CConstaterende datOss
Koppel je AI →
Document · PDF

Eerste financiële tussenrapportage 2023 (2).DOCX

Gemeenteraad 6 juli 2023, gemeente OssBij agendapunt: A Eerste financiële tussenrapportage 20238.496 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Eerste financiële tussenrapportage 2023

Inhoudsopgave Leeswijzer ...........................................................................................................................................3 Samenvatting ......................................................................................................................................4 3O-ontwikkelingen................................................................................................................................8 Totaaloverzicht 3O-ontwikkelingen..........................................................................................................9 3O-ontwikkelingen per programma .......................................................................................................10 Programma 1. Welzijn en zorg ......................................................................................................11 Programma 2. Werk, Inkomen en Onderwijs ...................................................................................12 Programma 3. Ontmoeten, Sport en Cultuur ...................................................................................13 Programma 4. Klimaat, energie en openbare ruimte.........................................................................14 Programma 5. Economie ..............................................................................................................15 Programma 6.

Stadscentrum ........................................................................................................16 Programma 7. Verstedelijking, wonen en mobiliteit ..........................................................................17 Programma 8. Veilige omgeving ....................................................................................................18 Programma 9. Besturen in verandering van tijden ...........................................................................19 Programma 10. Financieel beleid ...................................................................................................21 Overige ontwikkelingen .......................................................................................................................22 Budgettair neutrale wijzigingen.............................................................................................................23

2

Leeswijzer De eerste financiële tussenrapportage bestaat uit een aantal onderdelen. In deze leeswijzer geven we bij elk onderdeel een korte uitleg. Algemeen We verwerken in deze rapportage verschillende financiële ontwikkelingen uit de eerste maanden van 2023. Het gaat om de 3O-ontwikkelingen, budgettair neutrale wijzigingen en eventuele overige ontwikkelingen. De tussenrapportage wordt tegelijk met het jaarverslag en de jaarrekening behandeld. Samenvatting In dit hoofdstuk vatten we de uitkomsten van deze rapportage samen. 3O-ontwikkelingen 3O-ontwikkelingen zijn financiële afwijkingen op bestaande activiteiten. Bij de uitvoering van een activiteit kan in de loop van het jaar blijken dat meer geld nodig is om deze volledig uit te kunnen voeren. Aan de andere kant komt het ook voor dat activiteiten met minder geld uitgevoerd kunnen worden dan oorspronkelijk gedacht was. De financiële afwijkingen kunnen dus zowel meevallers als tegenvallers zijn. Deze brengen we 2 keer per jaar in beeld: in deze rapportage en bij de programmabegroting. De afwijkingen moeten aan 3 criteria voldoen om tot een bijstelling van het budget te kunnen leiden: afwijkingen moeten onuitstelbaar, onvoorzienbaar en onvermijdbaar zijn.

In deze financiële tussenrapportage gelden extra criteria voor 3O-ontwikkelingen: we nemen in principe alleen structurele afwijkingen vanuit de jaarrekening op en incidentele afwijkingen in het jaar zelf. Budgettair neutrale wijzigingen Budgettair neutrale wijzigingen zijn wijzigingen die niet inhoudelijk van aard zijn en per saldo geen geld kosten. Deze wijzigingen zijn programma-overstijgend en moeten daarom volgens de wettelijke voorschriften van het BBV (Besluit Begroting en Verantwoording) inzichtelijk gemaakt worden. Wijzigingen boven de € 100.000 lichten we kort toe. Overige ontwikkelingen Naast de 3O-ontwikkelingen hebben we met overige ontwikkelingen te maken. In tegenstelling tot de 3Oontwikkelingen zijn hier nog keuzes in te maken. Alle ontwikkelingen verwerken we na vaststelling door de gemeenteraad als begrotingswijziging in de administratie.

3

Samenvatting Inleiding We hebben de Eerste financiële tussenrapportage van 2023 opgesteld. We hebben hierin de 3O-ontwikkelingen, overige ontwikkelingen en de budgettair neutrale wijzigingen opgenomen. We lichten eerst de conclusies van de uitkomsten van deze rapportage toe. Daarna lichten we het algemene financiële beeld en risico’s toe. Saldo financiële tussenrapportage + is nadeel: hogere uitgaven/lagere inkomsten - is voordeel: lagere uitgaven/hogere inkomsten bedragen x € 1.000

Omschrijving Saldo programmabegroting 2023-2026 3O-Ontwikkelingen Overige ontwikkelingen Totaalsaldo

2023

2024

2025

2026

5

-759

-232

-28

-179

489

490

489

0

0

0

0

-174

-271

258

461

Algemeen financieel beeld Programmabegroting 2023-2026 Het beginsaldo van deze rapportage is het saldo van de programmabegroting 2023-2026. Voor het jaar 2023 was er een beperkt nadelig saldo van € 5.000 begroot. Het laatste jaar sloot met een voordelig saldo van € 28.000. De begroting was hiermee meerjarig sluitend. Uitkomsten Eerste financiële tussenrapportage 2023 Per saldo geven de uitkomsten van deze financiële tussenrapportage een voordeel in 2023 van € 179.000 en een structureel nadeel van € 489.000 in 2026. Dit zorgt ervoor dat we voor het jaar 2023 een voordelig saldo hebben van € 174.000. Voor 2024 is er een voordeel van € 271.000. In 2025 is er een nadeel van € 258.000 en vanaf 2026 jaarlijks een nadeel van € 461.000. Bij de kadernota 2024-2027 actualiseren we de financiële positie, we voegen hier dan de uitkomsten van de meicirculaire 2023 toe. We geven dan ook aan hoe we een meerjarig sluitende programmabegroting willen presenteren. De belangrijkste wijzigingen uit deze rapportage zijn: 

Hogere kosten van € 230.000 in 2023 en € 289.000 vanaf 2024 door een hogere deelnemersbijdrage van de BSOB.

We hebben jaarlijks hogere kosten van € 105.000 voor het organiseren van verkiezingen.

We hebben jaarlijks hogere facilitaire kosten van € 102.000.

We hebben jaarlijks hogere kosten van € 81.000 voor personele zaken.

We hebben jaarlijks hogere kosten van € 81.000 voor de bijdrage Fonds Gezamenlijke Gemeentelijke Uitvoering (GGU) van de VNG.

Aanvullend investeringskrediet van € 994.000 voor de realisatie van de Aventurijn. Dit leidt tot extra jaarlijkse kosten van € 36.000.

We hebben een voordeel van € 590.000 in 2023 door lagere investeringslasten door doorgeschoven investeringen uit 2022.

We hebben per saldo lagere kosten voor Beschermd wonen en maatschappelijke opvang van € 205.000.

4

Daarnaast hebben we in deze rapportage nog loon- en prijscompensatie toegekend voor 2023. Dit betalen we uit de stelpost loon- en prijscompensatie. Door de nieuwe CAO voor gemeenten en hoge prijsstijgingen zien we dat deze stelpost flink onder druk staat. Voor jeugdhulp en de openbare ruimte geld dat we de prijsstijgingen 2023 opvangen binnen bestaande budgetten. Voor beide onderdelen geldt dat we forse overschotten zagen in de jaarrekening en verwachten dat we de inflatie voor dit jaar kunnen opvangen binnen bestaande budgetten. Wanneer we toch inflatie toe zouden kennen voor beide onderdelen komen we flink tekort binnen de stelpost loon-en prijscompensatie. Ontwikkelingen en risico's voor komende periode Het huidige financiële meerjarenbeleid laat een tekort zien. Daarnaast zien we een aantal grote ontwikkelingen en risico's voor de komende periode die invloed kunnen hebben op onze financiële positie. Er blijft grote onzekerheid over inkomsten van het Rijk aan gemeenten en over enkele grote financiële dossiers. Aan de andere kant zien we wel incidentele ruimte. We schetsen hierna de belangrijkste ontwikkelingen en de incidentele begrotingsruimte. Richting de kadernota actualiseren we de financiële positie en geven we de laatste stand van zaken van de ontwikkelingen/risico's weer.

Meerjarige financiële ontwikkelingen Accressen algemene uitkering bevroren Voor de jaren 2023-2025 is het volumedeel van de accressen binnen de algemene uitkering bevroren. Dit betekent dat deze niet meer stijgen of dalen (en dus niet meer mee veranderen met de hoogte van de rijksuitgaven). Alleen de prijsontwikkeling wordt nog wel aangepast. Dit betekent dat we de komende jaren geen plussen meer kunnen verwachten. Wel krijgen we nog (vaak te beperkte) compensatie voor de prijsontwikkeling. Structurele compensatie Ravijnjaar In de algemene uitkering staat het jaar 2026 bekend als het zogenaamde “ravijnjaar”. De algemene uitkering is voor ons dan circa € 13,4 miljoen lager dan in 2025. Dit hebben is al verwerkt in onze huidige begroting. Het ravijn geldt in principe ook voor de jaren na 2026. Oorzaken hiervan zijn: 

Invoering van nieuwe (nog te ontwikkelen) financieringssystematiek en het stoppen met het principe “samen de trap op- samen de trap af”.

De zogenaamde opschalingskorting (algemene financiële korting voor gemeenten) is tot en met het jaar 2025 verdwenen, maar dat deze korting komt vanaf 2026 weer terug.

Ter compensatie van dit ravijnjaar heeft het kabinet eenmalig een bedrag van € 1 miljard extra beschikbaar gesteld voor 2026. Dit bedrag wordt ook voor 2027 beschikbaar gesteld. Gelden jeugdhulp Er ligt een principeakkoord tussen VNG en het Rijk over de financiering van jeugdhulp en de hervormingsagenda. Om het akkoord definitief te maken zijn nog 2 dingen nodig: instemming van de leden bij de algemene ledenvergadering op 14 juni 2023 en voldoende structurele financiële middelen voor gemeenten vanaf 2026. Het principeakkoord ligt in lijn met de uitspraak van de Commissie van Wijzen (d.d. 18 mei 2021). De gelden voor 2024 en verder zijn dus nog niet definitief. We hebben tot nu toe 75% van de bedragen uit de hervormingsagenda geraamd. Als we extra gelden ontvangen is het meest logisch om die in eerste instantie toe te voegen aan de jeugdzorg budgetten. Sterk stijgende rente We zien dat de rente het afgelopen (half) jaar sterk is gestegen. Dit heeft ook effect voor onze begroting. Onze gemiddelde rentepercentage is op dit moment 1,1%. We kennen in onze huidige begroting grote investeringsimpulsen/ projecten. Onze financieringsbehoefte is globaal doorgerekend en daarbij berekend wat het effect is op het gemiddelde rentepercentage. We verwachten dat de omslagrente gaat stijgen komende jaren van 1,1% naar ongeveer 1,9% en vervolgens naar 2,3%.

Bij de Lievekamp, het nieuwe zwembad en het

5

Warenhuis hebben we gerekend met de voorlopige investeringsbedragen die hiervoor in de begroting zijn vrijgemaakt. Voor deze ambities zijn in de programmabegroting 2023 structurele gelden vrijgemaakt en hier gaan we vooral ook sparen voor toekomstige investeringen. Om dezelfde investering te kunnen blijven doen (circa € 100 miljoen) is bij een hogere rente structureel fors meer geld nodig. Hoe we hier mee omgaan geven we in de programmabegroting 2024 weer. Inflatie & CAO ontwikkelingen We hebben te maken met een hoge inflatie en ook de effecten met betrekking tot de nieuwe CAO zorgen voor druk op de begroting. In deze rapportage hebben we een bedrag van € 2,2 miljoen voor onze CAO opgenomen, naast het bedrag van € 1,5 miljoen dat we al hadden opgenomen in de programmabegroting 2023. In hoeverre hiervoor (deels) compensatie komt via de algemene uitkering is nog niet in te schatten. De inflatie werkt door in de gehele begroting. Van energiekosten, bouwkosten, subsidies tot aan bijdragen aan gemeenschappelijke regelingen. Voor de gemeenschappelijke regelingen voorzien we voor 2024 alleen al een stijging van in totaal € 1,8 miljoen voor 2024. In de huidige begroting hebben we geld gereserveerd voor prijsstijgingen en hebben we diverse budgetten al verhoogd. Of dit in totaal voldoende is, ligt aan diverse ontwikkelingen.

Het Centraal planbureau verwacht dat de inflatie in 2023 zal afnemen, of dit daadwerkelijk gebeurt is afwachten. Uitvoeringskosten klimaatakkoord We ontvangen uitvoeringsmiddelen voor het klimaat- en energiebeleid voor de jaren 2023 tot en met 2025. Jaarlijks een bedrag van € 1,5 miljoen. Dit bedrag is bestemd voor personele en bijbehorende materiële kosten (onderzoekskosten e.d.). Gemeenten kunnen het naar eigen inzicht inzetten voor de uitvoeringskosten van klimaat- en energiebeleid uit het Klimaatakkoord en het beleidsprogramma Klimaat. Wel moet hierover verantwoording worden afgelegd (en bij niet besteden terugbetaald worden). Dit extra geld biedt 2 kansen: -

Bestaande formatie inbrengen in deze regeling: we hebben de afgelopen jaren op diverse plekken in de organisatie geïnvesteerd in uitvoering op het gebied van het klimaatakkoord. We kunnen met terugwerkende kracht deze kosten inbrengen in deze regeling. Hierdoor spelen we begrotingsruimte vrij en maken we optimaal gebruik van de regeling.

-

Extra intensiveringen voor uitvoering van het klimaatakkoord.

In de kadernota schetsen we een eerste beeld. Extra algemene uitkering over 2022 Het Rijk heeft al wel aangegeven dat in de meicirculaire 2023 het acres stijgt door de hogere inflatie in 2022. Dit zou gaan om circa € 270 miljoen landelijk (ruwweg ruim € 0,8 miljoen voor onze gemeente). Met het geld kunnen gemeenten in 2023 onder andere de kosten opvangen voor het op de been houden van (semi)maatschappelijke organisaties die kampen met hoge energielasten, zoals de daklozenopvang, culturele instellingen, verenigingen en andere organisaties in de (semi)collectieve sector. Omdat de situatie per instelling verschilt, kunnen gemeenten met deze extra middelen zorgen voor maatwerk om te voorkomen dat instellingen in de problemen komen door de hogere kosten. Incidentele ruimte De incidentele begrotingsruimte wordt vooral bepaald door de ruimte binnen de algemene reserve en door de ruimte die ontstaat door winsten uit het grondbedrijf (de algemene bedrijfsreserve). Onderstaand in het kort de huidige stand van zaken. Algemene reserve De omvang van de algemene reserve is op dit moment hoger dan de minimale omvang. De vrije ruimte binnen de algemene reserve is circa € 31 miljoen. We verwachten dat we € 11 miljoen hieraan kunnen toevoegen op basis van de concept jaarrekening. Hierdoor stijgt de algemene uitkering naar circa € 42 miljoen. De norm is op dit moment € 22 miljoen.

Dit betekent een vrije ruimte van € 20 miljoen.

6

Reserves grondbedrijf De volgende “belangrijke” reserves zijn beschikbaar: Bedragen * € 1.000 Omschrijving

31 december 2022

Algemene bedrijfsreserve

3.680

Reserve strategische aankopen

5.707

Reserve binnenstedelijke transformaties

10.000

Het saldo van de algemene bedrijfsreserve (ABR) ligt onder de minimale norm (€ 5,2 miljoen). Dit betekent dat de komende jaren er geen afromingen meer kunnen plaatsvinden. De algemene reserve vormt de achtervang mochten risico's optreden die niet opgevangen kunnen worden door de ABR.

7

3O-ontwikkelingen

8

Totaaloverzicht 3O-ontwikkelingen + is nadeel: hogere uitgaven/lagere inkomsten - is voordeel: lagere uitgaven/hogere inkomsten bedragen x € 1.000

Programma

2023

2024

2025

2026

Programma 1. Welzijn en zorg

-205

-206

-205

-205

Programma 2. Werk, inkomen en onderwijs

0

36

36

36

Programma 3. Ontmoeten, sport en cultuur

0

0

0

0

Programma 4. Klimaat, energie en openbare ruimte

0

0

0

0

Programma 5. Economie

50

0

0

0

Programma 7. Verstedelijking, wonen en mobiliteit

0

0

0

0

Programma 9. Besturen in verandering van tijden

264

369

369

369

Programma 10. Financieel Beleid

-288

289

289

289

Totaal 3O-ontwikkelingen

-179

489

490

489

9

3O-ontwikkelingen per programma

10

Programma 1. Welzijn en zorg + is nadeel: hogere uitgaven/lagere inkomsten - is voordeel: lagere uitgaven/hogere inkomsten bedragen x € 1.000

Omschrijving

2023

2024

2025

2026

Beschermd wonen en maatschappelijke

-205

-206

-205

-205

-8.300

0

0

0

Storting in de reserve Opvang vluchtelingen

8.300

0

0

0

Totaal 3O-ontwikkelingen

-205

-206

-205

-205

opvang Bijstelling begroting opvang vluchtelingen uit Oekraïne

Toelichting 3O-ontwikkelingen Beschermd wonen en maatschappelijke opvang We passen de budgetten voor beschermd wonen en maatschappelijke opvang op een aantal onderdelen aan. Per saldo hebben we een structureel voordeel van € 205.000. Het gaat om de volgende aanpassingen. Als eerste passen we het budget voor beschermd wonen aan. Dit budget is in de begroting structureel afgerond € 669.000 hoger dan de algemene uitkering. De algemene uitkering hoort leidend te zijn, dus we laten dit bedrag vrijvallen. Het budget voor maatschappelijke opvang is in de begroting structureel afgerond € 58.000 lager dan de algemene uitkering. Ook hier hoort de algemene uitkering leidend te zijn, dus we verhogen de begroting met dit bedrag. Daarnaast vallen de eigen bijdragen voor beschermd wonen structureel € 406.000 lager uit. Door de uitstroom naar de Wlz (Wet langdurige zorg) hebben we minder cliënten beschermd wonen. Hierdoor hebben we minder inkomsten aan eigen bijdragen en dus een structureel nadeel. Per saldo geven deze wijzigingen een structureel voordeel van € 205.000. Bijstelling begroting opvang vluchtelingen uit Oekraïne We stellen de begroting voor het opvangen van de ontheemden uit Oekraïne en die van het COA bij. We begroten de opbrengsten op basis van de bekostigingssystematiek van het rijk en afspraken met het COA.

Omdat de regeling eerder nog niet duidelijk was waren we er vanuit gegaan dat de opbrengsten even hoog waren als de verwachte kosten. Inmiddels is er een duidelijke regeling waardoor de verwachte opbrengsten € 7,9 miljoen hoger zijn dan we eerder hadden ingeschat. De kosten bestaan grotendeels uit externe inhuur (waaronder Stichting Thuis In Oss), het exploiteren van het oude belastingkantoor en woonunits (waaronder beveiliging, energie etc.) en het uitkeren van leefgelden aan de ontheemden. We schatten in dat de kosten € 0,4 miljoen lager zijn dan we eerder hebben ingeschat op basis van het eerste ervaringsjaar 2022. We hebben de begroting gebaseerd op het verloop van de verwachte aantallen vluchtelingen en op lopende contracten voor de kosten. Op dit moment gaan we ervan uit dat de locatie van het oude belastingkantoor beschikbaar is tot en met eind 2024. Omdat we verwachten dat de opbrengsten een stuk hoger zijn dan eerder hebben ingeschat hebben we nu een overschot van afgerond € 8,3 miljoen in 2023. Dit storten we in de reserve Opvang Vluchtelingen.

11

Programma 2. Werk, Inkomen en Onderwijs + is nadeel: hogere uitgaven/lagere inkomsten - is voordeel: lagere uitgaven/hogere inkomsten bedragen x € 1.000

Omschrijving

2023

2024

2025

2026

498

0

0

0

-498

0

0

0

0

36

36

36

Bijstelling leefgelden ontheemden Oekraïne

-900

0

0

0

Lagere onttrekking uit reserve Opvang

900

0

0

0

0

36

36

36

Besteding reserve integraal voorzieningen beleid (IVB) Onttrekking uit de reserve IVB Aanvullend krediet de Aventurijn

vluchtelingen Totaal 3O-ontwikkelingen

Toelichting 3O-ontwikkelingen Besteding reserve integraal voorzieningen beleid (IVB) We onttrekken in 2023 € 608.000 uit de reserve IVB (integraal voorzieningenbeleid). Als eerste onttrekken we € 330.801 voor de tijdelijke huisvestingskosten voor De Korenaer en John F. Kennedyschool. Gedurende de tijd dat er gesloopt en gebouwd gaat worden is tijdelijke huisvesting nodig voor het onderwijs en de kinderopvang. Daarnaast dragen we € 167.494 bij voor het warmteprobleem bij de Fonkeling (Zuiderlicht). Als derde hebben we € 45.000 nodig voor de bestemmingsplanwijziging Germanenweg 10 (Scouting, hondenvereniging en tuinderij) en de sloop van bestaande opstallen. Tot slot onttrekken we € 64.700 voor de bijstelling van de voorbereiding (Bestemmingsplan/schetsontwerp) voor Ontmoeten Ravenstein (Vidi Reo). Aanvullend krediet de Aventurijn We stellen een extra investeringskrediet beschikbaar van € 994.000 voor de Aventurijn. Dit zorgt voor hogere kosten van jaarlijks € 36.000 vanaf 2024. Op 14 december 2021 heeft de raad een investeringskrediet beschikbaar gesteld van in totaal € 12.284.260 voor de ontwikkeling van de vervangende nieuwbouw van De Korenaer en John F.Kennedyschool. Hierbij wordt ook integrale kinderopvang, een gymgebouw, een scoutinggebouw en de openbare ruimte gerealiseerd, hierna te nomen: het Kindcentrum (KC) De Aventurijn.

Schoolbestuur Stichting SAAM scholen is bouwheer van het totale project en verantwoordelijk om binnen het beschikbaar gestelde investeringskrediet KC De Aventurijn te realiseren. Op de aanbesteding is slechts één inchrijving gedaan. Door uitwerking van het project van Voorlopig Ontwerp naar Definitief Ontwerp en tussentijdse marktwerking kregen we te maken met hogere kosten. Daarvoor stellen we nu een aanvullend krediet beschikbaar van € 994.190. Bijstelling leefgelden ontheemden Oekraïne We stellen het bedrag dat we nodig hebben voor leefgelden voor ontheemden uit Oekraïne bij. Voor de uitkering van leefgelden van ontheemden uit Oekraïne verwachten we ongeveer een bedrag van € 500.000 nodig te hebben. We hadden eerder ingeschat dat dit een bedrag van € 1,4 miljoen zou zijn. In de praktijk zijn het aantal ontheemden met een uitkering lager doordat velen zelf een inkomen verwerven en doordat een aantal terug zijn gegaan naar Oekraïne. Daarom stellen we de geraamde uitkeringen in de begroting bij met € 0,9 miljoen. We betalen de uitkeringen uit rijksgelden die we hiervoor ontvangen en verrekenen dit met de reserve Opvang Vluchtelingen. We hebben het werkelijke verloop over het eerste kwartaal 2023 als uitgangspunt genomen voor de situatie in 2023. Bij de programmabegroting 2024 stellen we de ramingen weer bij.

12

Programma 3. Ontmoeten, Sport en Cultuur + is nadeel: hogere uitgaven/lagere inkomsten - is voordeel: lagere uitgaven/hogere inkomsten bedragen x € 1.000

Omschrijving

2023

2024

2025

2026

Zuiderstrandtheater

1.118

0

0

0

Onttrekking uit de reserve IVB

-368

0

0

0

Onttrekking uit de algemene reserve

-750

0

0

0

Renovatie Avanti Lithoijen

0

0

0

0

Verduurzaming maatschappelijk vastgoed door

0

0

0

0

0

0

0

0

de markt Totaal 3O-ontwikkelingen

Toelichting 3O-ontwikkelingen Zuiderstrandtheater Conform eerdere besluitvorming onttrekken we voor het Zuiderstrandtheater een bedrag van in totaal € 1.118.000 uit de algemene reserve en de reserve Integraal voorzieningenbeleid (IVB). In 2022 heeft de gemeenteraad € 1.173.000 beschikbaar gesteld, hiervan is vorig jaar € 55.000 uitgegeven. In 2023 verwachten we het restant van het bedrag uit te geven. We onttrekken daarom € 750.000 uit de algemene reserve en € 368.000 uit de reserve IVB. Renovatie Avanti Lithoijen We stellen het investeringskrediet voor de renovatie voor het gemeenschapshuis Avanti Lithoijen van € 40.000 beschikbaar. De investering stond opgenomen in het investeringsplan in de programmabegroting 2023-2026. Het college heeft op 18 oktober 2022 een positief besluit genomen over deze bijdrage. Het gemeenschapsgebouw is na 50 jaar aan (een beperkte) renovatie toe. Het gemeenschapshuis wordt goed gebruikt en is een belangrijke pijler onder de leefbaarheid in Lithoijen/Teeffelen. Avanti voert de renovatie zelf uit. Hiervoor hebben we een investeringsovereenkomst met Avanti opgesteld. Verduurzaming maatschappelijk vastgoed door de markt We verduurzamen drie maatschappelijke panden: MFC de Koppelinck, wijkcentrum Kortfoort en de MFA de Meteoor. We stellen voor om hiervoor een totaalkrediet beschikbaar te stellen van afgerond € 2,1 miljoen.

We ontvangen in 2023 een bedrag van € 0,3 miljoen aan subsidies en een deel van de kosten heeft betrekking op planmatig onderhoud uit het meerjarig onderhoudsprogramma (€ 0,15 miljoen). Het restant dekken we uit het reguliere investeringsplan. Hierin hadden we al rekening gehouden met investeringslasten van een krediet van € 1,65 miljoen.

13

Programma 4. Klimaat, energie en openbare ruimte + is nadeel: hogere uitgaven/lagere inkomsten - is voordeel: lagere uitgaven/hogere inkomsten bedragen x € 1.000

Omschrijving

2023

2024

2025

2026

Energie- en warmtetransitie

478

108

0

0

Onttrekking uit het Investeringsfonds

-478

-108

0

0

0

0

0

0

duurzaamheid Totaal 3O-ontwikkelingen

Toelichting 3O-ontwikkelingen Energie- en warmtetransitie We onttrekken in 2023 € 477.627 en 2024 € 108.000 uit het investeringsfonds duurzaamheid. De onttrekkingen uit het investeringsfonds duurzaamheid die we in 2022 niet hebben uitgegeven, schuiven we door naar 2023. Dit bestaat uit een bedrag van € 114.715 voor de energietransitie, € 153.368 voor de duurzame polder en € 209.544 voor extern advies voor de warmtetransitie. Daarnaast verwachten we een € 108.000 nodig te hebben in 2024 voor de personele inzet project duurzame polder energieprogramma. We betalen al deze bedragen uit het investeringsfonds Duurzaamheid.

14

Programma 5. Economie + is nadeel: hogere uitgaven/lagere inkomsten - is voordeel: lagere uitgaven/hogere inkomsten bedragen x € 1.000

Omschrijving

2023

2024

2025

2026

Extra ondersteuning inhuur archeologie

50

0

0

0

50 Gratis energiescans MKB

40

0

0

0

Onttrekking uit de algemene reserve

-40

0

0

0

Totaal 3O-ontwikkelingen

50

0

0

0

Toelichting 3O-ontwikkelingen Extra ondersteuning inhuur archeologie We hebben hogere kosten van € 50.000 voor extra ondersteuning (inhuur) archeologie. Op dit moment is er één medewerker voor archeologie, die zowel het strategische beleid als de projecten afhandelt. Een archeologische toets/archeologisch onderzoek is verplicht voor ingrepen in de bodem op locaties waar een vermoeden is van archeologische waarden in de bodem. De gemeentelijke archeoloog adviseert hierover. Omdat er op sommige momenten teveel aanvragen zijn voor 1 persoon, willen we in staat zijn om flexibel extra capaciteit van gespecialiseerde bureaus in te huren voor de piekmomenten. We zien voor 2023 extra aanvragen dus stellen voor om € 50.000 extra beschikbaar te stellen dit jaar. 50 Gratis energiescans MKB We onttrekken € 40.000 uit de algemene reserve voor het beschikbaar stellen van 50 gratis energiescans voor het MKB. Door de hoge energieprijzen staan de horecaondernemingen en overige MKB bedrijven onder druk. Met deze gratis energiescans willen we hen een steuntje in de rug bieden. Daarnaast helpt de gratis energiescan bij de verduurzamingsopgave.

15

Programma 6. Stadscentrum Dit programma heeft geen 3O-ontwikkelingen.

16

Programma 7. Verstedelijking, wonen en mobiliteit + is nadeel: hogere uitgaven/lagere inkomsten - is voordeel: lagere uitgaven/hogere inkomsten bedragen x € 1.000

Omschrijving

2023

2024

2025

2026

Besteding reserve Omgevingswet

628

100

0

0

Onttrekking uit de reserve Omgevingswet

-628

-100

0

0

Noordelijke Ontsluitingsweg

-250

-250

-250

0

Storting in de reserve Bovenwijkse

250

250

250

0

0

0

0

0

voorzieningen Totaal 3O-ontwikkelingen

Toelichting 3O-ontwikkelingen Besteding reserve Omgevingswet We hebben bij de septembercirculaire van 2022 een bijdrage van € 728.000 gehad vanuit het Rijk voor de transitiekosten gekoppeld aan de invoering van de Omgevingswet. Dit hebben we toen gestort in de reserve Omgevingswet. De besteding van het budget is nu uitgewerkt. We zetten het in op de afdelingen Ruimtelijke ontwikkeling, ICT, VTH en voor programmamanagement. We hebben € 628.000 nodig in 2023 en € 100.000 in 2024. We onttrekken deze bedragen uit de reserve. Noordelijke Ontsluitingsweg We hebben voor de jaren 2023 tot en met 2025 jaarlijks lagere kosten van € 250.000 voor de Noordelijke Ontsluitingsweg. We storten deze bedragen in de reserve Bovenwijkse voorzieningen. We komen in 2023 met een raadsinformatiebrief over de Noordelijke ontsluitingsweg. Het jaar 2023 staat hierbij in het teken van de voorbereidende werkzaamheden voor fase 1 van de Noordelijke ontsluitingsweg. We verwachten dat fase 1 van de Noordelijke ontsluitingsweg in 2024 en 2025 wordt aangelegd. We willen het geld dat we in de begroting hebben opgenomen voor de fase 1 van de Noordelijke ontsluitingsweg voor de jaren 2023, 2024 en 2025 voor deze ontsluitingsweg blijven reserveren. We storten daarom deze bedragen in de reserve bovenwijkse voorzieningen. De Noordelijke ontsluitingsweg betalen we uit deze reserve.

17

Programma 8. Veilige omgeving Dit programma heeft geen 3O-ontwikkelingen.

18

Programma 9. Besturen in verandering van tijden + is nadeel: hogere uitgaven/lagere inkomsten - is voordeel: lagere uitgaven/hogere inkomsten bedragen x € 1.000

Omschrijving

2023

2024

2025

2026

Hogere kosten VNG/GGU

81

81

81

81

Hogere kosten verkiezingen

0

105

105

105

Besteding reserve ICT en

564

151

0

0

-564

-151

0

0

113

0

0

0

-113

0

0

0

Hogere facilitaire kosten

102

102

102

102

Hogere kosten personele zaken

81

81

81

81

Totaal 3O-ontwikkelingen

264

369

369

369

Organisatieontwikkelingen Onttrekking uit de reserve ICT/organisatieontwikkelingen Taskforce versnelling woningbouw en bedrijventerreinen Onttrekking uit de algemene bedrijfsreserve van het grondbedrijf (ABR)

Toelichting 3O-ontwikkelingen Hogere kosten VNG/GGU We hebben hogere kosten voor de bijdrage Fonds Gezamenlijke Gemeentelijke Uitvoering (GGU) van de VNG. Het gaat om een structureel bedrag van € 81.000. De contributie is gestegen van € 234.000 (2021) naar € 294.000 (2022) en in 2023 naar € 315.000. We passen hier de begroting op aan. Hogere kosten verkiezingen We hebben hogere kosten voor het organiseren van de verkiezingen. Het gaat om een structureel bedrag van € 105.000. De kosten voor het organiseren van verkiezingen zijn hoger dan het beschikbare budget. Dit komt mede door het hogere aantal stemlocaties en de nieuwe procedure voor het tellen van de stemmen. Het tekort over 2023 betalen we uit de post onvoorzien. Voor 2024 en verder hebben we een nadeel van € 105.000. Besteding reserve ICT en Organisatieontwikkelingen We onttrekken in 2023 € 443.000 en 2024 € 151.000 uit de reserve ICT. In 2022 hebben we door vertraging in projecten lagere uitgaven gehad voor ICT projecten. Deze uitgaven schuiven we door naar 2023 en 2024.

De volgende kosten betalen we in 2023 en 2024 uit de reserve ICT: Ontwikkeltraject medewerkers (2023 € 125.000 en 2024 € 58.000), Voorbereidingen voor de cloud (2023 € 58.000), Informatieveiligheid (2023 € 52.000 en 2024 € 52.000), Omgevingswet (2023 € 103.000), Datadistributie Beheer (2023 € 11.000), Proeftuin Office 365 (2023 € 45.000 en 2024 € 25.000), Identity Acces Management (2023: € 50.000 en 2024 € 16.000). Daarnaast onttrekken we in 2023 € 121.000 uit de reserve Organisatieontwikkelingen. We betalen hiermee de kosten voor het Generatiepact van € 96.000 en voor het project Portfoliomanagement van € 25.000.

19

Taskforce versnelling woningbouw en bedrijventerreinen We onttrekken in 2023 € 113.000 uit de algemene reserve van het grondbedrijf voor de Taskforce versnelling woningbouw en bedrijventerreinen. Bij raadsbesluit van 28 mei 2020 is voor deze Taskforce € 400.000 beschikbaar gesteld. In de afgelopen jaren hebben we € 287.000 kosten gemaakt voor de versnelling woningbouw. Het restant bedrag van € 113.000 zetten we in 2023 in voor een kwartiermaker versnelling woningbouw. Deze zal ook de rol vervullen van professioneel ambtelijk opdrachtgever van de prioritaire projecten zoals onder andere het theater en zwembad en op het gebied van woningbouw. Daarom willen we in 2023 het restant bedrag € 113.000 opnieuw beschikbaar stellen. We betalen dit uit de algemene reserve grondbedrijf. Hogere facilitaire kosten We hebben hogere facilitaire kosten van jaarlijks € 102.000. We zien dat de kosten voor catering, schoonmaakkosten en koffie/thee/drank stijgen. Hogere kosten personele zaken We hebben een nadeel van structureel € 81.000 door hogere kosten voor keuring en ziekte van ons personeel (€ 50.000) en hogere kosten voor ambtsjubilea (€ 31.000). De kosten voor keuring en ziekte stijgen met € 50.000. De diensten voor keuring en ziekte hebben we uitbesteed bij aanbieder Zorg van de Zaak. We hebben een abonnement en aanvullende kosten voor consults en intakes.

In 2022 hadden we al hogere kosten van € 30.000 voor deze consults en intakes. Gelet op de hoogte van de verzuimcijfers en het aantal consulten voor 2023 en verder verwachten we op korte termijn geen daling van de kosten. Het relatief hoge verzuim en de intensivering van het contact met Zorg voor de Zaak maakt dat we naar verwachting vanaf dit jaar € 50.000 aan hogere kosten hebben. Daarnaast zien we hogere kosten voor ambtsjubilea en ambts- en pensioen cadeaus. We hebben een prognose gemaakt wat de mogelijke kosten zijn voor deze jubilea de aankomende jaren en we hebben hierbij een structureel tekort van gemiddeld € 31.000. De toename van de uitgaven is een gevolg van de vergrijzing van ons personeelsbestand. Medewerkers worden ouder, de gemiddelde leeftijd van het personeelsbestand stijgt en de pensioenleeftijd schuift steeds verder op waardoor hij/zij langer doorwerkt. In de nieuwe CAO is de Regeling Vervroegde Uitkering vastgesteld. Dit betekent dat ook een aantal medewerkers voor de pensioengerechtigde leeftijd de organisatie zal gaan verlaten.

20

Programma 10. Financieel beleid + is nadeel: hogere uitgaven/lagere inkomsten - is voordeel: lagere uitgaven/hogere inkomsten bedragen x € 1.000

Omschrijving

2023

2024

2025

2026

Hogere kosten deelnemersbijdrage BSOB

230

289

289

289

Voordeel doorgeschoven investeringen 2022

-590

0

0

0

Vennootschapsbelasting

639

0

0

0

Onttrekking uit de algemene bedrijfsreserve

-566

0

0

0

-288

289

289

289

van het grondbedrijf (ABR) Totaal 3O-ontwikkelingen

Toelichting 3O-ontwikkelingen Hogere kosten deelnemersbijdrage BSOB We hebben hogere kosten voor de deelnemersbijdrage BSOB. Het gaat om € 230.000 in 2023 en daarna jaarlijks € 289.000. Dit wordt veroorzaakt door verwerken van de CAO-wijzigingen, inflatie, extra kosten voor verhogen van het volwassenheidsniveau van gegevensbescherming en hogere proceskostenvergoedingen, met name door procedures via No Cure No Pay bureas. Daarnaast is de systematiek van kostentoerekening binnen BSOB vereenvoudigd. Hierdoor zijn de kosten voor aanslagen die we kunnen doorbelasten in de belastingtarieven in de afvalstoffenheffing en rioolheffing lager geworden. Voordeel doorgeschoven investeringen 2022 We hebben een voordeel van € 590.465 in 2023 door lagere investeringslasten vanuit investeringen die in 2022 zijn doorgeschoven naar latere jaren. Deze investeringen zouden in 2023 voor het eerst hebben geleid tot afschrijvings- en rentelasten in 2023. Maar doordat deze investeringen zijn doorgeschoven komen deze lasten later. Het betreft vooral investeringen in de openbare ruimte vanuit het integraal uitvoeringsprogramma en vastgoed. We hebben daardoor een eenmalig voordeel in 2023. Vennootschapsbelasting We hebben een nadeel van € 73.000 vanwege te betalen vennootschapsbelasting over 2020. In 2023 hebben we de aanslag vennootschapsbelasting over 2020 ontvangen en de aangifte over 2021 ingediend.

Over 2020 hebben we een vennootschapsbelasting last van € 458.000. Een groot deel hiervan (€ 436.000) wordt veroorzaakt door een fiscale winst die is toe te rekenen aan het grondbedrijf. Dit onttrekken we uit de Algemene bedrijfsreserve van het grondbedrijf (ABR). De resterende last van € 22.000 nemen we als nadeel op. We moeten daarnaast ook rentekosten van € 51.000 betalen. Dit geeft samen een nadeel van € 73.000. Over 2021 verwachten we een vennootschapsbelastinglast van € 534.000. Dit kunnen we grotendeels verrekenen met een verwacht fiscaal verlies over 2022. De aangifte over 2022 moet nog opgesteld worden. Het gedeelte veroorzaakt door fiscale resultaten van het grondbedrijf over 2021 dat we naar verwachting niet kunnen verrekenen (€ 130.000) onttrekken we alvast uit de ABR.

21

Overige ontwikkelingen + is nadeel: hogere uitgaven/lagere inkomsten - is voordeel: lagere uitgaven/hogere inkomsten bedragen x € 1.000

Omschrijving

2023

2024

2025

2026

470

0

0

0

-470

0

0

0

Ruimte voor bedrijven

50

0

0

0

Onttrekking uit de reserve economie

-50

0

0

0

Totaal overige ontwikkelingen

0

0

0

0

Besteding reserve verduurzaming gemeentelijk vastgoed Onttrekking uit de reserve verduurzaming gemeentelijk vastgoed

Toelichting overige ontwikkelingen Besteding reserve verduurzaming gemeentelijk vastgoed We stellen voor om € 470.000 beschikbaar te stellen voor verduurzaming van ons gemeentelijk vastgoed. Het gaat om € 275.000 voor Avanti Lithoijen, € 120.000 voor vervanging van het enkelglas Museum Jan Cunen en het Oude Klooster Geffen en € 75.000 voor onderzoekskosten. We betalen dit uit de reserve verduurzaming gemeentelijk vastgoed. Voor de verduurzaming van Avanti Lithoijen willen we € 275.000 beschikbaar stellen. De afgelopen twee jaar is een eerste slag gemaakt in de verduurzaming van het dorpshuis. Echter is een extra verduurzamingsslag noodzakelijk. In de huidige situatie veroorzaakt de lage temperatuur verwarmingsinstallatie een erg hoog energieverbruik. Om de eerder uitgevoerde verduurzaming beter (maximaal) te laten renderen zijn naast de reeds uitgevoerde aanpassingen overige verduurzamingswerkzaamheden nodig. Het gaat om onder andere isolatie van het plat dak, het vervangen van de beglazing, onderzoek gevel en spouwisolatie, led-verlichting en de geluidsakoestiek. Dit kost in totaal € 275.000. Als tweede willen we € 120.000 inzetten voor de vervanging van het enkelglas van de gebouwen Museum Jan Cunen en het Oude Klooster in Geffen. Vanuit het meerjarig onderhoudsplan staat het buitenschilderwerk gepland.

Door hierbij gelijk de verduurzamingslag van de beglazing uit te voeren wordt "werk met werk" gemaakt. Als laatste willen we € 75.000 inzetten voor onderzoekskosten naar de technische mogelijkheden, rendement en technische kwaliteit (isolatie van-) bestaand vastgoed. Op basis van dit onderzoek maken we een bestedingsplan voor de reserve Verduurzaming gemeentelijk vastgoed. Ruimte voor bedrijven We stellen voor om € 50.000 beschikbaar te stellen voor een intensivering van de activiteiten voor ruimte voor bedrijven. We betalen dit uit de reserve economie. De vraag naar ruimte om te ondernemen neemt alleen maar toe. Door ruimtegebrek komen toekomstige banen en inkomsten in gevaar. Daarom zetten we extra in op het vergaren van kennis/delen t.a.v. intensiveren ruimtegebruik op bestaande bedrijventerreinen, cofinanciering bij individuele pilot(s) op terrein/inrichtingsplannen kwaliteitsverbetering of intensivering, verkenning uitbreidingsmogelijkheden Pivot Park en verkenning mobiliteitsoplossing in combinatie met ruimte/duurzaamheidsproblematiek Moleneind. Per saldo kost naar verwachting € 50.000 meer dan we beschikbaar hebben in ons huidige budget voor ruimte voor bedrijven. Daarom stellen we nu voor dit beschikbaar te stellen en te onttrekken uit de reserve economie.

22

Budgettair neutrale wijzigingen + is nadeel: hogere uitgaven/lagere inkomsten - is voordeel: lagere uitgaven/hogere inkomsten bedragen x € 1.000

Programma

2023

2024

2025

2026

Programma 1. Welzijn en zorg

1.432

1.432

1.432

1.432

Programma 2. Werk, inkomen en onderwijs

-217

-229

-229

-229

Programma 3. Ontmoeten, sport en cultuur

-98

-25

-25

-25

Programma 4. Klimaat, energie en openbare ruimte

-540

-64

-64

-64

Programma 5. Economie

-79

25

25

25

Programma 6. Stadscentrum

-25

-25

-25

-25

Programma 7. Verstedelijking, wonen en mobiliteit

-527

-67

33

33

Programma 9. Besturen in verandering van tijden

3.193

2.675

2.575

2.575

Programma 10. Financieel Beleid

-3.138

-3.723

-3.723

-3.723

0

0

0

0

Totaal budgettair neutrale wijzigingen

Toelichting afwijkingen boven € 100.000 

We ontvangen van het Rijk en de Provincie Noord-Brabant verschillende subsidies en specifieke uitkeringen. Omdat we hierdoor onze kosten en opbrengsten verhogen melden we deze wijzigingen in deze financiële tussenrapportage. We nemen de volgende onderdelen op in onze begroting: o

We krijgen een bijdrage vanuit het Rijk van € 899.222 met betrekking tot de samenwerking tussen justitie ketenpartners en sociaal domein. In de wijk Ruwaard heeft een pilot gelopen waarin inwoners die verdacht worden van het plegen van een strafbaar feit door de reclassering zijn gevraagd om op vrijwillige basis mee te werken aan het opstellen van een plan van aanpak over een te volgen hulptraject en/of op te leggen strafrechtmaatregelen/bijzondere voorwaarden. De gedachte hierbij is dat de verdachte ook probleemeigenaar wordt en minder snel recidiveert. De looptijd van dit project is 1 juli 2022 tot 1 juli 2025. In 2022 hebben we een voorschot van € 399.222 ontvangen, dit hebben we niet besteed. Dit bedrag hebben we meegenomen naar 2023. Na goedkeuring van voortgangsrapportages juli 2023 en 2024 ontvangen we ieder jaar maximaal € 250.000 per jaar. We nemen de inkomsten en kosten op in onze begroting.

o

In 2022 hebben we specifieke uitkeringen (SPUK) ontvangen voor de wet inburgering en de onderwijsroute. In 2022 waren de uitgaven lager dan de ontvangen SPUK. Voor de resterende SPUK middelen geldt de reserveringsregeling en dat houdt in dat we resterende middelen mogen doorschuiven naar het volgende kalenderjaar. Het gaat om € 471.000. We ontvangen ook in 2023 via een specifieke uitkering middelen voor de bekostiging van inburgeringsvoorzieningen. De uitkering voor 2023 is voorlopig vastgesteld op € 964.936 en zal na afloop van 2023 definitief worden vastgesteld als bekend is hoeveel asielstatushouders, gezins- en overige migranten in de gemeente werkelijk gevestigd zijn.

o

We krijgen financiële middelen van het Rijk om goed onderwijsachterstandenbeleid te voeren. Op basis van een voorlopige beschikking 2023 ontvangen we dit jaar € 3.358.540. Dat is € 0,7 miljoen meer dan we hebben opgenomen in onze begroting. Hierop passen we de begroting 2023 zowel de inkomsten en kosten structureel aan. In september 2023 verwachten we de definitieve toekenningsbeschikking 2023. Het budget tot en met 2022 is niet volledig besteed, waardoor 23

maximaal 50% van toekenning 2022 meegenomen mag worden naar komende jaren. In 2023 hebben we daardoor nog een bedrag van € 1,6 miljoen te besteden vanuit 2022. o

In 2022 heeft het Ministerie van OCW € 310.000 beschikbaar gesteld vanuit de specifieke uitkering Impuls Jongerencultuur. Dit bedrag (ontvangen december 2022) was oorspronkelijk voor 2022. We mogen het budget nu ook voor 2023 inzetten. We verwachten hierdoor € 288.000 aan kosten en inkomsten in 2023.

o

We hebben een specifieke uitkering ontvangen van het Rijk van maximaal € 50.000 ontvangen in het kader van lokale preventieakkoorden en preventieaanpakken voor het jaar 2023. De uitvoering hebben we in handen van het Sport Expertise Centrum belegd. De gelden worden beschikbaar gesteld aan het SEC.

We betalen in 2023 net als in 2021 en 2022 de kosten voor het Advies en Meldpunt Zorg en Overlast vanuit maatschappelijke opvang. Voor 2023 gaat het om een bedrag van € 524.000. Het budget staat nu nog op beschermd wonen. Om de betaling te kunnen doen boeken we dit bedrag over naar maatschappelijke opvang.

Het voorlopige BUIG budget 2023 verwerken we budgettair neutraal in de begroting 2023. Het voorlopige budget 2023 is vastgesteld op € 28.237.255. Dit is een verhoging ten opzichte van het definitieve budget 2022 van € 27.003.752. Per 1 januari 2023 is het wettelijk minimumloon (WML) met 10,15% verhoogd. Hierdoor stijgt ook de hoogte van de bijstandsuitkeringen. Zoals gebruikelijk wordt deze prijsbijstelling niet bij de voorlopige vaststelling, maar bij de definitieve vaststelling van het macrobudget 2023 (in september 2023) meegenomen. Op basis van de huidige CPB-raming wordt een positieve bijstelling van € 660 miljoen van het macrobudget verwacht. Ter indicatie is er een grove berekening gemaakt van wat het toegekende BUIG budget per gemeente ongeveer zou zijn, als de WML-verhoging al in het voorlopige macrobudget 2023 zou worden verwerkt. Voor de gemeente Oss komt de grove berekening uit op € 31.336.000. Eind september of begin oktober zal het definitieve budget voor de gemeente Oss bekend worden gemaakt.

We dragen het onderhoudsbudget speeltoestellen Urban Sportpark over van afdeling vastgoed naar afdeling IBOR. We verplaatsen het budget van € 33.000 vanuit programma 3 naar programma 4.

Met het gemeenschapshuis Haren hebben we afgesproken dat we voor het gebruik van de sportzaal een subsidie beschikbaar gaan stellen. Het gemeenschapshuis is volledig eigendom van de bewoners en wordt ook door hen geëxploiteerd. Dit kost € 8.500 en dit betalen we uit de stelpost voor loon- en prijscompensatie.

We passen de begroting van afval aan conform het amendement Belastingbesluit 2023 over de teruggave over het belastingjaar 2023 volgens principe afvalscheiding loont: Minder aanbieden van de minicontainer aan de inzameldienst leidt tot meer teruggave van de afvalstoffenheffing. We verhogen de verwachte inkomsten voor de afvalstoffenheffing en verhogen de verwachte teruggave voor het minder aanbieden van containers.

Voor de beheerkosten van de voetveren is er jaarlijks structureel extra budget van € 12.500 nodig. Dit betalen we uit beschikbaar budget vanuit projecten klimaat, milieu en openbare ruimte.

We verplaatsen het budget voor het ontwikkelen van beleid voor klimaat, openbare ruimte van het product ‘projecten openbare ruimte’ naar het product ‘projecten milieu en buitengebied’ omdat daar de kosten beter passen. Hiermee wordt ook de primitieve begroting 2023 aangepast.

We ontvangen jaarlijks subsidie voor verkeerseducatie. We nemen de verwachte subsidie inkomsten en de kosten (doorbetalen naar scholen) op in onze begroting.

We verplaatsen het incidentele budget van € 100.000 in 2023 voor de cultuurhistorische waardenkaart van programma 5 naar programma 7 omdat we daar ook de kosten opnemen.

We verplaatsen het budget voor kermissen in de kernen van € 25.000 naar het programma economie omdat we daar de kosten verantwoorden.

We zijn gestart met de bouw van het Warenhuis. Er zijn in totaal 5 investeringskredieten beschikbaar om het geheel te realiseren, te weten: 1.

Casco bouw Warenhuis;

2.

Reserve (Casco bouw) Warenhuis;

3.

Installaties Warenhuis;

4.

Interieur Warenhuis;

5.

Grondaankoop locatie Warenhuis.

24

We ramen nu op basis van deze investeringen de kapitaallasten (rente en afschrijvingen) in onze begroting. Bij de investeringen 1, 3 en 4 ramen we de kapitaallasten op annuïteitenbasis. Dit om een gelijkmatige kostprijs te kunnen door rekenen voor het Warenhuis. Bij de grondaankoop behoren we volgens de BBV regels alleen de rentekosten te betalen. Op grond mogen we niet afschrijven. Deze kapitaallasten betalen we uit de post onvoorzien Warenhuis. We hebben een post onvoorzien Warenhuis in onze begroting die we inzetten om o.a. deze kapitaallasten en de toekomstige exploitatie van het Warenhuis mogelijk te maken. De investering bij reserve casco bouw Warenhuis wordt op lineaire basis afgeschreven. Hierdoor is het mogelijk dat we elk jaar dezelfde afschrijvingslast ten laste van de reserve casco bouw Warenhuis kunnen brengen. We betalen de investeringen voor de casco bouw Warenhuis voor een bedrag van € 2,3 miljoen uit de reserve (casco bouw) Warenhuis. Hiervoor storten we vanuit de reserve Wal Kwartier een bedrag van circa € 1,1 miljoen in de reserve casco bouw Warenhuis om dit mogelijk te maken. Het bedrag van € 1,1 miljoen heeft betrekking op: € 0,9 miljoen die door de gemeenteraad op 30 januari 2020 hiervoor beschikbaar is gesteld;

o

€ 0,2 miljoen meerwerk casco bouw Warenhuis die we uit de post onvoorzien reserve Wal Kwartier

o

betalen. 

Voor dit jaar en volgend jaar stellen we 3 locatieprofielen evenementen op. Dit kost € 45.000 voor dit en volgend jaar en € 15.000 voor 2024. Dit betalen we uit de reserve geluid. Hierdoor vraagt dit geen extra budget.

We hebben de storting vanuit parkeren naar de reserve mobiliteit bij de programmabegroting 2023 gewijzigd naar een storting in de reserve Bovenwijkse voorzieningen. Dit sluit aan bij de financiële kaders rondom onze ruimtelijke ambities. De besteding blijft dezelfde (grote infrastructurele projecten) maar inkomensstromen worden samengevoegd.

We digitaliseren onze poststromen en besparen daarmee op handmatige verwerking van papieren post. We hebben een prognose gemaakt van de extra ICT-lasten en van de berekende besparing op de loonkosten. De besparing op de loonkosten verwerken we als een generieke taakstelling over de gehele organisatie. Het saldo voegen we toe aan de reserve organisatieontwikkeling. Uit dit saldo betalen we een uitbreiding van 0,67 fte managementassistent bij team Ondersteuning.

We stellen een budget van € 85.000 beschikbaar voor ondersteunde werkzaamheden voor G40. Deze kosten betalen wij en declareren we bij de G40. De G40 vergoedt deze kosten omdat Oss vertegenwoordigd is in het Dagelijks Bestuur van de G40 en de pijlervoorzitter Economie levert. We nemen daarom de kosten en inkomsten op in onze begroting.

Onze senior accountmanager gaat voor 3 jaar voornamelijk werken voor bedrijventerrein Heesch-West. Hiervoor krijgen wij een vergoeding van € 67.500 in 2023, 2024 en 2025. Door deze vergoeding nemen we junior accountmanager aan voor de jaren 2023, 2024 en 2025.

Vorig jaar hebben we € 45.000 beschikbaar gesteld om projectmatig werken te versterken. We willen als organisatie meer zakelijk en resultaatgericht zijn en toegroeien naar het zogenaamde 100.000-plus profiel. Deze versterking is nodig omdat de opgaven van de gemeenten groter en complexer worden. In 2022 zijn niet alle gelden besteed. Omdat het project nog doorloopt stellen we voor het niet bestede bedrag van € 21.825 in 2022 opnieuw beschikbaar te stellen. Deze kosten betalen we uit de reserve organisatieontwikkelingen.

Afgelopen jaren hebben we forse overschotten gehad op onze personele kosten en overhead. Ook dit jaar, en volgende jaren, is de kans reëel dat we een voordeel hebben. We gaan daarom gedurende het jaar al extra inhuurbudgetten beschikbaar stellen en draaien een aantal begrote onttrekkingen uit de reserve organisatieontwikkelingen terug. We gaan hiermee onze budgetten efficiënter inzetten en sturen op een goede besteding ervan. Mocht aan het einde van het jaar blijken dat er een nadeel ontstaat, dan dient de reserve organisatieontwikkeling als achtervang. We draaien de volgende geplande onttrekkingen uit de reserve organisatieontwikkelingen terug: o

De projectleider digitalisering sociaal domein (€ 127.000 in 2023, 2024 en 2025)

o

Procesgericht werken (€ 56.000 in 2023)

o

De projectleider post (€ 64.000).

25

We breiden de formatie voor Werk en inkomen uit met een consulent inburgering, verschillende functies binnen team Kwaliteit & Ontwikkeling, een consulent vergunninghouders en een arbeidsdeskundige binnen team Werk. We betalen dit uit het participatiebudget en gelden vanuit de SPUK inburgering. Het gaat om € 229.000 in totaal.

We verdelen het budget voor het buitengebied. We zetten het budget onder andere in voor de agrarische visie. We verplaatsen hiervoor een deel van het budget (€ 200.000 in 2023 en € 100.000 vanaf 2024) van programma 4 naar programma 9.

We financieren structureel extra formatie bij LWE uit de activiteit energietransitie. Dit betreft extra formatie voor een communicatiemedewerker en urenuitbreiding voor een medewerker secretarieel. Het gaat om afgerond € 60.000 die we verplaatsen van programma 4 naar programma 9.

We betalen de volgende posten uit de post onvoorzien: o

€ 105.000 voor het organiseren van de verkiezingen in 2023. De kosten voor het organiseren van verkiezingen zijn hoger dan het beschikbare budget. Dit komt mede door het hogere aantal stemlocaties en de nieuwe procedure voor het tellen van de stemmen. Het tekort over 2023 betalen we uit de post onvoorzien. Het structurele tekort hebben we meegenomen als 3Oontwikkeling.

o

€ 95.000, ongeveer € 1 per inwoner, aan giro 555 voor de slachtoffers van de aardbevingen in Turkije en Syrië. Eerder hebben we aangegeven dat we dit willen betalen uit de algemene reserve. Omdat er nog voldoende ruimte beschikbaar is in de post onvoorzien stellen we nu voor om de bijdrage aan giro 555 hieruit te betalen.

o

€ 35.000 voor een voorbereidingsbudget voor flexwoningen Ravenstein. De voorbereidingen voor de flexwoningen op de locatie Ravenstein verlopen voorspoedig. Om de werkzaamheden voor de ruimtelijke onderbouwing inclusief de onderzoeken op te kunnen pakken is € 35.000 nodig. Dit bedrag betalen we uit de post onvoorzien.

o

€ 12.405 voor het carillon van de Grote Kerk. Tijdens het uitvoeren van een inspectie aan het carillon van de Grote Kerk is geconstateerd dat vanwege blikseminslag een defect is ontstaan aan de magneethamers van het carillon en de carilloncomputer. De meerjarenonderhoudsplanning voorziet niet in deze kosten. Reparatie van het carillon en vervanging van de carilloncomputer kost € 12.405.

o

€ 18.000 voor de vervanging van de deuren van de Koppellinck. Er zijn problemen met de huidige toegangsdeur van de Koppellink. Dit leidde tot valpartijen bij ouderen en zorgt voor een acuut probleem. In overleg met de beheerder is bekeken wat een oplossing hiervoor zou zijn. De toegangsdeur wordt vervangen door een schuifdeur. Dit kost € 18.000.

We nemen de kosten en opbrengsten voor het regionaal bureau leerplicht (RBL) in onze begroting. Voorheen werd dit door de belastingdienst anders gezien, maar als centrumgemeente moeten we de kosten en opbrengsten van afgerond € 2 miljoen apart inzichtelijk maken in de begroting.

We verhogen het budget voor de accountantskosten met jaarlijks € 12.000. Door een toename van het aantal Sisa-verantwoordingen nemen de accountantskosten toe. Een Sisa-verantwoording is met name nodig voor de verantwoording van onder andere specifieke uitkeringen van het Rijk en provincie. Ook worden de accountantskosten jaarlijks geïndexeerd. We betalen dit uit de stelpost voor loon- en prijscompensatie.

Daarnaast indexeren we verschillende budgetten. We betalen dit uit de stelpost loon en prijscompensatie. In totaal gaat het om een bedrag van € 3,9 miljoen. De belangrijkste wijzigingen zijn: o

Voor Wmo dagbesteding en begeleiding zijn de tarieven met 4,8% verhoogd als gevolg van indexatie. Dat sluit aan op de contracten die we met de aanbieders van deze producten gesloten hebben. Het gaat om € 527.000.

o

Hogere kosten huishoudelijke verzorging: De tarieven voor huishoudelijke verzorging stijgen vanaf 2023 met 5,89%. Dit leidt tot hogere kosten van €487.072. De huurkosten voor woonvoorzieningen, rolstoelvoorzieningen en vervoersvoorzieningen stijgen vanaf 2023 14,3% voor in totaal € 326.317.

o

GGZ Oost Brabant krijgt een subsidie voor de ontmoetingsfunctie vanaf 2023. Deze subsidie wordt jaarlijks geïndexeerd conform afspraken in de regio, op basis van het regionale indexeringspercentage voor WMO begeleiding en dagbesteding. Dit kost € 7.634.

26

o

De tarieven voor Regiotaxi zijn met 13,7% verhoogd als gevolg van indexatie. We nemen een lager bedrag op voor indexatie, aangezien we in 2022 een overschot hadden op de begroting. De kostenstijging zien we in de gereden ritten, maar daarnaast ook in de beheerskosten die zijn toegenomen. Per saldo kost dit € 84.000.

o

De tarieven van de ODBN stijgen structureel dit jaar door hogere lonen en prijsstijgingen. Hiermee stijgen de tarieven dit jaar met 4,2%. Dit kost € 96.000 in 2023.

o

We verhogen de ICT budgetten voor de software licentie- en onderhoudskosten uit het standenregister met 6%. Onze grootste leverancier Centric hanteert een indexatie van 7,2%. Onze andere leveranciers hanteren een hoger, maar soms ook een lager percentage. We maken de keuze om de budgetten van het standenregister te indexeren met 6%. Dit kost ons € 165.810.

o

We nemen structureel € 15.000 extra kosten op voor indexering van de bezoldiging van burgemeester en wethouders alsmede voor indexering van de tegemoetkomingen voor raads- en commissieleden. Hierbij is rekening gehouden met de meest recente circulaires van het ministerie van Binnenlandse Zaken. Ook hebben we rekening gehouden met verhoging van de pensioenen met betrekking tot oud wethouders die we niet betalen vanuit de voorziening pensioen wethouders.

o

Door de nieuwe CAO over het jaar 2023 stijgen de loonkosten met € 2 miljoen extra. Werkgevers en de vakbonden hebben een akkoord bereikt over ene nieuwe CAO voor 12 maanden (het jaar 2023). De salarissen stijgen per 2 januari 2023 met € 240 per maand en daarna met 2%. Hierdoor stijgen de loonkosten voor medewerkers in de lagere schalen extra. De salarisstijging varieert van gemiddeld ruim 13% aan de basis en bijna 7% in de hogere schalen. In de begroting 2023 hadden we rekening gehouden met een stijging op basis van de cijfers van het centraal planbureau van 3,3%. Om de loonkostenbudgetten volledig te compenseren is een extra bedrag nodig van € 2 miljoen.

o o

Voor jeugdhulp vangen we de prijsstijgingen 2023 op binnen de rijksmiddelen die we ontvangen. De prijsstijgingen binnen de openbare ruimte vangen we ook op binnen bestaande budgetten. Bij de programmabegroting 2023 hebben we extra budget toegekend en gezien de overschotten bij de jaarrekening hebben we besloten voor 2023 geen extra compensatie toe te kennen.

27

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Oss&id=21e43654-f6af-4f4f-961a-42b873a602f3