informatieplicht vindt periodieke evaluatie van het werk- en uitvoeringsprogramma op basis van voortgangsrapportages plaats. De gemeente geeft zelf ook invulling aan toezicht en handhaving van de energiebesparings- en informatieplicht energiebesparing, naast de taken die bij de omgevingsdienst zijn belegd sinds 1 juli 2023. Vanuit de beleidsafdeling LWE worden incidenteel communicatie-acties uitgezet. De omgevingsdienst geeft aan dat de basistaken sinds 1 juli 2023 volledig belegd zijn bij de omgevingsdienst. De taken die de gemeente zelf uitvoert, worden waarschijnlijk uitgevoerd in het kader van de label C verplichting van kantoren.
Informatievoorziening Er zijn in de opdracht vastgelegde afspraken gemaakt over de monitoringsen verantwoordingsinformatie met de omgevingsdienst m.b.t. de energiebesparingsplicht. De omgevingsdienst rapporteert aan alle deelnemers van het Energiebod. Ook wordt door de omgevingsdienst in de jaarverslagen gerapporteerd. Het is onbekend of er KPI’s zijn afgesproken met omgevingsdiensten over de monitorings- en verantwoordingsinformatie m.b.t. de energiebesparingsplicht. De gemeente ontvangt periodieke tussenrapportages, een jaarlijkse eindrapportage en beantwoordt vragen indien noodzakelijk over de resultaten van de handhaving van de energiebesparingsplicht door de omgevingsdienst. De rapportages die door de omgevingsdienst aan de gemeente worden verstrekt leveren op de meeste punten adequate informatie over de uitvoering van toezicht en handhaving op de energiebesparings- en informatieplicht. De omgevingsdienst voert voor de gemeente Oss veel werk uit (23000 uur per jaar) en energie is daar een onderdeel van. De gemeente ontvangt dan ook niet specifiek alleen voor dit onderwerp rapportages. De handhaving op de energiebesparings- en informatieplicht is een (klein) onderdeel van al het werk.
Vanuit de gemeenteraad zijn er geen vragen gekomen over de uitvoering van toezicht en handhaving op de energiebesparingsplicht door de omgevingsdienst. Over de bereikte resultaten, (zoals reductie CO2 en vermindering verbruik van gas en elektriciteit) zijn vanuit de gemeenteraad ook geen vragen/opmerkingen geweest.
Omgevingsdienst Brabant-Noord en gemeente Oss Algemene informatie De rollen en taken van gemeenten, provincies en omgevingsdienst met betrekking tot het toezicht op de energiebesparings- en informatieplicht zijn op dit moment ook voor de omgevingsdienst helder. De energiebesparingsplicht is als apart taakveld onderdeel van het VTH-stelsel (Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving).
BIJLAGEN 1. FACTSHEET OSS
11
Resultaat
>
Er is gedeeltelijk zicht op het aantal bedrijven dat valt onder de energiebesparings- en informatieplicht. Deze informatie downloadt de omgevingsdienst bij het e-loket van RVO.nl (Rijksdienst voor Ondernemend Nederland) en combineren zij met bedrijven waarvan zij op basis van eigen toezicht data uit algemene milieu-inspecties weten dat ze aan de energiebesparingsplicht moeten voldoen. De informatie ontbreekt in sommige gevallen omdat de omgevingsdienst geen inzicht heeft in energieverbruiksgegevens van bedrijven. Deze gegevens kunnen worden opgevraagd, maar dat betekent dat deze bedrijven wel bij de omgevingsdienst bekend moeten zijn. Dat is niet altijd het geval, omdat niet alle bedrijven waarvoor de informatie- of energiebesparingsplicht geldt milieurelevant zijn en onder milieutoezicht van de omgevingsdienst vallen. De omgevingsdienst heeft acties ondernomen om (volledig) inzicht te krijgen door een voorspelling te maken welke bedrijven boven de grenswaarden zitten en deze aan te schrijven. Daaruit bleek dat de voorspelling niet nauwkeurig was. Er is gedeeltelijk zicht op het aantal bedrijven dat zich niet aan de informatieplicht energiebesparing houdt. Deze informatie komt deels van het CBS (Centraal Bureau voor Statistiek), wordt deels zelf verzameld door de Omgevingsdienst en is deels afkomstig van de gemeente.
De informatie ontbreekt in sommige gevallen omdat de omgevingsdienst geen inzicht heeft in energieverbruiksgegevens van bedrijven. Deze gegevens kunnen worden opgevraagd, maar dat betekent dat deze bedrijven wel bij de omgevingsdienst bekend moeten zijn. De omgevingsdienst heeft acties ondernomen om (volledig) inzicht te krijgen door een voorspelling te maken welke bedrijven boven de grenswaarden zitten en deze aangeschreven. Er
wordt zowel per brief/e-mail als telefonisch en persoonlijk contact gemaakt met bedrijven die niet voldoen aan de informatieplicht energiebesparing.
Organisatie van het toezicht De omgevingsdienst ziet toe op de uitvoering van de energiebesparingsplicht door specifieke energiecontroles uit te voeren aan de hand van de erkende maatregelenlijst. Het aantal bedrijven dat per jaar wordt gecontroleerd wordt bepaald aan de hand van het beschikbare budget. Naar schatting zou de omgevingsdienst 5-10 jaar nodig hebben vanaf de start van de werkzaamheden om alle bedrijven en instellingen binnen de gemeente te controleren op de energiebesparings- en informatieplicht. De omgevingsdienst stelt prioriteiten met betrekking tot welke partijen gecontroleerd worden op de energiebesparingsplicht, namelijk op basis van een eigen risicoanalyse die specifiek gericht is op de energiebesparingsplicht. De omgevingsdienst heeft een dashboard waarin de prioriteit voor toezicht aan de hand van enkele parameters berekend wordt. Dit dashboard moet wel worden geactualiseerd.
Kwantitatieve informatie De omgevingsdienst heeft de kwantitatieve informatie uit onderstaande tabellen ingevuld voor de gemeente. Onderstaande tabel bevat informatie over het aantal gecontroleerde bedrijven door de omgevingsdienst in de periode 2019 – 2023. Jaar
Aantal bedrijven gecontroleerd
2019
19
2020
32
2021
66
2022
73
2023
109
In 2023 zijn door de omgevingsdienst 647 uren besteed aan energietoezicht in Oss (exclusief de inzet van een extern bureau voor de VUE-3 subsidieregeling). Het percentage bedrijven waar overtredingen zijn aangetroffen voor en na hercontrole en hoe vaak welk type repressieve handhaving is opgelegd tussen 2019 en 2023, wordt niet specifiek gemonitord. In het geval er repressieve handhaving heeft plaatsgevonden, is een herstel-
termijn opgelegd en is een voornemen tot last onder dwangsom verstuurd. De omgevingsdienst heeft geen zicht op het energiebesparingspotentieel bij bedrijven en instellingen. De omgevingsdienst heeft wel indicatief zicht op de totaal gerealiseerde energiebesparing die dankzij de energiebesparingsplicht is gerealiseerd in de afgelopen jaren. De totaal gerealiseerde energiebesparing is indicatief voor het jaar 2023 in onderstaande tabel weergegeven: Jaar
Gerealiseerde energiebesparing in kWh
Gerealiseerde energiebesparing in m3
2023
847.509
76.645
BIJLAGEN 1. FACTSHEET OSS
Aanwezig?
Aanwezig?
Aanvullende informatie
Begroting
x
Voortgangsrapportage
√
2019 - 2022
Werkprogramma
√
2019 – 2024; eigenlijk overzicht uren per onderdeel werkprogramma
Uitvoeringsplan
√
2018 - 2023
Aanvullend
√
Artikel over energiebesparing bij bedrijven & artikel over energieproject via duurzaamoss.nl
De uitvoeringsplannen van de Omgevingsdienst Brabant-Noord schetsen het kader waarbinnen de omgevingsdienst uitvoering geeft aan de vergunning-, toezicht- en handhavingstaken (VTH-taken) op het gebied van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) en gemeentelijke prioriteiten. Jaarlijks stelt de Omgevingsdienst Brabant-Noord per gemeente een werkprogramma op. Hierin zijn de ontwikkelingen uit de kadernota meegenomen, indexering van uren op basis van kengetallen en eventuele (nieuwe of aangepaste) verzoektaken van de gemeente.
Aanvullende documentenanalyse Categorie
Categorie
Documenten
Toelichting Begroting Opdracht Beleidstukken Werkprogramma Voortgangsrapportage Aanvullend
Oss
Regio
Aangeschreven
Rapportage ingediend
Uitgesteld/ nog niet akkoord
Hoeft niet
Heeft niet gereageerd
Rapportage in e-loket
R1*
R2*
R3*
230
69
0
70
91
321
199
88
34
100%
30%
0%
30%
40%
100%
62%
72%
11%
3.004
281
146
1.520
1.057
2610
1642
660
308
100%
9%
5%
51%
35%
100%
63%
25%
12%
* R1: bedrijven die melden nog niet alle wettelijk verplichte EML maatregelen te hebben getroffen; ** R2: bedrijven die melden alternatieve maatregelen te hebben getroffen; *** R3: bedrijven die melden alle EML maatregelen te hebben getroffen; 12
Samenvatting en aanleiding Samenvatting
Uitkomsten van het onderzoek
Achtergrond en doel van het onderzoek
De onderzoeksvragen zijn uitgezet bij gemeenten, provincies en omgevingsdiensten. De uitkomsten van de antwoorden op deze vragen zijn hieronder samengevat.
In dit DoeMee-onderzoek 2024 doen in totaal 109 rekenkamers onderzoek naar de energie-besparingsplicht en de informatieplicht energiebesparing, op initiatief en onder begeleiding van de Vereniging van Rekenkamers (VVR). De uitkomsten van dit DoeMee-onderzoek bieden inzicht in de manier waarop gemeenten, provincies en omgevingsdiensten toezicht en handhaving op deze plichten hebben georganiseerd en wat de resultaten hiervan zijn. BIJLAGEN
De energiebesparingsplicht en de informatieplicht energiebesparing in het kort
2. EINDRAPPORT VVR
Om de uitkomsten van het onderzoek goed te kunnen duiden, is inzicht in de werking en organisatie van de energiebesparingsplicht en de informatieplicht energiebesparing nodig. Hieronder is dit kort weergegeven: • Energiebesparingsplicht: bedrijven en instellingen die jaarlijks meer dan 50.000 kWh stroom of 25.000 m3 aardgas gebruiken, zijn verplicht energiebesparende maatregelen te nemen. Het gaat hierbij specifiek om investeringen die zij binnen vijf jaar kunnen terugverdienen. • Informatieplicht energiebesparing: bedrijven en instellingen zijn verplicht eens in de 4 jaar actief informatie te verstrekken aan hun omgevingsdienst over de energiebesparende maatregelen die zij hebben genomen. De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) beheert het digitale loket waarmee bedrijven dit aan hun omgevingsdienst laten weten. Het is de omgevingsdienst die het toezicht op de energiebesparingsplicht en de informatieplicht energiebesparing uitvoert in opdracht van het bevoegd gezag.
Samenvatting
13
>
De belangrijkste uitkomsten van het onderzoek onder de gemeenten zijn: • Bij meer dan driekwart van de gemeenten (77%) is de opdracht op toezicht en handhaving van de energiebesparingsplicht aan de omgevingsdienst in de begroting opgenomen, meestal onder het overkoepelende onderwerp ‘omgevingsdiensten’. Hierbij is dus niet specifiek onderscheid gemaakt naar de energiebesparingsplicht en de informatieplicht energiebesparing, maar is die taak onder één noemer samengebracht met andere taken die bij de omgevingsdienst belegd zijn. • In 70% van de gemeenten is er een opdracht richting de omgevingsdiensten geformuleerd met betrekking tot de energiebesparingsplicht en de informatieplicht energiebesparing. • Aan de opdracht wordt in de meeste gevallen (92%) ook voldaan. Er zijn uiteenlopende redenen waarom er geen opdracht vanuit de gemeente richting de omgevingsdiensten geformuleerd is. Een aantal gemeenten geeft hierbij aan dat dit onderdeel is van de basistaak van de omgevingsdienst en het daardoor niet nodig is een aanvullende opdracht te formuleren. • Er wordt door 80% van de gemeenten gestuurd op de taken van de omgevingsdienst. Dit gebeurt meestal door voortgangsrapportages, periodieke overleggen over, of evaluatie van, de voortgang.
Bij 61% van de gemeenten zijn er ook formeel afspraken gemaakt over de monitorings- en verantwoordingsinformatie met betrekking tot de energiebesparings-plicht. In 46% van de gemeenten zijn hier ook kritische prestatie indicatoren (KPI’s) aan verbonden, zoals het aantal controles. In een even groot deel (46%) van de gemeenten gebeurt dit overigens niet. • De rapportages die de gemeenten ontvangen, worden door 38% van de gemeenten van goede kwaliteit bevonden. In 39% van de gevallen bevatten de rapportages geen of niet voldoende adequate informatie. In het geval rapportages geen adequate informatie leveren, geven gemeenten in de toelichting aan dat er bijvoorbeeld geen specifieke gemeentelijke kengetallen geleverd worden en/of de informatie globaal is. Daarnaast geven meerdere gemeenten aan dat de rapportages geen inzicht geven in de behaalde resultaten, zoals de hoeveelheid gerealiseerde energiebesparing en de toegevoegde waarde van handhaving.
• Ongeveer een kwart (26%) van de gemeenten vervult zelf ook nog taken. Drie gemeentengeven bijvoorbeeld aan dat zij eigen toezichthouders hebben die toezien op de niet-basistaakbedrijven. Een van de gemeenten geeft hierbij aan dat zij energiegegevens opvraagt die de omgevingsdienst kan gebruiken voor toezicht en handhaving op de verplichtingen. Een aantal gemeenten geeft aan het toezicht op kantoorgebouwen die over minimaal energielabel C dienen te beschikken, zelf uit te voeren. Daarnaast zijn er twee gemeenten die toezicht en handhaving op de verplichtingen ook na 1 juli 2023 nog zelf uitvoeren. De belangrijkste uitkomsten van het onderzoek onder de provincies zijn: • Bij tien van de twaalf provincies is de opdracht op toezicht en handhaving van de energiebesparingsplicht aan de omgevingsdienst in de begroting opgenomen, meestal onder het overkoepelende onderwerp ‘omgevingsdiensten’. • Bij tien van de twaalf provincies is er een opdracht richting de omgevingsdiensten geformuleerd met betrekking tot de energiebesparingsplicht en de informatieplicht energiebesparing. Bij drie provincies wordt de opdracht jaarlijks opgenomen in het uitvoeringsprogramma en bij vier provincies is de opdracht opgenomen in het werkplan van de omgevingsdiensten en bij drie provincies zijn de werkzaamheden benoemd in een opdrachtformulier.
Aan de opdracht wordt in de meeste gevallen (80%) ook voldaan. • Er wordt door elf provincies gestuurd op de taken van de omgevingsdienst en één van de provincies kon hier geen antwoord op geven. Het meest wordt gestuurd op basis van een periodieke evaluatie van het werk- en uitvoeringsprogramma en/of op basis van voortgangsrapportages (vijf provincies). Bij vier provincies vindt er periodiek overleg over de voortgang plaats. Bij acht provincies zijn er ook formeel afspraken gemaakt over de monitorings- en verantwoordingsinformatie met betrekking tot de energiebesparingsplicht. In vijf provincies zijn hier ook KPI’s aan verbonden. • Zes provincies geven aan dat de rapportages adequate informatie bevatten. De respondenten die aangeven dat er op sommige punten adequate informatie wordt geleverd (1) of geen adequate informatie wordt geleverd (3), geven aan dat de rapportage geen inzicht geven in de effecten, zoals bijvoorbeeld een reductie in CO2-uitstoot als gevolg van vermindering van gas- en elektriciteitsverbruik. • Tien provincies geven aan dat zij zelf geen invulling geven aan toezicht en handhaving van de verplichtingen, naast de taken die bij de omgevingsdienst zijn belegd. Eén provincie geeft aan wel zelf invulling te
BIJLAGEN
2. EINDRAPPORT VVR Samenvatting
14
>
geven aan toezicht en handhaving van de verplichtingen. Deze provincie heeft in de periode 2021-2023 een projectmatige inhaalslag energie-besparingsplicht toegepast voor het aanpassen van vergunningen met voorschriften voorwettelijke verplichte energiebesparing voor energierelevante vergunningplichtige bedrijven. De provincie geeft aan zelf toezicht en handhaving uit te voeren op de implementatie van de wettelijke verplichte energiebesparingsmaatregelen die bedrijven moeten nemen. De belangrijkste uitkomsten van het onderzoek onder de omgevingsdiensten zijn: • Omgevingsdiensten hebben allemaal (gedeeltelijk) zicht op de bedrijven en instellingen die vallen onder de energiebesparings- en informatieplicht. Aan dit zicht komen zij vooral door eigen informatieverzameling, een combinatie van eigen gegevens met de gegevens van RVO.nl of een download vanuit het e-loket van RVO.nl. Als belangrijkste oorzaak waardoor de informatie (soms) ontbreekt geven de omgevingsdiensten aan dat zij geen inzicht hebben in energieverbruiksgegevens van bedrijven en instellingen. Zij geven aan dat het aanleveren van gegevens door netbeheerders kan helpen om volledig inzicht te krijgen. • Omgevingsdiensten geven aan dat zij vrijwel allemaal (98%) gedeeltelijk of volledig zicht hebben op het aantal bedrijven en instellingen dat zich aan de informatieplicht energiebesparing houdt.
Bijna alle respondenten geven aan op verschillende manieren contact te maken met bedrijven en instellingen die niet voldoen aan de informatieplicht energiebesparing, het meest via brief of e-mail, telefonisch of persoonlijk. • Controles bij bedrijven of instellingen vinden meestal plaats aan de hand van specifieke energiecontroles of algemene milieucontroles aan de hand van de erkende maatregelenlijst. • Omgevingsdiensten geven aan dat het aantal controles per jaar wordt bepaald in afstemming met de gemeente/provincie en afhankelijk is van het budget dat de gemeente/provincie beschikbaar stelt voor energietoezicht- en handhaving. Ook de beschikbare capaciteit, het aantal energiebesparingplichtige bedrijven en de beschikbaarheid van aanvullende middelen (VUE-regeling, SPUK-gelden)1 zijn onderdeel van de afweging. Daarnaast maakt de omgevingsdienst een inschatting van het aantal benodigde uren per te controleren bedrijf of instelling. • De prioriteit van de te controleren bedrijven wordt door de omgevingsdiensten meestal gesteld op basis van de rubricering die de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) toevoegt aan de informatieplicht rapportages of op basis van een eigen risicoanalyse die specifiek gericht
1 De Versterkte uitvoering energiebesparings- en informatieplicht (VUE) stelt het bevoegd gezag in staat haar toezichts- en handhavingstaken op het gebied van de energiebesparings- en informatieplicht te intensiveren. Via de Specifieke Uitkering Toezicht en Handhaving Energiebesparingsplicht (SPUK – THE) konden omgevingsdiensten een specifieke uitkering aanvragen voor extra ondersteuning op toezicht en handhaving van de energiebesparingsplicht.
is op de energiebesparingsplicht.2 Een klein deel van de omgevingsdiensten geeft aan prioriteit te stellen op basis van een meer algemene risicoanalyse vanuit VTH op het gebied van milieu. Sommige omgevingsdiensten stellen geen prioriteit in de te controleren bedrijven. • Van 2019 tot en met 2023 is een intensivering in het aantal controles zichtbaar van 1.520 in 2019 tot 6.790 in 2023 (voor 110 gemeenten). Ook het aantal ingezette uren is in deze periode gestegen van 18.863 tot 40.550 (voor 89 gemeenten).3 Het aantal bedrijven in het gebied en het aantal controles dat plaatsvindt zijn bepalend voor hoe lang een omgevings-diensten bezig zijn om het hele bedrijvenbestand te controleren. Een groot deel van de omgevingsdiensten (44%) geeft aan tussen de 5 en 10 jaar nodig te hebben om alle bedrijven en instellingen te controleren op de energiebesparings- en informatieplicht. Een iets kleinere groep (36%) geeft aan tussen de 2 en 5 jaar nodig te hebben. • Het aantal geconstateerde overtredingen stijgt over de jaren heen van 391 in 2019 tot 3.300 in 2023 (voor 54 gemeenten). 4 In de meeste gevallen is er een hersteltermijn opgelegd, of is er een vooraankondiging last onder dwangsom verstuurd. • Meer dan de helft van de omgevingsdiensten (55%) geeft aan geen zicht te hebben op het energiebesparingspotentieel van bedrijven en instellingen in de betreffende gemeente of provincie.
In ongeveer een kwart (26%) van de gevallen hebben omgevingsdiensten op andere wijze zicht op het energiebesparingspotentieel. Zo baseert een aantal omgevingsdiensten het besparingspotentieel van 9% op gasverbruik en 10% op elektriciteitsverbruik op eigen onderzoek of worden landelijke richtlijnen gehanteerd. Een klein deel van de omgevingsdiensten (14%) kan een indicatie geven van het energiebesparingspotentieel op basis van de informatieplicht.
BIJLAGEN
2. EINDRAPPORT VVR Samenvatting
De belangrijkste uitkomsten van het onderzoek met betrekking tot de verantwoording zijn: • Ruim een kwart van de gemeenten (27%) geeft aan dat er wel eens vragen of opmerkingen vanuit de gemeenteraad zijn geweest. Vragen gingen bijvoorbeeld over de werkwijze, de voortgang van de uitvoering van de werkzaamheden (aantal controles, naleefgedrag) en de bereikte resultaten. De meeste van de vragen over de bereikte resultaten gingen over de gerealiseerde CO2 reductie, over de hoeveelheid controles en
naleefgedrag en het type uitgevoerde maatregelen. • Zeven van de twaalf provincies geven aan dat er wel eens vragen/opmerkingen zijn geweest van Provinciale Staten over de uitvoering van toezicht en handhaving op de energiebesparingsplicht. Deze vragen gingen met name over hoe de samenwerking tussen de bevoegde gezagen en de omgevingsdienst in de regio verloopt. Ook werd er gevraagd naar de voortgang en implementatie van de energiebesparings- en informatieplicht, naar energiebesparingsmogelijkheden van bedrijven en de efficiëntie van de werkzaamheden van omgevingsdiensten en naar de invulling, controle op en voortgang van de verplichtingen bij de gemeenten binnen de provincie.
Duiding van de uitkomsten
De uitkomsten, zoals hierboven beschreven, zijn op basis van de deskstudie en focusgroepen geduid. De belangrijkste duiding van de resultaten is hieronder weergegeven. • Uit de analyse van toegestuurde begrotingen blijkt dat het rijk middels subsidieregelingen in deze periode fors heeft ingezet op de organisatie van het toezicht en de handhaving van de energiebesparingsplicht en informatieplicht. Deelnemende overheden hebben in de focusgroepen aangegeven dat de SPUK-regelingen en subsidies vanuit provinciale akkoorden van de afgelopen jaren opschaling in de uitvoering mogelijk hebben gemaakt. Dit is ook terug te zien in de uitkomsten, waarin het aantal controles tussen 2019 en 2023 fors is toegenomen. Omgevingsdiensten hebben door aanvullende financiering bijvoorbeeld energieteams kunnen oprichten en het aantal controles kunnen opschalen. De toegekende middelen vanuit het Rijk en de aanvullende subsidies vanuit een aantal provincies hebben echter tot nu toe altijd een tijdelijk karakter gekend. In de focusgroepen is door alle deelnemende overheden aangegeven dat het hierdoor moeilijk is om continuïteit te behouden in de uitvoering, om vaste medewerkers aan te trekken en om te versnellen in de uitvoering. • Het zicht op welke bedrijven aan de verplichtingen moeten voldoen is beperkt en kost veel capaciteit, geven omgevingsdiensten aan tijdens de focusgroep.
Sommige omgevings- diensten hebben daarom extra capaciteit ingezet op het in beeld krijgen van deze bedrijven, naast informatie
2 Het digitale loket van RVO maakt automatisch een code aan, de zogenaamde rubriceringscode. De omgevingsdienst kan op basis van deze code besluiten om locatie(s) te controleren, omdat bijvoorbeeld blijkt dat het bedrijf nog veel erkende maatregelen moeten uitvoeren en/of beperkt aan de energiebesparingsplicht voldoet (zie ook paragraaf 2.3). 3 Getallen zijn opgehaald in de uitgezette enquête. Hierbij moet worden opgemerkt dat dit géén totaalbeeld is. Sommige omgevingsdiensten hebben geen of maar gedeeltelijk getallen aangeleverd, andere omgevingsdiensten hebben een totaal voor de gehele regio ingevuld. 15
>
4
Idem.
die beschikbaar is via RVO of bijvoorbeeld via reguliere milieucontroles. Omgevingsdiensten hebben in de focusgroep aangegeven dat het inzichtelijk krijgen van energieverbruik van bedrijven en instellingen via netbeheerders een belangrijke oplossing is om alle bedrijven die aan de verplichtingen moeten voldoen in beeld te krijgen en het mogelijk te maken om energiebesparing structureel te monitoren. • Een belangrijk knelpunt in toezicht en handhaving is de complexe weten regelgeving, waardoor het veel tijd kost de juiste mensen bij omgevingsdiensten te vinden en op te leiden. Energiecontroles zijn een veel technischere variant van toezicht dan de gemiddelde toezichthouder gewend is uit te voeren. Bovendien zijn de gesprekspartners (bedrijven) vaak ook niet in staat technische vragen te beantwoorden. De huidige krapte op de arbeidsmarkt maakt het extra moeilijk de juiste mensen bij omgevingsdiensten te vinden en te behouden. • Een aantal omgevingsdiensten gaf tijdens de focusgroep aan dat er veel energie verloren gaat in de papieren werkelijkheid van de informatieplicht: het voldoen aan de informatieplicht betekent niet dat er ook daadwerkelijk energiebesparende maatregelen worden genomen.
Eén omgevingsdienst geeft daarom aan niet meer actief op de informatieplicht te handhaven, maar prioriteit te geven aan het controleren op het daadwerkelijk treffen van energiebesparende maatregelen. • Zowel in de focusgroepen als de enquête is door gemeenten en provincies aangegeven dat informatie over het energiebesparingspotentieel en de totaal gerealiseerde energie-besparing in veel gevallen ontbreekt, maar wel relevant is om te bepalen wat de inspanningen op toezicht en handhaving uiteindelijk opleveren. In sommige gevallen is wel een indicatie van de (potentiële) energiebesparing mogelijk, op basis van bijvoorbeeld informatie uit de informatieplicht en energiecontroles.
BIJLAGEN
2. EINDRAPPORT VVR Samenvatting
Bevindingen onderzoek Algemene Rekenkamer De Algemene Rekenkamer onderzoekt, parallel aan het DoeMee-onderzoek, de sturing van de minister voor Klimaat en Energie op de energiebesparingsplicht en de resultaten van de verplichting op landelijk niveau. De belangrijkste conclusies uit dit onderzoek voor het DoeMee-onderzoek zijn: • De opbrengsten van toezicht en handhaving op de energiebesparingsplicht blijven achter • bij de doelstellingen of streefwaarden van het kabinet, gebaseerd op prognoses van TNO en PBL. De doelstelling was in 2013 – 2014 (vanuit het Energieakkoord) dat de plicht ca. 35 PJ energiereductie zou opleveren. In de Klimaat en Energie Verkenning van 2020 wordt echter ingeschat dat ca. 7 PJ energie is bespaard in 2020. • Voor zover hier zicht op is, voldoen bedrijven sinds 2008 structureel niet (volledig) aan de energiebesparingsplicht en informatieplicht. Het doel van de minister dat er 100% naleving is onder bedrijven die onder de energiebesparingsplicht vallen wordt daarmee niet behaald. • Doelen die het kabinet heeft gesteld op het gebied van handhaving van de energie-besparingsplicht lijken ook niet gehaald. Een Interdepartementaal Beleidsonderzoek (IBO) uit 2016 stelt dat afgesproken is dat bedrijven eens per 4 jaar worden bezocht en gecontroleerd. Echter blijft, op basis van dit uitgangspunt, het jaarlijks aantal uitgevoerde controles sterk achter.
• Uit verschillende evaluaties blijkt dat omgevingsdiensten onvoldoende functioneren en niet goed geëquipeerd zijn hun taken uit te voeren. Financieel zijn er daarnaast onvoldoende middelen beschikbaar om de door het kabinet en minister aangegeven aantal jaarlijkse controles uit te voeren. • De Algemene Rekenkamer stelt vast dat zij niet ex post de kosteneffectiviteit van de plicht kan nagaan. Wel stelt zij vast dat de baten (mogelijk) zijn overschat (hoeveelheid gerealiseerde energiebesparing) en de omvang van de ingeschatte kostenposten (bijvoorbeeld middelen voor toezicht en handhaving) zeker zijn onderschat.
Handelingsperspectief Het handelingsperspectief voor provincies, gemeenten en omgevingsdiensten is op decentraal niveau beschikbaar via de factsheets, die in het kader van dit onderzoek voor elke gemeente of provincie specifiek zijn opgesteld. In de factsheets staat onder andere op decentraal niveau beschreven hoe de samenwerking met omgevingsdiensten is vormgegeven en wat de voortgang op toezicht en handhaving is. De factsheets bieden hierdoor handvaten om op decentraal niveau de doeltreffendheid en/of doelmatigheid van toezicht en handhaving te verbeteren als hier aanleiding toe is. 16
>
1.1 Aanleiding In dit VVR DoeMee-onderzoek 2024 doen in totaal 109 rekenkamers onderzoek naar de energiebesparingsplicht en de informatieplicht energiebesparing, op initiatief en onder begeleiding van de Vereniging van Rekenkamers (VVR).
Energiebesparingsplicht
Sinds 1993 geldt de verplichting voor bedrijven en instellingen om zuinig om te gaan met energie. Sinds 2008 zijn bedrijven en instellingen die jaarlijks meer dan 50.000 kWh stroom of 25.000 m3 aardgas gebruiken verplicht energiebesparende maatregelen te n emen. Het gaat hierbij specifiek om investeringen die zij binnen vijf jaar kunnen terugverdienen.
Informatieplicht energiebesparing
Bedrijven en instellingen zijn vanaf 1 juli 2019 verplicht eens in de 4 jaar actief informatie te verstrekken aan hun omgevingsdienst over de energiebesparende maatregelen die zij hebben genomen. De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) beheert het loket waarmee bedrijven dit aan hun omgevingsdienst laten weten. Indien bedrijven/instellingen voldoen aan de informatieplicht, betekent dit niet dat zij ook automatisch voldoen aan de energiebesparingsplicht.
BIJLAGEN
2. EINDRAPPORT VVR
Aanleiding
De uitkomsten van dit DoeMee-onderzoek bieden inzicht in de manier waarop gemeenten, provincies en omgevingsdiensten het toezicht en de handhaving op de energiebesparings- en informatieplicht hebben georganiseerd, wat de voortgang is en wat eventuele knelpunten zijn. Voor gemeenten en provincies extra relevant, omdat goed toezicht en handhaving kunnen bijdragen aan het behalen van hun eigen duurzaamheidsdoelstellingen.
Onderzoek Algemene Rekenkamer
De Algemene Rekenkamer voert, grotendeels parallel aan het DoeMee-onderzoek, onderzoek uit naar: • hoe de minister voor Klimaat en Energie stuurt op de • energiebesparingsplicht; • wat de resultaten op landelijk niveau tot op heden zijn; • hoe de minister zicht houdt op de resultaten.5 Dit onderzoek bekijkt dus de organisatie en resultaten van de energiebesparingsplicht op nationaal niveau, terwijl het DoeMee-onderzoek is gericht op de resultaten van toezicht en handhaving op decentraal niveau. De belangrijkste uitkomsten uit het onderzoek van de Algemene Rekenkamer zijn verwerkt in de samenvatting van voorliggend onderzoeksrapport.
Taakverdeling toezicht en handhaving
Gemeenten en provincies hadden de uitoefening van toezicht en handhaving van bovenstaande verplichtingen in de meeste gevallen gemandateerd aan hun omgevingsdienst, maar sommige gemeenten en provincies voerden zelf de toezichts en handhavingstaken uit. In 2022 is echter door bedrijven, instellingen en het bevoegd gezag aangegeven het toezicht bij voorkeur door één partij te laten uitvoeren. Dit is efficiënter en verlaagt de lastendruk. De energiebesparingsen informatieplicht zijn daarom toegevoegd aan het Basistakenpakket van omgevingsdiensten per 1 juli 2023. Het is dus de omgevingsdienst die het toezicht uitvoert in opdracht van het bevoegd gezag.
17
>
5
https://www.rekenkamer.nl/actueel/lopend-onderzoek/energiebesparingsplicht-bedrijven
1.2 Doel en onderzoeksvragen In het DoeMee-onderzoek staat de vraag centraal: Welke inspanningen plegen gemeenten en provincies bij het toezicht en de handhaving van de energiebesparingsplicht en de informatieplicht energiebesparing en wat zijn daarvan de resultaten?