CConstaterende datOss
Koppel je AI →
Document · PDF

DEF Gebiedsvisie Vitaal Buitengebied.PDF

Gemeenteraad 7 oktober 2021, gemeente OssBij agendapunt: B Gebiedsvisie Vitaal Buitengebied20.255 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Gebiedsvisie Vitaal Buitengebied Oss

Het plangebied voor de Omgevingsvisie Buitengebied Oss

Hoogtekaart Oss (bron: AHN)

Inhoudsopgave Voorwoord 1 Inleiding 1.1 Waarom een gebiedsvisie vitaal buitengebied 1.2 Waar gaat de visie over 1.3 Hoe gaan we de visie gebruiken 1.4 Hoe deze visie tot stand is gekomen 1.5 Leeswijzer

8 14 14 14 16 17 18

5 De gebieden 5.1 Het Maasoevergebied 5.2 Het Poldergebied 5.3 Het Dekzandgebied

94 96 106 118

6

128

Het gehele gebied

2

Het buitengebied in beweging; kenmerken en ontwikkelingen 21 2.1 De opbouw van het buitengebied 21 2.2 De ontwikkelingen in het buitengebied 24 2.3 Relatie met de Global Goals 26 2.4 Relaties met beleid van andere overheden 27 2.5 Oss in de omgeving 30

Topografische kaart Gemeente Oss

Status definitieve versie Datum augustus 2021

3 Ambitie en strategie 3.1 Onze rol als gemeente in het buitengebied 3.2 Onze ambitie 3.3 Op zoek naar de juiste balans 3.4 Hoe komen we van visie tot uitvoering

32 35 35 37 42

4 De thema’s 4.1 Water, Bodem & Lucht 4.2 Rijke Natuur 4.3 Ruimte voor Energie 4.4 Vrije Tijd, Landschap en Erfgoed 4.5 Prettig & Gezond Leven 4.6 Toekomstvaste Landbouw

44 46 57 64 70 78 86

7

Voorwoord

Onze ambitie Er zijn allerlei ontwikkelingen gaande die ons buitengebied raken en voor verandering zorgen. Om een vitaal en multifunctioneel buitengebied te kunnen behouden en versterken, zullen we een nieuw en duurzamer evenwicht moeten creëren. Met een daarbij passende verbinding tussen stad en ommeland. Lange tijd was die relatie vanzelfsprekend. Maar ook die is onder druk komen te staan. Daarbij moeten we schakelen op twee assen. Horizontaal hebben we het over de benutting en verdeling van de ruimte. Tussen het agrarische gebruik, natuur, biodiversiteit, recreatie, wonen, klimaat, energieopwekking, mobiliteit e.a.. Rekening houdend met de belangen van enerzijds productiegebied en anderzijds leefgebied. In de verticale kolom hebben we te maken met de effecten van het gebruik op lucht, water - boven- en ondergronds-, en bodem. Die op hun beurt onder meer gezondheid en veiligheid raken. Wij zullen keuzes moeten maken voor beide assen afzonderlijk en vanuit hun onderlinge interactie. Context De bredere context hiervan is ingewikkeld. Het klimaatakkoord van Parijs van 2015 vormde de wereldwijde erkenning dat we een onverantwoorde wissel

om herbezinning op onze economie, ecologie en hoe wij invulling geven aan ons levenspatroon, sociaal en individueel. Niet alleen in ons eigen belang, maar ook in dat van de generaties na ons.

trekken op onze natuurlijke leefomgeving en dat heel snel, ingrijpende maatregelen zijn geboden om dat te stoppen. Daarover zijn internationaal harde afspraken gemaakt. Ook Nederland is daaraan gebonden. Veel van die opgaven landen in ons buitengebied. Hoe alarmerend de signalen zijn, hebben we deze zomer wel heel direct ervaren : door het rapport van het IPPC, het klimaatpanel van de VN, door de wateroverlast in Duitsland, België en het Maasgebied en door de hittegolven en bosbranden elders in de wereld. De combinatie van een klein land, met nauwelijks onbruikbaar grondgebied en een heel efficiënte benutting, onderscheidt Nederland van verreweg de meeste andere landen. De keerzijde daarvan is dat we weinig ruimte hebben voor grote, nieuwe opgaven en dat we lucht, water en bodem zwaar belasten. Dat geldt niet overal even sterk in ons land. Maar zeker wel in onze Provincie Brabant met haar vooraanstaande economische positie, gunstige ligging en intensieve landbouw. Dat blijkt ook uit de stikstofdiscussie. Ingrijpende keuzes We zijn uit balans geraakt. Dit geeft in snel groeiende mate reden tot zorg. We moeten een nieuw evenwicht creëren. En we hebben daarvoor weinig tijd. Dit vraagt

Het denkproces hierover loopt volop. De nieuw te vormen regering zal ingrijpende keuzes moeten maken. Woningbouw, klimaat, landbouw, energie en economie zijn grote thema’s. Visies, meningen en keuzes daarover lopen sterk uiteen, maatschappelijk en dus ook politiek. De regering zal meer sturing moeten geven : duidelijk, resultaatgericht en consistent op langere termijn. Datzelfde geldt voor ons provinciebestuur. Daaruit dan zal blijken welke gevolgen dat heeft voor onze gemeente. Maar hoe dan ook : evident is dat het ruimtelijk domein veel meer zal gaan vragen van ons als gemeente. Ook wij moeten daarvoor onze verantwoordelijkheid nemen. Door keuzes te maken en deze daadkrachtig tot uitvoering te brengen. Veelzeggend is dat er een brede roep is om meer nationale regie en dat wordt verwacht dat er weer een ministerie voor de leefomgeving in het leven wordt geroepen om richting te geven aan de opgaven in het ruimtelijk domein en om de samenhang daarvan te borgen. De nieuwe Omgevingswet die op 1 januari 2022 van kracht wordt, moet daarbij helpen om de juiste keuzes te maken. Maar of dat het geval gaat zijn, roept nog steeds breed vraagtekens op. Stadteland Oss Oss is ruimtelijk gezien anders van aard dan veel andere gemeenten. We zijn met onze middelgrote stad, 23 stadjes en dorpen en een heel groot buitengebied als het ware een stadteland of een kleine provincie.

Dat maakt Oss tot een fascinerende gemeente met uitdagingen en kansen in het kwadraat,

die in elk van die drie deelgebieden anders zijn. De nieuwe Omgevingswet, verlangt van ons dat wij een streefbeeld opstellen waarin we schetsen hoe Oss er in de komende decennia uit moet gaan zien. Vanuit een integraal perspectief en met een versterkte verbinding tussen het fysieke en sociale domein. Dat moeten we voor onze hele gemeente vertalen in één allesomvattende Omgevingsvisie. Daarvoor werken we aan deelvisies voor de drie gebieden van ons stadteland. Deze Gebiedsvisie Vitaal Buitengebied is de eerste. De gebiedsvisies voor de stad Oss en voor de stadjes en kernen volgen nog. Botsende belangen Op basis van de concept gebiedsvisie zijn we het gesprek aangegaan met inwoners en stakeholders. Dat heeft ons beter zicht gegeven op hoe er wordt gedacht. Ons buitengebied is groot, gevarieerd, natuurrijk en aantrekkelijk voor wonen, werken en recreëren. Maar juist daar spelen ook de grote “het moet echt anders” transities met betrekking tot klimaat, energie en landbouw. Want daar is ruimte. Dat leidt tot “landschapspijn”, botsende belangen en maatschappelijke spanningen zoals over waterveiligheid, windmolens en de landbouwmaatregelen. Vrijheid en mogelijkheden voor de een kunnen leiden tot beperkingen en minder mogelijkheden voor de ander. Veranderingsbereidheid Daarmee staan we voor grote uitdagingen. Dit vraagt om een toekomstgerichte visie.

En dus kennis van zaken, out of the box-denken en inschattingsvermogen. Maar ook grote veranderingsbereidheid. Want zonder ingrijpende maatregelen komen we er niet. Dat is inmiddels al wel duidelijk geworden uit discussies in onze gemeente over onder meer het waterveiligheidstraject Meanderende Maas, over 9

windmolens en zonnevelden, over uitbreidingslocaties voor woningbouw, over de landbouw, over natuur en over de impact van meer recreanten. Besprekingen daarover en over de keuzes die inmiddels zijn gemaakt, roepen veel reactie op. Dat is ook logisch. Want het gaat om veel meer dan bij bekende opgaven zoals woningbouw of de botsing tussen bedrijfsbelangen en woongenot. We moeten nu ook vorm geven aan transities met betrekking tot klimaat, energie en landbouw waarbij het gaat om structurele veranderingen die het resultaat zijn van op elkaar inwerkende en elkaar versterkende ontwikkelingen zonder dat we het kompas hebben van eerdere ervaringen. Afweging van belangen Dit stelt ons voor nieuwe opgaven en biedt tegelijkertijd nieuwe kansen. Onder meer door de koppelkansen te benutten die de verschillende opgaven bieden. We doen dat met als uitgangspunt combineren waar het kan en kiezen waar het moet. In de geest van de Omgevingswet willen we de dynamiek bevorderen, ruimte geven aan nieuwe mogelijkheden en innovaties stimuleren. Daarvoor is nodig dat we het buitengebied in deelgebieden bezien waarin we de specifieke kwaliteiten, waarden en belangen in zwaarte wegen en vertalen naar beoogde ontwikkelrichtingen.

Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) hanteert in haar rapport “Grote opgaven in een beperkte ruimte” (8 april 2021) als afwegingskader het drieluik: gebruikswaarde (economische benutting), belevingswaarde (perspectief van de burger) en toekomstwaarde (ecologische duurzaamheid). Het rapport noemt het aanpakken daarvan “een ingewikkelde puzzel, niet alleen omdat voor bestaande en nieuwe functies ruimte moet worden gevonden, ook omdat daarbij rekening moet

worden gehouden met de interactie tussen het benodigde ruimtegebruik”. Dat geldt ook voor ons in Oss. Puzzelstukjes In de afgelopen jaren hebben we die handschoen opgepakt door successievelijk en consequent stukjes van onze buitengebiedpuzzel te leggen. Zoals het bestemmingsplan Buitengebied 2020. Ook het project Meanderende Maas is een concreet en sprekend voorbeeld daarvan. Waterveiligheid staat centraal in de hiërarchie van belangen in dit deel van ons buitengebied. Maar de maatregelen worden zo ingericht dat tegelijkertijd de toegang tot de haven wordt verbeterd, er een groot nieuw riviernatuurgebied bijkomt, de bomen op de dijk en de bakenbomen zoveel mogelijk blijven behouden, het erfgoed wordt gespaard en recreatie en toerisme worden verrijkt.

deld binnen het grotere geheel van het totale buitengebied. Als een van de drie bouwstenen van onze Omgevingsvisie. Tot slot Samen met onze inwoners en andere belanghebbenden zijn we op zoek naar het nieuwe, toekomstgerichte evenwicht voor ons buitengebied. Deze Gebiedsvisie Vitaal Buitengebied vormt het beleidskader voor de verdere invulling in de komende jaren. Welke keuzes we daarin ook maken, evident is dat deze tot grote veranderingen zullen leiden. Zoals ons

gebied zich in de lange historie van onze gemeente altijd heeft ge- en hervormd. Dat is treffend beschreven in het boekje Mens en Maasland. Veelal geleidelijk, maar op momenten telkens weer schoksgewijs. Dat laatste speelt ook nu. Het is aan de gemeenteraad om daaraan richting te geven op basis van zorgvuldige afweging van alle belangen. Niet alleen die van nu en ons, maar ook die van de generaties na ons.

mr J. van der Schoot Wethouder Buitengebied c.a.

Op dezelfde manier heeft onze gemeenteraad inmiddels al meer of minder vergevorderde besluiten genomen over deelonderwerpen die het buitengebied raken. Zoals over onze energie-opwekking ter invulling van onze resterende opgave uit de Regionale Energie Strategie (RES). Over het toekomstperspectief voor de Landbouw in onze gemeente en over hoe om te gaan met vrijkomende agrarische bebouwingen. Over uitbreidingslocaties voor wonen, Recreatie en Toerisme, erfgoed, natuurontwikkeling en de Maashorst. Over onze ambitie met betrekking tot het Schone Luchtakkoord en circulariteit. Dergelijke keuzes maken we niet van achter de bureautafel. Daarover is intensief gesproken met veel verschillende partners per deelonderwerp. En we werken daarbij samen met allerlei partijen van binnen en buiten onze gemeente. Met deze gebiedsvisie worden deze visies en besluiten tezamen met andere onderwerpen gebun11

Matrix gebiedsvisie Buitengebied Oss

Bodem, water en lucht

Rijke natuur

Ruimte voor energie

Vrije tijd, landschap en erfgoed

Prettig en gezond leven

Toekomstvaste landbouw

Maasovergebied

Poldergebied

Dekzandgebied

Verbindingen

Vertaling van grote opgaven in ons vitale buitengebied: combineren waar het kan, kiezen waar het moet. 13

1 Inleiding 1.1 Waarom een gebiedsvisie vitaal buitengebied Deze Gebiedsvisie Vitaal Buitengebied zal samen met de gebiedsvisies voor de stadjes en kernen en het stedelijk gebied (Oss en Berghem) de bouwstenen voor de integrale omgevingsvisie voor Oss gaan vormen. De omgevingsvisie is een van de belangrijke beleidsinstrumenten onder de Omgevingswet die (naar verwachting) op 1 juli 2022 wordt ingevoerd. In de omgevingsvisie geven we voor ons hele grondgebied de beleidsdoelen voor de fysieke leefomgeving aan. We kijken 10 jaar en langer vooruit. Als de omgevingsvisie is vastgesteld is daarmee ook de Structuurvisie Buitengebied uit 2015 vervangen. Oss heeft een prachtig en een uitgestrekt buitengebied. Samen met de stad en de vele kernen een rijke gemeente. We hebben in deze tijd te maken met grote opgaven. Voor een belangrijk deel landen die in ons buitengebied. Denk aan klimaat, energie, biodiversiteit, landbouw en recreatie. Ook voor de grote vraag naar woningen kijken we naar ons buitengebied. Deze gebiedsvisie benoemt de thema’s die in ons buitengebied spelen en vertaalt die naar voorstellen en mogelijkheden. Op het niveau van heel Nederland wordt gesproken over grote opgaven en schaarse ruimte. In Oss hebben we een groot buitengebied maar ook

dat wordt nu intensief gebruikt. Ook wij moeten dus keuzes maken hoe we opgaven daarin laten landen. Ons adagium daarbij is combineren waar het kan en kiezen waar het moet.

1.2 Waar gaat de visie over Scope is het buitengebied We maken voor het buitengebied, de stadjes en kernen en het stedelijk gebied drie aparte visies die daarna samengevoegd worden tot één integrale omgevingsvisie. We hebben voor deze opzet met verschillende deelvisies gekozen omdat de situatie en de problematiek van de gebieden sterk verschilt. Het buitengebied beslaat verreweg het grootste deel van onze gemeente, maar er wonen in verhouding maar weinig mensen. Dit gegeven op zich maakt de opgaven voor het buitengebied al wezenlijk anders dan voor bijvoorbeeld het stedelijk gebied. Naast grote verschillen zijn er natuurlijk ook veel relaties tussen stad, land en vooral de kernen. Denk bijvoorbeeld aan recreatie, verkeer of uitbreidingen van woongebieden. Voor een aantal van dit soort opgaven is de scope van de visie voor het buitengebied te beperkt en moeten we een gemeentebrede afweging maken.

15

Ruimtelijke en sociale thema’s In de visie komen alle thema’s aan bod die voor de fysieke leefomgeving in het buitengebied relevant zijn. Niet alleen ruimtelijke maar ook sociaal-maatschappelijke thema’s zoals veiligheid, leefbaarheid en gezondheid. Het gaat dan wel steeds over de leefomgevingscomponent. Momenteel zijn er diverse ontwikkelingen die vragen om aanpassing van de leefomgeving. Zo spelen onder meer de landelijke discussies over gezondheid, windmolens, klimaat en de landbouw ook in Oss. Dit raakt onderlinge verhoudingen en daarmee de leefbaarheid. Net zoals ontgroening en vergrijzing van de bevolking, mede ook in relatie tot de afstand tot voorzieningen. Deze opgaven zijn concreet en hebben invloed op ons dagelijks leven. In de omgevingsvisie spelen we hierop in en reiken we oplossingsrichtingen aan. Met de visie begeleiden we ontwikkelingen zodat ze voor zoveel mogelijk Ossenaren een goede en waar mogelijk een betere leefomgeving opleveren. Die vernieuwde leefomgeving is het maatschappelijke doel van de visie. Oplossingen voor opgaven Traditioneel gaat de ruimtelijke ordening uit van functies en belangen en is het doel om afwegingen tussen belangen te maken. De samenleving wordt steeds complexer en veranderingen volgen elkaar steeds sneller op.

De Omgevingswet daagt ons uit om op een andere manier te kijken naar opgaven en om daarvoor oplossingen proberen te vinden. Precies daar is het gesprek met de samenleving op gericht! Creatieve en innovatieve oplossingen waar de samenleving en fysieke leefomgeving beter van worden. Zo formuleert minister Kajsa Ollongren het: “De omgevingswet is om meerdere redenen een bijzondere wet, deze daagt nadrukkelijk uit om oplossingsgericht naar maatschappelijke opgaven te kijken. Grote opgaven als

klimaatadaptatie maar ook minder grote, zoals lokale oplossingen voor agrarisch ondernemerschap. Met deze wet gaan we ontwikkeling mogelijk maken”. Het perspectief van de samenleving Een van de belangrijke verbeterdoelen van de Omgevingswet is dat we in ons beleid nadrukkelijker uitgaan van de maatschappelijke opgaven en meer ruimte bieden voor initiatieven die een bijdrage leveren aan het oplossen ervan. Het perspectief van de inwoner, ondernemer, gebruiker en bezoeker staat centraal. Waar lopen mensen tegenaan en hoe kunnen wij hier met ons beleid en de gebiedsvisie op inspelen. Uiteraard vanuit een zorgvuldige weging van de effecten op de dagelijkse leefomgeving, voor de korte en lange termijn. En ook andersom: wat is het belang van de opgaven voor het goed functioneren van de dagelijkse leefomgeving. Denk aan waterveiligheid: het verhogen van de Maasdijk heeft een forse impact op de leefomgeving maar zorgt er ook voor dat die leefomgeving veilig blijft en dus beter kan worden gebruikt.

1.3 Hoe gaan we de visie gebruiken We hebben als gemeente de afgelopen jaren op tal van thema’s gewerkt aan het ontwikkelen van beleid en projecten in het buitengebied. Denk aan de visies op recreatie & toerisme, landbouw en VAB’s, energieopwekking en projecten zoals de Meanderende Maas, bestemmingsplan buitengebied, Duurzame Polder, bosomvorming en Speelbos Herperduin, Landerij VanTosse. Dit brengen we samen tot één gebiedsvisie met duidelijke doelen voor de lange termijn en waar nodig vullen we het beleid aan of verscherpen het. De Gebiedsvisie Vitaal Buitengebied voegen we weer met de andere gebiedsvisies samen tot de omgevingsvisie.

Als de omgevingsvisie straks klaar en vastgesteld is dan zal deze op vier manieren gebruikt gaan worden: 1. Mogelijk maken van initiatieven waar het kan Als gemeente gebruiken we de visie om initiatieven en plannen van burgers, ondernemers en maatschappelijke organisaties te beoordelen. We pakken de visie erbij als een initiatief invloed heeft op de fysieke leefomgeving en een besluit van de gemeente nodig heeft omdat het niet past binnen de bestaande regelgeving. We zullen dan beoordelen of het initiatief past bij de doelen voor de leefomgeving, of aan te passen is zodat het er bij past. 2. Hulpmiddel voor initiatieven vanuit de samenleving Burgers, ondernemers en maatschappelijke organisaties kunnen de visie gebruiken ter inspiratie en om in te schatten of een initiatief kansrijk is of op welke manier een initiatief kansrijk te maken is. Hoe dichter bij de doelen, hoe kansrijker het initiatief. Met behulp van de visie kunnen initiatiefnemers straks inschatten wat de kans op medewerking voor een initiatief is. En daarmee kan een initiatiefnemer beter inschatten welke voorinvesteringen verantwoord zijn. 3. Bepalen van eigen acties Als gemeente gaan we zelf ook onze eigen actiepunten bepalen. We zullen aangeven hoe wij als gemeente zelf uitvoering gaan geven aan de visie door projecten en programma’s te benoemen voor een specifiek thema, gebied of locatie.

Daarnaast gaan we actief kansen pakken die invulling geven aan de visie. Denk daarbij aan potentiële initiatiefnemers benaderen, met elkaar in verbinding brengen en meedenken.

4. Synergie in ons beleid Als gemeente zullen we al ons strategisch beleid voor de fysieke leefomgeving steeds meer vanuit de omgevingsvisie gaan aansturen. Daarmee zorgen we voor samenhang en synergie in beleid. Strategische keuzes die voorheen werden gemaakt in sectorale nota’s voor bijvoorbeeld wonen of verkeer, worden straks integraal gemaakt in de omgevingsvisie. De uitwerking en uitvoering van beleid vindt vervolgens plaats in omgevingsprogramma’s voor bepaalde thema’s en gebieden.

1.4 Hoe deze visie tot stand is gekomen In de afgelopen jaren hebben we al allerlei stukjes van onze buitengebiedpuzzel gelegd. De gemeenteraad heeft meer of minder vergevorderde besluiten genomen over allerlei deelonderwerpen. Zoals het waterveiligheidsproject Meanderende Maas, energie-opwekking, het toekomstperspectief voor de landbouw in onze gemeente, vrijkomende agrarische bebouwingen, bestemmingsplan buitengebied 2020, uitbreidingslocaties voor wonen, recreatie en toerisme, erfgoed, natuurontwikkeling, de Maashorst, het Schone Luchtakkoord en circulariteit. Dergelijke keuzes maken we niet van achter de bureautafel.Daarover is voor elk deelonderwerp intensief gesproken met veel verschillende partners. We werken daarbij samen met allerlei partijen van binnen en buiten onze gemeente en de participatie loopt door in allerlei vervolgprocessen. Voor deze gebiedsvisie buitengebied hebben we het totstandkomingsproces opgeknipt in 3 stappen: de gespreksnota, concept gebiedsvisie en definitieve gebiedsvisie. Eind 2020 zijn we begonnen met het opstellen van een gespreksnota die we besproken 17

hebben met de gemeenteraad. Daarin hebben we per thema de opgaven en vraagstukken benoemd. Vervolgens hebben we bij onze stakeholders opgehaald hoe zij over de opgaven en vraagstukken denken: herkennen zij zich in de vraagstukken, zijn zij het eens met de gestelde opgaven, welke maatregelen stellen zij voor en welke koppelkansen en botsingen zien ze met andere vraagstukken. Met stakeholders bedoelen we individuele deskundigen, organisaties en belangenbehartigende instanties die zich bezighouden met de opgaven en vraagstukken in ons buitengebied. Voor de vertaling naar een eerste concept gebiedsvisie hebben we verdiepende workshops gehouden met belanghebbenden op de thema’s landbouw, recreatie en toerisme, natuur en water. Ook hebben we een gesprek gehad met een brede afvaardiging van de provincie en de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit. Op basis van de gespreksnota, de input van deze gesprekken en eigen gemeentelijk beleid hebben we de concept gebiedsvisie opgesteld. Die is besproken met het college en een raadscommissie. Daarna hebben we alle belanghebbenden en geïnteresseerden breed uitgenodigd om met ons mee te denken en ons te helpen om te komen tot een definitieve gebiedsvisie. Dit deden we in twee stappen. We zijn begonnen met een brede internet- en papieren consultatie.

Per deelgebied (Maasoevergebied, poldergebied en dekzandgebied) hebben we een aantal dilemma’s geformuleerd die uit de conceptvisie naar voren kwamen en waarop iedereen een reactie kon geven. Dat is in grote mate gebeurd. We hebben meer dan 140 reacties ontvangen! Vervolgens hebben we negen digitale gebiedsgesprekken gevoerd met belanghebbenden en inwoners. Per gebiedsgesprek namen doorgaans zo’n 10 personen deel. Daarnaast hebben studenten van de WUR hun visie gegeven op

het buitengebied en zijn we in gesprek gegaan met de jongerenraad. Zo hebben we ook de stem van de jeugd expliciet een plek gegeven in het proces. De resultaten van alle gesprekken hebben we gebruikt om de concept gebiedsvisie te vertalen naar deze definitieve gebiedsvisie.

1.5 Leeswijzer In hoofdstuk 2 beschrijven we de kenmerken van ons buitengebied, wat er speelt en wat het beleid is van Rijk, Provincie en Waterschap. Hoofdstuk 3 bevat de doelstellingen en onze strategie. In hoofdstuk 4 werken we de doelen en strategie uit in een visie op een aantal thema’s. Per thema beschrijven we welke ontwikkelrichting we voorstellen en wat we daarvoor gaan doen. In hoofdstuk 5 komt alles samen en vertalen we de ontwikkelrichtingen naar de deelgebieden die we in het buitengebied onderscheiden: Maasoevergebied, Poldergebied en Dekzandgebied. Per gebied formuleren we wat er speelt, wat onze visie is op de ontwikkeling, wat we gaan doen en wat onze resterende dilemma’s zijn. Hoofdstuk 6 sluit af met de visiekaart voor het hele gebied.

19

2 Het buitengebied in beweging; kenmerken en ontwikkelingen

Indeling van het buitengebied vanuit landschap (bron: gemeente Oss)

2.1 De opbouw van het buitengebied

Landschapstypen

Het landschap en de ondergrond Het huidige buitengebied van de gemeente Oss is het resultaat van een voortdurende wisselwerking tussen natuurlijke factoren en menselijke ingrepen. De ondergrond is van oudsher bepalend geweest voor de opbouw van het buitengebied. Die ondergrond bestaat in het noorden uit een karakteristiek rivierengebied en in het zuiden uit dekzandgebied. Het dekzandgebied is in de laatste ijstijd ontstaan. Tijdens deze periode werd zand door de wind over grote delen van Noord-Brabant verspreid. Na de laatste ijstijd zette rivier de Maas in het ‘rivierengebied’ tijdens overstromingen zand en klei af. De grote zwaardere zanddeeltjes werden dicht bij de oever afgezet. De kleine, lichte kleideeltjes werden tijdens de overstroming op grotere afstand van de rivierbedding gedeponeerd. Zo ontstonden de oeverwallen en de komgronden. Door deze ondergrond is er in het buitengebied een duidelijke ruimtelijke opbouw ontstaan in verschillende landschappelijke eenheden die direct samenhangen met die ondergrond. In deze gebiedsvisie maken we daarbij onderscheid tussen drie deelgebieden:

• De Maaszone, bestande uit de Maas, de uiterwaarden en de oeverwallen; • De Polders; bestaande uit de Lithse en Geffense polder, de Oijense polder en de Ravensteinse polder tussen Oss, Megen en Ravenstein; • Het dekzandgebied, bestaande uit de dekzandrand en de dekzandrug. Het Osse buitengebied laat zo heel duidelijk de overgang zien van de Maas in het noorden, via het kleiige poldergebied in het midden naar het hoge, droge zandgebied in het zuiden. In hoofdstuk 5 worden deze deelgebieden verder uitgewerkt en beschrijven we de visie per deelgebied. Het landgebruik De omgeving van Oss heeft al millennia lang een grote aantrekkingskracht op de mens. Al Vanaf de jonge steentijd (5300 v. Chr.) zijn restanten van bewoning gevonden, vooral op de oeverwal, de dekzandrand en de dekzandrug. De kernen op de dekzandrand en de oeverwal stammen uit de Middeleeuwen. Landbouw vond in die tijd op de hogere gronden plaats. Een groot deel van het Osse grondgebied was niet in gebruik en bestond uit zogenaamde ‘woeste gronden’. De kernen langs de Maas werden in eerste instantie beschermd voor overstromingen door de aanleg van de Maasdijk. Later zorgden zogenaamde dwarsdijken dat de kernen 21

en de nabijgelegen akkers niet overstroomden. In de eerste helft van de 14e eeuw werd de Hertogswetering gegraven. Tegen het einde van de Middeleeuwen was het hele grondgebied ontgonnen en kwamen er vrijwel geen ‘woeste gronden’ meer voor. Toen in de late Middeleeuwen de wateroverlast door het hoge water op de Maas een steeds groter probleem werd, werden er stroomafwaarts steeds meer dijken aangelegd. De aanleg van dijken vormde geen definitieve oplossing. De grilligheid van de Maas bleef voor problemen zorgen. In de loop van de 18de eeuw vormde zich achter de oeverwal in het komgebied een tweede Maasloop die gedurende enkele dagen tot maanden per jaar watervoerend was: De Beerse Overlaet (ook

wel Maastraverse of Beerse Maas genoemd). De Beerse Overlaet heeft tot 1942 gefunctioneerd. Na de afsluiting van de Beerse Overlaet werd het gebied intensiever in gebruik genomen door de landbouw. Diverse ruilverkavelingen veranderden de kavel- en afwateringsstructuur van het buitengebied ingrijpend. Zo werden in de jaren ’50 van de twintigste eeuw de gebieden het Hoog Hemaal en het Laag Hemaal door een ruilverkaveling flink veranderd. In de jaren ‘60 kwam het Land van Megen aan de beurt. In de jaren ‘70/’80 ten slotte Midden-Maasland. Dat vertaalt zich anno nu in een buitengebied dat voor een groot deel bestaat uit agrarisch gebied.

Het plangebied verdeeld naar grondeigendom (bron: gemeente Oss)

Aantal inwoners

Aantal woningen

Aantal km2

Stedelijk gebied Kernen Buitengebied

73% 23% 4%

67.000 20.700 3.700

75% 22% 3%

30.000 8.700 1.300

13% 6% 81%

22,5 10,0 137,5

Hele gemeente

100%

91.400

100%

40.000

100%

170,0

Kerncijfers van het buitengebied, de kernen en het stedelijk gebied (bron: CBS en eigen meting oppervlak. Gegevens over inwoners en woningen zijn van 2019 en bewerkt) Topografische kaart Oss rond 1900 23

De gemeente Oss is 17.100 ha groot. Het totale buitengebied is circa 13.800 hectare groot. Daarvan is 11.600 hectare landbouwgrond (82%), 850 hectare natuur (6%), ook 850 hectare water (6%) en 500 hectare recreatieterrein. Het agrarisch grondgebruik is dus het dominante type landgebruik in het buitengebied. Meer dan gemiddeld in Noord-Brabant: in Oss is het aandeel landbouw van het totale grondgebied 68%, in Noord-Brabant is dat 56% en in Nederland 54%. Het grootste deel van het buitengebied is in eigendom van private partijen, merendeels van de agrarische ondernemers. Daarnaast zijn er enkele publieke partijen die grootgrondbezitter zijn. Een ander belangrijk kenmerk is dat er relatief weinig mensen wonen in het buitengebied: nog geen 4.000 van de in totaal bijna 93.000 inwoners van Oss. Daarvan is circa de helft onderdeel van een agrarisch huishouden. Behalve deze agrarische huishoudens is bijna alle woonbebouwing in het buitengebied te vinden in de kleine ‘bebouwingsconcentraties”, zoals bijvoorbeeld Koolwijk, Kessel en het woongebied ten Zuiden van Geffen. In totaal zijn er zo naast onze 23 kernen, 18 bebouwingsconcentraties te onderscheiden.

2.2 De ontwikkelingen in het buitengebied De dynamiek in het buitengebied is groot. Diverse opgaven zullen de komende jaren hun effect gaan krijgen op de beleving, gebruik en inrichting van ons buitengebied. Sommigen hebben het karakter van een transitie: structurele veranderingen die het resultaat zijn van op elkaar inwerkende en versterkende ontwikkelingen zoals klimaat, energie en landbouw. De complexiteit daarvan en de impact op de samenleving doen een groot beroep op de veranderingsbe-

reidheid en het verandervermogen. Het gaat daarbij om nationale opgaven die die wij naar Oss moeten vertalen. Voor andere opgaven hebben we meer vrijheid om onze eigen ambitie te kiezen. In de uitwerkingen van de thema’s (hoofdstuk 4) worden deze opgaven verder uitgewerkt. Het gaat om de volgende ontwikkelingen: • Het bieden van ruimte voor klimaatadaptatie, en dan met name de aspecten watertekort en wateroverschot, maar ook koolstofbinding en hittestress. Onze visie op dit onderwerp komt terug bij het thema Water, bodem en lucht • De transitie van de landbouw naar kortere kringlopen, nieuwe verdienmodellen en meer natuurinclusiviteit en de relatie met overlast en gezondheidsrisico’s. Hoe we in Oss omgaan met deze opgave en wat onze visie is, werken we uit in het thema Toekomstvaste landbouw; • De energietransitie die vraagt om meer ruimte voor zonne-energie en windenergie in het buitengebied. Hoe we dat in Oss gaan aanpakken is uitgewerkt in het thema Ruimte voor energie; • De steeds groter wordende ruimteclaim vanuit de verstedelijkingsopgave. Wat de effecten daarvan zijn op het buitengebied en wat onze visie daarop is werken we uit in het thema Prettig en gezond leven; • Het verbeteren van de natuurwaarden en biodiversiteit in de transitie naar een meer natuur inclusieve samenleving.

Dat komt terug bij het thema Rijke natuur • De transitie naar een circulaire economie is deels verbonden met de transitie naar kringlooplandbouw maar speelt ook in op de kwaliteit van water, bodem en lucht. Deze opgave komt daarom terug in zowel het thema Toekomstvaste landbouw als Water, bodem en lucht. 25

• Een van de centrale opgaven van het nieuwe omgevingsbeleid is om het thema gezondheid integraal mee te nemen in de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving. Daarbij gaat het enerzijds om de kwalitatieve elementen binnen het thema Water, bodem en lucht, maar ook positieve gezondheidsbevordering zoals het bieden van ruimte om te ontspannen. Dat laatste komt terug bij het thema Vrije tijd, landschap en erfgoed. • Wonen in en om het buitengebied in relatie tot de andere functies in het buitengebied, mobiliteit en vrijkomende agrarische bebouwing zijn de ontwikkelingen die we uitwerken in het thema Prettig en gezond leven. • Het versterken van recreatie en toerisme speelt in op de behoefte om steeds meer te ontspannen en de interesse daarbij voor de eigen leefomgeving. In deze Covid-19 periode is deze behoefte fors ver-

sterkt en naar verwachting zal een deel van dat effect zich doorzetten. • De interesse voor de eigen omgeving vertaalt zich ook in het belang van erfgoed en landschap in ons buitengebied. Deze zaken komen terug bij het thema Vrije tijd, landschap en erfgoed. Opmerkelijk is hoe recent veel van deze transities en ambities zijn. Nog versterkt door de schok van de COVID’19-crisis. Dit alles vraagt om een zorgvuldige, toekomstgerichte heroverweging van de inrichting van ons buitengebied. Dat doen we met deze gebiedsvisie.

2.3 Relatie met de Gobal Goals Oss heeft zich verbonden aan de Global Goals van de Verenigde Naties (VN), de duurzame ontwikkelings-

doelen voor 2016 - 2030. In Oss brengen we de Global Goals ‘van veilig ver weg naar concreet dichtbij’. Op haar eigen lokale manier draagt Oss bij aan de 17 wereldwijde doelen. Dat doen we op aansprekende wijze. 3 Jaar op een rij is Oss door de VNG verkozen tot Global Goals gemeente van het jaar. Daarom vertalen we de Global Goals ook nadrukkelijk door in deze gebiedsvisie en onze omgevingsvisie. Voor deze gebiedsvisie buitengebied gaat het onder andere om: Geen honger, Duurzame energie, Verantwoorde consumptie en productie, Leven in het water en Leven op het land, maar ook bijvoorbeeld Goede gezondheid en welzijn en Duurzame steden en gemeenschappen. Per thema geven we aan bij welke Global Goal het thema aanhaakt.

2.4 Relaties met beleid van andere overheden De gebiedsvisie buitengebied en de Osse doelen staan niet op zich maar passen in een groter pallet van visie en beleid van andere overheden. Belangrijk voor de Gebiedsvisie Vitaal Buitengebied zijn de Nationale Omgevingsvisie (NOVI), de provinciale omgevingsvisie en het waterbeheerplan van waterschap Aa en Maas. En uiteraard geven wij ons rekenschap van de groeiende stroom aan rapporten en publicaties over de veranderingen in het buitengebied en de relatie van stad en platteland. In deze paragraaf lopen we kort de highlights van deze visies en plannen langs om te kijken waar ze onze gebiedsvisie raken en beïnvloeden. De nationale omgevingsvisie (NOVI), 2020 De NOVI is de omgevingsvisie van de rijksoverheid en geeft weer voor welke uitdagingen we als land staan, wat daarbij de nationale belangen zijn, welke

Global Goals gemeente Oss

prioriteiten de rijksoverheid stelt bij de inrichting van Nederland en hoe keuzes gemaakt worden in de uitvoering daarvan. Keuzes die samenhangen met toekomstbeelden over de fysieke leefomgeving, maatschappelijke opgaven en bijbehorende economische perspectieven. De NOVI stelt vier centrale prioriteiten: 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie. Denk hierbij aan voldoende ruimte reserveren voor toekomstige waterveiligheidsmaatregelen en zorgvuldige inpassing van duurzame energie opwekking met oog combinaties met andere functies; 2. Duurzaam economisch groeipotentieel. Dit gaat onder andere over de doelstelling dat de Nederlandse economie in 2050 geheel circulair is en de broeikasgasemissies zijn dan met 95% gereduceerd, met 55% reductie als beoogd tussendoel in 2030. 3. Sterke en gezonde steden en regio’s. Deze prioriteit richt zich onder andere op het behoud van de groene ruimten tussen de steden, geconcentreerde verstedelijking, het verbeteren van de luchtkwaliteit en het verbeteren van de aansluiting tussen de stad en het groene gebied buiten de stad. 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.

Daarbij gaat het onder andere om het verbeteren van de balans tussen het landgebruik en de omgevingswaarden van bodem, water en lucht, het beschermen en versterken de biodiversiteit, het realiseren een duurzaam en vitaal landbouwen voedselsysteem, gebaseerd op kringlopen en natuurinclusiviteit en het versterken en bescherm van de unieke landschappelijke kwaliteiten worden versterkt en beschermd. Deze prioriteiten zijn niet rechtstreeks bindend voor ons als gemeente, maar geven wel de doelen van het rijk weer en raken ook onze opgaves en ambities. Ook wordt er een duidelijke relatie gelegd tussen de stede27

lijke opgaves en de kwaliteiten van het buitengebied. Al deze beleidskeuzes werken door in onze gebiedsvisie en komen terug bij de uitwerking van de thema’s van hoofdstuk 4. Het nieuwe kabinet staat voor grote opgaven op het gebied van de leefomgeving. Er moet een groot aantal nieuwe woningen worden bijgebouwd, om de opwarming van de aarde te beperken moeten er locaties worden gevonden voor windmolens en zonnepanelen, en door klimaatverandering, de landbouw,

woningbouw en bedrijvigheid staat de draagkracht van de bodem, het water en de biodiversiteit onder grote druk. Al deze opgaven komen samen op het beperkte grondgebied van Nederland. In het rapport Grote opgaven in een beperkte ruimte (april 2021) schetsen PBL-onderzoekers deze opgaven en geven ze verschillende beleidsopties voor de aanpak ervan. Dit rapport is een belangrijke onderlegger voor deze gebiedsvisie. De provinciale omgevingsvisie, 2018 Ook de provincie heeft een omgevingsvisie gemaakt. De Brabantse omgevingsvisie bevat de belangrijkste ambities voor de fysieke leefomgeving van de provincie voor de komende jaren en geeft aan op welke nieuwe manieren de provincie met betrokkenen wil samenwerken aan omgevingsvraagstukken en welke waarden daarbij centraal staan. De provincie onderkent dat de gemeenten een centrale positie hebben in het samenspel tussen initiatiefnemers, belanghebbenden en andere betrokken partijen. Niet alleen als eerste aanspreekpunt voor hun inwoners, maar ook als aanspreekpunt voor de provincie. De provincie wil gemeenten volop ruimte bieden om hun verantwoordelijkheid te nemen bij het maken van keuzes over de inrichting van de fysieke leefomgeving.

bogen naar een positieve trend. Waardevolle cultuurlandschappen zijn behouden met breed draagvlak voor nieuwe energie- en klimaat adaptieve landschappen. • Hoofdopgave 1: Werken aan de Brabantse energietransitie. Er is in 2030 sprake van een reductie van uitstoot van broeikasgassen met 50% t.o.v. van 1990 en er is sprake van opwekking van 50% duurzame energie in 2030. • Hoofdopgave 2: Werken aan een klimaatproof Brabant. Brabant handelt sinds 2020 klimaatbe-

Waterbeheerplan Waterschap Aa en Maas 2021 (ontwerp) Naast rijk en provincie is ook de visie van het waterschap belangrijke input voor onze gebiedsvisie. De visie van het waterschap is neergelegd in het Waterbeheerplan (WBP). Het huidige waterbeheerplan loopt tot en met 2021 en momenteel is het waterbeheerplan voor 2022-2027 in voorbereiding en in ontwerp gereed. Aangezien in dat ontwerp de meest actuele visie is neergelegd, focussen we ons in deze gebiedsvisie daarop. Het opstellen van een WBP is op dit moment nog een verplichting vanuit de Waterwet. Die waterwet gaat straks op in de omgevingswet en dan wordt het waterbeheerplan een waterbeheerprogramma. De eisen aan zo’n programma zijn vergelijkbaar met de huidige eisen aan een WBP. Het grootste verschil is dat de hoofdlijnen van het watersysteembeleid een plek moet krijgen in de omgevingsvisie van rijk, provincie en gemeenten. Daarmee vormt het waterschap dus een belangrijke partner voor ons om de maatregelen in het WBP in de goede context te kunnen plaatsen en de samenhang te borgen.

De omgevingsvisie is uitgewerkt in één basisopgave en vier hoofdopgaven. Kijkend naar de opgaven en ambities voor het Osse buitengebied zijn de volgende onderdelen van de basis opgave en hoofdopgaven relevant: • Basisopgave: werken aan veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit (de basis op orde). In 2030 voldoet Brabant aan alle wettelijke normen voor leefomgevingskwaliteit, de natuurgebieden zijn ingericht en de afname van biodiversiteit is omgeVoorkant NOVI

stendig en water robuust. In 2030 zijn de eerste grote gebiedsontwikkelingen daartoe gerealiseerd. • Hoofdopgave 3: werken aan een slimme netwerkstad. Thema hierin is het verbinden van stad en land. Bijvoorbeeld om het mogelijk te maken de hoofdopgaven 1 en 2 mogelijk te maken vanuit de constatering dat de steden daarvoor het land nodig hebben. • Hoofdopgave 4: Werken aan een concurrerende duurzame economie. In 2030 is het gebruik van niet hernieuwbare grondstoffen voor 50% verminderd. Deze opgaven worden in de Brabantse omgevingsvisie verder handen en voeten gegeven in aansluiting op de thema’s zoals wij ze ook in onze gebiedsvisie hebben benoemd.

Voorkant POVI 29

Het (ontwerp)WBP 2022-2027 is opgebouwd rondom de centrale missie van het waterschap (het ontwikkelen, beheren en in stand houden van gezonde, robuuste en veerkrachtige watersystemen, die ruimte bieden aan een duurzaam gebruik voor mens, dier en plant in het gebied, waarbij de veiligheid is gewaarborgd en met oog voor economische aspecten) en uitgewerkt in drie centrale programma’s:

het grondgebied en het belang van de gemeente Oss. Bijvoorbeeld daar waar het gaat om de waterveiligheid rondom de Maas, de kwaliteit van het grondwater, het creëren van de juiste hydrologische omstandigheden voor het natuurnetwerk en verhoging van de grondwaterstand. Daarom is het waterschap voor ons een belangrijke stakeholder bij het opstellen van de gebiedsvisie buitengebied op diverse thema’s.

• Programma waterveiligheid; • Programma klimaatbestendig en gezond watersysteem; • Programma afvalwaterketen.

2.5 Oss in de omgeving

In het WBP wordt per programma het streefbeeld benoemd, ingegaan op de stand van zaken, de ambitie beschreven en aangegeven wat er gaat gebeuren om de doelen te halen. Het WBP en de onderliggende programma’s raken op diverse plekken rechtstreeks

Oss staat niet op zichzelf. We zijn onderdeel van grotere structuren die van grote invloed zijn op de inrichting van ons buitengebied. We zijn onderdeel van Nederland en de provincie Brabant en hebben te maken met landelijke en provinciale wet- en regelgeving. We zijn onderdeel van de regio Noord-oost Brabant. Met de regiogemeenten hebben we afspraken gemaakt over onder andere de energietransitie (RES). We werken met regionale partners in wisselende combinaties samen aan tal van projecten zoals de Duurzame Polder, De Meanderende Maas, ontwikkeling van de Maashorst, Recreatie en Toerisme, Erfgoed. Bij het opstellen van de Gebiedsvisie Vitaal Buitengebied betrekken we steeds alle schaalniveaus en leggen we koppelingen. Om kansen te benutten en bedreigingen af te wenden. Alles wat op deze niveaus en/of samenwerkingsverbanden gebeurt, heeft effecten voor ons buitengebied. Daar hebben we als gemeente soms geen en soms indirecte invloed op. De vraag is dan hoe we daar als Oss zo goed mogelijk op kunnen inspelen.

Op regionaal niveau speelt o.a. de verstedelijkingsopgave langs de as Den Bosch - Nijmegen (bron: gemeente Oss)

Voorkant Waterbeheerplan

31

3 Ambitie en strategie

33

3.1 Onze rol als gemeente in het buitengebied Wij zien de samenleving als eerste eigenaar van onze fysieke leefomgeving. We willen de kracht van de samenleving benutten. Als gemeente hebben we verschillende rollen om invloed uit te oefenen, te sturen en te ondersteunen. Dat vraagt ruimte bieden, grenzen aangeven en soms druk uitoefenen. We zijn niet overal van en we moeten schipperen met onze mogelijkheden en middelen. Om onze rollen te bepalen, hanteren we bijgevoegd schema. We vervullen alle vier rollen afhankelijk van de situatie en tegelijkertijd. De ruimte die we bieden wordt begrensd door de noodzaak van bescherming. In de visie benoemen we de waarden die we willen beschermen en wat dat betekent voor de (begrenzing van de) ruimte voor ontwikkeling. We spreken dan over een hiërarchie van waarden. Welke waarden zijn in een bepaald gebied het meest belangrijk en welke zijn minder belangrijk?

•

•

•

3.2 Onze ambitie We hanteren de volgende integrale doelen voor de gebiedsvisie buitengebied: • Een klimaatrobuust en biodivers buitengebied: We willen dat onze gemeente in 2050 klimaatrobuust is en dat de biodiversiteit toeneemt. En dat we de energie die we nodig hebben duurzaam opwekken. Dit zijn grote en urgente opgaven die wereldwijd spelen en die wij moeten vertalen naar ons beleid en handelen. In deze gebiedsvisie vertalen we dat voor ons buitengebied. Uiteraard gelden deze doelen ook voor het stedelijk gebied en voor de stadjes

•

en kernen. Ook daar worden voorstellen gedaan om deze doelen te bereiken. Het buitengebied is verreweg ons grootste gebied en er is veel groen en natuur te vinden waarmee deze doelen kunnen worden gecombineerd. En het is het gebied waarin we in grootschalige energieopwekking kunnen voorzien. Een functioneel buitengebied: We willen dat het buitengebied goed functioneert als productiegebied voor voedsel en energie en goede mogelijkheden biedt om te werken en te ontspannen. Voor onszelf als inwoners van Oss en voor forensen en bezoekers. Ook voor wonen willen we dat het buitengebied, zij het in beperkte mate, goede mogelijkheden biedt. Een beleefbaar buitengebied: We willen dat ons buitengebied ervaren wordt als mooi, rijk, vitaal en dat mensen er graag willen zijn. En dat het in positieve zin bijdraagt aan de beleving van onze identiteit. Dan gaat het over landschap en in het verlengde daarvan over het terugvinden van nieuwe en oudere cultuurhistorische waarden. Een circulair buitengebied: We willen dat de economische activiteiten die in het buitengebied plaatsvinden, georganiseerd worden vanuit een circulaire gedachte. Dat hoeft zeker niet te betekenen dat de kringlopen allemaal binnen Oss gesloten worden. Wel dat de activiteiten vanuit de kringloopgedachte georganiseerd zijn. Een gezond buitengebied: We willen dat het buitengebied een gezonde leefomgeving biedt.

En dat het buitengebied volop mogelijkheden biedt voor een gezonde leefstijl, zoals wandelen en sporten.

35

3.3 Op zoek naar de juiste balans Buitengebied als leefgebied en als productiegebied Nederland is een druk land. Ons buitengebied passen we voortdurend aan, aan de vragen van de tijd waarin we leven. Dat hebben we door de eeuwen heen gedaan. Misschien wel de belangrijkste trend van deze tijd is dat stedelijke vragen en claims steeds dieper doordringen in het landelijk gebied. De grootschalige opwekking van energie bijvoorbeeld is vooral een stedelijke vraag die neerdaalt in het landelijk gebied. Of de vraag aan woningen waarvoor we nieuwe woongebieden bouwen in wat nu nog buitengebied is. Deze vragen concurreren met het gebruik van het buitengebied zoals we dat al langer kennen, vooral landbouw. Uiteraard gaat het bij die stedelijke vragen er telkens eerst om welk deel ervan in het stedelijk gebied zelf opgelost kan worden. Tegelijkertijd is ons buitengebied ook een leefgebied. Als samenleving zien en gebruiken we het buitengebied steeds meer als onze directe leefomgeving. En groeit het besef dat we ook ruimte moeten maken en laten voor al het natuurlijk leven, om ons eigen leven duurzaam te laten zijn. En zodanig dat wij ook naar de generaties na ons kunnen verantwoorden hoe wij met onze leefomgeving en ons buitengebied omgaan.

Zo bezien is het buitengebied in ons land daardoor op veel plaatsen niet langer alleen een productiegebied maar een ‘leefgebied’ voor mens en flora en fauna. Ook in Oss hebben we met deze transitie te maken. Maar ons buitengebied is groot en voor een flink deel een echt productiegebied. In deze visie proberen we zoveel mogelijk slimme combinaties en koppelkansen

mogelijk te maken, maar zullen we soms ook heldere en scherpe keuzes moeten maken. Combineren waar het kan, kiezen waar het moet. Daarbij bewegen we in het zuidelijk deel van het dekzandgebied en noordelijk langs de Maas meer in de richting van ‘leefgebied’. Dat wil niet zeggen dat de productie hier ophoudt, zeker niet. Maar die productie gaat zich wel meer dan nu richten op, en passen bij, de bredere doelen van die leefgebieden voor mens en dier. In het poldergebied blijven we het landelijk gebied vooral zien als productiegebied. Daar liggen daarvoor kansen die er elders niet zijn. Maar dat maakt de afweging hoe dat gebied te gebruiken er niet makkelijker op. Ook een productiegebied moet immers passen bij de waarden van de samenleving. Denk aan geurhinder of de verandering van het landschap door windmolens te plaatsen.

Citaat Hans Huijbers (voormalig voorzitter ZLTO): “Stip op de horizon moet zijn integratie van functies. Het oude en bestaande Nederlandse planologische model is juist verregaand gebaseerd op scheiding van functies en niet houdbaar om de opgaven waar we mee te maken hebben goed op te pakken. Wil je echt zaken goed kunnen ontwikkelen (ontwikkelingsplanologie) dan heb je dit nodig.” Belang ecosysteem van lucht, water en bodem Het ecosysteem van lucht, water en bodem vormt de onderlegger voor al ons functioneren. Voor de grote opgaven van klimaat, natuur, water en landbouw is het essentieel dat het systeem van lucht, water en bodem goed functioneert. De randvoorwaarden die dit systeem stelt aan ruimtelijke ingrepen en aan het inrichten van functies in ons buitengebied staan daarom in deze gebiedsvisie centraal.

Keuzes voor nu en voor later De wereldwijde klimaatdiscussie maakt duidelijk hoe zwaar de opgave is waarvoor we staan. En dat snelheid is geboden. Niet alleen voor het ik en nu, maar ook voor het wij en straks. Keuzes die dus ook bepaald worden door het belang van de generaties na ons. Daarover verschillen de meningen en dat raakt gevestigde belangen. Hoezeer dat wringt, blijkt treffend uit de landelijke commotie met betrekking tot windmolens en de landbouw. Zorgvuldig schipperen met de beschikbare ruimte Deze gebiedsvisie is zo in meerdere opzichten een zoektocht naar de juiste vormen van dubbelgebruik als leef- en productiegebied in combinatie met het principe van een goede werking van het systeem van lucht ,water en bodem. Dat vraagt zorgvuldige afwegingen en schipperen met de beschikbare ruimte. Met als doel een nieuwe, evenwichtige balans.

Ondanks ons grote buitengebied is de ruimte schaars. Als ruimte schaars is, dan heeft ‘dubbelgebruik’, het combineren van functies, de voorkeur. In de praktijk houdt dat in dat een gebied niet voor 100% voor één functie wordt ingericht. Bijvoorbeeld in het natuurgebied Herperduin een natuurinrichting die ook ruimte biedt voor recreëren voor wandelaars, al dan niet met hond, fietsers, mountainbikers, ruiters e.a.. Of, een ander voorbeeld, in het landbouwgebied ruimte maken voor bloemrijke randen waar ruimte voor natuur is en waardoor een interessant wandel- en fietsgebied ontstaat. Eerder hebben we voor bijvoorbeeld de Maashorst en de uiterwaarden van de Maas in het project Meanderende Maas al dergelijke keuzes gemaakt.

Tekening Balans 37

Onze werkwijze Op basis van de principes die we hierboven hebben geschetst, kijken we naar de opgaven en vertalen we die naar voorstellen. Dat doen we per deelgebied. Als deelgebieden onderscheiden we in hoofdzaak: de Maas met haar oeverwallen, het poldergebied en het dekzandgebied. We volgen dan de volgende stappen: 1. Per deelgebied bepalen we eerst welke opgave of opgaven centraal staan. 2. Vervolgens benoemen we welke andere opgaven daarmee goed te combineren zijn, dus welke koppelkansen er zijn. Kansen daarvoor kunnen erin gelegen zijn dat bepaalde opgaven logisch zijn om te combineren (bijvoorbeeld natuur en recreatie) of

omdat het deelgebied zich qua bodem-water-lucht systeem zich goed leent voor bepaalde opgaven (bijvoorbeeld de polder met landbouw en met water en bodem). 3. Waar we opgaven niet kunnen combineren, doen we voorstellen voor keuzes (bijvoorbeeld geen extra ruimte voor wonen in de polder omdat zich dat niet verhoudt met de ontwikkeling als landbouwgebied en in de Duurzame Polder met windmolens).

Om deze werkwijze inzichtelijk te maken werken we met een matrix van opgaven en deelgebieden. (zie volgende pagina’s) Per deelgebied doen we in hoofdstuk 5 voorstellen om het accent meer op productie of meer op leefgebied te leggen. Dat is op de kaart op de linker pagina samengevat. Daarmee formuleren we een principe waarlangs we de ontwikkelingen in dat deelgebied mogelijk maken, stimuleren en toetsen.

Tekening Accent productiegebied of leefgebied Tekening Landschap: behoud, ontwikkeling of transformatie

Als je de verschillende deelgebieden met elkaar vergelijkt, kun je onderscheid maken in de mate waarin die gebieden zich zullen ontwikkelen in de komende jaren: • gebieden waar heel weinig verandert, waar het vooral om ‘behoud’ gaat; • gebieden die zich gestaag doorontwikkelen, ‘ontwikkeling’; • gebieden waar de veranderingen goed waarneembaar zullen zijn, ‘transformatie’.

39

Matrix gebiedsvisie Buitengebied Oss

Bodem, water en lucht

Rijke natuur

Ruimte voor energie

Vrije tijd, landschap en erfgoed

Prettig en gezond leven

Toekomstvaste landbouw

Maasovergebied

Poldergebied

Dekzandgebied

Verbindingen

41

3.4 Hoe komen we van visie tot uitvoering Met de omgevingsvisie richten we ons beleid samenhangend en overzichtelijk in. In de visie staan de doelen die we voor de fysieke leefomgeving hebben, het is een strategisch verhaal waarin we de gewenste situatie beschrijven. We kijken daarbij vanuit een ver perspectief: wat moeten we nú doen om in 2030 en

daarna een steeds betere leefomgeving te krijgen. Vervolgens is de vraag welke instrumenten we kunnen toepassen om van de bestaande naar de gewenste situatie te kunnen komen. In de omgevingswet zijn nieuwe instrumenten benoemd, zoals het omgevingsplan, omgevingsprogramma’s en de omgevingsvergunning. Bij het opstellen van de definitieve gebiedsvisie en bij de omgevingsvisie zullen we aangeven hoe we deze instrumenten gaan inzetten.

Impressie van het veelzijdige buitengebied van Oss

De instrumenten van de Omgevingswet 43

4 De thema’s We hebben een analyse gemaakt van actuele trends en ontwikkelingen in Oss en het bestaande beleid. Op basis daarvan hebben we de zes thema’s bepaald die in dit hoofdstuk worden uitgewerkt. Het zijn dezelfde thema’s die in de eerdere gespreksnota centraal stonden. 1. Water, Bodem en Lucht 2. Rijke Natuur 3. Ruimte voor Energie 4. Vrije tijd en Ruimte 5. Prettig en Gezond Leven 6. Toekomstvaste Landbouw Voor elk thema beschrijven we eerst wat er speelt. Belangrijke input hiervoor is gegeven door de vele stakeholders die we in februari en maart hebben bevraagd op hun kennis en ideeën. Op basis van deze analyse komen we per thema tot onze visie op waar we in 2030 willen staan. Daarna geven we aan wat we daarvoor willen gaan doen.

45

Thema Water, Bodem en Lucht

Global Goals

Wat speelt er Klimaatrobuust Het klimaat verandert. We willen beter bestand zijn tegen schade en ernstige overlast door heviger regenval, extremere hitte en langdurige droogte. We noemen dat klimaatrobuust. Oss is een watergemeente vanwege de ligging aan de Maas. Met 45 km Maasdijk van Keent tot en met Maren-Kessel is Oss een van de grootste Maasgemeenten. Ons hele watersysteem heeft ermee te maken. De hoge droge Herperduin is opgestuwd door de Maas (‘de Maashorst’), de polder is ontstaan door afzetting van fijne deeltjes uit de Maas en de oeverwallen en rivierduinen door de grovere deeltjes. De vraag is hoe we met dit watersysteem klimaatrobuust kunnen worden. Waterveiligheid Het recente extreme hoogwater met overstromingen in Limburg, Duitsland en Belgie, nota bene midden in de zomer, heeft de urgentie van het thema waterveiligheid tastbaar dichtbij gebracht. Waterveiligheid is rond onze 45 km dijklengte een thema op de provinciale en nationale kaart. Voor de aanpak voor waterveiligheid (bescherming tegen overstromingen vanuit de Maas) conform het Deltaplan Rivieren zijn wij partner in de projecten Meanderende Maas en CuijkRavenstein, die respectievelijk geheel en voor een deel op ons grondgebied spelen. Naar verwachting start het Waterschap in 2021 of 2022 ook met voorbereiding voor het project Lith-Bokhoven.

Bij de aanpak gaat het telkens om een combinatie van dijkversterking en ruimte voor de rivier creëren. Verdroging Verdroging is al langer een groot probleem in Herperduin. Met de hitterecords van de afgelopen jaren is verdroging met haar effecten nadrukkelijker

op de agenda gekomen. Zeker ook voor het buitengebied. Het Waterschap onderzoekt en werkt aan maatregelen om de situatie te verbeteren. Ook de directe omgeving van het gebied maakt deel uit van het onderzoeksgebied. In onze poldergebieden wordt de waterhuishouding geregeld door ‘inlaat’ uit en “afvoer naar” de Maas: via de Hertogswetering kan water het gebied in gebracht worden in droge zomerperioden. Dat is nu goed gereguleerd, maar hoe gaat dat als straks de Maas zo laag staat dat dat niet mogelijk is? In de polder ten zuiden van Maren-Kessel al sprake van lichte bodemdaling door inklinking van ondergrondse kleilagen. Bij verdroging is de wisselwerking tussen bufferen van overschot ten tijde van extreme neerslag en beschikbaarheid ten tijde van droogte van belang. Daarbij is ook de interactie tussen bebouwd en landelijk gebied van belang. Overschot uit bebouwd gebied kan ten dienste van tekorten van nabij gelegen in landelijk gebied worden ingezet. Citaat Lambert Verheijen (voormalig dijkgraaf Waterschap Aa en Maas): “Een mooi en goed idee is om onze zandgronden veel meer als een accu te gaan gebruiken om water op te slaan. Geprojecteerd en ver doorgevoerd op de Maashorst kun je het water daar(onder) isoleren zodat je het bij droogte als een bel naar boven kunt halen.

Voor de landbouw is het belangrijk zich rekenschap te geven van de mogelijkheden en de problematiek rondom water. Zeker vanuit het perspectief van de transitie richting kringlooplandbouw is het van belang hierin goed mee te bewegen. Bijvoorbeeld: een aandachtspunt in de polders is dat de toevoer van water hier vanuit de Maas komt en zeker naar de toekomst toe kan dat water steeds vaker op rantsoen komen te staan bij lage waterstanden. Boeren zullen moeten gaan investeren in waterbassins, in principe van natuurlijke aard.” 47

49

Kwaliteit bodem en water De kwaliteit van bodem en water en de goede sponswerking van de bodem zijn belangrijk voor de kwaliteit van leven, voor de biodiversiteit, voor ons drinkwater en als vruchtbare grond voor het verbouwen van ons voedsel. We willen dat bodem en water veilig en gezond zijn. De kwaliteit van met name het oppervlaktewater wordt onder andere beïnvloed door de lozing van het effluent van de rioolwaterzuivering bij Oijen, door de emissie van gewasbeschermingsmiddelen, de uit- en afspoeling van meststoffen in de landbouw en indirect door bijvoorbeeld medicijnresten en andere diffuse stoffen in overstortwater en effluent. De reductie van nutriënten vraagt aandacht teneinde de nationale doelen te behalen. Een onderwerp dat steeds meer maatschappelijke aandacht krijgt is het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen in de landbouw. In Oss speelt dat vooral in de gebieden waar akker- en tuinbouw plaatsvindt. Op diverse plaatsen hebben wij te maken met bodemverontreiniging, vanuit de landbouw en vanuit het oude industrieel verleden. Met de Omgevingswet komen door verdere decentralisatie verantwoordelijkheden met betrekking tot de bodem naar ons over. Uitsnede kaart: Systemen van water en bodem onder druk Uit Rapport: Grote opgaven in een beperkte ruimte.,Planbureau voor de Leefomgeving

Citaat Lambert Verheijen (voormalig dijkgraaf Waterschap Aa en Maas): “Bij Oijen komt een extra zuivering voor medicijnen. Dit wordt gecombineerd met bewustwording naar burgers toe. De resultaten van de zuivering vormen immers een spiegel van het medicijngebruik. Zo kan het bijdragen aan de doelstelling van het realiseren van een ‘blue zone’ gebied. Een gebied waar je in goede gezondheid kunt leven en waar daardoor de gemiddelde levensverwachting hoog is.” Bodemvruchtbaarheid Bodemvruchtbaarheid is voor landbouw en natuur van cruciaal belang. Een goede bodemstructuur en een

divers bodemleven zorgen voor een gezonde bodem en daardoor vruchtbaar is. Diversiteit is een kracht. Dit zien we terug in de verschillenden bodemsoorten in onze gemeente met bijbehorende flora en fauna. Organische stof is belangrijk voor behoud en verbetering van bodemvruchtbaarheid. Het toepassen van kringlooplandbouw betekent dat wordt overgegaan naar een evenwichtiger systeem met minder kunstmest en meer gebruik van vaste mest en compost. Maar ook armere bodems zijn waardevol voor de natuur omdat die nog maar weinig voorkomen en de planten daarop dus vaker zeldzaam zijn. Luchtkwaliteit Gezondheid in relatie tot luchtkwaliteit is voor ons een belangrijk onderwerp. Dit is een onderwerp dat gemeentegrenzen overschrijdt en in Noordoost Brabant reden tot zorg geeft. Daarom hebben wij als Oss het voortouw genomen om als regio invulling te geven aan het Schone Lucht Akkoord. De actuele coronacrisis zet dit onderwerp voor onze regio in de schijnwerpers. Er lopen nationaal en regionaal diverse nadere gezondheidsonderzoeken. Momenteel zijn er in Oss relatief weinig overbelaste situaties op het gebied van milieuhinder. Als het gaat over fijnstof dan zijn in het buitengebied vooral de A59/A50 en enkele veehouderijen zichtbaar qua belasting. Als het gaat over geur dan is vooral de directe omgeving van veehouderijen belast. Daarnaast hebben we te maken met de stikstofproblematiek.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Oss&id=658b1d18-1ce6-428f-b21c-ab36a410ee32