CConstaterende datOss
Koppel je AI →
Document · PDF

Cie MER toetsingsadvies 16-06-2020.PDF

Adviescommissie Ruimte 14 januari 2021, gemeente OssBij agendapunt: BII Ontwerp bestemmingsplan en MER Herinrichting uiterwaarden Demen-Dieden2.590 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Gebiedsontwikkeling Demen - Dieden Toetsingsadvies over het milieueffectrapport en de aanvulling daarop 16 juni 2020 / projectnummer: 3345

Advies over het MER en de aanvulling in het kort Natuurmonumenten wil samen met Wetering, K3Delta en Rijkswaterstaat de uiterwaarden van de Maas tussen Demen en Dieden herinrichten. Het voorkeursontwerp is opgenomen in het project Meanderende Maas1 maar Demen-Dieden doorloopt een zelfstandig besluitvormingstraject. Het verlagen van de uiterwaarden en het graven van nevengeulen maakt natuurontwikkeling mogelijk en vergroot de waterveiligheid. Kleiwinning is de financiële drager van de herinrichting. Voor het besluit over de benodigde ontgrondingsvergunning en herziening van het bestemmingsplan is een milieueffectrapport (MER) opgesteld. De Commissie adviseerde eerder om het MER op enkele punten aan te vullen, om daarmee beter te onderbouwen dat de beoogde natuurontwikkeling zal plaats vinden en om de gevolgen van veranderde grondwaterstanden binnendijks te beschrijven. Vervolgens is een aanvulling opgesteld.2 De provincie Noord-Brabant heeft, mede namens de gemeente Oss, de Commissie gevraagd te adviseren over het MER en de aanvulling. In dit advies spreekt de Commissie zich uit over de juistheid en de volledigheid van het MER en de aanvulling tezamen.

Wat blijkt uit de aanvulling? De aanvulling bevat een inhoudelijke onderbouwing van de beoogde natuurontwikkeling in het gebied. Deze beschrijft dat het ontwerp is gebaseerd op karakteristieke kenmerken van dit deel van de Maas en dat rekening is gehouden met de aanwezigheid van voedselrijke grond. De aanvulling gaat ook in op de invloed van de scheepvaart op de natuurontwikkeling in de geulen en benoemt welke maatregelen in het ontwerp zijn opgenomen om negatieve effecten te beperken. De aanvulling beschrijft dat er geen sprake is van onwenselijke gevolgen door hoge grondwaterstanden die op kunnen treden na hoge waterstanden op de Maas. Effecten op tuinen en agrarisch gebied zijn niet te verwachten in de korte periodes waarin de grondwaterstandverhoging optreedt. Ter plaatse van woningen kunnen wel negatieve effecten optreden. De aanvulling geeft aan welke maatregelen getroffen kunnen worden als uit monitoring blijkt dat deze daadwerkelijk optreden.

Hoe beoordeelt de Commissie de aanvulling? De aanvulling is beknopt en gaat systematisch in op de onderdelen waarvoor in het MER nog informatie ontbrak. De aanvulling bevat, inclusief de bijgevoegde ontwerptoelichting3, de gewenste onderbouwing voor de effectbeoordeling en het voorkeursalternatief. De Commissie is van oordeel dat het aangevulde MER de essentiële informatie bevat om een besluit te nemen over het project Demen-Dieden, waarin het milieubelang volwaardig wordt meegewogen.

1

Het project Meanderende Maas richt zich op het borgen van de waterveiligheid en versterken van de gebiedskwaliteit langs de Maas tussen Ravenstein en Lith. De Stuurgroep Meanderende Maas bestaat uit de waterschappen Aa en Maas en Rivierenland, de provincies Noord-Brabant en Gelderland, de gemeenten Oss, West Maas en Waal en Wijchen, het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, Rijkswaterstaat en Natuurmonumenten (www.meanderendemaas.nl).

2

Aanvulling Milieueffectrapport MeerMaas Planontwikkeling Demen-Dieden. Natuurmonumenten, Rijkswaterstaat, K3Delta en Wetering, 2020.

3

Ontwerptoelichting Demen-Dieden, K3 en Natuurmonumenten, 2019.

-1-

De Commissie plaatst hierbij de kanttekening dat het MER en de aanvulling een erg summiere beschrijving van de Lelyzone4 geven. Ook is niet duidelijk wat het belang is van aanwezige cultuurhistorische waarden in deze zone en waarom gekozen is om elementen op de ene plaats te behouden en op een andere plaats niet, zoals voor de steilrand geldt. De Commissie beveelt nogmaals aan deze informatie voorafgaand aan de besluitvorming uit te werken zodat duidelijk is hoe de afweging van het al dan niet behouden van de elementen in de Lelyzone heeft plaatsgevonden. Voor de volledigheid merkt de Commissie op dat zij niet heeft kunnen nagaan of het MER aansluit op de ontwerpbesluiten, omdat deze nog niet beschikbaar zijn. Bij de besluitvorming zal het bevoegd gezag moeten nagaan of het MER aansluit op de te nemen besluiten. In hoofdstuk 2 licht de Commissie haar oordeel toe en geeft ze aandachtspunten voor het vervolgtraject.

Figuur 1 Voorkeursalternatief planontwikkeling Demen-Dieden Achtergrond Het project Demen-Dieden is een initiatief van Natuurmonumenten, Wetering, K3Delta en Rijkswaterstaat. De geplande herinrichting voor Demen-Dieden past niet binnen het huidige bestemmingsplan. De gemeente Oss wil daarom een nieuw bestemmingsplan opstellen. Omdat met de herinrichting grondstoffen gewonnen worden is een ontgrondingsvergunning van de provincie NoordBrabant nodig. Het besluit over de ontgronding is project-m.e.r.-plichtig (categorie C16.1 van de bijlage bij het Besluit m.e.r.). Aangezien het bestemmingsplan kaderstellend is voor dit besluit is het bestemmingsplan plan-m.e.r.-plichtig. Omdat er zowel een project- als een plan-m.e.r. nodig is, is gekozen voor het opstellen van een gecombineerd plan- en project-MER. De gemeenteraad van Oss besluit over het bestemmingsplan, de provincie Noord-Brabant over de ontgrondingsvergunning. De provincie Noord-Brabant treedt op als coördinerend bevoegd gezag voor de gecombineerde plan- en project-m.e.r.-procedure.

4

De Lelyzone is aangelegd bij het kanaliseren van de Maas benedenstrooms van Grave, waarbij aan weerszijden van de rivier een verlaagde zone in de uiterwaarden is gegraven voor de afvoer bij hoge waterstanden.

-2-

Vorig advies Bij de toetsing van het MER signaleerde de Commissie enkele tekortkomingen om het milieubelang volwaardig bij de besluitvorming over de ontgronding en herinrichting te kunnen meewegen. Het ging om de volgende punten: •

Een onderbouwing van de haalbaarheid van de beoogde natuurdoelen in relatie tot niet-natuurlijke factoren in het gebied (niet-natuurlijke dynamiek, invloed van scheepvaart en een voedselrijke bovenlaag).

•

De effecten van de veranderingen in grondwaterstand in een T=10 situatie en eventuele maatregelen om deze effecten te voorkomen of te beperken.

Waarom een advies? De onafhankelijke Commissie m.e.r. is bij wet ingesteld en adviseert over de inhoud en de kwaliteit van het MER. Zij stelt voor ieder project een werkgroep samen van onafhankelijke deskundigen. De Commissie schrijft geen milieueffectrapporten, dat doet de initiatiefnemer. Het bevoegd gezag – in dit geval Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant - besluit over de ontgrondingsvergunning. De gemeenteraad van Oss besluit over het bestemmingsplan. De samenstelling en de werkwijze van de werkgroep van de Commissie en verdere projectgegevens staan in bijlage 1 van dit advies. U vindt de projectstukken die bij het advies zijn gebruikt door nummer 3345 op www.commissiemer.nl in te vullen in het zoekvak.

Toelichting op het advies In dit hoofdstuk licht de Commissie haar oordeel toe en geeft zij een aantal aanbevelingen. Deze zijn bedoeld om de kwaliteit van de besluitvorming, nu en in de toekomst, te verbeteren.

Beoogde natuurontwikkeling De aanvulling beschrijft vijf karakteristieke gebiedskenmerken die bepalend zijn voor de natuurontwikkeling in het projectgebied. De lage overstromingsfrequentie, lage stroomsnelheden en het ontbreken van lage waterstanden laten zien dat de rivierdynamiek in dit deel van de Maas beperkt is door het huidige stuwbeheer. Deze kenmerken zijn, naast opbouw en samenstelling van de bodem, medebepalend geweest in het ontwerpproces richting het voorkeursalternatief. De aanvulling maakt hiermee duidelijk dat de ambitie voor dit project wat natuurdoelen5 betreft past bij deze beperkte rivierdynamiek. Bovendien laat de aanvulling zien dat het ontwerp rekening houdt met kansen om de rivierdynamiek in de toekomst weer gedeeltelijk te herstellen, bijvoorbeeld door een variabel peilregime6, waarmee de potentie voor natuurontwikkeling wordt vergroot. De aanvulling licht toe dat het ontwerp van de (neven)geulen voorziet in onderwaterdrempels om onnatuurlijk heftige waterbewegingen door scheepvaart te beperken. Daarbij leidt de vorm en lengte van de nevengeulen tot uitdoving van de waterbeweging. Hiermee laat de aanvulling zien dat de effecten van scheepvaart op de natuurontwikkeling naar verwachting

5

Zoals zachthoutooibossen en het ecosysteem passend bij een geïsoleerde strang.

6

Ecologisch effect- scenariostudie variabel stuwpeil Bedijkte Maas, Voor de Maas tussen Grave en Lith, Peters, B, Hoendervoogt, R. & A. Klink, 2018.

-3-

beperkt zijn. Ook is beschreven dat tijdens de uitvoering aanvullende maatregelen getroffen kunnen worden om de invloed (verder) te beperken. De aanvulling maakt nog niet concreet welke maatregelen dit zijn en in welke situatie ze gerealiseerd worden. De aanvulling vermeldt dat scheepvaart negatieve gevolgen kan hebben op natuur(ontwikkeling) en dat er nog geen volledig onderzoek bekend is van de invloed hiervan op ecologische doelen vanuit de Kaderrichtlijn Water (KRW). Het project levert met de aanleg van ondiepe deels meestromende en deels geïsoleerde nevengeulen een belangrijke bijdrage aan de benodigde natuurlijkere oevers en uiterwaarden7. De Commissie geeft daarom in overweging mogelijke effecten van scheepvaart (door golven of stroming) mee te nemen in de monitoring en analyse van de natuurontwikkeling in het gebied, zodat zo nodig aanvullende maatregelen genomen kunnen worden. Vergelijkbare projecten hebben laten zien dat voedselrijke (voorheen bemeste) bovengrond geen belemmering hoeft te zijn voor de gewenste natuurontwikkeling op lange termijn, zo staat in de aanvulling. Bovendien leidt volledig verwijderen van de verrijkte grond én de laag met keramische klei tot grote watervlakten, omdat de onderliggende zandlaag deels onder het stuwpeil voorkomt.

De aanvulling beschrijft de inzet van extra maatregelen wanneer ongewenste vegetatie, zoals akkerdistel of grote brandnetel, gaat domineren. Het gaat om meer begrazing of maaibeheer of de toepassing van zand of weinig bemeste grond bovenin het nieuwe bodemprofiel. Met de aanvulling geeft het MER een duidelijke en voldoende diepgaande onderbouwing van de beoogde natuurontwikkeling in het voorkeursalternatief. De Commissie beveelt wel aan om voorafgaand aan uitvoering concreet te maken of en zo ja welke maatregelen tijdens de uitvoeringsfase genomen kunnen worden om de invloed van scheepvaart te beperken en wie hiervoor verantwoordelijk is. Daarmee wordt tijdig voorkomen dat de natuurontwikkeling door ongewenste dynamiek beïnvloed wordt.

Effecten van grondwater De aanvulling licht de effectbeoordeling van grondwaterstanden in T=108 situaties toe. Schade aan tuinen treedt doorgaans op bij een langdurig hoge grondwaterstand. De berekende gemiddelde hoge grondwaterstand leidt tot minder dan vijf centimeter verhoging. In dat geval zijn er geen effecten te verwachten, zo beschrijft de aanvulling. Dit geldt ook voor agrarische gronden, waar relevant is dat deze situaties meestal optreden in de winterperiode. In veel gevallen staan er dan geen gewassen op het land. De aanvulling laat zien dat het binnendijkse oppervlaktewatersysteem (zoals sloten en gemalen) over voldoende afvoercapaciteit beschikt om water af te voeren. Wanneer uit de monitoringsresultaten blijkt dat de berekende hoge waterstanden optreden bij bebouwing, wordt gezorgd voor extra afvoer. De aanleg van bijvoorbeeld drainage kan de waterafvoer verbeteren. Monitoring moet uitwijzen of deze of vergelijkbare maatregelen noodzakelijk zijn. Met de aanvulling is voldoende onderbouwd dat hoge grondwaterstanden niet tot negatieve effecten op de genoemde functies leiden, mits het monitoringsplan voorziet in het tijdig nemen van de juiste maatregelen. De Commissie beveelt daarom aan om bij de besluitvorming over de ontgrondingsvergunning, de in de aanvulling beschreven monitoring voor te schrijven.

7

https://www.rijkswaterstaat.nl/water/projectenoverzicht/maas-natuurvriendelijke-oevers-en-uiterwaarden/index.aspx

8

Een T=10 situatie is een hoogwatersituatie die theoretisch 1x per 10 jaar voorkomt.

-4-

Overige aandachtspunten De aanvulling bevat voor een aantal onderwerpen een nadere toelichting. Deze informatie dient ter verduidelijking en draagt bij aan de kwaliteit van de besluitvorming.

Piping De aanvulling beschrijft kort en bondig de gehanteerde werkwijze om te bepalen binnen welke afstand tot de dijk geen werkzaamheden plaats mogen vinden. Ook is hiermee duidelijk gemaakt welke afstand als uitgangspunt gehanteerd is, namelijk 75 meter vanaf de buitenteen van de dijk. De aanvulling vermeldt terecht dat de toekomstige dijkversterking9 geen autonome ontwikkeling is, er heeft immers nog geen formele besluitvorming over plaatsgevonden. De fasering van beide projecten wordt met Waterschap Aa en Maas afgestemd in de aanvraag voor de Waterwetvergunning. Hiermee is voldoende informatie beschikbaar voor de besluitvorming.

Dwarsstroming De berekende dwarsstroming in de toekomstige situatie is kort samengevat in de aanvulling. Duidelijk is dat hierover afstemming heeft plaatsgevonden met de rivierbeheerder en dat dit ertoe leidt dat de effecten neutraal scoren. Met de aanvulling staan de relevante conclusies met betrekking tot dwarsstroming overzichtelijk bij elkaar.

Landschap en cultuurhistorie De aanvulling geeft geen nieuwe informatie over de Lelyzone ten opzichte van het MER, maar verwijst naar het Ruimtelijk Kwaliteitskader Meanderende Maas en het MER 1e fase Meanderende Maas. Deze documenten gaan niet specifiek in op de situatie in het projectgebied Demen-Dieden. De aanvulling geeft daarmee geen onderbouwing bij de keuzes die ten aanzien van de Lelyzone zijn gemaakt. Uit het MER en de aanvulling is bijvoorbeeld niet af te leiden waarom delen van de steilrand wel geaccentueerd worden en andere delen niet. Ook de waarde van en omgang met het in de jaren ’30 afgegraven deel tussen de rivier en de steilrand zijn niet toegelicht. Ondanks dat een uitwerking van de Lelyzone ontbreekt, acht de Commissie de conclusie dat het plan een positieve bijdrage levert aan het landschap juist. De Commissie beveelt aan om voorafgaand aan de besluitvorming de volgende vragen te beantwoorden: •

Wat zijn de kenmerkende waarden van de Lelyzone en waar komen ze voor in het projectgebied?

•

Wat is het belang van deze waarden?

•

Welke plek krijgen de waarden in het voorkeursalternatief en waarom?

Gebruik bij het beantwoorden van deze vragen het Ruimtelijk Kwaliteitskader Meanderende Maas. Zet de ingrepen in het projectgebied bijvoorbeeld af tegen de leidende principes en ambities uit dit kader, voor zover relevant voor de Lelyzone, om gemaakte keuzes toe te lichten. Voor de overige landschaps- en cultuurhistorische elementen verwijst de aanvulling naar de Ontwerptoelichting. Deze toelichting bevat een overzicht van de aanwezige elementen (zoals bakenbomen en de veerweg) en vermeldt bijvoorbeeld ook dat de landschappelijke structuur

9

Het project Meanderende Maas voorziet in dijkversterking langs de Maas in het kader van het Hoogwaterbeschermingsprogramma. Ook de dijk langs het project Demen-Dieden is onderdeel van het project Meanderende Maas. Besluitvorming over Meanderende Maas moet nog plaatsvinden.

-5-

bij Dieden minder duidelijk is. De dwarsprofielen en overzichtskaarten vormen een duidelijke illustratie bij de tekst. De in het advies opgenomen aanbeveling is met deze informatie goed ingevuld.

-6-

BIJLAGE 1: Projectgegevens toetsing Toetsing door de Commissie De Commissie bestaat uit een werkgroep van deskundigen. Deze werkgroep beoordeelt of het MER de benodigde milieu-informatie bevat en of deze juist is. Als er informatie ontbreekt of onjuist is, beoordeelt de Commissie of zij die essentieel vindt. Dat is het geval als aanvullende informatie in haar ogen kan leiden tot andere afwegingen. Dan adviseert de Commissie de ontbrekende of gecorrigeerde informatie alsnog beschikbaar te stellen, voordat het besluit wordt genomen. Meer informatie over de Commissie en over haar werkwijze vindt u op onze website. Samenstelling van de werkgroep Bij dit project bestaat de werkgroep uit: ir. Casper van der Giessen drs. Marinus Kooiman drs. Allard van Leerdam drs. Aletta Lüchtenborg (secretaris) drs. Marieke van Rhijn (voorzitter) drs. Frank Wijnants Besluiten waarvoor dit milieueffectrapport is opgesteld Bestemmingsplan en ontgrondingsvergunning Waarom wordt hiervoor een milieueffectrapport opgesteld? Voor activiteiten die grote milieugevolgen kunnen hebben, kan in Nederland een MER vereist zijn. De bijlagen C en D bij het Besluit milieueffectrapportage geven aan om welke activiteiten het gaat. Voor deze procedure gaat het in ieder geval om de activiteit C16.1 (winning oppervlaktedelfstoffen). Omdat er zowel een project- als een plan-m.e.r.

nodig is, is een gecombineerd plan- en project-m.e.r. opgesteld. Bevoegd gezag besluiten De gemeenteraad van Oss (bestemmingsplan) en Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Brabant (ontgrondingsvergunning) Initiatiefnemer besluiten Burgemeester en wethouders van de gemeente Oss (bestemmingsplan) en Natuurmonumenten in samenwerking met Wetering, K3Delta en Rijkswaterstaat (ontgrondingsvergunning) Coördinerend bevoegd gezag m.e.r.-procedure Provincie Noord-Brabant Heeft de Commissie ook zienswijzen en adviezen bij haar advies betrokken? Het bevoegd gezag heeft de Commissie gemeld geen zienswijzen of adviezen te hebben ontvangen omdat het project vooruitlopend op de nog op te stellen ontwerpbesluiten nog niet ter visie gelegd is. Waar vind ik de stukken die de Commissie heeft beoordeeld? U vindt de projectstukken die bij het advies zijn gebruikt, door op www.commissiemer.nl projectnummer 3345 in te vullen in het zoekvak.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Oss&id=0cd16a29-47b1-499e-9437-3a749e4af8e9