CConstaterende datOss
Koppel je AI →
Document · PDF

Collegevoorstel mededingingsruimte en transparantie bij de uitgifte van onroerende zaken.DOCX

Adviescommissie Ruimte 23 juni 2022, gemeente OssBij agendapunt: mededingingsruimte en transparantie bij de uitgifte van onroerende zaken3.698 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Advies aan B&W Onderwerp Mededingingsruimte en transparantie bij de uitgifte van onroerende zaken. Datum

31 mei 2022

Naam en telefoon

Afdeling

Vastgoedbedrijf

Portefeuillehouder

S. van Roessel/9476 J. Janssen/5918 F. den Brok

Wat adviseer je te besluiten? 1. Het uitgiftebeleid aanpassen door te zorgen voor mededingingsruimte en transparantie bij de uitgifte van (gebouwde of ongebouwde) onroerende zaken. 2. Bij de uitgifte van gronden ten behoeve van sociale huurwoningen alleen woningcorporaties in aanmerking laten komen. 3. Bij de uitgifte van gronden in de categorie snippergroen enkel de eigenaar of eigenaren van percelen die direct aan het snippergroen grenzen, in aanmerking laten komen. 4. Indien er meerdere gegadigden (te verwachten) zijn, per geval of categorie een passende selectieprocedure vaststellen. 5. Indien er maar één serieuze gegadigde in aanmerking komt, dit gemotiveerd bekend maken. 6. Voor alle bestaande overeenkomsten en lopende projecten, waarbij de levering van de grond nog niet heeft plaatsgevonden, afhankelijk van stand van zaken, alsnog een selectieprocedure volgen dan wel gemotiveerd bekendmaken waarom de gemeente de betreffende partij aanmerkt als de enige serieuze gegadigde. 7. Deze adviesnota en de gewijzigde tekst van de paragraaf gronduitgifte van de Nota Grondbeleid ter kennisneming aan de gemeenteraad toesturen. Aanleiding De gemeente geeft gronden uit voor verschillende doelstellingen, zoals woningbouw, bedrijven, pacht en snippergroen.

Tot voor kort was de gemeente vrij om gronden 1-op-1 te verkopen, te verhuren of uit te geven met een recht van opstal of erfpacht aan een partij naar keuze. Met de uitspraak van de Hoge Raad van 26 november 2021 in de zaak Didam, is een einde gekomen aan deze praktijk. Op basis van deze uitspraak kan de gemeente namelijk niet langer onroerende zaken (gebouwd of ongebouwd) exclusief aan één partij aanbieden zonder dit vooraf kenbaar te maken. Aan welke opdracht draagt dit advies bij? In de nota Grondbeleid die op 16 december 2021 is vastgesteld door de gemeenteraad, is onder andere het beleid opgenomen dat de gemeente hanteert voor de uitgifte van gronden. Daarbij werd nog geen rekening gehouden met de recente uitspraak van de Hoge Raad inzake Didam. Daarom wordt de paragraaf over gronduitgifte (pagina 14 van de nota Grondbeleid) deels herzien. Verder draagt dit advies bij aan het algemene belang dat burgers erop moeten kunnen vertrouwen dat de gemeente handelt met inachtneming van het gelijkheidsbeginsel. Resultaat We zorgen ervoor dat de gemeente gelijke kansen biedt bij de uitgifte van onroerende zaken. Hierbij wordt nadrukkelijk opgemerkt dat er nog veel onduidelijk is. Verdere rechtspraak zal meer inzicht moeten geven over de precieze invulling van de door de Hoge Raad bedoelde selectieprocedures en de uitzonderingen die daarop mogelijk zijn.

In de nota Grondbeleid, in samenhang met deze wijziging van het uitgiftebeleid en de nota Grondprijsbeleid, wordt de algemene beleidslijn voor de uitgifte van grond gegeven. Indien noodzakelijk (in bijzondere gevallen) kan het college van burgemeester en wethouders gemotiveerd besluiten hiervan af te wijken.

Advies aan B&W

Pagina 1 van 7

Advies aan B&W Welke argumenten zijn er voor dit advies? 1.1 De gemeente mag niet handelen in strijd met het gelijkheidsbeginsel Op 26 november 2021 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in de zaak Didam. Het ging in deze casus om de verkoop van een deel van het voormalige gemeentehuis in het centrum van Didam. De gemeente Montferland verkocht de locatie aan een ontwikkelaar die op die plek een nieuwe supermarkt voor Coöp wil bouwen. Daardoor kon de verderop gelegen Aldi eveneens naar het centrum verhuizen naar de oude locatie van de Coöp. Dat was tegen het zere been van de lokale franchisenemer van Albert Heijn. Die wilde ook verhuizen naar het centrum en had daarom eveneens interesse in de aankoop van de locatie. Het oordeel van de Hoge Raad in deze zaak is gebaseerd op het gelijkheidsbeginsel (één van de beginselen van behoorlijk bestuur, die zowel in het publiekrecht als in het privaatrecht gelden). Hieruit vloeit volgens de Hoge Raad voort dat een overheidslichaam dat een onroerende zaak wil verkopen, ruimte moet bieden aan (potentiële) kopers om mee te dingen. Dit geldt alleen indien er meerdere gegadigden zijn of redelijkerwijs te verwachten is dat er meerdere gegadigden zullen zijn. In dat geval zal het overheidslichaam objectieve, toetsbare en redelijke criteria moeten formuleren, aan de hand waarvan de koper wordt geselecteerd.

De hiervoor bedoelde selectieprocedure is niet vereist indien bij voorbaat vaststaat of redelijkerwijs mag worden aangenomen dat op grond van objectieve, toetsbare en redelijke criteria slechts één serieuze gegadigde in aanmerking komt voor de aankoop. In dat geval dient het overheidslichaam zijn voornemen tot verkoop tijdig voorafgaand aan de verkoop bekend te maken. Dit dient op zodanige wijze te gebeuren, dat eenieder daarvan kennis kan nemen. Hierbij dient het overheidslichaam te motiveren waarom naar zijn oordeel op grond van de hiervoor bedoelde criteria bij voorbaat vaststaat of redelijkerwijs mag worden aangenomen dat er slechts één serieuze gegadigde in aanmerking komt. Deskundigen stellen dat hierbij bijvoorbeeld gedacht kan worden aan de situatie dat bestaande grondposities maken dat slechts één partij als serieuze gegadigde in aanmerking komt, al dan niet in combinatie met een doelmatig gebruik van de grond. Of aan de situatie dat de gemeente grond uit wil geven ter uitvoering van een bouwclaimovereenkomst. Hierover bestaat echter nog geen zekerheid, toekomstige rechtspraak zal hierover meer duidelijkheid moeten geven. Het arrest van de Hoge Raad sluit aan bij de rechtspraak over de verdeling van schaarse publieke rechten (zoals kansspelvergunningen en omgevingsvergunningen voor windturbines).

Gelet op de algemene formulering van het arrest lijkt het zeer aannemelijk dat het niet alleen van toepassing is op verkoop, maar ook op andere vormen van uitgifte, zoals erfpacht- en opstalrechten, persoonlijke gebruiksrechten zoals huur, bruikleen, pacht en andere (aan de ontwikkeling en realisatie van) vastgoed gerelateerde overeenkomsten zoals publiek-private samenwerkingsovereenkomsten. Het arrest is baanbrekend en richtinggevend, maar is niet allesomvattend. De Hoge Raad heeft nog veel opengelaten. De precieze reikwijdte van het arrest zal zich uiteindelijk moeten uitkristalliseren in de jurisprudentie. Er is dus nog veel onduidelijk. Dit advies is gebaseerd op de huidige stand van zaken en is geschreven met inachtneming van de notitie van landsadvocaat (Pels-Rijcken), en overige adviezen van de VNG, de VvG en diverse gerenommeerde (advocaten)kantoren. De algemene conclusie is dat de uitspraak van de Hoge Raad inzake Didam gevolgen heeft voor het gemeentelijke uitgiftebeleid. De gemeente zal zich bij iedere voorgenomen uitgifte van onroerende zaken af moeten vragen of er meerdere gegadigden kunnen zijn. Als dat het geval is, dan moet er een openbare selectieprocedure worden georganiseerd.

Advies aan B&W

Pagina 2 van 7

Advies aan B&W 2.1 We willen ‘echte’ sociale huurwoningen realiseren Het maakt nogal uit van wie de sociale huurwoning is: van woningcorporaties of van andere verhuurders. Woningcorporaties hebben een wettelijk verankerde taak om sociale huurwoningen aan te bieden aan een specifieke doelgroep. Bovendien hebben corporaties een brede maatschappelijke taak in het bieden van kwalitatief goede woningen in een prettige omgeving. Daarnaast zijn corporaties voor lange tijd betrokken bij de gemeente waar zij werken. Zij maken hierover prestatieafspraken met de gemeente en huurdersorganisatie. Andere verhuurders als beleggers, particulieren, bouwers of projectontwikkelaars bouwen ook sociale huurwoningen. Dat is een wezenlijk ander product dan wat corporaties aanbieden. Deze verhuurders richten zich doorgaans niet primair op de laagste inkomens, mensen die uitstromen uit zorginstellingen of vluchtelingen met een verblijfsvergunning. Zij verhuren vaak voor een bepaalde maximale periode van 10 tot 15 jaar, en maken hierover geen prestatieafspraken met de gemeente. Het is belangrijk dat de bedoelde ‘echte’ sociale huurwoningen er komen. Om dit te bereiken wijzen we sociale huurwoningen voor de uitgifte van grond aan als een bijzondere categorie, waarvoor alleen woningcorporaties waarmee de gemeente prestatieafspraken heeft gemaakt, in aanmerking kunnen komen.

3.1 De kring van gegadigden voor snippergroen is beperkt Om misverstanden te voorkomen is het belangrijk om de voorwaarde die sinds jaar en dag geldt voor de verkoop van snippergroen nu ook te verankeren in het uitgiftebeleid. Alleen de eigenaar of de eigenaren van percelen die direct aansluiten op het snippergroen kunnen in aanmerking komen voor de aankoop ervan. 4.1 Elke locatie en elke uitgifte is anders In de nota grondprijsbeleid wordt uitgegaan van de volgende uitgiftevormen: verkoop, uitgifte in erfpacht, vestiging van een opstalrecht, pacht, verhuur, erfdienstbaarheid en bruikleen. Voor alle vormen geldt in de basis hetzelfde uitgangspunt. Als er voor een voorgenomen uitgifte (naar verwachting) meerdere gegadigden zijn, zal een selectieprocedure gevolgd moeten worden met vooraf - op een passende wijze - bekendgemaakte objectieve, toetsbare en redelijke criteria. Dit kan betekenen dat voor een eenvoudige loting wordt gekozen, maar het kan ook inhouden dat een openbare inschrijving via de notaris wordt georganiseerd of dat een prijsvraag of tender wordt uitgeschreven. De Hoge Raad omschrijft slechts op hoofdlijnen aan welke criteria een selectieprocedure moet voldoen. Wel zijn er enige aanknopingspunten. Vast staat dat de gemeente bij het aangaan van privaatrechtelijke overeenkomsten contractsvrijheid heeft.

Deze contractsvrijheid en de vrije beleidsruimte die daarmee samenhangt zijn echter niet onbeperkt. De criteria en de daaropvolgende overeenkomst mogen in ieder geval niet in strijd zijn met de wet. Meer algemeen moet ervoor worden gewaakt dat publiekrechtelijke kaders niet worden doorkruist. Dit houdt onder meer in dat de criteria in ieder geval ondubbelzinnig en zo duidelijk mogelijk moeten worden geformuleerd zodat een onpartijdige behandeling kan worden verzekerd en willekeur wordt voorkomen. Het is niet toegestaan de criteria toe te schrijven naar één bepaalde gegadigde. De criteria zullen in de praktijk vervolgens consistent moeten worden toegepast op de verschillende gegadigden. Daarnaast is van belang dat de gemeente telkens aan de hand van alle rechten en plichten die voortvloeien uit een voorgenomen koopovereenkomst zal moeten bezien of sprake is van een overheidsopdracht in de zin van de Aanbestedingswet. In dat geval zijn de aanbestedingsregels onverkort van toepassing. 5.1 De gemeente moet transparant zijn over de voorgenomen uitgifte aan één gegadigde Ook bij het bepalen of al dan niet sprake is van één serieuze gegadigde komt de gemeente (enige) beleidsruimte toe. Daar waar de gemeente van mening is dat maar één serieuze gegadigde in

Advies aan B&W

Pagina 3 van 7

Advies aan B&W aanmerking komt, worden geen schriftelijke afspraken over de uitgifte gemaakt, behoudens eventueel een intentie- of reserveringsovereenkomst. Daarin moet dan wel uitdrukkelijk het voorbehoud worden opgenomen dat geen vervolgovereenkomst zal worden gesloten indien publicatie van het voornemen tot uitgifte leidt tot een rechterlijke uitspraak dat toch een openbare selectieprocedure moet worden toegepast. Daarnaast zal bepaald moeten worden dat de gemeente niet aansprakelijk is voor de uitkomst van een eventuele gerechtelijke procedure naar aanleiding van de publicatie. Voor wat betreft de publicatie in het geval van één serieuze gegadigde kiezen we ervoor om aan te sluiten bij de systematiek van het aanbestedingsrecht. Dat wil zeggen dat een belanghebbende die zich niet kan verenigen met de voorgenomen uitgifte, dat binnen een termijn van 20 kalenderdagen na de publicatie, kenbaar kan maken door een kort geding tegen het voornemen aanhangig te maken bij de voorzieningenrechter van de rechtbank. De termijn van 20 kalenderdagen wordt daarbij aangemerkt als vervaltermijn. Als na verloop van 20 kalenderdagen blijkt dat geen kort geding is aangespannen, kan de voorgenomen uitgifte worden doorgezet.

De gedachte hierachter is als volgt: als een belanghebbende binnen 20 kalenderdagen na publicatie geen kort geding heeft aangespannen, vervalt zijn recht om tegen de voorgenomen uitgifte in rechte op te komen en/of daarop enige vordering tot schadevergoeding of welke andere aanspraak dan ook te baseren. Het is de inschatting dat de belanghebbende zijn rechten daarop dan heeft verwerkt. De gemeente en haar contractspartijen worden namelijk onredelijk benadeeld als pas ná deze (duidelijk kenbaar gemaakte) termijn van 20 kalenderdagen, alsnog tegen het voornemen respectievelijk het aangaan van de overeenkomst(en) wordt opgekomen. Voor de goede orde wordt opgemerkt dat deze inschatting weliswaar breed wordt gedeeld, maar dat toekomstige rechtspraak zal moeten uitwijzen of deze redenering (altijd) standhoudt. Het is overigens niet de verwachting dat een belanghebbende gegadigde lichtvaardig zal besluiten om een kort geding aan te spannen. Dit omdat de gegadigde hiermee niet kan bereiken dat hij zelf kan kopen. De uitkomst kan wel zijn dat de voorgenomen uitgifte niet door kan gaan en dat in plaats daarvan een openbare selectieprocedure moet worden gevolgd. De uitgifte van onroerende zaken is een privaatrechtelijke aangelegenheid.

Tegen een voorgenomen uitgifte kunnen daarom geen zienswijzen, bezwaren of beroep in de zin van de Algemene wet bestuursrecht kunnen worden ingediend of ingesteld. 6.1 Het is in ieders belang dat er zo min mogelijk rechtsonzekerheid bestaat Het is niet de inschatting dat overeenkomsten die voor 26 november 2021 zijn gesloten zonder dat toen mededingingsruimte is geboden, alsnog zonder meer nietig of vernietigbaar zijn. Deze overeenkomsten blijven naar verwachting geldig en moeten daarom worden nagekomen. Indien de levering van de grond echter nog niet heeft plaatsgevonden, is het noodzakelijk om eventuele risico’s goed in kaart te brengen, alvorens de levering plaatsvindt. Indien nodig en mogelijk worden aanvullende afspraken gemaakt. Gedacht kan worden aan het opschorten van de uitvoering van de overeenkomst en alsnog publiceren met motivering waarom bij voorbaat vaststaat of redelijkerwijs mag worden aangenomen dat de betreffende wederpartij als enige serieuze gegadigde kan worden gezien. Deze lijn wordt ook gevolgd in de rechtspraak. Op 18 maart 2022 heeft de voorzieningenrechter van de Rechtbank Midden-Nederland namelijk een uitspraak gedaan met betrekking tot de gevolgen van het Didam-arrest voor bestaande overeenkomsten.

Hieruit volgt dat voorgenomen privaatrechtelijke transacties in beginsel alleen dan mogen worden uitgevoerd, wanneer een selectieprocedure is gevolgd of gemotiveerd is gepubliceerd dat sprake is van één serieuze gegadigde, óók wanneer sprake is van oudere rechten of overeenkomsten die dateren van vóór het Didam-arrest.

Advies aan B&W

Pagina 4 van 7

Advies aan B&W Voor projectmatige bouwprojecten zijn de risico’s het grootst. Ook hierbij geldt dat per geval, aan de hand van de specifieke omstandigheden van het geval en/of de fase waarin een project verkeert, moet worden beoordeeld wat de beste handelwijze is. Er zijn projecten in de opstartfase, maar ook projecten die al in de ontwerpfase of ver in de ontwikkelfase zitten. Voor projecten in de opstartfase geldt dat er nog alle ruimte is om een selectieprocedure toe te passen. Deze projecten blijven hierna daarom buiten beschouwing. Voor projecten in ontwerpfase, waarbij nog geen overeenkomst met een marktpartij is gesloten, hebben we pas op de plaats gemaakt. Lopende onderhandelingen zijn opgeschort. Er is een tussenstap ingebouwd die inhoudt dat eerst publicatie plaats moet vinden voordat verdere stappen worden gezet en/of kosten worden gemaakt. In ieder geval wordt nog geen conceptcontract aangeboden. In sommige gevallen is het noodzakelijk om na te gaan of er goede argumenten zijn om deze marktpartij aan te merken als enige serieuze gegadigde of niet. • Zo ja, dan moet deze motivering in de publicatie worden opgenomen. • Zo nee, dan moet alsnog een selectieprocedure worden georganiseerd waaraan de betreffende marktpartij mee kan doen. Dit is pas mogelijk nadat lopende onderhandelingen zijn beëindigd.

Het hangt af van de specifieke omstandigheden van het geval of in het kader van de afscheidsregeling nadere afspraken (kunnen) worden gemaakt met de betreffende marktpartij en zo ja, welke afspraken dat zijn. Als de publicatie niet leidt tot een rechterlijke uitspraak (in kort geding) dat alsnog een selectieprocedure gevolgd zal moeten worden, kan verder worden gewerkt aan het project met de betreffende marktpartij. In het andere geval dient alsnog een selectieprocedure te worden opgestart, waarbij het van de omstandigheden van het specifieke geval afhangt of de betreffende marktpartij recht heeft op enige vergoeding. Als een project ver in de ontwikkelfase is, is een marktpartij aangehaakt en betrokken bij de planvorming. Er zijn wederzijds investeringen gedaan. De onderhandelingen zijn in een vergevorderd stadium. Er ligt mogelijk al een conceptovereenkomst. In deze gevallen willen (of moeten) we met de betreffende marktpartij verder, maar tegelijkertijd moeten we er alles aan doen om het risico dat we een overeenkomst gaan sluiten die mogelijk nietig of vernietigbaar is, te voorkomen. Dit is zowel in het belang van de gemeente als van de wederpartij (en diens wederpartijen/financiers). Daarom moet in goed overleg met de wederpartij pas op de plaats worden gemaakt. Er dient zo snel mogelijk publicatie plaats te vinden voordat nog meer kosten worden gemaakt.

In dit geval is het noodzakelijk om in de publicatie te motiveren waarom we met deze marktpartij verder willen c.q. waarom de gemeente deze partij aanmerkt als de enige serieuze gegadigde. Als de publicatie niet leidt tot een rechterlijke uitspraak (in kort geding) dat alsnog een selectieprocedure gevolgd zal moeten worden, kan verder worden gewerkt aan het project (en het contract) met de betreffende marktpartij. In het geval dat de voorzieningenrechter oordeelt dat alsnog een selectieprocedure moet worden opgestart, hangen de vervolgstappen weer af van de specifieke omstandigheden van het geval. Dit moet per project worden beoordeeld. 7.1 Zo blijft de raad geïnformeerd Door deze adviesnota en de tekst van de gewijzigde paragraaf gronduitgifte van de Nota Grondbeleid (zie bijlage) aan de gemeenteraad toe te sturen, blijft de raad op de hoogte van de laatste stand van zaken.

Advies aan B&W

Pagina 5 van 7

Advies aan B&W Wat zijn kanttekeningen, tegenargumenten of risico’s? De doorlooptermijn van projecten kan langer worden. De kans bestaat dat rechtsgedingen zullen volgen en dat bepaalde keuzes expliciet verantwoord/uitgelegd moeten worden. Deze risico’s zijn echter ook aanwezig, en zo mogelijk nog groter, als de gemeente het uitgiftebeleid niet in overeenstemming brengt met het recht. We moeten voorkomen dat er overeenkomsten worden gesloten die grote rechtsonzekerheid met zich mee brengen. Als blijkt dat de gemeente de in dit advies omschreven regels van mededinging en transparantie voorafgaand aan de totstandkoming van een overeenkomst, niet of niet geheel in acht heeft genomen, dan zullen notarissen uit hoofde van hun zorgplicht, de bij de overeenkomst betrokken partijen en eventuele andere derde-belanghebbenden (zoals bijvoorbeeld de hypothecair financier) hiervan op de hoogte moeten stellen. Het ten onrechte niet bieden van mededingingsruimte kan namelijk gevolgen hebben voor de geldigheid van de overeenkomst. Deze zou vernietigd kunnen worden of zelfs nietig kunnen zijn. Waar moeten we rekening mee houden? a. Financiën Het kan zijn dat marktpartijen de gemeente aansprakelijk stellen voor het opschorten en/of beëindigen van onderhandelingen, dan wel voor het vertragen van een project.

Vertraging van een project kan ook nadelige financiële gevolgen voor een gemeentelijke grondexploitatie met zich meebrengen. b. Privacy N.v.t. c. Communicatie/bekendmaking De wijziging van de nota Grondbeleid eenmalig bekend maken via www.officielebekendmakingen.nl (gemeenteblad Oss). Hierbij tevens aangeven dat informatie over een (voorgenomen) uitgifte van onroerende zaken van de gemeente Oss in ieder geval altijd gepubliceerd wordt op de gemeentelijke website (Oss/inwoners/actueel). En als het om de verkoop of uitgifte in erfpacht van woningbouwkavels of bedrijfskavels gaat ook op woneninoss.nl of oss.kavelkaarten.nl. d. Uitvoering Het overzicht van lopende zaken c.q. de analyse van de projecten portfolio wordt binnen het Domein Ruimte & Economie gedaan met de betrokken afdelingen. Met deze afdelingen, maar ook met Communicatie en Inkoop, zal nader overleg plaatsvinden over het vervolg. Bijvoorbeeld over de inhoud van publicaties en de op te stellen selectiecriteria. Toekomstige rechtspraak en verdere ontwikkelingen worden op de voet gevolgd. e. Overlegd met Er heeft intern overleg plaatsgevonden met het Projectbureau. Daarnaast is gesproken met- c.q. advies ingewonnen bij bureau Dirkzwager. Het advies is voorts geschreven met inachtneming van de notitie van landsadvocaat (Pels-Rijcken), en overige adviezen van de VNG, de VvG en diverse gerenommeerde (advocaten)kantoren.

Advies aan B&W

Pagina 6 van 7

Advies aan B&W Bijlagen • Oorspronkelijke en gewijzigde tekst van de paragraaf gronduitgifte van de Nota Grondbeleid van 16 december 2021. • Factsheet uitgifte van onroerende zaken en het bieden van gelijke kansen.

Samenvatting In het Didam-arrest van 26 november 2021 heeft de Hoge Raad geoordeeld dat overheden bij de verkoop van grond gelegenheid moeten bieden aan (potentiële) gegadigden om mee te dingen. Dat betekent dat de gemeente niet zonder meer vrij is om grond te verkopen aan een partij naar keuze. De gemeente moet gelijke kansen bieden bij uitgifte van grond door objectieve, toetsbare en redelijke criteria te formuleren, aan de hand waarvan de koper wordt geselecteerd. De Hoge Raad heeft ook een uitzondering gegeven. Van een selectieprocedure kan worden afgezien als bij voorbaat vaststaat of redelijkerwijs mag worden aangenomen dat op grond van objectieve, toetsbare en redelijke criteria slechts één serieuze gegadigde in aanmerking komt voor de aankoop. In dat geval dient de gemeente haar voornemen tot verkoop tijdig voorafgaand aan de verkoop op zodanige wijze bekend te maken dat eenieder daarvan kennis kan nemen, waarbij gemotiveerd dient te worden waarom op grond van de hiervoor bedoelde criteria bij voorbaat vaststaat of redelijkerwijs mag worden aangenomen dat er slechts één serieuze gegadigde in aanmerking komt. Het lijkt aannemelijk dat de uitspraak van de Hoge Raad niet alleen van toepassing is op de verkoop van onroerende zaken, maar ook op de uitgifte van erfpacht- en opstalrechten en op de verhuur en verpachting van onroerende zaken door de gemeente.

Er zijn nog veel vraagpunten. Toekomstige rechtspraak zal meer duidelijkheid moeten verschaffen. Verdere ontwikkelingen worden op de voet gevolgd. Lopende zaken worden geïnventariseerd waarbij wordt getracht de rechtsonzekerheid en de daarmee samenhangende risico’s zoveel mogelijk te beperken door middel van publicatie. Alle nieuwe voorgenomen uitgiften worden voortaan op de gemeentelijke website gepubliceerd. Als er (naar verwachting) meer gegadigden zijn wordt een nader per project of uitgifte te bepalen openbare selectieprocedure toegepast. Dit kan een eenvoudige loting, maar ook een tender zijn. Na afronding van de selectieprocedure worden pas schriftelijke afspraken gemaakt. Er zijn twee bijzondere categorieën aangewezen: (1) Bij de uitgifte van gronden ten behoeve van sociale huurwoningen komen alleen woningcorporaties in aanmerking waarmee de gemeente prestatieafspraken heeft gemaakt en, (2) de kring van gegadigden voor de uitgifte van snippergroen is beperkt tot de eigenaar of eigenaren van aangrenzende percelen. Daar waar de gemeente van mening is dat maar één serieuze gegadigde in aanmerking komt, worden geen schriftelijke afspraken over de uitgifte gemaakt, behoudens eventueel een intentie- of reserveringsovereenkomst. Daarin moeten dan wel uitdrukkelijk voorbehouden worden opgenomen.

Voor wat betreft de publicatie in het geval van één serieuze gegadigde sluiten we aan bij de systematiek van het aanbestedingsrecht.

Advies aan B&W

Pagina 7 van 7

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Oss&id=884bf60f-f313-4a46-990c-20fabf70cf16