CConstaterende datOss
Koppel je AI →
Document · PDF

Concept Beleidsnota Financiele Participatie bij college- en raadsvoorstel dd 13 maart 2023.DOCX

Gemeenteraad 21 september 2023, gemeente OssBij agendapunt: B Financiële participatie bij grootschalige energie-opwek-projecten3.539 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

CONCEPT BELEIDSNOTA

Geachte raadsleden, Datum

Ons kenmerk

Behandeld door

Aantal bijlagen

13-03-2023

Kenmerk

Peter Mertens/

Nummer

Mechtild Linssen Onderwerp

Financiële participatie bij grootschalige energieopwekking

Net als alle Nederlandse gemeenten heeft de gemeente Oss een energieopgave. Deze opgave is voor de periode tot 2030 bepaald in de RES en komt voor Oss neer op 1,008 PJ. Deze opgave gaat, naast een inspanning van alle inwoners en bedrijven gericht op het realiseren van 11% energiebesparing, worden gerealiseerd met wind- en zonne-energie. Om de energieopgave te kunnen realiseren is draagvlak bij de inwoners en bedrijven in Oss noodzakelijk. Om dit draagvlak te vergroten is de gemeente al geruime tijd actief met het informeren van de betrokkenen over de wijze waarop en de gevolgen die de invulling van de energieopgave met zich brengt. Belangrijk voor het creëren van draagvlak is de mogelijkheid voor inwoners en bedrijven om naast de lasten van windmolens en zonnevelden ook lusten te hebben, naast de nadelen ook voordelen. In deze beleidsnota gaat het om lusten en voordelen in financiële zin. Hoe kan de gemeenschap financieel meeprofiteren? Welke kaders stelt de raad vast voor de financiële participatie bij grootschalige energieopwekkingsprojecten? Op 4 oktober 2018 is een motie aangenomen, waarin het college wordt gevraagd te onderzoeken hoe de gemeente kan zorgen dat de diverse vormen van lokaal opgewekte energie de gemeenschap van Oss versterken. Dat onderzoek heeft plaats gevonden. Daarover is de raad geïnformeerd.

Op 26 oktober 2021 is in de opiniecommissie gesproken over concept uitgangspunten voor financiële participatie. De beleidsnota die daarop zou volgen treft u hierbij aan.

Uitgangspunten De vraag is de volgende 10 uitgangspunten voor financiële participatie vast te stellen. Doel is om deze uitgangspunten na vaststelling als kader te gebruiken bij alle projecten in de gemeente voor grootschalige energieopwekking uit wind en zon. Aan de hand van de uitgangspunten kunnen vervolgens met ontwikkelende partijen concrete afspraken worden gemaakt. Deze afspraken gaan over de wijze waarop deze partijen bij de opzet van hun project vorm en inhoud geven aan de financiële participatie door inwoners en bedrijven in Oss. De uitgangspunten vloeien voort uit de opgedane kennis en ervaring bij andere energieopwekkingsprojecten, zoals Windpark Elzenburg-de Geer en zonneproject De Mun, de Participatiewaaier van het Rijk, de gedragscodes Wind op land en Zon op land en de input van de raad op 26 oktober 2021. Het gaat om de volgende uitgangspunten1 voor financiële participatie die daarna kort worden toegelicht: 1.

De hele gemeenschap moet mee kunnen profiteren van de energieopwekking.

2.

Ieder grootschalig energieopwekkingsproject is MAATWERK.

3.

Een deel van de winst moet worden besteed aan de directe omgeving.

4.

Een deel van de winst moet worden afgedragen aan het duurzaamheidsfonds i.o.

5.

Na afdracht moet een rendabele businesscase overblijven voor de ontwikkelaar.

6.

De hoogtes van de afdracht uit de gedragscodes van ‘Wind op land’ en ‘Zon op land’ worden als ondergrens gevolgd.

7.

Gestreefd wordt naar minimaal 50% lokaal eigendom.

8.

De kansen voor de lokale economie moeten optimaal worden benut.

9.

In een open, transparant proces moet de ontwikkelaar tot afspraken komen met de gemeenschap.

10. De raad moet van begin tot eind worden geïnformeerd over dat proces. Toelichting bij de uitgangspunten 1.

De hele gemeenschap moet mee kunnen profiteren van de energieopwekking. Daarmee bedoelen we iedereen in Oss, ook wie niet in staat is om mee te investeren.

1

Deze uitgangspunten zijn deels afgeleid uit het Klimaatakkoord en de gedragscodes ‘zon op land’ en

‘wind op land’. Deze zijn te lezen en te downloaden op www.klimaatakkoord.nl

2

2. Ieder grootschalig energieopwekkingsproject is MAATWERK. Ieder project is in zijn aard en omvang uniek. De ontwikkelaar, de direct omwonenden en de rest van de gemeenschap moeten de ruimte hebben om zelf te bepalen hoe zij de financiële participatie willen invullen. Dat geldt zowel voor het onderdeel ‘afdrachten aan de gemeenschap’ als voor het onderdeel ‘mee-investeren’ (lokaal eigendom). 3.

Een deel van de winst moet worden besteed aan de directe omgeving. Immers tegenover de lasten die mogelijk worden ervaren, moeten ook lusten staan. Het instellen van een omgevingsfonds is hiervoor één van de mogelijkheden. Een andere mogelijkheid is dat de ontwikkelaar rechtstreeks voorzieningen voor de directe omgeving treft (zoals bij zonneveld De Mun).

4.

Een deel van de winst moet worden afgedragen aan het duurzaamheidsfonds i.o. Uit dit fonds kunnen allerlei soorten projecten worden gefinancierd die de gemeente duurzamer maken.

5.

Na afdracht moet een rendabele businesscase overblijven voor de ontwikkelaar. De gemeente is namelijk afhankelijk van ontwikkelaars voor de realisatie van de energieopgave. Zij moeten hun investeringen kunnen terugverdienen.

6.

De hoogtes van de afdracht uit de gedragscodes van ‘Wind op land’ en ‘Zon op land’ worden als ondergrens gevolgd. De gedragscodes noemen een bedrag per hoeveelheid opgewekte energie.

7.

Gestreefd wordt naar minimaal 50% lokaal eigendom. Hiermee wordt de ambitie uit het Klimaatakkoord gevolgd. Lokaal eigendom is een andere manier om lusten tegenover eventuele lasten te stellen, maar wel voor bewoners en/of bedrijven die de mogelijkheid hebben om te investeren. Lokaal eigendom kan op verschillende manieren worden vormgegeven, bijvoorbeeld door middel van aandelen of obligaties.

8.

De kansen voor de lokale economie moeten optimaal worden benut. Denk aan de werkgelegenheid die de bouw, de exploitatie en het onderhoud van windparken en/of zonnevelden biedt. Bij voorkeur profiteert de Osse gemeenschap daarvan.

9.

In een open, transparant proces moet de ontwikkelaar tot afspraken komen met de gemeenschap. De gemeenschap bestaat in de eerste plaatst uit direct omwonenden. De rest van de gemeenschap bestaat uit alle inwoners en bedrijven in de gemeente Oss. Ook de vormgeving van dit proces is een kwestie van maatwerk, passend bij het project. 3

10. De raad moet van begin tot eind worden geïnformeerd over het proces naar de invulling van de financiële participatie. Elk project is anders en vereist maatwerk, maar het onderwerp (lusten tegenover de lasten) is dermate belangrijk dat de raad goed wil kunnen bewaken dat de uitgangspunten worden gerespecteerd. Het college informeert de raad over elk initiatief, hoe de gemeenschap wordt betrokken bij de invulling van de financiële participatie en tot welke afspraken dat uiteindelijk leidt. Wat is de aanleiding? Op 4 oktober 2018 heeft de gemeenteraad een motie aangenomen over het onderwerp ‘participatie’ en draagt daarbij op om: 1.

De verschillende mogelijkheden in kaart te brengen hoe de gemeente Oss ervoor kan zorgen dat de diverse vormen van lokaal opgewekte energie de gemeenschap van Oss kan versterken.

2.

De bevindingen van dit onderzoek te gebruiken om kaders op te stellen voor participatie bij diverse vormen van lokaal opgewerkte energie. En deze kaders ter opiniëring en besluitvorming aan de gemeenteraad voor te leggen, zodat de raad een uitspraak kan doen over zowel de richting als hoe ver de gemeente hierin moet gaan.

Ter uitvoering van deze motie heeft bureau Rebel op in juli 2019 onderzoeksrapport ‘vergelijkend onderzoek naar de lusten van lokaal opgewekte energie voor de gemeenschap’ opgeleverd. Op 21 maart 2019 heeft een Podiumbijeenkomst plaatsgevonden waarin verschillende vormen van financiële participatie aan de orde zijn geweest. Daarna is in november 2019 een Participatiewaaier door het Rijk gepubliceerd. In 2020 zijn er gedragscodes ontwikkeld voor Wind op land en Zon op land. Beide gedragscodes bieden projectontwikkelaars handvatten voor het in een zo vroeg mogelijk stadium betrekken van de omgeving bij wind- en zonprojecten. Op 26 oktober 2021 heeft een opiniërende raad plaats gevonden en is deze beleidsnota aangekondigd. Wat is financiële participatie? Projectparticipatie voor het opwekken van duurzame energie, kan op verschillende manieren. Hierbij worden procesparticipatie en financiële participatie onderscheiden: 1.

Bij procesparticipatie gaat het over de wijze waarop initiatiefnemers belanghebbenden betrekken bij het planproces.

2.

Bij financiële participatie gaat het over de wijze waarop inwoners, bedrijven of anderen financieel worden betrokken bij een energieopwekkingsproject. Dit door enerzijds de 4

mogelijkheid te krijgen om te investeren in het project, anderzijds doordat er middelen aan hen collectief worden afgedragen. Een gemeente kan op hoofdlijnen drie doelen nastreven met financiële participatie bij energieprojecten: 1.

De gemeenschap mee laten profiteren van lokaal opgewekte energie;

2.

Draagvlak en gemeenschapszin versterken;

3.

Extra snelheid maken met de transitie.

Het onderdeel procesparticipatie wordt in deze beleidsnota buiten beschouwing gelaten. In de gemeenteraad is gesproken over de wijze waarop financiële participatie kan worden ingezet om een bijdrage te leveren aan de betaalbaarheid van de energietransitie in Oss. Financiële participatie is maatwerk Financiële participatie is maatwerk. Ieder project is in zijn aard en omvang uniek. Dit was één van de boodschappen van de Podiumbijeenkomst in maart 2019 en de opiniërende raadsbijeenkomst op 26 oktober 2021. Uitgangspunt bij financiële participatie is dat we kiezen voor meerwaarde voor de omgeving. We kiezen voor financiële participatie-instrumenten waaraan de omgeving daadwerkelijk behoefte heeft. Dit moet bij de directe omgeving in het procesparticipatie traject geïnventariseerd worden. Het bieden van ruimte voor maatwerk is een van de thema’s die ook nadrukkelijk terugkomen in de Omgevingswet. De manier waarop een initiatiefnemer invulling geeft aan de financiële participatie binnen de uitgangspunten betreft maatwerk. Het resultaat is projectafhankelijk. Welke vormen van financiële participatie zijn er? In de basis zijn er 4 vormen van financiële participatie bij zon- en windprojecten op land: 1.

Mede-eigenaarschap

2.

Financiële deelneming

3.

Duurzaamheidsfonds

4.

Omwonendenregeling (via bv. een Omgevingsfonds)

5

Deze vier vormen komen uit de participatiewaaier2 van de Rijksoverheid. Deze participatiewaaier bevat een overzicht van verschillende vormen van financiële participatie. Per vorm staat onderstaand een toelichting beschreven. 1. Mede-eigenaarschap (individueel/collectief, risicodragend) Individuele burgers en/of omwonenden kunnen mede-eigenaar of volledig eigenaar worden van een wind- of zonneproject. Dit kan op basis van een windvereniging of coöperatie, of door middel van het bouwen van een windpark, windmolen of zonneproject dat toekomt aan de lokale gemeenschap. Dit vergt ook mee-investeren, voor-investeren in onderzoeken en financieel risico lopen door de lokale gemeenschap. 2. Financiële deelneming (individueel, risicodragend) Financiële deelneming is het (individueel) risicodragend deelnemen in het windproject, bijvoorbeeld met aandelen of obligaties. De wijze waarop dit kan, wordt tijdig kenbaar gemaakt door de initiatiefnemer. De vorm van financiële deelneming is verschillend per project. Per project zijn de doelgroep en haar wensen anders en wordt er maatwerk geleverd. Bij obligaties (achtergestelde leningen) zijn de deelnemers geen mede-eigenaar, maar wordt rente ontvangen op de inleg. Een variant op obligaties vormen kWh-certificaten, waarbij een lange looptijd geldt en meerjarig groene stroom wordt afgenomen door de inleg van een vast bedrag per jaar.

De financiële risico’s van obligaties zijn kleiner dan bij deelname via aandelen. Bij deelname via aandelen is wel sprake van gedeeld eigendom van het project. Een andere mogelijkheid van financiële deelneming is crowdfunding. 3. Duurzaamheidsfonds Onderdeel van lokale afspraken kan een bijdrage door de initiatiefnemer aan een duurzaamheidsfonds zijn. Een duurzaamheidsfonds kan – naar gelang de wijze waarop het wordt ingericht – voor een bredere doelgroep binnen de gemeente worden ingezet zodat een groot deel van de gemeente (gericht op duurzaamheidsprojecten) hiervan kan profiteren. Met dit fonds kan een bijdrage worden geleverd aan de realisatie van andere projecten ten behoeve van de energietransitie binnen de gemeente. Besluitvorming over de besteding van het duurzaamheidsfonds gebeurt door een stichting met een bestuur die bevoegd zijn om middelen uit het fonds in te zetten conform de vastgelegde statuten. Voor het beheer van een dergelijk fonds wordt een onafhankelijk bestuur benoemd. Het onafhankelijk bestuur zorgt ervoor dat de middelen uit het fonds ten goede komen aan projecten ten behoeve van de energietransitie binnen de gemeente. Het duurzaamheidsfonds wordt met een voor het project redelijk bedrag gevuld door de initiatiefnemer(s). Voor windenergie geldt dat de hoogte van de bedragen uit de gedragscode Wind op land als richtlijn wordt gehanteerd. In Oss staat naar

2 De participatiewaaier is te downloaden op www.klimaatakkoord.nl

6

aanleiding van project Windpark Elzenburg-de Geer een duurzaamheidsfonds in de steigers. Nieuwe projecten dienen daarbij aan te sluiten. 4. Omwonendenregeling (via bijvoorbeeld een Omgevingsfonds) Het is belangrijk om de omgeving tegemoet te komen waar enige overlast onontkoombaar is. Een omwonendenregeling is een lokale regeling gericht op direct omwonenden in een bepaalde straal rondom de windturbines. Het kan gaan om het aanbieden van een bijdrage aan het verduurzamen van de woning (zoals woningisolatie), groene stroom met korting, gratis zonnepanelen of een andere financiële vergoeding. Een andere mogelijkheid is een omgevingsfonds. Voor het beheer van een dergelijk collectief fonds wordt een onafhankelijk bestuur benoemd met in ieder geval een vertegenwoordiging van de omwonenden. Het onafhankelijk bestuur zorgt ervoor dat de middelen uit het fonds ten goede komen aan de nabije omgeving van het project. Het omgevingsfonds wordt met een voor het project redelijk bedrag gevuld door de initiatiefnemer(s). Voor windenergie geldt dat de hoogte van de bedragen uit de gedragscode Wind op land als richtlijn worden gehanteerd. Een Omgevingsfonds is primair bedoeld voor inwoners die in de buurt van het project wonen. Het is mogelijk om meerdere financiële participatievormen bij een project in te zetten als de omgeving hier behoefte aan heeft.

Dit vergroot zowel het draagvlak als het financieel profijt voor de gemeenschap. Waar ligt de grens voor financiële participatie? Er is een grens tot waar in een project tegemoet kan worden gekomen aan mogelijkheden en maatregelen ten behoeve van profijt en compensatie voor de gemeenschap. Alleen met rendabele business cases worden projecten gerealiseerd en kan snelheid worden gemaakt in de energietransitie. Het rendement van een project wordt in beginsel beïnvloed door wettelijke eisen en normen, die gelden voor de kortste afstanden tot de installaties. Voorbeelden hiervan zijn het beperken van geluid en slagschaduw en het vergoeden van planschade. Dit zijn wettelijke maatregelen. Deze maatregelen kan men desgewenst, maar dat is dan bovenwettelijk, uitbreiden. Bijvoorbeeld door grotere afstanden te hanteren. Financiële afdrachten aan de omgeving of aan fondsen en het bieden van de mogelijkheid voor mede-eigenaarschap zijn ook bovenwettelijke maatregelen. Deze zijn resultaat van onderhandeling met de eigenaren van de projecten. Bovenwettelijke maatregelen windprojecten De ervaring leert dat bovenwettelijke maatregelen kunnen worden opgenomen tot het punt dat deze samen optellen tot ongeveer 40-50 cent per MWh voor een windproject. Dit is ook opgenomen in de gedragscode van Wind op land opgesteld door onder andere de

7

branchevereniging van de windsector (NWEA). Hoe deze vergoeding precies wordt verdeeld over omwonenden en de hele gemeenschap is maatwerk en verschilt per project. Bovenwettelijke maatregelen zonprojecten In het geval van een zonproject signaleert de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) een maximum van 37 cent per MWh voor bovenwettelijke maatregelen. De zonsector (Holland Solar) confirmeert zich in haar Gedragscode voor zon op land aan het Klimaatakkoord voor wat betreft financiële participatie. Windprojecten zijn vaak omvangrijker (meer energieopwekking per windpark) dan zonprojecten en daarom is vaak meer ruimte voor financiële participatie bij windprojecten. De inzet van bepaalde participatie-instrumenten zal de investeringskosten of operationele kosten van een project verhogen of de inkomsten doen verminderen. Om die redenen kunnen zij de businesscase onder druk zetten. De winstmarge die op projecten wordt gemaakt is – wellicht in tegenstelling tot wat velen denken – beperkt en dit stelt begrenzingen aan de inzet van instrumenten die de marge (verder) drukken. Instrumenten die daarvoor gevoelig zijn, zijn bijvoorbeeld anterieure (grondexploitatie) overeenkomsten, een fondsbijdrage in een grondexploitatieplan, planschade, of een regeling bij stilstand van windparken.

In de praktijk bestaat nog wel eens het idee dat de overheid een ontwikkelaar kan verplichten tot financiële participatie door omwonenden in een windpark, bijvoorbeeld door aandelenuitgifte. Dit is alleen mogelijk als de gemeente grondeigenaar is. Dan kunnen bij de gronduitgifte verdergaande verplichtingen worden opgelegd. Ook kan dan bij de selectie van een ontwikkelaar (in de aanbestedingsfase) de bereidheid worden betrokken tot financiële participatie door de omgeving. Hoe kan een gemeente financiële participatie stimuleren? Een gemeente kan financiële participatie stimuleren op de volgende manieren: 1.

Uitgangspunten voor financiële participatie vaststellen;

2.

Informatie verstrekken over de wettelijke normen (normen geluid en slagschaduw, planschade);

3.

De bovenwettelijke bepalingen uit gedragscodes van wind en zon op land verstrekken;

4.

Informatie verstrekken over de vormen van financiële participatie;

5.

Energiecoöperaties faciliteren;

6.

Eigen grondposities inzetten (zoals bijvoorbeeld bij Elzenburg de Geer);

7.

Het voorkeursrecht vestigen op locaties die aangewezen zijn voor opwekking van zonneen/of windenergie om zo invloed te kunnen uitoefenen op de voorwaarden waaronder de ontwikkelaar/initiatiefnemer aan de slag kan;

8

8.

Een lokaal energiebedrijf opzetten al dan niet gecombineerd met de inzet van gemeentelijk grondbezit dan wel het verwerven van gronden.

Als een gemeente betrokken wil blijven gedurende de gehele ontwikkeling van een duurzaam energieopwekkingsproject en vervolgens ook betrokken is bij het contracteren van exploitatie en/of beheer van een project, kan zij zelf beslissen over financiële participatie van de omgeving. Dit betekent wel dat de gemeente grote risico’s gaat lopen tijdens de ontwikkelingsfase. Een optie is dat de gemeente na de waardesprong3 die een project maakt (bijvoorbeeld na vergunningverlening of later na het bereiken van de financial close) haar belangen geheel of gedeeltelijk verkoopt om haar risico te verminderen. De raad heeft meegegeven dat de gemeente Oss geen lokaal energiebedrijf wil oprichten en er niet op uit is het voorkeursrecht te vestigen op locaties die voor energieopwekking zijn aangewezen. Zoals eerder vermeld behoort financiële participatie niet tot de wettelijke grondslagen. Het betreft bovenwettelijke afspraken. Daarmee is er sprake van vrijwillige bijdrages. Enkel en alleen het ontbreken van een bijdrage aan financiële participatie mag geen reden zijn om een bestemmingsplan niet vast te stellen of een vergunning niet af te geven. Gelukkig zijn ontwikkelende partijen zich in het algemeen bewust van het belang van financiële participatie voor het verkrijgen van draagvlak en zijn zij bereid tot bovenwettelijke afspraken.

Hoe gaat het bij Windpark Elzenburg-De Geer? Op 6 juli 2017 besloot de raad van Oss tot het vaststellen van kaders voor financiële participatie bij windpark Elzenburg-De Geer. Hierbij is aangegeven dat de kaders niet ‘smart’ geformuleerd zijn om ruimte in de onderhandelingen te houden. Op basis van het raadsbesluit van 6 juli 2017 zijn onderstaande afspraken overeengekomen m.b.t. financiële participatie in Windpark Elzenburg-De Geer. Deze zijn vastgelegd in afzonderlijke participatieovereenkomsten met Raedthuis Windenergie BV (februari 2018) en met Stichting Escoss (januari 2020) en in een gezamenlijke omgevingsovereenkomst (januari 2020) met beide partijen. 1.

Escoss en Raedthuys dragen beiden – overeenkomstig de gedragscode Wind op land – € 0,50 per opgewekte MWh af aan het Omgevingsfonds Elzenburg-De Geer.

3

Een waardesprong ontstaat na afronding van het proces om te komen tot vergunningverlening en

eventueel verwerving van de SDE subsidie. Risico’s zijn dan verminderd waardoor het project meer waard is. Een dergelijke waardesprong is ook aan de orde zodra financial close is bereikt.

9

2.

Escoss doet dat gedurende de hele exploitatieperiode, Raedthuys gedurende de eerste 15 jaar.

3.

2/3 van het Omgevingsfonds gaat naar direct omwonenden, 1/3 gaat naar de omliggende dorpsgemeenschappen.

4.

Raedthuys draagt 25% van de waarde van het bouwrecht van het Raedthuysdeel af aan een Duurzaamheidsfonds4. De waarde wordt via een onafhankelijke taxatie bepaald.

5.

Escoss draagt jaarlijks 100% van de jaarlijkse nettowinst af aan hetzelfde duurzaamheidsfonds.

6.

Escoss biedt ondernemers en inwoners de gelegenheid om zelf in de windturbines te investeren middels de verkoop van obligaties van € 250 per stuk.

Hoe gaat het bij Zonneproject De Mun? In november 2020 hebben de besturen van gemeente Oss en Solarpark De Mun BV een participatieovereenkomst getekend. Daarin zijn de volgende afspraken over financiële participatie gemaakt. Solarpark De Mun: 1.

biedt aan zes direct omwonenden € 0,05 cent per KWh korting aan op hun het electriciteitstarief;

2.

biedt alle inwoners van Oss de gelegenheid om de opgewekte groene stroom direct te kopen;

3.

draagt € 0,50 per MWh opgewekte elektriciteit af aan het Duurzaamheidsfonds i.o.

4.

geeft maximaal 4.000 obligaties uit a € 25,00, waarbij particuliere omwonenden binnen een straal van 5 km van het plangebied voorrang krijgen.

Wat is het vervolg? Na vaststelling van het beleid: 1.

Het college informeert de raad in een vroegtijdig stadium over een initiatief en in een later stadium over de afspraken. Deze moeten zich begeven binnen de uitgangspunten die de raad heeft vastgesteld.

2.

Bij ieder concreet initiatief wordt aangegeven op welke wijze in het plan rekening is gehouden met financiële participatie. Daarbij zijn de vastgestelde uitgangspunten leidend. •

Het college blijft de ontwikkelingen rondom financiële participatiemogelijkheden volgen, om hierop te anticiperen in haar contact met initiatiefnemers.

4

Het duurzaamheidsfonds i.o. kent doelstellingen gericht op het leveren van bijdragen aan verduurzaming

binnen de gemeente Oss. Gekozen is voor een stichting met een bestuur van experts en een raad van toezicht waarin een wethouder zitting heeft. Een investeringsreglement geeft aan waaraan de middelen mogen worden besteed.

10

Samenvatting De raad stelt de 10 uitgangspunten vast voor financiële participatie bij duurzame energieopwek-projecten in de gemeente. Maatwerk is daarvan een belangrijk uitgangspunt. Per project dient de concrete invulling van de financiële participatie in overleg met de initiatiefnemer(s), de direct omwonenden en de rest van de gemeenschap te worden bepaald. Het college informeert de raad vroegtijdig wanneer zich een initiatief aandient. Het college geeft de 10 uitgangspunten aan elke initiatiefnemer mee en spreekt met hem af hoe de gemeenschap wordt betrokken bij de invulling van de financiële participatie bij zijn project. Het college informeert de raad over het proces dat met de initiatiefnemer is afgesproken om tot invulling van de financiële participatie te komen. Het college informeert de raad over de uitkomst van dat proces.

11

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Oss&id=e8189c7a-47c7-4f0e-af9d-2c458549a193